Gemeenteblad van Westerveld
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerveld | Gemeenteblad 2025, 463291 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerveld | Gemeenteblad 2025, 463291 | beleidsregel |
Nota omgevingskwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord Gemeente Westerveld
De gemeenteraad van Westerveld heeft deze Nota Omgevingskwaliteit voor het beschermd dorpsgezicht Frederiksoord–Wilhelminaoord vastgesteld. Met deze nota geeft de gemeente richting aan de ruimtelijke kwaliteit en het behoud van de unieke kernkwaliteiten van dit UNESCO Werelderfgoed. De nota vormt het toetsingskader voor bouw- en ontwikkelplannen en is een instrument om samen met inwoners, ontwerpers en initiatiefnemers de cultuurhistorische en landschappelijke waarden te behouden en te versterken.
Leeswijzer: Hoe werkt de nota omgevingskwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord
Het beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord is een uniek gebied in de gemeente Westerveld.
De kernen en het gebied rondom Frederiksoord en Wilhelminaoord zijn op 6 november 2009 aangewezen als beschermd dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1998. De Koloniën van Weldadigheid zijn in de zomer van 2021 uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. Vier Koloniën van Weldadigheid hebben de UNESCO status ontvangen. De voormalige landbouwkoloniën in Frederiksoord, Wilhelminaoord, Veenhuizen en het Belgische Wortel vormen samen één transnationaal UNESCO Werelderfgoed.
Met het in werking treden van de Omgevingswet is voor de aangewezen UNESCO Werelderfgoederen in Nederland ook het Besluit Kwaliteit Leefomgeving van kracht. In dit besluit worden de kernkwaliteiten van de UNESCO Werelderfgoederen nationaal geborgd. Deze kernkwaliteiten zijn door de provincie uitgewerkt in hun omgevingsverordening conform artikel 7.3 en 7.4 van dit besluit; de kernwaarden zijn in het ruimtelijk beleid van de gemeente inmiddels geborgd. Deze nota vormt een belangrijk instrument om te sturen op de beeldkwaliteit in dit gebied.
Dit document vormt een aanvulling op de nota omgevingskwaliteit (welstandsnota) voor dit specifieke gebied. Deze nota gaat specifieker op de verschillende kwaliteiten en deelgebieden van dit gebied in. Naast het optimaliseren van de sturingsmogelijkheden is het tevens stimulerend bedoeld. Door middel van referentiebeelden en principetekeningen wordt kwaliteit in het beschermd gezicht gestimuleerd. De nota formuleert de randvoorwaarden met betrekking tot de vormgeving van volumes, de kapvorm, positionering en de vormgeving en materialisering van ontwikkelingen.
In het omgevingsplan (o.b.v. het oude bestemmingsplan) staan regels waar een bepaald gebied juridisch aan moet voldoen. Er staat bijvoorbeeld welke functies op een bepaalde plek zijn toegestaan en aan welke bouwregels moet worden voldaan. Wat betreft het uiterlijk en samenhang van de bebouwing en de relatie tussen bebouwde en onbebouwde omgeving, zijn criteria opgesteld. Via deze criteria wordt er gestuurd op de ruimtelijke kwaliteit en de toekomstbestendigheid van dit gebied.
De beoordeling vindt normaliter plaats aan de hand van criteria uit de gemeentelijke nota omgevingskwaliteit. Deze beoordeling is gekoppeld aan bepaalde gebieden en hun kenmerken, voor deze gebieden gelden dan gebiedsgerichte criteria. Deze nota vult voor het gebied van het beschermd dorpsgezicht de gebiedsgerichte criteria van de nota omgevingskwaliteit aan en dient voor dit onderdeel als toetsingskader voor de beoordeling van bouwplannen door de gemeentelijke adviescommissie van de gemeente.
De nota geeft opdrachtgevers, ontwerpers en bouwers, vooraf informatie waaraan bouwplannen moeten voldoen. Daarnaast is het een inspiratiebron voor kwaliteit. In de eerste hoofdstukken worden de historische kenmerken en stedenbouwkundige structuren van het beschermd gezicht beschreven. De nota richt zich primair op het architectuurbeeld en erfinrichting voor dit gebied. Voor de overige aspecten (algemene criteria etc.) blijft de huidige nota omgevingskwaliteit van de gemeente Westerveld van toepassing.
