Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;
- b.
ASV: de Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld;
- c.
cultuurorganisatie: een vereniging of stichting zonder winstoogmerk, statutair gevestigd in de gemeente Barneveld, die zich richt op structurele culturele activiteiten;
- d.
basistaken: de functies die reeds structureel zijn belegd bij de Bibliotheek Barneveld, Muziekschool Barneveld, Museum Nairac en het Schaffelaartheater;
- e.
exploitatie(subsidie): subsidie ter dekking van een aantoonbaar exploitatie- of financieringstekort;
- f.
afwegingskader: het in bijlage 1 opgenomen toetsings- en beoordelingskader (inclusief drempelcriteria) dat onderdeel uitmaakt van deze subsidieregeling.
- g.
drempelcriteria: de minimale vereisten waaraan een subsidieaanvraag moet voldoen om in behandeling te worden genomen (conform bijlage 1). Alleen wanneer aan alle drempelcriteria is voldaan, wordt de aanvraag inhoudelijk beoordeeld aan de hand van het afwegingskader.
Artikel 2 Doel en reikwijdte
- 1.
Deze regeling is een uitwerking van artikel 2 van de Algemene Subsidieverordening (ASV) gemeente Barneveld en vormt het beleidskader voor structurele exploitatiesubsidies voor cultuurorganisaties. De regeling dient ter uitvoering van de ambities uit de Integrale Cultuurvisie 2025–2035 en de uitvoeringsagenda Cultuur van de gemeente Barneveld.
- 2.
- a.
Deze regeling heeft tot doel cultuurorganisaties, die geen basistaken uitvoeren, te ondersteunen bij hun structurele bijdrage aan de ambities uit de Integrale Cultuurvisie Barneveld 2025–2035.
- b.
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan organisaties die aanvullend zijn op de basisvoorzieningen en die bijdragen aan de culturele infrastructuur van de gemeente Barneveld.
- 3.
Deze regeling ondersteunt cultuurorganisaties die bijdragen aan:
- a.
de Integrale Cultuurvisie Gemeente Barneveld 2025 – 2035;
- b.
bereikbare cultuur voor álle inwoners, inclusief jongeren, senioren, minima en mensen met een beperking. Er zijn al bestaande voorzieningen en initiatieven in Barneveld die aantoonbaar inzetten op toegankelijkheid, zoals cultuureducatie in het onderwijs, laagdrempelige amateurkunstverenigingen en programma’s van de bibliotheek en muziekschool. Via deze regeling kunnen aanvullende organisaties hun aanbod beter afstemmen op doelgroepen die nu minder goed bereikt worden, bijvoorbeeld door samenwerking met welzijnsorganisaties, zorginstellingen en dorpshuizen.
- c.
cultuur met maatschappelijke waarde (cultuureducatie, cultuurparticipatie, welzijn).
- d.
aantrekkelijk vestigingsklimaat, recreatie en toerisme (economische waarde).
- e.
cultureel ondernemerschap en gemengde financiering.
- f.
spreiding van aanbod in alle kernen (lees dorpen) van de gemeente Barneveld.
- g.
professionalisering van unieke en aanvullende initiatieven.
Artikel 3 Subsidievorm en subsidieplafond
- 1.
Subsidie wordt verstrekt in de vorm van een exploitatiesubsidie voor maximaal 4 jaar (per boekjaar toegekend).
- 2.
Deze regeling wordt één keer per 4 jaar opengesteld. Subsidieaanvragen worden beoordeeld op basis van het vastgestelde afwegingskader. Cultuurorganisaties die een beschikking inhoudende de subsidieverlening ontvangen, krijgen structureel een exploitatiesubsidie toegekend voor een periode van (maximaal) 4 jaar (onder begrotingsvoorbehoud). Voorwaarde is dat jaarlijks een jaarplan wordt ingediend, passend binnen de beschikking inhoudende subsidieverlening en onder voorwaarde dat jaarlijkse monitoring/ rapportage van activiteiten plaatsvindt richting de gemeente en dat voldaan wordt aan de volgende eisen:
- a.
jaarlijkse verantwoordingsplicht (inhoudelijk en financieel);
- b.
