Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2025

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Weststellingwerf;

gelet op

  • -

    artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Weststellingwerf 2020,

  • -

    de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen,

  • -

    het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (wijziging per 1 januari 2019),

  • -

    de Wet op het primair onderwijs en

  • -

    het “Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs”,

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2025:

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Weststellingwerf 2020;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weststellingwerf;

  • c.

    doelgroeppeuter: een peuter in de leeftijd van 2,5 jaar tot 4 jaar die een VVE-indicatie heeft gekregen van de jeugdgezondheidszorg;

  • d.

    houder: een houder van kinderopvang of peuteropvang in de gemeente Weststellingwerf;

  • e.

    inkomensverklaring: de Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI), te verkrijgen bij de Belastingdienst;

  • f.

    kinderopvang: in het LRK geregistreerde kinderopvang gesitueerd in de gemeente Weststellingwerf;

  • g.

    kinderopvangtoeslag: de tegemoetkoming van de Belastingdienst/Toeslagen in de kosten van kinderopvang op grond van de Wko, waarop ouders aanspraak kunnen maken bij werk, studie, traject naar werk of inburgering;

  • h.

    LRK: Landelijk Register Kinderopvang waarin houders van kinderopvang, peuteropvang en voorschoolse educatie zijn opgenomen die voldoen aan de Wet Kinderopvang (Wko);

  • i.

    Nji: het Nederlands Jeugdinstituut is een nationaal kenniscentrum over opvoeden en opgroeien;

  • j.

    ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of pleegouder/verzorger van een kind op wie de peuteropvang en/of kinderopvang betrekking heeft;

  • k.

    ouderbijdrage: financiële vergoeding die ouders moeten betalen aan de aanvrager voor de afname van een kindplaats voor peuteropvang of voorschoolse educatie (VE) voor hun peuter, waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst of aan de hand van ‘VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’ die gebaseerd is op de tabel kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst;

  • l.

    ouderbijdragetabel: adviestabel ouderbijdrage Peuteropvang van de VNG;

  • m.

    overdrachtsformulier: het formulier dat gebruikt wordt door de houder om kennis zoals opgebouwd in het kindvolgsysteem over te dragen aan de basisschool waar de peuter naar toe gaat als het vier jaar is;

  • n.

    peuter: een bij de gemeente Weststellingwerf ingeschreven kind in de leeftijd van twee tot vier jaar;

  • o.

    peuteropvang: in het LRK geregistreerde peuteropvang gesitueerd in de gemeente Weststellingwerf. Met een aanbod van educatieve voorschoolse opvang, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool;

  • p.

    peuterplaats regulier: een plaats met een aanbod van peuteropvang gedurende minimaal 40 weken per jaar. Het gaat om aanbod van tenminste 6 uur tot 8 uur per week, verdeeld over minimaal twee dagen, met een totaal van minimaal 320 uur;

  • q.

    peuterplaats VE: een plaats met een aanbod van voorschoolse educatie gedurende minimaal 40 weken per jaar. Het gaat om een aanbod van tenminste 14 uur tot en met 16 uur per week, verdeeld over minimaal drie dagen, met een totaal van minimaal 640 uur;

  • r.

    voorschoolse educatie (VE): uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma voor doelgroeppeuters dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs (zie Wko, artikel 1.1);

  • s.

    VVE-indicatie: een indicatie afgegeven door de jeugdgezondheidszorg voor voor- en vroegschoolse educatie;

  • t.

    VVE-programma: een programma dat is aangemeld bij of is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;

  • u.

    VVE-registratie: een registratie in het LRK waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VVE.

Artikel 2 Doel

De subsidie heeft tot doel het bevorderen van de ontwikkeling van peuters, door hen een goede voorbereiding op het basisonderwijs te bieden, met specifieke aandacht voor doelgroepkinderen met een taalachterstand en het stimuleren van deelname aan peuteropvang door een financieel toegankelijk aanbod te realiseren voor kinderen die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.

Artikel 3 Aanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een houder die geregistreerd is bij het LRK.

Artikel 4 Activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    Deelname van peuters aan de peuteropvang;

  • b.

    Deelname van peuters aan de voorschoolse educatie;

  • c.

    Begeleiding van een HBO gekwalificeerde beleidsmedewerker/coach VVE.

Artikel 5 Criteria

  • 1.

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder a, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende criteria:

    • a.

      de peuter is ingeschreven in de gemeente Weststellingwerf;

    • b.

      voorafgaand aan de start van de peuteropvang is een overeenkomst opgesteld en ondertekend door de aanbieder en de ouder(s);

    • c.

      de ouder(s) van de peuter komen (aantoonbaar) niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag;

    • d.

      de peuteropvang is toegankelijk voor kinderen van twee jaar tot vier jaar of tot het moment dat het kind naar de basisschool gaat;

    • e.

      de deelname aan peuteropvang betreft minimaal 40 weken per jaar. Het gaat om aanbod van tenminste 6 uur tot 8 uur per week, verdeeld over minimaal twee dagen, met een totaal van minimaal 320 uur.

