Gemeenteblad van Oost Gelre
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oost Gelre | Gemeenteblad 2025, 46169 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oost Gelre | Gemeenteblad 2025, 46169 | beleidsregel |
Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten Oost Gelre 2025
Gelet op het bepaalde in artikel 1:3, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), artikel 4:81 tot en met 4:84 Awb en artikel 5.40, tweede lid onder b van de Omgevingswet (hierna: Ow) hebben wij beleidsregels vastgesteld voor het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Urgente zwaarwegende planologische belangen: voor het gebied waarbinnen het vergunde object is gesitueerd een wijziging van het Omgevingsplan in voorbereiding is. Hierbij moet ten minste sprake zijn van een ontwerp-wijzigingsplan welke op grond van artikel 4.14 Ow ter inzage is gelegd en is gepubliceerd.
Artikel 2 Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang bouw
Als zich urgente en zwaarwegende planologische belangen voordoen, zoals bedoeld in artikel 1 onder e van deze beleidsregels, wordt actief gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen na 1 jaar van het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning.
Het gunnen van een ruimere termijn wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald, maar bedraagt in geen geval meer dan 2 jaar na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Voor het gunnen van een ruimere termijn wordt altijd aansluiting gezocht bij de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel 3 Intrekkingsregeling bij stilleggen bouwwerkzaamheden
Een ruimere termijn wordt op verzoek van de belanghebbende naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald. De ruimere termijn bedraagt in geen geval meer dan 1,5 jaar vanaf het moment dat geconstateerd is dat het werk stil heeft gelegen. Voor het gunnen van een ruimere termijn wordt altijd aansluiting gezocht bij de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel 4 Intrekken na toekenning ruimere termijn
Indien na het verstrijken van de in artikel 2, onder c, en artikel 3, onder b van deze beleidsregels gestelde ruimere termijn geen begin is gemaakt met het bouwen, wordt de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen alsnog ingetrokken.
Artikel 5 Procedure tot intrekking van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen reguliere voorbereidingsprocedure:
Uitgebreide voorbereidingsprocedure:
Indien de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen tot stand is gekomen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure conform artikel 16.65 Ow:
Indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht, neemt de gemeente het besluit binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. Indien er wel zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt de gemeente het besluit uiterlijk 12 weken na de terinzagelegging (conform artikel 3:18 Awb).
Artikel 6 Uitsluiting overige intrekkingsgronden
Deze beleidsregels laten de besluitvorming over de overige intrekkingsgronden genoemd in artikel 5.40 van de Ow onverlet.
Er wordt volgens deze beleidsregels gehandeld, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 januari 2025
De burgemeester en wethouders van de gemeente Oost Gelre
In artikel 5.40, lid 2 onder b van de Omgevingswet (Ow) is voor het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid vastgelegd om een omgevingsvergunning in te trekken. Dit kan zowel voor het planologische deel, als het technische deel wanneer er gedurende 1 jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Op de andere in artikel 5.40, lid 2 genoemde situaties zijn deze beleidsregels niet van toepassing.
Technische eisen ten aanzien van onder meer brandveiligheid, constructieve veiligheid en energiezuinigheid worden regelmatig aangescherpt. Door uitvoering te geven aan dit beleid voorkomen we dat aan ‘verouderde’ bouwplannen, die mogelijk niet meer voldoen aan de op dat moment geldende voorschriften in het Besluit bouwwerken leefomgeving, uitvoering wordt gegeven.
In principe heeft een verleende omgevingsvergunning een onbeperkte geldigheidsduur. Hierdoor kunnen “slapende vergunningen” ontstaan. Dit zijn vergunningen die tot in het oneindige kunnen blijven voortbestaan zonder dat de vergunde rechten gebruikt worden. Dit is ongewenst, met name vanwege de volgende planologische, stedenbouwkundige en administratieve belangen:
Met het oog op deze belangen is het wenselijk om de slapende vergunningen op enig moment in te trekken. Dat moment doet zich voor wanneer de start van de bouw- of sloopwerkzaamheden onredelijk lang (jarenlang) op zich laat wachten of wanneer de eenmaal begonnen bouwwerkzaamheden jarenlang geen voortgang is. De gemeente heeft dan op grond van artikel 5.40, lid 2 onder b de bevoegdheid om de vergunning in te trekken.
Van belang is om duidelijkheid te scheppen wanneer er sprake is van het starten van werkzaamheden. In zijn algemeenheid is uit de jurisprudentie op te maken dat er een feitelijk begin dient te zijn gemaakt van de werkzaamheden. Bij bouwen is bijvoorbeeld het storten van funderingen (zijnde een constructieve handeling) als het starten van bouwwerkzaamheden aan te merken. Voorbereidende handelingen (zoals het plaatsen van een bouwbord, het uitzetten van de bouw en het verrichten van graafwerkzaamheden) vallen niet onder het starten van bouwen.
Onderhavige beleidsregel gaat over de invulling van de bij wet gegeven bevoegdheid tot intrekking van een vergunning.
Met de beleidsregels wordt ook rechtszekerheid en rechtsgelijkheid gecreëerd voor betrokken partijen en belanghebbenden, omdat iedereen weet wanneer een niet uitgevoerde omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen door het college wordt ingetrokken. Tevens kunnen ze bijdragen aan een goede ruimtelijke ordening, met name bij veranderde planologische inzichten.
Als de vergunninghouder niet binnen de in de beleidsregels gestelde termijnen met de werkzaamheden is begonnen en niet aannemelijk kan maken dat binnen afzienbare tijd alsnog met de bouw begonnen wordt, is een voldoende redelijk belang aanwezig om de vergunning in te trekken (gelet op de al genoemde planologische, stedenbouwkundige en administratieve belangen). Bij het intrekken van een vergunning zal wel altijd een afweging gemaakt worden tussen de belangen van de vergunninghouder en het algemeen belang bij intrekking daarvan. Dit betekent dat de vergunninghouder bijzondere omstandigheden moet aanvoeren die het belang van het in stand houden van de vergunning aantonen. Onder bijzondere omstandigheden, wanneer (direct) overgaan tot intrekking niet redelijk is, kan gemotiveerd worden afgeweken. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij projecten met een groot maatschappelijk belang, die om wat voor reden dan ook zijn uitgesteld. Een besluit tot intrekking zou deze (gewenste) ontwikkeling onnodig frustreren. Aan de vergunninghouder zal dan een redelijke termijn gesteld worden waarbinnen alsnog van de omgevingsvergunning gebruik gemaakt moet worden.
Vanaf het moment dat de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend, worden de (voorlopige) gegevens van een nieuw of gewijzigd pand en/of verblijfsobject vastgelegd in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG). Het betreft gegevens als de nummeraanduiding (huisnummer), het bouwjaar, het gebruiksdoel, de gebruiksoppervlakte en de geometrie.
Om te waarborgen dat de meest actuele gegevens in de BAG worden vastgelegd heeft het de voorkeur eerder opgenomen voorlopige gegevens uit de BAG te verwijderen op het moment dat duidelijk wordt dat een verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet wordt geëffectueerd. De actualiteit wordt gewaarborgd door het vaststellen van en actief uitvoering geven aan het intrekkingsbeleid.
In de Legesverordening is bepaald dat aanspraak bestaat op teruggaaf van een deel van de leges, mits een verzoek om teruggaaf wordt ingediend binnen 12 maanden na verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. Het college doet geen ambtshalve teruggaaf van leges. Het moet altijd op verzoek van de belanghebbende geschieden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-46169.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.