niet stapelbaar met andere gemeentelijke exploitatiesubsidies;
- c.
alleen voor verenigingen of stichtingen zonder winstoogmerk met zetel en activiteiten in de gemeente Barneveld;
- d.
bij de beoordeling van de subsidieaanvragen wordt, indien aan de orde, rekening gehouden met de toepassing van gedragscodes: Governance Code Cultuur, Fair Practice, Code Diversiteit en Inclusie (vrijwilligersorganisaties zijn daarvan uitgezonderd);
- e.
musea die beschikken over een (landelijke) museumregistratie of aantoonbaar werken aan het behalen daarvan. Voor musea zonder registratie geldt de verplichting om een plan van aanpak te overleggen waaruit blijkt dat zij toewerken naar een museumregistratie binnen 4 jaar; en.
- f.
het subsidieplafond bedraagt € 90.000 per boekjaar.
- 3.
Aanvragen die, op grond van de rangorde (conform afwegingskader), buiten het beschikbare budget vallen, worden op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht afgewezen. Dit artikel bepaalt dat een subsidie moet worden geweigerd indien toekenning ervan leidt tot overschrijding van het subsidieplafond.
- 4.
- a.
Het geldbedrag waarvoor subsidie aangevraagd wordt bedraagt minimaal € 5.000 per boekjaar en maximaal € 25.000 per boekjaar.
- b.
De maximale jaarlijks te verstrekken subsidie betreft het financieringstekort van de exploitatiebegroting van de aanvrager.
- c.
Subsidies worden verleend onder voorbehoud van beschikbaarheid van middelen. Dit betekent dat subsidieverlening plaatsvindt onder het uitdrukkelijke voorbehoud dat de benodigde financiële middelen voor deze subsidietenderregeling zijn opgenomen in de programmabegroting, kadernota en het bijbehorende subsidieplafond, zoals vastgesteld door de raad. Zonder deze vaststelling door de raad kan geen beschikking subsidieverlening en -vaststelling worden afgegeven.
Artikel 4 Aanvraag, procedure en termijn
- 1.
Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 1 november tot en met 31 december voorafgaand aan het subsidieboekjaar.
- 2.
De start van de subsidieregeling (en periode) betreft 1 januari 2026.
- 3.
De aanvraag bevat in ieder geval de in artikel 6 van de ASV genoemde stukken, aangevuld met de verplichte documenten:
- a.
Beleidsplan, jaarplan of strategisch plan.
- b.
Activiteitenplanning en doelgroepenbereik.
- c.
Vastgestelde jaarrekening vorig boekjaar.
- d.
Begroting en financieringsplan (inclusief dekking).
- e.
- f.
Museumregistratie (indien van toepassing; of plan toewerken naar een registratie).
- 4.
Adviescommissie: voor de beoordeling van de subsidieaanvragen wordt een onafhankelijke adviescommissie ingesteld.
- 5.
De adviescommissie heeft tot taak het college te adviseren over:
- a.
de ontvankelijkheid van subsidieaanvragen aan de hand van de drempelcriteria; en
- b.
de inhoudelijke beoordeling van subsidieaanvragen aan de hand van het in bijlage 1 opgenomen afwegingskader.
- 6.
De adviescommissie kent per criterium een score toe op basis van de aanvraag en de ingediende stukken, conform het puntensysteem van bijlage 1.
- 7.
De adviescommissie brengt haar advies schriftelijk uit aan het college. Het advies is niet bindend.
- 8.
De adviescommissie bestaat uit interne en externe deskundigen op het gebied van cultuur en maatschappelijke ontwikkeling.
- 9.
Bij (mogelijke) belangenverstrengeling onthoudt een lid van de adviescommissie zich van deelname aan de beoordeling.
- 10.
Het college neemt, met inachtneming van het advies van de adviescommissie, het definitieve besluit op de subsidieaanvraag.
- 11.
Het college beslist binnen 13 weken na sluiting van de indieningstermijn.
Artikel 5 Toetsingscriteria
- 1.
Een aanvraag wordt eerst beoordeeld aan de drempelcriteria.
- 2.
Indien aan de drempelcriteria is voldaan, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van het afwegingskader.
- 3.
