Gemeenteblad van Goes
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2025, 468397 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2025, 468397 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland 2025
Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Hoofdstuk 2: Belang, taken en bevoegdheden
Artikel 5: Taken en bevoegdheden
Artikel 5a: Taken en bevoegdheden in het kader van de Jeugdwet
Hoofdstuk 3: Het algemeen bestuur
Artikel 11: Besloten vergadering
Hoofdstuk 4: Het dagelijks bestuur
Artikel 13: Einde lidmaatschap
Artikel 17: Functie, benoeming en taak
Hoofdstuk 7: Inlichtingen, verantwoording en ontslag
Artikel 19: Informatieverstrekking door het algemeen en dagelijks Bestuur en de voorzitter
Artikel 20: Informatieverstrekking door individuele leden van het Algemeen bestuur
Hoofdstuk 9: Financiële bepalingen
Artikel 22: Begrotingsprocedure
Artikel 23: Bijdragen van de gemeenten
Artikel 23a: Administratie, bijdragen en informatievoorziening Jeugdhulp
Hoofdstuk 10: Het archief en informatieveiligheid
Artikel 27: Informatieveiligheid
Hoofdstuk 11: Toetreding, uittreding, wijziging, geschillen en ontbinding
Artikel 29: Toetreding en uittreding
Artikel 30: Procedure voor vaststelling uittredingsplan
Artikel 31: Te vergoeden kosten, de uittreedsom
Artikel 32: Verplichtingen uittreder
Artikel 35: Ontbinding en liquidatie
De colleges van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen voor zover zij bevoegd zijn;
Overwegende dat de colleges op grond van artikel 14, lid 1 en 2, van de Wet Publieke Gezondheid verplicht zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: gemeenschappelijke gezondheidsdienst;
Gehoord de gemeenteraad op ……..
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Wet publieke gezondheid, de Wet veiligheidsregio’s, de Wet op de lijkbezorging, de Wet Kinderopvang, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
als volgt te wijzigen de volgende gemeenschappelijke regeling: Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland 2025.
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Daar waar in deze regeling artikelen en bepalingen uit andere regelingen zijn van overeenkomstige toepassing worden verklaard dienen in die artikelen ‘de gemeente’, ‘de raad’, ‘het college’ en ‘de burgemeester’ te worden gelezen onderscheidenlijk: ‘het openbaar lichaam’, ‘het algemeen bestuur’, ‘het dagelijks bestuur’ en ‘de voorzitter’.
HOOFDSTUK 2: TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 5: Taken en bevoegdheden
De colleges wijzen de directeur publieke gezondheid aan als toezichthouder in de zin van de Wet Kinderopvang en de Wet maatschappelijke ondersteuning. De directeur publieke gezondheid mandateert zijn toezichthoudende bevoegdheden aan medewerkers die werkzaam zijn als toezichthouder met betrekking tot de Wet Kinderopvang en de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Artikel 5a: Taken en bevoegdheden in het kader van de Jeugdwet
Aan het bestuur van het openbaar lichaam zijn in het kader van de Jeugdwet als bedoeld in artikel 5, vijfde lid onder a. de volgende taken opgedragen en de volgende bevoegdheden overgedragen:
het uitvoeren van taken uit de Jeugdwet door middel van het contracteren en subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; dit omvat ook het beëindigen van deze contracten door opzegging of ontbinding en het terugvorderen van de subsidies;
HOOFDSTUK 3: HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 9: Bevoegdheden van het algemeen bestuur
Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op en tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in Hoofdstuk Va, Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd.
Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (tot stand komen besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het Algemeen bestuur).
