Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie Sport en bewegen Sint- Michielsgestel 2026

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Sint-Michielsgestel;

gelet op de Algemene Subsidieverordening gemeente Sint-Michielsgestel;

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie Sport en bewegen Sint- Michielsgestel 2026.

 

I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a.

    Wet: de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    ASV: de Algemene subsidieverordening Sint-Michielsgestel 2025;

  • c.

    Vrijwilligersorganisatie: stichting, vereniging of formele organisatie waarvan de activiteiten hoofdzakelijk door vrijwilligers worden uitgevoerd;

  • d.

    Breedtesport: sport- en beweegactiviteiten die regelmatig op niet-professioneel niveau door mensen van alle leeftijden voor gezondheids-, educatieve of sociale doeleinden worden beoefend;

  • e.

    Activiteit: doorlopend of jaarlijks terugkerende activiteit van een vrijwilligersorganisatie die:

    • uitvoering geeft aan gemeentelijk beleid en gemeentelijk beleidsdoelen,

    • bijdraagt aan de sociale basis,

    • voorziet in een collectieve behoefte, én

    • de deelname aan de samenleving vergroot;

  • f.

    Buitensport: sporten die oorspronkelijk en als basis een buitensport zijn: in ieder geval voetbal, hockey en tennis;

  • g.

    Zaalsporten: sporten die oorspronkelijk en als basis een binnensport zijn o.a. volleybal, gymnastiek, basketbal en die voor het merendeel van hun activiteiten gebruik maken van een binnensportaccommodatie;

  • h.

    Zwemsporten: sporten die in een zwembad worden beoefend.

  • i.

    Scoutingsactiviteiten: Activiteiten gericht op het bieden van plezier aan scoutinggroepen, waarbij aandacht is voor normen, waarden en vorming van de persoonlijkheid;

  • j.

    Activiteiten gericht op sport en beweegdeelname van mensen met een beperking: sport- en beweegactiviteiten in verenigingsverband die specifiek zijn gericht op mensen met een lichamelijke of een geestelijke beperking;

  • k.

    Ontspanningssporten: sport en beweegactiviteiten, waarbij ontmoeting en ontspanning voorop staan. Dit betreft denksporten, zoals bridgen, dammen en schaken, biljarten maar ook wandelclubs en ruiterclubs;

  • l.

    Nulmeting: de toegekende subsidiebedragen in het jaar 2025.

  • m.

    Basissubsidiebedrag: het bedrag dat per vrijwilligersorganisatie wordt berekend aan de hand van de grondslagen.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

Subsidie kan aangevraagd worden voor het realiseren van een structureel aanbod gericht op:

 

  • a.

    Activiteiten gericht op breedtesport, die voor iedereen toegankelijk zijn;

  • b.

    Scoutingsactiviteiten.

Artikel 4. Doelgroep

  • 1.

    Een vrijwilligersorganisatie komt alleen voor een subsidie op grond van deze regeling alleen in aanmerking wanneer:

    • a.

      In het geval van breedtesporten: zij die sportactiviteiten aanbieden die vallen onder de sporten van de NOC*NSF, of

    • b.

      In het geval van scoutingactiviteiten: zij lid is van Scouting Nederland, en

    • c.

      Zij minimaal 15 leden heeft.

  • 2.

    Van bovenstaande kan worden afgeweken wanneer het college van oordeel is dat het aanbod van de vrijwilligersorganisatie van groot belang is voor de gemeenschap.

II. Grondslagen

Artikel 5. Categorieën

Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie wordt uitgegaan van de volgende categorieën vrijwilligersorganisaties:

 

  • a.

    Zij die zich richten op buitensporten;

  • b.

    Zij die zich richten op zaalsporten;

  • c.

    Zij die zich richten op zwemsport;

  • d.

    Zij die zich richten op scoutingsactiviteiten;

  • e.

    Zij die zich richten op sport- en beweegactiviteiten voor mensen met een beperking;

  • f.

    Zij die zich richten op sport- en beweegactiviteiten gericht op ontspanning en ontmoeting.

Artikel 6. Buitensporten

Voor vrijwilligersorganisaties die zich richten op buitensporten bedraagt de subsidie:

 

  • a.

    Voor leden jonger dan 18 jaar: € 17,50 per lid, per jaar.

  • b.

    Voor leden met een leeftijd tussen 18 jaar en 54 jaar: € 2,50 per lid, per jaar.

