Derde wijzigingsbesluit van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op de Huisvestingswet 2014, artikel 147 van de Gemeentewet en artikelen 2.10.5 tweede lid, 2.11.6 en 3.6.2, zesde lid Huisvestingsverordening Amsterdam 2024,

 

besluit:

 

Derde wijzigingsbesluit van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

Artikel I  

De Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 worden als volgt gewijzigd:

  • A.

    In hoofdstuk 1, artikel 3 wordt ‘Ad c) Het huisvestingsprobleem was redelijkerwijs op te lossen of te voorkomen…om zoekpunten te verkrijgen.’ vervangen door:

  •  

  • Ad c) Het huisvestingsprobleem was redelijkerwijs op te lossen of te voorkomen.

  • Van een dergelijk probleem is in ieder geval sprake als de aanvrager:

    • 1.

      niet alles wat redelijkerwijs tot diens mogelijkheden behoort heeft gedaan om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen;

    • 2.

      een gezin heeft gesticht of gaat stichten zonder over daartoe passende woonruimte te beschikken;

    • 3.

      een passende reguliere woning aangeboden kreeg in de periode dat aannemelijk werd dat hij een huisvestingsprobleem zou gaan krijgen, tot een jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag van een urgentieverklaring;

    • 4.

      zelf de financiële middelen heeft om het huisvestingsprobleem op te lossen;

    • 5.

      65 jaar of ouder is, waardoor de aanvrager een ouderen- of seniorenwoning kan krijgen;

    • 6.

      een klein gezin heeft (met één of twee minderjarige kinderen) en 46 woonpunten of meer heeft;

    • 7.

      een groot gezin heeft (met drie of meer minderjarige kinderen) en 40 (woonpunten of meer heeft;

    • 8.

      een jongere zonder kinderen is en 39 woonpunten of meer heeft;

    • 9.

      een alleenstaande of stel zonder kinderen tussen de 28-54 jaar is en 46 woonpunten of meer heeft;

    • 10.

      Een alleenstaande of stel zonder kinderen van 55+ is en 22 woonpunten of meer heeft; of

    • 11.

      zich niet maximaal heeft ingespannen om zoekpunten te verkrijgen.

  • B.

    In hoofdstuk 1, komt artikel 9, onder a, als volgt te luiden:

    • a.

      de aanvrager is ingeschreven op een woning waarvan de ongeschiktheid voor bewoning is vastgesteld door, of in opdracht van, een toezichthouder die bevoegd is toe te zien op naleving van de Omgevingswet en de Woningwet;

  • C.

    In hoofdstuk 1, wordt artikel 20 als volgt gewijzigd:

    • 1.

      In artikel 20 wordt ‘P&G292’ telkens vervangen door ‘ACS’;

    • 2.

      In artikel 20, onderdeel 1 Met OGGZ-problematiek, onder a, wordt ‘in Amsterdam’ vervangen door ‘in zorgregio Amsterdam';

    • 3.

      In artikel 20, onderdeel 2 Zonder OGGZ-problematiek, onder a, wordt ´in Amsterdam´ vervangen door ´in zorgregio Amsterdam´.

  • D.

    In hoofdstuk 1, komt artikel 22 als volgt te luiden:

  • Artikel 22. Huisvesting na revalidatie (artikel 2.10.8, eerste lid, onderdeel f HVV)

  • Volwassenen kunnen voorrang krijgen op een sociale huurwoning in het kader van de ‘verkeerde beddenproblematiek’ (op grond van medische of sociale redenen). Hierbij gaat het om tijdelijk verblijf in een intramurale instelling en de onmogelijkheid om na revalidatie terug te keren naar de eigen woning in Amsterdam. De snelle toewijzing van een andere woning is nodig om een dure intramurale plek vrij te maken. De instelling geeft bij de directie Wonen aan dat er sprake is van de verkeerde beddenproblematiek. Een urgentieaanvraag wordt beoordeeld met inachtneming van de algemene weigeringsgronden en daarnaast gelden de volgende voorwaarden:

    • a.

      de aanvrager is minimaal 18 jaar oud; en

    • b.

      de aanvrager is in het bezit van een functiegerichte zorgindicatie (niet: hulp bij het huishouden).

       

    • De aanvrager wordt door de directie Wonen via directe bemiddeling begeleid naar een woning (bijvoorbeeld wibo of seniorenwoning).

  • E.

    In hoofdstuk 3, onderdeel 1 wordt ‘een spijtoptant die in Amsterdam in een woonwagen heeft gewoond, niet langer dan drie jaar geleden;’ vervangen door ‘een spijtoptant/repatriant die in Amsterdam in een woonwagen heeft gewoond;’.

  • F.

    In hoofdstuk 5 komt, onder vernummering van artikel 4 tot en met artikel 5 tot artikel 3 tot en met artikel 4, artikel 3 te vervallen.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel III Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Derde wijzigingsbesluit van de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2024.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 14 oktober 2025,

De burgemeester

Femke Halsema

Waarnemend gemeentesecretaris

Thea de Vries

Naar boven