Gemeenteblad van Bladel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bladel | Gemeenteblad 2025, 467946 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bladel | Gemeenteblad 2025, 467946 | beleidsregel |
Beleidsregels bijzondere bijstand Bladel 2026
Artikel 1.2 Gebruik aanvraagformulier
Belanghebbende maakt voor het indienen van de aanvraag gebruik van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
Artikel 1.5 Draagkracht bij schulden
Mocht in een van de gevallen als bedoeld in het eerste lid sprake zijn van een partner die niet onder het eerste lid valt, dan telt het inkomen van deze partner volledig mee en wordt, voor het bepalen van het draagkrachtinkomen, de bijstandsnorm voor een alleenstaande als de van toepassing zijnde bijstandsnorm gehanteerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de mate waarin het inkomen van deze partner is verrekend bij de berekening van het vrij te laten bedrag van de partner in de schuldregeling.
Artikel 1.6 Draagkrachtverrekening
Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht uit vermogen en inkomen gezamenlijk vastgesteld op jaarbasis. Deze jaarlijkse draagkracht wordt gedeeld door twaalf, zodat een gemiddelde maandelijkse draagkracht ontstaat. Dit maandbedrag wordt vervolgens verrekend met de bijzondere bijstand gedurende de periode waarop de bijstand betrekking heeft.
Artikel 1.7 Draagkrachtperiode bijzondere bijstand
De toepassing van lid 3 onder a en b levert geen wijziging op ten aanzien van eerder in het draagkrachtjaar verstrekte bijzondere bijstand, maar enkel voor de periodieke bijzondere bijstand die nog verstrekt zal worden na de draagkrachtwijziging, maar enkel voor de periodieke bijzondere bijstand die nog verstrekt zal worden na de draagkrachtwijziging.
Artikel 1.9 Hoogte bijzondere bijstand
Onverminderd de draagkracht wordt de hoogte van de bijzondere bijstand, tenzij deze beleidsregels anders bepalen, individueel bepaald door de hoogte van de noodzakelijke kosten, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bijzondere bijstand niet meer bedraagt dan de kosten van de goedkoopst adequate voorziening.
De Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg en de daarmee samenhangende regelingen vormen een passende en toereikende voorliggende voorziening voor medische kosten, zodat voor medische kosten geen bijzondere bijstand wordt verstrekt, tenzij de beleidsregels anders bepalen.
Het college verstrekt geen bijzondere bijstand voor het verplicht eigen risico in het kader van de Zorgverzekeringswet of voor de uit en vrijwillig gekozen hoger eigen risico voortkomende kosten.
Artikel 2.5 Vervoer naar ziekenhuis/medisch specialist in verband met een behandeling
Artikel 4.3 Eerste maand huur en administratiekosten
Het college verstrekt bijzondere bijstand voor de kosten voor de eerste maand huur en administratiekosten als de verhuizing noodzakelijk is.
Artikel 4.4 Berekening woonkostentoeslag huurders
In afwijking van de vorige leden kan het college, als de woonkosten hoger zijn dan de maximum huurgrens in de Wet op de huurtoeslag, op grond van individuele omstandigheden een (aanvullende) woonkostentoeslag verlenen, waarbij de hoogte hiervan wordt bepaald op de woonkosten minus de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximum huurgrens.
De woonkostentoeslag als bedoeld in lid 3 en 4 wordt toegekend voor maximaal 1 jaar en de belanghebbende wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huis- vesting waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag. Verlening van deze termijn met maximaal 1 jaar is mogelijk als door belanghebbende aantoonbaar is gezocht naar andere woonruimte.
Artikel 4.5 Berekening woonkostentoeslag huiseigenaren
In afwijking van de vorige leden kan het college, als de woonkosten hoger zijn dan de maximum huurgrens in de Wet op de huurtoeslag, op grond van individuele omstandigheden een (aanvul- lende) woonkostentoeslag verlenen, waarbij de hoogte hiervan wordt bepaald op de woonkosten minus de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximum huurgrens.
De woonkostentoeslag wordt toegekend voor maximaal 1 jaar en de belanghebbende wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar huisvesting waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag. Verlenging van deze termijn met maximaal 1 jaar is mogelijk als door belanghebbende aantoonbaar is gezocht naar andere woonruimte.
