Beleidsregels Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden;

gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 Participatiewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen: de Beleidsregels Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze regeling worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      Beleidsregel: beleidsregel Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten gemeente Rheden.

    • b.

      Chronische ziekte: een lichamelijke of psychische aandoening die na het ontstaan ervan niet meer (volledig) geneest.

    • c.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden.

    • d.

      Eigen risico: het bedrag dat je zelf moet betalen voor zorgkosten die onder de basisverzekering vallen.

    • e.

      Gezamenlijk inkomen: het inkomen van belanghebbende en eventuele partner waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, zoals beschreven in artikel 3 van de Participatiewet.

    • f.

      Handicap (beperking): fysieke, zintuigelijke, verstandelijke of cognitieve beperking die het dagelijks functioneren van een inwoner belemmert.

    • g.

      Tegemoetkoming: tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.

    • h.

      Vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet, waarbij het vermogen in de eigen woning buiten beschouwing wordt gelaten. Voor zelfstandige ondernemers het vermogen zoals bedoeld in artikel 7 en 8 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

    • i.

      WLZ: Wet langdurige zorg.

    • j.

      Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 2 Doelgroep

  • 1.

    Tot de doelgroep van deze regeling behoren personen:

    • a.

      van 18 jaar en ouder die rechtmatig in Nederland verblijven;

    • b.

      die ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen van de gemeente Rheden;

    • c.

      die voldoen aan de voorwaarden genoemd onder artikel 3 van deze beleidsregel;

    • d.

      in afwijking van artikel 3 lid 1 is de inkomensgrens van laag inkomen of midden inkomen niet van toepassing indien er sprake is van een wettelijke of minnelijke schuldregeling, waarbij de belanghebbende alleen het vrij te laten bedrag aan inkomen overhoudt.

  • 2.

    Niet tot de doelgroep behoort de inwoner die:

    • a.

      op de peildatum een vermogen heeft dat hoger is dan de toepasselijke vermogensgrens, als bedoeld in artikel 34 Participatiewet of voor zelfstandig ondernemers hoger is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 7 en 8 van de Bbz;

    • b.

      uitgesloten is van het recht op bijstand op grond van artikel 13 lid 1 Participatiewet;

    • c.

      (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is én van het UWV de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten ontvangt;

    • d.

      in een inrichting verblijft zoals bedoeld in artikel 1 van de Participatiewet.

Artikel 3 Voorwaarden aanvraag

Belanghebbende komt in aanmerking voor de tegemoetkoming wanneer:

  • a.

    het (gezamenlijk) inkomen op het moment van aanvraag niet hoger is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet, waarbij de artikelen 19a en 22a van de Participatiewet buiten toepassing blijven; en

  • b.

    het (gezamenlijk) vermogen op het moment van de aanvraag niet hoger is dan bedoeld zoals in artikel 34 van de Participatiewet of voor zelfstandigen zoals bedoeld in artikel 7 en 8 van de Bbz, waarbij vermogen in de vorm van een eigen woning of woonwagen volledig buiten beschouwing wordt gelaten; en

  • c.

    het volledige eigen risico binnen het jaar waarvoor de tegemoetkoming wordt aangevraagd volledig benut heeft en dit kan aantonen door middel van een verklaring van de zorgverzekering; en

  • d.

    bij belanghebbende sprake is van een chronische ziekte of handicap.

Artikel 4 Indienen aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag wordt:

    • a.

      digitaal ingediend met het daarvoor bestemde aanvraagformulier welke beschikbaar wordt gesteld via de website van de gemeente; of

    • b.

      schriftelijk ingediend met het daarvoor bestemde aanvraagformulier, indien digitaal niet mogelijk blijkt.

  • 2.

    Een aanvraag voor een tegemoetkoming kan één keer over een kalenderjaar worden ingediend. Voor een bepaald kalenderjaar kan de aanvraag tot en met 31 maart van het opvolgende kalenderjaar worden ingediend.

  • 3.

    Aanvragen als bedoeld in het eerste lid, die na 31 maart van het opvolgende kalenderjaar worden ingediend, komen niet voor een tegemoetkoming in aanmerking.

  • 4.

    Belanghebbende overlegt bij zijn aanvraag bewijs waaruit blijkt wat het (gezamenlijke gezins-) inkomen en vermogen is:

    • a.

      belanghebbende overlegt daarvoor bij de aanvraag loonstroken en/of uitkeringsspecificaties samen met bankafschriften waaruit blijkt wat het (gezamenlijke gezins-) inkomen en vermogen is;

    • b.

      belanghebbende overlegt bij wisselende inkomsten bewijsstukken voor het inkomen met betrekking op een periode van drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag;

    • c.

      belanghebbende overlegt bij een zelfstandige onderneming de BTW opgave van het kwartaal voorafgaand aan de maand van de aanvraag.

  • 5.

    Indien belanghebbende in het bezit is van een GelrePas hoeven de voorgenoemde bescheiden niet overlegd te worden. Belanghebbende heeft dan reeds aangetoond te voldoen aan de inkomens- en vermogenscriteria.

  • 6.

    Belanghebbende overlegt bij zijn aanvraag bewijs waaruit de chronische ziekte of handicap blijkt:

    • i.

      belanghebbende betaalt een eigen bijdrage via het CAK in het kader van de Wlz of in het kader van een vervoersvoorziening vanuit de Wmo;

    • ii.

      belanghebbende ontvangt Individuele Studietoeslag op grond van de Participatiewet;

    • iii.

      belanghebbende kan een verklaring van huisarts of specialist of medisch document overleggen waaruit blijkt dat er sprake is van een chronische ziekte en/of handicap;

    • iv.

      belanghebbende heeft in de drie voorafgaande jaren aan de aanvraag het eigen risico opgebruikt.

Artikel 5 Verkorte aanvraag tegemoetkoming

  • 1.

    Indien een belanghebbende in het vorige jaar een tegemoetkoming op grond van deze beleidsregels is toegekend, kan op grond van een verkorte toets een nieuwe tegemoetkoming worden aangevraagd. De tegemoetkoming kan na een eerste toekenning door middel van een verkorte toets worden aangevraagd voor het daaropvolgend jaar.

  • 2.

    Bij deze verkorte aanvraag hoeft de chronische ziekte niet opnieuw te worden aangetoond. De overige bewijsstukken zoals in artikel 4 benoemd gelden onverkort.

Artikel 6 Hoogte en frequentie tegemoetkoming

  • 1.

    De tegemoetkoming betreft een standaardbedrag. De hoogte is gelijk aan de Tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (UWV) zoals voor dat jaar is vastgesteld.

  • 2.

    De tegemoetkoming wordt maximaal één keer per kalenderjaar toegekend.

  • 3.

    Gehuwden of samenwonenden kunnen beiden in aanmerking komen voor de tegemoetkoming.

Artikel 7 Inlichtingen

De belanghebbende doet het college direct mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op een vergoeding of de hoogte daarvan, onder overlegging van bewijsstukken.

Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten’.

Vastgesteld bij besluit van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025.

De Steeg, 7 oktober 2025

Het college voornoemd,

burgemeester,

secretaris.

Naar boven