Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023,

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

 

Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam

 

HOOFDSTUK 1  

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid: alle trainers en begeleiders die met jeugd tot en met 17 jaar of andere kwetsbare groepen werken, hebben een Verklaring Omtrent Gedrag en hebben de gedragscode sociale veiligheid ondertekend en er is door de sportclub een vertrouwenscontactpersoon aangesteld en bekend gemaakt onder de leden;

  • -

    ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;

  • -

    sportclub: een sportvereniging, een sportstichting of een sportondernemer;

  • -

    sportondernemer: een organisatie met een ondernemende rechtsvorm die zich statutair het in verenigd verband beoefenen van een sport ten doel stelt en die statutair gevestigd is in Amsterdam, of waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam;

  • -

    sportparticipatie: de wekelijkse sportdeelname zoals gemeten in de meest recente NOC*NSF Sportdeelname-index Amsterdam;

  • -

    sportstichting: een stichting die zich statutair het in verenigd verband beoefenen van een sport ten doel stelt die statutair gevestigd is in Amsterdam, of waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam;

  • -

    sportvereniging: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich statutair het in verenigd verband beoefenen van een sport ten doel stelt en die statutair gevestigd is in Amsterdam, of waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam;

  • -

    vrijwilligerskader: de vrijwilligers binnen de sportvereniging die zich bezighouden met het versterken van de organisatiekracht van de sportvereniging.

Artikel 2 Toepasselijkheid ASA 2023

De ASA 2023 is van toepassing.

Artikel 3 Doel subsidieregeling

Het doel van de regeling is een sterke, toekomstbestendige Amsterdamse sportinfrastructuur waardoor zoveel mogelijk Amsterdammers in beweging komen en blijven, door het ondersteunen van sportclubs.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten voor de inzet van een beroepskracht bij een sportvereniging en hoogte subsidiabele kosten

  • 1.

    Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het ondersteunen en begeleiden van het vrijwilligerskader van een sportvereniging door een beroepskracht, zoals:

    • a.

      het helpen van trainers, coaches en instructeurs bij de planning, organisatie, communicatie en monitoring van trainingen of trainingsprogramma;

    • b.

      het helpen van trainers, coaches en instructeurs bij hun sporttechnische, didactische of pedagogische ontwikkeling;

    • c.

      het werven, begeleiden, ondersteunen en aansturen van vrijwilligers;

    • d.

      het helpen organiseren van activiteiten of evenementen om nieuwe leden te krijgen of leden te houden;

    • e.

      het helpen realiseren van een positieve sportcultuur, het exploiteren van de accommodatie of het realiseren van samenwerkingen met andere sportclubs of maatschappelijke (buurt)organisaties.

  • 2.

    De subsidie per aanvrager per kalenderjaar voor de activiteiten bedoeld in het eerste lid bedraagt maximaal 40% van de begroting van de activiteiten, met een maximum van:

    • a.

      € 5.000 voor sportverenigingen met 50 tot en met 250 sportende leden;

    • b.

      € 10.000 voor sportverenigingen met 251 tot en met 750 sportende leden;

    • c.

      € 15.000 voor sportverenigingen met meer dan 750 sportende leden.

  • 3.

    Een aanvraag voor de inzet van een beroepskracht als bedoeld in het eerste lid kan ook door meerdere sportverenigingen samen worden gedaan als de ondersteuning of begeleiding door de beroepskracht ten gunste komt van het vrijwilligerskader van alle bij de aanvraag betrokken sportverenigingen. In dat geval worden voor de berekening van de maximale subsidie zoals bedoeld in het tweede het aantal sportende leden van de betreffende verenigingen bij elkaar opgeteld.

  • 4.

    Voor de subsidie genoemd in het eerste lid komen in aanmerking loonkosten van de beroepskracht die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, tot een bedrag van maximaal € 90 per uur.

  • 5.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    • a.

      de BTW over de gesubsidieerde kosten;

    • b.

      kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd of betaald.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten voor het versterken van de sportvereniging en sportstichting en hoogte subsidiabele kosten

  • 1.

    Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor activiteiten die zich richten op het blijvend versterken van de sportvereniging of sportstichting door:

    • a.

      het aantrekken of behouden van sporters, trainers en coaches of vrijwilligers;

    • b.

      het inventariseren van behoeften van huidige leden;

    • c.

      het spiegelen met de identiteit en cultuur en het maken van een plan om eventuele verschillen hiertussen te verkleinen;

    • d.

      het realiseren van een positieve sportcultuur, door veiligheid, plezier, aandacht voor opvoeding, pedagogisch sportklimaat, inclusie, respect hebben voor elkaar, ouderbetrokkenheid en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag zoals pesten, discriminatie, agressie, geweld en seksuele intimidatie, centraal te stellen;

    • e.

      het versterken van de bestuurlijke kwaliteiten van individuele bestuurders of het bestuur als team;

    • f.

      het ontwikkelen van een strategie of visie;

    • g.

      het vergroten van de diversiteit binnen het bestuur of commissies; en/of

    • h.

      het verbeteren van de sporttechnische, didactische, pedagogische of EHB(S)O kwaliteiten van trainers en coaches.

  • 2.

    Per kalenderjaar kan voor de activiteit genoemd in het eerste lid onder h maximaal €1.500 per individuele trainer of coach worden verleend.

  • 3.

    Per kalenderjaar kan in totaal maximaal €5.000 worden verleend voor de activiteiten genoemd in het eerste lid.

Artikel 6 Subsidiabele activiteiten voor het opzetten van structureel sportaanbod door sportclubs en hoogte subsidiabele kosten

  • 1.

    Het college kan een eenmalige subsidie verstrekken voor het opzetten van nieuw of vernieuwend structureel sportaanbod:

    • a.

      dat zich expliciet richt op Amsterdammers die nog niet structureel sporten in een gebied of stadsdeel met een lage sportparticipatie; en/of

    • b.

      voor Amsterdammers met een lichamelijke, verstandelijke, visuele of auditieve beperking, met gedragsstoornissen en autisme; en/of

    • c.

      voor Amsterdamse meiden tussen de 4 en 18 jaar; en/of

    • d.

      voor Amsterdammers van 55 jaar en ouder.

  • 2.

    Per kalenderjaar kan in totaal maximaal €5.000 worden verleend voor de activiteiten genoemd in het eerste lid.

  • 3.

    Voor de subsidie genoemd in het eerste lid komen de volgende kosten in aanmerking:

    • a.

      kosten voor instructie door trainers;

    • b.

      kosten voor de aanschaf van sportmaterialen die benodigd zijn voor de uitoefening van de sport;

    • c.

      kosten voor een locatie;

    • d.

      kosten voor promotie en vindbaarheid van het nieuwe sportaanbod;

    • e.

      extra kosten die moeten worden gemaakt om sport voor mensen met een beperking mogelijk te maken.

Artikel 7 Subsidieplafond

  • 1.

    Voor de activiteiten genoemd in artikel 4, eerste lid geldt een subsidieplafond van €200.000 voor het subsidietijdvak 1 januari 2026 tot 1 januari 2027.

  • 2.

    Voor de activiteiten genoemd in artikel 5, eerste lid geldt een subsidieplafond van €115.000 voor het subsidietijdvak 1 januari 2026 tot 1 juli 2026 en €60.000 voor het subsidietijdvak 1 juli 2026 tot 1 januari 2027.

  • 3.

    Voor de activiteiten genoemd in artikel 6, eerste lid onder a, c en d geldt een subsidieplafond van €60.000 voor het subsidietijdvak 1 januari 2026 tot 1 juli 2026 en €40.000 voor het subsidietijdvak 1 juli 2026 tot 1 januari 2027.

  • 4.

    Voor subsidieverlening op grond van artikel 6, eerste lid onder b geldt een subsidieplafond van €25.000 voor het subsidietijdvak 1 januari 2026 tot 1 juli 2026 en €25.000 voor het subsidietijdvak 1 juli 2026 tot 1 januari 2027.

