Participatiebeleid Leiderdorp ‘Samen denken. Samen doen. Voor Leiderdorp.’

De raad van de gemeente Leiderdorp;

 

gelezen het voorstel van 17 juli 2025 , nr. Z/25/180233/414963;

 

gezien het advies van het Politiek Forum van 8 september 2025;

 

gelet op het bepaalde in artikel 110 en 111 van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t:

 

Het Participatiebeleid Leiderdorp ‘Samen denken. Samen doen. Voor Leiderdorp.’ vast te stellen.

 

1. Voorwoord

Samen maken we Leiderdorp mooier.

 

In Leiderdorp vind ik het belangrijk dat we dingen samen doen. Of je nu inwoner bent, ondernemer of actief in een vereniging: jouw ideeën en inzet maken het verschil. Ik geloof dat we alleen samen kunnen bouwen aan een gemeente waar het fijn wonen, werken en leven is.

 

De wereld om ons heen verandert. We krijgen te maken met nieuwe wetten, zoals de Omgevingswet. Deze wet zegt dat mensen vroeg betrokken moeten worden bij plannen voor hun buurt of stad. Dat geldt niet alleen voor gebouwen of wegen, maar ook voor ideeën over hoe we met elkaar omgaan in de samenleving. Ik zie dit niet als iets dat "moet", maar als iets dat we juist graag willen. Want als we naar elkaar luisteren, komen we tot betere plannen. Plannen die echt passen bij wat er nodig is in Leiderdorp.

 

Met dit nieuwe participatiebeleid maken we duidelijke afspraken. We laten zien hoe inwoners en andere betrokkenen kunnen meedenken en meedoen. Dit beleid past bij hoe we met elkaar willen omgaan in Leiderdorp en vervangt tegelijkertijd ons huidige beleid. Mijn droom is een gemeente waar mensen zich gehoord voelen. Waar we open en eerlijk met elkaar praten. En waar we niet alleen praten, maar ook doen. Laten we samen bouwen aan een sterk Leiderdorp!

 

Samen denken. Samen doen. Voor Leiderdorp.

 

Gebke van Gaal

 

Wethouder bestuurlijke vernieuwing en participatie

 

Voorbeeld - Sociaal café

 

Vanaf 2017 is het sociaal beleid van de gemeente Leiderdorp vastgelegd in de sociale agenda. Dit bepaalt het maatschappelijk beleid voor de komende jaren. Het is een plan voor het hele sociale domein. Het sociaal domein bestaat uit alle organisaties, diensten en voorzieningen die mensen ondersteunen. Het zorgt er ook voor de leefbaarheid voor de mensen te vergroten en het meedoen in de maatschappij te bevorderen. In de sociale agenda staan maatschappelijke doelen. In de sociale agenda staan de doelen rondom: zorg en ondersteuning, welzijn, sport, kunst en cultuur. In december 2023 heeft de gemeenteraad de nieuwe sociale agenda Leiderdorp vastgesteld. Dit stuk is opgesteld samen met inwoners en partners. Om deze agenda uit te voeren komt de gemeente met diverse organisaties een aantal keer per jaar bijeen in sociaal cafés. Steeds is er een onderwerp waarbij organisaties meedenken en meedoen met de gemeente om samen doelen te bereiken.

1. Wat is participatie en waarom is het belangrijk?

Participatie betekent: meedoen en meepraten. De gemeente Leiderdorp vindt het belangrijk dat inwoners, ondernemers, verenigingen en andere organisaties kunnen meedenken over plannen en ideeën die invloed hebben op hun buurt of dorp. Participatie betekent niet alleen dat je je mening kunt geven, maar ook dat je actief wordt betrokken bij het maken van plannen of het nemen van besluiten. De gemeente wil samen met de mensen in Leiderdorp werken aan een prettige en leefbare omgeving. Want mensen die ergens wonen of werken, weten vaak het beste wat er speelt in hun buurt.

 

Participatie kan op veel verschillende manieren. Bijvoorbeeld:

 

  • Je wordt uitgenodigd voor een bewonersavond over de herinrichting van een straat.

  • Je kunt reageren op een plan voor een nieuwe speeltuin in de wijk.

  • Een organisatie denkt mee over het groenbeleid of het onderhoud van de openbare ruimte.

  • Inwoners worden betrokken bij de bouwplannen voor nieuwe woningen.

Door dit samen te doen, worden plannen vaak beter. Er komen ideeën op tafel waar nog niet aan was gedacht. Soms worden knelpunten of zorgen eerder zichtbaar. En ook als mensen het niet overal over eens zijn, helpt het gesprek om elkaar beter te begrijpen. Participatie is dus geen verplichting of doel op zich, maar een manier om samen betere keuzes te maken. Het zorgt ervoor dat beleid beter past bij wat mensen belangrijk vinden. En het vergroot het vertrouwen tussen inwoners en de gemeente. De gemeente maakt uiteindelijk de beslissingen, maar luistert daarbij goed naar wat er leeft in de samenleving.

2. Welke vormen van participatie zijn er?

In Leiderdorp onderscheiden we drie soorten participatie, elk met een eigen dynamiek en rolverdeling tussen gemeente, inwoners en andere betrokkenen. Dit hoofdstuk legt uit wat inwonersparticipatie, overheidsparticipatie of privaat georganiseerde participatie is. In bijlage 1 staat hoe het werkt.

 

a. Inwonersparticipatie

 

Bij inwonersparticipatie neemt de gemeente het initiatief, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van beleid, het herinrichten van een wijk of het opstellen van een visie. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties worden actief betrokken om mee te denken, advies te geven of samen te werken aan een oplossing.

 

De gemeente organiseert het participatieproces en weegt de inbreng van deelnemers zorgvuldig mee. Deze vorm is belangrijk voor het creëren van begrip, het benutten van lokale kennis en het verbeteren van de kwaliteit van besluiten.