Leeswijzer: Hoe werkt de nota omgevingskwaliteit Frederiksoord-Wilhelminaoord
Door de gemeenteraad is een gemeentelijke adviescommissie benoemd. Deze heeft als taak alle aanvragen voor een omgevingsvergunning te beoordelen op ‘uiterlijk van bouwwerken’ (redelijke eisen van welstand) en of er geen monumentale waarden worden verstoord. Dit gebeurt zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving en de verwachte ontwikkelingen daarin. Initiatiefnemers kunnen met een eerste idee of een al verder uitgewerkt bouwplan langskomen bij het Breed Erfgoedoverleg. Daar maakt men een inschatting of de plannen binnen de uitgangspunten van deze nota passen. Plannen dienen uiteindelijk formeel getoetst te worden door de gemeentelijke adviescommissie. De praktijk leert dat een bezoek aan het Breed Erfgoedoverleg in het begin van het proces vaak sneller een goed eindresultaat oplevert.
Hoe werkt de nota omgevingskwaliteit
Het beleid voor welstand speelt in op verschillende situaties op diverse plekken. Het is verstandig om met verschillende type criteria te werken. Soms zijn criteria voor een specifiek gebied handig en soms is het beter om criteria voor het hele beschermd gezicht toe te passen. Hier volgt een uitleg per type criteria.
Het beleid gaat op hoofdlijnen uit van verschillende type criteria: gebiedsgerichte criteria, sneltoetscriteria en themagerichte criteria.
Gebiedsgericht: Bouwplannen hebben impact op hun omgeving en de aansluiting op de omgeving is voor deze plannen van groot belang. Per gebiedstype gelden daarom gebiedsgerichte criteria die uitgaan van de bestaande karakteristieken en kernkwaliteiten van het betreffende (deel) gebied.
Sneltoets: (alleen van toepassing in bufferzone m.u.v. karakteristieke panden/monumenten zie kaart pagina 5).
Een groot deel van de bouwaanvragen in dit gebied betreft veel voorkomende kleine bouwwerken, zoals dakkapellen, erfafscheidingen en aanbouwen. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien.
Deze criteria gaan over een specifiek thema die voor het hele gebied van het beschermd gezicht gelden zoals reclame.
Gebiedsgerichte criteria: Twee welstandsniveaus
Alhoewel de gemeente waarde hecht aan alle bebouwing is het niet nodig overal de hoogste eisen te stellen. Het algehele ambitieniveau in dit beschermd gezicht is hoog. In de bufferzones is er ruimte voor meer ontwikkeling. Afhankelijk van de ruimtelijke kwaliteit en de ouv’s van een gebied zijn de criteria meer of minder streng. Toetsing vindt plaats op alle niveaus op de aspecten situering, context, vormgeving, schaal- en maatverhoudingen, materiaal, textuur, kleur en detaillering, erfindeling en inpassing o.b.v. de cultuurhistorie. In de hoge niveaus zullen de criteria op detailniveau strenger zijn terwijl op het reguliere niveau meer op globale aspecten zoals situering, vorm en kleur zal worden getoetst.
Strenge criteria: kwaliteit behouden en waar mogelijk versterken en herstellen.
Gemiddelde criteria: kwaliteit behouden en waar mogelijk versterken.
Gebiedsbeschrijving - beknopte historie
De koloniën Frederiksoord en Wilhelminaoord hebben een vrij onregelmatige vorm. De reden hiervoor was dat de Maatschappij afhankelijk was van de grond die ze kon aankopen. De koloniën zijn grofweg in drie gebieden onder te verdelen. Het eerste gebied betreft de oude kolonie I, vanaf de M.E van de Meulenweg tot de Maj. Van Swietenlaan. Het tweede gebied is grofweg de oude kolonie II, die loopt vanaf de Maj. Van Swietenlaan tot ongeveer het huidige Wilhelminaoord. Het derde gebied loopt vanaf het huidige Wilhelminaoord tot de provinciegrens. Dit (chronologische) onderscheid komt onder meer tot uiting in het feit dat in alle drie de gebieden de hoofdweg anders is georiënteerd.