Artikel 8 Verdeelsleutel artikel 4

  • 1.

    Volledige aanvragen voor activiteiten genoemd in artikel 4, eerste lid die voor subsidie als bedoeld in deze regeling in aanmerking komen, worden door het college gerangschikt door middel van een prioriteitenlijst.

  • 2.

    Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie wordt geweigerd op grond van artikel 13, eerste lid.

  • 3.

    De rangschikking op de prioriteitenlijst zoals genoemd in het eerste lid wordt bepaald door de hoogte van het totaal aantal punten dat aan een aanvraag wordt toegekend, waarbij de aanvraag met het hoogste aantal punten bovenaan de prioriteitenlijst komt te staan en bij aanvragen met een gelijk puntenaantal de aanvraag met het lagere aangevraagde subsidiebedrag hoger wordt geplaatst op de prioriteitenlijst.

  • 4.

    Aan een aanvraag kunnen maximaal 100 punten worden toegekend. De hoogte van het aantal te behalen punten wordt bepaald op basis van de volgende criteria:

    • a.

      de mate waarin de inzet van de beroepskracht bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk sportbeleid (maximaal 10 punten);

    • b.

      het percentage leden en vrijwilligers dat direct profiteert van de inzet van de beroepskracht (maximaal 10 punten);

    • c.

      de mate waarin specifieke (kwetsbare) doelgroepen door de inzet van de beroepskracht worden bereikt zoals genoemd in artikel 6 eerste lid (maximaal 10 punten);

    • d.

      de mate waarin de aanvraag een helder plan bevat om de resultaten (financieel) te borgen, zodat de club niet structureel afhankelijk blijft van subsidie (maximaal 10 punten);

    • e.

      de mate waarin de inzet van de beroepskracht bijdraagt aan de blijvende versterking van de organisatiekracht van de sportvereniging (maximaal 10 punten);

    • f.

      de mate waarin de beroepskracht wordt ingezet voor samenwerking met andere sportverenigingen of maatschappelijke organisaties (maximaal 10 punten);

    • g.

      de mate waarin de inzet van de beroepskracht aantoonbaar bijdraagt aan een veilige, inclusieve en respectvolle sportomgeving (maximaal 10 punten);

    • h.

      het aantal leden tot 18 jaar van de sportvereniging (maximaal 10 punten);

    • i.

      of de sportvereniging is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur en het aantal en percentage leden dat in het lopende boekjaar gebruik maakt van deze regeling(en) (maximaal 10 punten)

    • j.

      de mate van noodzaak of urgentie, bijvoorbeeld bij een club met aantoonbaar zwakke organisatiekracht of risico op ledenverlies, bij een club in een gebied of stadsdeel met een lage sportparticipatie (maximaal 10 punten).

  • 5.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden door honorering van alle aanvragen op de prioriteitenlijst, worden aanvragen in de volgorde van de rangschikking gehonoreerd tot het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 9 Verdeelsleutel artikel 5 en 6

  • 1.

    Volledige aanvragen voor activiteiten genoemd in artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld.

  • 2.

    Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie wordt geweigerd op grond van artikel 13, eerste lid.

Artikel 10 De Aanvrager

  • 1.

    Subsidie voor de activiteiten genoemd in artikel 4, eerste lid kan uitsluitend worden aangevraagd door een sportvereniging met meer dan 50 sportende leden.

  • 2.

    Subsidie voor de activiteiten genoemd in artikel 5, eerste lid kan uitsluitend worden aangevraagd door een sportvereniging of sportstichting.

  • 3.

    Subsidie voor de activiteiten genoemd in artikel 6, eerste lid kan worden aangevraagd door een sportclub.

  • 4.

    Als sprake is van een samenwerkingsverband zoals genoemd in artikel 4, derde lid, dient een van de betrokken sportverenigingen als penvoerder de aanvraag in namens het samenwerkingsverband en draagt deze de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de beschikking.

Artikel 11 Aanvraag en in te dienen gegevens

  • 1.