 

Voorbeelden

 

  • Ontwikkeling van de Omgevingsvisie

  • Herinrichting van een straat of park vanuit de gemeente

  • Beleidsvorming rond duurzaamheid, evenementen of mobilitei

 

b. Overheidsparticipatie

 

Overheidsparticipatie betekent dat de samenleving of een inwoner zelf het initiatief neemt. Denk aan een initiatief van buurtbewoners, verenigingen of maatschappelijke organisaties. En de gemeente sluit daarop aan, faciliteert, denkt mee en ondersteunt waar nodig.

 

Dit vraagt van de gemeente een open houding en het vermogen om ruimte te geven. Overheidsparticipatie past goed bij initiatieven van onderop en bij vormen zoals het uitdaagrecht, waarbij inwoners taken van de gemeente (deels) overnemen.

 

Bij het uitdaagrecht vragen inwoners of maatschappelijke partijen de gemeente om de uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen. Soms is hier ook geld voor nodig. Dit gebeurt onder andere als inwoners of organisaties denken deze taak beter uit te kunnen voeren.

 

Voorbeelden

 

  • Een buurtinitiatief voor een gezamenlijke tuin

  • Een bewonersgroep die een speeltuin wil ontwikkelen en beheren

  • Een voorstel vanuit inwoners om een gemeentelijke taak anders en beter uit te voeren

 

c. Privaat georganiseerde participatie

 

Bij privaat georganiseerde participatie gaat het om een externe initiatiefnemer, zoals een projectontwikkelaar. De verantwoordelijkheid voor het betrekken van de omgeving ligt bij deze partij. De gemeente stelt kaders en toetst of de participatie zorgvuldig is georganiseerd.

 

De gemeente kijkt of de omgeving voldoende is geïnformeerd en betrokken, en of signalen en wensen goed zijn meegenomen in het uiteindelijke voorstel. Dit is vooral relevant bij gebiedsontwikkeling of woningbouw. Ook commerciële projecten zoals een zendmast willen plaatsen of een commerciële sportvoorziening realiseren vallen onder privaat georganiseerde participatie. De manier waarop privaat georganiseerde participatie vorm krijg is anders dan bij inwonersparticipatie of overheidsparticipatie. De initiatiefnemer organiseert dit. Een hulpmiddel hierbij is de Handreiking participatie bij (bouw)plannen1. Hiermee kan de initiatiefnemer vorm geven aan de participatie bij dergelijke initiatieven (zie ook bijlage 1).

 

Voorbeelden

 

  • Nieuwbouwprojecten met informatieavonden voor omwonenden

  • Herontwikkeling van een maatschappelijk vastgoedlocatie

  • Plannen voor een commerciële sportactiviteit met impact op een wijk

 

Door deze drie vormen van participatie te onderscheiden, zorgen we in Leiderdorp voor duidelijkheid en wederzijdse verwachtingen. We geloven dat een goed ingericht participatieproces bijdraagt aan betere resultaten, meer vertrouwen in de overheid en een samenleving waarin iedereen een stem heeft en ook weet waarover geparticipeerd kan worden.

 

Soms heeft een inwoner een idee en noemen we het toch geen participatie. Voorbeelden zijn een subsidieaanvraag, of de organisatie van een evenement. Hiervoor hebben we andere regels. Dit staat uitgelegd op de website van Leiderdorp.

 

Participeren, ideeën melden, meedenken, meepraten en meedoen kan op allerlei manieren. De meest gebruikte vormen zijn bijeenkomsten, het invullen van een vragenlijst, inspreken tijdens de gemeenteraad, bezoeken van een collegespreekuur. Deze vormen brengen we met nieuwe vormen bij elkaar in een participatie gereedschapskist (‘toolbox’). De inhoud verandert in de loop van de tijd. Er komen nieuwe instrumenten bij of we laten participatievormen los.

3. Welke doelen heeft de gemeente

Participatie is waardevol voor iedereen die betrokken is bij Leiderdorp. Door met elkaar in gesprek te gaan, inwoners, ondernemers, organisaties én de gemeente, komen we tot betere plannen en oplossingen voor onze leefomgeving.

 

De gemeente ziet participatie niet als een verplicht nummer, maar juist als een kans om beleid en uitvoering te verbeteren en het vertrouwen in de overheid te versterken. Door met elkaar te praten, leren we elkaars belangen, zorgen en ideeën beter begrijpen.

 

Ook als participatie niet verplicht is, kiest Leiderdorp er bewust voor om in gesprek te gaan met de samenleving. Want een goed idee kan overal vandaan komen.

 

Wel is het belangrijk om duidelijk te zijn: niet elk idee kan worden uitgevoerd. Soms zijn er juridische of financiële grenzen, of zitten er grote risico’s aan een voorstel. En soms maakt de gemeenteraad een afweging die niet met de meerderheid van reacties overeenkomt. Dat betekent niet dat participatie zinloos is, integendeel: het helpt om betere keuzes te maken én om die keuzes beter uit te leggen.

 

Daarom geldt: wie meepraat, wordt gehoord. En wie vragen heeft over een besluit of het participatieproces, kan die altijd stellen. We leggen dan graag uit wat er is gebeurd en waarom.

 

Participatie heeft vijf belangrijke doelen:

 

  • 1.

    Meer invloed voor inwoners. Inwoners kunnen hun ideeën en meningen delen over plannen en beleid. In sommige projecten werken zij mee in de uitvoering. En soms kunnen zij meebeslissen. Zo vergroten we hun invloed op wat er in Leiderdorp gebeurt.

  • 2.

    Gebruik maken van kennis en ervaring. Niemand kent een buurt beter dan de mensen die er wonen, werken of op bezoek gaan. Door gebruik te maken van die kennis kunnen we betere keuzes maken.

  • 3.

    Beter zicht op belangen en zorgen. Participatie helpt ons te begrijpen wat inwoners belangrijk vinden, wat hen bezighoudt en waar zorgen over zijn. Hierdoor kunnen we als gemeente belangen zorgvuldig tegen elkaar afwegen.