De koloniehuisjes zijn met de voorzijde naar de Koningin Wilhelminalaan gericht, de hoofdas. Daarnaast liggen de koloniehuisjes lang de lange assen en niet aan de assen die hier dwars op staan. In gebied 1 liggen de koloniehuisjes bovendien niet in een noord-zuidas of een noordwest-zuidoostas, zoals in gebied 2 en 3 het geval is, maar in een noordoost-zuidwestas, bijna haaks op de andere twee gebieden. De bebouwing is gelegen aan één of beide zijden van de weg, afhankelijk van de grootte van het achterliggende land. Het rechtlijnige van de assen wordt versterkt door de laanbeplanting van eiken of beuken. Tussen de bomen zijn doorzichten naar het geometrisch opgezette land erachter. De kavels in het koloniegebied Frederiksoord-Wilhelminaoord wijken in vorm en grootte sterk af van de omliggende kavels. In de huidige ruimtelijke opbouw is nog steeds veel bewaard gebleven van de oude koloniestructuur, die voortvloeit uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied. Het rechtlijnige wegenpatroon, versterkt door laanbeplanting van diverse boomsoorten, de assen met gelijkvormige kleinschalige bebouwing op regelmatige afstand en de kleine landbouwpercelen, bepalen nog steeds de landschappelijke karakteristiek van Frederiksoord-Wilhelminaoord. Ook wegen die wel zijn geasfalteerd en verbreed, bezitten nog steeds hun oude karakter door de laanbeplanting en het rechtlijnige karakter. Er zijn een aantal nieuwe wegen aangelegd (bijvoorbeeld Boergrup), waarbij de laanbeplanting en het rechtlijnige karakter zijn overgenomen en hierdoor aansluiten op het karakter van de koloniestructuur. Daarnaast is in de wegstructuur een goed herkenbare rangorde aanwezig, die slechts op enkele plaatsen door verkeerskundige ingrepen is verstoord. Hoofdwegen lopen door terwijl dwarsverbindingen soms ten opzichte van elkaar verspringen.
Door de aanwezigheid van verharde en onverharde (zand)wegen, als de Hooiweg en de Vredeslaan, wordt eveneens het onderscheid in hoofd- en secundaire wegen benadrukt. In de jonge woongebieden van Wilhelminaoord, die losstaan van de Maatschappij van Weldadigheid, loopt de oude wegstructuur gewoon door (M.A. van Naamen van Eemneslaan). Hierdoor zijn deze weinig karakteristieke gebieden in de hoofdstructuur van Frederiksoord-Wilhelminaoord ingebed. De Westerbeeksloot, grotendeels drooggevallen en dichtgegroeid, die door het hele gebied liep is nog steeds aanwezig. Ook de greppels en sloten tussen weg en land bestaan nog voor het grootste deel en bepalen samen met de laanbeplanting het profiel van de weg. De doorzichten vanaf de openbare weg naar het achterliggende open gebied zijn voor het grootste deel nog aanwezig. Op een aantal plekken zijn deze doorkijken verdwenen door nieuwbouw of de aanplant van bomen. Sommige gebieden waren voor de kolonie (bijvoorbeeld Sterrebosch) of tijdens de aanleg van de kolonie (bijvoorbeeld bebossing langs de Hooiweg) al verdicht. Op een aantal plekken wordt echter niet op de oude structuur aangesloten.
Het rechtlijnige karakter van een aantal wegen is gewijzigd door verkeerstechnische ingrepen. Daarnaast ontbreekt op een aantal plaatsen de laanbeplanting en zijn wegen verdwenen. Een goed voorbeeld hiervan is de weg, die parallel liep aan de Graaf van Limburg Stirumlaan en het oostelijke deel van de oude kolonie begrensde.