Hoofdstuk 5 Bewind, mentorschap, curatele en juridische kosten
Hoofdstuk 6 Bijzondere bijstand jongeren
Artikel 6.1 Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen
De hoogte van de bijzondere bijstand, als bedoeld in lid 1, voor jongeren wel in een inrichting wordt bepaald aan de hand van de individuele situatie en bedraagt minimaal 75% van de norm van een alleenstaande van 21 jaar en ouder in een inrichting en maximaal 100% van de norm van een alleenstaande van 21 jaar en ouder in een inrichting.
Hoofstuk 7. Kosten kinderopvang
Artikel 7.2 Beoordeling aanvraag
Voordat het college beslist op de aanvraag wordt eerst beoordeeld in hoeverre het eigen netwerk of voorliggende voorzieningen kunnen bijdragen aan de opvang van het kind/de kinderen.
Artikel 7.3 Hoogte en duur van de bijzondere bijstand
De ouder verstrekt binnen 4 weken na afloop van de in het vorige lid bedoelde periode of uiterlijk na een kalenderjaar de definitieve beschikking kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst en de jaaropgave van de kinderopvangorganisatie of gastouderbureau. Aan de hand hiervan wordt de bijzondere bijstand definitief vastgesteld.
Hoofdstuk 8. Schuldhulpverlening
Artikel 8.1 Opstartkosten budgetbeheer
In bijzondere gevallen, onderbouwd met een verzoekschrift vanuit de afdeling schuldhulpverlening, waaruit blijkt dat belanghebbende gemotiveerd is om het traject van schuldhulpverlening te doorlopen, verstrekt het college bijzondere bijstand voor de kosten die zijn voor het opstarten van budgetbeheer.
Artikel 11.1 Hardheidsclausule
Het college kan in specifieke, bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze beleidsregel als onverkorte toepassing hiervan gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Aldus besloten in de vergadering van het college van op 30 september 2025
burgemeester en wethouders van Bladel,
de secretaris,
de burgemeester,
Toelichting beleidsregels bijzondere bijstand Bladel 2026
Artikel 1.3 Moment indienen aanvraag bijzondere bijstand
Lid 1: Opkomende kosten zijn onverwachte uitgaven die pas duidelijk worden als ze betaald moeten worden, bijvoorbeeld na een factuur of medisch advies. Dat is meestal het moment waarop er ook echt betaald moet worden. Als het redelijk is dat iemand dit eerder niet kon voorzien of begrijpen, dan geldt het moment waarop het wél duidelijk werd als beginpunt voor de beoordeling van de kosten.
Kosten die al zijn voldaan: Kosten die al zijn betaald vóór de aanvraag kunnen worden vergoed, mits de noodzaak en het moment van opkomen objectief aantoonbaar zijn en de aanvraag binnen de gestelde termijn is ingediend. Belangrijk dat wordt uitgelegd waarom de aanvraag niet eerder gedaan kon worden, bijvoorbeeld: Ziekte of opname, Gebrek aan informatie of begeleiding, Bewindvoering of andere persoonlijke omstandigheden
Lid 2: een ambtshalve verlenging kan alleen als belanghebbende toestemming heeft gegeven om zijn gegevens te mogen raadplegen. Zonder aanvraag is er anders geen wettelijke basis om de gegevens in te zien.
Lid 2: het vermogen in een eigen bewoonde woning blijft geheel buiten beschouwing. Vermogen in onroerend goed dat niet het hoofdverblijf is van de belanghebbende, wordt voor 100% als draagkracht meegerekend.
Situatie: Alleenstaande ouder met één kind Netto maandinkomen: € 2.400 Geen vermogen Bijstandsnorm (alleenstaande ouder): € 1.750. 120% van de bijstandsnorm: € 2.100
Weggevallen toeslagen door hoger inkomen:
We corrigeren het inkomen direct met het gemis aan toeslagen:
Vergelijk het gecorrigeerde inkomen met 120% van de bijstandsnorm:
Het gecorrigeerde inkomen ligt onder de 120% norm, dus er is geen inkomen boven de norm.