  • c.

    Voor leden met een leeftijd van 55 jaar of ouder: € 17,50 per lid, per jaar.

  • d.

    Voor leden met een beperking bedraagt de subsidie: € 50,- per lid, per jaar.

Artikel 7. Zaalsporten

Voor vrijwilligersorganisaties die zich richten op zaalsporten bedraagt de subsidie:

 

  • a.

    Voor leden jonger dan 18 jaar: € 35,- per lid per jaar.

  • b.

    Voor leden met een leeftijd tussen 18 jaar en 54 jaar: € 5,- per lid per jaar.

  • c.

    Voor leden met een leeftijd van 55 jaar of ouder: € 35,- per lid per jaar.

  • d.

    Voor leden met een beperking: € 50,- per lid per jaar.

Artikel 8. Gecombineerde buiten- en zaalsporten

  • 1.

    Voor vrijwilligersorganisaties die zich richten op korfbal wordt de subsidie als volgt bepaald:

    • a.

      de hoogte van de subsidie op grond van artikel 6 wordt berekend, daarvan wordt de helft afgetrokken;

    • b.

      de hoogte van de subsidie op grond van artikel 7 wordt berekend, daarvan wordt de helft afgetrokken;

    • c.

      de hoogte van de subsidie is de som van de uitkomsten onder sub a en sub b.

  • 2.

    Voor vrijwilligersorganisaties die zich richten op hockey wordt de hoogte van de subsidie voor de leden die in competitieverband zaalhockey spelen als volgt bepaald:

    • a.

      de hoogte van de subsidie op grond van artikel 6 wordt berekend, daarvan wordt 1/4e afgetrokken;

    • b.

      de hoogte van de subsidie op grond van artikel 7 wordt berekend, daarvan wordt 3/4e afgetrokken;

    • c.

      de hoogte van de subsidie is de som van de uitkomsten onder sub a en sub b.

Artikel 9. Zwemsport

Voor vrijwilligersorganisaties die zich richten op zwemsport bedraagt de subsidie:

 

  • a.

    Voor leden jonger dan 18 jaar: € 35,- per lid per jaar.

  • b.

    Voor leden met een leeftijd tussen 18 jaar en 54 jaar: € 5,- per lid per jaar.

  • c.

    Voor leden met een leeftijd van 55 jaar of ouder: € 35,- per lid per jaar.

  • d.

    Voor leden met een beperking: € 50,- per lid per jaar.

Artikel 10. Scoutingsactiviteiten

Voor vrijwilligersorganisaties die zich richten op scoutingactiviteiten bedraagt de subsidie:

 

  • a.

    Voor leden jonger dan 18 jaar: € 45,- per lid per jaar.

  • b.

    Voor leden met een leeftijd tussen 18 jaar en 54 jaar: €12,50 per lid per jaar.

  • c.

    Voor leden met een leeftijd van 55 jaar of ouder: € 45,- per lid per jaar.

  • d.

    Voor leden met een beperking: € 50,- per lid per jaar.

Artikel 11. Activiteiten voor mensen met een beperking

Voor vrijwilligersorganisaties die zich specifiek richten op activiteiten voor mensen met een beperking bedraagt de subsidie € 50,- per lid per jaar.

Artikel 12. Grondslag voor ontspanningssporten

Voor vrijwilligersorganisaties die zich richten op ontspanningssporten bedraagt de subsidie € 350,- per jaar.

Artikel 13. Peildatum

De peildatum voor ledenaantallen of andere aantallen is 1 juli voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt verstrekt.

III. Rekensystematiek voor vrijwilligersorganisaties die in 2025 al subsidie ontvingen.

Buitensport en Scoutingactiviteiten

Artikel 14. Nulmeting

De basis van de subsidieverlening aan vrijwilligersorganisaties gericht op buitensporten of scoutingactiviteiten is de verstrekte subsidie in 2025. Dit is de nulmeting. In de bijlage is een lijst opgenomen van de verstrekte bedragen in 2025.

Artikel 15. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Op basis van de grondslagen in artikel 6, 8 of 10 van deze regeling wordt jaarlijks het basissubsidiebedrag bepaald.

    • Wanneer het basissubsidiebedrag hoger ligt dan het bedrag uit de nulmeting, dan geldt het volgende:

    • In 2026 stijgt de subsidie met 25% van het verschil tussen het bedrag uit de nulmeting en het basissubsidiebedrag.

