Subsidieregeling Uitstapprogramma sekswerkers Noord- en Oost-Gelderland 2026 - 2027

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;

 

Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

 

BESLUIT:

vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling Uitstapprogramma sekswerkers Noord- en Oost-Gelderland 2026 - 2027

Artikel 1 Algemene bepalingen en begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

    • b.

      Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • c.

      college: college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn;

    • d.

      leefgebieden: financiën, veiligheid, huisvesting, psychosociale gezondheid, sociaal functioneren, opleiding en werk. Deze opsomming is niet limitatief bedoeld;

    • e.

      outreachend werken: op eigen initiatief en actief de doelgroep sekswerkers benaderen, door onder andere sekswerkers op social media en websites te benaderen om het hulp- en dienstverleningsaanbod onder de aandacht te brengen of direct hulp te bieden;

    • f.

      regio Noord- en Oost-Gelderland: regio Noord- en Oost Gelderland, hieronder vallen de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk en Zutphen;

    • g.

      sekswerker: persoon die tegen betaling seksuele handelingen verricht met of voor een ander;

    • h.

      uitstapprogramma: een traject op maat voor sekswerkers die de branche willen verlaten. Arbeidsintensieve en complexe hulpvragen kunnen aan bod komen. Dit kunnen vragen op diverse leefgebieden zijn, bijvoorbeeld op het gebied van financiën, huisvesting, sociaal functioneren, opleiding en werk. Deelname aan dit programma gebeurt op basis van vrijwilligheid. Het programma staat open voor sekswerkers die in de regio Noord- en Oost-Gelderland wonen en/of werken of gewerkt hebben. Voor minderjarigen werkzaam in de seksbranche is aansluiting bij de wettelijke regelingen op het gebied van o.a. jeugdhulpverlening noodzakelijk. Tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders wordt vermeld, gelden de voorwaarden en bepalingen in de Asv;

    • i.

      Non-profitorganisatie: een rechtspersoon of een natuurlijke persoon, die een maatschappelijk doel nastreven zonder winst te maken, waarbij de inkomsten worden geïnvesteerd in de missie zelf.

Artikel 2 Doelstelling

Deze subsidieregeling heeft als doelstelling het begeleiden en ondersteunen van sekswerkers binnen de regio Noord- en Oost-Gelderland die vrijwillig willen uitstappen binnen de sekswerkbranche.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a)

    activiteiten gericht op toeleiding naar opleiding, ander werk of het vinden van ander werk, waarbij een persoonlijke en maatwerkgerichte begeleiding centraal staat met een aanpak voor belemmerende factoren op verschillende leefgebieden;

  • b)

    meewerken aan en inzetten van een aanpak voor deskundigheidsbevordering van ketenpartners en maatschappelijke organisaties met als streven stigma over sekswerk en sekswerkers weg te nemen, kennis van de doelgroep te vergroten en soepele toeleiding naar reguliere zorg, hulp- en dienstverlening te bevorderen zodra specialistische hulp niet meer nodig is, waaronder minimaal

    • 1.

      Eén keer per jaar een voorlichting voor de 22 gemeenten en ketenpartners binnen regio NOG organiseren over het uitstapprogramma sekswerkers NOG;

    • 2.

      Eén keer per drie maanden de 22 gemeenten en ketenpartners binnen de regio informeren over de huidige stand van zaken en ontwikkelingen van het uitstapprogramma sekswerkers NOG en trends binnen de seksbranche, middels een korte nieuwsbrief;

  • c)

    organiseren van activiteiten op verschillende leefgebieden, die gericht zijn op het stabiliseren en/of verbeteren van de leefsituatie van sekswerkers, waardoor ruimte en veiligheid ontstaat om over het verlaten van de branche na te denken;

  • d)

    het leveren van een regionaal en laagdrempelig hulp- en dienstverleningsaanbod aan sekswerkers, zelf of via ketensamenwerking;

  • e)

    Voorlichting over gezond, veilig en hygiënisch werken, het organiseren van informele ontmoetingen en signalering, begeleiding en waar nodig verwijzing in geval van uitbuiting, maken onderdeel uit van dit aanbod, waaronder minimaal:

    • 1.

