Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 466421 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 466421 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Sterke Sportclubs Amsterdam
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid: alle trainers en begeleiders die met jeugd tot en met 17 jaar of andere kwetsbare groepen werken, hebben een Verklaring Omtrent Gedrag en hebben de gedragscode sociale veiligheid ondertekend en er is door de sportclub een vertrouwenscontactpersoon aangesteld en bekend gemaakt onder de leden;
sportondernemer: een organisatie met een ondernemende rechtsvorm die zich statutair het in verenigd verband beoefenen van een sport ten doel stelt en die statutair gevestigd is in Amsterdam, of waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam;
sportvereniging: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich statutair het in verenigd verband beoefenen van een sport ten doel stelt en die statutair gevestigd is in Amsterdam, of waarvan de activiteiten zich afspelen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam of op een locatie die eigendom is van de gemeente Amsterdam;
Artikel 3 Doel subsidieregeling
Het doel van de regeling is een sterke, toekomstbestendige Amsterdamse sportinfrastructuur waardoor zoveel mogelijk Amsterdammers in beweging komen en blijven, door het ondersteunen van sportclubs.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten voor de inzet van een beroepskracht bij een sportvereniging en hoogte subsidiabele kosten
Een aanvraag voor de inzet van een beroepskracht als bedoeld in het eerste lid kan ook door meerdere sportverenigingen samen worden gedaan als de ondersteuning of begeleiding door de beroepskracht ten gunste komt van het vrijwilligerskader van alle bij de aanvraag betrokken sportverenigingen. In dat geval worden voor de berekening van de maximale subsidie zoals bedoeld in het tweede het aantal sportende leden van de betreffende verenigingen bij elkaar opgeteld.
Artikel 5 Subsidiabele activiteiten voor het versterken van de sportvereniging en sportstichting en hoogte subsidiabele kosten
Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor activiteiten die zich richten op het blijvend versterken van de sportvereniging of sportstichting door:
het realiseren van een positieve sportcultuur, door veiligheid, plezier, aandacht voor opvoeding, pedagogisch sportklimaat, inclusie, respect hebben voor elkaar, ouderbetrokkenheid en het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag zoals pesten, discriminatie, agressie, geweld en seksuele intimidatie, centraal te stellen;
Artikel 6 Subsidiabele activiteiten voor het opzetten van structureel sportaanbod door sportclubs en hoogte subsidiabele kosten
Artikel 8 Verdeelsleutel artikel 4
De rangschikking op de prioriteitenlijst zoals genoemd in het eerste lid wordt bepaald door de hoogte van het totaal aantal punten dat aan een aanvraag wordt toegekend, waarbij de aanvraag met het hoogste aantal punten bovenaan de prioriteitenlijst komt te staan en bij aanvragen met een gelijk puntenaantal de aanvraag met het lagere aangevraagde subsidiebedrag hoger wordt geplaatst op de prioriteitenlijst.
Artikel 11 Aanvraag en in te dienen gegevens
De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde ‘aanvraagformulier subsidie sterke sportclubs’, waarin, in aanvulling op artikel 6 van de ASA 2023, een gedetailleerd activiteitenplan en gedetailleerde begroting worden opgenomen, waarin de aanvrager:
indien hij een sportondernemer is, bevestigt wel of niet actief met gemeente Amsterdam samen te werken in gemeentelijke programma’s die ten doel hebben het realiseren van maatschappelijke doelen, waaronder sport- en beweegstimuleringsactiviteiten- of evenementen en indien het geval is, hoe deze samenwerking eruit ziet;
In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college besluiten een subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren als:
indien de aanvrager een sportondernemer is, de aanvrager niet is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur of indien de aanvrager weliswaar is aangesloten bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur, maar hij in het lopende boekjaar geen leden heeft die gebruikmaken van deze regeling(en);
Artikel 14 Aanvullende verplichting
Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023 dient de aanvrager mee te werken aan het meten van de effecten van deze regeling.
Artikel 16 Intrekking oude regeling
De Subsidieregeling Sterke Sportclubs 2024 (vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders Amsterdam in de vergadering van 24 september 2024) wordt ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 14 oktober 2025.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris (wrn.)
Thea de Vries
Dit artikel geeft een overzicht van de belangrijkste begrippen die in de regeling worden gebruikt. Hiermee wordt duidelijk wat onder termen zoals "sportclub" en "sportparticipatie". Ook worden de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid toegelicht, die een belangrijke voorwaarde vormen voor het aanvragen van subsidie.