  • 2.

    Om voor subsidie als bedoel in artikel 4, onder b, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende criteria:

    • a.

      de peuter is ingeschreven in de gemeente Weststellingwerf;

    • b.

      voorafgaand aan de start van de peuteropvang is een overeenkomst opgesteld en ondertekend door de aanbieder en de ouder(s);

    • c.

      de voorschoolse educatie is toegankelijk voor kinderen met een VVE-indicatie van 2,5 jaar tot 4 jaar of tot het moment dat het kind naar de basisschool gaat;

    • d.

      de deelname aan VE betreft minimaal drie dagdelen per week, voor minimaal 40 weken en maximaal 46 weken per jaar en minimaal 960 uur in 1,5 jaar;

    • e.

      de locatie is geregistreerd in het LRK met een VVE-registratie.

  • 3.

    Om voor subsidie als bedoel in artikel 4, onder c, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende criteria:

    • a.

      de houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden zet een HBO gekwalificeerde pedagogisch beleidsmedewerker in ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie op de groepen;

    • b.

      de inzet van de HBO gekwalificeerde pedagogisch beleidsmedewerker ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie betreft de totstandkoming en implementatie van beleidsvoornemens met betrekking tot voorschoolse educatie en coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie op de groep met VVE-peuters. Hierbij wordt naast de algemene thema’s ook aandacht besteed aan de resultaatafspraken;

    • c.

      de houder beschrijft in het pedagogisch beleidsplan bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, zo concreet en toetsbaar mogelijk de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichting tot inzet van een HBO gekwalificeerde pedagogisch beleidsmedewerker en hoe daarmee de kwaliteit van de voorschoolse educatie wordt bevorderd.

Artikel 6 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 en artikel 12 van de Asv wordt de subsidie geweigerd indien herhaaldelijk wordt geconstateerd dat de wettelijke basiskwaliteit van de aanbieder niet op orde is.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het college subsidieert per bezette peuterplaats. Voor de in artikel 4 genoemde activiteiten gelden de volgende maximale subsidiebedragen:

    • a.

      Voor de in artikel 4, onder a, genoemde activiteiten bedraagt de subsidie per bezette peuterplaats: € 12,66 per uur (prijspeil 2026) voor acht uur per week en 40 weken per jaar, maximaal 320 uur per jaar, minus de geldende ouderbijdrage per uur.

    • b.

      Voor de in artikel 4, onder b, genoemde activiteiten bedraagt de subsidie per bezette peuterplaats: € 14,58 per uur (prijspeil 2026) voor 16 uur per week en 40 weken per jaar, maximaal 640 uur per jaar. Hierbij gelden de volgende criteria:

      • i.

        Voor de eerste 320 uur per jaar betalen de ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag een ouderbijdrage per uur.

      • ii.

        Ouders met recht op kinderopvangtoeslag vragen voor de eerste 320 uur per jaar kinderopvangtoeslag aan. Er is geen sprake van gemeentelijke subsidie.

      • iii.

        Voor de tweede 320 uur per jaar betalen de ouders geen ouderbijdrage.

    • c.

      Voor de in artikel 4, onder c, genoemde activiteiten bedraagt de subsidie per aangemelde doelgroeppeuter, op 1 januari van het betreffende subsidiejaar, € 54,23 (prijspeil 2026) per uur voor 10 uur per jaar.

      • i.

        Er geldt een ondergrens van 80 uur per houder. Bij meer dan 8 aangemelde doelgroeppeuters op 1 januari van het betreffende subsidiejaar wordt gerekend met dat aantal.

  • 2.

    Het college indexeert de subsidietarieven jaarlijks met de index die het ministerie van SZW hanteert voor het maximum uurtarief voor de kinderopvangtoeslag, tenzij er gegronde redenen zijn om hiervan af te wijken.

Artikel 8 Ouderbijdrage

  • 1.

    De houder int de ouderbijdrage bij de ouder(s) en is zelf verantwoordelijk voor een eventueel debiteurenverlies.

  • 2.

    De houder is verantwoordelijk voor het schriftelijk toetsen en vaststellen van de hoogte van de ouderbijdrage voor peuteropvang aan de hand van onderstaande documenten:

    • a.

      de door de ouder(s) overlegde meest recente inkomensverklaring(en) bij aanmelding van de peuter;

    • b.

      de geldende VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang.

  • 3.

    Wanneer op enig moment blijkt dat de inkomenssituatie van ouder(s) dusdanig wijzigt of gewijzigd is dat één van onderstaande situaties, geldt:

    • a.

      de ouder(s) komen niet meer in aanmerking voor kinderopvangtoeslag waardoor er subsidie aangevraagd kan worden bij de gemeente;

    • b.

      de ouder(s) komen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag waardoor er geen subsidie meer aangevraagd kan worden bij de gemeente;

    • c.

      de ouder(s) vallen in een lagere of hogere inkomenscategorie in de adviestabel ouderbijdrage waardoor de ouderbijdrage wijzigt. De houder zorgt voor zo spoedig mogelijk opnieuw toetsen van de passende ouderbijdrage.