  • 4.

    Serieus en zorgvuldig afwegen van belangen. Participatie is geen vrijblijvende activiteit. In sommige gevallen is participatie zelfs wettelijk verplicht, zoals bij de Omgevingsvisie. De gemeente moet aangeven hoe inwoners zijn betrokken en wat de resultaten zijn. Of bij een verkeersbesluit. Publicatie is verplicht. Inwoners mogen dan gedurende zes weken reageren, en de gemeente moet dit besluit openbaar delen.

  • 5.

    Open en transparante besluitvorming. We willen duidelijk zijn over het hoe en waarom van besluiten. Ook als niet ieders wens wordt gehonoreerd, leggen we goed uit hoe het besluit tot stand is gekomen en wie waarvoor verantwoordelijk is, zoals het college of de gemeenteraad.

Niet altijd eens, wél gehoord

 

Participatie betekent niet dat we het altijd met elkaar eens zijn – en dat hoeft ook niet. In een diverse samenleving bestaan verschillende belangen, ideeën en wensen. Soms staat dat zelfs haaks op elkaar. Het doel van participatie is dan ook niet om iedereen tevreden te stellen, maar om met elkaar in gesprek te gaan, verschillende perspectieven zichtbaar te maken. Om oog en oor te hebben voor de opvattingen van de meerderheid én van de minderheid, begrip te creëren voor elkaars standpunten en uiteindelijk tot een goed afgewogen besluit te komen.

 

Dat betekent ook:

 

  • dat een meerderheid van meningen niet automatisch leidt tot een bepaald besluit;

  • dat de gemeente niet belooft om alle ideeën uit te voeren, maar wél om er serieus naar te luisteren en transparant te zijn over wat er mee gebeurt;

  • dat ook mensen die het niet eens zijn met de uitkomst, recht hebben op een duidelijke uitleg waarom een bepaalde keuze is gemaakt;

  • dat we als gemeente juist door participatie beter kunnen uitleggen welke afwegingen zijn gemaakt, welke belangen zijn meegewogen, en welke positieve én negatieve effecten we daarbij erkennen.

Participatie is dus geen garantie op gelijk krijgen – maar wél op een eerlijk proces waarin alle stemmen gehoord worden en waarin het uiteindelijke besluit goed wordt onderbouwd. Zo werken we aan beter beleid, en aan wederzijds begrip en vertrouwen.

4. Wat gebeurt er al en welke ambities heeft de gemeente?

In Leiderdorp vinden we het vanzelfsprekend dat we in gesprek gaan met inwoners, organisaties en andere betrokkenen bij plannen en projecten. Samen maken we onze gemeente sterker, leefbaarder en groener.

 

We doen dit al op veel plekken. Zo hebben we bij het opstellen van de Sociale Agenda inwoners en maatschappelijke organisaties gevraagd om hun ideeën in te brengen. En in 2025 praatten we met inwoners over allerlei onderwerpen die er toe doen; zoals de verbetering van de fietsveiligheid op de Baanderij, de toekomstvisie op onze leefomgeving (de Omgevingsvisie) en het biodiversiteitsplan.

 

Voorbeeld - biodiversiteitsplan

 

Het biodiversiteitsprogramma is het gezamenlijke plan van Leiderdorp om de natuur in onze gemeente te versterken. Denk aan meer ruimte voor planten en dieren, een gezonde bodem en schoon water. Inwoners en organisaties hebben meegedacht over wat er mogelijk is. Die inbreng maakt het plan beter én zorgt voor meer betrokkenheid bij de uitvoering.

 

Participatie gaat ook over het ondersteunen van goede ideeën van inwoners zelf. Een mooi voorbeeld is het project om boomspiegels, de open grond rond bomen in straten, samen te vergroenen. Hier leren we van als gemeente. Bijvoorbeeld wat beter kan qua participatie en uitvoeren van ideeën. Dat is meegenomen in dit beleidsplan.

 

Waar we naartoe willen?

 

Participatie in Leiderdorp is essentieel en wordt continue versterkt en vormgegeven. Daarom zetten we in de komende jaren in op drie ambities:

 

Een stem voor de zwijgende meerderheid

 

De meningen van alle inwoners en andere betrokkenen zijn belangrijk, ook van de groep die zich niet uitspreekt. De redenen waarom iemand zwijgt, verschillen. Bijvoorbeeld geen interesse, een gevoel dat meningen niet meetellen of uit bescheidenheid. Wij willen deze groep aanmoedigen om zich uit te spreken en naar manieren zoeken om deze inwoners ook een stem te geven.

 

Ruimte voor eigen ideeën

 

Inwoners hebben vaak mooie ideeën voor hun wijk, straat of vereniging. We willen het makkelijker maken om die ideeën met de gemeente te delen en samen te kijken wat mogelijk is.

 

Nieuwe manieren van meedoen

 

Naast bijeenkomsten en vragenlijsten willen we ook andere participatie-instrumenten gebruiken, zoals sociale media, digitale platforms of tijdelijke proeven in de wijk. Zo sluiten we beter aan op wat mensen nodig hebben en hoe ze het liefst meedoen. We hopen ook mensen die nu nog niet zo vaak mee doen, te bereiken en te enthousiasmeren.

 

Voorbeeld – op de markt in gesprek over de Omgevingsvisie

 

Op de markt in gesprek gaan met burgemeester, wethouders of ambtenaren over een specifiek onderwerp. Een voorbeeld is de Omgevingsvisie. Dit is het toekomstplan voor het de fysieke leefomgeving van Leiderdorp. Hierover is de gemeente met inwoners op de markt in gesprek gegaan om ideeën van inwoners te horen.

5. Wat is belangrijk bij inwonersparticipatie?

Voor de gemeente zijn vier principes belangrijk bij inwonersparticipatie:

 

  • 1.

