Statuut op de Bestuursraden 2025

Burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente ’s-Hertogenbosch,

 

In zijn vergadering van 21 oktober 2025,

 

Gezien het voorstel met reg.nr. 18485780,

 

  • -

    gelet op het raadsbesluit d.d. 25 maart 1971, nr. 75 respectievelijk het raadsbesluit d.d. 2 januari 1996, nr. 96.007, waarbij de bestuursraden voor Empel en Meerwijk en voor Engelen en Bokhoven

(opnieuw) zijn ingesteld;

  • -

    gelet op het raadsbesluit d.d. 4 juli 2002, nr. 02.0613 waarin het Statuut op de bestuursraden 2002 voor het eerst werd vastgesteld en het statuut op de bestuursraden 2014 d.d. 17 december 2013;

  • -

    gelet op art. 84 Gemeentewet en de Wet dualisering gemeentebestuur;

 

besluiten:

 

  • 1.

    het navolgende Statuut voor de bestuursraden 2025 vast te stellen:

Hoofdstuk I Algemeen

 

 

Artikel 1  

  • 1.

    Er is een bestuursraad voor Empel en Meerwijk met als werkgebied de buurten Kom Empel, Maasakker, Empel oost, De Koornwaard, Oud Empel en Dieskant/Meerwijk (ged).

  • 2.

    Er is een bestuursraad voor Engelen en Bokhoven met als werkgebied de buurten Kom Engelen, De Vutter, Henriëttewaard (m.u.v. Dieskant/Meerwijk), Haverleij, Bokhoven en Engelermeer.

  • 3.

    Wijziging van het werkgebied vindt in overleg met de betreffende bestuursraad plaats door burgemeester en wethouders.

 

Hoofdstuk II Taakomschrijving

 

 

Artikel 2  

De bestuursraad behartigt de belangen van het betreffende werkgebied op de wijze en met de bevoegdheden, welke hem in of op grond van dit statuut zijn gegeven.

 

Artikel 3  

  • 1.

    De bestuursraad is bevoegd over aangelegenheden, waarbij de belangen van zijn werkgebied specifiek zijn betrokken, aan burgemeester en wethouders of aan de burgemeester aanbevelingen te doen.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de uitvoering van hun bevoegdheden te mandateren aan de bestuursraden, als en voor zover deze het werkgebied van de bestuursraden betreffen. Hieronder wordt mede verstaan de bevoegdheid tot het doen van uitgaven ten laste van specifieke, op het werkgebied betrekking hebbende budgetten.

  • 3.

    De in het eerste lid bedoelde aanbevelingen kunnen tot stand komen via het geven van gevraagd of ongevraagd advies dan wel in de vorm van al dan niet uitgewerkte voorstellen over aangelegenheden die het werkterrein van de bestuursraad betreffen.

  • 4.

    Onder de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden worden in elk geval verstaan de algemeen verbindende voorschriften en beleidsvoornemens op het terrein van de ruimtelijke en sociale infrastructuur, de inrichting van de openbare ruimte, voorzieningen c.q. accommodaties en overige zaken, voor zover deze betrekking hebben op het woon- en leefklimaat van het werkgebied.

 

Artikel 4  

  • 1.

    Burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester winnen het advies in van de bestuursraad over aangelegenheden waarbij de belangen van het werkgebied specifiek zijn betrokken.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen de bestuursraad een termijn stellen waarbinnen deze zijn advies als bedoeld in het vorige lid aan het college moet mededelen.

  • 3.

    Als van een door de bestuursraad uitgebracht advies wordt afgeweken, dan wordt dit gemotiveerd medegedeeld aan de bestuursraad.

 

Artikel 5  

  • 1.

    Alvorens aan de gemeenteraad voorstellen te doen over aangelegenheden, waarbij de belangen van het werkgebied specifiek zijn betrokken, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de bestuursraad.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders verwerken het advies in het voorstel aan de gemeenteraad.

  • 3.

    De gemeenteraad kan, al dan niet op verzoek van de bestuursraad, besluiten dat burgemeester en wethouders alsnog het advies van de bestuursraad dienen in te winnen over een voorstel, waaromtrent deze aanvankelijk niet is geraadpleegd.

 

Artikel 6  

  • 1.