    • In 2027 stijgt de subsidie met 50% van het verschil tussen het bedrag uit de nulmeting en het basissubsidiebedrag.

    • In 2028 stijgt de subsidie met 75% van het verschil tussen het bedrag uit de nulmeting en het basissubsidiebedrag.

    • In 2029 stijgt de subsidie met 100% van het verschil tussen het bedrag uit de nulmeting en het basissubsidiebedrag.

    • Na 2029 wordt het subsidiebedrag bepaald op basis van de grondslagen uit artikel 6, 8, en 10 van deze regeling.

  • 2.

    Wanneer het basissubsidiebedrag lager is dan het bedrag van de nulmeting geldt het volgende:

    • In 2026 daalt de subsidie met 25% van het verschil tussen het bedrag uit de nulmeting en het basissubsidiebedrag.

    • In 2027 daalt de subsidie met 50% van het verschil tussen het bedrag uit de nulmeting en het basissubsidiebedrag.

    • In 2028 daalt de subsidie met 75% van het verschil tussen het bedrag uit de nulmeting en het basissubsidiebedrag.

    • In 2029 daalt de subsidie met 100% van het verschil tussen het bedrag uit de nulmeting en het basissubsidiebedrag.

    • Na 2029 wordt het subsidiebedrag bepaald op basis van de grondslagen uit artikel 6, 8, en 10 van deze regeling.

    • Het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per vrijwilligersorganisatie is € 10.000, - per jaar.

Zaalsporten en zwemsporten

Artikel 16. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Aan de hand van de grondslagen uit artikel 7 en 9 wordt per vrijwilligersorganisatie jaarlijks het basissubsidiebedrag bepaald.

  • 2.

    Het basissubsidiebedrag wordt toegekend.

  • 3.

    Het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per vrijwilligersorganisatie is €10.000,- per jaar.

     

Gehandicaptensport

Artikel 17. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Aan de hand van de grondslagen uit artikel 11 wordt per vrijwilligersorganisatie jaarlijks het basissubsidiebedrag bepaald.

  • 2.

    Het basissubsidiebedrag wordt toegekend.

  • 3.

    Het maximaal te verstrekken subsidiebedrag per vrijwilligersorganisatie is €10.000,- per jaar.

IV. Subsidieplafond

Artikel 18. Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond voor subsidieverlening op grond van deze regeling bedraagt € 110.000, -.

  • 2.

    Een subsidieplafond kan worden verlaagd indien een situatie als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de ASV aan de orde is.

  • 3.

    Wanneer na sluiting van de aanvraagperiode blijkt dat het subsidieplafond wordt overschreden, vindt subsidieverlening naar rato plaats.

V. Aanvraagtermijn

Artikel 19. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag voor een subsidie wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid worden aanvragen voor het kalenderjaar 2026 ingediend uiterlijk 31 januari 2026.

VI. Slotbepalingen

Artikel 20. Hardheidsclausule

Het college kan afwijken van het bepaalde in deze regeling, voor zover de toepassing daarvan voor een subsidieaanvrager of-ontvanger gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn.

Artikel 21. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1.

    De Subsidieregeling Subsidieprogramma Maatschappelijk Domein Sint-Michielsgestel 2019 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 22. Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie Sport en bewegen Sint-Michielsgestel 2026.

Aldus vastgesteld door college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel in de vergadering van 21 oktober 2025

De secretaris,

P.W.M. Geurts

De burgemeester,

E. Smid

Toelichting Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie sport en bewegen Sint-Michielsgestel 2026

Inleiding

Wij hebben een nieuwe subsidieregeling voor de vrijwilligerssubsidie sport en bewegen vastgesteld. Met deze regeling hebben wij een nieuw kader bepaald ten behoeve van de ondersteuning van sport- en beweegaanbieders en de scoutingclubs. Bij het opstellen van deze regeling hebben wij zorgvuldig gekeken hoe wij tot een systeem konden komen om de beschikbare middelen goed en eerlijk te verdelen over de vrijwilligersorganisaties die zich richten op sport en bewegen.

 

Hierbij hebben wij gekeken om de nadelige gevolgen voor de verenigingen beperkt te houden, want wij vinden dat verenigingen niet onevenredig benadeeld mogen worden door een beleidsverandering. Wij hebben de verenigingen die benadeeld worden ook uitgenodigd om de gevolgen te bespreken en waar nodig te kijken of er een maatwerkoplossing mogelijk is.