In samenhang met het wegenpatroon is ook de bebouwingsstructuur belangrijk voor de karakteristieke ruimtelijke opbouw. De bebouwing bestaat uit open enkel- of dubbelzijdige bebouwingslinten langs de lange assen met koloniehuisjes op regelmatige afstand en bijzondere bebouwing op kruispunten. De hoeveelheid grond bij de kolonistenwoningen was afhankelijk van de fase waarin de hoeves waren gebouwd. Deze gronden lagen naast en achter de koloniehoeves, wat het gebied een regelmatig patroon gaf. Dit regelmatige patroon is in de loop van de tijd wel veranderd. In 1864 is men begonnen om de schaalvergroting door te voeren. De vrijboeren kregen meer grond en de rest van de kavels werd onderdeel van grote boerenbedrijven. In Frederiksoord werd hoeve Koning Willem III opgericht en in Wilhelminaoord de hoeve Prinses Marianne. Dit waren alleen schuren waar kolonisten onder leiding van de Maatschappij werkten. Deze hoeves zijn in de loop van de tijd aangepast aan de eisen van dat moment. Zo is er bij hoeve Prinses Marianne een woonhuis geplaatst. Bij hoeve Koning Willem III staat een oud koloniehuisje dat wordt bewoond. Van de koloniehuisjes zijn er veel verdwenen of verbouwd. Zo zijn de koloniehoeves langs de Hooiweg en Vaartweg bijna volledig verdwenen. Toch is er nog een aantal plekken als de Koningin Wilhelminalaan en aan de M.A. van Naamen van Eemneslaan, waar de koloniehuisjes de bebouwingsstructuur nog goed laten zien.
Daarnaast zijn er gebieden waar de oude bebouwingsstructuur is gewijzigd. Vooral in Wilhelminaoord en langs de koningin Wilhelminalaan en de Maj. Van Swietenlaan is veel nieuwe bebouwing en bedrijvigheid gekomen. Hierdoor is niet alleen de bebouwingsstructuur gewijzigd, maar worden ook de open doorzichten bij de laanbeplanting geblokkeerd. Deze doorkijken waren tijdens de kolonietijd echter ook deels verloren gegaan door de bosaanplanting op onvruchtbare kavels. De aanzet voor de kernvorming in Frederiksoord was al voor de aanleg van de koloniën aanwezig. Hier lagen de gebouwen Huis Westerbeek en de herberg. Later functioneerden deze respectievelijk als kantoor en hotel voor de Maatschappij.
Tijdens de ontwikkeling van de koloniën werden daarnaast verschillende voorzieningen en werkplaatsen op de kruispunten gevestigd, zoals de Van Swieten tuinbouwschool of de bakkerij. Deze bijzondere bebouwingselementen zijn grotendeels nog aanwezig en in de meeste gevallen aangewezen als rijksmonument.
Het beschermd gezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord is van buitengewoon belang vanwege de culturele en sociaaleconomische ontwikkelingen van het gebied als gevolg van de activiteiten van de Maatschappij van Weldadigheid. De achterliggende gedachte van de Maatschappij om werkgelegenheid te combineren met scholing en huisvesting in een kolonie, maakt dit gebied uniek. In Europees verband wordt dit zelfs gezien als één van de meest toonaangevende activiteiten voor de 19e-eeuwse armoedebestrijding in Europa. De Maatschappij introduceerde daarnaast ook de voorlopers van het ziekenfonds en de leerplicht. Het hoge voorzieningenniveau blijkt daarnaast uit de verschillende schoolgebouwen en de bejaardentehuizen, Rustoord I en Rustoord II, die nog steeds in het gebied te vinden zijn. Het gebied is tevens van belang Als onderdeel van de keten van Weldadigheidskoloniën, die in het begin van de 19e eeuw in het Drents-Friese grensgebied werden gesticht.