    Een aanvraag kan meerdere activiteiten genoemd in artikel 5 en 6 bevatten Een aanvraag voor een activiteit genoemd in artikel 4 kan niet in dezelfde aanvraag als een aanvraag voor activiteiten genoemd in artikel 5 en/of 6 worden gedaan.

  • 2.

    De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde ‘aanvraagformulier subsidie sterke sportclubs’, waarin, in aanvulling op artikel 6 van de ASA 2023, een gedetailleerd activiteitenplan en gedetailleerde begroting worden opgenomen, waarin de aanvrager:

    • a.

      bevestigt dat hij voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid en dat hij de gemeente hiervan op de hoogte heeft gesteld via het hiervoor bestemde formulier basiseisen en/of de monitor van de vier V's van NOC*NSF heeft ingevuld;

    • b.

      het plan van aanpak beschrijft met de verwachte resultaten;

    • c.

      beschrijft hoe er wordt gezorgd dat de resultaten van de activiteit(en) blijvend zijn;

    • d.

      beschrijft welke overige ondersteuning de aanvrager al van gemeente Amsterdam ontvangt om de organisatie te versterken;

    • e.

      indien hij een sportondernemer is, bevestigt wel of niet aangesloten te zijn bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur;

    • f.

      indien hij een sportondernemer is en is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur, het aantal leden bevestigt dat in het lopende boekjaar gebruik maakt van deze regeling(en);

    • g.

      indien hij een sportondernemer is, bevestigt wel of niet actief met gemeente Amsterdam samen te werken in gemeentelijke programma’s die ten doel hebben het realiseren van maatschappelijke doelen, waaronder sport- en beweegstimuleringsactiviteiten- of evenementen en indien het geval is, hoe deze samenwerking eruit ziet;

    • h.

      indien hij een aanvraag doet voor een activiteit genoemd in artikel 4, eerste lid, door middel van een verklaring van de sportbond bevestigt hoeveel geregistreerde sportende leden hij heeft, uitgesplitst naar jeugd (tot 18 jaar) en senioren (18 jaar en ouder).

Artikel 12 Aanvraagmoment

  • 1.

    De subsidie genoemd in artikel 4 kan worden aangevraagd voor 15 december 2025.

  • 2.

    De subsidie genoemd in artikel 5 en artikel 6 kan twee keer per jaar worden aangevraagd, respectievelijk:

    • a.

      voor 15 december 2025 voor het subsidietijdvak 1 januari 2026 tot 1 juli 2026;

    • b.

      voor 15 juni 2026 voor het subsidietijdvak 1 juli 2026 tot 1 januari 2027.

Artikel 13 Weigeringsgronden

  • 1.

    In aanvulling op artikel 8, eerste lid, van de ASA 2023 weigert het college een subsidie als de aanvrager niet voldoet aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college besluiten een subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren als:

    • a.

      de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al is gestart of heeft plaatsgevonden;

    • b.

      in geval van een activiteit zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, de sportvereniging niet in staat is om het voor zijn rekening komende deel van de kosten te dragen;

    • c.

      in geval van een activiteit zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, de in te huren beroepskracht naar het oordeel van het college onvoldoende kundig is om een bijdrage te leveren aan het versterken van het vrijwilligerskader;

    • d.

      in geval van een activiteit zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, de aanvraag naar het oordeel van het college onvoldoende blijk geeft van structurele (financiële) borging van de activiteit na afloop van de subsidie;

    • e.

      uit een aanvraag onvoldoende blijkt dat de aanvraag naar behoren uitgevoerd kan worden;

    • f.

      de activiteit naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan het doel van deze subsidieregeling;

    • g.

      voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd financiering op grond van een andere regeling of gebruikmaking van een ander door het college aangeboden instrument mogelijk is;

    • h.

      de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd naar het oordeel van het college al op andere wijze wordt voorzien;

    • i.

      er voor uitvoering van de activiteit een hogere prijs wordt gerekend dan die door het college redelijk wordt geacht;

    • j.

      indien de aanvrager een sportondernemer is, de aanvrager niet is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur of indien de aanvrager weliswaar is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur, maar hij in het lopende boekjaar geen leden heeft die gebruikmaken van deze regeling(en);

    • k.

      indien de aanvrager een sportondernemer is, de aanvrager niet actief met gemeente Amsterdam samenwerkt in gemeentelijke programma’s die ten doel hebben het realiseren van maatschappelijke doelen, waaronder sport- en beweegstimuleringsactiviteiten- of evenementen.