Draagkracht = 35% van het inkomen boven de norm
Vergelijking met ongewijzigd inkomen
Zonder correctie voor toeslagen zou het inkomen boven de norm zijn:
Draagkracht = 35% van € 300 = € 105
Artikel 1.5 Draagkracht bij schulden
Eventueel correctie voor toeslagen:
Uitleg gebruik individuele norm ipv gehuwdennorm in het geval de partner niet in een schuldregeling zit:
De alleenstaande norm sluit aan bij de vtlb-berekening, die uitgaat van een individueel bestaansminimum. Zou je de gehuwdennorm gebruiken, dan wordt het inkomen van de partner onterecht meegerekend. Alleen de persoon in de schuldregeling is juridisch verantwoordelijk voor het aflossen van schulden. De partner is dat niet. Als je het inkomen van de partner meeneemt alsof het gezamenlijke draagkracht is, dan verleg je de financiële verantwoordelijkheid naar iemand die daar formeel niet toe verplicht is.
Lid 3: inkomen waarop beslag ligt kan bij de draagkrachtbepaling in verband met een aanvraag om bijzondere bijstand, niet in aanmerking worden genomen. Zie CRvB 19-1-2021, ECLI:NL:CRVB:2021:110.
Het college kan bij de draagkrachtvaststelling namelijk alleen inkomsten en vermogen in aanmerking nemen die feitelijk kunnen worden aangewend om te voorzien in de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd. Uit artikel 35 lid 1 Pw volgt namelijk dat beoordeeld moet worden of de belanghebbende de kosten kan voldoen uit de beschikbare middelen.
In het kader van de draagkrachtvaststelling kan niet worden gezegd dat de belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over zijn inkomen voor zover daarop executoriaal beslag is gelegd. Hij kan dat inkomensdeel niet feitelijk besteden. En hij is ter zake niet beschikkingsbevoegd. En hij kan ook niet de beslagene aanspreken om het bedoeld inkomensdeel aan hem uit te betalen.
Artikel 1.7 Draagkrachtperiode bijzondere bijstand
Lid 1: als op 12 april een aanvraag wordt ingediend, begint het draagkracht te lopen vanaf 1 april.
Lid 2: De draagkracht kan voor een kortere of langere periode worden vastgesteld als:
De kosten een eenmalig of juist langdurig karakter hebben zoals medische kosten vs. bewindvoering. De inkomenssituatie van belanghebbende verandert bijv. start werk, pensioen, wisselend inkomen. Er sprake is van een wijziging in gezinssamenstelling.
Lid 4 onder a: met een zodanige wijziging wordt bedoeld een wijziging waardoor het bedrag bijzondere bijstand wijzigt met meer dan €,5,-
Het college verstrekt geen bijzondere bijstand voor zover een andere wet de kosten vergoed of deze kosten als niet noodzakelijk heeft aangemerkt. Als voorbeeld: het college verstrekt dus geen bijzondere bijstand voor kosten voor zover de kosten worden vergoed door de (aanvullende) zorgverzekering.
Lid 2: aangezien het een bijstandsaanvraag betreft heeft de belanghebbende de inlichtingenplicht, artikel 17 lid 1 Pw, en de medewerkingsplicht, artikel 17 lid 2 Pw.
Artikel 2.3 Collectieve zorgverzekering
Bijzondere bijstand voor de kosten van de collectieve zorgverzekering is een vorm van categoriale bijzondere bijstand, artikel 35 lid 3 Pw. Voor toepassing daarvan gelden de voorwaarden zoals ze staan in dit artikel.
Lid 3: het begrip inkomenswijziging moet breed worden geïnterpreteerd. Het gaat om een wijziging in inkomen, maar ook om een wijziging in leefvorm/gezinssituatie..
Voorbeeld: als iemand naar inrichting gaat en daarmee boven de norm komt, dan valt dit onder de situatie van sprake van een inkomenswijziging en heeft het geen gevolgen voor dat kalenderjaar.
We hanteren een hier een kalenderjaar omdat het gaat om een categoriale bijzondere bijstand voor de collectieve zorgverzekering en een belanghebbende gedurende een kalenderjaar niet kan overstappen naar een andere zorgverzekering.
Lid 4+5: De hoogte van de gemeentelijke bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld door de colleges na bekendmaking van de premies. De kosten van de pakketten en de premies worden jaarlijks op de website gepresenteerd.