NOC*NSF Sportdeelname-index Amsterdam
De meest recente NOC*NSF Sportdeelname-index Amsterdam vindt u op Sportdeelname Index cijfers Amsterdam - NOCNSF.
Onder vrijwilligers worden ook verstaan vrijwilligers die een vrijwilligersvergoeding krijgen voor hun inzet.
De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA 2023) is van toepassing op deze regeling. Dit betekent dat de algemene regels voor subsidieverlening in Amsterdam ook gelden voor deze specifieke regeling; in deze regeling worden bepalingen uit de ASA 2023 niet herhaald. Er wordt alleen aangegeven waar wordt aangevuld op hetgeen in de ASA 2023 is bepaald.
Artikel 3 Doel subsidieregeling
Het doel van de regeling is het versterken van de Amsterdamse sportinfrastructuur om zoveel mogelijk inwoners te stimuleren om te sporten en in beweging te blijven. De regeling richt zich op het ondersteunen van sportclubs bij het realiseren van dit doel.
Verenigd sporten is waardevol en belangrijk voor een vitale samenleving. Sterke sportclubs zijn in staat (meer) Amsterdammers structureel aan het sporten en bewegen te krijgen en houden. Daarnaast vervullen sterke sportclubs een grote maatschappelijke rol in de stad. Ze bieden Amsterdammers een sociaal veilige omgeving en maken de wijk leefbaarder. We streven naar zoveel mogelijk van deze ‘gouden partners’ in de stad, waar de basis op orde is en waar plezier en ontwikkeling hoog in het vaandel staan. Clubs die midden in de samenleving staan en die oog hebben voor de veranderende behoeftes van huidige en toekomstige sporters. Daarom investeert gemeente Amsterdam in het vermogen van clubs om zelfstandig, duurzaam te ontwikkelen naar sterkere organisaties.
Artikel 4 Inzet beroepskracht bij een sportvereniging
Dit artikel specificeert de activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd bij de inzet van een beroepskracht. De beroepskracht ondersteunt het vrijwilligerskader van sportverenigingen bij organisatorische en sporttechnische taken. Deze subsidie kan alleen worden aangevraagd door sportverenigingen. Sportondernemers en sportstichtingen kunnen deze subsidie niet aanvragen.
Structurele inzet van beroepskrachten in of rondom de verenigingssport is wenselijk om de vrijwillige bestuursleden, trainers/coaches/instructeurs, scheidsrechters en juryleden beter te kunnen laten functioneren door ze te ontzorgen, begeleiden en helpen ontwikkelen. Hierdoor vergroten we de kans op meer sportplezier met als gevolg dat de sportdeelname groeit of tenminste stabiel blijft en er tevens ruimte ontstaat voor het behalen van andere maatschappelijke doelen met behulp van de verenigingssport.
Veel voorkomende benamingen van beroepskrachten zijn verenigingsmanager, trainerscoördinator of trainersbegeleider, vrijwilligerscoördinator, opleidingscoördinator, activiteiten- of evenementencoördinator.
De subsidie is bedoeld als een opstartsubsidie en vergoedt maximaal 40% van de loonkosten van de beroepskracht, tot een vastgesteld maximumbedrag dat afhangt van het aantal sportende leden. Dat betekent dat de vereniging 60% van de kosten met andere middelen moet financieren. Verenigingen kunnen ook samen een aanvraag doen; in dat geval tellen de sportende leden bij elkaar op voor het maximumbedrag. U moet in uw plan duidelijk maken hoe u deze activiteiten na afloop van de subsidie (financieel) borgt binnen de vereniging.
Lees meer informatie over professionalisering van sportclubs op de website van NOC*NSF.
Artikel 5 Activiteiten die de sportvereniging of sportstichting versterken
Met dit onderdeel van de subsidie kunnen sportverenigingen en sportstichtingen activiteiten uitvoeren die de organisatie structureel sterker maken. Het gaat hierbij om activiteiten die zorgen dat de organisatie beter werkt en een gezonde basis heeft voor de toekomst. Denk aan het aantrekken van leden en vrijwilligers, het verbeteren van bestuurlijke kwaliteiten en het bevorderen van een positieve sportcultuur. Dit artikel gaat niet over de inzet van een beroepskracht, hiervoor is de subsidie in artikel 4. Deze subsidie kan alleen worden aangevraagd door sportverenigingen en sportstichtingen. Sportondernemers kunnen deze subsidie niet aanvragen.
Voor het opleiden van een individuele trainer of coach is maximaal €1.500 per jaar beschikbaar. Voor alle activiteiten samen geldt een maximum van €5.000 per jaar per sportvereniging of sportstichting.