    Iedere inwoner die mee wil praten of mee wil doen, moet mee kunnen doen. Dat betekent dat we op tijd vertellen wat het plan of idee is. En dat de participatie toegankelijk en inclusief is. Dat betekent bijvoorbeeld dat bijeenkomsten op plaatsen zijn waar rolstoelen of rollators naar binnen kunnen. En dat de website van de gemeente ook bereikbaar is voor inwoners die niet goed kunnen zien. Door op verschillende manieren en momenten te praten, zorgen we dat onze boodschap aankomt bij een brede groep mensen. Soms heeft project van de gemeente gevolgen voor een groep inwoners die niet gewend is om mee te denken. Dan zet de gemeente extra stappen om deze groep te bereiken.

  • 2.

    We leggen uit wat het project is waar de inwoners over mee kunnen denken. Bij elk project leggen we uit waar men wel en niet over kan meedenken en wie uiteindelijk een beslissing neemt. Soms zijn eerder al beslissingen genomen. Of het gaat om een idee waarin inwoners niet of nog niet mee kunnen doen. Dan zijn er grenzen aan de participatie. Door het toe te lichten weten inwoners wat zij kunnen verwachten van de gemeente.

  • 3.

    We luisteren naar alle meningen. Daardoor weten we wat belangrijk is voor inwoners. Meningen verschillen. De gemeente kan niet alle meningen en ideeën uitvoeren. Weten welke meningen er zijn helpt wel om goede beslissingen te nemen. Dan kunnen we ook beter uitleggen wat de redenen voor een beslissing zijn.

  • 4.

    Wat we zeggen, doen we. En als we iets niet doen, leggen we dat uit. We willen dat inwoners de gemeente vertrouwen.

6. Wat is belangrijk bij overheidsparticipatie?

Bij overheidsparticipatie let de gemeente op drie principes:

 

  • 1.

    We maken duidelijk hoe en waar inwoners een idee voor Leiderdorp kunnen melden. Een idee voor Leiderdorp kan van alles zijn. Op de website maken we hier een websitepagina voor, waar mensen hun idee achter kunnen laten.

  • 2.

    We leggen uit wat de gemeente met het idee gaat doen en waarom. Als het idee bij de gemeente binnenkomt, bekijkt de gemeente het idee. Als de gemeente positief is over het idee, krijgt de inwoner een contactpersoon en vertellen we wat de rol van de gemeente is. Soms vindt de gemeente iets wel een goed idee, maar kan de gemeente het niet uitvoeren. Dat leggen we dan uit.

  • 3.

    Als de gemeente en inwoners samen een idee uitvoeren, leggen we de afspraken hierover vast. Soms werken gemeente en inwoners samen aan idee. Dan schrijven we op wat onze rollen en afspraken zijn.

7. Wat is belangrijk bij privaat georganiseerde participatie?

De Handreiking participatie bij (bouw)plannen noemt vijf punten die voor initiatiefnemers belangrijk zijn bij alle initiatieven:

 

  • 1.

    De initiatiefnemer zorgt dat alle belanghebbenden in beeld zijn. Wie hebben er belang bij het initiatief? Voor wie heeft dit initiatief gevolgen? Daarbij gaat het niet alleen om inwoners, maar ook bedrijven en maatschappelijke instellingen.

  • 2.

    De initiatiefnemer informeert belanghebbenden en gaat met hen in gesprek. Het is belangrijk dit op tijd te doen, openheid te geven en te luisteren naar ideeën en knelpunten. Soms zijn meerdere gesprekken wenselijk.

  • 3.

    De initiatiefnemer legt vast wat met belanghebbenden besproken is. Dat kan in een beknopt verslag. Het kan zijn dat initiatiefnemer en belanghebbenden het niet over alles eens zijn. Ook dit komt in het verslag.

  • 4.

    De initiatiefnemer deelt het verslag. Dit is een toets of iedereen zich in het verslag kan herkennen en het besprokene juist is geformuleerd.

  • 5.

    De initiatiefnemer geeft een terugkoppeling. Bij het uitwerken van het initiatief tot een conceptplan deelt de initiatiefnemer met de betrokkenen wat met het besprokene is gedaan. Dit gaat vooraf aan het indienen van de formele aanvraag.

De gemeente kijkt naar de kwaliteit van de participatie en kan maatregelen nemen als het niet voldoende is geweest. De gemeente kan bijvoorbeeld een aanvraag buiten behandeling laten als participatie verplicht was en de initiatiefnemer heeft niets gedaan. We werken aan meer regels en uitleg hierover.

8. Meedenken, meepraten, meedoen: hoeveel en hoe?

Inwonersparticipatie

 

Bij een project of een plan van de gemeente vraagt de gemeente inwoners, ondernemers en andere betrokkenen om mee te denken, te praten of te doen. Hoe dit kan en hoeveel ruimte er is, verschilt per project en dit wordt ook per project aangegeven, ook aan de gemeenteraad. Soms bestaan al regels en afspraken, dan zijn die leidend.

 

Voorbeeld - vragenlijst

 

Online een vragenlijst invullen over de nieuwe uitgangspunten en aandachtspunten voor het organiseren van evenementen. Leiderdorpers hebben zo kunnen aangeven wat er goed gaat en wat er beter kan aan de evenementen in ons dorp. De gemeente heeft de opmerkingen en suggesties gebruikt voor het nieuwe beleidsdocument.

 

Voordat participatie begint, maken we duidelijk waarover inwoners wel én niet mee kunnen denken.

 

Om uit te leggen hoe inwoners kunnen meedenken, gebruiken we een ladder, de participatieladder, met zes treden. Op een hoge trede van de ladder kunnen inwoners of andere betrokkenen veel meedenken of meedoen en zelfs mee beslissen. Dan hebben ze een grote rol. Op een lage trede is hun rol kleiner en kan participatie bestaan uit het informeren via een brief.

 

De zes treden op de participatieladder voor inwonersparticipatie zijn:

 

  • 1.

    Informeren:

De gemeente geeft informatie over een project of iets anders. De inwoners en andere betrokkenen kunnen vragen om meer uitleg over het plan. Zij kunnen het niet project niet veranderen.