    Als de bestuursraad inlichtingen wenst over een aangelegenheid, waarbij naar zijn oordeel een belang van zijn werkgebied specifiek is betrokken, kunnen deze inlichtingen schriftelijk door hem aan burgemeester en wethouders worden gevraagd.

  • 2.

    Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de gevraagde inlichtingen niet kunnen worden verstrekt, dan delen zij dat gemotiveerd aan de bestuursraad mee.

 

Artikel 7  

Burgemeester en wethouders en de burgemeester kunnen een lid van het college of van de bestuursraad machtigen het college of de burgemeester bij bepaalde gebeurtenissen in het betrokken werkgebied te vertegenwoordigen.

 

Hoofdstuk III Geldmiddelen

 

 

Artikel 8  

Op de gemeentebegroting wordt jaarlijks een bedrag geraamd tot dekking van de kosten, die de uitoefening van de bij of op grond van dit statuut aan de bestuursraad toegekende bevoegdheden en taken met zich meebrengt.

 

Hoofdstuk IV Samenstelling

 

 

Artikel 9 Kieswet

  • 1.

    De Kieswet is onverkort van toepassing voor zover hiervan in dit statuut niet wordt afgeweken.

  • 2.

    Waar in de Kieswet wordt gesproken over gemeenteraad moet worden gelezen de bestuursraad voor Empel en Meerwijk respectievelijk de bestuursraad voor Engelen en Bokhoven en waar gesproken wordt over gemeente moet worden gelezen het van toepassing zijnde werkgebied, als bedoeld in artikel 1.

 

Artikel 10 Samenstelling

  • 1.

    De bestuursraad bestaat uit:

    • 7 leden als het werkgebied minder dan 3.000 inwoners telt;

    • 9 leden als het werkgebied meer dan 3.000 inwoners telt

  • Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van de bestuursraad, voortvloeiend uit een wijziging van het aantal inwoners van het werkgebied, treedt in bij de eerstvolgende periodieke verkiezing van de bestuursraad. Als peildatum geldt 1 januari van het jaar waarin de verkiezing plaatsvindt.

  • 2.

    De bestuursraad wordt gekozen door degenen die op de vierenveertigste dag vóór de dag van stemming ingezetenen zijn van het werkgebied van de betreffende bestuursraad en op de dag van de stemming kiesgerechtigd zijn voor, de op dezelfde dag gehouden, gemeenteraadsverkiezing. Dit in overeenstemming met artikel B3 van de Kieswet.

  • 3.

    De leden van de bestuursraad worden benoemd uit kiesgerechtigde inwoners van het werkgebied van de betreffende bestuursraad.

  • 4.

    Onder ingezetenen verstaat dit statuut zij die in het werkgebied van de betreffende bestuursraad werkelijke woonplaats hebben en als zodanig staan ingeschreven in de Basisregistratie personen.

 

Artikel 11 Onverenigbaarheden

Een lid van de bestuursraad kan niet tegelijkertijd lid zijn van het college van burgemeester en wethouders of van de gemeenteraad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch of als ambtenaar in vaste dienst dan wel op arbeidsovereenkomst werkzaam zijn bij de gemeente 's-Hertogenbosch.

 

Artikel 12 Stemdistricten en stembureaus

  • 1.

    Het werkgebied van de betreffende bestuursraad wordt door burgemeester en wethouders in stemdistricten verdeeld op eenzelfde wijze en in dezelfde vorm als voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

  • 2.

    Het stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad fungeert ook als stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden

  • 3.

    Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad fungeert ook als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de bestuursraden.

 

Artikel 13 Kandidaatstelling

  • 1.

    De dag van de kandidaatstelling vindt plaats op een maandag in december welke valt in de week voorafgaand aan de kerstvakantie.

  • 2.

    Voor de inlevering van de kandidatenlijst is geen waarborgsom verschuldigd.

  • 3.

    Bij de inlevering van de kandidatenlijst hoeven geen ondersteuningsverklaringen van kiesgerechtigden te worden overgelegd.

  • 4.

    Het vormen van een lijstengroep of lijstencombinatie is niet mogelijk.

  • 5.

    Op de dag na de kandidaatstelling, om 11:00 uur, houdt het centraal stembureau een niet openbare zitting en onderzoekt de kandidatenlijsten die zijn ingeleverd.

  • 6.

    Verzuimen kunnen tot de eerste donderdag na de zitting tot 12:00 uur hersteld worden.

