Ontwerp-omgevingsvisie 'Koers 2040'

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Reimerswaal

Gelezen de tekstinhoud van "Omgevingsvisie Koers 2040" d.d. 14 oktober 2025.

Besluit:

a. In te stemmen met de ontwerp-omgevingsvisie Koers 2040 van de gemeente Reimerswaal;

b. De ontwerp omgevingsvisie zes weken ter inzage te leggen.

Artikel I

"Ontwerp-omgevingsvisie 'Koers 2040'" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.

Artikel II

Van de terinzagelegging, de termijn voor terinzagelegging en de mogelijkheid om te reageren wordt kennis gegeven in het gemeenteblad en lokale huis-aan-huisbladen.

Aldus besloten door burgemeester en wethouders in de vergadering van 14 oktober 2025.

Diegenen die mogen ondertekenen

Niet getekend proef-exemplaar

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Ontwerp-omgevingsvisie 'Koers 2040'

1 Inleiding

1.1 Voorwoord

We leven in bijzondere tijden. In een wereld die snel en onvoorspelbaar verandert. Daarom is een duidelijke ‘koers’ noodzakelijk. Hiermee proberen we grip te houden en richting te geven aan dat stukje wereld waarop we enige invloed hebben. Met de Koers 2040 geven we sturing aan de toekomst van Reimerswaal. Tegelijkertijd willen we wendbaar blijven, daarom zullen we onderweg beoordelen of de Koers moet worden bijgesteld.

 

We koesteren en versterken waar we goed in zijn: een wereldwijde positie in de aardappel- en uienteelt en de schaal- en schelpdierensector. Daarnaast beschikken we over een bloeiende fruitteeltsector. Onze dorpen en gemeenschappen kenmerken zich door betrokkenheid en onderlinge zorg. Daar zijn we ook hrôôs op..! Tegelijkertijd staan we voor uitdagingen op het gebied van wonen, economie, zorg, duurzaamheid, energie en mobiliteit. Om hier wendbaar op in te spelen, bieden we ruimte voor innovatie. Daarbij bewaren we steeds de balans tussen ontwikkeling en behoud, zoals dat past in Reimerswaal.

 

Gemeenten hebben de wettelijke taak om voor 2027 een omgevingsvisie vast te stellen. De algemene visie van onze gemeente was aan vervanging toe, daarom hebben we beide visies gecombineerd. We hebben daarbij breder gekeken dan alleen de fysieke leefomgeving (omgevingsvisie). De visie die nu voor u ligt is dan ook een combinatie van een algemene visie én de omgevingsvisie. Deze visie geeft tevens onze inzet weer voor de ontwikkeling van Zeeland 2050. 

 

Voor de visie die u nu voor zich heeft, hebben wij informatie opgehaald bij inwoners, belangenorganisaties, de gemeenteraad en het college. Als bestuurlijk opdrachtgever van Koers2040 wil ik mijn dank en waardering uitspreken aan iedereen die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze visie. 

 

De visie wordt uitgewerkt in programma’s. Ik nodig u uit met ons mee te blijven denken via www.Reimerswaalpraatmee.nl Uw mening is en blijft voor ons belangrijk! 

 

afbeelding binnen de regeling
Burgemeester Jan Luteijn.

1.2 Samenvatting

afbeelding binnen de regeling

Voor u ligt de Koers 2040, de strategische visie van de gemeente Reimerswaal. Hierin staat wat we op de middellange termijn willen bereiken voor onze mooie gemeente. De Koers 2040 is ook een omgevingsvisie. Daarmee voldoen we aan onze wettelijke verplichting.

Het vervangt de visie uit 2008 en is opgesteld vanwege actuele opgaven zoals woningbouw, economie, duurzaamheid, zelfredzaamheid en dienstverlening. Het document is kaderstellend en zelfbindend, tot stand gekomen via analyse van de huidige situatie, participatie, uitwerking en terinzagelegging. Het vormt de basis voor verdere beleidsuitwerking en uitvoering via programma’s. De visie integreert meerdere structuurvisies en streeft naar behoud van rust, ruimte en leefbaarheid met voldoende betaalbare woningen en voorzieningen.

 

Hoe kwam de Koers 2040 tot stand?

Deze koers is in vier stappen opgesteld;

 

  • a.

    We hebben eerst ‘De Foto’ van Reimerswaal gemaakt. Dat is de uitgangspositie van de Koers 2040 geweest. We beginnen immers niet blanco. Er is al veel beleid en er zijn vele opgaven waar we een antwoord op moeten vinden.

  • b.

    De Foto heeft een aantal vraagstukken opgeleverd die terugkomen in de Koers 2040. Die vraagstukken hebben we met onze inwoners, belangenvertegenwoordigers, het ambtelijk apparaat, het college van burgemeester en wethouder en de gemeenteraad besproken. Op basis daarvan hebben we de belangrijkste keuzes gemaakt.

  • c.

    We vertalen de keuzes naar de Koers 2040. Hierin staat wat onze kernkwaliteiten zijn die mede onze identiteit vormen, welke opgaven er spelen en wat we willen bereiken. Dat laatste doen we voor vijf thema’s en verschillende gebieden. We geven ook aan hoe we onze doelen en ambities willen bereiken. Een voorschot op de uitvoering. Dit is de ontwerp-Koers 2040 of ontwerp omgevingsvisie.

  • d.

    In de laatste stap leggen we de Koers 2040 zes weken ter inzage. Iedereen krijgt de gelegenheid een zienswijze in te dienen. De raad stelt uiteindelijk de Koers 2040 vast. Daarbij betrekken ze ook de ingediende zienswijzen.

 

De identiteit en de opgaven van Reimerswaal

Reimerswaal bezit vele kwaliteiten; rust, het fraaie landschap, onze aardappel- en uienteelt, de schelp- en schaaldierenteelt in Yerseke, de saamhorigheid binnen de dorpen en onze ligging tussen de Scheldes, om er maar enkele te noemen. Reimerswaal vervult ook een regionale rol als toegangspoort tot Zeeland en energieknooppunt.

Deze kwaliteiten vormen in belangrijke mate onze identiteit, ze bepalen wie wij zijn. Die kwaliteiten willen we graag behouden. Dat is het uitgangspunt voor de Koers.

 

Naast de identiteit staan we voor een aantal opgaves die ruimte kosten. Denk aan voldoende woningen, zorgen dat we met klimaatverandering om kunnen gaan, duurzaam opwekken van energie. We willen onze dorpen leefbaar houden en ons landschap fraai en open. Onze economie moet tegen een stootje kunnen en onze voorzieningen moeten toegerust zijn op de behoefte van een steeds ouder wordende bevolking, die op een gezonde manier oud wil worden in het eigen dorp.

 

Op al deze opgaven zijn drie vragen van toepassing:

 

  • a.

    Waar hebben we mee te maken?

  • b.

    Wat willen we bereiken?

  • c.

    Hoe pakken we dat aan?

Deze vragen beantwoorden we voor 5 thema’s en voor verschillende gebieden. Per thema en gebied pakken we de drie vragen samen. Samen vormen ze de Koers 2040.

 

Thema’s

Aantrekkelijke en betaalbare woon- en leefomgeving.

Reimerswaal groeit en vergrijst. Jongeren blijven niet in de dorpen wonen. Dit heeft onder meer te maken met een beperkt aanbod van geschikte woningen en beperkte voorzieningen. We willen dat iedereen prettig kan wonen in Reimerswaal. Daarom bouwen we in alle dorpen woningen naar behoefte. 

Wanneer er een extra woningbouwopgave op ons afkomt vanuit de provincie Zeeland, (Zeeland 2050) realiseren wij die vooral in Kruiningen, Krabbendijke en Yerseke, omdat daar de meeste voorzieningen zijn. 

Woningen moeten ook duurzaam zijn en de omgeving moet voorbereid zijn op klimaatverandering. Daarom willen we de dorpen vergroenen.

In elk dorp moet een basisniveau aan voorzieningen bereikbaar zijn. Extra voorzieningen zijn aan de grote kernen voorbehouden, gezien het draagvlak dat dergelijke voorzieningen nodig hebben. We willen er in ieder geval voor zorgen dat voorzieningen goed bereikbaar zijn.

 

Robuuste economie

Er bestaat grote waardering voor de bestaande bedrijven in de gemeente. We willen deze bedrijven faciliteren waar mogelijk. Reimerswaal kent een sterke economie, die vooral gestoeld is op lokale bedrijven die relatief veel praktijkgeschoold werk vragen. Om de bedrijvigheid in stand te houden, is er behoefte aan 50 tot 60 ha uitbreiding van de bedrijventerreinen Nishoek, Olzendepolder en De Poort. Bedrijfspanden zijn vaak verouderd en moeten vernieuwen en verduurzamen. 

De landbouw en visserij zijn van internationale betekenis en moeten kunnen innoveren en verduurzamen. Zowel de landbouw en visserij als lokale bedrijven maken veel gebruik van arbeidsmigranten. Dat blijven we faciliteren, onder meer door voldoende goede huisvesting buiten de dorpen. 

Tegelijkertijd willen we het pallet aan bedrijven verbreden: we faciliteren innovatieve en duurzame bedrijven die werkgelegenheid bieden aan hoger opgeleid personeel. We stimuleren kleinschalige recreatie, grootschalige recreatie sluiten we uit.

 

Duurzaamheid

Dit thema gaat over energie, warmte, klimaat, mobiliteit, biodiversiteit en circulariteit.

We willen energie besparen en duurzaam opwekken (zon en wind). Dat laatste vooral in het energielandschap in het oosten van onze gemeente. Aandachtspunt is netcongestie. Hiervoor versterken we ons elektriciteitsnetwerk, maar voorzien we ook in maatwerk voor bedrijven en burgers die hun eigen energie willen opwekken en gebruiken. Betaalbaarheid van duurzame energie blijft aandachtspunt. We zetten in op transitie naar duurzame warmtevoorzieningen.

In ons streven klimaatverandering te beperken, bieden we elektrische oplossingen in plaats van fossiele. Om effecten van klimaatverandering te beheersen, vergroenen we onze woon- en leefomgeving en beperken we onze verhardingen.

We willen verkeersstromen door onze gemeente en onze inwoners toekomstbestendig maken. We versterken onze biodiversiteit en houden bij nieuwe ontwikkelingen rekening met landschap en cultuurhistorie als dragers van onze identiteit. 

We willen de transitie naar een circulaire economie bevorderen voor inwoners, bedrijven en de eigen organisatie en deze ook betaalbaar houden.

 

Zelfredzaamheid

Iedereen in onze gemeente moet kunnen meedoen doordat in onze basisbehoeften wordt voorzien. Daarom willen we onze zorg beschikbaar en betaalbaar houden. Het is daarvoor nodig om de eigen kracht, zelfredzaamheid en welzijn te versterken, zodat er minder vraag komt naar zorg. Er zijn echter grenzen aan zelfredzaamheid. Daarom organiseren we een vangnet, waarbij jongeren, laaggeletterden en huishoudens van minima doelgroepen zijn die extra aandacht verdienen.

We willen gezond gedrag stimuleren door de openbare ruimte zo in te richten dat die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Een groene omgeving vermindert eveneens hittestress en is bevorderlijk voor het algemeen welzijn. De gemeente spant zich optimaal in om zorg- en inkomensregelingen optimaal uit te voeren.

 

Bereikbaarheid

Een goede bereikbaarheid is belangrijk, gezien de verspreide ligging van onze dorpen en daarmee van onze voorzieningen.

We willen daarom een duurzaam, inclusief en toekomstbestendig mobiliteitssysteem dat aansluit bij de behoeften van inwoners, bedrijven en bezoekers. Uitbreidingen van dorpen en bedrijventerrein betekent ook nieuwe infrastructuur. Die leggen we duurzaam aan inclusief een goede landschappelijke inpassing. Daarbij zetten we vooral in op wandelen en fietsen als primaire vervoersvormen. Dit draagt ook bij aan een goede gezondheid. Traditioneel openbaar vervoer combineren we met deelmobiliteit en vraag gestuurde vervoersopties. Ook kwetsbare doelgroepen moeten volwaardig aan het mobiliteitsnetwerk kunnen deelnemen. Parkeren vindt zoveel mogelijk op eigen terrein plaats en naar behoefte van bewoners en bezoekers, waarbij we acceptabele loopafstanden hanteren.

 

gebieden

We hebben onze ambities en doelen ook gebiedsgericht vertaald naar de volgende gebieden. Deze gebieden zijn op de kaart terug te vinden.

De dorpen en uitbreidingsgebieden

In de dorpen willen we de kwaliteit van wonen en leven op peil houden en waar nodig verbeteren. Via inbreiding, transformatie en uitbreiding maken we nieuwe woningen mogelijk in elk dorp. We bouwen naar behoefte. Uitbreidingen zijn op de kaart aangegeven. We richten de locaties toekomstbestendig in op het gebied van energie, klimaat, biodiversiteit, circulariteit en passend bij het karakter van het dorp. We willen het voorzieningenniveau zoveel als mogelijk in stand houden. 

 

Bedrijventerreinen en uitbreidingsgebieden

Om sterke economische clusters te behouden, breiden we de bedrijventerreinen Nishoek, Olzendepolder en De Poort met 50 à 60 hectare uit. Uitbreiding richt zich zowel op lokale bedrijven als nieuwe innovatieve en duurzame bedrijven. Bij de uitbreidingen sluiten we aan bij de profilering van de bedrijventerreinen, met aandacht voor kwaliteit en duurzaamheid.

 

Buitengebied

In het buitengebied streven we naar een balans tussen ontwikkelingsmogelijkheden voor onze agrarische bedrijven en de verwerkende industrie en de kwaliteiten van natuur, landschap en cultuurhistorie. Voor nieuwe ontwikkelingen hanteren we het principe van bodem en water sturend. Daarnaast is er aandacht voor de ontwikkeling van nevenactiviteiten. Hiermee helpen we leegstand, en daarmee ondermijning tegen te gaan. Recreatief medegebruik is mogelijk, grootschalige (verblijfs-)recreatie niet. 

 

De Scheldes, kanalen en havens

Dit gebied is een belangrijke identiteitsdrager van Reimerswaal en is belangrijk voor onze economie, maar ook voor onze natuur. Het vormt een belangrijk element in de weidsheid van ons landschap. Dat willen we behouden. Bijzonder is de haven van Yerseke. Het belang van de schaal- en schelpdierteelt en -handel heeft ook een grote recreatieve betekenis. Inrichting en ontwikkeling van dit gebied moet in balans blijven. Ook speelt verduurzaming van de visserij een belangrijke rol.

 

Het energielandschap

Met het energielandschap voorzien we in de beschikbaarheid van duurzaam opgewekte energie. Dit willen we verder uitbouwen, waarbij we transport van elektriciteit zo veel mogelijk landschappelijk willen inpassen, bij voorkeur ondergronds. Dat is ook van belang voor de recreatieve functie van het gebied en voor de ondernemers en bewoners. Zo blijven ook de kwaliteiten en waarde van natuur, landschap en cultuurhistorie behouden. Daarnaast is het gebied belangrijk voor de landbouw.