 

Een voorbeeld van informeren is een uitleg van een project in een bewonersbrief.

  • 2.

    Raadplegen:

De gemeente heeft een plan en praat daarover met inwoners en andere betrokkenen. Zij kunnen dan hun ideeën of hun mening over het plan geven.

 

Dat kan bijvoorbeeld op een informatieavond. Of met een vragenlijst. Het kan ook zijn dat er een besluit wordt genomen waarop iedereen kan reageren (een terinzagelegging). Dan kunnen inwoners een e-mail of een brief over het plan aan de gemeente sturen. Dit is reageren of een zienswijze indienen.

 

Na het raadplegen besluit de gemeente welke ideeën worden gebruikt en welke niet. Hierover geeft de gemeente uitleg.

  • 3.

    Adviseren:

De gemeente vraagt advies over een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld aan een adviesraad. Deze bekijkt de vraag van de gemeente en bedenkt een oplossing. De gemeente is niet verplicht om deze oplossing over te nemen. Maar dan moet de gemeente wel uitleggen waarom de gemeente een andere oplossing kiest. In Leiderdorp vraagt de gemeente bijvoorbeeld advies aan de adviesraad sociaal domein en het groenoverleg.

  • 4.

    Coproduceren:

Bij coproduceren maken gemeente en bijvoorbeeld inwoners samen iets. Zij zoeken samen naar een oplossing of maken een plan. De gemeente neemt de definitieve beslissing over het plan.

 

Een voorbeeld: inwoners en gemeente werken samen aan het ontwerp van een straat of wijk.

  • 5.

    Meebeslissen:

Net als bij coproduceren maken inwoners en gemeente samen een plan. Het verschil met coproduceren is dat ze nu ook samen beslissen over wat met dit plan gebeurt. Van tevoren wordt afgesproken waarover inwoners precies wel of niet mee kunnen beslissen.

  • 6.

    Beslissen:

Bij meebeslissen nemen gemeente en inwoners samen een besluit over een plan dat zij samen maken. Bij beslissen hebben de inwoners het laatste woord bij een keuze. De gemeente geeft dan van tevoren regels of stelt geld beschikbaar. Hier moeten de inwoners zich aan houden.

 

Voorbeeld – treden van participatie

 

Stel de gemeente richt een park opnieuw in. Dan kan de gemeente inwoners op verschillende manieren laten meedenken of meedoen:

 

  • 1.

    De gemeente organiseert een bijeenkomst en vertelt wat de plannen zijn. Dit is informeren.

  • 2.

    De gemeente maakt een vragenlijst en vraagt inwoners ideeën. Dit is raadplegen.

  • 3.

    De gemeente stelt een commissie in en vraagt de commissie van inwoners om een advies te geven. Dit is adviseren.

  • 4.

    De gemeente maakt samen met de inwoners het ontwerp voor het park. De gemeente neemt de beslissingen. Dit is coproduceren.

  • 5.

    Gemeente en inwoners maken samen met de inwoners een ontwerp voor het park. Zij maken samen beslissingen. Van tevoren bespreken ze wie wat beslist. Dit is meebeslissen.

  • 6.

    De gemeente laat de inwoners zelf het plan maken en uitvoeren. Dit is beslissen.

 

Overheidsparticipatie

 

Meedoen is ook zelf ideeën voor Leiderdorp bedenken. Een inwoner of een groep inwoners met een idee kan zich melden bij de gemeente. Op de website staat een formulier hoe dat moet. Een voorbeeld in Leiderdorp is dat inwoners samen met de gemeente een speeltuin hebben ontworpen. De inwoners zorgen voor deze speeltuin. Bij ieder idee besluit het gemeentebestuur eerst of het idee goed voor Leiderdorp is. Als dat zo is, onderzoekt de gemeente wat zij in dit idee voor de inwoners kan doen. De gemeente kan verschillende rollen kiezen, van luisteren tot adviseren tot en met alles regelen.

 

Voorbeeld - speeltuin adopteren

 

Op een paar locaties beheren groepen inwoners een speeltuin. Zij richten hiervoor een vereniging of een stichting op. De inwoners voeren kleine reparaties uit. De gemeente blijft eindverantwoordelijk. Inwoners en gemeente sluiten hier een contract over.

 

De vijf treden op de participatieladder voor overheidsparticipatie zijn:

 

  • 1.

    Loslaten:

De uitvoering van het idee is helemaal van de inwoners die het hebben bedacht. De gemeente bemoeit zich niet met de inhoud en niet met het proces.

  • 2.

    Steunen:

Het idee komt van een inwoner. De gemeente vindt het goed om het idee mogelijk te maken. De gemeente wil inwoners steunen. Inwoners kunnen dan bijvoorbeeld vragen om gebruik te maken van een ruimte of een locatie van de gemeente voor hun idee.

 

Als inwoners denken dat zij een taak van de gemeente beter of slimmer kunnen uitvoeren, kunnen zij de gemeente uitdagen. Dit is het uitdaagrecht. Dan maken inwoners hier een voorstel voor. Ook dit staat uitgelegd op de website van Leiderdorp.

  • 3.

    Stimuleren:

De gemeente vindt zelf iets belangrijk voor Leiderdorp, maar kan of wil het project niet zelf starten. Ze wil inwoners of een groep aanmoedigen dit zelf te doen.

  • 4.

    Leiden:

De gemeente is positief over het idee van inwoners en werkt in de uitvoering van het idee samen met de inwoners en andere partijen. De gemeente wil wel de leiding hebben in de uitvoering van dit idee.

  • 5.

    Regelen:

De gemeente vindt het idee van inwoners goed. Voor de uitvoering van het idee zijn afspraken en regels nodig. De gemeente moet kunnen controleren of iedereen zich aan de afspraken en regels houdt. Daarom kunnen de inwoners het idee niet helemaal zelf uitvoeren en zal de gemeente dit regelen via afspraken en regels.