      Eén keer per jaar een voorlichting voor de doelgroep (sekswerkers) organiseren;

  • f)

    samenwerking met ketenpartners in de (sekswerk)keten (waaronder ketenpartners die de controles uitvoeren binnen de seksbranche) inclusief;

    • 1.

      Aansluiten bij vergunde- als onvergunde controles binnen de seksbranche in de rol van prostitutie maatschappelijk werker en tevens uitvoerder van het uitstapprogramma sekswerk, indien mogelijk en gewenst;

  • g)

    activiteiten die leiden tot het vergroten van het bereik en het bereiken van een grotere verscheidenheid aan sekswerkers (outreachend, zowel online als offline) waaronder minimaal:

    • 1.

      Uitvoeren van online veldwerk;

    • 2.

      Veldwerk op locatie (outreachend werk);

  • h)

    Samenwerken met de GGD en onderzoeken in hoeverre aangesloten kan worden bij het spreekuur en SOA testen voor sekswerkers;

  • i)

    het vergroten van de inzichten in de ontwikkelingen van sekswerk.

Artikel 4. Subsidiabele kosten

  • 1.

    Uitsluitend kosten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk en redelijk zijn voor de aangevraagde activiteiten komen in aanmerking voor subsidie.

  • 2.

    Subsidie wordt slechts verleend voor de daadwerkelijk gemaakte kosten.

  • 3.

    Niet subsidiabel zijn:

    • a)

      kosten voor eten en drinken tenzij deze kosten onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteit;

    • b)

      extra kosten voor uitbreiding of verplaatsing van de huisvesting;

    • c)

      aanschaf van gebruiksgoederen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • d)

      overige materiële investeringen, tenzij aangetoond kan worden dat deze noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dit ter beoordeling van het college;

    • e)

      kosten voor begeleiding aan sekswerkers die niet wonen of werken binnen de regio.

Artikel 5. Subsidievereisten en verplichtingen

  • 1.

    De aanvrager voldoet aan de volgende vereisten:

    • a)

      Is non-profitorganisatie die actief is in de regio NOG en zich richt op de begeleiding en/of ondersteuning van sekswerkers;

    • b)

      De non-profitorganisatie heeft aantoonbaar ervaring en deskundigheid op het gebied van begeleiding en/of ondersteuning van sekswerkers;

    • c)

      de medewerkers beschikken aantoonbaar over een relevante beroepsopleiding met aantoonbare ervaring in de hulp- en dienstverlening aan sekswerkers. Voor ervaringsdeskundigen zijn uitzonderingen mogelijk;

    • d)

      de subsidieontvanger voert alle in artikel 3 genoemde activiteiten uit.

  • 2.

    Het college legt, in aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv, aan de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichting op:

    • a)

      de ontvanger garandeert dat alle activiteiten die voorvloeien uit deze aanvraag voldoen aan alle eisen die voortvloeien uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming en hieraan gerelateerde en geldende landelijke en gemeentelijke regelgeving;

    • b)

      de subsidieontvanger dient halfjaarlijks voor 1 augustus en 1 februari een voortgangsrapportage in middels een nieuw format en presenteert deze voortgangsrapportage;

    • c)

      de subsidieontvanger die in aanmerking komt met vermoedelijk slachtoffers van mensenhandel meldt deze vermoedelijke slachtoffers aan bij de zorgcoördinatoren mensenhandel vanuit Moviera en of politie (AVIM).

  • 3.

    Onverminderd het eerste lid kan het college in de beschikking tot subsidieverlening nog andere doelgebonden verplichtingen opleggen.

Artikel 6 Subsidie-looptijd, -plafond en -hoogte

  • 1.

    De looptijd van het uitstapprogramma is voor twee jaar: 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027.

  • 2.

    De hoogte van het subsidieplafond bedraagt maximaal € 171.308,-.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 85.654,- per aanvrager voor de looptijd van 2 jaar.

  • 4.

    Het college kan de subsidieplafonds tussentijds wijzigen.

  • 5.

    De subsidie wordt verleend op basis van een begrotingsvoorbehoud.

Artikel 7. Wijze van verdeling

  • 1.

    Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in het artikel 6 te boven gaan, maakt het college voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de in tabel 1 opgenomen criteria en wegingsfactoren. Tabel 1 is terug te vinden in de bijlage.

  • 2.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, krijgt de aanvrager met de meeste punten op ervaring en regionale bekendheid de subsidie verleend. Indien er alsnog een gelijke score is geeft het gemiddelde uurtarief van de medewerkers de doorslag. Indien hierna nog steeds een gelijke score is bij de twee hoogst scorende aanvragen wordt de subsidie verleend door middel van loting tussen deze twee hoogst scorende aanvragen.

  • 3.

    Aan de volledig en tijdig ontvangen aanvragen worden punten toegekend aan de hand van de criteria zoals opgenomen in tabel 1. Per criterium krijgt iedere aanvraag een waardering met een score die maximaal het aantal punten is zoals hieronder vermeld. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

  • 4.

    Subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

  • 5.

    De beoordeling geschiedt door drie regionale beleidsadviseurs binnen de regio NOG. De beleidsadviseurs beoordelen afzonderlijk de aanvragen op de criteria zoals opgenomen in tabel 1 waarna uit deze beoordelingen een gemiddelde wordt bepaald. Het gemiddelde bepaalt het aantal punten per criteria.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb en artikel 9 van de Asv kan de subsidie worden geweigerd als niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze regeling.

Artikel 9. Aanvraag en verlening

  • 1.

    Aanvullend op hetgeen is bepaald in artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Apeldoorn dient de aanvrager een Plan van Aanpak aan te leveren met minimaal de volgende onderwerpen:

    • a.

      een beschrijving van de te bereiken doelgroepen sekswerkers, de ervaring met de te bereiken doelgroepen sekswerkers en hoe met de te subsidiëren activiteit wordt aangesloten bij de behoeften van de verschillende doelgroepen;

    • b.

      een concrete omschrijving van de activiteiten uit artikel 3;

    • c.

      een beschrijving van hoe wordt voortgebouwd op resultaten en ervaringen van eerdere activiteiten van de aanvrager en van het toekomstperspectief van de activiteiten; en

    • d.

      gegevens met betrekking tot de criteria bedoeld in artikel 7, op basis waarvan een beoordeling gemaakt kan worden ten behoeve van de toekenning van een subsidie;

    • e.

      een realistische en sluitende begroting waarin een directe relatie tussen de bedragen en de subsidiabele activiteiten in het plan van aanpak gelegd wordt. In de begroting staat per activiteit opgenomen welke materiele en personele middelen nodig zijn voor de activiteiten, met specificatie van het aantal uur en gehanteerd tarief en waar het aantal uur en tarief op is gebaseerd. Ook worden alle (overige) inkomsten vermeld.

  • 2.

    Aanvragen op grond van deze regeling kunnen worden ingediend in de periode 3 november 2025 tot en met 17 november 2025.

Artikel 10. Hardheidsclausule

Het college kan bepalingen in deze regeling buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het doel van de regeling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11 Mandatering

Het college mandateert de bevoegdheden voor uitvoering van deze regeling aan de afdelingshoofd Beleid Maatschappelijke ontwikkeling.

Artikel 12 Slotbepaling

  • 1.

    Op aanvragen om subsidie die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend en op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn vastgesteld, blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór dat tijdstip.

  • 2.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026. De Subsidieregeling Uitstapprogramma Prostituees Noord- en Oost-Gelderland (vastgesteld op 12 oktober 2021 en in werking getreden op 1 januari 2022), wordt gelijktijdig hierdoor ingetrokken.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Uitstapprogramma Sekswerkers Noord- en Oost-Gelderland 2026 – 2027.

Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 14 oktober 2025, zaaknummer 5939466.

Met vriendelijke groet,

Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn,

de secretaris,

S. de Bruin

de burgemeester,

A.J.M. Heerts

Toelichting

Algemene toelichting

De 22 gemeenten in Noord- en Oost-Gelderland (NOG) geven al een aantal jaar gezamenlijk vorm aan het uitstapprogramma sekswerkers NOG.

