Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025

Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg;

 

gelet op de artikelen 1:4, 1:5, 1:6, 1:7, 1:8, 5:17, 5:18, 5:18A en 5:19 van de Algemene Plaatselijke Verordening Leidschendam-Voorburg (APV) en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Besluit BGBOP)”;

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

gezien het collegebesluit van 14 oktober 2025 (nummer 3894);

 

overwegende dat:

  • het op grond van artikel 5:18 van de APV verboden is om zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben;

  • duidelijke en transparante regelgeving nodig is om een goed ondernemersklimaat voor (potentiële) ambulante handelaren in de gemeente te bieden;

  • de openbare ruimte verschillende gebruiksfuncties heeft en handel vanaf een standplaats een van de gebruiksfuncties is;

  • het college locaties beschikbaar wil stellen voor handel vanaf een standplaats;

  • het college wil dat het innemen van een standplaats op veilige wijze gebeurt;

  • het met het oog op de rechtszekerheid en zorgvuldigheid wenselijk is om hierover beleidsregels vast te stellen;

  • het college de concept beleidsregels in de periode van 3 januari tot en met 14 februari 2024 heeft vrijgegeven voor inspraak en de ingekomen inspraakreacties heeft verwerkt in een inspraakverslag;

  • er naar aanleiding van de inspraakreacties gesprekken met de wethouder Economie hebben plaatsgevonden, en dat de aanvullende inspraakreacties ook zijn meegenomen in het inspraakverslag;

besluit:

 

vast te stellen:

Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Standplaatshouder: houder van een vergunning op grond van artikel 5:18 van de APV.

  • 2.

    Verkoopinrichting: een verrijdbare kraam, wagen of een ander fysiek middel ten behoeve van de verkoop op een standplaats.

  • 3.

    Standplaats: een plaats op of aan de weg in de zin van artikel 1:1 van de APV alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen, voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel leveren van diensten, gebruikmakend van een verkoopinrichting, waarbij tenminste de kopende of de afnemende partij zich op of aan de weg bevindt. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    • a.

      een plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

    • b.

      een plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV.

  • 4.

    Ambulante standplaats: standplaats die door een standplaatshouder voor een beperkte periode wordt ingenomen op 1 locatie, op vooraf bepaalde tijden en dagen.

  • 5.

    Incidentele standplaats: het éénmalig, voor de duur van één dag, innemen van een standplaats door een ideële organisatie, voor het voeren van een maatschappelijke campagne of het deelnemen aan verkiezingen met een maximum van 3 dagen per jaar.

  • 6.

    Seizoensgebonden plaats: standplaats waar standplaatshouder(s) handel drijven gedurende het verkoopseizoen van hun product (zijnde ijs, kerstbomen en oliebollen).

  • 7.

    Openbare kennisgevings-kanaal van de gemeente: Gemeenteblad (www.overheid.nl).

  • 8.

    Locatiekaart: een maatvaste plattegrond, schaal 1:100 of 1:50 voorzien van een standplaatsmarkering, waarop te zien is waar de standplaats wordt ingenomen.

Artikel 2. Aanvraag

  • 1.

    Voor een standplaatsvergunning komt uitsluitend in aanmerking een natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering heeft op het moment dat hij een aanvraag indient.

  • 2.

    Een aanvraag of melding moet worden ingediend via het daarvoor bestemde digitale aanvraagformulier.

  • 3.

    De aanvraag bevat in elk geval:

    • a.

      Naam, adres en woonplaats van de aanvrager;

    • b.

      De locatie die ingenomen wordt inclusief locatiekaart;

    • c.

      De periode, tijdvak(ken) en dag van voorkeur dat de standplaats ingenomen wordt;

    • d.

      Het doel van inname;

    • e.

      Motivering bij de opgestelde selectiecriteria voor het verdelen van standplaatsvergunningen (puntensysteem), zoals beschreven in artikel 9;

    • f.

      Een omschrijving en foto’s van het fysieke verkoopmiddel en de afmetingen daarvan;

    • g.

      Keuringspapieren in geval van een bakwagen en de geldige keuringspapieren van de gasinstallatie;

    • h.

      Bewijs van een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering.

Artikel 3. Weigeringsgronden

Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:8 en 5:18 lid 2 en 3 van de APV kan de vergunning worden geweigerd als:

  • 1.

    Het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of de bescherming van het milieu in het geding komt. Hiervan is in ieder geval sprake als:

    • a.

      Het doel van inname van de standplaats in strijd is met wettelijke regelgeving zoals de Alcoholwet, de Opiumwet of artikel 2:74 A.

    • b.

      De afstand tussen een bakkraam of bakwagen met een gasinstallatie en een gebouw minder bedraagt dan 2 meter, of minder dan 5 meter als in die kraam of wagen wordt gefrituurd.

  • 2.

    Er niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een aanvraag voor een vrijkomende standplaats. Hiervan is in ieder geval sprake als een aanvraag wordt ingediend buiten de gestelde periode, zoals genoemd in het eerste lid van de artikelen 9 en 15.

  • 3.

    Indien de vrijkomende standplaats wordt verdeeld aan een andere partij dan de aanvrager, op grond het derde of het vierde lid, van de artikelen 9 of 15.

  • 4.

    Onderdeel b, van het eerste lid, is niet van toepassing als:

    • a.

      het aangestraalde vlak van het bouwsel, gebouw of ander object een overeenkomstig NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag heeft van ten minste 60 minuten, of

    • b.

      de bakkraam of bakwagen is uitgerust met een automatische brandblusinstallatie.

  • 5.

    Bij het bepalen van de afstand als bedoeld in lid 4 wordt de buitenzijde van de bakkraam of bakwagen als meetpunt bedoeld.