Artikel 2.5 Vervoer naar ziekenhuis/medisch specialist in verband met een behandeling
Lid 1 onder b: een verklaring van een specialist dat de behandeling in een bepaald ziekenhuis of andere behandelingsinstelling noodzakelijk is, is voldoende om deze voorwaarde vast te stellen.
Lid 2: de afstand wordt bepaald vanaf het woonadres tot aan de plaats van bestemming. Het gaat om de kortste route. Bij een kilometervergoeding wordt er gebruikt gemaakt van de ANWB routeplanner. Bij een vergoeding van het openbaar vervoer wordt er gebruikt van OV 9292.
Artikel 2.6 Brillen en contactlenzen
Lid 2: Bijzondere bijstand is enkel mogelijk voor de belanghebbende die niet deelneemt aan de Collectieve Zorgverzekering. En enkel voor de hoogte van hetgeen de CZV zou vergoeden. Als de CZV bijvoorbeeld een bril vergoedt á €130,- per 2 jaar, dan kan een belanghebbende dit bedrag per 2 jaar aan bijzondere bijstand ontvangen.
Artikel 2.7 Eigen bijdrage hoortoestellen
Bijzondere bijstand is enkel mogelijk voor de belanghebbende die niet deelneemt aan de Collectieve Zorgverzekering. En enkel voor de hoogte van hetgeen de CZV zou vergoeden. Als de CZV bijvoorbeeld een gehoortoestel vergoedt á €450,- per 5 jaar, dan kan een belanghebbende dit bedrag per 5 jaar aan bijzondere bijstand ontvangen.
Lid 1: de noodzaak kan worden vastgesteld door een verklaring van een arts of medisch specialist.
Lid 2 De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van de Nibud Prijzengids.
Artikel 2.9 Tandheelkundige hulp
Lid 2: Bijzondere bijstand is enkel mogelijk voor de belanghebbende die niet deelneemt aan de Collectieve Zorgverzekering. En enkel voor de hoogte van hetgeen de CZV zou vergoeden. Als de CZV bijvoorbeeld 75% van de kosten dekt voor een prothetische voorziening voor de onderkaak van €637,50,- per 5 jaar, dan kan een belanghebbende dit bedrag per 5 jaar aan bijzondere bijstand ontvangen.
Artikel 2.10 Maaltijdvoorziening
Lid 1: een verklaring van een deskundige kan duidelijk maken dat een belanghebbende niet in staat is om zelf een warme maaltijd voor te bereiden. Mogelijk kan dit aan de hand van gegevens die de consulent heeft ook worden vastgesteld.
Lid 2: Onder een warme maaltijd wordt verstaan: een volwaardige, bereide maaltijd die bestaat uit meerdere componenten. De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de maaltijd als geheel, ongeacht het aantal gangen, het maximum aantal gangen is 3 (voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht).
Lid 3: bij de bedragen genoemd in dit lid is al rekening gehouden met het betalen van een eigen bijdrage per maaltijd.
Lid 1. Het college verstrekt bijzondere bijstand voor de energiekosten, indien de energiekosten hoger zijn dan de door het Nibud vastgestelde gemiddelde energiekosten (in de Nibud prijzengids) en de belanghebbende als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra energiekosten moet maken.
Lid 2 De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op de daadwerkelijke energiekosten minus de door het Nibud vastgestelde gemiddelde energiekosten (zie Nibud prijzengids)
Artikel 2.13 Bewassing en kledingslijtage
Lid 1: om vast te stellen of de belanghebbende hier recht op heeft, is een verklaring van een medisch specialist noodzakelijk waaruit blijkt dat de belanghebbende extra kosten heeft met betrekking hierop door een chronische ziekte of handicap.
Lid 2: De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op de noodzakelijke extra kosten, voor zover deze hoger liggen dan de door het Nibud vastgestelde kosten voor bewassing en kleding.
Artikel 3.1 Algemene bepalingen reiskosten
Lid 2: de afstand wordt bepaald vanaf het woonadres tot aan de plaats van bestemming. Het gaat om de kortste route. Bij een kilometervergoeding wordt er gebruikt gemaakt van de ANWB routeplanner. Bij een vergoeding van het openbaar vervoer wordt er gebruikt van OV 9292.
Artikel 3.2 Reiskosten bezoek zieke familieleden
Lid 2: de reiskosten voor de eerste 4 bezoeken en vanaf het 13de bezoek per kalenderjaar komen voor eigen rekening van de belanghebbende.