Artikel 6 Nieuw of vernieuwend structureel sportaanbod bij sportclubs
Dit artikel richt zich op het opzetten van nieuw of vernieuwend sportaanbod dat zich expliciet richt op Amsterdammers die nog niet structureel sporten in een gebied of stadsdeel met een lage sportparticipatie en nieuw of vernieuwend sportaanbod voor specifieke doelgroepen: mensen met een beperking, meiden tussen 4 en 18 jaar, en 55-plussers. Deze subsidie kan worden aangevraagd door zowel sportverenigingen als sportstichtingen en sportondernemers.
In de aanvraag dient de sportclub duidelijk te maken op welke doelgroep(en) het opzetten van nieuw of vernieuwend structureel sportaanbod zich richt. Onder structureel sporten verstaan we dat sporters een vorm van lidmaatschap aangaan met de sportclub waarbij zij zich voor een periode van ten minste 25 weken achter elkaar aan de sportclub verbinden.
Hier worden de maximale bedragen vastgesteld die beschikbaar zijn voor de verschillende activiteiten binnen de regeling. Er is in totaal €525.000 beschikbaar.
Het subsidieplafond is als volgt verdeeld:
€200.000 voor subsidietijdvak 1 januari 2026 tot 1 januari 2027
€115.000 1 januari 2026 tot 1 juli 2026
€60.000 1 juli 2026 tot 1 januari 2027
Artikel 6 eerste lid onder a, c en d
€60.000 1 januari 2026 tot 1 juli 2026
€40.000 1 juli 2026 tot 1 januari 2027
€25.000 1 januari 2026 tot 1 juli 2026
€25.000 1 juli 2026 tot 1 januari 2027
Artikel 8 Verdeelsleutel artikel 4
Dit artikel legt uit hoe aanvragen voor subsidie voor de inzet van de beroepskracht worden beoordeeld en gerangschikt. Er wordt een prioriteitenlijst opgesteld op basis van een puntensysteem. Dit systeem beoordeelt onder andere de bijdrage aan gemeentelijk sportbeleid, het aantal bereikte leden en vrijwilligers, en de mate van financiële borging.
Meer informatie over het gemeentelijk sportbeleid vindt u hier: Sportbeleid - Sportclubs.
Artikel 9 Verdeelsleutel artikel 5 en 6
Dit artikel legt uit hoe aanvragen voor subsidie voor activiteiten die de sportvereniging of sportstichting versterken en nieuw of vernieuwend structureel sportaanbod bij sportclubs worden beoordeeld en gerangschikt. Voor de activiteiten in artikel 5 en 6 geldt een volgorde van complete binnenkomst
Dit artikel beschrijft wie in aanmerking komt voor subsidie. Afhankelijk van de activiteit kunnen sportverenigingen, sportstichtingen of sportondernemers een aanvraag indienen.
In Amsterdam is naast het sportaanbod van sportverenigingen en –stichtingen ook een ruim aanbod van sportondernemers. In het Amsterdamse sportclublandschap met commercieel en non-profit-aanbod heeft de sportvereniging een streepje voor. Een sportvereniging is een organisatievorm van en voor burgers. Het is democratisch, heeft geen winstoogmerk en is vaker toegankelijk voor Amsterdammers met een kleinere portemonnee. Daarnaast biedt structureel lidmaatschap bij een sportvereniging vaak een goede garantie op langduriger structureel sporten.
Steeds meer sportondernemers hebben, naast een verdienmodel, oog voor de maatschappelijke kant van sporten en bewegen. Daarom krijgen ook sportondernemers die werk (willen) maken van maatschappelijk verantwoord ondernemen waardering en steun van het college. De stimuleringssubsidie voor het ontwikkelen van sportaanbod voor inactieve doelgroepen staat in de regeling daarom ook open voor hen, zij het met een aanvullende toets op maatschappelijke inzet.
Bij samenwerkingsverbanden moet één partij als penvoerder optreden.
Artikel 11 Aanvraag en in te dienen gegevens
Hier worden de vereisten voor een subsidieaanvraag beschreven. Aanvragers moeten een gedetailleerd activiteitenplan en begroting indienen en aantonen dat zij voldoen aan de Amsterdamse basiseisen voor sociale veiligheid. Voor sportondernemers gelden aanvullende voorwaarden, zoals aansluiting bij Stadspas-regelingen.
Een aanvraag voor de inzet van de beroepskracht dient in een aparte aanvraag gedaan te worden omdat deze op basis van een prioriteitenlijst worden beoordeeld en subsidie voor de andere twee activiteiten worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst.