Hoofdstuk 2 Bepalingen ambulante standplaatsen

Artikel 4. Locaties ambulante standplaatsen

  • 1.

    Er zijn 4 locaties waar ambulante standplaatsen kunnen worden ingenomen, zie bijlage 1 “Overzichtskaart ambulante standplaatsen”:

    • Prins Frederiklaan (nabij ingang supermarkt) te Leidschendam;

    • Klaverweide (op parkeerplaats nabij oostelijke ingang supermarkt) te Voorburg;

    • Monseigneur van Steelaan (tussen supermarkt en slagerij) te Voorburg;

    • Hoefblad (op parkeerplaats tegenover supermarkt) te Stompwijk.

  • 2.

    De standplaatshouder dient aan het einde van een vergunde dag de standplaats schoon en leeg achter te laten, ongeacht of een vergunning op een ambulante standplaatslocatie voor aaneengesloten dagen aan de standplaatshouder vergeven is.

  • 3.

    Het college behoudt zich het recht voor vanwege bijzondere omstandigheden en/of onverwachte situaties van de aangewezen locaties af te wijken.

Artikel 5. Dagen en tijden ambulante standplaatsen

Ambulante standplaatsen mogen worden ingenomen op maandag tot en met zondag van 08:00 tot 22:00 uur.

Artikel 6. Verdeling dagen en beschikbare ambulante standplaatsen

  • 1.

    Een standplaats mag niet op 1 dag gelijktijdig door meerdere standplaatshouders worden ingenomen.

  • 2.

    Een vergunning voor een ambulante standplaats wordt per standplaatshouder per locatie voor maximaal 3 dagen per week verleend.

  • 3.

    Indien volgens de in artikel 9 gestelde verdeelmethode uiteindelijk geen aanvraag wordt ingediend dan wel na de te volgen procedure geen standplaatsvergunning wordt verstrekt voor het innemen van een ambulante standplaats, dan wordt deze standplaats op de nog niet vergunde dagen aangemerkt als beschikbaar.

  • 4.

    Vrijkomende ambulante standplaatsen zoals bedoeld in lid 3 worden openbaar bekend gemaakt via het openbare kennisgevingskanaal van de gemeente. Dit gebeurt 1 jaar vóór het aflopen van de vergunning. Gegadigden hebben vervolgens 8 weken de tijd om een volledige aanvraag in te dienen.

Artikel 7. Tijdelijk niet innemen kunnen standplaats

In geval van het tijdelijk niet in kunnen nemen van een standplaats vanwege onderhoudswerkzaamheden of evenement op de locatie, geldt er een inspanningsplicht voor de gemeente om op zoek te gaan naar een gelijkwaardige locatie waar de standplaatshouder(s) een standplaats kan innemen gedurende de onderhoudswerkzaamheden of het evenement.

Artikel 8. Geldigheidsduur vergunning ambulante standplaats

  • 1.

    Een vergunning voor een ambulante standplaats wordt verleend voor de duur van 15 jaar.

  • 2.

    In geval van een wijziging of het wegvallen van een ambulante standplaatslocatie binnen de vergunningstermijn van 15 jaar, geldt er een inspanningsplicht voor de gemeente om op zoek te gaan naar een andere gelijkwaardige locatie waar de standplaatshouder(s) een ambulante standplaats kan innemen voor de resterende termijn van de vergunning.

  • 3.

    In geval van overlijden, ondercuratelestelling, blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder of bedrijfsbeëindiging kan op aanvraag van de vergunninghouder, zijn/haar erven of curator de ambulante standplaatsvergunning worden overgeschreven op naam van de echtgenoot/echtgenote, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij/zij duurzaam samenwoont dan wel samenwoonde, of zijn/haar kind. De overschrijving geldt voor de resterende duur van de bestaande vergunning.

  • 4.

    Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van lid 3 kan een medewerk(st)er van de vergunninghouder of mede-eigenaar van diens bedrijf de vergunning voor een ambulante standplaats overnemen indien hij/zij ten minste 12 maanden in loondienst van het bedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.

  • 5.

    Een aanvraag tot overschrijving dient te worden ingediend binnen 2 maanden na bedrijfsbeëindiging, het overlijden of de ondercuratelestelling van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.

Artikel 9. Verdeelmethode vrijkomende ambulante standplaats vergunningen

  • 1.

    Voor de wijze van afhandeling van aanvragen wordt een transparante systematiek gehanteerd. Vrijkomende ambulante standplaatsen worden openbaar bekend gemaakt via het openbare kennisgevings-kanaal van de gemeente. Dit gebeurt 1 jaar vóór het aflopen van de vergunning. Gegadigden hebben vervolgens 8 weken de tijd om een volledige aanvraag in te dienen.

  • 2.

    Bij de beoordeling van de aanvragen (dus: meer dan 1) kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximumaantal:

    • De mate waarin het assortiment van de gegadigde een toevoeging vormt t.o.v. de overige aangeboden assortimenten op de (andere dagen en of tijdstippen op deze) standplaats (maximaal 20 punten):

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen heeft een volledig overlappend assortiment met de overige aangeboden assortimenten op de betreffende standplaatslocatie ➜ 0 punten

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen heeft tenminste 50% aanvullend assortiment ten opzichte van de overige aangeboden assortimenten op de betreffende standplaatslocatie ➜ 10 punten

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen heeft een volledig aanvullend assortiment ten opzichte van de overige aangeboden assortimenten op de betreffende standplaatslocatie ➜ 20 punten

    • De mate van verzorging van de kraam/verkoopwagen van de gegadigde (maximaal 5 punten):

