Gemeenteblad van Leidschendam-Voorburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leidschendam-Voorburg | Gemeenteblad 2025, 472664 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leidschendam-Voorburg | Gemeenteblad 2025, 472664 | beleidsregel |
Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg;
gelet op de artikelen 1:4, 1:5, 1:6, 1:7, 1:8, 5:17, 5:18, 5:18A en 5:19 van de Algemene Plaatselijke Verordening Leidschendam-Voorburg (APV) en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Besluit BGBOP)”;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
gezien het collegebesluit van 14 oktober 2025 (nummer 3894);
Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Standplaats: een plaats op of aan de weg in de zin van artikel 1:1 van de APV alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen, voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel leveren van diensten, gebruikmakend van een verkoopinrichting, waarbij tenminste de kopende of de afnemende partij zich op of aan de weg bevindt. Onder standplaats wordt niet verstaan:
Hoofdstuk 2 Bepalingen ambulante standplaatsen
Artikel 5. Dagen en tijden ambulante standplaatsen
Ambulante standplaatsen mogen worden ingenomen op maandag tot en met zondag van 08:00 tot 22:00 uur.
Artikel 6. Verdeling dagen en beschikbare ambulante standplaatsen
Indien volgens de in artikel 9 gestelde verdeelmethode uiteindelijk geen aanvraag wordt ingediend dan wel na de te volgen procedure geen standplaatsvergunning wordt verstrekt voor het innemen van een ambulante standplaats, dan wordt deze standplaats op de nog niet vergunde dagen aangemerkt als beschikbaar.
Artikel 7. Tijdelijk niet innemen kunnen standplaats
In geval van het tijdelijk niet in kunnen nemen van een standplaats vanwege onderhoudswerkzaamheden of evenement op de locatie, geldt er een inspanningsplicht voor de gemeente om op zoek te gaan naar een gelijkwaardige locatie waar de standplaatshouder(s) een standplaats kan innemen gedurende de onderhoudswerkzaamheden of het evenement.
Artikel 8. Geldigheidsduur vergunning ambulante standplaats
In geval van een wijziging of het wegvallen van een ambulante standplaatslocatie binnen de vergunningstermijn van 15 jaar, geldt er een inspanningsplicht voor de gemeente om op zoek te gaan naar een andere gelijkwaardige locatie waar de standplaatshouder(s) een ambulante standplaats kan innemen voor de resterende termijn van de vergunning.
In geval van overlijden, ondercuratelestelling, blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder of bedrijfsbeëindiging kan op aanvraag van de vergunninghouder, zijn/haar erven of curator de ambulante standplaatsvergunning worden overgeschreven op naam van de echtgenoot/echtgenote, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij/zij duurzaam samenwoont dan wel samenwoonde, of zijn/haar kind. De overschrijving geldt voor de resterende duur van de bestaande vergunning.
Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van lid 3 kan een medewerk(st)er van de vergunninghouder of mede-eigenaar van diens bedrijf de vergunning voor een ambulante standplaats overnemen indien hij/zij ten minste 12 maanden in loondienst van het bedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
Artikel 9. Verdeelmethode vrijkomende ambulante standplaats vergunningen
Voor de wijze van afhandeling van aanvragen wordt een transparante systematiek gehanteerd. Vrijkomende ambulante standplaatsen worden openbaar bekend gemaakt via het openbare kennisgevings-kanaal van de gemeente. Dit gebeurt 1 jaar vóór het aflopen van de vergunning. Gegadigden hebben vervolgens 8 weken de tijd om een volledige aanvraag in te dienen.
Bij de beoordeling van de aanvragen (dus: meer dan 1) kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximumaantal:
De mate waarin de gegadigde een aantoonbare maatschappelijke betrokkenheid heeft in de vorm van het duurzaam exploiteren van de kraam (o.a. verkoop van duurzaam geproduceerde producten en het aandacht schenken aan afvalscheiding en recycling), een sociale functie hebben in de buurt of wijk, het zijn van een erkend leerwerkbedrijf dan wel de verkoop van producten van een erkend leerwerkbedrijf en het ondersteunen van goede doelen (maximaal 10 punten):
Artikel 10. Intrekkingsgronden
Het college kan een vergunning intrekken als de vergunninghouder wegens ziekte of bijzondere omstandigheden gedurende een periode van 4 maanden aaneengesloten geen gebruik heeft gemaakt van zijn vergunning door geen standplaats in te nemen en zich niet heeft laten vervangen door een tijdelijke plaatsvervanger, zoals beschreven in artikel 17 lid 7.
