Gemeenteblad van Sint-Michielsgestel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sint-Michielsgestel | Gemeenteblad 2025, 473345 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sint-Michielsgestel | Gemeenteblad 2025, 473345 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie Sport en bewegen Sint- Michielsgestel 2026
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie wordt uitgegaan van de volgende categorieën vrijwilligersorganisaties:
Artikel 10. Scoutingsactiviteiten
Voor vrijwilligersorganisaties die zich richten op scoutingactiviteiten bedraagt de subsidie:
Artikel 11. Activiteiten voor mensen met een beperking
Voor vrijwilligersorganisaties die zich specifiek richten op activiteiten voor mensen met een beperking bedraagt de subsidie € 50,- per lid per jaar.
III. Rekensystematiek voor vrijwilligersorganisaties die in 2025 al subsidie ontvingen.
Buitensport en Scoutingactiviteiten
De basis van de subsidieverlening aan vrijwilligersorganisaties gericht op buitensporten of scoutingactiviteiten is de verstrekte subsidie in 2025. Dit is de nulmeting. In de bijlage is een lijst opgenomen van de verstrekte bedragen in 2025.
Aldus vastgesteld door college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel in de vergadering van 21 oktober 2025
De secretaris,
P.W.M. Geurts
De burgemeester,
E. Smid
Toelichting Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie sport en bewegen Sint-Michielsgestel 2026
Wij hebben een nieuwe subsidieregeling voor de vrijwilligerssubsidie sport en bewegen vastgesteld. Met deze regeling hebben wij een nieuw kader bepaald ten behoeve van de ondersteuning van sport- en beweegaanbieders en de scoutingclubs. Bij het opstellen van deze regeling hebben wij zorgvuldig gekeken hoe wij tot een systeem konden komen om de beschikbare middelen goed en eerlijk te verdelen over de vrijwilligersorganisaties die zich richten op sport en bewegen.
Hierbij hebben wij gekeken om de nadelige gevolgen voor de verenigingen beperkt te houden, want wij vinden dat verenigingen niet onevenredig benadeeld mogen worden door een beleidsverandering. Wij hebben de verenigingen die benadeeld worden ook uitgenodigd om de gevolgen te bespreken en waar nodig te kijken of er een maatwerkoplossing mogelijk is.
De eerste vraag is wie er in aanmerking komen voor een subsidie. Dit gaat om organisaties die structureel een sport en beweegactiviteiten organiseren voor inwoners uit de gemeente Sint- Michielsgestel. Ook scoutingsverenigingen komen in aanmerking voor subsidie. Hierbij gaan wij uit van vrijwilligersorganisaties. Dit betekent dat sportscholen en commerciële sportaanbieders niet in aanmerking komen voor subsidie. In de praktijk zal dit bijna altijd om een verenging gaan.
Het sportaanbod moet aansluiten bij de sportbonden die vallen onder NOC*NSF. Dit betekent overigens niet dat de verenging zelf aangesloten moet zijn bij een bond die onder NOC*NSF valt. Scoutingactiviteiten vallen niet onder NOC*NSF. Het aanbod van scoutingactiviteiten moet aansluiten bij de koepel Scouting Nederland. Een aanvrager moet minimaal 15 leden hebben.
Verenigingen met een te klein aantal leden afkomstig uit de gemeente Sint-Michielsgestel, in absolute of in relatieve zin, komen niet voor subsidie in aanmerking, tenzij het college van oordeel is dat de activiteiten van groot belang zijn voor de gemeenschap. Dit zal in de praktijk vaak gaan om aanbieders van gehandicaptensport. Deze verenigingen zijn vaak regionaal georiënteerd en vervullen een belangrijke functie om te komen tot een breed sportaanbod voor mensen met een beperking.
Binnen de regeling gaan wij uit van een zestal categorieën van vrijwilligersorganisaties
Hierbij sluiten wij aan bij het bestaande systeem van de zaalsporten, waarbij er gewerkt wordt met normbedragen die aansluiten bij de leeftijd van de leden. Ook is er voor leden met een beperking een apart normbedrag opgenomen.
Aan deze categorieën zijn normbedragen gekoppeld. Aan de hand hiervan wordt de subsidie bepaald. Voor iedere categorie van vrijwilligersorganisaties zijn aparte normbedragen vastgesteld. Voor verengingen die zich richten op ontspanning en ontmoeting, waarbij het competitie-element vaak ontbreekt hebben wij een vast bedrag van € 350,- per jaar beschikbaar.