 

Uitvoering en borging

Het is goed de doelen en ambities van Reimerswaal te kennen. Het is beter als deze ambities uiteindelijk ook tot uitvoering komen. Daarom gaan we in op een aantal uitvoeringsaspecten.

 

Uitvoeren van beleidsambities doet de gemeente niet alleen. Hiervoor hebben we initiatiefnemers en partijen waar de gemeente veel mee samenwerkt nodig. De gemeente kan een regisserende taak hebben (samenwerken met anderen maar wel de regie in handen houden). Een kaderstellende taak door regels en kaders op te stellen voor bescherming van kwaliteiten of het onder voorwaarden mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen. Ook kan de gemeente een uitvoerende taak hebben, bijvoorbeeld in de aanleg en het onderhoud van de openbare ruimte. De gemeente heeft ook een faciliterende taak door mee te werken (bijvoorbeeld planologisch) aan nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe initiatieven worden daarvoor getoetst aan beleid en dus ook aan de Koers 2040. Aan ontwikkelingen die bijdragen aan de beleidsdoelen uit de Koers 2040 verleent de gemeente in principe haar medewerking. Uiteraard als verder wordt voldaan aan alle wettelijke eisen en die zijn gesteld in de programma’s.

 

De gemeente maakt van verschillende instrumenten gebruik om het beleid uit de Koers 2040 door te laten werken, bijvoorbeeld door beleid verder uit te werken in programma’s. Naast programma’s vindt doorwerking van de Koers 2040 plaats via het omgevingsplan, inzet van ambtelijke capaciteit op inhoud en proces, en door financiën beschikbaar te stellen. 

Dat laatste gebeurt door kosten die de gemeente maakt om nieuwe ontwikkelingen te faciliteren, te verhalen op de initiatiefnemer (wettelijk verplicht). 

Daarnaast kan de gemeente een financiële bijdrage vragen voor nieuwe ontwikkelingen. Deze bijdragen komen ten goede aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan verbetering van de infrastructuur, leefbaarheid en de woon- en leefomgeving. 

De beschrijving van de functionele samenhang tussen de betalende activiteit en investering wordt onderbouwd en uitgewerkt in een programma (financiële bijdragen). 

 

De Koers 2040 werpt een blik op de toekomst tot 2040, maar kan die toekomst niet voorspellen. We moeten daarom met enige regelmaat kijken of de Koers 2040 actueel is en blijft. Of er zich nieuwe trends en ontwikkelingen voordoen, waar de Koers nog geen antwoord op had. Om die reden monitoren we de Koers 2040 en evalueren we elke twee jaar of we nog op koers liggen. Zo nodig passen we de Koers 2040 (op onderdelen) aan.

 

Illustratie Koers 2040
afbeelding binnen de regeling

1.3 Nut en noodzaak Koers 2040

Deze “Koers 2040, Strategische visie Reimerswaal” (Lees Koers 2040) is ons plan voor de toekomst. Dit is een gecombineerde strategische visie én de omgevingsvisie van de gemeente Reimerswaal.

De laatste strategische visie van Reimerswaal, 'Missie, visie en strategie gemeente Reimerswaal', dateerde uit 2008. Een nieuwe visie was nodig, omdat er allerlei opgaven op de gemeente afkomen die vragen om een antwoord:

 

  • a.

    Hoe houden we onze woon- en leefomgeving (kernen/buitengebied) aantrekkelijk, leefbaar en betaalbaar voor inwoners en bedrijven. 

  • b.

    Hoe behouden we een robuuste economie binnen onze gemeente?

  • c.

    Hoe dragen we bij aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord?

  • d.

    Hoe krijgen we een meer zelfredzame samenleving?

  • e.

    Hoe kunnen wij invulling geven aan de opgaven (a t/m d) vanuit onze visie op dienstverlening?

Deze en andere onderwerpen komen in deze Koers 2040 aan de orde. Hierin staat niet alleen wat we met elkaar willen verbeteren, maar ook wat we willen houden of beschermen. 

Daarnaast is het opstellen van een omgevingsvisie een verplichting vanuit de Omgevingswet. In 2027 moet elke gemeente een omgevingsvisie hebben vastgesteld.

 

1.4 Hoe ziet de Koers 2040 eruit en wat moet hij doen?

De visie geeft aan wat we in de gemeente Reimerswaal willen bereiken en wat we willen beschermen. Kernkwaliteiten, kernwaarden en ambities zijn de fundering van de visie en het handelingsperspectief voor de lange termijn. 

In de Koers 2040 maken we onderscheid in thema’s die binnen de hele gemeente gelden en deelgebieden of locaties, met ieder hun eigen kwaliteiten, kansen, ambities en opgaven, die weer leiden tot verschillende ontwikkelmogelijkheden. De kenmerken en activiteiten in een gebied zijn bepalend voor wat we in een gebied belangrijk vinden en wat we met een gebied willen in de toekomst.

 

De Koers 2040 doet beleidsuitspraken op hoofdlijnen; het is een kaderstellend document. Verdere uitwerking van de visie staat al in bestaand actueel beleid of nemen we op in nieuw op te stellen beleid of programma’s.

 

De Koers 2040 is zelfbindend. Dit betekent dat de gemeente zich verbindt aan de ambities en opgaven die in de visie zijn beschreven. Het is belangrijk dat de beleidsambities ook worden uitgevoerd. Wij maken gebruik van diverse instrumenten om de ontwikkelingen uit te voeren en hebben de inzet van verschillende partijen daarbij nodig. Daarom besteden we aandacht aan onze rol en inzet en de samenwerking met partners en initiatiefnemers. We stellen spelregels voor initiatieven op en zullen het beleid monitoren om te kijken of het werkt, en waar nodig bijsturen.

1.5 Hoe is de Koers 2040 tot stand gekomen?

afbeelding binnen de regeling

 

Het opstellen van de Koers 2040 is in vier stappen gedaan:

 

  • a.

    Uitgangssituatie bepalen;

  • b.

    Keuzes maken (Koers op hoofdlijnen);

  • c.

    Opstellen ontwerp Toekomstvisie Koers 2040 (omgevingsvisie);

  • d.

    Procedure.

 

Stap 1. De uitgangspositie

De eerste stap hebben we in december 2024 gezet. De uitkomsten daarvan staan in de Foto Reimerswaal 2024. De foto is een weergave van de huidige situatie van de gemeente Reimerswaal. Hierin staan onze belangrijkste kenmerken; “het DNA” van Reimerswaal. Ook hebben we als gemeente een aantal thema’s benoemd die we belangrijk vinden en waar we de komende jaren aan werken. In de Foto hebben we de belangrijkste op een rij gezet: Wonen en leefbaarheid, Werken en economie, Duurzaamheid en Welzijn en zelfredzaamheid. Gezien het belang ervan, hebben we daar het thema Mobiliteit aan toegevoegd. Deze thema’s komen in deze Koers 2040 terug.

 

Stap 2. Keuzes maken

De meeste opgaven kosten ruimte. En alle ruimte heeft nu al een functie. Daar moesten we keuzes in maken. We hebben in mei 2025 aan verschillende doelgroepen in Reimerswaal gevraagd hoe de deelnemers willen dat Reimerswaal er in 2040 uitziet. We waren benieuwd naar alle ideeën en hebben de volgende doelgroepen bevraagd:

 

  • a.

    De gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie;

  • b.

    Inwoners van Reimerswaal door het organiseren van drie bewonersavonden waarop ook belangengroepen zijn uitgenodigd. Ook hebben wij een digitale enquête onder inwoners uitgezet.

Iedereen heeft tijdens bijeenkomsten of via de enquête de kans gekregen te reageren op welke kant de gemeente op zou moeten gaan met de belangrijkste opgaven. De optelsom van de opbrengst uit de participatie geeft een goed beeld van de gewenste richting op de hoofdopgaven en hoofdthema’s.

De gezamenlijke opbrengst hebben we vertaald in de ‘Koers op hoofdlijnen’. Deze is op 8 juli 2025 vastgesteld door het college en ter informatie aan de raad gestuurd. 

 

Stap 3. Richting een visie

De vaststelling van de hoofdlijnen was het startpunt om de visie verder uit te werken voor alle relevante thema’s (zowel voor het fysiek- als sociaal domein) en voor verschillende gebieden, bijvoorbeeld per dorp. 

 

We hebben de Koers op hoofdlijnen verder uitgewerkt tot de Koers 2040 en geven per thema en gebied aan wat we willen bereiken (onze doelen). Daarnaast geven we aan hoe we dat aan willen pakken. In de Koers staat ook hoe we omgaan met nieuwe initiatieven die we nu nog niet kennen. Aan de hand van de Koers 2040 kan je beoordelen of een initiatief kansrijk is. 

 

Stap 4. Vaststelling visie

In de laatste stap leggen we de Koers 2040 zes weken ter inzage. Iedereen kan dan zijn mening geven over de visie door een zienswijze in te dienen. De gemeenteraad stelt uiteindelijk de visie vast. In haar besluit neemt zij de ingediende zienswijzen in overweging. 

afbeelding binnen de regeling

1.6 Leeswijzer

In deze Koers 2040 geven we aan waar we op hoofdlijnen naartoe willen. In hoofdstuk 2 staan de vertrekpunten: onze identiteit en onze rol in de regio, onze opgaven, maar ook de ruimtelijke en sociale keuzes die we eerder al gemaakt hebben en waar we aan verder werken. In hoofdstuk 3 staat onze visie op de vijf hoofdthema’s die voor de hele gemeente gelden. Hoofdstuk 4 geeft onze visie op deelgebieden. Tot slot staat in hoofdstuk 5 hoe we tot uitvoering van de visie willen komen.

2 Identiteit en uitgangspunten

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk leggen we uit wat kenmerkend is voor de identiteit van de gemeente Reimerswaal (waar komen we vandaan? Hoe hebben we ons ontwikkeld? Welke waarden heeft dat opgeleverd die blijvend belangrijk zijn?). Daarnaast gaan we in op de opgaven die er op ons afkomen en op de vraag waar we naartoe willen in 2040.

afbeelding binnen de regeling

2.2 Ontwikkelingsschets van verleden tot heden

De gemeente Reimerswaal heeft haar naam ontleend aan de historische stad Reymerswael (of Rommerswael), wat in het huidige Verdronken Land van Reimerswaal ligt. In de middeleeuwen was de stad Reymerswael een belangrijk handels- en visserscentrum, strategisch gelegen aan de drukke waterwegen van Zeeland en Antwerpen. De stad kende toen een periode van welvaart en groei waarin het, na Middelburg en Zierikzee, de derde stad van Zeeland was. De stad handelde in meekrap, tarwe en zout.

 

Het gebied rond Reimerswaal bestond in de middeleeuwen uit meerdere eilanden die voortdurend veranderden door overstromingen en stormvloeden. Tussen 1134 en 1530 zijn er 45 vloeden geweest wat ervoor heeft gezorgd dat er een landschap van verdronken dorpen is ontstaan. Een deel van dit land is herwonnen, de rest is het Verdronken land van Reimerswaal geworden. De Sint-Felixvloed van 1530 was één van de meest verwoestende rampen die grote delen van het land onder water zette. Daarop volgde de Allerheiligenvloed van 1570, die grote schade aanrichtte. Inwoners vestigden zich in omliggende dorpen en nederzettingen. Tegen het einde van de 17e eeuw was de stad Reimerswaal volledig verdwenen onder de golven. Wat nu rest zijn ruïnes onder water en enkele landstructuren die bij laagwater zichtbaar zijn. De restanten van de stad bleken een hele goede voedingsbodem te zijn voor de mosselkweek. De mosselen spoelen zich op de harde ondergrond mooi schoon.

 

De inpoldering vanaf de Zeeuwse kant vond in grote stappen plaats. Pas later werd er ook vanaf de Brabantse Wal richting Zeeland ingepolderd. Dit is in kleinere stappen gebeurd en is ook in de hedendaagse structuur nog te herkennen door de grote dichtheid aan dijken aan de oostzijde van Reimerswaal. De twee kanten zijn geleidelijk aaneengegroeid. Reimerswaal bestaat maar voor een beperkt deel uit 'oudland'.

 

De eerste polders waren groot. Langzaam werden er steeds kleinere polders aan vast gemaakt. Waar de gemeente vroeger voor een groot deel uit krekenlandschap bestond, is hier nu nog maar weinig van terug te zien. De meeste kreken zijn onderdeel geworden van de landbouwkundige verkaveling en ontwatering. Een nog te herkennen structuur is De Vinkenissekreek. Dit is een groot kreekrestant ten westen van Rilland met grote ecologische waarde. Daarnaast zorgen de slikken en schorren samen met de verdronken dorpen voor een uniek buitendijks landschap.

 

In het oosten van de gemeente is de openheid van het Nieuwland heel kenmerkend. Verder naar het westen verandert dit landschap naar een meer afwisselend klein- en grootschalig landschap met meer boomgaarden en daardoor een meer besloten landschap: het Middelland. In het westen van de gemeente is het natuurgebied de Yerseke Moer te vinden: het Oudland.

2.3 Onze identiteit en kernwaarden

De Reimerswaalse kernkwaliteiten zijn rust en ruimte. Reimerswaal is qua oppervlakte een van de grootste gemeenten in Zeeland en bestaat uit dorpen en buurtschappen in een langgerekt agrarisch gebied met goede akkerbouwgrond, gelegen tussen de Scheldes. De gemeente Reimerswaal telt 23.386 inwoners in 2025. Er is een redelijke balans tussen de leeftijdscategorieën 0-27 (35%), 27-50 (28%), 50+ (36%). Vergeleken met de gemiddelde Nederlandse cijfers is hier sprake van een relatief groot aantal kinderen. 

 

De dorpen zijn Yerseke, Kruiningen, Krabbendijke, Rilland, Hansweert, Waarde, Oostdijk. Stationsbuurt en Bath zijn buurtschappen.

Globaal strekt het grondgebied van Reimerswaal zich uit van Hansweert en het Kanaal door Zuid-Beveland in het westen tot aan de grens met de Noord-Brabantse gemeenten Bergen op Zoom en Woensdrecht in het oosten. Buurgemeente in het westen is de gemeente Kapelle, in het noorden leidt de Oesterdam naar de gemeente Tholen en in het zuiden heeft Reimerswaal een korte landsgrens met België, met de stad Antwerpen als buurgemeente.

 

Dit landelijk gebied met haar bijzondere kenmerken heeft zich gevormd door de aanwezige landschapskarakteristieken en de economische dynamiek in dat landschap. De huidige identiteit van het landelijk gebied van Reimerswaal wordt sterk bepaald door de ontstaansgeschiedenis in relatie tot het water, maar ook door de cultivering van het landschap door de invloed van de gebruikers.