Historisch-ruimtelijke waarden
Het gebied is geografisch en landschappelijk van buitengewoon belang, omdat de inrichting ervan een grotendeels onverstoorde neerslag vormt van bovengenoemde activiteiten. Bijzonder aan dit gebied is het rechtlijnige wegen- en verkavelingspatroon met gelijkvormige koloniehoeven, die op een regelmatige afstand van elkaar staan. De rechtlijnige structuur wordt door de bomenlanen benadrukt. De ruimtelijke structuur werd beïnvloed door de grond die de Maatschappij in eigendom kon krijgen. De werkplaatsen en voorzieningen werden op kruispunten geconcentreerd. In 1864-1865 werd hier een andere structuur van een aantal grote boerderijen overheen gelegd. Sporen van de oude koloniestructuur zijn nog steeds aanwezig en door de aanwezigheid van opeenvolgende boerderijtypen is de historische gelaagdheid nog steeds goed van het gebied afleesbaar.
1. Kernkwaliteiten bestaande koloniewoningen
Bestaande koloniewoningen (niveau hoog)
De koloniewoningen kenmerken zich door hun kleinschaligheid. Zij werden opgetrokken uit baksteen en steken door hun witte kleurstelling met rieten daken af in het landschap. De kleine woonruimten werden al snel uitgebreid met een houten achterhuis dat als stal en schuur kon worden gebruikt. Bij latere koloniewoningen is dit hout door steen vervangen. Van de koloniewoningen zijn er veel verdwenen of verbouwd. Op een aantal plekken zijn de koloniewoningen echter nog aanwezig en laten de bebouwingsstructuur goed zien. Dit is onder meer het geval aan de Koningin Wilhelminalaan en aan de M.A. van Naamen van Eemneslaan. De overgebleven (onaangetaste) koloniewoningen zijn veelal aangemerkt als monument. Een kenmerk van de koloniewoningen is dat de onderlinge afstand tussen de woningen per gebied kan verschillen door de beschikbare kavels. Wat blijft is de regelmaat die het beeld van het gebied van de kolonie bepaalt.
Het woongedeelte is opgetrokken in een roodbruine baksteen in kruisverband. Het rietgedekte zadeldak heeft aan de achterzijde een dakschild en een kenmerkende gemetselde nokhoekschoorsteen met uitkragende rand in de topgevel.
De gevels van het woongedeelte worden geleed door staande schuifvensters voorzien van doorgaans een 6 of 12-ruits roedeverdeling. De vensters zijn voorzien van een rollaag. De topgevel is verder voorzien van vlechtingen en twee kleine zoldervensters. De gemetselde zijgevels van het woongedeelte zijn soms wit geschilderd op een grijs geschilderde plint. Bij sommige woningen is ook de voorzijde witgeschilderd. Het houten schuurgedeelte is in donker potdekselwerk op gemetselde voet opgetrokken.
1. Criteria koloniewoningen (bestaand) Niveau hoog
• Materialen en kleuren moeten voldoen aan het kleurenschema. Dit schema is te vinden in de bijlage bij deze nota op in Bijlage 1 op pagina 41.
Aangebouwd bijgebouw en tussenlid
Het zicht vanaf de straat handhaven, d.w.z. de voortuin opent zich zoveel mogelijk naar de straat. Dit betekent dat bij een sloot of een greppel een haag daar evenwijdig aan niet is gewenst. In de zijtuinen is streekeigen beplanting zoals bijv. beuken-, liguster en meidoornhagen toegestaan. Coniferen en andere exoten zijn niet toegestaan.
1. Criteria koloniewoningen (bestaand) Zonnepanelen op dak – Niveau hoog
1. Criteria koloniewoningen (bestaand) Warmtepompen – Niveau hoog
De meeste technische installaties zijn functioneel ontworpen en is er beperkte aandacht voor uiterlijke schoonheid. Dat leidt tot veel (witte) kasten, leidingen en buizen. Bij de plaatsing van een warmtepomp moet (naast de technisch meest geschikte plaats) ook gekeken worden naar de aansluiting bij de omgeving en de architectuur van het gebouw. Misschien gaat u uw tuin opnieuw aanleggen waardoor u bij de plaatsing van hagen rekening kunt houden met de plek van een warmtepomp.
Een warmtepomp wordt doorgaans geplaatst op de plek waar dat installatietechnisch zo aantrekkelijk mogelijk is. En natuurlijk in afstemming met de wettelijke afstand tot de erfgrens, maar dit draagt niet altijd bij aan de uitstraling van de unit. De gemeente hanteert daarom enkele criteria waarbij plaatsing mogelijk is onder voorwaarden.