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen is niet goed onderhouden en/of oogt niet hygiënisch ➜ 0 punten

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen is goed onderhouden en oogt hygiënisch ➜ 5 punten

    • De mate waarin de gegadigde een aantoonbare maatschappelijke betrokkenheid heeft in de vorm van het duurzaam exploiteren van de kraam (o.a. verkoop van duurzaam geproduceerde producten en het aandacht schenken aan afvalscheiding en recycling), een sociale functie hebben in de buurt of wijk, het zijn van een erkend leerwerkbedrijf dan wel de verkoop van producten van een erkend leerwerkbedrijf en het ondersteunen van goede doelen (maximaal 10 punten):

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen heeft op geen enkel van de bovengenoemde punten een aantoonbare maatschappelijke betrokkenheid ➜ 0 punten

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen is aantoonbaar maatschappelijk betrokken op minimaal één van de criteria ➜ 5 punten

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen is aantoonbaar maatschappelijk betrokken op alle van de bovengenoemde criteria ➜ 10 punten

    • De mate van ondernemerservaring en opleidingsachtergrond van de gegadigde (maximaal 5 punten):

      • ◼︎

        De gegadigde heeft géén ondernemerservaring of opleidingsachtergrond binnen de assortimenten waarvoor de aanvraag wordt ingediend ➜ 0 punten

      • ◼︎

        De gegadigde heeft ervaring als ondernemer op de markt/eerdere standplaats/in een winkel en/of heeft opleidingen/cursussen/stages afgerond binnen de assortimenten waarvoor de aanvraag wordt ingediend ➜ 5 punten

  • 3.

    Nieuwe standplaatshouders dienen op minimaal 2 onderdelen te scoren, waarbij bovendien een minimaal aantal van 30 punten moet worden behaald.

  • 4.

    De vergunning wordt verleend aan de gegadigde met de meeste punten. Indien 2 of meerdere gegadigden een gelijk aantal punten scoren, volgt tussen hen een loting.

Artikel 10. Intrekkingsgronden

  • 1.

    Het college trekt een vergunning in:

    • a.

      In gevallen zoals vermeld in artikel 1:6 van de APV;

    • b.

      Bij overlijden van de vergunninghouder, blijvende arbeidsongeschiktheid of ondercuratelestelling van de vergunninghouder of bedrijfsbeëindiging, tenzij de vergunning binnen de daarvoor bepaalde termijn wordt overgeschreven overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.

  • 2.

    Het college kan een vergunning intrekken als de vergunninghouder wegens ziekte of bijzondere omstandigheden gedurende een periode van 4 maanden aaneengesloten geen gebruik heeft gemaakt van zijn vergunning door geen standplaats in te nemen en zich niet heeft laten vervangen door een tijdelijke plaatsvervanger, zoals beschreven in artikel 17 lid 7.

Hoofdstuk 3 Bepalingen seizoensgebonden standplaatsen

Artikel 11. Dagen en tijden seizoensgebonden standplaatsen

De seizoensgebonden verkoopinrichting hoeft gedurende het seizoen de standplaats tijdens sluitingsdagen- en tijden niet te verlaten.

Artikel 12. Oliebollen standplaats

  • 1.

    Er zijn 2 locaties waar een seizoensgebonden standplaats voor de verkoop van oliebollen kan worden ingenomen, zie bijlage 2 “Overzichtskaart seizoengebonden standplaatsen”:

    • ◼︎

      Kon. Julianalaan op het plein ter hoogte van winkelcentrum De Julianabaan te Voorburg;

    • ◼︎

      Mall of the Netherlands (eigen terrein).

  • 2.

    Een standplaatshouder mag slechts 1 standplaats voor de verkoop van oliebollen tegelijkertijd innemen.

  • 3.

    Het seizoen voor verkoop van oliebollen loopt van 1 oktober tot en met 31 december.

  • 4.

    De vergunning wordt afgegeven voor de duur van 15 seizoenen.

  • 5.

    Uitzondering op lid 1 tot en met 4 is de verkoop van oliebollen door winkels die enkel brood en banket verkopen. Voornoemde winkels kunnen een vergunning aanvragen om vanaf 24 december tot en met 31 december 18.00 uur in nabijheid van hun winkelpand oliebollen te mogen verkopen vanuit een kraam. Bakken en frituren is niet toegestaan op deze standplaatsen.

Artikel 13. Kerstbomen standplaats

  • 1.

    Er zijn 8 locaties waar een seizoensgebonden standplaats voor de verkoop van kerstbomen kan worden ingenomen, zie bijlage 2 “Overzichtskaart seizoengebonden standplaatsen”:

    • Parkeerterrein splitsing Oosteinde/Parkweg, ter hoogte van Oosteinde 130 te Voorburg;

    • Grasveld Prins Bernhardlaan/ Schellinglaan te Voorburg;

    • Fluitpolderplein te Leidschendam;

    • President Kennedyplein te Leidschendam;

    • Koningin Julianalaan 38a, naast bloemenkiosk te Voorburg;

    • Sint Martinuslaan 223a, naast bloemenkiosk te Voorburg;

    • Van Arembergelaan ter hoogte van 18a, naast bloemenkiosk te Voorburg;

    • Hofzichtlaan ter hoogte van 131, naast bloemenkiosk te Voorburg.

  • 2.

    Een standplaatshouder mag per seizoen slechts 1 standplaats voor de verkoop van kerstbomen tegelijkertijd innemen.

  • 3.

    Het seizoen voor verkoop van kerstbomen loopt van 1 november tot en met 31 december 18.00 uur.

  • 4.

    De vergunning wordt afgegeven voor de duur van 15 seizoenen.

Artikel 14. IJsverkoop standplaats

  • 1.