Artikel 3.3 Reiskosten bezoek gedetineerden
Algemeen: met gezin, huishouden en wonen in gezinsverband wordt bedoeld: degene die in het huishouden woont. Het gaat om eerstegraad kinderen en pleegkinderen. Ook niet ten laste komende kinderen vallen hieronder als zij voor de detentie in het huis woonde.
Lid 2 onder a: de partner is de volwassen persoon met wie de gedetineerde een relatie onderhoudt en die is ingeschreven in de BRP op het (voormalige) adres van de gedetineerde, dan wel de ouder van de kinderen.
Artikel 3.4 Reiskosten bezoek uit huis geplaatste kinderen
Het gaat hier niet om reiskosten met betrekking tot een omgangsregeling bij co-ouderschap.
Artikel 4.1a Duurzame gebruiksgoederen
Lid 2: in beginsel verstrekt het college geen bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen, omdat deze kosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. In afwijking kan het college bij bijzondere omstandigheden toch bijzondere bijstand verstrekken. Het niet kunnen reserveren als gevolg van schulden is geen op zichzelf staande bijzondere omstandigheid.
Een situatie die afwijkt van het normale levensverloop en waarin de betrokkene redelijkerwijs niet in staat was vooraf te reserveren voor noodzakelijke kosten. Dit kan het gevolg zijn van externe factoren zoals een plotselinge calamiteit, een gedwongen verhuizing, een instellingsverleden, of een acute medische of sociale noodzaak. De omstandigheid moet objectief vaststelbaar zijn, niet verwijtbaar, en buiten de invloedssfeer van de betrokkene liggen
Lid 4: bij het hanteren van de NIBUD-richtlijnen voor een inventarispakket/inboedelpakket wordt rekening gehouden dat belanghebbende gebruik kan maken van een kringloopwinkel, actieprijzen en aanbiedingen van particulieren op advertentiesites.
Het witgoed (wasmachine, koelkast, kookplaat en stofzuiger) worden in beginsel nieuw aangeschaft.
Onder e: onder inwonende kinderen worden verstaan ten laste komende kinderen en meerderjarige inwonende kinderen. Hebben de meerderjarige kinderen een eigen gezin die meekomen in de woning, moet er worden gekeken of zij een eigen aanvraag moeten indienen.
Lid 6: het verlenen van uitstel/opschorten van een betalingsverplichting wordt niet aangemerkt als voldoen aan een termijn.
Artikel 4.1b Overige inrichtingskosten
Lid 1: in beginsel verstrekt het college geen bijzondere bijstand voor overige inrichtingskosten, omdat deze kosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. In afwijking kan het college bij bijzondere omstandigheden toch bijzondere bijstand verstrekken. Het niet kunnen reserveren als gevolg van schulden is geen op zichzelf staande bijzondere omstandigheid.
Een situatie die afwijkt van het normale levensverloop en waarin de betrokkene redelijkerwijs niet in staat was vooraf te reserveren voor noodzakelijke kosten. Dit kan het gevolg zijn van externe factoren zoals een plotselinge calamiteit, een gedwongen verhuizing, een instellingsverleden, of een acute medische of sociale noodzaak. De omstandigheid moet objectief vaststelbaar zijn, niet verwijtbaar, en buiten de invloedssfeer van de betrokkene liggen
Lid 3. c. definitie Tiny house:
Lid 4: de bijdrage van €750,- kan ook besteed worden aan een erfafscheiding. Op het aanvraagformulier moet duidelijk worden gemaakt dat het om een nieuwbouwwoning gaat.
Lid 5: de bijdrage kan ook besteed worden aan een erfafscheiding, op het aanvraagformulier moet duidelijk worden gemaakt dat het om een nieuwbouwwoning gaat.
Verhuiskosten zijn o.a. kosten die een huurder moet maken als hij zijn woning moet opleveren.
Lid 1: het college verstrekt in beginsel geen bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing, omdat deze kosten behoren tot de incidenteel noodzakelijke kosten van het bestaan. Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de kosten van een noodzakelijke verhuizing als sprake is van bijzondere omstandigheden. De verhuizing moet noodzakelijk zijn, voorbeelden van mogelijke factoren die verhuizen buiten de eigen wil kunnen veroorzaken: medische redenen, sociale noodzaak of beëindiging van opvang. Het college beoordeelt per situatie of de verhuizing niet vermijdbaar was en of er geen andere voorzieningen beschikbaar zijn.