 

Het water is nooit ver weg. Het huidige Reimerswaal is het resultaat van een voortdurende ‘strijd’ tussen mens en zee en dat is aan de vele dijken en polders nog goed te zien. Reimerswaal heeft een sterke relatie met het water. Reimerswaal ligt tussen de Oosterschelde en Westerschelde en wordt aan beide zijden doorkruist door een kanaal. Aan de westzijde door het Kanaal door Zuid-Beveland en aan de oostzijde ligt het Schelde-Rijnkanaal.

 

In Reimerswaal zijn 31 rijksmonumenten te vinden, bestaande uit onder meer kerkgebouwen, molens, boerderijcomplexen en bijzondere woonhuizen. Ook zijn er verschillende geschenkwoningen te vinden die na de oorlog en watersnoodramp aan de gemeente zijn geschonken. Daarnaast beschikt de gemeente ook over 2 archeologische terreinen (in Vlake en in Waarde) die tevens aangewezen zijn als rijksmonument.

Fort Bath en Yerseke Moer zijn van bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Fort Bath is aangelegd in 1786 om het scheepvaartverkeer richting Antwerpen te controleren en speelde een rol in de strijd tussen de Fransen en Engelsen. Het voormalige fort vormt de basis van het huidige dorp Bath. Een paar gebouwen en het stratenplan zijn bewaard gebleven.

 

De Yerseke Moer vormt samen met de Kapelse Moer één van de laatste stukken authentiek Zeeuws polderlandschap. Tot in de 16e eeuw werd er zout gewonnen in het gebied door het veen te delven en te verbranden: moernering. Dit liet putten achter in het landschap die werden gedempt door middel van uitgegraven klei. De winning van zout zorgde voor een hobbelig (de officiële term is hollebollig) reliëf dat in het hedendaagse landschap nog steeds te herkennen is. Het gebied vormt nu een zeer waardevolle plek voor weidevogels en ganzen. Het gebied is deels toegankelijk voor recreatie, maar voor een groot deel is het natuurgebied afgesloten om de weidevogels en ganzen te beschermen.

 

De gemeente Reimerswaal wordt doorsneden door twee grote verkeersstructuren: de A58 en het spoor. Beide verkeersaders vormen vanuit Brabant, de entree naar Zeeland. Naast deze grote structuren is de gemeente onderverdeeld in een duidelijke parallelstructuur en vele (polder)wegen die de kernen aan de hoofdroutes verbinden.

Reimerswaal is goed bereikbaar via de A58 en beschikt ook over drie treinstations. Het openbaar vervoer is verder beperkt, waardoor de auto belangrijk is. 

 

Naast de functionele routes is Reimerswaal aantrekkelijk voor fietsers die het landschap willen ontdekken. Een groot netwerk aan fietsknooppunten door de gemeente zorgt ervoor dat er voor iedere doelgroep iets te beleven is op de fiets.

 

De Reimerswaler bestaat niet: Inwoners zijn vooral trots op hun dorp en de eigen leefomgeving. De kernen hebben ieder een eigen DNA. Tot 1970 hadden de meeste dorpen een eigen gemeentebestuur. In 1970 zijn deze uiteindelijk gefuseerd tot de huidige gemeente Reimerswaal. Het ontstaan uit verschillende eilandjes, en het hebben van eigen gemeentebesturen is bepalend geweest voor het DNA van Reimerswaal.

 

Er is een stevige basis om gezond en gelukkig in onze dorpen te leven. De meeste kernen beschikken over alle basisvoorzieningen: een dorpshuis, een school, kerk, sportvoorzieningen, verenigingsleven, een huisarts of huisartsenpost1. Door onder andere de centrale ligging beschikt Kruiningen over enkele voorzieningen die voor alle inwoners zijn. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis bevindt zich voor de meeste inwoners in Goes.

 

Er zijn diverse bedrijventerreinen met veelal lokale bedrijven. Er is ook een glastuinbouwgebied. Er is veel werkgelegenheid, met een accent op praktisch geschoold werk. Hierdoor wonen er ook veel arbeidsmigranten om het werk gedaan te krijgen. 

Recreatie is kleinschalig. Er is veel dagtoerisme in Yerseke, vanwege de schaal- en schelpdierensector. Verder is het gebied aantrekkelijk om in te fietsen. Parels zijn onder andere de Yerseke Moer, de dijken langs de Ooster- en Westerschelde en de strandjes.

 

Het grondgebied van de gemeente Reimerswaal lijkt op het eerste gezicht behoorlijk leeg en ruimtelijk, maar zowel boven- en ondergronds wordt het steeds drukker met allerlei infrastructuur.

 

1 In de zin van een dependance waar de huisarts op enkele momenten in de week spreekuur houdt.

afbeelding binnen de regeling

2.4 De opgaven waar de gemeente voor staat

2.4.1 Inleiding

We hebben als gemeente een aantal opgaven die we belangrijk vinden en waar we de komende jaren aan willen werken. Om thema’s beter integraal af te kunnen wegen hebben we gecombineerde opgaven benoemd. De gecombineerde opgaven zijn als vraag geformuleerd. 

Deze opgaven zijn het vertrekpunt voor de thematische uitwerking in hoofdstuk 3. We beantwoorden niet letterlijk de losse vragen, maar vertalen de opgaven op een integrale wijze door het beleid uit te werken in: “waar hebben we mee te maken”, “wat willen we bereiken” en “hoe pakken we dat aan”? De opgave ‘Dienstverlening’ is geen inhoudelijke opgave, maar gaat over onze werkwijze hoe wij de opgaves ter hand nemen. Dit komt terug in hoofdstuk 5 (uitvoering).

2.4.2 Aantrekkelijke en betaalbare woon- en leefomgeving

 

  • a.

    Hoe houden we onze woon- en leefomgeving aantrekkelijk, leefbaar en betaalbaar voor inwoners en bedrijven? 

  • b.

    Hoe houden we de commerciële, maatschappelijke en zorgvoorzieningen bereikbaar voor onze inwoners?

  • c.

    Kan gericht kleinschalig toerisme bijdragen aan het in stand houden van voorzieningen als winkels en supermarkten in de kernen?

  • d.

    Hoe en waar realiseren we voldoende betaalbare en toekomstbestendige woningen voor de verschillende doelgroepen binnen afzienbare tijd?

  • e.

    Hoe passen we een toenemende vraag naar infrastructuur op het gebied van energie (o.a. vanwege netcongestie) in ons smalle grondgebied in: hoogspanning, ondergrondse infrastructuur, naast andere opgaven zoals de mobiliteitsvraag en de opgaven op het gebied van wonen en bedrijventerreinen?

  • f.

    Wat betekent dit voor de leefbaarheid en de kwaliteit van ons landschap? Hoe houden we een leefbare balans in het gebruik van het grondgebied?

2.4.3 Robuuste economie

 

  • a.

    Hoe behouden we een robuuste economie binnen onze gemeente?

  • b.

    Welke soort bedrijven willen we behouden, helpen uitbreiden dan wel aantrekken in onze gemeente? Food, visserij/aardappelen/uien? Of andere type bedrijven?

  • c.

    Wat betekent dit voor de doelgroepen die we willen bedienen met ons woningaanbod?

  • d.

    Wat betekent dit voor mobiliteit?

  • e.

    Wat hebben bedrijven nodig in verband met de duurzaamheidsopgave?

  • f.

    Wat betekent dit voor de leefbaarheid in de dorpen en de kwaliteit van ons landschap?

2.4.4 Duurzaamheid

 

  • a.

    Hoe dragen we bij aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord?

  • b.

    Wat zijn realistische en betaalbare ambities ten aanzien van duurzaamheid voor inwoners en bedrijven (kosten verduurzaming gebouwde omgeving)?

  • c.

    Hoe krijgen en behouden we een biodiverse openbare ruimte?

  • d.

    Hoe creëren en behouden we goed watermanagement in de openbare ruimte?

  • e.

    Hoe kunnen we innovatieve ideeën ondersteunen zoals lokale energie opwek en -opslag en deeleconomie?

2.4.5 Zelfredzame samenleving

 

  • a.

    Hoe krijgen we een meer zelfredzame samenleving?

  • b.

    Hoe versterken we de eigen kracht en welzijn zodat er minder vraag komt naar zorg?

  • c.

    Hoe kunnen we de samenwerking met partners verbeteren en hoe kunnen we als gemeente meer regie op onze zorgtaken terugpakken?

  • d.

    En wat is hiervan de impact op de leefbaarheid in onze kernen?

  • e.

    Wat is de relatie met de lokale woningbouwopgave?

  • f.

    Wat is de relatie met de bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen?

2.4.6 Bereikbaarheid

 

  • a.

    Hoe zorgen we dat alles goed bereikbaar blijft?

  • b.

    Hoe zorgen we voor duurzame en gezonde mobiliteit?

2.4.7 Dienstverlening

 

  • a.

    Hoe kunnen wij invulling geven aan de opgaven vanuit onze visie op dienstverlening?

2.5 Onze positie in de regio

Reimerswaal vervult door haar kenmerken, ligging en inwoners een rol in de grotere regio. De kenmerken van Reimerswaal leveren ook kansen op om accenten te leggen of onze rol te versterken.

 

  • a.

    Reimerswaal is een belangrijke toegangspoort tot de rest van Zeeland. We vervullen een belangrijke rol in de infrastructuur binnen Zeeland. Er zijn twee belangrijke kanalen voor de scheepvaart, hoogspanningsverbindingen, buisleidingen, de A58 en het spoor dat Zeeland verbindt met de rest van Nederland.

  • b.

    We staan bekend om de visserij, mosselen, oesters, Yerseke Moer en Nationaal Park Oosterschelde. De recreatieve rol is - met uitzondering van de toeristische hotspot Yerseke - vooral gericht op de lokale dagrecreatieve behoefte zoals fietsen. 

  • c.

    We hebben goede landbouwgrond voor aardappelen, uien en fruitteelt.

  • d.

    Er wordt meer duurzame energie opgewekt dan nodig voor Reimerswaal zelf en elektriciteit wordt daarom ook doorgevoerd. 

  • e.

    Er is veel praktisch geschoold werk en er werken veel arbeidsmigranten in onze gemeente.

  • f.

    We voorzien in onze lokale woningbehoefte, de behoefte van lokale bedrijven en beschikken over lokale voorzieningen.

We gebruiken onze visie ook om input te geven op “Zeeland 2050, bouwen aan de delta van de toekomst”. De provincie stelt de vraag: Wat is het Zeeland dat we door willen geven aan de generaties na ons? Welke kansen zien we voor Zeeland? Hoe maken we Zeeland welvarend én toekomstbestendig. Maar ook: welke uitdagingen zien we voor de brede welvaart voor alle Zeeuwen, voor de leefbaarheid in de dorpen en kernen? Wij spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol in de bereikbaarheid, transport en energievoorziening, maar ook op het gebied van innovatie in de food sector. Op het gebied van wonen spelen we een bescheiden regionale rol. 

afbeelding binnen de regeling

2.6 Relatie met actueel beleid

Er is veel actueel beleid. Dat hebben we als uitgangspunt genomen voor de Koers 2040. In de Koers 2040 nemen we de essentie op en verwijzen we naar dat actuele beleid. Zaken die verouderd blijken, actualiseren we. 

Ook leggen we waar nodig nieuwe accenten als er opgaven op ons afkomen waar we in het beleid nog geen antwoord op hebben gegeven. De visie zorgt voor samenhang tussen de thema’s Wonen en leefbaarheid, Werken en economie, Duurzaamheid, Welzijn en zelfredzaamheid en Mobiliteit.

 

De visie gaat niet alleen over de fysieke ruimte, maar ook over mensen. We richten ons op het bieden van bestaanszekerheid, het vergroten van kansengelijkheid, zelfontplooiing, ontspanning en het bevorderen van gezond (samen)leven. De visie is de kapstok voor bestaand en toekomstig beleid en wordt gebruikt als we ruimtelijke keuzes maken.

2.7 Van structuurvisies naar Koers 2040 en programma’s

Met de vaststelling van de nieuwe visie vervalt de oude strategische visie “Missie, visie en strategie gemeente Reimerswaal” uit 2008. De gemeente heeft de afgelopen jaren ook enkele structuurvisies vastgesteld. Nu stappen we over naar één omgevingsvisie (Koers 2040) en programma’s. We hebben daarbij gekeken hoe we de huidige visies kunnen inpassen in de Koers 2040.

 

In de structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen (2024) staat waar de gemeente de komende jaren aan gaat werken op het fysieke domein in de kernen en op de bedrijventerreinen. Deze keuzes hebben we recent gemaakt en gaan vooral over plekken waar woningbouw en de uitbreiding van bedrijventerrein in de komende jaren plaats kan vinden. Enkele nieuwe inzichten hebben we in de Koers 2040 verwerkt. Voor de periode tot en met 2040 hebben wij ook meer locaties nodig om in onze woningbouwopgave te kunnen voorzien. In het programma Wonen en zorg werken we dit nader uit. Het belangrijkste verschil met de structuurvisie is dat we in de Koers 2040 ook meer aandacht besteden aan activiteiten en voorzieningen die gericht zijn op het welzijn/welbevinden en ondersteunen van inwoners binnen onze samenleving. De gemeente spant zich in op het gebied van werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd en zorgt voor welzijn gerelateerde voorzieningen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan voorzieningen voor ontmoeting en basisscholen. Niet alles is locatie gebonden. Wat niet op de kaart kan, hebben we in een thema opgenomen. De structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen komt te vervallen na vaststelling van de Koers 2040.

In de structuurvisie De Groene Kamers van Rilland (2022) staan onze ambities voor de realisatie van een energielandschap in het oostelijk deel van onze gemeente.

Deze visie gaat specifiek over de mogelijkheden voor een energielandschap in een deelgebied en heeft het karakter van een programma. We hebben in deze Koers 2040 de essentie en een verwijzing opgenomen. De inhoud van deze structuurvisie blijft ongewijzigd, maar wordt opgenomen in een programma ‘De groene kamers van Rilland’.

 

De structuurvisie Buitengebied is in 2012 vastgesteld. De visie op het buitengebied is in deze Koers 2040 geactualiseerd. Deze structuurvisie komt te vervallen na vaststelling van de Koers 2040.

 

In 2012 is de structuurvisie Aquacultuur vastgesteld. Van de aanbevelingen in deze structuurvisie is sindsdien geen gebruik meer gemaakt. Deze structuurvisie komt te vervallen. In 2024 is de beleidsnotitie Oesterputten ‘behoud door ontwikkeling in balans’ vastgesteld. Deze beleidsnotitie Oesterputten blijft na vaststelling van de Koers 2040 in stand.

2.8 Stip op de horizon

Wat voor gemeente willen we in 2040 zijn? Rust (en in het bijzonder de zondagsrust) en ruimte zitten in ons DNA. Het zijn belangrijke kwaliteiten die we zo willen houden. Reimerswaal is een landelijke gemeente met weidse uitzichten. De Ooster- en Westerschelde zijn nooit ver weg. Er zijn aantrekkelijke fietsmogelijkheden, een goede autobereikbaarheid en fijne strandjes. Yerseke is, met de visserij, de oesterputten en de Yerseke Moer, een toeristische trekpleister. We willen deze kernkwaliteiten behouden.