Dit artikel geeft de deadlines voor het indienen van subsidieaanvragen. Voor de activiteiten genoemd in artikel 5 en 6 zijn twee aanvraagtermijnen, zodat sportclubs meer flexibiliteit hebben om hun plannen af te stemmen op hun eigen planning en behoeften gedurende het jaar. De aanvraag voor de inzet van een beroepskracht dient in zijn geheel vóór 15 december 2025 te worden gedaan.
Het college weigert een subsidieaanvraag als de aanvrager niet voldoet aan de basiseisen voor sociale veiligheid. Daarnaast worden hier situaties beschreven waarin een subsidieaanvraag door het college ook kan worden geweigerd.
De sportclub voldoet niet aan de basiseisen voor sociale veiligheid
Vanaf 1 januari 2022 moeten alle sportclubs die een samenwerking met de gemeente Amsterdam hebben, voldoen aan de basiseisen voor sociale veiligheid. We hebben deze verplichting ingevoerd om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan. Het gebruik maken van een gemeentelijke subsidieregeling zoals deze regeling valt onder zo'n samenwerking. We weigeren een aanvraag daarom als de aanvrager niet voldoet aan de volgende basiseisen:
Meer informatie over de basiseisen voor sociale veiligheid vindt u op Veilig sportklimaat - Sportclubs (amsterdam.nl).
Met deze regeling beogen we blijvende versterking van sportclubs. Het college kan daarom een aanvraag weigeren die onvoldoende blijvende, langere termijn, ontwikkeling beoogden en alleen een tijdelijke oplossing bieden.
Mogelijkheid om de activiteit door middel van andere financiering of ander instrument
Voor sommige activiteiten bestaan andere financieringsmogelijkheden, zoals de subsidieregeling sociale basis, de subsidieregeling aangepast sporten, de subsidieregeling sportevenementen, de subsidieregeling verenigingsaccommodaties buitensport of een andere gemeentelijke subsidieregeling. In dat geval kunnen we de aanvraag weigeren onder verwijzing naar de andere regeling.
Daarnaast zijn er voor sportclubs voor de uitvoering van activiteiten op de thema’s van deze regeling ook diverse interventies beschikbaar, zowel binnen als buiten gemeente Amsterdam. Er zijn opleidingen, cursussen of workshops waar clubs aan kunnen deelnemen en clubs kunnen gebruik maken van de expertise van professionals, zoals buurtsportcoaches, clubkadercoaches, sportpedagogen of andere thema-experts. Een aantal van deze activiteiten kan aan sportclubs in Amsterdam beschikbaar worden gesteld via door de gemeente reeds gesubsidieerde of ingekochte partners. Sommige interventies worden (deels) door andere partners gefinancierd, zoals door sportbonden, NOC*NSF en Sportakkoord II. Indien een aanvraag een dergelijke activiteit omvat, kunnen wij de aanvraag weigeren onder verwijzing naar of aanbod van het andere aanbod.
Sportondernemer is onvoldoende maatschappelijk actief
De stimuleringssubsidie voor het ontwikkelen van sportaanbod kan naast sportverenigingen en sportstichtingen, ook aangevraagd worden door sportondernemers. Hiermee bieden we ook ondernemende sportclubs een stimulans om maatschappelijk verantwoord te ondernemen en nieuw sportaanbod te ontwikkelen voor nog inactieve Amsterdammers. Voor deze clubs geldt een aanvullende toets op hun maatschappelijke bijdrage aan de stad.
Wij kunnen de aanvraag weigeren als de sportondernemer niet is aangesloten zijn bij Stadspas 18-, Stadspas 55+ en/of Jeugdfonds Sport en Cultuur en daardoor niet toegankelijk is voor Amsterdammers met een kleinere portemonnee, of, als de sportondernemer wel is aangesloten, maar in het lopende boekjaar geen leden heeft die gebruikmaken van deze regeling(en).
Daarnaast kunnen we een aanvraag ook weigeren als een sportondernemer niet actief meewerkt aan gemeentelijke programma's die ten doel hebben het realiseren van maatschappelijke doelen, waaronder sport- en beweegstimuleringsactiviteiten- of evenementen. Meer informatie over het gemeentelijk sportbeleid vindt u hier: Sportbeleid - Sportclubs.
Artikel 14 Aanvullende verplichting
Dit artikel verplicht subsidieontvangers om mee te werken aan het meten van de effecten van de regeling. Dit helpt de gemeente om de impact van de regeling te evalueren en waar nodig aan te passen.
De subsidie wordt direct vastgesteld, wat betekent dat er geen aparte verantwoording achteraf nodig is. Dit vereenvoudigt het proces voor zowel de aanvrager als de gemeente.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-466421.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.