  • 7.

    Op de dag, genoemd in lid 6, beslist het centraal stembureau om 16:00 uur in een openbare zitting over de geldigheid van de kandidatenlijst.

 

Artikel 14 Nummering van de kandidaten

  • 1.

    Het centraal stembureau nummert in de zitting, bedoeld in artikel 13 lid 7, de kandidaten die geldig zijn verklaard en maakt deze beslissing tijdens de zitting bekend. Alle kandidaten komen samen op één lijst te staan.

  • 2.

    Eerst worden de kandidaten genummerd die bij de laatstgehouden verkiezing verkiesbaar waren. Aan deze kandidaten worden de nummers één en volgende toegekend. De nummering vindt plaats via loting.

  • 3.

    Vervolgens worden de kandidaten die niet aan de laatstgehouden verkiezing hebben deelgenomen genummerd via loting.

  • 4.

    Als artikel 15 van toepassing was bij de laatstgehouden verkiezing, worden aan de kandidaten die zijn benoemd de nummers één en volgende via loting toegekend.

 

Artikel 15 Geen verkiezingen

Als er bij een verkiezing evenveel kandidaten worden gesteld als er plaatsen te vervullen zijn, verklaart het centraal stembureau, nadat de kandidatenlijsten onherroepelijk zijn geworden, dat de daarop vermelde kandida(a)t(en) benoemd zijn, tenzij de bestuursraad nadrukkelijk verkiezingen wenst.

 

Artikel 16 Stemming

De stemming vindt plaats op dezelfde dag en op hetzelfde tijdstip als de stemming voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

 

Artikel 17 Zetelverdeling

Om tot uitdrukking te brengen dat de bestuursraad de belangen vertegenwoordigt van alle inwoners van het werkgebied van de bestuursraad worden de zetels toegekend aan de kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.

 

Artikel 18 Benoeming

De voorzitter van het centraal stembureau geeft de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming en geeft hiervan ook kennis aan de voorzitter van de betreffende bestuursraad. Deze kennisgeving strekt de benoemde tot geloofsbrief.

 

Artikel 19 Zittingsduur en plaatsvervanging

  • 1.

    De zittingsduur van de leden van de bestuursraad is gelijk aan de zittingsduur van de leden van de gemeenteraad. De beëdiging en installatie van de nieuwbenoemde leden van de bestuursraad vindt zo spoedig mogelijk na de installatie van de leden van de gemeenteraad plaats.

  • 2.

    De leden van de bestuursraad kunnen te allen tijde ontslag nemen. Het ontslag wordt door hen ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders en de bestuursraad.

  • 3.

    Zij blijven niettemin in functie totdat de goedkeuring van de geloofsbrieven van hun opvolgers onherroepelijk is geworden of totdat het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.

 

Artikel 20 Geen opvolgers

  • 1.

    Als bij plaatsvervanging geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt, beslist het centraal stembureau dat geen opvolger kan worden benoemd.

  • 2.

    Als door deze beslissing het aantal zitting hebbende leden minder wordt dan de helft plus een van het aantal leden, dan worden tussentijds nieuwe verkiezingen uitgeschreven, tenzij burgemeester en wethouders anders beslissen.

 

Artikel 21 Onderzoek geloofsbrieven en toelating

  • 1.

    De betreffende bestuursraad onderzoekt de geloofsbrieven van de benoemden en beslist ook of de benoemde als lid van de bestuursraad wordt toegelaten.

  • 2.

    Na de beslissing tot toelating moet de benoeming worden bekrachtigd door burgemeester en wethouders, waarna ten overstaan van de vaste overlegpartner, als bedoeld in artikel 22, beëdiging plaats vindt.

 

Hoofdstuk V De voorzitter

 

 

Artikel 22 Voorzitter

  • 1.

    De bestuursraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

  • 2.

    De voorzitter is belast met het leiden van de vergadering en het (doen) naleven van dit statuut respectievelijk het reglement van orde voor de vergadering van de bestuursraad.

 

Hoofdstuk VI Overlegpartner

 

 

Artikel 23 Overlegpartner

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders wijst uit zijn midden voor elk van de bestuursraden een vaste overlegpartner aan.

  • 2.

    Deze overlegpartner is op uitnodiging van de bestuursraad gerechtigd de openbare vergaderingen van de bestuursraad bij te wonen en aan de beraadslaging deel te nemen.