9. Ieder een eigen rol

De gemeente vraagt inwoners om mee te praten over een project. Of inwoners hebben een idee en vragen of de gemeente kan helpen. Dan wordt uitgewerkt hoe inwoners en andere betrokkenen kunnen mee doen.

 

Wie meedoet, verschilt per idee. En hoe meegedaan wordt, verschilt ook per idee of project. Belangrijkste is dat duidelijk is wie wat doet en welke rol iedereen heeft. Dan weet iedereen wat hij of zij kan verwachten. Dit wordt vooraf helder uiteengezet.

 

De samenleving

 

Inwoners, ondernemers, maatschappelijke partijen, verenigingen en alle andere groepen zijn samen de samenleving. Voor de gemeente is de samenleving in projecten belangrijk, omdat de samenleving veel kennis heeft. Inwoners en alle andere groepen zijn ervaringsdeskundig. Dit betekent dat zij veel weten van Leiderdorp, omdat zij wonen, werken en leven in Leiderdorp. Of zij hebben ervaring op andere gebieden, zoals uit hun werk, vrijwilligerswerk of de tijd waarin zij nog niet in Leiderdorp woonden. Dit helpt de gemeente bij het bedenken van plannen voor Leiderdorp.

 

De samenleving heeft zelf ook wensen en ideeën. Een groep inwoners of een enkele inwoner kan met een idee naar de gemeente gaan. Dan onderzoekt de inwoner zelf wat anderen van het idee vinden. Bijvoorbeeld bij een idee om de straat op te knappen. Een ander voorbeeld is als een inwoner een aanbouw aan zijn woning wil maken. Dan moet een vergunning worden aangevraagd. Daarbij moet de inwoner ook in gesprek gaan over of omwonenden informeren over de plannen.

 

Gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en ambtenaren

 

Het bestuur van een gemeente bestaat uit drie bestuursorganen. Een bestuursorgaan is een groep of een functie die namens de overheid beslissingen mag nemen. In een gemeente zijn dit 1. de gemeenteraad, 2. het college van burgemeester en wethouders en 3. de burgemeester.

 

De inwoners kiezen de gemeenteraad. Namens deze inwoners stelt de gemeenteraad algemene regels en doelen vast. Deze regels gaan bijvoorbeeld over wonen en de omgeving. Het college van burgemeester en wethouders werkt deze algemene regels uit in projecten. En de gemeenteraad controleert hoe dit gaat. De gemeenteraad neemt ook beslissingen over de verdeling van het geld van de gemeente

 

Als deze algemene regels en het geld van de raad er zijn, krijgt het college van burgemeester en wethouders ruimte om met plannen aan de slag te gaan. De ambtenaren adviseren het college hierover en voeren de plannen uit.

 

De gemeenteraad stelt ook regels vast over hoe inwoners kunnen meepraten in de gemeente en wat er belangrijk is bij participatie. Dit staat in dit participatiebeleidsdocument en in de participatieverordening. In de participatieverordening staan de officiële regels. Dit beleidsdocument legt verder uit welke afspraken en werkwijzen in Leiderdorp gelden.

 

Werken volgens de participatieverordening en het participatiebeleid helpt de gemeenteraad bij het maken van eigen afwegingen in de beoordeling van de kwaliteit van participatieprocessen.

 

In een aantal situaties stuurt het college een brief over de participatieaanpak aan de gemeenteraad. Bijvoorbeeld als het onderwerp of het project helemaal nieuw is voor Leiderdorp. Of als de kosten hoger dan verwacht zijn. Of als iets veranderd is waar de raad een besluit over moet nemen. Soms vindt de gemeenteraad een plan zo belangrijk dat zij van te voren willen weten hoe het college inwoners mee laat praten.

 

Inwoners kunnen deze brieven ook lezen. Die zijn te vinden via de webpagina van de gemeenteraad.

 

Soms hebben inwoners een idee dat niet past bij de algemene regels. Of er is geen geld voor gereserveerd. Dan beoordeelt het college dit. Als het college het een goed idee vindt, kan het college een voorstel maken voor de gemeenteraad.

 

De gemeentewet geeft de burgemeester een eigen taak op het gebied van participatie2. De burgemeester moet opletten of de gemeente hiervoor goede werkwijzen heeft. Loopt het proces goed? Kan iedereen meedenken of meedoen?

 

Leiderdorp heeft een eigen panel

 

Wij willen graag weten wat onze inwoners belangrijk vinden. Daarom hebben wij een Leiderdorppanel, waar alle inwoners van Leiderdorp aan deel kunnen nemen. Wie deelneemt aan het Leiderdorppanel ontvangt af en toe een uitnodiging om via internet een vragenlijst in te vullen. Per e-mail krijgt u bericht wanneer een nieuwe peiling start. Na afloop van elke peiling wordt u per e-mail geïnformeerd over de belangrijkste uitkomsten.

 

Wilt u meedoen aan het Leiderdorppanel? Meldt u zich dan aan via www.leiderdorppanel.nl.

10. Samen doen en samen leren

In dit beleidsdocument staan de afspraken en werkwijze van participatie in Leiderdorp. Die helpen in het samenwerken tussen inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en ambtenaren. Hierdoor kennen we elkaars rol en weten we wat we kunnen verwachten.

 

Participatie is vooral ook: doen. En leren van de praktijk. Voor dit beleid hebben ook geleerd van ervaringen.

 

En daarom kijken we ook steeds terug als een project klaar is. Daarvoor maken we een evaluatiemethode. Daarin sluiten we aan bij onze doelen van participatie. Die vertalen we in punten, zoals:

 

  • 1.

    Er is een begrijpelijke participatieaanpak.

  • 2.

    Bekend is welke groepen gevraagd worden voor participatie. En of zij meedenken of meedoen.

  • 3.

    Bekeken is of de groepen makkelijk of moeilijk te bereiken zijn. Als het moeilijk is, zijn er extra acties om mensen te bereiken en te betrekken.