    Er is 1 locatie waar een seizoensgebonden standplaats voor de verkoop van ijs kan worden ingenomen, zie bijlage 2 “Overzichtskaart seizoengebonden standplaatsen”:

    • Kruising van Appelgaarde/Zijdepad/Charlotte van Pallandtlaan (ter hoogte van het fietspad).

  • 2.

    Een standplaatshouder mag per seizoen slechts 1 standplaats voor de verkoop van ijs tegelijkertijd innemen.

  • 3.

    Het seizoen voor verkoop van ijs loopt van 1 maart tot en met 31 oktober.

  • 4.

    De vergunning wordt afgegeven voor de duur van 15 seizoenen.

Artikel 15. Verdeelmethode vrijkomende seizoengebonden standplaatsen

  • 1.

    Voor de wijze van afhandeling van aanvragen wordt een transparante systematiek gehanteerd. Vrijkomende seizoensgebonden standplaatsen worden openbaar bekend gemaakt via het openbare kennisgevings-kanaal van de gemeente. Dit gebeurt 1 jaar vóór het aflopen van de vergunning. Gegadigden hebben vervolgens 8 weken de tijd om een volledige aanvraag in te dienen.

  • 2.

    Bij de beoordeling van de aanvragen (dus: meer dan 1) kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximumaantal:

    • De mate van verzorging van de kraam/verkoopwagen van de gegadigde (maximaal 5 punten):

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen is niet goed onderhouden en/of oogt niet hygiënisch ➜ 0 punten

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen is goed onderhouden en oogt hygiënisch ➜ 5 punten

    • De mate waarin de gegadigde een aantoonbare maatschappelijke betrokkenheid heeft in de vorm van het duurzaam exploiteren van de kraam (o.a. verkoop van duurzaam geproduceerde producten en het aandacht schenken aan afvalscheiding en recycling), een sociale functie hebben in de buurt of wijk, het zijn van een erkend leerwerkbedrijf dan wel de verkoop van producten van een erkend leerwerkbedrijf en het ondersteunen van goede doelen (maximaal 10 punten):

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen heeft op geen enkel van de bovengenoemde punten een aantoonbare maatschappelijke betrokkenheid ➜ 0 punten

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen is aantoonbaar maatschappelijk betrokken op minimaal één van de criteria ➜ 5 punten

      • ◼︎

        De kraam/verkoopwagen is aantoonbaar maatschappelijk betrokken op alle van de bovengenoemde criteria ➜ 10 punten

    • De mate van ondernemerservaring en opleidingsachtergrond van de gegadigde (maximaal 5 punten):

      • ◼︎

        De gegadigde heeft géén ondernemerservaring of opleidingsachtergrond binnen de assortimenten waarvoor de aanvraag wordt ingediend ➜ 0 punten

      • ◼︎

        De gegadigde heeft ervaring als ondernemer op de markt/eerdere standplaats/in een winkel en/of heeft opleidingen/cursussen/stages afgerond binnen de assortimenten waarvoor de aanvraag wordt ingediend ➜ 5 punten

  • 3.

    Nieuwe standplaatshouders dienen op minimaal 2 onderdelen te scoren, waarbij bovendien een minimaal aantal van 15 punten moet worden behaald.

  • 4.

    De vergunning wordt verleend aan de gegadigde met de meeste punten. Indien 2 of meerdere gegadigden een gelijk aantal punten scoren, volgt tussen hen een loting.

  • 5.

    Er zijn 2 uitzonderingen op lid 1/m 4:

    • a.

      De seizoensgebonden standplaats voor de verkoop van oliebollen op locatie Mall of the Netherlands. De grondeigenaar bepaalt wie de grond mag innemen. Er is wel vergunning van het college nodig. Een vergunning wordt verleend behoudens rechten van derden.

    • b.

      De verkoop van kerstbomen bij een bloemenkiosk en/of een tuincentrum. Kerstboomverkoop bij een bloemenkiosk of tuincentrum is voorbehouden aan de exploitant daarvan.

Hoofdstuk 4 Incidentele standplaatsen

Artikel 16. Melding incidentele standplaatsen

  • 1.

    Een melding voor een incidentele standplaats dient tenminste 10 werkdagen van tevoren ingediend te worden. De melder krijgt na indiening een ontvangstbevestiging.

  • 2.

    Voor een incidentele standplaats komen alleen in aanmerking:

    • Verenigingen met een ideële of politieke grondslag;

    • Instellingen die voorlichting geven en preventiewerk verrichten op het gebied van volksgezondheid;

    • Activiteiten die de veiligheid en personen en goederen bevorderen.

  • 2.

    Op de volgende locaties kan een incidentele standplaats worden ingenomen:

    • Damplein te Leidschendam;

    • Prins Frederiklaan te Leidschendam;

    • Herenstraat te Voorburg;

    • Koningin Julianalaan te Voorburg;

    • Evenemententerrein Prins Bernhardlaan te Voorburg.

  • 3.

    Het college stelt de volgende voorschriften ten aanzien van incidentele standplaatsen vast:

    • 1.

      Alle aanwijzingen en bevelen van de politie, brandweer en/of ambtenaren van de gemeentelijke afdeling toezicht en handhaving moeten direct worden opgevolgd.

    • 2.

      De melder vrijwaart de gemeente van alle vorderingen die derden tegenover haar zou kunnen instellen tot vergoeding van schade door handelingen, nalatigheden of onvoorzichtigheden, voortvloeiende uit innemen van de standplaats.

    • 3.

      Werkzaamheden nodig om beschadigingen en/of vervuiling op te heffen zijn voor rekening van de melder.

    • 4.

      Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.

    • 5.