  • 3.

    De overlegpartner is gerechtigd zich te doen vervangen en/of door een deskundige te laten bijstaan.

 

Hoofdstuk VII Vergaderingen

 

 

Artikel 24 Openbare vergaderingen

  • 1.

    De bestuursraad vergadert in principe zeven keer per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of ten minste drie leden van de bestuursraad het nodig oordelen.

  • 2.

    De voorzitter draagt in overleg met de ambtelijk secretaris zorg voor het opstellen en tijdig verspreiden van de agenda.

  • 3.

    De vergaderingen van de bestuursraad zijn openbaar, tenzij tenminste de helft van het aantal leden van de bestuursraad dan wel de overlegpartner, als bedoeld in artikel 26, verzoekt om de deuren te sluiten.

  • 4.

    De bestuursraden stellen een reglement van orde voor hun vergaderingen vast. Het ontwerp dient te worden goedgekeurd door burgemeester en wethouders. Dit reglement mag niet strijdig zijn met dit statuut.

 

Artikel 25 Inspreken

  • 1.

    Een ieder, geen lid van de bestuursraad zijnde, die in een openbare vergadering van de bestuursraad het woord wenst te voeren over een volgens de agenda voor die vergadering geagendeerd onderwerp dan wel over een specifiek op het betreffende werkgebied betrekking hebbend onderwerp, dient daartoe voor aanvang van de vergadering een verzoek in bij de voorzitter.

  • 2.

    Direct na de opening van de vergadering doet de voorzitter van de bestuursraad mededeling van het desbetreffende verzoek met het voorstel ter zake een beslissing te nemen.

 

Artikel 26 Ondertekening stukken

Alle stukken die van de bestuursraad uitgaan worden getekend door de voorzitter en/of de secretaris.

 

Artikel 27 Adviezen bestuursraad

De adviezen van de bestuursraad worden schriftelijk gegeven en behelzen slechts het gevoelen van de meerderheid, tenzij de minderheid verlangt dat ook haar gevoelen wordt vermeld.

 

Hoofdstuk VIII De (ambtelijk) secretaris

 

 

Artikel 28 Ambtelijk secretaris

  • 1.

    De bestuursraad wordt van gemeentewege ondersteund door een ambtelijk secretaris, die zorg draagt voor ondersteuning van de bestuursraad in haar relatie tot het gemeentebestuur en het ambtelijk apparaat.

  • 2.

    De bestuursraad wijst uit haar midden een secretaris aan, die in aanvulling op en samenwerking met de ambtelijk secretaris zorg draagt voor het onderhouden van de (schriftelijke) contacten tussen de bestuursraad en de achterban en het gemeentebestuur.

 

Artikel 29 Taken ambtelijk secretaris

  • 1.

    In het kader van de in artikel 28, eerste lid genoemde taak woont de ambtelijk secretaris de openbare vergaderingen van de bestuursraad bij en is hij de bestuursraad behulpzaam bij:

    • het opstellen van de agenda van de openbare vergaderingen;

    • het maken van de notulen van de vergaderingen;

    • het aan de bestuursraad ter beschikking stellen van alle specifiek op het betreffende werkgebied betrekking hebbende stukken.

  • 2.

    De notulen van de vergadering worden door de ambtelijk secretaris ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders en overige geïnteresseerden.

 

Hoofdstuk IX Slot- en overgangsbepalingen

 

Artikel 30 Besluitvorming bij onduidelijkheden

In gevallen waarin dit statuut niet voorziet of in geval enige bepaling voor verschillende uitleg vatbaar is, beslissen burgemeester en wethouders, na overleg met de bestuursraad.

 

Artikel 31 Wijziging of aanvulling statuut

Een voorstel tot wijziging of aanvulling van dit statuut kan worden geïnitieerd door de bestuursraad en/of door het college van burgemeester en wethouders.

 

Artikel 32 Tot slot

  • 1.

    Het statuut op de bestuursraden 2014 vervalt op 21 oktober 2025.

  • 2.

    Dit statuut wordt aangehaald als “Statuut op de bestuursraden 2025” en treedt in werking op 21 oktober 2025.

 

 

Het college voornoemd,

De secretaris,

Drs. B. van der Ploeg

De voorzitter,

Drs. J.M.L.N. Mikkers

Naar boven