Artikel 14 Aanvullende verplichting

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023 dient de aanvrager mee te werken aan het meten van de effecten van deze regeling.

Artikel 15 Vaststelling

De subsidie wordt direct vastgesteld.

Artikel 16 Intrekking oude regeling

De Subsidieregeling Sterke Sportclubs 2024 (vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders Amsterdam in de vergadering van 24 september 2024) wordt ingetrokken.

Artikel 17 Inwerkingtreding en looptijd regeling

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en vervalt van rechtswege op 31 december 2028.

Artikel 18 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 14 oktober 2025.

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris (wrn.)

Thea de Vries

Toelichting  

Artikel 1 Definities

Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste begrippen die in de regeling worden gebruikt. Hiermee wordt duidelijk wat onder termen zoals "sportclub" en "sportparticipatie". Ook worden de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid toegelicht, die een belangrijke voorwaarde vormen voor het aanvragen van subsidie.

 

NOC*NSF Sportdeelname-index Amsterdam

De meest recente NOC*NSF Sportdeelname-index Amsterdam vindt u op Sportdeelname Index cijfers Amsterdam - NOCNSF.

 

Vrijwilligerskader

Onder vrijwilligers worden ook verstaan vrijwilligers die een vrijwilligersvergoeding krijgen voor hun inzet.

 

Artikel 2 ASA 2023

De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023) is van toepassing op deze regeling. Dit betekent dat de algemene regels voor subsidieverlening in Amsterdam ook gelden voor deze specifieke regeling; in deze regeling worden bepalingen uit de ASA 2023 niet herhaald. Er wordt alleen aangegeven waar wordt aangevuld op hetgeen in de ASA 2023 is bepaald.

 

Artikel 3 Doel subsidieregeling

Het doel van de regeling is het versterken van de Amsterdamse sportinfrastructuur om zoveel mogelijk inwoners te stimuleren om te sporten en in beweging te blijven. De regeling richt zich op het ondersteunen van sportclubs bij het realiseren van dit doel.

 

Verenigd sporten is waardevol en belangrijk voor een vitale samenleving. Sterke sportclubs zijn in staat (meer) Amsterdammers structureel aan het sporten en bewegen te krijgen en houden. Daarnaast vervullen sterke sportclubs een grote maatschappelijke rol in de stad. Ze bieden Amsterdammers een sociaal veilige omgeving en maken de wijk leefbaarder. We streven naar zoveel mogelijk van deze ‘gouden partners’ in de stad, waar de basis op orde is en waar plezier en ontwikkeling hoog in het vaandel staan. Clubs die midden in de samenleving staan en die oog hebben voor de veranderende behoeftes van huidige en toekomstige sporters. Daarom investeert gemeente Amsterdam in het vermogen van clubs om zelfstandig, duurzaam te ontwikkelen naar sterkere organisaties.

 

Artikel 4 Inzet beroepskracht bij een sportvereniging

Dit artikel specificeert de activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd bij de inzet van een beroepskracht. De beroepskracht ondersteunt het vrijwilligerskader van sportverenigingen bij organisatorische en sporttechnische taken. Deze subsidie kan alleen worden aangevraagd door sportverenigingen. Sportondernemers en sportstichtingen kunnen deze subsidie niet aanvragen.

 

Structurele inzet van beroepskrachten in of rondom de verenigingssport is wenselijk om de vrijwillige bestuursleden, trainers/coaches/instructeurs, scheidsrechters en juryleden beter te kunnen laten functioneren door ze te ontzorgen, begeleiden en helpen ontwikkelen. Hierdoor vergroten we de kans op meer sportplezier met als gevolg dat de sportdeelname groeit of tenminste stabiel blijft en er tevens ruimte ontstaat voor het behalen van andere maatschappelijke doelen met behulp van de verenigingssport.