 

De inwoners van de gemeente Reimerswaal zijn vooral trots op ’t eigen durp’ en de eigen leefomgeving. De binding met het eigen netwerk is sterk. Je vindt hier prettige dorpen en buurtschappen met hechte gemeenschappen, een actief verenigingsleven, kerkgemeenschappen en zondagsrust. Er wonen veel verschillende mensen en er is een echte werkmentaliteit. Ook dit zijn eigenschappen die we in 2040 nog steeds willen terugvinden.

 

De rust en ruimte wordt gewaardeerd, evenals de voorzieningen die er zijn. De basisvoorzieningen zoals een dorpshuis, een school, kerk, sportvoorzieningen, verenigingsleven en primaire zorg (huisarts of huisartsenpost, zijn in de buurt en dat willen we graag zo houden. Niet alles is om de hoek, maar dat hoort erbij als je in een dorp woont. Voor stedelijke voorzieningen ga je bijvoorbeeld naar Goes of Bergen op Zoom.

 

Het creëren van voldoende betaalbare woningen en voorzieningen in een prettige leefomgeving is het allerbelangrijkste, gevolgd door het versterken van de zelfredzaamheid en het bieden van voorzieningen voor een gezond en actief leven, zowel geestelijk als lichamelijk.

 

De samenleving verandert voortdurend. Dat levert weer nieuwe vraagstukken op. Door onze monitoring houden we de vinger aan de pols en kunnen daardoor alert reageren op nieuwe ontwikkelingen en opgaven die voor liggen.

 

De Koers is in hoofdstuk 3 en 4 uitgewerkt in thematische en gebiedsgerichte ambities

3 Visie op thema's

3.1 Inleiding

Het afwegen van belangen op lokaal niveau is een taak die vooral bij de gemeente ligt. De Omgevingswet noemt dit ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Er zijn veel gemeente brede opgaven die vragen om een belangenafweging. Wij doen daar in dit hoofdstuk uitspraken over.

Om ervoor te zorgen dat we deze opgaven in onderlinge samenhang zien, hebben we ervoor gekozen om een aantal opgaven dat verband met elkaar houdt, te bundelen en af te wegen. Dat leidt tot de volgende thema’s:

  • a.

    Aantrekkelijke en betaalbare woon- en leefomgeving;

  • b.

    Robuuste economie;

  • c.

    Duurzaamheid;

  • d.

    Zelfredzame samenleving;

  • e.

    Bereikbaarheid.

Een aantal onderwerpen komt in meerdere thema’s voor. Dat hangt samen met de integrale benadering waarvoor we hebben gekozen.

Per thema schetsen we eerst de context waarbinnen het thema geplaatst moet worden (waar hebben we mee te maken?). Vervolgens wordt de vraag beantwoord: ‘Wat willen we bereiken?’. Om al enige uitwerking te geven aan deze vraag, stellen we ons ook de vraag: ‘Hoe pakken we het aan?’.

De meeste thema’s gelden voor het hele grondgebied van de gemeente. Sommige thema’s komen in bepaalde gebieden meer tot uiting dan in andere gebieden. Daarover doen we uitspraken in hoofdstuk 4, waar de ambities per (deel)gebied zijn beschreven.

3.2 Aantrekkelijke en betaalbare woon- en leefomgeving

Waar hebben we mee te maken?

Reimerswaal is een fijne gemeente om in te wonen. Voor de gemeente is het een taak om dit zo te houden en waar mogelijk te verbeteren. De dorpskernen in Reimerswaal hebben ieder een eigen woningbehoefte. 

In deze Koers is het uitgangspunt bouwen naar lokale behoefte. We bouwen aan een Reimerswaal waarin we zorgen dat woningen beschikbaar, betaalbaar en toekomstbestendig zijn. We maken gebruik van het Kwalitatieve WoonOnderzoek Zeeland (KWOZ) 2025, waarin de woningbehoefte voor Reimerswaal is vastgesteld. Tot en met 2040 is er een behoefte aan uitbreiding van de woningvoorraad met 1.556 woningen. Om aan deze woningbehoefte te voldoen, wordt er gebouwd naar behoefte in elke kern van de gemeente. Dit betekent dat de woningbouwopgave wordt afgestemd op de specifieke behoefte van de dorpen.

 

Tegelijkertijd is de gemeente bereid om, in overleg en op basis van duidelijke afspraken, bij te dragen aan de bovenlokale woningbehoefte, zoals binnen landelijke, provinciale (de Woondeal) en regionale kaders. Dit gebeurt op een manier die proportioneel is en in balans blijft met de schaal en mogelijkheden van onze gemeente. 

De Woondeal kan volgens de Provincie geïntensiveerd worden voortgezet tot 2040. Daarmee kunnen we de leefbaarheid vergroten en de woningnood verkleinen. Willen we mensen verleiden om hier te komen wonen, dan is behoud van voldoende voorzieningen en een goede bereikbaarheid van groot belang.

 

Indien er een extra woningopgave wordt vastgesteld, zal de bouw zich primair richten op de kernen Yerseke, Kruiningen en Krabbendijke. Deze dorpen beschikken over de meeste voorzieningen en zijn daardoor bij uitstek geschikt om een grotere woningbouwopgave te accommoderen.

 

Betaalbaarheid speelt een essentiële rol in de woningbehoefte. Voor Reimerswaal geldt, conform landelijke norm, dat tweederde van de nieuwbouw betaalbaar moet zijn. Dit omvat sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen. We zetten onder andere in op de bouw van nultredenwoningen, die voor ouderen geschikt zijn, ruime woningen voor gezinnen en betaalbare woningen voor starters. Daarnaast zetten we ons in voor de huisvesting van doelgroepen die geen directe of slechts beperkte toegang hebben tot woningen via het reguliere systeem, zoals urgentiegroepen, statushouders en arbeidsmigranten. Samen met de woningcorporatie Beveland Wonen en marktpartijen wordt gekeken naar de behoefte aan typen woningen en de betaalbaarheid van de woningen.

 

Om te voldoen aan de groeiende zorgvraag in Reimerswaal, zetten we ook in op de bouw van zorggeschikte woningen die passend zijn voor ouderen en anderen met een zorgbehoefte. Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige nultredenwoningen die onderdeel uitmaken van een geclusterde woonvorm. Dit betekent dat deze woningen geschikt zijn om Wlz-zorg (Wet langdurige zorg) te leveren aan bewoners, terwijl zij in een zelfstandige woonruimte blijven wonen. Daarnaast bekijken we ook andere geclusterde woonvormen, zoals woonhofjes.

 

Naast nieuwbouw benutten we de bestaande woningvoorraad beter. We stimuleren doorstroming door levensloopbestendige en duurdere woningen toe te voegen aan het aanbod. Met duidelijke voorwaarden voor woningsplitsing maken we ruimteoptimalisatie mogelijk, zonder concessies te doen aan kwaliteit en leefbaarheid. Daarnaast pakken we langdurige leegstand actief aan en zorgen we ervoor dat de huidige woningvoorraad toekomstbestendig wordt gemaakt, zodat woningen ook op lange termijn aansluiten bij de wensen en behoeften van onze inwoners.

 

In Reimerswaal ligt een grote opgave om te komen tot meer en betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. Doelgroepen hebben verschillende behoeften. Gezinnen met kinderen willen een basisschool in de kern. Ouderen hebben goede voorzieningen nodig, en nabijheid van zorg. Kwalitatief goede woningen én voldoende groen zijn noodzakelijk voor het algemeen welbevinden. Dit leidt tot een aantal opgaven:

 

  • a.

    Meer en betaalbare woningbouw voor de verschillende doelgroepen. We zetten ons in voor de realisatie van 1.556 woningen tot en met 2040. 

  • b.

    Kwaliteitsverbetering en toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. De bestaande woningvoorraad beter benutten zodat deze aansluit bij de behoefte van verschillende doelgroepen. En de bestaande woningen levensloopbestendig en zorggeschikt maken.

  • c.

    We wijzen verzorgingsgebieden aan, waar de benodigde infrastructuur en basisvoorzieningen zoals een dorpshuis, een school, kerk, sportvoorzieningen, verenigingsleven en primaire zorg (huisarts of huisartsenpost al aanwezig zijn. We zetten ons in om wonen en zorg zoveel mogelijk te clusteren, zodat de zorg toegankelijk blijft – nu en in de toekomst. Deze verzorgingsgebieden maken onderdeel uit van de uitvoering van het programma Wonen en zorg.

  • d.

    Goede bereikbare en betaalbare basisvoorzieningen (zoals een dorpshuis, een school, kerk, sportvoorzieningen, verenigingsleven en primaire zorg (huisarts of huisartsenpost) zijn belangrijk voor de leefbaarheid. Ze dragen bij aan de binding van onze inwoners aan hun dorp en aan elkaar. Onze landelijke ligging en verspreide kernen van verschillende omvang, maakt dit extra uitdagend. Niet alles is overal beschikbaar.

  • e.

    Ook werkgelegenheid, groen en recreatiemogelijkheden zijn belangrijk voor de leefbaarheid en gezondheid van onze inwoners. Er zijn voldoende fietsmogelijkheden, maar er is nu relatief weinig groen in de dorpen. Ook zijn niet overal speel- en ontmoetingsplekken voor alle doelgroepen beschikbaar. Daarnaast is voldoende passende werkgelegenheid van belang voor de leefbaarheid.

  • f.

    Veiligheid is onder te verdelen in sociale en fysieke veiligheid en veiligheid van de omgeving zelf. In een sociaal veilige leefomgeving voel je je veilig, kun je je vrij bewegen zonder gevoel van overlast en angst voor bedreigingen en criminaliteit door andere mensen. Bij fysieke veiligheid gaat het over bescherming tegen ongelukken. Omgevingsveiligheid (ook wel Externe Veiligheid genoemd) gaat over de risico’s die mensen lopen door activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals opslag, productie of vervoer. Daarnaast gaat het ook over risico’s door natuurlijke factoren, zoals natuurrampen.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    We willen onze gemeente aantrekkelijk, leefbaar, gezond, veilig en betaalbaar houden voor inwoners en bedrijven. Dit raakt ons voorzieningenniveau, de leefbaarheid en kwaliteit van ons landschap, de duurzaamheidsopgave en de woonopgave. De focus ligt op kwaliteit en het denken in kansen: alleen cijfers zeggen niet alles. We gaan uit van de kracht van de Reimerswaalse dorpen: aantrekkelijke en betaalbare woningen in een rustige, veilige en groene omgeving, met voldoende recreatievoorzieningen, voorzieningen en werkgelegenheid binnen handbereik.

  • b.

    We willen hechte gemeenschappen met voldoende (betaalbare) en toekomstbestendige woningen. 

  • c.

    We streven naar behoud van onze basisvoorzieningen in alle dorpen (zoals een dorpshuis, een school, kerk, sportvoorzieningen, verenigingsleven en primaire zorg (huisarts of huisartsenpost). Waar dat niet lukt (kleine dorpen) willen we voorzieningen goed bereikbaar houden en andere oplossingen faciliteren, zoals het mogelijk maken van dependances van bepaalde voorzieningen.

  • d.

    Kleinschalige recreatie voor eigen bewoners en dagtoerisme is belangrijk voor onze leefbaarheid. Toerisme en recreatie draagt bij aan brede welvaart en leefbaarheid voor de eigen inwoners en bezoekers. Het bieden van mogelijkheden om te ontspannen en te recreëren in de eigen omgeving (fietsen, wandelen, bewegen, sporten), draagt ook bij aan sociale cohesie, ontmoeten en verbinden.

  • e.

    We willen ons aantrekkelijke landschap behouden en de cultuurhistorische waarden beschermen en beleefbaar maken.

  • f.

    Wij streven naar een leefbare omgeving langs doorgaande wegen, waarbij geluid- en trillinghinder actief worden voorkomen. Tegelijkertijd waarborgen we de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers.

  • g.

    Vergroening van de kernen is nodig om hittestress te verminderen en de biodiversiteit te versterken. We willen balans houden tussen de leefbaarheid en het gebruik van het grondgebied.

  • h.

    We willen een fysiek- en sociaal veilige woon- en leefomgeving.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    We bouwen woningen naar behoefte, met als speerpunt dat we werken aan een woningmarkt waarin iedereen in Reimerswaal een passende woonplek kan vinden. We zorgen ervoor dat de woningen beschikbaar, betaalbaar en toekomstbestendig zijn. Daarnaast zetten we ons actief in voor groepen die moeite hebben met het vinden van een passende woning, zoals starters. Deze ambitie vraagt om nauwe samenwerking met diverse partners, waaronder woningcorporatie Beveland Wonen, zorgorganisaties en ontwikkelaars.

  • b.

    We bouwen woningen in alle dorpen, afgestemd op de specifieke behoefte van elk dorp. De totale woningbehoefte tot en met 2040 bedraagt 1.556 woningen.

  • c.

    De eerder al aangewezen locaties (in de structuurvisie Kernen en Bedrijventerreinen) zijn op de langere termijn (na 2030) niet toereikend. De uitbreidingslocaties zullen uitgewerkt worden in het programma Wonen en zorg. 

  • d.

    Door zorgvuldige planning en locatiekeuze voor woningbouwontwikkeling in relatie tot het wegennetwerk is belangrijk om te voorkomen dat op lange termijn verzwaring van leefbaarheidsknelpunten langs wegen ontstaan. In het programma Mobiliteit werken we dat verder uit.

  • e.

    Om de bouwopgave te realiseren, wordt breder gekeken dan alleen naar 'stenen'. Het is belangrijk dat er genoeg betaalbare woningen zijn. We hebben daarbij ook aandacht voor kwaliteitsverbetering en duurzaam-, levensloopbestendig- en zorggeschikt bouwen.

  • f.

    Ook willen we dat voorzieningen zoals winkels, zorgaanbieders en scholen voldoende beschikbaar, bereikbaar en aantrekkelijk zijn. Meer inwoners kan zorgen voor een groter draagvlak voor voorzieningen. Daarnaast kijken we naar de ruimtelijke indeling van onze gemeente. Woningen en voorzieningen moeten goed met elkaar verbonden zijn. Er moet voldoende groen en ruimte zijn voor ontspanning. En voldoende ruimte voor werk, ontmoeting en opgroeien zodat iedereen mee kan blijven doen. 

  • g.

    Bereikbare en aantrekkelijke voorzieningen begint met behoud van basisvoorzieningen in de dorpen (zoals een dorpshuis, een school, kerk, sportvoorzieningen, verenigingsleven en primaire zorg (huisarts of huisartsenpost) waar mogelijk. Denk hierbij ook aan dependances en mogelijkheden voor spreekuren. We gaan ook ruimtes voor voorzieningen faciliteren als dat nodig is en zoeken naar slimme combinaties. De auto blijft belangrijk in de dorpen, dus daarvoor moet ruimte blijven. En het openbaar vervoer wordt vraaggericht. We willen ook fietsen en wandelen stimuleren.