Bij de buitensportverenigingen zien wij de grootste veranderingen in de nieuwe regeling. Dit hangt samen met de voorgeschiedenis. In het vorige subsidiekader is vastgesteld dat de subsidie niet meer gebaseerd zou worden op jeugdledenaantal, maar dat er een duurzaamheidssubsidie voor in de plaats zou komen. In afwachting van de nieuwe duurzaamheidsregeling zijn toen de bedragen bevroren. De nieuwe regeling is echter niet verder ontwikkeld. Dit betekent dat de buitensport verenigingen al jaren hetzelfde bedrag ontvangen, waarbij niet meer is gekeken naar ledenaantallen. Nu wij weer een stelsel willen optuigen gebaseerd op ledenaantallen betekent dit dat bij de buitensporten de grootste afwijkingen te zien zijn. Een aantal verenigingen is gegroeid en een aantal verenigingen is gekrompen. Hierdoor zien wij nu bedragen ontstaan die afwijken van de oude bedragen. In de nieuwe subsidieregeling hebben wij een rekensystematiek die excessen zoveel mogelijk voorkomt.
De normbedragen zijn hierbij vastgesteld op 17,50 euro per jaar voor leden tot 18 jaar, 2,50 euro per jaar voor leden tussen 18 en 55, 17,50 euro per jaar voor leden vanaf 55 jaar. Voor mensen met een beperking geldt een bedrag van 50 euro per lid per jaar.
Hierbij sluiten wij aan bij de bestaande systematiek. Ook handhaven wij de huidige bedragen. Voor deze verenigingen gaat er dus niets veranderen ten opzichte van de regeling die gold tot en met 2025. De normbedragen zijn hierbij vastgesteld op 35 euro per jaar voor leden tot 18 jaar, 5 euro per jaar voor leden tussen 18 en 55, 35 euro per jaar voor leden vanaf 55 jaar. Voor mensen met een beperking geldt een bedrag van 50 euro per lid per jaar. Deze bedragen liggen hoger dan de buitensporten, omdat zaalverenigingen meer kosten hebben voor de huur van de sporthallen. Daarnaast hebben deze verenigingen vaak geen eigen kantine en kunnen zij hierdoor geen extra inkomsten genereren. Ook zijn de mogelijkheden voor het binnenhalen van sponsoren via sponsorborden veel lastiger voor zaalverenigingen.
Er zijn ook sporten die zowel een veld- als een zaalcompetitie kennen. Dit heeft ook gevolgen voor de kosten waarmee zij worden geconfronteerd. In onze regeling hebben wij voor deze verenigingen een aparte regeling opgesteld. Deze geldt voor korfbal en voor hockey.
Voor korfbal gelden de grondslagen voor buitensport voor een half jaar en de grondslagen voor de zaalsporten ook voor een half jaar. Dit geldt voor alle leden, omdat voor alle leden geldt dat zij zowel binnen als buiten competitie spelen. Voor hockey gelden de zaalgrondslagen gedurende een periode van drie maanden en de buitentarieven voor 9 maanden, voor leden die daadwerkelijk deelnemen aan de zaalhockeycompetitie. Bij hockey doen namelijk lang niet alle leden mee aan de zaalcompetitie.
Scoutingactiviteiten vallen ook onder deze subsidieregeling. Hoewel scoutingactiviteiten niet alleen gaan over sport en bewegen zien wij wel veel overeenkomsten met de sportverenigingen. Zowel sportverenigingen als scoutingactiviteiten organiseren activiteiten die voor een groot deel op jeugd zijn gericht. Scoutingsactiviteiten hebben echter een grote maatschappelijke component, maar ook nemen bewegingsactiviteiten bij scouting een belangrijke plaats in. Bij scouting is er sprake van veel materiaalkosten. Ook zijn kampen een belangrijk onderdeel. Dit brengt extra kosten met zich mee voor de leden. Om de scouting laagdrempelig en toegankelijk te houden hebben wij bij scoutingsactiviteiten gekozen voor relatief hogere bedragen per lid.
Voor een jeugdlid tot 18 jaar en een 55 plus lid is het normbedrag 45,- per jaar, voor een lid tussen 18 en 54 jaar is het normbedrag € 12,50,-
Voor verengingen die zich specifiek richten op sporters met een beperking gehandicaptensport hebben wij 1 grondslag voor alle sporters met een beperking. Deze bedraagt € 50,- per lid.
In de gemeente zijn ook verenigingen actief die zich richten op ontspanningssporten. Dit zijn sporten waarbij ontmoeting en ontspanning voorop staan. Dit betreft denksporten, zoals bridgen, dammen en schaken, biljarten maar ook wandelclubs en ruiterclubs. Deze verenigingen komen in aanmerking voor een vast subsidiebedrag van € 350,- per jaar.
