Beleidsregel participatiefonds volwassenen gemeente Bergen (L) 2025

Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen;

 

gelezen het voorstel aan burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025;

 

overwegende dat de gemeenteraad het beleidsplan Armoedebestrijding en schuldhulpverlening 2023 – 2026 heeft vastgesteld met daarin opgenomen de financiële ruimte voor verruiming van de regeling participatiefonds;

 

overwegende dat het college het actieplan Armoedebestrijding en schuldhulpverlening heeft vastgesteld;

 

besluit vast te stellen de

 

Beleidsregel participatiefonds volwassenen gemeente Bergen (L) 2025

Artikel 1. Begripsomschrijving

  • 1.

    Bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5 sub c Participatiewet toepasselijke bijstandsnorm;

  • 2.

    Gezin: het gezin als bedoeld in artikel 4 sub c Participatiewet;

  • 3.

    Inkomen: het inkomen zoals bedoeld in de artikelen 31, 32 en 33 Participatiewet;

  • 4.

    Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 Participatiewet;

  • 5.

    WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

  • 6.

    WSF 2000: Wet Studiefinanciering;

  • 7.

    Aanvrager: de belanghebbende(n) binnen het gezin waarvoor het participatiefonds wordt aangevraagd.

Artikel 2. Doelgroep

  • 1.

    Deze beleidsregel geldt voor volwassenen vanaf 18 jaar uit gezinnen met een laag inkomen;

  • 2.

    Een gezin heeft een laag inkomen, als het op de 2 maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum een inkomen heeft van ten hoogste 120% van de geldende bijstandsnorm. Het inkomen wordt berekend volgens de bepalingen van de Participatiewet;

  • 3.

    Niet voor het participatiefonds komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding als bedoelt in de WTOS, dan wel een studie als genoemd in de WSF 2000 volgt;

  • 4.

    Het vermogen van het gezin wordt niet in aanmerking genomen.

Artikel 3. Verstrekking

  • 1.

    Een tegemoetkoming van € 100,- uit het participatiefonds wordt door Burgemeester en wethouders op verzoek toegekend na toetsing of het de aanvrager tot de doelgroep behoort;

  • 2.

    De aanvrager dient bewijsstukken aan te leveren, waaruit blijkt dat de tegemoetkoming wordt ingezet voor maatschappelijke en/of culturele participatie;

  • 3.

    Onder maatschappelijke en culturele participatie wordt onder andere verstaan (niet limitatief), kosten in de lijn van:

    • a.

      Contributie / lidmaatschap van een vereniging, club of hobby (zoals voetbal, tennis, jong Nederland, KBO, etc.);

    • b.

      Contributie / lidmaatschap / abonnement fitness;

    • c.

      Abonnement (binnen)speeltuin;

    • d.

      Abonnement bibliotheek;

    • e.

      Abonnement dierentuin;

    • f.

      Jaarkaart zwembad;

    • g.

      Entreegelden voor bijvoorbeeld het zwembad;

    • h.

      Entreegelden voor bezoek aan theater of bioscoop;

    • i.

      Workshop koken / knutselen;

    • j.

      Bezoek aan festival/concerten.

  • 4.

    Voor de incidentele activiteiten zoals genoemd onder artikel 3, lid 3 onder g tot en met j geldt een drempelbedrag van € 35,- per activiteit;

  • 5.

    Artikel 3 lid 3 betreft geen limitatieve opsomming daarom beoordelen burgemeester en wethouders aanvragen op basis van maatwerk, hierbij is de opsomming zoals genoemd onder artikel 3 lid 3 richtinggevend;

  • 6.

    Het participatiefonds kan één maal per kalenderjaar worden aangevraagd.

Artikel 4. Aanmeldingsprocedure

  • 1.

    Aanvragen kunnen worden ingediend door middel van het daarvoor bestemde aanvraagformulier;

  • 2.

    Aanvragers leveren tezamen met de aanvraag de benodigde bewijsstukken aan;

  • 3.

    De aanmeldprocedure wordt tevens via de website en andere kanalen bekend gemaakt aan de inwoners. Zij kunnen zich melden bij de gemeente;

  • 4.

    Burgemeester en wethouders vragen aan de aanvrager(s) toestemming om via en bestandskoppeling te toetsen of zij tot de doelgroep behoren.

Artikel 5. Financiële afspraken

  • 1.

    Burgemeester en wethouders betalen uit nadat toekenning van de tegemoetkoming heeft plaatsgevonden;

  • 2.

    Ten onrechte uitbetaalde tegemoetkomingen worden teruggevorderd;

  • 3.

    Van het onder lid 2 genoemde kan worden afgeweken indien de ten onrechte verstrekte tegemoetkoming is uitbetaald waarbij de foutieve betaling/toekenning niet-verwijtbaar of niet-toerekenbaar is aan de aanvrager(s).

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen geheel of gedeeltelijk afzien van verhaal op sociale en/of financiële gronden als dat onevenredig bezwarend is.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 november 2025;

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 21 oktober 2025,

Burgemeester en wethouders van Bergen,

De secretaris

Dhr. H.H.M. Timmermans

De burgemeester

Dhr. M.H.D. Rauner

Toelichting  

De inkomenssituatie binnen het gezin mag geen belemmerde factor zijn voor participeren van inwoners. Het inkomen van het gezin om als volwassenen in aanmerking te kunnen komen voor de regeling is vastgesteld op 120% van de geldende bijstandsnorm die van toepassing is. Het eventuele vermogen wordt buiten beschouwing gelaten.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsomschrijving

 

Artikel 2. Doelgroep

Het gaat in principe om volwassenen van 18 jaar of ouder. De gemeente gaat ervan uit dat – als het aanbod voldoende onder de aandacht is gebracht – inwoners zich zelf melden.

Het gezinsinkomen mag niet hoger zijn dan 120% van de geldende bijstandsnorm.

Het eventuele vermogen wordt vrijgelaten.

 

Artikel 3. Verstrekking

Doel van de regeling is (mede)participatie op maatschappelijk en/of cultureel gebied. De verstrekking bedraagt € 100,- per persoon per kalenderjaar en kan eenmalig per kalenderjaar worden toegekend/verstrekt indien aan de voorwaarden wordt voldaan. Burgemeester en wethouders beoordelen of de aanvraag voldoet aan de gestelde voorwaarden en bepalen of de tegemoetkoming wordt toegekend.

 

Artikel 4. Aanmeldingsprocedure

De aanmelding is zo eenvoudig mogelijk gehouden. De aanvraag dient fysiek ingeleverd te worden op het gemeentehuis door middel van het daarvoor bestemde aanvraagformulier. Op grond van het principe van “eenmalige uitvraag” gebruiken we, na verkregen toestemming van de aanvrager, de bestandskoppelingen uit Suwinet. Omdat dit niet standaard voorzien is in de protocollen van Suwinet, is toestemming van de aanvrager vereist. Aanvragers dienen tevens bij de aanvraag de gevraagde bewijsstukken aan te leveren zodat deze getoetst kunnen worden. Zoals onder andere bewijs van betaling, toegangskaarten, abonnementen, etc.

 

Artikel 5. Financiële afspraken

De tegemoetkoming in de kosten van participatie worden controleerbaar in rekening gebracht. Bij fraude wordt in beginsel teruggevorderd.

Als verhaal van kosten feitelijk niet mogelijk is (bij al bestaande grote financiële problemen) of sociaal niet wenselijk, (mede sprake van onmacht binnen het gezin bijvoorbeeld) blijft verhaal achterwege.

Naar boven