  • h.

    We stimuleren initiatieven die gericht zijn op het versterken van het landschap en het behouden en beleefbaar maken van cultuurhistorie. We stellen een programma Erfgoed op. 

  • i.

    We willen vooral ruimte voor kleinschalige recreatie (dagrecreatie, routes, kleinschalige verblijfsrecreatie en -horeca) en dan vooral gericht op onze inwoners en dagtoeristen. We houden daarom fiets- en wandelpaden in stand en faciliteren andere voorzieningen die aan kleinschalig toerisme bijdragen.

  • j.

    Grootschalige (verblijfs)recreatie is niet gewenst. Yerseke is een toeristische trekpleister, maar ook hier willen we alleen kleinschalige mogelijkheden die passen bij de schaal van het dorp. Uitwerking vindt plaats in het programma Toerisme en Recreatie gemeente Reimerswaal 2040.

  • k.

    Omgevingsveiligheid is een belangrijk aspect voor de leefbaarheid van onze dorpen. Binnen de Coördinatiegroep Externe Veiligheid wordt door de Zeeuwse gemeenten gewerkt aan een blauwdruk voor een Zeeuws beleid voor Omgevingsveiligheid. Met de blauwdruk als basis kunnen gemeenten dan, met eigen inbreng, hun eigen beleid vaststellen.

  • l.

    Bij nieuwe infrastructuur (verkeer, energietransport) wegen we gezondheidseffecten en horizonvervuiling mee. We willen ons weidse uitzicht graag behouden en mogelijke gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk beperken. 

Samen met partners optimaal samenwerken aan een veilige leefomgeving. Deze opgave is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van meerdere partijen, waarbij ieder de verantwoordelijkheid voor het eigen deel van de risico’s neemt. Veiligheidsrisico’s met betrekking tot fysieke veiligheid blijven we verminderen, samen met de daarvoor aangestelde partners zoals de Veiligheidsregio. We brengen de risico’s van omgevingsveiligheid in beeld, maken deze beheersbaar en waar mogelijk verkleinen we die. We richten de fysieke leefomgeving zo in dat gebouwen brandveilig zijn, hulpdiensten het gebied goed kunnen bereiken, er voldoende bluswater aanwezig is en altijd een snelle en effectieve hulpverlening kan plaatsvinden.

afbeelding binnen de regeling

3.3 Robuuste economie

Waar hebben we mee te maken?

Reimerswaal kent een sterke economie waarin met name lokale bedrijven, de agrarische sector en de visserij sterk vertegenwoordigd zijn. Kenmerkend is een sterke betrokkenheid van de bedrijven bij de gemeente Reimerswaal. Ook bestaat er een sterke behoefte aan samenwerking en verbinding met andere bedrijven. Veel van de werkgelegenheid die daaruit voort komt is praktijkgeschoold. Enkele bedrijfstakken zijn uniek in Nederland en opereren zelfs op wereldschaal:

 

  • a.

    De agrosector, met name de aardappel- en uienteelt, inclusief verwerkende bedrijven, heeft een sterk innovatief karakter en internationale betekenis;

  • b.

    De schaal- en schelpdiersector in Yerseke is ook nationaal en internationaal bekend en kenmerkt zich door een sterk aqua-imago. Zij werken intensief samen met handelsbedrijven en bedrijven die bewerken en ondersteunen.

De goede bereikbaarheid van de gemeente is een belangrijke voorwaarde voor onze economie. De ligging aan de A58 en de drie treinstations dragen daar in belangrijke mate aan bij.

De gemeente is trots op de bedrijvigheid die Reimerswaal rijk is. Dat wil niet zeggen dat we op onze lauweren kunnen rusten. Er valt nog genoeg te verbeteren. Wij zien de volgende opgaven voor ons op het gebied van een robuuste economie:

 

  • a.

    Vernieuwen bedrijfspanden: Ongeveer de helft van het vastgoed op de bedrijventerreinen is voor 1990 gebouwd. De gemiddelde economische levensduur van een bedrijfspand is circa 30 tot 40 jaar. Het vernieuwen van bedrijfspanden is een thema dat op termijn op de bedrijventerreinen in de gemeente gaat spelen. De mogelijkheden om van bedrijventerrein Burenpolder en omgeving weer een vitaal en toekomstbestendig gebied te maken worden onderzocht.

  • b.

    Uitbreiding bedrijventerreinen 50-60 ha: uit het behoefteonderzoek blijkt dat er bij bedrijven in de gemeente Reimerswaal sprake is van uitbreidingsbehoefte de komende 10 jaar. 

  • c.

    Faciliteren in het behoud van bedrijvigheid en banen in de landbouw en visserij: De visserij in Nederland staat onder druk. Behoud van onze vissersvloot is niet vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor de vissers van Yerseke, die zich specifiek richten op schaal- en schelpdieren.

    Ook de landbouw in Nederland staat aan de vooravond van een transformatie naar toekomstbestendigheid. In Reimerswaal speelt de akkerbouw een belangrijke rol in innovatie en vernieuwing. Daarnaast is de fruitteelt nadrukkelijk aanwezig. Er is sprake van moderne bedrijven van voldoende omvang die de transformatie naar toekomstbestendigheid aankunnen. Ook op het gebied van bedrijfsopvolging vormen agrarische bedrijven in Reimerswaal een positieve uitzondering op de situatie in Nederland, waar dit vaak een probleem is. 

    Ook de landbouw en visserij zijn belangrijk voor economie en werkgelegenheid. De laatste wordt vaak ingevuld door arbeidsmigranten.

  • d.

    Onderzoek naar kwalitatief toerisme en de bijdrage aan instandhouding van commerciële voorzieningen: De instandhouding van onze voorzieningen en detailhandel in de kernen willen we koppelen aan het vraagstuk van toerisme. Daarbij is het behoud van de zondagsrust een belangrijke voorwaarde. 

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Een robuuste toekomstbestendige economie binnen onze gemeente houden. Dit is van belang voor de lokale werkgelegenheid die weer van belang is voor bestaanszekerheid van onze inwoners en voor de lokale bedrijven die indirect ook weer bijdragen aan onze welvaart.

  • b.

    We willen voorzien in voldoende locaties van goede kwaliteit waar bedrijven zich kunnen vestigen. De bestaande bedrijventerreinen, inclusief de uitbreiding ervan, bieden voldoende ruimte tot 2040. Verbeteren van de kwaliteit willen we stimuleren.

  • c.

    Nieuwe bedrijfsvestiging van niet-agrarische bedrijven buiten bedrijventerreinen staan we in principe niet toe. In uitzonderingsgevallen bieden we maatwerkoplossingen onder voorwaarden met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid.

  • d.

    We willen ruimte voor groei van lokale bedrijven behouden. Daarvoor zijn voldoende locaties en zoekrichtingen aangewezen. Daarnaast willen we zorgen voor energiezekerheid.

  • e.

    Veel lokale bedrijven maken gebruik van arbeidsmigranten. We faciliteren voorzieningen (zoals huisvesting) die daarvoor nodig zijn.

  • f.

    Ontwikkelingen als verdergaande mechanisering en automatisering van bedrijfsprocessen volgen we en stimuleren we. Wij hebben oog voor de bijzondere aard van de bedrijven in onze gemeente, gegroeid en ontwikkeld vanuit de agrarische sector (aardappelen en uien) en de visserij (speciaal schaal- en schelpdierensector). Duurzaamheid en innovatieve processen zijn een grote uitdaging voor onze bedrijven. Wij ondersteunen initiatieven en we verkennen samen met het bedrijfsleven de mogelijkheden om samen te werken.

  • g.

    Ook zorgen we dat onze infrastructuur op orde is, die onze goede bereikbaarheid in stand houdt. We staan daarom positief tegenover initiatieven die de doorstroming op de A58 bevorderen.

  • h.

    Om toekomstbestendig te zijn, willen we het palet aan bedrijven verbreden, ook met het oog op een diversere arbeidsmarkt. We bieden daarom volop ruimte voor innovatieve en duurzame bedrijven die werkgelegenheid bieden aan hoger opgeleid personeel. 

  • i.

    Bij het verbreden van onze economie onderzoeken we of kwalitatief toerisme daar een rol in kan spelen. Grootschalig toerisme en toerisme dat ten koste gaat van de zondagsrust, sluiten we uit.

  • j.

    Behoud van een gezonde landbouw- en visserijsector.

  • k.

    De aardappelen en uiensector zijn innovatief op wereldschaal en dat willen we graag zo houden. De ontwikkeling van deze sector willen we stimuleren. Ook de fruitteelt is van belang voor onze economie en moet zich verder kunnen ontwikkelen. Voor de gehele agrarische sector speelt verdere verduurzaming een belangrijke rol. Wij faciliteren de ontwikkelingsmogelijkheden die daarop inspelen.

  • l.

    We willen de zoetwatervoorziening behouden en stimuleren die nodig is voor onze landbouw.

  • m.

    De visserij concentreert zich rond Yerseke, waar de mossel- en oesterteelt het speerpunt vormen. Niet alleen de voedselproductie is van economisch belang, mossel- en oesterteelt vormen onderdeel van onze identiteit en trekken ook veel toeristen aan. We willen de beleving van deze sector voor het toerisme versterken door het faciliteren van kleinschalige initiatieven.

 

Hoe pakken we dat aan?

 

  • a.

    Om ook in de toekomst in voldoende locaties voor bedrijven te voorzien, zet de gemeente in op uitbreiding van de bedrijventerreinen Nishoek, Olzendepolder en De Poort met 50 tot 60 hectare nieuw bedrijfsterrein. Deze uitbreiding is regionaal afgestemd (het regionale bedrijventerreinprogramma 2024-2028). De uitbreidingsrichtingen en zoekrichtingen zijn op de kaart aangegeven. 

    Ook willen we de kwaliteit van bedrijventerreinen en bedrijfsgebouwen verbeteren, met name als dit samengaat met verduurzaming van bedrijven en bedrijfsgebouwen.

  • b.

    Daar hoort energiezekerheid bij. We zien dat netverzwaring zeer waarschijnlijk noodzakelijk is om die zekerheid te garanderen. In dat geval zullen we netverzwaring faciliteren, waarbij we tegelijkertijd zoveel mogelijk rekening houden met behoud van de kwaliteiten van ons landschap. Daarnaast verkennen we ook alternatieve manieren om de druk op het net te verlichten. Zo stimuleren we efficiënter gebruik van lokaal opgewekte energie. Door consumptie van eigen opwek te maximaliseren en overtollige stroom tijdelijk op te slaan verlagen we de druk op het net. 

    Voor bedrijventerrein De Poort liggen er kansen om bedrijvigheid af te stemmen op de potentie van het nabijgelegen gebied ‘De Groene Kamers van Rilland’. De (toekomstige) aanwezigheid van duurzame en alternatieve energie kan ervoor zorgen dat de te vestigen en of uit te breiden bedrijven worden gestimuleerd om extra duurzaamheidsmaatregelen te nemen en dat het profiel van het uit te breiden bedrijventerrein extra kan worden verstrekt met een duurzaamheidsimago.

  • c.

    Lokale bedrijven faciliteren we in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Zeker als groei van bedrijven gepaard gaat met verduurzaming en groei van werkgelegenheid, willen we dat stimuleren waar mogelijk.

  • d.

    Lokale bedrijven en agrarische bedrijven maken veel gebruik van arbeidsmigranten. Faciliteren betekent in dit geval ook voorzien in voldoende goede huisvesting van arbeidsmigranten.

  • e.

    Om het palet aan bedrijven te verbreden, gaan we onderzoeken wat innovatieve-, circulaire en duurzame bedrijven nodig hebben en hoe wij daarin als gemeente kunnen faciliteren. Ook dragen we meer uit dat er binnen de gemeente al innovatieve kennisinstellingen aanwezig zijn. Dit kan mogelijk nieuwe innovatieve bedrijven aantrekken. We stimuleren de koppeling tussen bedrijven en onderwijs door partijen met elkaar in verbinding te brengen.

  • f.

    Een specifieke sector die interessant kan zijn voor onze economie is de toeristische sector. We gaan onderzoeken welke vormen van recreatie en toerisme van belang kunnen zijn voor onze economie. Welke randvoorwaarden willen we stellen? Welke locaties komen in aanmerking en welke niet? Wat verstaan we onder kleinschalig? Dergelijke vragen moeten een helder antwoord krijgen om de grenzen te bepalen van wat mogelijk en wenselijk is.

  • g.

    Een gezonde en duurzame landbouwsector faciliteren we door ontwikkelingen die op duurzaamheid zijn gericht, mogelijk te maken. Van groot belang is de zoetwatervoorziening zeker stellen en uit te breiden. Dit doen we door het mogelijk maken van de aanleg van waterbassins. We werken mee aan het project Zoetwatervoorziening Reimerswaal. Dat project heeft als doel om het huidige zoetwateraanvoergebied (Reigersbergsche Polder en deel 2e Bathpolder) uit te breiden naar het westen.

  • h.

    Ook maken we teelt van zilte gewassen mogelijk, als alternatief voor huidige akker- en tuinbouwproducten die van zoet water afhankelijk zijn. Uiteraard is het aan de ondernemer om hiervoor te kiezen. De voorzieningen die nodig zijn voor zilte teelt willen we faciliteren. Daarbij wordt altijd afgewogen of andere ondernemers die afhankelijk zijn van zoet water, niet worden geschaad.

  • i.

    De visserij, met name de mossel- en oesterteelt, maakt onderdeel uit van onze identiteit. Ook deze sector is bezig met verdere verduurzaming. Denk bijvoorbeeld aan verduurzaming van de vissersvloot. We willen (blijven) samenwerken om deze sector te helpen voortbestaan. Hierbij hoort het goed volgen van ontwikkelingen en het bieden van een klankbord en indien nodig pleitbezorger.

  • j.

    We moeten de mogelijkheden voor proeflokaal en bed & breakfast beoordelen zoals is vastgesteld in de beleidsnotitie Oesterputten 2024. 

3.4 Duurzaamheid

Waar hebben we mee te maken?

Duurzaamheid is een containerbegrip dat gaat over de volgende onderwerpen:

 

  • a.

    Energie

    Gaat over besparen en duurzaam opwekken. Ook gaat dit over warmte.

  • b.

    Klimaat

    Hier onderscheiden we klimaatmitigatie (de oorzaak van klimaatverandering aanpakken, door o.a. de uitstoot van broeikasgassen te verminderen) en klimaatadaptatie (ons aanpassen aan het veranderende klimaat).

  • c.

    Mobiliteit

    Gaat over duurzame vormen van vervoer, zoals emissieloos rijden of varen, maar ook over efficiënt openbaar vervoer inclusief deelmobiliteit. Maar ook over actieve mobiliteit (lopen en fietsen).

  • d.

    Biodiversiteit

    Gaat over de soortenrijkdom die de laatste decennia sterk is afgenomen. We koppelen daar twee andere kernkwaliteiten aan: landschap en cultuurhistorie.

  • e.