Binnen de regeling hanteren wij een rekensystematiek, waarbij wij excessen als gevolg van het invoeren van de nieuwe regeling willen voorkomen. Hierbij geldt dat wij verenigingen die minder subsidie ontvangen dan voorheen beschermd worden door een afbouwregeling. Verenigingen die op basis van de nieuwe grondslagen erop voortuitgaan zullen binnen alle redelijkheid erop vooruitgaan. Hierbij kijken wij wel of de subsidie ook noodzakelijk is. Wanneer er sprake is van een grote stijging, dan zullen deze verengingen ook moeten aantonen dat zij deze middelen daadwerkelijk nodig hebben.
Hoe ziet de rekensystematiek eruit voor buitensport en scouting?
Het startpunt van de regeling is het subsidiebedrag van 2025. Dit is de nulmeting.
Daarnaast is een maximum bepaald. Het maximumsubsidiebedrag in de regeling is € 10.000, -. Aan de hand van de normbedragen wordt een nieuw subsidiebedrag. Dit is het basissubsidiebedrag. Vervolgens wordt het basissubsidiebedrag vergeleken met het bedrag uit de nulmeting.
Wanneer het basissubsidiebedrag hoger ligt dan de nulmeting dan wordt in een periode van vier jaar stapsgewijs toegewerkt naar het nieuwe subsidiebedrag. Wanneer het subsidiebedrag lager ligt dan de nulmeting wordt stapsgewijs in een periode van vier jaar afgebouwd naar het nieuwe subsidiebedrag.
Rekenvoorbeeld 1 (stijgende subsidie)
Stel een vereniging ontving in 2025 een bedrag van € 7.500, -. Op basis van de nieuwe grondslagen is er recht op een bedrag van € 8.500, -. Allereerst vergelijken wij het bedrag uit de nulmeting een het nieuwe subsidiebedrag. Dit is een stijging van € 1.000, -. In 2026 is het subsidiebedrag dan € 7.500 + 25%*€ 1.000 = € 7.750, -.
Wanneer het basissubsidiebedrag in 2027 verder stijgt tot bijvoorbeeld € 9.000,- , dan wordt opnieuw het verschil bepaald tussen de nulmeting en het nieuwe bedrag. Dit is €1.500,-. Het nieuwe subsidiebedrag wordt in 2027 dan €7.500,-+ 50%*€1.500,-=€ 8.250,-.
Rekenvoorbeeld 2 (dalende subsidie)
Stel een vereniging ontving in 2025 een bedrag van € 7.500, -. Op basis van de nieuwe grondslagen is er recht op een bedrag van € 6.300, -. Allereerst vergelijken wij het bedrag uit de nulmeting een het nieuwe subsidiebedrag. Dit is een daling van €1.200,-. In 2026 is het subsidiebedrag dan € 7.500- 25%*€ 1.200=€ 7.200,-.
Wanneer het bedrag in 2027 verder daalt tot bijvoorbeeld € 6.000,-, dan wordt opnieuw het verschil bepaald tussen de nulmeting en het nieuwe bedrag. Dit is €1.500,-. Het nieuwe in 2027 subsidiebedrag wordt dan €7.500- 50%*€1.500,-=€ 6.750
Rekensystematiek zaalsporten, zwemsport en gehandicaptensport.
Bij deze sporten zetten wij de geldende regeling voort. De systematiek blijft ongewijzigd. Voor gehandicaptensport hebben we de normbedragen verhoogd. Er is hier geen bijzondere overgangsregeling van toepassing
In de regeling is een subsidieplafond opgenomen. Voor 2026 is dit een bedrag van € 110.000,-. Wanneer uit de aanvragen blijkt dat er meer budget nodig is dan het subsidieplafond dan wordt het tekort naar rato verdeeld over alle aanvragen.
Wanneer er bijvoorbeeld voor een bedrag van € 120.000,- wordt aangevraagd dan geldt de volgende berekening. We bepalen eerst het percentage dat wordt gehanteerd om de subsidiebedragen te berekenen. Dit is 110.000/120.000* 100%= 92%. Vervolgens worden de subsidiebedragen vermenigvuldigd met dit percentage.
Bij het opstellen van de regeling hebben wij een zorgvuldige belangenafweging gemaakt en gekeken hoe wij tot een goede verdeelsystematiek konden komen. Hierbij hebben wij niet kunnen voorkomen dat voor sommige verenigingen sprake is van nadelige gevolgen als gevolg van de nieuwe systematiek. Binnen de regeling hebben wij daarom een afbouwsystematiek opgenomen bij verenigingen die erop achteruitgaan. Ook hebben wij met deze vereniging gesprekken gevoerd en is waar nodig maatwerk toegepast. Op deze wijze hebben wij op een correcte wijze invulling gegeven aan het evenredigheidsbeginsel (art 3.4. Awb).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-473345.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.