Subsidie wordt slechts verleend indien een aanvraag ten minste 55 punten behaalt.
Artikel 6 Verplichtingen subsidieontvanger
- 1.
Jaarlijks dient uiterlijk 1 april na afloop van het boekjaar een inhoudelijke en financiële verantwoording te worden ingediend door middel van een aanvraag subsidievaststelling.
- 2.
De subsidieontvanger past de landelijke cultuurcodes toe, tenzij sprake is van een vrijwilligersorganisatie.
- 3.
Het college kan aanvullende verplichtingen opleggen op grond van artikel 4:37 Awb.
Artikel 7 Subsidiabele kosten
- 1.
Subsidie wordt verleend voor de volgende subsidiabele kosten (mits gekoppeld aan het meerjarig activiteitenplan):
- a.
educatieve en participatieve programma’s (zoals workshops, schoolprogramma’s).
- b.
personeelskosten voor inhoudelijke en projectcoördinatie functies.
- c.
huur van uitvoerings- of repetitieruimten in Barneveld.
- d.
communicatie, promotie, publieksbereik, vormgeving en digitale toegankelijkheid.
- e.
opleidingskosten voor vrijwilligers indien gekoppeld aan publieksbegeleiding met aantoonbaar culturele impact.
- f.
fair pay/ honoraria voor kunstenaars en uitvoerders.
- 2.
Toelichting vanuit Cultuurvisie Barneveld: subsidiëring is gericht op het versterken van de culturele infrastructuur, het vergroten van de maatschappelijke en economische meerwaarde van cultuur – waaronder educatie, welzijn, een aantrekkelijke leefomgeving en een sterk vestigingsklimaat – en op het bevorderen van spreiding van het culturele aanbod en duurzame samenwerking tussen culturele partners. De regeling stimuleert geen reguliere bedrijfsvoering, maar stelt voorwaarden aan het effect op publieke doelen en spreiding over dorpen, doelgroepen en disciplines.
Artikel 8 Niet-subsidiabele kosten
Geen subsidie wordt verstrekt voor:
- a.
activiteiten die eenzelfde functie beogen als de reeds structureel gesubsidieerde basisvoorzieningen in Barneveld (Bibliotheek Barneveld, Muziekschool Barneveld, Museum Nairac, Schaffelaartheater);
- b.
commerciële activiteiten en reguliere horeca-opbrengsten: kosten voor commerciële activiteiten, horeca/ alcohol (eten en drinken), aflossing schulden, investeringen in onroerende zaken;
- c.
investeringen in vastgoed, gebouwverbouwing of structurele inrichting;
- d.
aflossing van schulden, rente of boetes;
- e.
de eigen bijdrage van vrijwilligers in natura of zonder financiële onderbouwing.
Artikel 9 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze regeling, indien toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze regeling treedt in werking op 1 november 2025
- 2.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling exploitatiesubsidie cultuurorganisaties Barneveld.
Bijlage 1 - Afwegingskader: toetsingscriteria en beoordelingskader (inclusief drempelcriteria)
1. Drempelcriteria (vereist voor ontvankelijkheid van de subsidieaanvraag)
- •
Subsidie voor exploitatie(tekort) van de rechtspersoon gekoppeld aan de bijdrage aan doelstellingen (onder artikel 2 van de regeling).
- •
De subsidieaanvraag bevat een onderbouwd motief voor gemeentelijke subsidiëring. Dit motief bestaat uit:
- (a)
een aantoonbare bijdrage aan de gemeentelijke doelen uit de regeling; en
- (b)
een reëel, aantoonbaar exploitatie- of financieringstekort.
Subsidieaanvragen zonder financiële noodzaak of zonder duidelijk publiek belang kunnen worden afgewezen, ook indien zij voldoen aan overige inhoudelijke criteria.
- •
De subsidieaanvrager is een rechtspersoon zonder winstoogmerk.
- •
De subsidieaanvrager organiseert doorlopende of regelmatig terugkerende activiteiten gedurende het jaar. Organisaties die uitsluitend incidentele of eenmalige evenementen aanbieden, komen niet in aanmerking voor exploitatiesubsidie. Een organisatie die aannemelijk maakt dat gedurende meerdere maanden per jaar substantiële cultuuractiviteiten plaatsvinden kan een subsidieaanvraag indienen.