    Circulariteit

    Gaat over het verminderen van onze behoefte aan nieuwe grondstoffen door zuiniger en slimmer om te gaan met de dingen die we hebben en het herwinnen van grondstoffen uit afval.

 

Binnen de onderwerpen van duurzaamheid, zien we de volgende opgaven:

 

  • a.

    Duurzaam opwekken en verspreiden van voldoende energie voor nu en in de toekomst. Er is steeds meer behoefte aan energie/elektriciteit. Het duurzaam opwekken daarvan groeit snel, zowel in geconcentreerde gebieden als verspreid bij individuele huishoudens en bedrijven. Deze groei is dusdanig dat het elektriciteitsnet dit niet of nauwelijks aankan. 

  • b.

    Aanpassing en inpassing van infrastructuur. De transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbaar vraagt om aanpassingen van de infrastructuur, zoals verzwaring van het elektriciteitsnet, bouw van windmolens, aanleggen van zonnepanelen, ruimte reserveren voor energieopslag (batterijen) en op termijn het verwijderen van aardgasnetwerken. 

  • c.

    Ook landelijke keuzes hebben invloed op Reimerswaal, zoals de mogelijke bouw van nieuwe kerncentrales in Zeeland en de doorvoer van windenergie via hoogspanningskabels. De gemeente Reimerswaal heeft slechts een smal grondgebied om infrastructuur, boven-of ondergronds, te herbergen. Extra opgave hierin is het behoud van de leefbaarheid voor onze inwoners.

  • d.

    Aandacht voor betaalbaarheid binnen energietransitie. Inwoners en bedrijven met een kleine beurs dreigen achter te raken op de energietransitie want zij kunnen niet (makkelijk) profiteren van de voordelen van eigen energie opwekken (zonnepanelen) en hebben vaak hogere stookkosten doordat de woning slecht geïsoleerd is.

  • e.

    De warmtetransitie. De komende jaren verandert de manier waarop we onze woningen verwarmen. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden over de manier waarop we dat gaan doen. 

  • f.

    De openbare ruimte verder klimaatbestendig inrichten door (overtollig) water in een gebied langer vast te houden, vertraagd af te voeren en grote hoeveelheden neerslag te bergen zonder dat dit tot overmatige overlast leidt. Daarnaast moeten we op hete dagen hittestress beperken door behoud en versterking van onze groenstructuren, met name binnen bebouwd gebied.

  • g.

    (Afval)water moet doelmatig worden ingezameld en getransporteerd. Gemeentelijke objecten moeten hiervoor in stand gehouden worden.

  • h.

    De biodiversiteit is de laatste decennia hard achteruitgegaan. Dit is niet alleen een opgave voor onze natuurgebieden maar ook voor de inrichting van de openbare ruimte. Het behoud van dergelijke kernkwaliteiten draagt ook bij aan onze identiteit.

  • i.

    De kwaliteit van gescheiden afvalstromen moet worden verbeterd. Dit draagt bij aan het beperken van de kosten bij inzameling en verhoogde opbrengsten.

  • j.

    Het werken aan een meer circulaire, toekomstbestendige economie. Door meer circulair te gaan produceren en consumeren verminderen we onze behoefte aan nieuwe grondstoffen, en verlagen we onze afhankelijkheid van het buitenland waardoor we minder kwetsbaar worden voor onderbrekingen in de leveringsketen. Circulaire bedrijvigheid biedt innovatieve ondernemingskansen aan onze bedrijven. Hiermee dragen we bij aan een toekomstbestendige economie.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Energie

    Energie besparen. We willen energie besparen door het isoleren van huizen en bedrijven en andere mogelijkheden (warmtepomp, batterij) te stimuleren. 

    Daarnaast streven we naar het zo veel mogelijk energieneutraal uitbreiden van bedrijventerreinen, het stimuleren van kennisdeling en samenwerking en onderzoeken of clustering en synergie kan bijdragen aan duurzame oplossingen.

    Opwekken van duurzame energie doen we geconcentreerd in het energielandschap ten oosten van Rilland. Daarnaast stimuleren we particulieren en bedrijven elektriciteit op te wekken met zonnepanelen op daken, bij voorkeur met opslag ervan via een batterij. Zonnepanelen op landbouwgrond en windmolens, beiden buiten het energielandschap, staan we in principe niet toe. Bij uitzondering kunnen windmolens ook op grootschalige bedrijventerreinen worden gesitueerd.

    De betaalbaarheid van duurzame energie blijft een voortdurend aandachtspunt.

    Warmtetransitie: we zetten in op een transitie naar duurzame warmtevoorzieningen. We plannen nieuwbouwprojecten aardgasvrij.

    Netcongestie willen we beheersen door mogelijkheden om energie op te slaan te stimuleren en het gebruik van eigen opwek en opslag te maximaliseren. Daarnaast werken we mee aan het versterken van het energienet. Extra infrastructuur voor transport van elektriciteit is nodig. We willen dat zoveel mogelijk bundelen en waar mogelijk ondergronds oplossen, om negatieve gevolgen voor het landschap zoveel mogelijk te beperken. We hebben hierbij ook aandacht voor mogelijke negatieve gezondheidseffecten. We volgen de kansen voor waterstof als energiedrager nauwlettend.

  • b.

    Klimaat

    Verminderen van klimaatverandering is gebaat bij het beperken van de CO2 uitstoot, onder meer door elektrische oplossingen te bieden in plaats van fossiele. 

    Omgaan met klimaatverandering doen we door onze leefomgeving klimaat adaptief in te richten. Daarmee voorkomen we lokale wateroverlast. Door aanplant van groen, verminderen we hittestress. Doelmatig inzamelen en transporteren van (afval)water is daarvoor eveneens belangrijk.

    We willen verzilting zoveel mogelijk beperken.

  • c.

    Duurzame mobiliteit

    We willen de verkeersstromen door onze gemeente en de mobiliteit van onze inwoners toekomstbestendig maken.

  • d.

    Biodiversiteit, landschap en cultuurhistorie

    We willen de biodiversiteit bevorderen, zowel om de kwaliteit van onze natuur te versterken, als voor ons algemeen welbevinden.

    We houden bij nieuwe ontwikkelingen rekening met landschap en cultuurhistorie, als dragers van onze identiteit.

    We faciliteren collectieve initiatieven voor realisatie en onderhoud van groen.

  • e.

    Circulariteit

    We willen de transitie naar een circulaire economie bevorderen voor inwoners, bedrijven en de eigen organisatie. We zetten in op efficiënter grondstofgebruik op het gebied van infrastructuur, de (woning)bouw, het afvoeren en verwerken van afval, en door circulaire inkoop en consumptie te stimuleren. Hierbij houden we de betaalbaarheid van woningbouw nadrukkelijk in het oog.

 

Hoe pakken we dat aan?

 

  • a.

    Energie

    We zetten in op het maximaal consumeren van de eigen opwek. Hiermee willen we de druk op het net verminderen. Om dit te realiseren stellen we beleidsregels op over de realisatie van energie opwek en -opslag. We kijken naar maatwerkoplossingen om innovatieve ideeën ruimte te geven. Ook zorgen we voor goede inpassing in ons landschap. We zetten ons in om aansluitmogelijkheden voor bestaande en nieuwe bedrijven te behouden. 

  • b.

    Voor onze leefbaarheid is het van belang dat de levering van elektriciteit wordt zeker gesteld. Daarvoor is verzwaring van het elektriciteitsnetwerk waarschijnlijk noodzakelijk. In dat geval willen we infrastructuur zoveel mogelijk bundelen om landschapsvervuiling tegen te gaan. Bij voorkeur gebeurt dat ondergronds. De noodzaak van het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk kan worden verminderd door slimmer om te gaan met onze opwek, opslag en verbruik. We willen stimuleren dat bewoners en bedrijven hun eigen opwek maximaal voor eigen gebruik aanwenden, waardoor de belasting van het stroomnet vermindert. Hiervoor willen we ruimte bieden. We bieden ook ruimte voor maatwerk voor lokale energie-oplossingen, bijvoorbeeld voor opslag van energie. 

  • c.

    Warmtetransitie

    We stellen een programma Warmte op waarin we per kern uitwerken hoe de verwarming van de gebouwde omgeving er in de toekomst uit gaat zien. Hier hoort ook bij dat we kijken hoe we de komende jaren het beter isoleren van de Reimerswaalse woningen kunnen ondersteunen. Ook wordt daarin aandacht besteed aan energiearmoede.

  • d.

    Klimaat

    Klimaat adaptieve inrichting ontstaat door meer groen aan te leggen, minder verharding te gebruiken en opvangmogelijkheden voor water aan te leggen. Ook het afkoppelen van regenwater helpt daarbij. 

    Bij het vergroenen van dorpen hanteren we onze Groennorm, zoals benoemd in het Gemeentelijk Groenplan.

    Beperken van verhardingen mag niet ten koste gaan van de bereikbaarheid van onze dorpen en voorzieningen. We zoeken naar hybride oplossingen, zoals bijvoorbeeld waterdoorlatende verhardingen voor bestaande situaties. Voor nieuwe situaties is het vaak gemakkelijker om rekening te houden met wateropvang en groen.

    We proberen verzilting zo veel mogelijk te beperken door zoet water vast te houden (o.a. in waterbassins) en, indien mogelijk, aan te voeren. Externe aanvoer van zoet water vindt plaats vanuit het Spuikanaal. Uitbreiding van het huidige aanvoergebied (Reigersbergsche Polder en deel 2e Bathpolder) naar het westen wordt nagestreefd in het project Zoetwatervoorziening Reimerswaal. 

  • e.

    Duurzame mobiliteit stimuleren we door het realiseren van de elektrische laadinfrastructuur, mobiliteitshubs en deelconcepten. We stimuleren het gebruik van duurzame brandstoffen en het gebruik van duurzame materialen bij wegenbouw.

  • f.

    Biodiversiteit landschap en cultuurhistorie

    De aanleg van groen doen we zodanig dat dit de biodiversiteit versterkt. Bij uitbreiding van onze energie infrastructuur houden we rekening met landschap en cultuurhistorie. We hebben een sterke voorkeur voor een ondergronds netwerk voor elektriciteitstransport en efficiënt gebruik van de huidige buisleidingen en buisleidingenstrook.

  • g.

    Circulaire Economie

    We geven uitvoering aan het programma “Zeeland Circulair” 2025 – 2028, waarin is aangegeven hoe we als Zeeland in 2050 een 100% circulaire economie willen bereiken. Zeeuwse gemeenten werken samen en richten zich op inwoners, ondernemers en de eigen organisatie. 

  • h.

    Uitwerking en maatregelen om onze duurzaamheidsdoelen te realiseren worden opgenomen in het programma Duurzaamheid.

afbeelding binnen de regeling

3.5 Zelfredzame samenleving

Waar hebben we mee te maken?

Eigen kracht, zelfredzaamheid en welzijn zijn het fundament van de samenleving. Een goede gezondheid van onze inwoners is een belangrijke basisvoorwaarde voor het welzijn en het beheersen van de zorgvraag.

Bewegen en elkaar ontmoeten is gezond, maar vooral een eigen verantwoordelijkheid.

Goede voorzieningen en een geschikte openbare ruimte zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de kernen. Het wordt steeds moeilijker om al onze (zorg)voorzieningen in stand te houden. De kosten voor de zorg stijgen en blijven door de vergrijzing in de toekomst toenemen. Daarom is het belangrijk om inwoners de juiste ondersteuning te bieden waarmee zij zo lang mogelijk zelfredzaam blijven. Dit betekent dat we sociale activiteiten, leerprogramma’s en toegankelijke zorg moeten aanbieden. Niet alleen voor zorgbehoevenden, maar ook voor iedereen die gezond en sociaal actief wil zijn. Bereikbaarheid van zorg blijft in een plattelandsgemeente als Reimerswaal een uitdaging, met name voor diegenen die geen toegang hebben tot eigen vervoer.

 

We zien voor dit thema de volgende opgaven:

 

  • a.

    Versterken van eigen kracht, zelfredzaamheid en welzijn zodat er minder vraag komt naar zorg. De focus moeten we verleggen naar welzijn, zorgen dat inwoners en professionals niet problematiseren maar handelen vanuit het besef dat een probleem vaak tijdelijk is en bij het gewone leven hoort: normaliseren. Daarbij ligt de oplossing vooral bij de inwoner zelf: eigen kracht. Er zijn enkele ontwikkelingen die deze verschuiving noodzakelijk maken; de kosten zijn enorm en op den duur onhoudbaar. Ook constateren we met name in de zorg een gebrek aan gekwalificeerd personeel.

  • b.

    Om zorg beschikbaar en betaalbaar te houden moeten inwoners meer zelf oplossen en opvangen zodat de druk op de zorg afneemt. Welzijn speelt daarbij een belangrijke rol; als het met inwoners beter gaat dan zijn zij krachtiger om zelf problemen op te lossen en neemt hierdoor de druk op zorg af.

  • c.

    Preventie en de inzet daarvan. Mantelzorgers faciliteren/ ontlasten/ promoten. 

  • d.

    Van maximaliseren naar optimaliseren, o.a. door integraal te werken. Een grotere maatschappelijke tolerantie helpt daarbij. 

  • e.

    Specifiek aandachtspunt zijn jongeren, omdat er weinig voorzieningen zijn die op jongeren zijn gericht. 

  • f.

    Ander aandachtspunt zijn laaggeletterden, aangezien dat op verschillende fronten een achterstand oplevert in de maatschappij.

  • g.

    Basis op orde in huishoudens van minima: bestaanszekerheid (WIZ) en aandacht voor de ‘werkende armen’. Hulp van kerken, voedselbanken.

  • h.

    Meer regie voeren als gemeente binnen samenwerkingsverbanden. Zorg en voorzieningen zijn verspreid over vele kernen, waardoor het lastiger is regie te houden op de zorg. Hiervoor is een structuurverandering nodig. De huidige samenwerking willen wij behouden en versterken. Om dit te bewerkstelligen en ook meer controle te krijgen op het beleid en de uitvoering binnen bijvoorbeeld gemeenschappelijke regelingen lijkt een structuuraanpassing noodzakelijk. Dit vraagstuk verdient uitwerking binnen een redelijke termijn. Binnen deze context spelen enkele belangrijke risico’s die we onderkennen:

    • 1.

      Het gebrek aan gekwalificeerd personeel voor leveren van zorg.

    • 2.

      Financieel in control komen als gemeente. Dit is een uitdaging met oplopende aantallen en stijgende kosten. Door het treffen van controle maatregelen en beleidsontwikkelingen kritisch te volgen, pogen wij de kosten binnen het sociaal domein onder controle te krijgen/houden.

  • i.

    Gezondheid en veiligheid bevorderen.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Iedereen in onze maatschappij kan meedoen doordat in de basisbehoeften kan worden voorzien; denk aan eten, een geschikte en betaalbare woning, toegang tot gezondheidszorg, schone en functionele kleding, het volgen van een studie of het regelen van vervoer.

  • b.