 

Veel voorkomende benamingen van beroepskrachten zijn verenigingsmanager, trainerscoördinator of trainersbegeleider, vrijwilligerscoördinator, opleidingscoördinator, activiteiten- of evenementencoördinator.

 

De subsidie is bedoeld als een opstartsubsidie en vergoedt maximaal 40% van de loonkosten van de beroepskracht, tot een vastgesteld maximumbedrag dat afhangt van het aantal sportende leden. Dat betekent dat de vereniging 60% van de kosten met andere middelen moet financieren. Verenigingen kunnen ook samen een aanvraag doen; in dat geval tellen de sportende leden bij elkaar op voor het maximumbedrag. U moet in uw plan duidelijk maken hoe u deze activiteiten na afloop van de subsidie (financieel) borgt binnen de vereniging.

 

Lees meer informatie over professionalisering van sportclubs op de website van NOC*NSF.

 

Artikel 5 Activiteiten die de sportvereniging of sportstichting versterken

Met dit onderdeel van de subsidie kunnen sportverenigingen en sportstichtingen activiteiten uitvoeren die de organisatie structureel sterker maken. Het gaat hierbij om activiteiten die zorgen dat de organisatie beter werkt en een gezonde basis heeft voor de toekomst. Denk aan het aantrekken van leden en vrijwilligers, het verbeteren van bestuurlijke kwaliteiten en het bevorderen van een positieve sportcultuur. Dit artikel gaat niet over de inzet van een beroepskracht, hiervoor is de subsidie in artikel 4. Deze subsidie kan alleen worden aangevraagd door sportverenigingen en sportstichtingen. Sportondernemers kunnen deze subsidie niet aanvragen.

 

Voor het opleiden van een individuele trainer of coach is maximaal €1.500 per jaar beschikbaar. Voor alle activiteiten samen geldt een maximum van €5.000 per jaar per sportvereniging of sportstichting.

 

Artikel 6 Nieuw of vernieuwend structureel sportaanbod bij sportclubs

Dit artikel richt zich op het opzetten van nieuw of vernieuwend sportaanbod dat zich expliciet richt op Amsterdammers die nog niet structureel sporten in een gebied of stadsdeel met een lage sportparticipatie en nieuw of vernieuwend sportaanbod voor specifieke doelgroepen: mensen met een beperking, meiden tussen 4 en 18 jaar, en 55-plussers. Deze subsidie kan worden aangevraagd door zowel sportverenigingen als sportstichtingen en sportondernemers.

 

In de aanvraag dient de sportclub duidelijk te maken op welke doelgroep(en) het opzetten van nieuw of vernieuwend structureel sportaanbod zich richt. Onder structureel sporten verstaan we dat sporters een vorm van lidmaatschap aangaan met de sportclub waarbij zij zich voor een periode van ten minste 25 weken achter elkaar aan de sportclub verbinden.

 

Artikel 7 Subsidieplafond

Hier worden de maximale bedragen vastgesteld die beschikbaar zijn voor de verschillende activiteiten binnen de regeling. Er is in totaal €525.000 beschikbaar.

 

Het subsidieplafond is als volgt verdeeld:

 

Artikel 4

€200.000 voor subsidietijdvak 1 januari 2026 tot 1 januari 2027

 

Artikel 5

€115.000 1 januari 2026 tot 1 juli 2026

€60.000 1 juli 2026 tot 1 januari 2027

 

Artikel 6 eerste lid onder a, c en d

€60.000 1 januari 2026 tot 1 juli 2026

€40.000 1 juli 2026 tot 1 januari 2027

 

Artikel 6 eerste lid onder b

€25.000 1 januari 2026 tot 1 juli 2026

€25.000 1 juli 2026 tot 1 januari 2027

 

Artikel 8 Verdeelsleutel artikel 4

Dit artikel legt uit hoe aanvragen voor subsidie voor de inzet van de beroepskracht worden beoordeeld en gerangschikt. Er wordt een prioriteitenlijst opgesteld op basis van een puntensysteem. Dit systeem beoordeelt onder andere de bijdrage aan gemeentelijk sportbeleid, het aantal bereikte leden en vrijwilligers, en de mate van financiële borging.