- •
Geen subsidie voor basistaken die al belegd zijn bij de Bibliotheek Barneveld, Muziekschool Barneveld, Museum Nairac, Schaffelaartheater (zie bijlage 2 voor een nadere toelichting).
- •
Aantoonbare meerjarige inzet en lokale inbedding.
- •
Gemengde financiering (publiek-private mix).
- •
Volledige subsidieaanvraag ingediend in de 1 november tot en met 31 december in het boekjaar voorafgaand aan het subsidieboekjaar.
- •
Verantwoording uiterlijk 1 april in het boekjaar na verlening van de subsidie.
Toelichting op uitsluiting van exploitatiesubsidie voor
reeds
gesubsidieerde basisvoorzieningen
De 4 basisorganisaties vormen gezamenlijk de culturele kerninfrastructuur van de gemeente Barneveld en worden onderscheiden van aanvullende culturele voorzieningen.
Het gemeentelijk subsidie cultuurbeleid richt zich op 2 categorieën:
- 1.
In stand houden van deze basisfuncties en -voorzieningen voor een gezonde culturele infrastructuur;
- 2.
Op het aanvullen en verbreden van cultuur via aanvullende initiatieven die andersoortig of aanvullend zijn.
De laatste categorie (2) valt binnen het doel en bereik van deze subsidieregeling exploitatiesubsidie cultuurorganisaties Barneveld. Cultuurorganisaties met kortdurende evenementen zijn uitgesloten, tenzij aantoonbaar gemaakt wordt dat er meerdere maanden per jaar directe culturele activiteiten plaatsvinden met inwoners, deelnemers en publiek als onderdeel van de basisorganisatie van het culturele evenement. Deze uitsluiting is opgenomen in het afwegingskader en wordt getoetst bij de ontvankelijkheid van subsidieaanvragen.
Subsidieaanvragen die geheel of grotendeels dezelfde functies beogen als bovengenoemde instellingen, worden niet in behandeling genomen. Het aanvullende karakter van de organisatieactiviteiten dient in de subsidieaanvraag te worden onderbouwd. Deze uitsluiting voorkomt dubbele financiering van identieke of overlappende (concurrerende) functies en bewaakt de coherentie en doelmatigheid van de culturele infrastructuur.
In bijlage 2 zijn de 4 basisvoorzieningen die gezamenlijk de culturele kerninfrastructuur van de gemeente Barneveld vormen verder toegelicht.
2. Inhoudelijke beoordelingscriteria
De inhoudelijke beoordeling vindt plaats op basis van 6 criteria, die zijn afgeleid van de cultuurvisie van de gemeente Barneveld. Elk criterium heeft een eigen weging (punten). De adviescommissie kent een score toe per criterium, gebaseerd op inhoudelijke onderbouwing in de subsidieaanvraag.
|
Thema
|
Toelichting
|
Weging
|
|
1. Artistieke en culturele waarde
|
Artistieke kwaliteit en visie, mate van vernieuwing, aansluiting bij behoefte van inwoners en bezoekers.
|
20 pnt
|
|
2. Maatschappelijke en economische waarde
|
De mate waarin de cultuurorganisatie bijdraagt aan cohesie, welzijn, educatie, participatie en inclusie, aantrekkelijk vestiging en leefklimaat, toerisme en recreatie.
|
20 pnt
|
|
3. Lokale en ruimtelijke verankering
|
Aansluiting op dorpenbeleid, -spreiding over Barneveldse kernen/ dorpen, bijdrage aan zichtbaarheid in de openbare ruimte, aan gebiedsontwikkeling of gebruik van erfgoed.
|
15 pnt
|
|
4. Cultureel ondernemerschap
|
Diversiteit van inkomstenbronnen (publiek, fondsen, donaties, lidmaatschap), innovatieve verdienmodellen, kostenbewustzijn en toepassing van fair pay.
|
15 pnt
|
|
5. Samenwerking en netwerken
|
Samenwerking met culturele, maatschappelijke of onderwijsinstellingen; actieve deelname in netwerken, zoals het Cultuurplatform of regionale partnerschappen.
|
15 pnt
|
|
6. Zakelijke en organisatorische kwaliteit
|
Realistische begroting en dekkingsplan, professionele aansturing, bestuur en governance, naleving van landelijke cultuurcodes.