 

Sport en beweegaanbieders

De eerste vraag is wie er in aanmerking komen voor een subsidie. Dit gaat om organisaties die structureel een sport en beweegactiviteiten organiseren voor inwoners uit de gemeente Sint- Michielsgestel. Ook scoutingsverenigingen komen in aanmerking voor subsidie. Hierbij gaan wij uit van vrijwilligersorganisaties. Dit betekent dat sportscholen en commerciële sportaanbieders niet in aanmerking komen voor subsidie. In de praktijk zal dit bijna altijd om een verenging gaan.

 

Het sportaanbod moet aansluiten bij de sportbonden die vallen onder NOC*NSF. Dit betekent overigens niet dat de verenging zelf aangesloten moet zijn bij een bond die onder NOC*NSF valt. Scoutingactiviteiten vallen niet onder NOC*NSF. Het aanbod van scoutingactiviteiten moet aansluiten bij de koepel Scouting Nederland. Een aanvrager moet minimaal 15 leden hebben.

 

Verenigingen met een te klein aantal leden afkomstig uit de gemeente Sint-Michielsgestel, in absolute of in relatieve zin, komen niet voor subsidie in aanmerking, tenzij het college van oordeel is dat de activiteiten van groot belang zijn voor de gemeenschap. Dit zal in de praktijk vaak gaan om aanbieders van gehandicaptensport. Deze verenigingen zijn vaak regionaal georiënteerd en vervullen een belangrijke functie om te komen tot een breed sportaanbod voor mensen met een beperking.

 

Categorieën

Binnen de regeling gaan wij uit van een zestal categorieën van vrijwilligersorganisaties

  • Vrijwilligersorganisaties die zich richten op buitensporten;

  • Vrijwilligersorganisaties die zich richten op zaalsporten;

  • Vrijwilligersorganisaties die zich richten op zwemactiviteiten;

  • Vrijwilligersorganisaties die zich richten op scoutingsactiviteiten;

  • Vrijwilligersorganisaties die zich richten op sport- en beweegactiviteiten voor mensen met een beperking;

  • Vrijwilligersorganisaties die zich richten op sport- en beweegactiviteiten gericht op ontspanning en ontmoeting.

Normbedrag per categorie

Hierbij sluiten wij aan bij het bestaande systeem van de zaalsporten, waarbij er gewerkt wordt met normbedragen die aansluiten bij de leeftijd van de leden. Ook is er voor leden met een beperking een apart normbedrag opgenomen.

  • Leden jonger dan 18 jaar

  • Leden met een leeftijd tussen 18 jaar en 54 jaar

  • Leden ouder dan 55 jaar

  • Leden met een beperking (lichamelijk of geestelijk)

Aan deze categorieën zijn normbedragen gekoppeld. Aan de hand hiervan wordt de subsidie bepaald. Voor iedere categorie van vrijwilligersorganisaties zijn aparte normbedragen vastgesteld. Voor verengingen die zich richten op ontspanning en ontmoeting, waarbij het competitie-element vaak ontbreekt hebben wij een vast bedrag van € 350,- per jaar beschikbaar.

 

Buitensporten

Bij de buitensportverenigingen zien wij de grootste veranderingen in de nieuwe regeling. Dit hangt samen met de voorgeschiedenis. In het vorige subsidiekader is vastgesteld dat de subsidie niet meer gebaseerd zou worden op jeugdledenaantal, maar dat er een duurzaamheidssubsidie voor in de plaats zou komen. In afwachting van de nieuwe duurzaamheidsregeling zijn toen de bedragen bevroren. De nieuwe regeling is echter niet verder ontwikkeld. Dit betekent dat de buitensport verenigingen al jaren hetzelfde bedrag ontvangen, waarbij niet meer is gekeken naar ledenaantallen. Nu wij weer een stelsel willen optuigen gebaseerd op ledenaantallen betekent dit dat bij de buitensporten de grootste afwijkingen te zien zijn. Een aantal verenigingen is gegroeid en een aantal verenigingen is gekrompen. Hierdoor zien wij nu bedragen ontstaan die afwijken van de oude bedragen. In de nieuwe subsidieregeling hebben wij een rekensystematiek die excessen zoveel mogelijk voorkomt.