 

Meer informatie over het gemeentelijk sportbeleid vindt u hier: Sportbeleid - Sportclubs.

 

Artikel 9 Verdeelsleutel artikel 5 en 6

Dit artikel legt uit hoe aanvragen voor subsidie voor activiteiten die de sportvereniging of sportstichting versterken en nieuw of vernieuwend structureel sportaanbod bij sportclubs worden beoordeeld en gerangschikt. Voor de activiteiten in artikel 5 en 6 geldt een volgorde van complete binnenkomst

 

Artikel 10 De Aanvrager

Dit artikel beschrijft wie in aanmerking komt voor subsidie. Afhankelijk van de activiteit kunnen sportverenigingen, sportstichtingen of sportondernemers een aanvraag indienen.

 

In Amsterdam is naast het sportaanbod van sportverenigingen en –stichtingen ook een ruim aanbod van sportondernemers. In het Amsterdamse sportclublandschap met commercieel en non-profit-aanbod heeft de sportvereniging een streepje voor. Een sportvereniging is een organisatievorm van en voor burgers. Het is democratisch, heeft geen winstoogmerk en is vaker toegankelijk voor Amsterdammers met een kleinere portemonnee. Daarnaast biedt structureel lidmaatschap bij een sportvereniging vaak een goede garantie op langduriger structureel sporten.

 

Steeds meer sportondernemers hebben, naast een verdienmodel, oog voor de maatschappelijke kant van sporten en bewegen. Daarom krijgen ook sportondernemers die werk (willen) maken van maatschappelijk verantwoord ondernemen waardering en steun van het college. De stimuleringssubsidie voor het ontwikkelen van sportaanbod voor inactieve doelgroepen staat in de regeling daarom ook open voor hen, zij het met een aanvullende toets op maatschappelijke inzet.

 

Bij samenwerkingsverbanden moet één partij als penvoerder optreden.

 

Artikel 11 Aanvraag en in te dienen gegevens

Hier worden de vereisten voor een subsidieaanvraag beschreven. Aanvragers moeten een gedetailleerd activiteitenplan en begroting indienen en aantonen dat zij voldoen aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid. Voor sportondernemers gelden aanvullende voorwaarden, zoals aansluiting bij Stadspas-regelingen.

 

Een aanvraag voor de inzet van de beroepskracht dient in een aparte aanvraag gedaan te worden omdat deze op basis van een prioriteitenlijst worden beoordeeld en subsidie voor de andere twee activiteiten worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.

 

Artikel 12 Aanvraagtermijn

Dit artikel geeft de deadlines voor het indienen van subsidieaanvragen. Voor de activiteiten genoemd in artikel 5 en 6 zijn twee aanvraagtermijnen, zodat sportclubs meer flexibiliteit hebben om hun plannen af te stemmen op hun eigen planning en behoeften gedurende het jaar. De aanvraag voor de inzet van een beroepskracht dient in zijn geheel vóór 15 december 2025 te worden gedaan.

 

Artikel 13 Weigeringsgronden

Het college weigert een subsidieaanvraag als de aanvrager niet voldoet aan de basiseisen voor sociale veiligheid. Daarnaast worden hier situaties beschreven waarin een subsidieaanvraag door het college ook kan worden geweigerd.