Hoofdstuk 3 Bepalingen seizoensgebonden standplaatsen
Artikel 11. Dagen en tijden seizoensgebonden standplaatsen
De seizoensgebonden verkoopinrichting hoeft gedurende het seizoen de standplaats tijdens sluitingsdagen- en tijden niet te verlaten.
Artikel 12. Oliebollen standplaats
Uitzondering op lid 1 tot en met 4 is de verkoop van oliebollen door winkels die enkel brood en banket verkopen. Voornoemde winkels kunnen een vergunning aanvragen om vanaf 24 december tot en met 31 december 18.00 uur in nabijheid van hun winkelpand oliebollen te mogen verkopen vanuit een kraam. Bakken en frituren is niet toegestaan op deze standplaatsen.
Artikel 15. Verdeelmethode vrijkomende seizoengebonden standplaatsen
Voor de wijze van afhandeling van aanvragen wordt een transparante systematiek gehanteerd. Vrijkomende seizoensgebonden standplaatsen worden openbaar bekend gemaakt via het openbare kennisgevings-kanaal van de gemeente. Dit gebeurt 1 jaar vóór het aflopen van de vergunning. Gegadigden hebben vervolgens 8 weken de tijd om een volledige aanvraag in te dienen.
Bij de beoordeling van de aanvragen (dus: meer dan 1) kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximumaantal:
De mate waarin de gegadigde een aantoonbare maatschappelijke betrokkenheid heeft in de vorm van het duurzaam exploiteren van de kraam (o.a. verkoop van duurzaam geproduceerde producten en het aandacht schenken aan afvalscheiding en recycling), een sociale functie hebben in de buurt of wijk, het zijn van een erkend leerwerkbedrijf dan wel de verkoop van producten van een erkend leerwerkbedrijf en het ondersteunen van goede doelen (maximaal 10 punten):
Hoofdstuk 5 Vergunningvoorschriften
Artikel 17. Vergunningvoorschriften
De volgende voorschriften worden in elk geval verbonden aan een standplaatsvergunning:
In het geval van een bakkraam of bakwagen worden aanvullend de volgende voorschriften verbonden:
Gasslangen moeten periodiek vakkundig gecontroleerd worden op slijtage, lekkage en beschadigingen. Bij verkleuring, vervorming, beschadiging of tekenen van poreusheid dient de gasslang vervangen te worden. De slang en gasdrukregelaar die wordt gebruikt moet passen bij het soort gas wat wordt gebruikt. Een gasslang dient te zijn voorzien van een jaartal en de naam van de fabrikant.
Een vergunninghouder die op de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels beschikt over een rechtsgeldige standplaatsvergunning, kan tot 6 maanden na de datum van inwerkingtreding een verzoek doen tot verlenging van zijn vergunning onder het overgangsrecht. De vergunning wordt naar aanleiding van een dergelijk verzoek verlengd tot maximaal 10 jaren na de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels en vervalt na aan het einde van de verlengde vergunningsduur van rechtswege.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg d.d. 14 oktober 2025,
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R. den Haan
secretaris
M. W. Vroom
burgemeester
Het te koop aanbieden van goederen en diensten vanaf een standplaats in de openbare ruimte is een niet meer weg te denken activiteit in de meeste gemeenten in Nederland. Voorbeelden van standplaatsen zijn bijvoorbeeld de viskar en de loempiakar. Ook de oliebollen- en kerstboomverkopers in de decembermaand en de ijsverkopers in het zomerseizoen vallen onder deze beleidsregels. Standplaatsen verlevendigen de stad of het dorp, verschaffen werkgelegenheid, dragen bij aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte en zijn een verrijking voor het voorzieningenaanbod voor de consument. Tegelijkertijd kan een standplaats op sommige locaties ook onveilige situaties veroorzaken. Een vergunningstelsel is noodzakelijk omdat een standplaats ook overlast voor de omgeving of onveilig verkeersgedrag kan veroorzaken of het straatbeeld kan ontsieren. Om al deze belangen goed af te kunnen wegen is het gewenst om beleidsregels vast te stellen. Het bestaande standplaatsenbeleid dateert uit 2008 (Vent- en standplaatsenbeleid 2008. Diverse wet- en regelgeving is sindsdien veranderd. Ook is er de nodigde jurisprudentie uitgesproken verband houdende met standplaatsen. Het huidige standplaatsenbeleid is niet langer als actueel te beschouwen, hetgeen kan leiden tot knelpunten in de uitvoering van het beleid. Daarom dient het beleid geactualiseerd te worden. Het Vent- en standplaatsenbeleid 2008 wordt ingetrokken gelijktijdig met het vaststellen van Beleidsregels standplaatsen gemeente Leidschendam - Voorburg 2025.