      In alle gevallen dient de verkeersveiligheid gewaarborgd te worden.

    • 6.

      Standplaatsen mogen het uitzicht op kruisingen, oversteekplaatsen, uitritten en dergelijke niet belemmeren.

    • 7.

      Voertuigen behorende bij de standplaats dienen op een reguliere parkeerplaats geparkeerd te worden.

    • 8.

      Het is aan de standplaatshouder zelf om voor een nutsvoorziening te zorgen, zonder hierbij gebruik te maken van geluid producerende middelen zoals een aggregaat of generator.

    • 9.

      Indien de vergunninghouder gebruik maakt van (stroom)kabels die over het trottoir moeten liggen, dan dienen de kabels afgedekt te zijn met rubberen matten.

    • 10.

      Eventueel aanwezige brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen dienen te worden vrijgehouden voor blusvoertuigen en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.

    • 11.

      De minimale doorrijbreedte voor hulpdiensten dient 4,5 meter zijn, waarvan 3,25 meter verhard.

    • 12.

      De minimale vrije doorrijhoogte voor hulpdiensten dient 4,2 meter zijn.

    • 13.

      Er dient voldoende ruimte in de bochten te zijn voor brandweervoertuigen, let daarbij ook op luifels of andere obstakels in de weg.

    • 14.

      Uitgangen en nooduitgangen van gebouwen aangrenzend aan de standplaats (zoals winkels en cafés) dienen vrij te blijven.

    • 15.

      Het gebruik van geluidsapparatuur is niet toegestaan.

    • 16.

      Bakken en frituren is niet toegestaan.

Hoofdstuk 5 Vergunningvoorschriften

Artikel 17. Vergunningvoorschriften

De volgende voorschriften worden in elk geval verbonden aan een standplaatsvergunning:

 

  • 1.

    Alle aanwijzingen en bevelen van de politie, brandweer en/of ambtenaren van de gemeentelijke afdeling toezicht en handhaving moeten direct worden opgevolgd.

  • 2.

    De vergunninghouder vrijwaart de gemeente van alle vorderingen die derden tegenover haar zou Kunnen instellen tot vergoeding van schade door handelingen, nalatigheden of onvoorzichtigheden, voortvloeiende uit gebruikmaking van de vergunning.

  • 3.

    Werkzaamheden nodig om beschadigingen en/of vervuiling op te heffen zijn voor rekening van de vergunninghouder.

  • 4.

    Bij overtreding van de voorschriften of wettelijke bepalingen kan de vergunning onmiddellijk worden ingetrokken.

  • 5.

    Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.

  • 6.

    De vergunning is persoonsgebonden. De standplaatshouder moet het verkooppunt zelf exploiteren onder zijn directe verantwoordelijkheid.

  • 7.

    In geval van ziekte of bijzondere omstandigheden kan in de vergunning een tijdelijke plaatsvervanger worden aangewezen door de vergunninghouder. Deze tijdelijke plaatsvervanger handelt wel onder directe verantwoordelijkheid van de standplaatshouder.

  • 8.

    De vergunninghouder kan een vaste waarnemer aanwijzen in de vergunning. De vergunninghouder blijft volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor de standplaats. De vergunninghouder meldt dit bij de gemeente en verstrekt de gemeente desgewenst de NAW-gegevens van deze vervanger.

  • 9.

    De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en bedrijfsnaam aan te geven.

  • 10.

    Het gebruik van geluidsapparatuur is niet toegestaan.

  • 11.

    De standplaats mag uitsluitend worden ingenomen op de aangegeven locatie op de plattegrond.

  • 12.

    Het is de vergunninghouder niet toegestaan een terras bij de standplaats neer te zetten of op andere wijze een zitmogelijkheid te creëren.

  • 13.

    De standplaats mag uitsluitend worden ingenomen op de in de vergunning aangegeven locatie.

  • 14.

    De standplaats mag alleen worden ingenomen voor het te koop aanbieden van goederen, het verkopen of verstrekken van goederen, dan wel het aanbieden van diensten, zoals in de vergunning is omschreven.

  • 15.

    Voertuigen behorende bij de standplaats dienen op een reguliere parkeerplaats geparkeerd te worden.

  • 16.

    Het college behoudt het recht ingevolge bijzondere omstandigheden en/of onverwachte situaties van de goedgekeurde locatie af te wijken.

  • 17.

    Het college behoudt het recht om aanvullende voorwaarden/gewijzigde voorwaarden aan de vergunning te stellen.

  • 18.

    De verkoop dient binnen de tijden zoals aangegeven in de beleidsregels plaats te vinden. Buiten die tijden is het niet toegestaan de standplaats in te nemen.

  • 19.

    De vergunninghouder ambulante standplaats moet iedere dag na exploitatie van de standplaats deze volledig ontruimen. De standplaats moet worden ontruimd binnen een uur nadat de verkoop moet zijn beëindigd. Het verkooppunt moet verrijdbaar of verplaatsbaar zijn.

  • 20.

    Rijplaten moeten worden neergelegd wanneer er sprake is van een kwetsbare ondergrond.

  • 21.

    De vergunninghouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt. De standplaatshouder moet de standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan tijdens en na het gebruik vrij te houden van afval en verpakkingsmaterialen.

  • 22.

    Het is aan de standplaatshouder zelf om voor een nutsvoorziening te zorgen, zonder hierbij gebruik te maken van geluid producerende middelen zoals een aggregaat of generator.

  • 23.

    Als de vergunninghouder gebruik maakt van (stroom)kabels die over het trottoir moeten liggen, dan dienen de kabels afgedekt te zijn met rubberen matten.

  • 24.