De meeste cv-ketels – en bijbehorend installatiewerk - worden op zolder geplaatst. De belangrijkste reden hiervoor is de beschikbare ruimte en daarnaast is het handig voor de afvoer van rookgassen. Een hybride warmtepomp, die samenwerkt met de cv-ketel, wordt daarom ook vaak op zolder geplaatst naast de Cv-ketel. Indien er sprake is van een buitenunit, dan kan er gebruik worden gemaakt van systemen die de buitenunit in het dak verwerken. Dat kan nagenoeg onzichtbaar, zodat het dakvlak beeldbepalend blijft.
Een warmtepomp hoeft niet persé ín het gebouw te staan. Er zijn mogelijkheden om een ‘installatietechnische ruimte’ te maken die onderdeel is van het tuinontwerp. Denk bijvoorbeeld aan een ombouw en een haag die de warmtepomp aan het zicht onttrekt.
1. Criteria koloniewoningen (bestaand) Zonnepanelen in veldopstelling – Niveau hoog
Kleine veldopstellingen zijn mogelijk. Kijk eerst goed naar de kenmerken van het erf. In dit gebied is het zorgvuldig landschappelijk inpassen van zonnepanelen uitdagend en verdient het aanbeveling om een landschapsdeskundige in te schakelen.
Landschappelijke inpassing en schaal
Indien de panelen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg of aansluiten bij het open landschap dan de panelen landschappelijk inpassen door middel van een groen (blijvende) inheemse beplanting die minimaal dezelfde hoogte heeft; tenzij dit ten opzichte van de cultuurhistorische waarden niet wenselijk is. Een op zichzelf staande groene ‘koffer’ in het landschap is niet wenselijk, het groen moet op een logische wijze aansluiten op bestaande landschappelijke structuren.
Type constructie en zonnepaneel/-collector/richting
Utilitaire ondersteunende bouwwerken.
2. Kernkwaliteiten nieuwe koloniewoningen
Kleine veldopstellingen zijn mogelijk. Kijk eerst goed naar de kenmerken van het erf. In dit gebied is het zorgvuldig landschappelijk inpassen van zonnepanelen uitdagend en verdient het aanbeveling om een landschapsdeskundige in te schakelen.
In de loop der jaren zijn vele koloniewoningen verdwenen. Om de historie en de structuur van het landschap terug te brengen, zijn enkele koloniewoningen op of nabij dezelfde plaatsen teruggebouwd. De woningen krijgen dezelfde karakteristieke kenmerken als de originele woningen. Bij de terugbouw van de koloniewoningen zijn de volgende uitgangspunten in acht genomen:
Het ontwerp van de nieuwe koloniewoningen is gebaseerd op een groeimodel. De basis is een koloniewoning, het instapmodel, met een oppervlak van 76 m2. Deze woning kan desgewenst worden uitgebreid met een aanbouw en een uitbreiding van het hoofdgebouw. Tevens is de plaatsing van een vrijstaand bijgebouw mogelijk. De nieuwe woningen zijn duurzaam opgericht en voorzien van een aardwarmtepomp en zonnecollectoren. Tevens wordt er op het eigen erf een zonnecelinstallatie geplaatst. Om de energievraag zoveel mogelijk te beperken, zijn de woningen voorzien van een kierdichte ‘schil’. Het voorhuis bestaat uit rustige rode baksteen, met kenmerkend symmetrisch gevelontwerp inclusief karakteristieke schoorsteen, verwijzend naar de bestaande koloniewoningen. Het dak is uitgevoerd in een eenvoudige donkere pan en het achterhuis in zwart potdekselwerk.
2. Criteria Koloniewoningen (nieuw) - Niveau hoog
Aangebouwd bijgebouw en tussenlid
Het zicht vanaf de straat op de koloniewoning creëren, d.w.z. de voortuin opent zich zoveel mogelijk naar de straat. Dit betekent dat bij een sloot of een greppel een haag daar evenwijdig aan niet is gewenst. In de zijtuinen is streekeigen beplanting zoals bijv. beuken-, liguster en meidoornhagen toegestaan. Coniferen en andere exoten zijn niet toegestaan.