 

De sportclub voldoet niet aan de basiseisen voor sociale veiligheid

Vanaf 1 januari 2022 moeten alle sportclubs die een samenwerking met de gemeente Amsterdam hebben, voldoen aan de basiseisen voor sociale veiligheid. We hebben deze verplichting ingevoerd om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan. Het gebruik maken van een gemeentelijke subsidieregeling zoals deze regeling valt onder zo'n samenwerking. We weigeren een aanvraag daarom als de aanvrager niet voldoet aan de volgende basiseisen:

  • a.

    alle trainers en begeleiders die met jeugd tot en met 17 jaar of andere kwetsbare groepen werken, hebben een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG);

  • b.

    alle trainers en begeleiders ondertekenen de gedragscode sociale veiligheid; en

  • c.

    de sportclub heeft een vertrouwenscontactpersoon (VCP) aangesteld en heeft deze bekend gemaakt onder haar leden.

Meer informatie over de basiseisen voor sociale veiligheid vindt u op Veilig sportklimaat - Sportclubs (amsterdam.nl).

 

Geen duurzame activiteit

Met deze regeling beogen we blijvende versterking van sportclubs. Het college kan daarom een aanvraag weigeren die onvoldoende blijvende, langere termijn, ontwikkeling beoogden en alleen een tijdelijke oplossing bieden.

 

Mogelijkheid om de activiteit door middel van andere financiering of ander instrument

Voor sommige activiteiten bestaan andere financieringsmogelijkheden, zoals de subsidieregeling sociale basis, de subsidieregeling aangepast sporten, de subsidieregeling sportevenementen, de subsidieregeling verenigingsaccommodaties buitensport of een andere gemeentelijke subsidieregeling. In dat geval kunnen we de aanvraag weigeren onder verwijzing naar de andere regeling.

 

Daarnaast zijn er voor sportclubs voor de uitvoering van activiteiten op de thema’s van deze regeling ook diverse interventies beschikbaar, zowel binnen als buiten gemeente Amsterdam. Er zijn opleidingen, cursussen of workshops waar clubs aan kunnen deelnemen en clubs kunnen gebruik maken van de expertise van professionals, zoals buurtsportcoaches, clubkadercoaches, sportpedagogen of andere thema-experts. Een aantal van deze activiteiten kan aan sportclubs in Amsterdam beschikbaar worden gesteld via door de gemeente reeds gesubsidieerde of ingekochte partners. Sommige interventies worden (deels) door andere partners gefinancierd, zoals door sportbonden, NOC*NSF en Sportakkoord II. Indien een aanvraag een dergelijke activiteit omvat, kunnen wij de aanvraag weigeren onder verwijzing naar of aanbod van het andere aanbod.

 

Sportondernemer is onvoldoende maatschappelijk actief

De stimuleringssubsidie voor het ontwikkelen van sportaanbod kan naast sportverenigingen en sportstichtingen, ook aangevraagd worden door sportondernemers. Hiermee bieden we ook ondernemende sportclubs een stimulans om maatschappelijk verantwoord te ondernemen en nieuw sportaanbod te ontwikkelen voor nog inactieve Amsterdammers. Voor deze clubs geldt een aanvullende toets op hun maatschappelijke bijdrage aan de stad.

 

Wij kunnen de aanvraag weigeren als de sportondernemer niet is aangesloten zijn bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur en daardoor niet toegankelijk is voor Amsterdammers met een kleinere portemonnee, of, als de sportondernemer wel is aangesloten, maar in het lopende boekjaar geen leden heeft die gebruikmaken van deze regeling(en).

 

Daarnaast kunnen we een aanvraag ook weigeren als een sportondernemer niet actief meewerkt aan gemeentelijke programma's die ten doel hebben het realiseren van maatschappelijke doelen, waaronder sport- en beweegstimuleringsactiviteiten- of evenementen. Meer informatie over het gemeentelijk sportbeleid vindt u hier: Sportbeleid - Sportclubs.

 

Artikel 14 Aanvullende verplichting

Dit artikel verplicht subsidieontvangers om mee te werken aan het meten van de effecten van de regeling. Dit helpt de gemeente om de impact van de regeling te evalueren en waar nodig aan te passen.

 

Artikel 15 Vaststelling

De subsidie wordt direct vastgesteld, wat betekent dat er geen aparte verantwoording achteraf nodig is. Dit vereenvoudigt het proces voor zowel de aanvrager als de gemeente.

Naar boven