 

De normbedragen zijn hierbij vastgesteld op 17,50 euro per jaar voor leden tot 18 jaar, 2,50 euro per jaar voor leden tussen 18 en 55, 17,50 euro per jaar voor leden vanaf 55 jaar. Voor mensen met een beperking geldt een bedrag van 50 euro per lid per jaar.

 

Zaalsporten en zwemsporten

Hierbij sluiten wij aan bij de bestaande systematiek. Ook handhaven wij de huidige bedragen. Voor deze verenigingen gaat er dus niets veranderen ten opzichte van de regeling die gold tot en met 2025. De normbedragen zijn hierbij vastgesteld op 35 euro per jaar voor leden tot 18 jaar, 5 euro per jaar voor leden tussen 18 en 55, 35 euro per jaar voor leden vanaf 55 jaar. Voor mensen met een beperking geldt een bedrag van 50 euro per lid per jaar. Deze bedragen liggen hoger dan de buitensporten, omdat zaalverenigingen meer kosten hebben voor de huur van de sporthallen. Daarnaast hebben deze verenigingen vaak geen eigen kantine en kunnen zij hierdoor geen extra inkomsten genereren. Ook zijn de mogelijkheden voor het binnenhalen van sponsoren via sponsorborden veel lastiger voor zaalverenigingen.

 

Gecombineerde grondslagen

Er zijn ook sporten die zowel een veld- als een zaalcompetitie kennen. Dit heeft ook gevolgen voor de kosten waarmee zij worden geconfronteerd. In onze regeling hebben wij voor deze verenigingen een aparte regeling opgesteld. Deze geldt voor korfbal en voor hockey.

Voor korfbal gelden de grondslagen voor buitensport voor een half jaar en de grondslagen voor de zaalsporten ook voor een half jaar. Dit geldt voor alle leden, omdat voor alle leden geldt dat zij zowel binnen als buiten competitie spelen. Voor hockey gelden de zaalgrondslagen gedurende een periode van drie maanden en de buitentarieven voor 9 maanden, voor leden die daadwerkelijk deelnemen aan de zaalhockeycompetitie. Bij hockey doen namelijk lang niet alle leden mee aan de zaalcompetitie.

 

Scoutingactiviteiten

Scoutingactiviteiten vallen ook onder deze subsidieregeling. Hoewel scoutingactiviteiten niet alleen gaan over sport en bewegen zien wij wel veel overeenkomsten met de sportverenigingen. Zowel sportverenigingen als scoutingactiviteiten organiseren activiteiten die voor een groot deel op jeugd zijn gericht. Scoutingsactiviteiten hebben echter een grote maatschappelijke component, maar ook nemen bewegingsactiviteiten bij scouting een belangrijke plaats in. Bij scouting is er sprake van veel materiaalkosten. Ook zijn kampen een belangrijk onderdeel. Dit brengt extra kosten met zich mee voor de leden. Om de scouting laagdrempelig en toegankelijk te houden hebben wij bij scoutingsactiviteiten gekozen voor relatief hogere bedragen per lid.

Voor een jeugdlid tot 18 jaar en een 55 plus lid is het normbedrag 45,- per jaar, voor een lid tussen 18 en 54 jaar is het normbedrag € 12,50,-

 

Gehandicaptensport

Voor verengingen die zich specifiek richten op sporters met een beperking gehandicaptensport hebben wij 1 grondslag voor alle sporters met een beperking. Deze bedraagt € 50,- per lid.

 

Ontspanningssporten

In de gemeente zijn ook verenigingen actief die zich richten op ontspanningssporten. Dit zijn sporten waarbij ontmoeting en ontspanning voorop staan. Dit betreft denksporten, zoals bridgen, dammen en schaken, biljarten maar ook wandelclubs en ruiterclubs. Deze verenigingen komen in aanmerking voor een vast subsidiebedrag van € 350,- per jaar.

 

Rekensystematiek

Binnen de regeling hanteren wij een rekensystematiek, waarbij wij excessen als gevolg van het invoeren van de nieuwe regeling willen voorkomen. Hierbij geldt dat wij verenigingen die minder subsidie ontvangen dan voorheen beschermd worden door een afbouwregeling. Verenigingen die op basis van de nieuwe grondslagen erop voortuitgaan zullen binnen alle redelijkheid erop vooruitgaan. Hierbij kijken wij wel of de subsidie ook noodzakelijk is. Wanneer er sprake is van een grote stijging, dan zullen deze verengingen ook moeten aantonen dat zij deze middelen daadwerkelijk nodig hebben.