    Eventueel aanwezige brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen dienen te worden vrijgehouden voor blusvoertuigen en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.

  • 25.

    In alle gevallen dient de verkeersveiligheid gewaarborgd te worden.

  • 26.

    De standplaats mag het uitzicht op kruisingen, oversteekplaatsen, uitritten en dergelijke niet belemmeren.

  • 27.

    De minimale doorrijbreedte voor hulpdiensten dient 4,5 meter zijn, waarvan 3,25 meter verhard.

  • 28.

    De minimale vrije doorrijhoogte voor hulpdiensten dient 4,2 meter zijn.

  • 29.

    Er dient voldoende ruimte in de bochten te zijn voor brandweervoertuigen, let daarbij ook op luifels of andere obstakels in de weg.

  • 30.

    Uitgangen en nooduitgangen van gebouwen aangrenzend aan de standplaats (zoals winkels en cafés) dienen vrij te blijven.

In het geval van een bakkraam of bakwagen worden aanvullend de volgende voorschriften verbonden:

 

  • 31.

    Blustoestellen of blusmiddelen met een inhoud van tenminste 6 kg of 6 liter blusstof dienen zichtbaar en voor onmiddellijk gebruik gereed te zijn haspels dienen volledig te zijn afgerold. Met uitzondering van de haspels waarbij de instructie aangeeft dat afrollen niet noodzakelijk is.

  • 32.

    De brandblusser moet zijn gekeurd.

  • 33.

    Een gasfles dient altijd rechtop te staan en mag niet worden geplaatst in een vluchtroute en/of dicht bij een warmtebron, zoals een open vuur of kachel.

  • 34.

    Gasslangen moeten periodiek vakkundig gecontroleerd worden op slijtage, lekkage en beschadigingen. Bij verkleuring, vervorming, beschadiging of tekenen van poreusheid dient de gasslang vervangen te worden. De slang en gasdrukregelaar die wordt gebruikt moet passen bij het soort gas wat wordt gebruikt. Een gasslang dient te zijn voorzien van een jaartal en de naam van de fabrikant.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 18. Overgangsrecht

  • 1.

    Een vergunninghouder die op de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels beschikt over een rechtsgeldige standplaatsvergunning, kan tot 6 maanden na de datum van inwerkingtreding een verzoek doen tot verlenging van zijn vergunning onder het overgangsrecht. De vergunning wordt naar aanleiding van een dergelijk verzoek verlengd tot maximaal 10 jaren na de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels en vervalt na aan het einde van de verlengde vergunningsduur van rechtswege.

  • 2.

    Gedurende de verlenging worden deze bestaande standplaatshouders niet geconfronteerd met de nieuwe toewijzingscriteria, maar behouden zij hun standplaats onder de voorwaarden van hun bestaande vergunning.

  • 3.

    De standplaatshouder moet gedurende de overgangsperiode blijven voldoen aan de voorwaarden van de oude vergunning. Bij schending van deze voorwaarden kan de vergunning worden ingetrokken.

  • 4.

    Aan het einde van de verlengde vergunningsduur wordt de standplaats opnieuw toegewezen volgens de nieuwe beleidsregels. Standplaatshouders die geïnteresseerd zijn in voortzetting van hun plaats, moeten tijdig een nieuwe aanvraag indienen en dingen dan mee volgens de nieuwe schaarse beleidsregel.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Het “Vent- en standplaatsenbeleid 2008”, vastgesteld op 4 maart 2008, wordt ingetrokken gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregels. De wachtlijst voor standplaatsen komt gelijktijdig te vervallen.

  • 2.

    Deze beleidsregels treden in werking een dag na bekendmaking.

  • 3.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025’.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg d.d. 14 oktober 2025,

burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

R. den Haan

secretaris

M. W. Vroom

burgemeester

Toelichting

Algemeen

Het te koop aanbieden van goederen en diensten vanaf een standplaats in de openbare ruimte is een niet meer weg te denken activiteit in de meeste gemeenten in Nederland. Voorbeelden van standplaatsen zijn bijvoorbeeld de viskar en de loempiakar. Ook de oliebollen- en kerstboomverkopers in de decembermaand en de ijsverkopers in het zomerseizoen vallen onder deze beleidsregels. Standplaatsen verlevendigen de stad of het dorp, verschaffen werkgelegenheid, dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte en zijn een verrijking voor het voorzieningenaanbod voor de consument. Tegelijkertijd kan een standplaats op sommige locaties ook onveilige situaties veroorzaken. Een vergunningstelsel is noodzakelijk omdat een standplaats ook overlast voor de omgeving of onveilig verkeersgedrag kan veroorzaken of het straatbeeld kan ontsieren. Om al deze belangen goed af te kunnen wegen is het gewenst om beleidsregels vast te stellen. Het bestaande standplaatsenbeleid dateert uit 2008 (Vent- en standplaatsenbeleid 2008. Diverse wet- en regelgeving is sindsdien veranderd. Ook is er de nodigde jurisprudentie uitgesproken verband houdende met standplaatsen. Het huidige standplaatsenbeleid is niet langer als actueel te beschouwen, hetgeen kan leiden tot knelpunten in de uitvoering van het beleid. Daarom dient het beleid geactualiseerd te worden. Het Vent- en standplaatsenbeleid 2008 wordt ingetrokken gelijktijdig met het vaststellen van Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025.

 

Juridisch kader

Bij het formuleren van beleidsregels is rekening gehouden met diverse wettelijke regelingen. Hieronder zijn relevante regelingen kort benoemd.