Bij het formuleren van beleidsregels is rekening gehouden met diverse wettelijke regelingen. Hieronder zijn relevante regelingen kort benoemd.
Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
Gemeente Leidschendam - Voorburg heeft in artikel 5:18 van de APV opgenomen dat zonder vergunning van het college geen standplaats mag worden ingenomen. Een vergunning kan worden geweigerd als dat nodig is in het belang van openbare orde en veiligheid, milieu en volksgezondheid. Ook moet worden voldaan aan omgevingsplanregels, eisen van redelijke welstand en kan een kwantitatieve of territoriale beperking op worden gelegd in verband met een dwingende reden van algemeen belang.
Verder kent de APV artikel 1:4 (voorschriften en beperkingen), artikel 1:5 (persoonlijk karakter van vergunning), artikel 1:6 (intrekken of wijzigen vergunning), artikel 1:7 (vergunning voor bepaalde tijd), artikel 1:8 (weigeringsgrond openbare orde en veiligheid, milieu en volksgezondheid), artikel 4:17 (begripsbepalingen standplaatsen), artikel 5:18A (meldplicht voor incidentele standplaatsen, bevoegdheid college voor het stellen van nadere regels) en 5:19 (toestemming rechthebbende).
Besluit brandveilig gebruik overige plaatsen en basishulpverlening (hierna: BGBOP)
Op 1 januari 2018 is het BGBOP in werking getreden. Het BGBOP bepaalt de afstand tussen gebouwen en o.a. standplaatsen. Een afstand van 5 meter geldt voor bakkramen waarin men bakt of frituurt. Bij de locatiekeuzes houden we rekening met de afstandscriteria. Om die reden zijn ze als weigeringsgrond opgenomen.
In de Warenwet staat waar levensmiddelen en andere consumentenproducten aan moeten voldoen.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert of deze regels worden nageleefd.
De bepalingen van de Winkeltijdenwet gelden ook voor standplaatsen.
Per 1 september 2004 is er een Hygiënecode Ambulante Handel Eet en Drinkwaren uitgebracht door het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel (HBD). Eten en drinken verkopen op markten en evenementen | Voedselveiligheid in horeca, ambacht en retail | NVWA
In de Wet Milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor standplaatshouders. Vooral aan geuroverlast veroorzakende en voedsel bereidende mobiele verkoopinrichtingen (denk bijvoorbeeld aan verkoop van vis en snacks) worden milieueisen gesteld. Voor het bereiden van voedingsmiddelen moet voldaan worden aan de regels van het Omgevingsplan. Totdat de gemeente in het Omgevingsplan zelf lozingsregels heeft opgesteld, gelden de regels van paragraaf 22.3.15 van de bruidsschat Omgevingsplan.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van een standplaatsvergunning zijn kosten verbonden. De tarieven staan vermeld in de Legesverordening.
Standplaatsen mogen als gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn en in samenhang met het leerstuk van schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd worden verleend en er moeten gelijke kansen op standplaatsenvergunningen bestaan.
Op grond van artikel 1:7 lid 2 van de APV en het “Vent- en standplaatsenbeleid 2008” werden standplaatsvergunningen ambulante handel voor de duur van 3 jaar verleend.
Uit onderzoek van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel (CVAH) en van SEO Economisch Onderzoek (in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat) en uit Uitspraak van de Raad van State (21 juli 2021) is gebleken dat voor de ondernemers de geldigheidsduur van 3 jaar geen passende terugverdientijd is.
Het terugverdienen van de investeringen wordt door de Europese Dienstenrichtlijn als voorwaarde gesteld aan de duur van een verleende vergunning. Een specifieke geldigheidsduur wordt echter niet voorgeschreven.
Om de vergunninghouders in de toekomst de mogelijkheid te bieden om hun investeringen terug te verdienen en daarbij nog een minimum inkomen verdienen voor het levensonderhoud worden de standplaatsvergunningen voor een ambulante standplaats voortaan voor 15 kalenderjaren verleend.
De begripsbepalingen verduidelijken wat wordt bedoeld.
Onder een standplaats wordt verstaan: een plaats op of aan de weg in de zin van artikel 1:1 van de APV alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen, voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel leveren van diensten, gebruikmakend van een verkoopinrichting, waarbij tenminste de kopende of de afnemende partij zich op of aan de weg bevindt. Onder standplaats wordt niet verstaan:
Onder een standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaar- of weekmarkt of tijdens een evenement. Een onderscheid in standplaatsen kan worden gemaakt tussen:
Door een aanvraagformulier te hanteren krijgt de gemeente in de regel direct de noodzakelijke informatie om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen en te kunnen toetsen aan de criteria. Dit voorkomt dat steeds aanvullende gegevens moeten worden gevraagd. Het digitale aanvraagformulier staat op de gemeentelijke webpagina Markt- en standplaatsvergunning | Gemeente Leidschendam-Voorburg (lv.nl). Een vergunninghouder moet verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid als gevolg van het uitoefenen van het ambulante bedrijf (WA-verzekering als koopman/bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering).