In de vergaderingen van het algemeen bestuur heeft elk lid zoveel stemmen als overeenkomt met het aantal inwoners van de gemeente die deze vertegenwoordigt gedeeld door 5.000, waarbij de uitkomst naar boven wordt afgerond. Telkens bij de aanvang van een zittingsperiode wordt het aantal stemmen voor de duur van die zittingsperiode vastgesteld gebaseerd op de bevolkingscijfers uit de gemeenten per januari van het voorgaande jaar. Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van het aantal inwoners volgens de laatst beschikbare gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Artikel 11: Besloten vergadering
In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het meerjarenbeleidsplan, de begroting, begrotingswijzigingen, de jaarstukken, liquidatieplan, afschaffen retributies of andere heffingen, vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, treffen van wijzigingen verlengen of opheffen van een GR tussen gemeentelijke gezondheidsdienst Zeeland en andere openbare lichamen, alsmede toetreden tot en uittreden uit dergelijke regelingen.
HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 13: Einde lidmaatschap
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. In dit geval is het bepaalde in artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
De taak van het dagelijks bestuur is:
te besluiten namens GR GGD Zeeland, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
Artikel 17: Functie, Benoeming en Taak
De bestuursorganen van het openbaar lichaam worden bijgestaan door twee directeuren, een directeur publieke gezondheid en een directeur jeugdhulp, die in de vergaderingen van het algemeen bestuur een adviserende stem hebben ten aanzien van aangelegenheden waarover zij de dagelijkse leiding hebben. De directeur publieke gezondheid vervult ten behoeve van het algemeen bestuur en ten behoeve van het dagelijks bestuur de functie van ambtelijk secretaris en hij heeft een adviserende stem in het dagelijks bestuur.
Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur publieke gezondheid in overeenstemming met het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland en met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 lid 3 sub b. van deze regeling. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur jeugdhulp in overeenstemming met het algemeen bestuur.
De directeur publieke gezondheid is zowel inhoudelijk als financieel verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur. De directeur jeugdhulp is financieel verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur. Inhoudelijke verantwoording is hij verschuldigd aan de door het AB ingestelde bestuurscommissie. Dat laatste indien het algemeen bestuur een bestuurscommissie heeft ingesteld.
Het dagelijks bestuur wijst de functionaris aan die als plaatsvervanger optreedt voor de voor de directeur publieke gezondheid in geval van diens afwezigheid voor langere duur. Het algemeen bestuur wijst de functionaris aan die als plaatsvervanger optreedt voor de directeur jeugdhulp in geval van diens afwezigheid voor langere duur, tenzij het algemeen bestuur heeft bepaald dat een ingestelde bestuurscommissie deze functionaris aanwijst.
HOOFDSTUK 7: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG
Artikel 20: Informatieverstrekking door individuele leden van het algemeen bestuur
Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is aan het college door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 Wgr, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en verstrekt indien gewenst door een of meer leden van zijn raad gevraagde inlichtingen.
HOOFDSTUK 9: FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 22: Begrotingsprocedure
Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan de raden van de gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, .naast de controleverklaring en het verslag van bevindingen van de met de controles belaste accountant
Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming.
HOOFDSTUK 11: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN EN OPHEFFING
Artikel 30: Procedure voor vaststelling uittredingsplan
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer.
Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 31 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittreden de deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uit-treedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in één keer dient te betalen.
Artikel 31: Te vergoeden kosten, de uittreedsom
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Zeeland, die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Het Algemeen Bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 30, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 30, achtste lid, anders is vastgelegd.
Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 29B en relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft, kan het Algemeen Bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%.
Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 32: Verplichtingen uittreder
De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Zeeland, die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het algemeen bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur verder handelen conform het bepaalde in het vorige lid van dit artikel.
Artikel 35: Ontbinding en liquidatie
Ingeval van een besluit tot ontbinding van de gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in het vorige lid, stelt het algemeen bestuur daarvoor een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling. Een zodanig besluit wordt met een twee derde meerderheid genomen, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam blijven hun functies vervullen tot de zittingsperiode van de gemeenteraden is beëindigd en in hun opvolging is voorzien.
De regeling wordt elke 4 jaar geëvalueerd. De evaluatie heeft vooral betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zich heeft gesteld ook heeft bereikt tegen de kosten die hiervoor waren uitgetrokken. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de uitvoering van de specifieke taken. De manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd, is eveneens onderdeel van de evaluatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-468397.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.