 

Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Gemeente Leidschendam - Voorburg heeft in artikel 5:18 van de APV opgenomen dat zonder vergunning van het college geen standplaats mag worden ingenomen. Een vergunning kan worden geweigerd als dat nodig is in het belang van openbare orde en veiligheid, milieu en volksgezondheid. Ook moet worden voldaan aan omgevingsplanregels, eisen van redelijke welstand en kan een kwantitatieve of territoriale beperking op worden gelegd in verband met een dwingende reden van algemeen belang.

 

Verder kent de APV artikel 1:4 (voorschriften en beperkingen), artikel 1:5 (persoonlijk karakter van vergunning), artikel 1:6 (intrekken of wijzigen vergunning), artikel 1:7 (vergunning voor bepaalde tijd), artikel 1:8 (weigeringsgrond openbare orde en veiligheid, milieu en volksgezondheid), artikel 4:17 (begripsbepalingen standplaatsen), artikel 5:18A (meldplicht voor incidentele standplaatsen, bevoegdheid college voor het stellen van nadere regels) en 5:19 (toestemming rechthebbende).

 

Overige regelgeving

 

Besluit brandveilig gebruik overige plaatsen en basishulpverlening (hierna: BGBOP)

Op 1 januari 2018 is het BGBOP in werking getreden. Het BGBOP bepaalt de afstand tussen gebouwen en o.a. standplaatsen. Een afstand van 5 meter geldt voor bakkramen waarin men bakt of frituurt. Bij de locatiekeuzes houden we rekening met de afstandscriteria. Om die reden zijn ze als weigeringsgrond opgenomen.

 

De Warenwet

In de Warenwet staat waar levensmiddelen en andere consumentenproducten aan moeten voldoen.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert of deze regels worden nageleefd.

De bepalingen van de Winkeltijdenwet gelden ook voor standplaatsen.

 

Per 1 september 2004 is er een Hygiënecode Ambulante Handel Eet en Drinkwaren uitgebracht door het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel (HBD). Eten en drinken verkopen op markten en evenementen | Voedselveiligheid in horeca, ambacht en retail | NVWA

 

Wet Milieubeheer

In de Wet Milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor standplaatshouders. Vooral aan geuroverlast veroorzakende en voedsel bereidende mobiele verkoopinrichtingen (denk bijvoorbeeld aan verkoop van vis en snacks) worden milieueisen gesteld. Voor het bereiden van voedingsmiddelen moet voldaan worden aan de regels van het Omgevingsplan. Totdat de gemeente in het Omgevingsplan zelf lozingsregels heeft opgesteld, gelden de regels van paragraaf 22.3.15 van de bruidsschat Omgevingsplan.

 

Legesverordening

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van een standplaatsvergunning zijn kosten verbonden. De tarieven staan vermeld in de Legesverordening.

 

Europese Dienstenrichtlijn

Standplaatsen mogen als gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn en in samenhang met het leerstuk van schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd worden verleend en er moeten gelijke kansen op standplaatsenvergunningen bestaan.

Op grond van artikel 1:7 lid 2 van de APV en het “Vent- en standplaatsenbeleid 2008” werden standplaatsvergunningen ambulante handel voor de duur van 3 jaar verleend.

Uit onderzoek van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel (CVAH) en van SEO Economisch Onderzoek (in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat) en uit Uitspraak van de Raad van State (21 juli 2021) is gebleken dat voor de ondernemers de geldigheidsduur van 3 jaar geen passende terugverdientijd is.

Het terugverdienen van de investeringen wordt door de Europese Dienstenrichtlijn als voorwaarde gesteld aan de duur van een verleende vergunning. Een specifieke geldigheidsduur wordt echter niet voorgeschreven.

Om de vergunninghouders in de toekomst de mogelijkheid te bieden om hun investeringen terug te verdienen en daarbij nog een minimum inkomen verdienen voor het levensonderhoud worden de standplaatsvergunningen voor een ambulante standplaats voortaan voor 15 kalenderjaren verleend.

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

De begripsbepalingen verduidelijken wat wordt bedoeld.

Onder een standplaats wordt verstaan: een plaats op of aan de weg in de zin van artikel 1:1 van de APV alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen, voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel leveren van diensten, gebruikmakend van een verkoopinrichting, waarbij tenminste de kopende of de afnemende partij zich op of aan de weg bevindt. Onder standplaats wordt niet verstaan:

Onder een standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaar- of weekmarkt of tijdens een evenement. Een onderscheid in standplaatsen kan worden gemaakt tussen:

  • ambulante standplaats

  • seizoensgebonden standplaats

  • incidentele standplaats.

Artikel 2 Aanvraag

Door een aanvraagformulier te hanteren krijgt de gemeente in de regel direct de noodzakelijke informatie om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen en te kunnen toetsen aan de criteria. Dit voorkomt dat steeds aanvullende gegevens moeten worden gevraagd. Het digitale aanvraagformulier staat op de gemeentelijke webpagina Markt- en standplaatsvergunning | Gemeente Leidschendam-Voorburg (lv.nl). Een vergunninghouder moet verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid als gevolg van het uitoefenen van het ambulante bedrijf (WA-verzekering als koopman/bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering).

 

Artikel 3 Weigeringsgrond

 

Tweede lid:

Verkoop van alcoholhoudende drank en (soft)drugs is niet toegestaan.

 

Derde lid:

Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn (vrij verkeer van vestiging) (hierna: richtlijn) mag een kwantitatieve of territoriale beperking worden gesteld, mits:

  • geen sprake is van discriminatie naar nationaliteit of statutaire zetel (discriminatieverbod);

  • er sprake is van een dwingende reden van algemeen belang (noodzakelijkheid); en

  • de maatregelen zijn geschikt om het nagestreefde doel te bereiken en gaan niet verder dan nodig is en het doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt (evenredigheid) (artikel 15 Dienstenrichtlijn).