 

Hoe ziet de rekensystematiek eruit voor buitensport en scouting?

Het startpunt van de regeling is het subsidiebedrag van 2025. Dit is de nulmeting.

Daarnaast is een maximum bepaald. Het maximumsubsidiebedrag in de regeling is € 10.000, -. Aan de hand van de normbedragen wordt een nieuw subsidiebedrag. Dit is het basissubsidiebedrag. Vervolgens wordt het basissubsidiebedrag vergeleken met het bedrag uit de nulmeting.

 

Wanneer het basissubsidiebedrag hoger ligt dan de nulmeting dan wordt in een periode van vier jaar stapsgewijs toegewerkt naar het nieuwe subsidiebedrag. Wanneer het subsidiebedrag lager ligt dan de nulmeting wordt stapsgewijs in een periode van vier jaar afgebouwd naar het nieuwe subsidiebedrag.

 

Rekenvoorbeeld 1 (stijgende subsidie)

Stel een vereniging ontving in 2025 een bedrag van € 7.500, -. Op basis van de nieuwe grondslagen is er recht op een bedrag van € 8.500, -. Allereerst vergelijken wij het bedrag uit de nulmeting een het nieuwe subsidiebedrag. Dit is een stijging van € 1.000, -. In 2026 is het subsidiebedrag dan € 7.500 + 25%*€ 1.000 = € 7.750, -.

 

Wanneer het basissubsidiebedrag in 2027 verder stijgt tot bijvoorbeeld € 9.000,- , dan wordt opnieuw het verschil bepaald tussen de nulmeting en het nieuwe bedrag. Dit is €1.500,-. Het nieuwe subsidiebedrag wordt in 2027 dan €7.500,-+ 50%*€1.500,-=€ 8.250,-.

 

Rekenvoorbeeld 2 (dalende subsidie)

Stel een vereniging ontving in 2025 een bedrag van € 7.500, -. Op basis van de nieuwe grondslagen is er recht op een bedrag van € 6.300, -. Allereerst vergelijken wij het bedrag uit de nulmeting een het nieuwe subsidiebedrag. Dit is een daling van €1.200,-. In 2026 is het subsidiebedrag dan € 7.500- 25%*€ 1.200=€ 7.200,-.

 

Wanneer het bedrag in 2027 verder daalt tot bijvoorbeeld € 6.000,-, dan wordt opnieuw het verschil bepaald tussen de nulmeting en het nieuwe bedrag. Dit is €1.500,-. Het nieuwe in 2027 subsidiebedrag wordt dan €7.500- 50%*€1.500,-=€ 6.750

 

Rekensystematiek zaalsporten, zwemsport en gehandicaptensport.

Bij deze sporten zetten wij de geldende regeling voort. De systematiek blijft ongewijzigd. Voor gehandicaptensport hebben we de normbedragen verhoogd. Er is hier geen bijzondere overgangsregeling van toepassing

 

Subsidieplafond

In de regeling is een subsidieplafond opgenomen. Voor 2026 is dit een bedrag van € 110.000,-. Wanneer uit de aanvragen blijkt dat er meer budget nodig is dan het subsidieplafond dan wordt het tekort naar rato verdeeld over alle aanvragen.

 

Wanneer er bijvoorbeeld voor een bedrag van € 120.000,- wordt aangevraagd dan geldt de volgende berekening. We bepalen eerst het percentage dat wordt gehanteerd om de subsidiebedragen te berekenen. Dit is 110.000/120.000* 100%= 92%. Vervolgens worden de subsidiebedragen vermenigvuldigd met dit percentage.

 

Evenredigheid

Bij het opstellen van de regeling hebben wij een zorgvuldige belangenafweging gemaakt en gekeken hoe wij tot een goede verdeelsystematiek konden komen. Hierbij hebben wij niet kunnen voorkomen dat voor sommige verenigingen sprake is van nadelige gevolgen als gevolg van de nieuwe systematiek. Binnen de regeling hebben wij daarom een afbouwsystematiek opgenomen bij verenigingen die erop achteruitgaan. Ook hebben wij met deze vereniging gesprekken gevoerd en is waar nodig maatwerk toegepast. Op deze wijze hebben wij op een correcte wijze invulling gegeven aan het evenredigheidsbeginsel (art 3.4. Awb).

Naar boven