Verkoop van alcoholhoudende drank en (soft)drugs is niet toegestaan.
Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn (vrij verkeer van vestiging) (hierna: richtlijn) mag een kwantitatieve of territoriale beperking worden gesteld, mits:
De formulering van artikel 5:18 lid 3 onder b APV en artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels is hierop afgestemd. Het begrip ‘dwingende reden van algemeen belang’ zoals bedoeld in artikel 9 van de richtlijn (vrij verkeer van vestiging) is door het Hof van Justitie ontwikkeld en kan zich nog verder ontwikkelen. Het betreft hier de zogenaamde ‘rule of reason’. Dit begrip omvat de volgende gronden: openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid, als bedoeld in de artikelen 46 en 55 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), en andere dwingende redenen waaronder milieu (overweging 40 bij de richtlijn).
Zie eerdere toelichting bij juridisch kader.
Artikel 4 Locaties ambulante standplaatsen
De genoemde locaties kunnen worden aangevuld met nieuwe locaties als hiertoe initiatief wordt genomen. Als mogelijke locaties ziet het college: het Stationsplein, rondom de Randstadrailhalte Leidschendam-Voorburg, het Huygenskwartier (Herenstraat) en winkelcentrum Julianabaan.
Artikel 6 Verdeling dagen en beschikbare ambulante standplaatsen
In lid 1 wordt bepaald dat per locatie slechts aan 1 exploitant voor maximaal 3 dagen een standplaatsvergunning kan worden verleend voor de duur van 15 jaar. Als er echter niet meer aanvragen zijn ingediend voor de locatie of overige aanvragen moesten worden geweigerd, zou dat feitelijk betekenen dat er 15 jaar lang op 4 dagen geen standplaats wordt ingenomen.
Omdat dat geen gewenste situatie is, heeft het college in lid 3 opgenomen dat in voornoemd geval kan worden afgeweken van lid 1. Een tweede vergunning voor de duur van 15 jaar kan in dat geval worden verleend aan dezelfde exploitant voor de resterende dagen.
1 jaar vóór het aflopen van de tweede vergunning met geldigheidsduur van 15 jaar wordt de vrijkomende ambulante standplaats voor die specifieke dagen openbaar bekend gemaakt via de openbare kennisgevings-kanalen van de gemeente. Gegadigden (waaronder ook de exploitant die vergunning voor de duur van 15 jaar heeft voor 3 dagen) hebben vervolgens 8 weken de tijd om een volledige aanvraag in te dienen.
Vrijkomende standplaatsen en besluiten worden door team Vergunningen van de afdeling KCC gepubliceerd via de gemeentelijke kanalen (zoals gemeentelijke website, Voorburgs Dagblad) en op de website www.overheid.nl via het gemeenteblad van Gemeente Leidschendam-Voorburg. Potentiële standplaatshouders kunnen zo op de hoogte worden gesteld als er standplaatsen vrijkomen en kunnen zich aanmelden door een aanvraag te doen via het digitale aanvraagformulier op de gemeentelijke website.
Artikel 8 Geldigheidsduur vergunning ambulante standplaats
Blijvende arbeidsongeschiktheid moet worden vastgesteld door een arts en arbeidsdeskundige van het UWV.
Het toewijzen van punten in de verdeelmethode geschiedt op basis van advies dat door de vergunningverlener op basis van de ingediende aanvraag en bijlagen wordt ingewonnen bij de hulpdiensten, beleidsadviseur economie, stadsbeheer, NVWA en handhaving.
Gegadigden ontvangen een verslag van het proces van toewijzing dat is toegepast bij de verdeelmethode.
Indien loting moet plaatsvinden, geschiedt dat als volgt:
De aanvrager van wie het eerste lot wordt getrokken maakt direct nadat zijn of haar lot is getrokken een definitieve keuze over maximaal 3 dagen waarop de standplaats wordt ingenomen (deze dagen kunnen vanaf dat moment niet meer worden gewisseld en deze keuze kan dus gevolgen hebben voor eventuele vervolgtrekkingen). Deze keuze wordt schriftelijk vastgelegd.
Artikel 12 Oliebollen standplaats
Artikel 13 Kerstbomen standplaats
Artikel 14 IJsverkoop standplaats
Artikel 15 Verdeelmethode vrijkomende seizoengebonden standplaatsen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-472664.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.