De formulering van artikel 5:18 lid 3 onder b APV en artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels is hierop afgestemd. Het begrip ‘dwingende reden van algemeen belang’ zoals bedoeld in artikel 9 van de richtlijn (vrij verkeer van vestiging) is door het Hof van Justitie ontwikkeld en kan zich nog verder ontwikkelen. Het betreft hier de zogenaamde ‘rule of reason’. Dit begrip omvat de volgende gronden: openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid, als bedoeld in de artikelen 46 en 55 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en andere dwingende redenen waaronder milieu (overweging 40 bij de richtlijn).

 

Vierde lid:

Zie toelichting op artikel 9.

 

Vijfde, zesde en zevende lid:

Zie eerdere toelichting bij juridisch kader.

 

Artikel 4 Locaties ambulante standplaatsen

 

Eerste lid

De genoemde locaties kunnen worden aangevuld met nieuwe locaties als hiertoe initiatief wordt genomen. Als mogelijke locaties ziet het college: het Stationsplein, rondom de Randstadrailhalte Leidschendam-Voorburg, het Huygenskwartier (Herenstraat) en winkelcentrum Julianabaan.

 

Artikel 6 Verdeling dagen en beschikbare ambulante standplaatsen

 

Eerste lid

In lid 1 wordt bepaald dat per locatie slechts aan 1 exploitant voor maximaal 3 dagen een standplaatsvergunning kan worden verleend voor de duur van 15 jaar. Als er echter niet meer aanvragen zijn ingediend voor de locatie of overige aanvragen moesten worden geweigerd, zou dat feitelijk betekenen dat er 15 jaar lang op 4 dagen geen standplaats wordt ingenomen.

Omdat dat geen gewenste situatie is, heeft het college in lid 3 opgenomen dat in voornoemd geval kan worden afgeweken van lid 1. Een tweede vergunning voor de duur van 15 jaar kan in dat geval worden verleend aan dezelfde exploitant voor de resterende dagen.

1 jaar vóór het aflopen van de tweede vergunning met geldigheidsduur van 15 jaar wordt de vrijkomende ambulante standplaats voor die specifieke dagen openbaar bekend gemaakt via de openbare kennisgevings-kanalen van de gemeente. Gegadigden (waaronder ook de exploitant die vergunning voor de duur van 15 jaar heeft voor 3 dagen) hebben vervolgens 8 weken de tijd om een volledige aanvraag in te dienen.

 

Vierde lid

Vrijkomende standplaatsen en besluiten worden door team Vergunningen van de afdeling KCC gepubliceerd via de gemeentelijke kanalen (zoals gemeentelijke website, Voorburgs Dagblad) en op de website www.overheid.nl via het gemeenteblad van Gemeente Leidschendam-Voorburg. Potentiële standplaatshouders kunnen zo op de hoogte worden gesteld als er standplaatsen vrijkomen en kunnen zich aanmelden door een aanvraag te doen via het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website.

 

Artikel 8 Geldigheidsduur vergunning ambulante standplaats

 

Vijfde lid:

Blijvende arbeidsongeschiktheid moet worden vastgesteld door een arts en arbeidsdeskundige van het UWV.

 

Artikel 9 Verdeelmethode

Het toewijzen van punten in de verdeelmethode geschiedt op basis van advies dat door de vergunningverlener op basis van de ingediende aanvraag en bijlagen wordt ingewonnen bij de hulpdiensten, beleidsadviseur economie, stadsbeheer, NVWA en handhaving.

Gegadigden ontvangen een verslag van het proces van toewijzing dat is toegepast bij de verdeelmethode.

 

Indien loting moet plaatsvinden, geschiedt dat als volgt:

  • De aanvragers die voldoen aan de gestelde indieningsvereisten worden over de datum en plaats van de loting in kennis gesteld en uitgenodigd om bij de loting aanwezig te zijn. Als bijlage bij deze uitnodiging wordt de ‘wijze van loting’ toegevoegd.

  • De loting geschiedt in het gemeentehuis door 2 medewerkers van de gemeente.

  • De aanvrager van wie het eerste lot wordt getrokken maakt direct nadat zijn of haar lot is getrokken een definitieve keuze over maximaal 3 dagen waarop de standplaats wordt ingenomen (deze dagen kunnen vanaf dat moment niet meer worden gewisseld en deze keuze kan dus gevolgen hebben voor eventuele vervolgtrekkingen). Deze keuze wordt schriftelijk vastgelegd.

  • Voornoemde stap wordt herhaald voor de aanvrager van wie het tweede lot wordt getrokken voor maximaal 3 dagen.

  • Voornoemde stap wordt herhaald op volgorde van trekking tot dat alle dagen zijn verloot of enkel dagen resteren waarvoor geen belangstelling bestaat van de aanvragers.

  • Indien tot vergunningverlening wordt overgegaan, worden de overige aanvragen afgewezen.

  • Binnen 2 weken na de loting wordt aan alle aanvragers een besluit op hun aanvraag verstuurd.

Artikel 12 Oliebollen standplaats

 

Tweede lid

Zie toelichting op artikel 4.

 

Artikel 13 Kerstbomen standplaats

 

Tweede lid

Zie toelichting op artikel 4.

 

Artikel 14 IJsverkoop standplaats

 

Tweede lid

Zie toelichting op artikel 4.

 

Artikel 15 Verdeelmethode vrijkomende seizoengebonden standplaatsen

 

Vijfde lid

Zie toelichting op artikel 9.

Bijlage 1 Overzichtskaart ambulante standplaatsen

 

 

Bijlage 2 Overzichtskaart seizoensgebonden standplaatsen

 

Naar boven