  • 4.

    De documenten die belangrijk zijn voor het project, zijn openbaar.

  • 5.

    Tijdens het proces is informatie beschikbaar over de stand van zaken.

Op de website van Leiderdorp staat waar inwoners of andere betrokkenen vragen of klachten over het proces van participatie kunnen stellen.

 

Iedere vijf jaar kijken we of de participatieverordening en het participatiebeleid goed werken. Zijn de regels duidelijk? Wat hebben we geleerd van de praktijk? Wat kan er beter? Hiervan maken we een verslag. We zetten dit ook op de website. Zo werken we samen aan participatie en leren we samen van participatie.

 

"Samen denken. Samen doen. Voor Leiderdorp."

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Leiderdorp op 15 september 2025,

de griffier,

mevrouw H.K.B. Fobler

de voorzitter,

mevrouw T.C.M. Struik

Bijlage 1 Hoe het werkt

 

Hoe meedenken, meepraten of meedoen werkt, hangt af van wie met het idee start. Hieronder leggen we eerst uit hoe het gaat als een inwoner of een groep inwoners een idee heeft. Daarna beschrijven we de werkwijze bij een idee of een plan van de gemeente. Tot slot bespreken we de privaat georganiseerde participatie.

 

Stappenplan overheidsparticipatie

 

Stappen

 

  • 1

    Op de website van Leiderdorp staat een formulier om het idee bij de gemeente te melden. Dit formulier helpt om te bekijken wat de goede route is. Bijvoorbeeld, als het een aanvraag voor een subsidie is of voor een omgevingsvergunning, is er een andere aanvraagroute. Ook voor een evenement is een andere werkwijze.

    Het idee mag niet als doel hebben om geld te verdienen en winst te maken.

  • 2

    Op het formulier staat een aantal vragen, zoals bijvoorbeeld:

    • -

      Wat is het idee?

    • -

      Waarom is het idee belangrijk voor Leiderdorp?

    • -

      Wat is er nodig voor het idee? Denk bijvoorbeeld aan kennis, mensen, ervaring, geld of andere middelen, zoals een ruimte.

  • Als inwoners een taak van de gemeente willen overnemen staan op het formulier ook vragen zoals:

    • -

      Waarom kunnen de inwoners een taak beter en slimmer uitvoeren dan de gemeente?

    • -

      Hoe past het idee in de projecten die de gemeente al uitvoert?

    • -

      Heeft de buurt of andere betrokkenen meegedacht over het idee? Wat vinden zij van het idee?

    • -

      Hoe gaan de inwoners de taak goed uitvoeren?

    • -

      Staat het idee of de taak open voor alle groepen Leiderdorpers? Is het bereikbaar voor alle Leiderdorpers?

    • -

      Wat kost het idee? Is meer of minder geld nodig dan de gemeente nu gebruikt voor deze taak?

    • -

      Wie gaat de taak uitvoeren? Wordt hiervoor bijvoorbeeld een stichting opgericht?

  • 3

    De gemeente ontvangt het formulier en bekijkt het idee. Meestal heeft de gemeente vragen. Dan vraagt de gemeente meer informatie of gaat de gemeente met de bedenkers van het idee praten.

  • 4

    Als de gemeente het idee goed vindt, moet de gemeente besluiten hoe inwoners en gemeente het idee gaan uitvoeren. In dit beleidsplan is uitgelegd wat de gemeente kan doen : Loslaten, steunen, stimuleren, leiden of regelen.

    Vaak zijn afspraken nodig of sluiten de gemeente en de inwoners een overeenkomst. Ze denken bijvoorbeeld na over de verdeling van rollen. En ook hoe gemeten wordt of het idee werkt.

    De gemeente bedenkt ook wie een besluit over het idee moet nemen. Dat kan het college van burgemeester en wethouders zijn. Of de gemeenteraad. Soms past het idee ook binnen afspraken die al bestaan.

  • 5

    Inwoners voeren het idee uit. Hoe de gemeente helpt hangt af van de afspraken die zijn gemaakt over de verdeling van taken.

Stappenplan inwonersparticipatie

 

Als de gemeente start met een idee is de werkwijze iets anders.

 

Stappen

 

  • 1

    De gemeente heeft een idee, maakt een plan of start een project. Hierin staat meestal ook al iets over hoe de gemeente inwoners en andere betrokkenen wil laten meedenken of meedoen. Vaak is er een webpagina op de website van de gemeente over het plan. Hierop schrijft de gemeente ook hoe inwoners kunnen mee denken.

  • 3

    Soms kunnen inwoners niet meedenken over een plan. In de officiële regels, de participatieverordening, staan situaties waarin meedenken niet mag. Voorbeelden: als er een crisis is, als de gemeente voor de rijksoverheid een wet uitvoert. Dan heeft de gemeente geen ruimte om hiervan af te wijken. Als inwoners niet kunnen meedenken, legt de gemeente dit uit.

    Ook verplicht de wet soms dat de gemeente inwoners vraagt om inwoners om mee te denken. Een voorbeeld is de Omgevingsvisie, het toekomstplan voor het de fysieke leefomgeving van Leiderdorp.

  • 4

    Als inwoners kunnen meedenken of meedoen, maakt de gemeente hier een aanpak voor. Dit heet een participatieaanpak. Soms is de aanpak een apart plan. Soms is dit een tekst in een projectplan. In het participatieaanpak staat de trede van de participatieladder die we kiezen: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, beslissen, meebeslissen (zie hoofdstuk 8 voor meer uitleg over de participatieladder). In een project dat lang duurt en uit verschillende stappen bestaat, is de trede in de ene stap soms anders dan in de andere

    Daarvoor kijkt de gemeente naar allerlei vragen. Voorbeelden zijn:

    • -

      Welke effecten heeft het plan voor Leiderdorp? En voor welke groepen in Leiderdorp?

    • -

      Wat is de geschiedenis van het plan? Hebben de inwoners al eerder meegedacht over het plan?