    We versterken de eigen kracht, zelfredzaamheid en welzijn zodat de vraag naar zorg en de afhankelijkheid van de door de overheid geregelde zorg afnemen. We vertrouwen in de kracht van de inwoner en haar netwerk. Daarmee faciliteren we tegelijkertijd onze hechte gemeenschappen. Dit is goed voor de leefbaarheid.

  • c.

    De samenleving kan veel zelf, maar er is ook een grens aan zelfredzaamheid. Daarom zorgen we voor basisvoorzieningen en stimuleren we dat iedereen mee kan doen in de samenleving en organiseren we een vangnet. Zo streven we naar bestaanszekerheid voor al onze inwoners en dragen we bij aan sociale cohesie, gezondheid, een grotere maatschappelijke tolerantie2, fysieke/geestelijke gezondheid en leefbaarheid.

  • d.

    Een groene omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten waarmee we bijdragen aan de uitstraling van dorpen en daarmee aan de leefbaarheid, maar ook aan gezondheid. Gezond gedrag willen we stimuleren.

  • e.

    Voor jongeren willen we voorzieningen realiseren zodat er voor hen meer te doen is. Denk aan spel- en speelplekken, maar ook aan jeugdhonken waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast willen we passende en betaalbare huisvesting bieden voor jongeren.

  • f.

    Belangrijke bronnen van zorgbehoefte, armoede en laaggeletterdheid, willen we voorkomen en bestrijden. Armoede en laaggeletterdheid levert een achterstand op in de maatschappij.

  • g.

    (Wettelijke) zorg - en inkomensregelingen optimaal uitvoeren tegen aanvaardbare financiële lasten. 

  • h.

    De gezondheid bevorderen.

 

Hoe pakken we dat aan?

 

  • a.

    We faciliteren voorzieningen zoals ontmoetingsruimten en activiteiten in de buurt. Met name jongeren vormen hierin een speerpunt, omdat er voor hen weinig te doen is. Als het goed gaat met onze inwoners, kunnen deze ook goed voor zichzelf en voor elkaar zorgen. De overheid faciliteert. We vertrouwen op de kracht van de inwoner en zijn netwerk en bieden waar nodig aanvullende hulp. We werken aan een sterke sociale structuur, gezondheid, preventie en zelfredzaamheid; herkennen, verbinden en eventueel doorverwijzen. Zorg voor jezelf en voor elkaar; versterken en ondersteunen, nabuurschap stimuleren. Dit doen we onder andere door:

    • 1.

      Een passende springplank; inwoners kunnen terecht voor informatie, advies, ondersteuning en/of hulp op het gebied van welzijn & zorg, vitaliteit, werk & inkomen en jeugd & gezinshulp.

    • 2.

      de lokale infrastructuur in stand houden. 

    • 3.

      kwalitatieve, toekomstgerichte onderwijshuisvesting.

    • 4.

      We bouwen naar behoefte in alle kernen, met extra aandacht voor senioren en starters. We stimuleren woonvormen waarbij jong en oud bij elkaar wonen, met het oog op elkaar ondersteunen, bestrijding van eenzaamheid en bevordering van ontmoeten.

  • b.

    Om laaggeletterdheid tegen te gaan willen we in elke kern een duurzame bibliotheekvoorziening treffen.

  • c.

    We zorgen ervoor dat voorzieningen bij voorkeur dichtbij- en op zijn minst goed bereikbaar zijn, ook digitaal; o.a. door middel van een app met vraag/aanbod. Gebouwen met functiecombinaties, spreekuren in een dependance als een hoofdvestiging niet mogelijk is. Specialistische zorg in de grote kernen.

  • d.

    We richten het Lokaal Team in door mantelzorgers te faciliteren/ ontlasten/ promoten. De uitwerking vindt plaats in het programma wonen en welzijn. Bij de inrichting van het Lokaal Team werken we aan:

    • 1.

      Integraal werken (in- en extern).

    • 2.

      Vroeg signalering versterken: inspelen op signalen en in vroeg stadium ondersteunen en eventueel hulp bieden, zo kort en licht als mogelijk. 

    • 3.

      Informele en formele hulp dichtbij organiseren.

    • 4.

      Een doorgaande lijn bieden voor ondersteuning en zorg.

    • 5.

      Tijdig op- en afschalen.

    • 6.

      Onveilige situaties voorkomen en veiligheid vergroten.

    • 7.

      Kosten geïndiceerde hulp terugdringen.

  • e.

    We willen de wijze hoe we onze zorgverlening georganiseerd hebben verder optimaliseren. Dit doen we door:

    • 1.

      samenwerking met partners verbeteren en als gemeente meer regie terugpakken. Dit wordt verder uitgewerkt in het programma wonen en welzijn.

    • 2.

      Integraal werken op alle leefgebieden (Lokaal Team, laagdrempelig voor alle inwoners van 0-100 jaar oud).

    • 3.

      Bij de opgave ‘Basis op orde’: Binnen WIZ zijn tal van regelingen ingericht ter ondersteuning van deze opgave. Samen met de overige Oosterscheldegemeenten zorgen we voor actuele en passende beleidskeuzes.

  • f.

    We willen de voorzieningen dichtbij houden, door deze zoveel mogelijk in alle dorpen te behouden. De kernen groeien in verhouding. Als dat niet mogelijk is, willen we de voorzieningen goed bereikbaar houden. 

  • g.

    Een gezonde leefomgeving. Zorgen voor een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen, ommetjes, apps om elkaar te vinden.

  • h.

    Verenigingen die bijdragen aan het bevorderen van fysiek en/of mentaal welbevinden (door bijvoorbeeld sport of kunst en cultuur) faciliteren (o.a. subsidies, partijen onderling verbinden, voorzieningen beschikbaar stellen).

2 Maatschappelijke tolerantie is een proces wat het accepteren van verschillen (in achtergrond, overtuiging en levensstijl), respectvol omgaan met elkaar en niet discrimineren ondanks eventuele verschillen vereist.

afbeelding binnen de regeling

3.6 Bereikbaarheid

Waar hebben we mee te maken?

 

  • a.

    Reimerswaal is met de bestaande infrastructuur en drie treinstations goed ontsloten. Dit geldt met name voor autoverkeer. Openbaar vervoer van en naar de dorpen is echter beperkt. 

  • b.

    Gezien de verspreide ligging van onze dorpen en daarmee ook van onze voorzieningen, blijft de auto belangrijk voor onze bereikbaarheid.

  • c.

    Uitbreiding van dorpen en bedrijventerreinen betekent vaak meer verkeer en vraagt om strategische locatiekeuzes bij ontwikkelingen.

  • d.

    De vraag naar meer infrastructuur gaat ook over meer vervoer via buisleidingen en meer vraag naar elektriciteit.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Een duurzaam, inclusief en toekomstbestendig mobiliteitssysteem dat aansluit bij de behoeften van inwoners, bedrijven en bezoekers. Daarbij beschouwen we duurzaamheid als kernwaarde.

  • b.

    Goed bereikbare woonwijken, bedrijventerreinen en voorzieningen.

  • c.

    Duurzame mobiliteit.

  • d.

    Goede inpassing van infrastructuur; in de dorpen leefbaar, verkeersveilig en ruimte voor de fiets en lopen. Buiten de dorpen landschappelijke inpassing en rekening houden met zwaar landbouwverkeer (bermen).

  • e.

    Gezondheid en veiligheid bevorderen (sociale veiligheid, verkeersveiligheid).

  • f.

    Rekening houden met externe veiligheid bij nieuwe plannen.

 

Hoe pakken we dat aan?

 

  • a.

    We zetten in op actieve mobiliteit; wandelen en fietsen als primaire vervoersvormen. We treffen hiervoor voorzieningen waardoor gebruik van de auto minder noodzakelijk wordt. Zo versterken we de fietsinfrastructuur, bijvoorbeeld door de aanleg van langeafstandsfietspaden. Een en ander is uitgewerkt in het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets, waar de provincie in 2023 haar handtekening voor heeft gezet.

  • b.

    Openbaar vervoer als ruggengraat; traditioneel openbaar vervoer (bus en trein) combineren we met deelmobiliteit en vraag-gestuurde vervoersopties, zoals voorgesteld in de Regionale Mobiliteitsstrategie. De nadruk moet liggen op gebruiksgemak en toegankelijkheid. Ook kwetsbare doelgroepen moeten volwaardig aan het mobiliteitsnetwerk kunnen deelnemen. Speerpunt daarbij is een betere OV-verbinding richting (vooral het ziekenhuis van) Goes en Bergen op Zoom.

  • c.

    We willen de bereikbaarheid van de stations verbeteren.

  • d.

    We minimaliseren lange verplaatsingen en stimuleren duurzaam reisgedrag. 

  • e.

    De openbare ruimte wordt groen ingericht met prioriteit voor voetgangers en fietsers. Dat draagt bij aan leefbaarheid en gezondheid. Daarnaast is verkeersveiligheid een belangrijk uitgangspunt bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.

  • f.

    Parkeren willen we zo veel mogelijk op eigen terrein en naar behoefte van bewoners en bezoekers. We hanteren daarbij acceptabele loopafstanden. Ook deelauto’s kunnen worden ingezet om de parkeerdruk te verlagen. De gemeente wil gebruik van deelauto’s stimuleren.

  • g.

    Om de bereikbaarheid voor onze inwoners en bedrijven te behouden is een goede doorstroming op de A58 noodzakelijk. We werken mee aan een eventuele verbetering daarvan.

  • h.

    We kiezen voor voldoende wegen en parkeerplaatsen. We maken nieuwe wijken autoluwer.

  • i.

    We gaan onderzoek doen naar maatregelen om de bereikbaarheid van en in Rilland, Kruiningen en Yerseke (Zanddijk-Molendijk) te verbeteren en de verkeerscapaciteit te vergroten. Dit doen we door voor elke kern een mobiliteitsstrategie te maken.

  • j.

    Zorgen voor een fysiek en sociaal veilige openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen, ommetjes en apps om elkaar te vinden.

  • k.

    Meer oplaadmogelijkheden voor elektrische auto’s.

  • l.

    We willen Clean energy hubs3 realiseren.

  • m.

    We gaan een programma Mobiliteit opstellen, waarin beleidsdoelen en maatregelen verder worden uitgewerkt.

3 Een clean energy hub is een voorziening waar brandstoffen worden verkocht met minder/geen uitstoot van schadelijke emissies (denk aan groene waterstof, elektriciteit, en andere hernieuwbare brandstoffen).

afbeelding binnen de regeling

4 Visie op (deel)gebieden

4.1 Indeling gebieden

De Koers 2040 geeft aan wat we willen bereiken. Het is een visie waarin we onderscheid maken in thema’s die voor het hele grondgebied gelden (zie hoofdstuk 3) of deelgebieden. In dit hoofdstuk gaan we in op de deelgebieden, met ieder hun eigen kwaliteiten, kansen, ambities en opgaven, die weer leiden tot verschillende ontwikkelmogelijkheden.

 

De kenmerken en activiteiten in een gebied zijn bepalend voor wat we in een gebied belangrijk vinden en wat we met een gebied willen in de toekomst. We beschrijven de hoofdlijnen van ons beleid voor de verschillende gebieden met verschillende functies en ambities. Dit zijn de “werkingsgebieden” die we onderscheiden op de visiekaart en die ook aanklikbaar zijn via ‘Regels op de kaart’ (in het Digitaal Stelsel Omgevingswet, DSO).

 

De gebieden en locaties komen overeen met de legenda van de visiekaart. Het beleid per deelgebied is telkens uitgewerkt in drie vragen:

 

  • a.

    ”waar hebben we mee te maken?”

  • b.

    “wat willen we bereiken?”

  • c.

    “hoe pakken we het aan?”

afbeelding binnen de regeling

4.2 Dorpen en buurtschappen

4.2.1 Inleiding

dorpen en buurtschappen

Reimerswaal kent 7 dorpen en 2 buurtschappen. Van elk dorp wordt beschreven waar we mee te maken hebben, wat we willen bereiken en hoe we dat willen gaan doen. Naast de dorpen zijn ook de twee buurtschappen benoemd, omdat deze ook volgens de provincie als stedelijk gebied worden gezien, met bijbehorende opgaven en kansen. 

4.2.2 Kruiningen

Waar hebben we mee te maken?

Kruiningen heeft 4.911 inwoners per 1‑1‑2025 en is het bestuurlijk centrum van de gemeente Reimerswaal. Het gemeentehuis is hier gevestigd. De kern heeft een centrumgebied met karakteristieke bebouwing. Het winkelaanbod heeft vooral een lokale functie. Met de vestiging van een tweede supermarkt en een grote fietsenwinkel is de bovenlokale functie van het winkelaanbod in Kruiningen de afgelopen 10 jaar versterkt. Er is een goedbezochte weekmarkt. Verder heeft Kruiningen veel maatschappelijke voorzieningen waaronder de enige sporthal van de gemeente (Reimerswaalhal) en het zwembad. Er zijn drie basisscholen (openbaar en christelijk). In de kern zijn verschillende kerken aanwezig. Buiten het dorp, richting Yerseke, ligt het treinstation Kruiningen-Yerseke. Kruiningen biedt gemêleerde woningtypologieën aan voor diverse doelgroepen in verschillende woonmilieus. 

 

Wat willen we bereiken?

Doelstelling voor het ruimtelijke beleid voor Kruiningen is voorzien in voldoende woningen naar behoefte en het op peil houden, en zo mogelijk, verbeteren van de kwaliteit van het wonen en leven. Dit kan worden gerealiseerd door onder andere het ruimtelijk kwalitatief goed afronden van de kern en het op peil houden en/of verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte in het centrumgebied. In het centrumgebied is ruimte voor transformatie van leegstaande panden naar andere functies, zolang dit passend is binnen de ambities van een sterke structuur in het centrum.

Ook werken we verder aan een goede bereikbaarheid en -verkeersveiligheid.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Initiatieven voor verdere optimalisatie van de ruimte binnen de bestaande grenzen van de kern worden verwelkomd.

  • b.

    Wij onderzoeken de mogelijkheid van een nieuw woongebied tussen het Achterwegje en de Langeweg. Voor het voorzien in de woningbehoefte tot en met 2040 is dit gebied echter ontoereikend. In het programma Wonen en zorg stellen wij extra locaties voor om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Hierbij houden wij rekening met een goede ontsluiting en werken dat uit in het programma Mobiliteit.

4.2.3 Krabbendijke

Waar hebben we mee te maken?

Krabbendijke heeft 4.474 inwoners per 1‑1‑2025 en kan worden omschreven als een dorp met een doelmatige, hechte samenleving. Een belangrijk deel van de sociale cohesie komt voort uit een gedeelde kerkelijke achtergrond.

Krabbendijke heeft een hoog voorzieningenniveau. De commerciële voorzieningen zijn geconcentreerd rond de kruising J.W. Frisostraat, Dorpsstraat, Noordweg. De onderwijsvoorzieningen bestaan uit drie verschillende basisscholen en een reformatorische middelbare school (Calvijn College). Krabbendijke heeft goede sportvoorzieningen. Er zijn verschillende kerkgebouwen voor diverse gezindten. Naast deze voorzieningen zijn er weinig voorzieningen die specifiek op de jeugd zijn gericht.

