Gemeenteblad van Enschede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2025, 469690 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2025, 469690 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening jeugdhulp Enschede 2026
Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
algemene voorziening: overige voorziening in de zin van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder (of met een beperkt) voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Het gaat hierbij om een aanbod van diensten of activiteiten wat zowel individueel als groepsgericht kan zijn.
Hoofdstuk 3. TOEGANG TOT JEUGDHULPVOORZIENINGEN
Artikel 7. Toegang jeugdhulp via de gemeente
Naar aanleiding van de hulpvraag kan het college in gesprek gaan met de jeugdige en/of ouder(s) om de hulpvraag te verhelderen en advies te geven over passende voorzieningen. Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouder(s) over de toegang tot deze voorzieningen. Indien inzet van een individuele voorziening aan de orde is, informeert het college de jeugdige en/of ouder(s) over het aanvraagproces.
De jeugdige en/of zijn ouder(s) moeten zich binnen 3 maanden na de datum van het besluit melden bij een jeugdhulpaanbieder of het pgb besteden aan het resultaat waarvoor het is verstrekt. Als de jeugdige en/of ouder(s) dit niet doen, voldoen zij niet aan de voorwaarden van de individuele voorziening. In dat geval kan het college op grond van artikel 24 lid 2 onder h het besluit herzien of intrekken.
Artikel 8. Overige toegangsmogelijkheden jeugdhulp
Jeugdhulp die na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts aan een jeugdige en/of zijn ouder(s) is verleend door een aanbieder van jeugdhulp die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt, niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft.
Hoofdstuk 4. BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG OM EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE
Artikel 9. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Het college onderzoekt de noodzaak voor het treffen van een individuele voorziening op het gebied van jeugdhulp. Het college doet dit aan de hand van de volgende stappen:
stap 3: Wanneer het college de problemen en stoornissen heeft vastgesteld, wordt bepaald welke hulp naar aard (specifieke eisen of deskundigheid) en omvang (hoeveelheid en duur) nodig is voor de jeugdige om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, zo goed mogelijk rekening houdend met zijn persoonskenmerken, voorkeuren, leeftijd en ontwikkelingsniveau conform beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014. 1
stap 4: Nadat de noodzakelijke hulp in kaart is gebracht, wordt onderzocht of de ouders zelf (deels) in staat zijn om de problemen op te lossen, eventueel met hulp van hun sociale netwerk of gebruik makend van een andere of algemene voorziening. In artikel 10 is het onderzoek naar eigen kracht nader uitgewerkt;
stap 5: Als alle vragen onderzocht zijn en er is vastgesteld dat de hulp (deels) geleverd kan worden door ouders, eventueel met behulp van het sociale netwerk en/of een algemene of andere voorziening, kent het college geen individuele voorziening toe. Voor het deel waarvoor deze mogelijkheden niet toereikend of beschikbaar zijn, wordt een individuele voorziening toegekend.
Het college legt de uitkomsten van het onderzoek neer in een schriftelijk verslag. In dit verslag wordt tevens vastgelegd welke afspraken er zijn over de afstemming van de jeugdhulp op andere voorzieningen, onderwijszorg en leerplichtzaken. Dit verslag dient als motivering van het besluit op de aanvraag en wordt gezamenlijk met het besluit aan de aanvrager verstrekt.
Artikel 10. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht)
Het college gaat uit van de eigen kracht van de ouder om problemen op te lossen. Dit betekent dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen, mede gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Tot de eigen kracht behoort in elk geval het bieden van gebruikelijke hulp, zijnde hulp die naar algemeen aanvaarde maatstaven in redelijkheid mag worden verwacht van ouders. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke hulp uit de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014.2 Dit geldt ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen.
De eigen kracht is niet toereikend als uit het onderzoek blijkt dat:
De ouder niet in staat is de noodzakelijke hulp te bieden.
Dit is het geval als de ouder een gebrek aan kennis en vaardigheden heeft en (kwalitatief) niet in staat is om de noodzakelijke hulp te bieden, of dat slechts deels kan. Als een ouder niet in staat is om de noodzakelijke hulp te bieden, wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om de ouders in staat te stellen om in de toekomst wel zelfstandig de hulp te bieden.
De ouder niet beschikbaar is om de noodzakelijke hulp te bieden
Dit is het geval als de ouder niet in staat is om de benodigde hoeveelheid hulp te kunnen leveren op de momenten dat het kind deze nodig heeft. Hierbij moet beseft worden dat een ouder moet voorzien in een inkomen. Bij andere maatschappelijke activiteiten, zoals vrijwilligerswerk of vrijetijdsbesteding, mag van een ouder verwacht worden dat deze vergaande aanpassingen doet om voor het kind beschikbaar te zijn en de noodzakelijke hulp te kunnen bieden. Ook hier geldt dat als een ouder niet in staat is om de noodzakelijke hulp te bieden, onderzocht wordt of er mogelijkheden zijn om de ouders in staat te stellen om in de toekomst wel zelfstandig de hulp te bieden.