 

In 2016 is gestart met het ontwikkelen van een uitstapprogramma voor sekswerkers vanaf 24 jaar in de gemeente Apeldoorn. Dit naar aanleiding van schriftelijke vragen van de ChristenUnie en de PvdA in 2015 over het ontbreken van uitstapbegeleiding voor deze doelgroep. Het Veiligheidshuis van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland heeft in de jaren 2016 en 2017 opdracht gegeven aan een externe partij, om een uitstapprogramma te ontwikkelen en deelnemers te begeleiden. Het programma is in eerste instantie ontwikkeld voor de gemeente Apeldoorn en vervolgens breder uitgerold over Noord- en Oost-Gelderland.

 

Er zijn werkafspraken gemaakt met andere partners zoals het Mensenhandel Controle Team van de politie, diverse hulpverleningsinstanties en de gemeentelijke dienstverlening, die tezamen de zorgketen vormen die nodig is om een sekswerker te begeleiden naar een andere werk- en/of woonsituatie. Deze keten wordt aangeduid als “het uitstapprogramma”.

 

Het doel is om door middel van onder andere vroeg signalering en laagdrempelig contact vrijwillige sekswerkers te begeleiden die uit dit werk willen stappen of vragen hebben over leefdomeinen zoals gezondheid, financiën, werken en wonen. Doel is een structurele verandering te bewerkstelligen en zo veel mogelijk aan te sluiten bij en/of over te kunnen dragen al bestaande vormen van hulp of zorg.

 

Centrumgemeente Apeldoorn ontvangt jaarlijks een Decentralisatie Uitkering Uitstapprogramma Prostituees (DUUP) die volledig dekking geeft voor deze subsidieregeling.

 

Criteria en wegingsfactor

 

Tabel 1: Criteria en wegingsfactoren

Ervaring

de mate waarin de aanvrager aantoonbare ervaring heeft met het uitvoeren van uitstapprogramma’s

  • -

    5 jaar of meer ervaring: 20 punten

  • -

    2 tot 5 jaar ervaring: 10 punten

  • -

    tot 2 jaar ervaring: 0 punten

de mate waarin de aanvrager aantoonbare ervaring heeft met dienstverlening aan alle doelgroepen sekswerkers

  • -

    5 jaar of meer ervaring: 20 punten

  • -

    2 tot 5 jaar ervaring: 10 punten

  • -

    0 tot 2 jaar ervaring: 0 punten

de medewerkers die de activiteiten uitvoeren en in dienst zijn van de organisatie hebben aantoonbare werkervaring op het gebied van dienstverlening aan de doelgroep

  • -

    5 jaar of meer ervaring: 20 punten

  • -

    2 tot 5 jaar ervaring: 10 punten

  • -

    0 tot 2 jaar ervaring: 0 punten

Regionale bekendheid

de mate waarin de aanvrager aantoonbare ervaring heeft met het uitvoeren van uitstapprogramma’s in de regio NOG

  • -

    de organisatie heeft ervaring in alle 22 regiogemeenten NOG: 20 punten

  • -

    de organisatie heeft ervaring 11 regiogemeenten NOG: 10 punten

  • -

    de organisatie heeft ervaring in minder dan 10 regiogemeenten NOG: 0 punten

de aanvrager heeft aantoonbare samenwerkingsafspraken gemaakt met ketenpartners in de regio NOG, zoals Moviera, politie (Mensenhandel Controle Team) en de GGD

  • -

    er zijn afspraken: 10 punten

  • -

    er zijn geen afspraken: 0 punten

Deskundigheids-bevordering

de mate waarin de aanvrager bijdraagt aan het vergroten van de kennis over de ontwikkelingen van uitstapprogramma’s voor sekswerkers

  • -

    kennisuitwisseling op lokaal en nationaal niveau, alsook het organiseren van netwerkbijeenkomsten: 20 punten;

  • -

    kennisuitwisseling op lokaal en nationaal niveau óf het organiseren van netwerkbijeenkomsten: 10 punten

  • -

    geen kennisuitwisseling: 0 punten

Kosten

het laagste gemiddelde uurtarief van de medewerkers

  • -

    de aanvraag met de laagste kosten per traject: 10 punten

  • -

    de aanvraag met de hoogste kosten per traject: 0 punten

  • -

    de overige aanvragen: 5 punten

Naar boven