    • -

      Welke beslissingen staan al vast? Waar kunnen de inwoners meedenken?

    • -

      Wat verwachten deze groepen in Leiderdorp?

    • -

      Welke belangen hebben inwoners of andere belanghebbenden? Dit noemen we een omgevingsanalyse.

    • -

      Is er een andere overheid bij betrokken? Hoe zorgen we in dat geval dat inwoners begrijpen waar ze terecht kunnen met hun vragen en zorgen?

    • -

      Wat is een goede manier voor meedenken of meepraten over dit plan? Is dat een bijeenkomst of een vragenlijst of een buurtgesprek?

  • In de participatieaanpak staat in ieder geval

    • a.

      doel van de participatie;

    • b.

      beïnvloedingsruimte voor participatie;

    • c.

      de mate waarin wet- en regelgeving inwonersparticipatie voor dit onderwerp verplicht;

    • d.

      kaders voor participatie;

    • e.

      belangrijke belanghebbenden en doelgroepen van belanghebbenden;

    • f.

      participatievorm, wijze waarop en tijdvak waarin belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren, met een verwijzing naar de participatieladder;

    • g.

      planning;

    • h.

      de wijze waarop de uitkomsten van de participatie worden teruggekoppeld en wanneer deze opbrengsten worden afgewogen en meegenomen in besluiten (verslaglegging).

  • De participatieaanpak beschrijft welke participatie-instrumenten de gemeente wil gebruiken: bijeenkomst, brieven, vragenlijst, burgerpanel. De gemeente heeft een gereedschapskist (toolbox) met instrumenten. Daar komen telkens vormen bij en gaan vormen af. We leren van de praktijk en van andere gemeenten.

    Ook besteedt de aanpak aandacht aan de vraag wanneer we de kwaliteit van het participatieproces goed vinden. Bijvoorbeeld als groepen inwoners hebben meegepraat. Of als een bepaald aantal inwoners mee heeft gedaan. Dat noemen we kwaliteitscriteria.

  • 5

    De gemeente bedenkt daarbij ook hoe zij deze aanpak bekend maakt bij de inwoners en andere betrokkenen. Soms is het bijvoorbeeld nodig om een brief aan de gemeenteraad of aan bewoners te sturen. Of een nieuwsbericht op de website en de socials te plaatsen.

    Het is belangrijk dat inwoners en andere betrokkenen weten hoe en wanneer ze mee kunnen doen. Dit noemen we een communicatieplan.

  • 6

    Gemeente en inwoners voeren het plan uit. In welke mate zij dit samen doen hangt af van de participatietrede.

  • 7

    Van de participatie maken we verslagen waar dit nodig is. Bijvoorbeeld: bij een verkeersbesluit kan er zes weken op dat besluit worden gereageerd. Als er een reactie of idee is gekomen leggen we uit of ideeën wel of niet zijn overgenomen en waarom.

  • 8

    We leren van ieder project. Na afloop van een project kijken we welke lessen we kunnen gebruiken voor andere projecten.

    • -

      Wat ging er goed, wat minder?

    • -

      Hoe was de samenwerking?

    • -

      Hebben we onze eigen principes gevolgd?

Stappenplan privaat georganiseerde participatie

 

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet gaan gelden. Vanaf dat moment is de initiatiefnemer voor een bouwplan ook verantwoordelijk voor het betrekken van de omgeving bij het plan.

 

Hoe de initiatiefnemer de omgeving wil laten meedenken of meedoen mag de initiatiefnemer zelf weten. Als gemeente hebben we hiervoor de Handreiking3 participatie bij (bouw)plannen gemaakt die hierbij kan helpen. We werken aan meer uitwerking van regels rond privaat georganiseerde participatie.

 

Stappen

 

  • 1.

    De initiatiefnemer brengt alle belanghebbenden en hun belangen in beeld. Belanghebbenden zijn niet alleen aan inwoners, maar ook ondernemers, maatschappelijke instellingen en andere partijen.

  • 2.

    De initiatiefnemer informeert belanghebbenden en gaat met hen in gesprek om te luisteren naar ideeën en knelpunten bij het initiatief. Soms is het nodig om meerdere gesprekken te voeren.

  • 3.

    De initiatiefnemer legt vast wat met belanghebbenden besproken is, ook de punten waar initiatiefnemer en belanghebbenden het niet over eens zijn.

  • 4.

    Dit verslag wordt door de initiatiefnemer gedeeld. Dit is een toets of iedereen zich in het verslag kan herkennen en het besprokene juist is geformuleerd.

  • 5.

    De initiatiefnemer geeft een terugkoppeling. Bij het uitwerken van het initiatief tot een conceptplan deelt de initiatiefnemer met de betrokkenen wat wel of niet is gedaan met de punten die in de gesprekken aan de orde zijn geweest.

  • 6.

    De initiatiefnemer dient de formele aanvraag in.

Initiatieven zijn verschillend. Een bouwplan kan effect op één gebouw hebben maar ook een hele andere functie krijgen. Dan merkt de omgeving er ook veel van. De handreiking noemt drie soorten:

  • 1.

    eenvoudig initiatieven (in en rond het huis), bijvoorbeeld de verbouwing van één woning.

  • 2.

    minder complexe initiatieven (ontwerpformule), bijvoorbeeld de verbouwing van een bedrijfspand of een functiewijziging van een bestaand gebouw.

  • 3.

    complexe initiatieven (ontwikkelformule), bijvoorbeeld sloop-nieuwbouwplannen, waarbij veelal sprake is van uitbreiding van de bouwmassa en/of wijziging van de functie.

In de Handreiking staan voor ieder soort initiatief ideeën voor de vormgeving van de participatie-aanpak. Bijvoorbeeld voor stap 2 In gesprek gaan: Bij een verbouwing van één woning een gesprek met de directe buren. Bij een complex initiatief meerdere informatiebijeenkomsten met belanghebbenden.

Naar boven