Artikel 9 Aanvraag

In overeenstemming met artikel 6, eerste lid en tweede lid, van de Asv wordt een aanvraag ingediend middels het aanvraagformulier Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Weststellingwerf en gaat vergezeld van de in het aanvraagformulier aangegeven bescheiden.

Artikel 10 Aanvraagtermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Asv dient een aanvraag om subsidie te zijn ontvangen voor 1 november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Indien een houder meer gesubsidieerde peuterplaatsen heeft dan oorspronkelijk is aangevraagd is het mogelijk om een tweede aanvraag in te dienen, uiterlijk voor 30 juni en 31 oktober in het jaar waarop de oorspronkelijke aanvraag betrekking heeft.

Artikel 11 Beslistermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 10, eerste lid, van de Asv beslist het college op een aanvraag die voor 1 november is ontvangen voor 1 januari van het volgende kalenderjaar.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag die na 1 november is ontvangen binnen zeventien weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

  • 3.

    Het college kan dit besluit met ten hoogste 6 weken verdagen. Het college stelt de houder hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 12 Verplichtingen

De houder dient te voldoen aan de volgende verplichtingen:

  • a.

    werkt samen met het basisonderwijs om een doorgaande lijn te bevorderen/borgen;

  • b.

    werkt met een kind- of ontwikkelvolgsysteem;

  • c.

    bij een aanbod Voorschoolse Educatie werkt met een NJi erkend VVE-programma of een programma dat voldoet aan de voorwaarden zoals geformuleerd door de Inspectie van het Onderwijs;

  • d.

    wordt positief beoordeeld door de GGD en Inspectie van het Onderwijs ten aanzien van de kwaliteit van het aanbod;

  • e.

    zorgt voor een overdracht van gegevens over de ontwikkeling van het kind bij de doorstroom naar het basisonderwijs en maakt daarbij gebruik van het overdrachtsformulier;

  • f.

    zorgt, als het gaat om een doelgroeppeuter, voor een ‘warme’ overdracht door middel van een overdrachtsgesprek tussen houder, basisschool en indien mogelijk een ouder;

  • g.

    betrekt en ondersteunt ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van hun kinderen;

  • h.

    maakt actief gebruik van de Verwijsindex;

  • i.

    maakt actief gebruik van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;

  • j.

    werkt samen met de Gemeentelijke Gezondheidsdienst en de gebiedsteams van de gemeente Weststellingwerf;

  • k.

    werkt mee aan het verder ontwikkelen en verbeteren van het aanbod peuteropvang en eventueel Voorschoolse Educatie en aanverwante onderwerpen;

  • l.

    is aangesloten bij de gemeentelijke overlegstructuren;

  • m.

    voldoet aan de vereisten uit de Wet kinderopvang en de hieruit voortvloeiende regelgeving;

  • n.

    legt het aantal kinderen dat op 1 januari van het subsidiejaar voorschoolse educatie wordt aangeboden vast voor verantwoording aan gemeente en toezichthouder;

  • o.

    levert gegevens aan voor monitoring.

  • p.

    houders zijn verplicht bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen peuterplaats doelgroeppeuters voorrang te geven.

  • q.

    als op een locatie geen doelgroeppeuters meer kunnen worden opgenomen worden zij zo spoedig mogelijk doorverwezen naar andere locaties of aanbieders;

  • r.

    aanbieders bieden voorschoolse educatie zoveel mogelijk aan in gemengde groepen peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar (doelgroepkinderen en niet-doelgroepkinderen).

Artikel 13 Verantwoording

De subsidieontvanger rapporteert tweemaal per jaar, te weten vóór 30 juni en 31 oktober van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, het college schriftelijk over de aantallen peuters waarvoor subsidie wordt ontvangen.

Artikel 14 Subsidievaststelling

  • 1.

    De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen (daaronder wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren peuteropvang en voorschoolse educatie), het werkelijk gehanteerde uurtarief en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen.

  • 2.

    De subsidieontvanger dient, voor 1 juni na afloop van het subsidiejaar, een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag bevat in ieder geval een:

    • a.

      jaarverslag met inhoudelijke toelichting waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichting is voldaan;

    • b.

      overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, in de vorm van een financieel verslag of jaarrekening;

    • c.

      ingevuld formulier ‘eindverantwoording subsidie Peuteropvang en Voorschoolse educatie gemeente Weststellingwerf’.

Artikel 15 Slotbepalingen

  • 1.

    De ‘Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Weststellingwerf 2022’ wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 november 2025.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Weststellingwerf 2025.

Naar boven