3. Criteria Monumenten en karakteristieke bebouwing – Niveau hoog
Naast de kenmerkende linten met koloniewoningen zijn een aantal koloniewoningen als monument aangewezen of hebben de status van UNESCO attribute. Dit betreft o.a. scholen, boerderijen en dienstwoningen. Dat betekent dat zij op basis van het geldende monumentenregister of hun waarde als UNESCO attribute door de GAC op het aspect cultuurhistorische waarden worden beoordeeld. De criteria uit dit hoofdstuk ondersteunen deze beoordeling. Deze monumenten hebben hun eigen unieke karakter en de beoordeling van verbouwplannen is doorgaans altijd maatwerk.
Naast de monumenten zijn er nog diverse gebouwen aangemerkt als karakteristieke bebouwing. Zij ondersteunen het verhaal en de ruimtelijke structuur van de kolonie. Dit betreft o.a. dienstwoningen, boerderijen en een vrijboerhoeve. Dit zijn nadrukkelijk geen monumenten, maar wel kenmerkende gebouwen die behoudenswaardig zijn, met name om hun situering en silhouet. De gebouwen verschillen in karakter en de beoordeling van verbouwplannen is doorgaans altijd maatwerk. De criteria op de volgende pagina zijn van toepassing voor deze categorie bouwwerken.
4. Kernkwaliteiten buitengebied
Het landschap in het plangebied is in sterke mate gevormd door de negentiende eeuwse ontginningsgeschiedenis. De kolonies zijn gelegen op voormalige venen en heideterreinen en kenmerken zich door hun systematische aanleg met een van te voren geplande landschappelijke inrichting. Frederiksoord en Wilhelminaoord liggen op de droogste plaatsen in een van oorsprong tamelijk natte omgeving. Door systematische ontginning van de gronden is een kleinschalig kolonielandschap gesticht, dat in een fraai contrast staat met het aan de zuidoostelijke rand gelegen meer open beekdal van de Vledder Aa. Blokvormige verkaveling, rechtlijnige patronen en lintbebouwing vormen de belangrijkste karakteristieken van het landschap. Door de geschiedenis heen is een afwisselend, kleinschalig landschap ontstaan van bossen, velden en akkers.
De huidige agrarische erven zijn vergroot in schaal, met grotere schuren op het achtererf. Dit betreffen eenvoudige schuren in donkere kleuren met doorgaans goflprofielplaat op het dak. Uitzondering op dit beeld vormt de lintbebouwing van Frederiksoord aan de Vledderweg en enkele bedrijven ter hoogte van de kruising Kon.Wilhelminalaan en P.W. Janssenlaan.
Ontginningskolonielandschap (niveau hoog)
Strakke, planmatige opzet met afwisseling in open en besloten delen; bospercelen. Gras- en bouwland en agrarische en natuurfunctie. Eenvoudige bebouwing, soms in combinatie met eenvoudige schuren op het achtererf. Eenvoudig materiaalgebruik en detaillering in overwegend donkere kleurstelling.
Bebouwingsstructuur met kenmerkende bebouwing en onregelmatige verkaveling. Woningen uit diverse (historische) architectuurstijlen en perioden met sterke individuele expressie.
5. Kernkwaliteiten Wilhelminaoord
De kern Wilhelminaoord vormt de meeste herkenbare kern in dit gebied en is aangewezen als bufferzone. De bufferzones zorgen voor de bescherming van de zichtbaarheid van de monumentale bebouwing en het in stand houden van het landbouwlandschap met haar rechtlijnige structuur, bijzondere bomenlanen en waterwegen. Bij planontwikkeling in de bufferzones moet in ruimtelijk opzicht worden gekeken naar de effecten op het Werelderfgoed.
Het dient overwegend als woonkern. Binnen de kern zijn er verschillende ruimtelijke eenheden te onderscheiden die in meer of mindere mate bijdragen aan de structuur en kwaliteit van het beschermd gezicht. Hier volgen de verschillende deelgebieden en bijbehorende niveaus.