Een onderbouwd motief voor gemeentelijke subsidiëring, bestaande uit:
(a) een aantoonbare bijdrage aan publieke cultuurdoelen. (b) een reëel, aantoonbaar exploitatie- of financieringstekort.
|
15 pnt
|
|
TOTAAL
|
Maximaal
|
100 pnt
|
Toelichting beoordelingswijze en onderbouwing scoringssysteem
De beoordeling geschiedt op basis van de volgende documenten, die de subsidieaanvrager tijdig aanlevert:
- •
Beleids/ projectplan of inhoudelijk plan (inclusief doelgroepen en meerwaarde van de cultuurorganisatie).
- •
Jaaractiviteitenplan of activiteitenkalender.
- •
Begroting en dekking/financieringsplan inclusief verwachte inkomsten uit andere bronnen.
- •
Jaarrekening en balans van het voorgaande boekjaar.
- •
Informatie over governance en naleving van de cultuurcodes.
- •
Indien van toepassing: bewijs van museale erkenning of andere certificering.
De adviescommissie toetst de subsidieaanvraag ook aan:
- •
De ambities en waarden uit de Integrale Cultuurvisie 2025 – 2035 en uitvoeringsagenda van de gemeente Barneveld.
- •
De spreidingsdoelen en maatschappelijke uitgangspunten (o.a. doelgroep jongeren, minima, dorpen et cetera).
- •
De culturele infrastructuur (aanvullend op basisvoorzieningen).
- •
De Algemene Subsidieverordening (ASV) van de gemeente Barneveld.
- •
De vastgestelde begroting van de gemeente Barneveld.
Voor elk criterium geldt:
- •
Artistieke waarde: beoordeeld op artistiek inhoudelijk plan, inspiratiekracht, culturele signatuur.
- •
Maatschappelijke betekenis: beoordeeld op doelgroep gerichtheid, maatschappelijke functie (ontmoeting, educatie, welzijn).
- •
Lokale verankering: op basis van spreiding activiteiten, relatie met dorpenbeleid, benutting lokale partners en locaties.
- •
Ondernemerschap: op basis van financieringsmix, inkomstenstrategie, toepassing van fair pay.
- •
Samenwerking: beoordeeld op samenwerkingsverbanden met scholen, dorpshuizen, culturele of maatschappelijke partners.
- •
Zakelijke kwaliteit: beoordeeld op begroting, jaarrekening, organisatie-inrichting, governance en risicoanalyse.
|
Beoordeling
|
Omschrijving
|
|
1 - Zeer zwak
|
Activiteit of organisatie levert geen of nauwelijks aantoonbare bijdrage op dit onderdeel. Beoogde effecten zijn onvoldoende uitgewerkt of niet aanwezig.
|
|
2 - Zwak
|
Bijdrage is beperkt of niet overtuigend. Activiteit mist onderbouwing of samenhang met de doelen in de cultuurvisie.
|
|
3 - Voldoende
|
Bijdrage is relevant en sluit in voldoende mate aan op de beleidsdoelen. Er is een redelijke mate van inhoudelijke kwaliteit en haalbaarheid.
|
|
4 - Goed
|
De aanvraag is goed onderbouwd, consistent en realistisch. Sluit duidelijk aan op meerdere ambities en waarden uit de cultuurvisie.
|
|
5 - Uitstekend
|
De bijdrage is van hoge kwaliteit, vernieuwend, met aantoonbare impact en een sterke koppeling met meerdere onderdelen van het cultuurbeleid Barneveld.
|
De totaalbeoordeling wordt op 100 punten berekend aan de hand van wegingsfactoren. Indien er geen sprake is van overschrijding van het subsidieplafond, dan worden de subsidieaanvragen nog wel beoordeeld aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria. Daarbij geldt dat een subsidieaanvrager minimaal 55 punten dient te scoren om in aanmerking te komen voor subsidiering.