Het bieden van hulp levert overbelasting voor de ouder op
Dit is het geval als de draagkracht (belastbaarheid) en draaglast (belasting) van ouders onvoldoende in balans zijn, waardoor ze niet meer in staat zijn om de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag. Het college houdt in ieder geval bij de beoordeling van (dreigende) overbelasting rekening met de volgende factoren:
Waar een vermoeden is van overbelasting of waar ouders zelf een beperking hebben die van invloed kan zijn op het opvoeden (zoals LVB, psychiatrie) kan advies over de draagkracht/-last gevraagd worden via de huisarts van ouders of via medisch advies.
Als een ouder overbelast is of overbelast dreigt te raken, wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om de ouder (weer) in staat te stellen om zelfstandig de hulp te bieden. Hierbij kan tijdelijke hulp via een individuele voorziening worden ingezet om de overbelasting te verhelpen. De ouder(s) worden geacht de dagelijkse hulp, zorg en ondersteuning voorrang te geven op het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten.
Als de jeugdige van 12 jaar of ouder geen intieme persoonlijke verzorging wil ontvangen van de ouder(s), wordt de hulpvraag niet afgewezen op grond van eigen kracht van de ouders. Daarbij heeft het college oog voor een mogelijke aanspraak op intensieve kindzorg op grond van de Zorg-verzekeringswet of toegang tot de Wet langdurige zorg.
Artikel 11. Criteria voor toekenning van een individuele voorziening
Onverminderd dat jeugdhulp toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, komt een jeugdige en/of ouder(s) in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige en/of ouder(s) jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een algemene of andere voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en waar beschikbaar er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet-effectieve interventie.
Artikel 12. Algemene weigeringsgronden
Het college kan besluiten een aanvraag voor een individuele voorziening geheel of gedeeltelijk te weigeren als:
De hulp of ondersteuning is niet noodzakelijk op grond van een psychisch probleem of stoornis, psychosociaal probleem, gedragsprobleem of beperking maar komt voort uit een behoefte die past bij de normale ontwikkeling van de jeugdige van een bepaalde leeftijd zoals beschreven in artikel 9 lid 3 sub c en artikel 10 lid 1;
met betrekking tot de problematiek voor het college gegronde redenen zijn om aan te nemen dat er een recht bestaat op een voorziening vanuit andere wetgeving zoals de Wet langdurige zorg, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of de Zorgverzekeringswet en de jeugdige en/of ouder(s) hiervoor geen aanvraag wensen in te dienen;
Artikel 13. Meerdere oorzaken en wettelijke kaders
Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de betreffende problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wet langdurige zorg of een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de wet kan worden verkregen, is het college gehouden deze voorziening op grond van de wet te treffen.
Artikel 16. Inhoud beschikking individuele jeugdhulpvoorziening.
Hoofdstuk 5. AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB
Artikel 17. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb
Als een jeugdige en/of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige en/of zijn ouder(s) daartoe een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. Het pgb-plan wordt gebruikt bij de beoordeling van de vraag of de individuele voorziening in de vorm van een Pgb kan worden toegekend.
Het college kan een individuele voorziening in de vorm van een pgb verstrekken als:
naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 20 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige en/of zijn ouder(s) van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Artikel 19. Onderscheid formele en informele hulp
Van formele hulp is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door een van onderstaande personen:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister, conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007, en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
Artikel 20. Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb
Hoofdstuk 6. HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK
De jeugdige en/of ouder(s) aan wie op grond van deze verordening een individuele voorziening is toegekend, is verplicht aan het college alle feiten en omstandigheden te melden waarvan duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een individuele voorziening (artikel 8.1.2 eerste lid van de wet). Dit doen zij op verzoek of uit eigen beweging meteen nadat de (nieuwe) feiten en omstandigheden bekend zijn.
Artikel 26. Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik
Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties.
Hoofdstuk 7. AFSTEMMING MET ANDERE VOORZIENINGEN
Artikel 27. Afstemming met andere vormen van hulp en ondersteuning
Het college maakt afspraken met de zorgverzekeraars, het zorgkantoor en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hoe de continuïteit van zorg te garanderen voor jeugdigen die jeugdhulp ontvangen en de leeftijd van 18 jaar bereiken en daarmee onder de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg komen te vallen, en hoe te voorkomen dat jeugdigen tussen wal en schip vallen wanneer er discussie is over het wettelijke kader.
Het college draagt zorg dat het toegangsteam, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders te helpen toe te leiden naar de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen –zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen - om deze belemmeringen weg te nemen.
Hoofdstuk 8. WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT
Artikel 28. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid.
Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.
Hoofdstuk 9. CALAMITEITEN, KLACHTEN EN MEDEZEGGENSCHAP
Artikel 31. Inspraak beleid gemeente
Het college stelt de Bewoners Adviesraad Sociaal Domein (BAS) op tijd in de gelegenheid voorstellen te doen voor het beleid en advies uit te brengen bij de besluitvorming over beleidsvoorstellen over jeugdhulp. Het college voorziet hierbij de BAS van ondersteuning om zijn rol effectief te kunnen vervullen.
Artikel 32. Overgangsrecht, intrekking oude verordening
Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de Verordening Jeugdhulp Enschede 2024 die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) van worden afgeweken als heroverweging op grond van de huidige Verordening Jeugdhulp Enschede 2026 leidt tot een gunstiger uitkomst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-469690.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.