Artikel 4.4 Berekening woonkostentoeslag huurders
Lid 1: dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als om een recreatiewoning gaat of het geen zelfstandige woonruimte betreft of de belanghebbende nog niet de 23-jarige leeftijd heeft bereikt.
Artikel 4.5 Berekening woonkostentoeslag huiseigenaren
Lid 1 onder b: de zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom zijn zaken zoals: rioolrechten, het eigenaarsdeel waterschapslasten, het erfpachtcanon, de premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade (alleen voor de opstallen) en het eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel);
Hoofdstuk 5. Bewind, mentorschap, curatele en juridische kosten
Artikel 5.1 Kosten rechtsbijstand
Lid 1: de procedure is in ieder geval noodzakelijk als de belanghebbende een toevoeging van een advocaat door de Raad van Rechtsbijstand heeft. Als deze toevoeging niet aanwezig is, dan moet de toets van noodzakelijkheid worden gedaan op grond van artikel 35 Pw.
Lid 2: als de belanghebbende de korting, zoals die staat in artikel 2 lid 6 Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand, heeft misgelopen. Krijgt hij geen bijzondere bijstand voor deze misgelopen korting.
Artikel 5.2 Kosten bewindvoering , curatele en mentorschap
Lid 1: Bankkosten voor de beheerrekening kunnen in aanmerking komen voor bijstandsverlening. Deze kosten zijn noodzakelijk, omdat een belanghebbende een bankrekening nodig heeft. De bewindvoerder moet bij de start van het beschermingsbewind een beheerrekening openen, zoals vermeld in artikel 1:436 lid 4 BW.
Het openen en het aanhouden van deze rekening is direct gerelateerd aan de beschermingsbewindpositie.
Lid 2: de bedragen genoemd in de regeling zijn inclusief BTW. Als een stichting de bewindvoering, curatele of mentorschap uitvoert, dan is vergoedt het college de bedragen exclusief BTW.
Vanuit de Wmo heb je keuzevrijheid om te kiezen voor een PGB of ZIN. Deze keuzevrijheid mag niet worden afgewenteld op de bijstand. Vandaar deze bepaling.
Kosten van beheer van een PGB omvatten administratieve ondersteuning, het opstellen van zorgovereenkomsten en declaraties, en hulp bij verantwoording richting SVB of gemeente. Ook kosten voor een bewindvoerder of budgetbeheerder vallen hieronder.
Hoofstuk 7, Kosten kinderopvang
Lid 1: dit houdt in dat belanghebbende recht moet hebben op de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst en moet voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in artikel 1.6 lid 1 onder c, e, f, g of je Wet kinderopvang.
Artikel 7.3 Hoogte en duur van de bijzondere bijstand
Lid 1: voor de maximale hoogte van de bijzondere bijstand wordt aangesloten bij de maximale uurprijs voor kinderopvang zoals deze is opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag.
Hoofdstuk 8. Schuldhulpverlening
Artikel 8.1 Opstartkosten budgetbeheer
De kosten voor het opstarten van budgetbeheer zijn bedoeld als basisbedrag als de belanghebbende niet kan beschikken over liquide geldelijke middelen om bijvoorbeeld lopende reserveringen in te vullen of eerste, kleine extra uitgaven te voldoen.
Definitie: Erfgenamen zijn personen die een erfenis ontvangen. Dat kan wettelijk (familie in vaste volgorde) of via een testament (bijvoorbeeld vrienden of goede doelen). Een erfenis kun je aanvaarden (zuiver of beneficiair) of verwerpen.
Lid 1: bij zeer uitzonderlijke gevallen kan onder andere worden gedacht aan de geboorte van een meerling (alleen de meerkosten komen voor bijzondere bijstand in aanmerking), een onvrijwillige zwangerschap ten gevolge van een zedenmisdrijf of hogere kosten ten gevolge van medische complicaties.
Er is sprake van een eerste babyuitzet als de belanghebbende(n) nog geen andere kinderen hebben of ze een kind hebben die ouder is dan 4 jaar.
Lid 3: De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op het bedrag voor het basispakket in de Nibud Prijzengids.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-467946.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.