Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep,

 

  • Gelezen het voorstel van 3 april 2025;

  • Overwegende dat het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden aan een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd;

  • Overwegende dat het daarom wenselijk is om daartoe beleidsregels vast te stellen;

  • Gelet op artikel 78gg van de Participatiewet;

 

besluit:

de beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Gennep

2025, 2026 en 2027 vast te stellen.

 

 

 

BELEIDSREGELS TIJDELIJKE REGELING ALLEENVERDIENERSPROBLEMATIEK GEMEENTE GENNEP

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • De wet: de Participatiewet;

  • Alleenverdiener: het huishouden dat:

    • a.

      vooral inkomen ontvangt uit een uitkering, anders dan uitkeringen die genoemd staan in artikel 19 van de Participatiewet, en;

    • b.

      vanwege artikel 37, tweede lid, van de Participatiewet en artikel 8.9 van de Wet Inkomstenbelasting 2001, minder toeslagen ontvangt dan een vergelijkbaar huishouden dat alleen een uitkering krijgt die genoemd staat in artikel 19 van de Participatiewet, en;

    • c.

      vanwege hetgeen in sub b staat, een lager totaalinkomen, de som van het netto-inkomen en ontvangen toeslagen, heeft dan een vergelijkbaar huishouden dat alleen inkomen ontvangt uit een uitkering die genoemd staat in artikel 19 van de Participatiewet.

  • Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.

  • Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg van de Participatiewet.

     

Artikel 2. Doelgroep

De compensatie alleenverdienersproblematiek is bedoeld voor gehuwden/samenwonenden die door een samenloop van meerdere inkomstenbronnen geen of een te lage huur- en/of zorgtoeslag ontvingen dan wel een terugvordering hebben gekregen van deze toeslagen. In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat de alleenverdienersproblematiek ook misgelopen kinderopvangtoeslag of kindgebonden budget betreft.

 

Hoofdstuk 2. Toegang

Artikel 3. Ambtshalve toekenning

  • 1.

    Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.

  • 2.

    Het college kent de vaste tegemoetkoming over 2025 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:

    • a.

      het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      voor 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;

    • d.

      er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en

    • e.

      de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.

  • 3.

    Het college kent de vaste tegemoetkoming over de jaren 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:

    • a.

      het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;

    • d.

      er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten en

    • e.

      de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.

 

Artikel 4. Aanvraag zelfmelder

  • 1.

    Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.

  • 2.

    De aanvraag om een vaste tegemoetkoming kan vormvrij worden ingediend bij het college.

  • 3.

    Het college beoordeelt of de aanvrager, als bedoeld in artikel 1.1 alleenverdiener is.

  • 4.

    Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.

  • 5.

    Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee.

  • 6.

    Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 7.

    Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 8.

    Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.

  • 9.

    Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

 

  • Het peilmoment van het vermogen is 1 januari van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

 

  • 10.

    De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.

 

 

Hoofdstuk 3. Toekenning en verstrekking

Artikel 5. Toekenning

Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag. Dit betekent dat een huishouden de tegemoetkoming voor de kalenderjaren, te weten 2025, 2026 en 2027, één keer kan aanvragen of ambtshalve toegekend krijgt. Een huishouden ontvangt bij toekenning de volledige tegemoetkoming per jaar. Het is niet mogelijk om een deel van de vaste tegemoetkoming toegekend te krijgen.

 

Artikel 6. Verstrekking

  • 1.

    Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer aan het huishouden. De vaste tegemoetkoming wordt niet gebruikt om openstaande vordering te verrekenen.

  • 2.

    De verstrekking voor het betreffende kalenderjaar loopt door als het huishouden uit de gemeente verhuist.

 

 

Hoofstuk 4. slotbepalingen

Artikel 7. Ingangsdatum

Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2025.

 

Artikel 8. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke regeling

alleenverdienersproblematiek gemeente Gennep 2025, 2026 en 2027.

 

 

Aldus besloten in de vergadering van 15 april 2025

Burgemeester en wethouders van Gennep,

De secretaris, Bart Teunissen

De burgemeester, Hans Teunissen

Naar boven