Grootschalige functies in het groen (niveau regulier)
Criteria Wilhelminaoord invalswegen en groen- Niveau hoog
Architectuurstijl en gevel(compositie)
Duurzaam ecologisch bouwen (materiaalgebruik)
Situering, vorm, detaillering, kleur en materiaalgebruik moeten reageren op de locatie ter plekke en de bijbehorende landschappelijke- en bebouwingsstructuur en vormen een ondergeschikt en onopvallend element ten opzichte van de omgeving. De situering en inpassing van utilitaire bouwwerken zoals nutsvoorzieningen mogen geen afbreuk doen aan de bebouwing en de gebiedskarakteristieken.
5. Criteria Wilhelminaoord Woonwijken en grootschalige functies in het groen - Niveau regulier
Sneltoetscriteria zijn voorschriften voor (veel voorkomende) kleine en/of eenvoudige bouwplannen die omgevingsvergunningplichtig zijn. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien om niet strijdig te zijn met “redelijke eisen van welstand”. De sneltoetscriteria zijn allen van toepassing in de bufferzones van het beschermd gezicht met uitzondering van de attributes/karakteristieke bebouwing en monumenten.
Criteria voor losstaande bijbehorende bouwwerken (schuren en overkappingen)
Materiaal, kleur en detaillering:
Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld bepalend. Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak.
Materiaal, kleur en detaillering
Criteria voor kozijn- of gevelwijzigingen
In principe mag de samenhang en de ritmiek in straatwanden niet worden verstoord door incidentele kozijn- of gevelwijzigingen. Met name een kozijn- of gevelwijziging in de voor- of zijgevel, als deze gekeerd is naar de weg of het openbaar gebied, vraagt om een zorgvuldige vormgeving. Een kozijn- of gevelwijziging moet passen bij het karakter van het hoofdgebouw.
Criteria erfafscheidingen (binnen bebouwde kom)
Een erfafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk, door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen, te voorkomen.
Reclame is iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Reclames op borden, lichtreclames en spandoeken of vlaggen vormen een beeldbepalend element van de openbare ruimte. In dit beschermd gezicht is het uitgangspunt om zeer terughoudend om te gaan met reclame. Met name aan de twee belangrijke en beeldbepalende invalswegen, de Koningin Wilhelminalaan en de Majoor van Swietenlaan is het beleid terughoudend. Hier gelden de volgende criteria.
(Koningin Wilhelminalaan/Majoor van Swietenlaan)
Aanvullende criteria Bedrijventerreinen
Aanbevelingen Natuurinclusief bouwen
Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen, is het mogelijk een gezonde en aantrekkelijke buurt te creëren. En groen in de buurt levert veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals de huismus, de gierzwaluw, de merel of gewone dwergvleermuizen. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komt de leefomgeving pas écht tot leven. Veel plekken in de gemeente bieden kansen om natuurinclusief te bouwen. Nieuwe woningen, de omliggende tuinen en het openbaar groen kunnen vele mogelijkheden bieden om vogels, insecten en vleermuizen nestgelegenheden en voedsel te bieden, en zo zorgen voor een grotere soortenrijkdom in de buurt. Door kleine openingen te maken in gevels en onder dakoverstekken of met behulp van nestkasten kunnen nestgelegenheden worden gemaakt voor vogels en vleermuizen.
Ook hagen, struiken, klimplanten en andere beplantingen kunnen een prima verblijfplaats bieden aan vele soorten. En alles wat bloeit of vruchten draagt biedt voedsel aan deze soorten rijkdom. Ook de waterloop aan de noordzijde en de oevers langs het water kunnen bijdragen aan de biodiversiteit.
De Toolbox www.bouwnatuurinclusief.nl is een website voor architecten, gemeenten, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties, maar ook voor particulieren. U kunt er informatie en inspiratie vinden over heel verschillende aspecten van natuurinclusief bouwen. Iedereen die betrokken is bij het initiatief, het ontwerp en de bouw van woningen in de gemeente wordt uitgedaagd om bij te dragen tot meer biodiversiteit in de buurt.
Handleiding Checklist Groen Bouwen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-463291.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.