In tegenstelling tot veel Zeeuwse dorpen heeft Krabbendijke geen spinnenwebstructuur. Er is eerder sprake van een kruisdorp waarbij de J.W. Frisostraat, Dorpsstraat (overgaand in de Westweg en de Oostweg) en de Noordweg de hoofdstructuur vormen. De voorzieningen concentreren zich in het dorp rond de kruising van deze wegen. Krabbendijke kent een verscheidenheid aan, veelal rustige en ruime, woonmilieus.

De inwoners van Krabbendijke hechten ook veel waarde aan hun dorp, de bestaande sociale cohesie en de aanwezige voorzieningen.

Krabbendijke heeft een aantal functies die om nieuwe ruimte vragen. Tegelijkertijd zijn er gebieden die nieuwe functies kunnen faciliteren. Kwaliteitsverbetering speelt hierbij een rol, maar ook belemmeren milieucontouren (bedrijventerrein en spoor) de mogelijkheden. Deze opgave moet verder worden uitgewerkt.

 

Wat willen we bereiken?

Doelstelling voor het ruimtelijke beleid voor Krabbendijke is voorzien in voldoende woningen naar behoefte en verdere kwaliteitsverbetering van de kern. Hierbij wordt ingezet op behoud van het goede woon- en leefklimaat met een hoog voorzieningenniveau.

 

  • a.

    Voldoende woningen bouwen naar lokale behoefte.

  • b.

    Kwaliteitsverbetering van wonen en woongebieden.

  • c.

    Doelstelling is om het voorzieningenniveau in de kern hoog te houden en de aantrekkelijkheid van het centrumgebied te behouden.

  • d.

    De onderwijsvoorzieningen in Krabbendijke op een hoog niveau houden. 

  • e.

    Voldoende voorzieningen realiseren voor de jeugd.

 

Hoe pakken we het aan?

In algemene zin is het streven om bestaande en nieuwe ontwikkelingen te gebruiken om te komen tot kwaliteitsverbetering van de ruimtelijke structuur. Om deze redenen krijgen de volgende projecten prioriteit:

 

  • a.

    Toevoegen van kwalitatief hoogwaardige woongebieden en kwaliteitsverbetering en transformatie van een aantal aandachtsgebieden. Hierbij zal prioriteit worden gegeven aan uitbreiding, verdere inbreiding en herstructurering van bestaande woongebieden. 

  • b.

    Wanneer er (school)locaties vrijkomen, biedt dat mogelijkheden voor nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen.

  • c.

    Transformatie van het voormalig veilingterrein: inrichting park met voorzieningen voor jeugd en sport. 

  • d.

    We onderzoeken de mogelijkheid van een nieuw woongebied tussen de oostelijke rand van het dorp en het bedrijventerrein Oostpolder. Voor het voorzien in de woningbehoefte tot en met 2040 is dit gebied echter ontoereikend. In het programma Wonen en zorg stellen wij extra locaties voor om in de woningbehoefte te kunnen voorzien.

4.2.4 Yerseke

Waar hebben we mee te maken?

Yerseke heeft 7.185 inwoners per 1‑1‑2025 en wordt gekenmerkt door een sterke lokale gebondenheid met het dorp van ondernemers en inwoners en sterke onderlinge verbondenheid in de samenleving. De enigszins geïsoleerde geografische ligging van Yerseke aan de Oosterschelde versterkt dit. Religie is van oudsher belangrijk in Yerseke.

Kenmerkend voor Yerseke zijn de oesterputten (aangelegd aan het eind van de 19e eeuw), de havens, de visserij, het natuurgebied Yerseke Moer en het historische dorpscentrum. Het oude centrum van Yerseke is ontstaan rond de kerk. Het dorp heeft zich verder uitgebreid via lintbebouwing en later via woningbouwontwikkelingen in diverse poldertjes rond het centrum. Hierdoor zijn grote verschillen in woonmilieus ontstaan: de kleine (en soms verouderde) huisjes in het oude dorpscentrum versus de ruime en deels luxe woningen aan de randen. 

Yerseke kent een goed en compleet aanbod van maatschappelijke voorzieningen. Het Multifunctioneel Centrum (MFC) Te Haere heeft ook een functie voor inwoners van andere dorpen en de dorpshuisfunctie wordt de komende periode verder versterkt.

De ligging van Yerseke en ruimtelijke structuur brengen opgaven met zich mee op het gebied van bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, centrumfuncties en toekomstbestendigheid. Mogelijkheden voor transformatie en herontwikkeling bieden kansen om deze opgaven aan te pakken.

 

Wat willen we bereiken?

De belangrijkste ambitie voor Yerseke is het beter benutten van de aanwezige kansen en potenties. Zo kan kwaliteitsverbetering worden bereikt op vele gebieden.

 

  • a.

    Voldoende woningen bouwen naar lokale behoefte.

  • b.

    Optimaliseren van het woon- en leefklimaat. 

  • c.

    De recreatieve belevingswaarde van Yerseke wordt verder versterkt op een manier die past bij de aard en schaal van het dorp. Op het gebied van toerisme kan de naamsbekendheid van het merk ‘Yerseke’ beter worden benut ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de aanwezige aquacultuur (inclusief kennisinstituten) als economische drager van Yerseke.

  • d.

    Het versterken van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van de bestaande bedrijventerreinen (herstructurering/kwaliteitsverbetering) en het creëren van nieuwe vestigingsmogelijkheden voor bedrijven op het bedrijventerrein Olzendepolder.

  • e.

    Het toekomstbestendig maken van de structuur van het winkelaanbod (dagelijkse boodschappen en speciaalzaken) en het behouden van een levendig historisch centrum, zowel voor de eigen inwoners als voor het toerisme.

  • f.

    Het verbeteren van de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Toevoegen van kwalitatief hoogwaardige woongebieden en kwaliteitsverbetering van de huidige woningvoorraad. Hierbij zal prioriteit worden gegeven aan uitbreiding, verdere inbreiding en herstructurering van bestaande woongebieden.

  • b.

    We onderzoeken de mogelijkheid van nieuwe woongebieden in de omgeving van de Grintweg, Molenpolder en Deurloohoek. In het programma Wonen en zorg beoordelen wij of deze locaties toereikend zijn om in de woningbehoefte te voorzien.

  • c.

    Door kleinschalige ontwikkeling van het dag- en verblijfstoerisme in Yerseke kan een extra pijler voor de economie van Yerseke worden gecreëerd. 

  • d.

    Het verkennen van de mogelijkheden van kleinschalige (verblijfs)recreatie met behoud van het karakter van de oesterputten en het behouden en/of versterken van functiemenging.

  • e.

    Het vergroten van de recreatieve belevingswaarden. Om dit te bereiken kan de wenselijkheid en haalbaarheid worden onderzocht van onder meer een onthaalkamer, een wandelrondje, ondergeschikte horeca, bootverhuur en een kreeften- en mosselbeleving.

  • f.

    Het versterken van de fysieke verbinding tussen de havens, Havendijk en het (historische) centrum.

  • g.

    Het programma Toerisme en Recreatie gemeente Reimerswaal 2040 geeft verdere invulling aan genoemde recreatieve ambities.

  • h.

    Het verplaatsen van de supermarkt vanuit het centrum naar en in combinatie met een nieuw woongebied zodat deze de ruimte heeft om voldoende kwaliteit te blijven bieden aan bewoners en bezoekers van Yerseke.

  • i.

    Het verbeteren van de ruimtelijk-functionele structuur van het centrumgebied, waarbij een concentratie van detailhandel wordt beoogd en duidelijke ruimtelijke kaders aan initiatiefnemers in dit gebied worden gesteld.

  • j.

    Ter verbetering van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid wordt de Zanddijk (en gedeelte Molendijk) verbeterd. Hierbij is ook een verbetering van de ontsluiting van het bedrijventerrein Olzendepolder voorzien. Het ontwerp van de weg en de planologische procedure voor de aanleg worden voorbereid.

  • k.

    Indien de woningbouwontwikkeling op de locatie Deurloohoek aan de orde is, kan dit worden gecombineerd met de verbetering van de bestaande infrastructuur.

4.2.5 Hansweert

Waar hebben we mee te maken?

Hansweert heeft 1.724 inwoners per 1‑1‑2025 en heeft door de ontstaansgeschiedenis een, binnen Reimerswaal, bijzondere ruimtelijke en sociale structuur. Hansweert heeft een gevarieerd samengestelde bevolking met een grote sociale samenhang. Het aanwezige verenigingsleven en het dorpshuis worden druk bezocht.

Het dorp heeft nog een groot deel van haar oude charme behouden. Het oude centrum met unieke woningen is nog grotendeels behouden. Wel is de bestaande woningvoorraad van matige kwaliteit en is het aanbod aan typen woningen vrij eenzijdig. Hansweert beschikt over een basisniveau aan maatschappelijke voorzieningen. Door de geringe omvang van het dorp en de geïsoleerde geografische ligging is het aanbod en draagvlak voor met name commerciële voorzieningen beperkt.

De ligging aan het Kanaal door Zuid-Beveland en de Westerschelde biedt bijzondere kwaliteiten voor het wonen. Rondom het dorp, op de voormalige kanaalarm en langs de Westerscheldedijk ligt een flink uitloopgebied dat interessant is voor recreatief gebruik. Het aanbod van commerciële voorzieningen in Hansweert is beperkt. Op bestaande bedrijfslocaties is geen ruimte meer beschikbaar voor (lokale) ondernemers. Met het dorpshuis en de supermarkt zijn de belangrijkste voorzieningen ten noorden van het oude centrum geconcentreerd. Ten noorden van het dorp langs het Kanaal door Zuid-Beveland ligt de Loswal (deels op grondgebied van de gemeente Kapelle).

De geografische ligging van Hansweert is wat geïsoleerd door het ontbreken van een doorgaande wegverbinding naar de andere dorpen. De hoofdroute naar Hansweert loopt via de Boomdijk die uitkomt op de Westerscheldedijk. Langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) maakt gebruik van het sluizencomplex om het kanaal over te steken. In de zomermaanden vaart een fiets-voetveer naar Perkpolder.

 

Wat willen we bereiken?

De belangrijkste ambitie voor Hansweert is het herstellen en behouden van het aantrekkelijke woon- en leefklimaat en het bieden van de juiste woningtypen op de juiste plek.

 

  • a.

    Voldoende woningen bouwen naar lokale behoefte.

  • b.

    Optimaliseren van het woon- en leefklimaat. 

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Toevoegen van een kwalitatief hoogwaardig woongebied en kwaliteitsverbetering van de huidige woningvoorraad. 

  • b.

    We ronden de nieuwbouw op de locatie Tramper af en wij onderzoeken de mogelijkheid van een nieuw gebied aan de Kanaalarm. 

  • c.

    We onderzoeken de mogelijkheid van een kleien uitbreiding van het bedrijventerrein.

  • d.

    Inzetten op herstructurering/inbreiding op plekken in de oude kern en onderzoeken van de mogelijkheden voor het creëren van bijzondere woonmilieus (collectief particulier opdrachtgeverschap).

De beleefbaarheid van het water verbeteren door het realiseren van een horecagelegenheid nabij het voormalig sluizencomplex en onderzoek te doen naar de mogelijkheden van recreatief gebruik van de voormalige kanaalarm. 

4.2.6 Waarde

Waar hebben we mee te maken?

Het dorp Waarde heeft 1.450 inwoners per 1‑1‑2025 en is, mede door de solitaire ligging in het landschap, direct aan de Westerschelde, een hechte gemeenschap. Het dorp staat vooral voor goed wonen in rust en ruimte. Waarde kent relatief veel vrijstaande woningen. Het dorp kent veel bebouwing met een historische achtergrond. De Kerkweg is de hoofdweg door Waarde en verbindt het dorp met de oprit naar de A58. Het dorp heeft een spinvormige opbouw met een ruime, bebouwde ring rond de kerk.

Omdat er in het dorp geen commerciële voorzieningen zijn, oriënteert het dorp zich hiervoor op Krabbendijke. De verbinding naar Waarde met het openbaar vervoer is zeer beperkt. Voor de mobiliteit is men afhankelijk van eigen vervoer.

Waarde kent voor een dergelijke kleine kern een relatief hoog niveau aan maatschappelijke voorzieningen. Binnen de hechte gemeenschap wordt hier ook veel waarde aan gehecht. In en net buiten het dorp staat een aantal kerken. Waarde heeft een basisschool, een eigen dorpshuis, een voetbalveld en een tennisbaan.

 

Wat willen we bereiken?

Voor Waarde is het van belang dat de kernkwaliteit van Waarde: ‘goed wonen in rust en ruimte’ optimaal wordt gewaarborgd.

 

  • a.

    Voldoende woningen bouwen naar lokale behoefte.

  • b.

    Optimaliseren van het woon- en leefklimaat.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Toevoegen van een kwalitatief hoogwaardig woongebied en kwaliteitsverbetering van de huidige woningvoorraad. 

  • b.

    We onderzoeken de mogelijkheid van de nieuwe woongebieden aan de Groene Kruisstraat (huidige locatie basisschool), in de omgeving van Dorpszicht (afronding) en in de omgeving van de Weelweg. Voor het voorzien in de woningbehoefte tot en met 2040 zijn deze gebieden echter ontoereikend. In het programma Wonen en zorg stellen wij extra locaties voor om in de woningbehoefte te kunnen voorzien.

  • c.

    Woningbouwontwikkelingen worden in combinatie met de vervangingsopgave van de basisschool ter hand genomen.

afbeelding binnen de regeling
4.2.7 Oostdijk

Waar hebben we mee te maken?

De inwoners van Oostdijk (604 inwoners per 1‑1‑2025) vormen een hechte gemeenschap. Oostdijk is het voorbeeld van de stelling dat de leefkwaliteit niet alleen afhankelijk is van de aanwezigheid van voorzieningen. Het woon- en leefgenot dat de kleine kern en gemeenschap bieden, in combinatie met de bereikbaarheid van goede voorzieningen in de andere dorpen, maakt dat Oostdijkers zich met de kern verbonden voelen.

Oostdijk is ook een bedrijvig dorp. Rondom het dorp is volop werkgelegenheid. De bedrijvigheid is weliswaar uit de kern verdwenen, maar direct grenzend aan de kern is een aantal grote internationaal opererende uien verwerkende bedrijven gevestigd.

Commerciële voorzieningen zijn niet aanwezig. Met een basisschool en een dorpshuis zijn er enkele maatschappelijke voorzieningen aanwezig.

De Lavendeldijk is de toegangsweg tot Oostdijk. Deze vormt tevens de infrastructurele as door het dorp. Aan het oostelijke eind van de Lavendeldijk liggen de Nieuwlandse Binnendijk en het Bolwerk. Hier is sprake van een bijzondere infrastructurele situatie. Op dit kruispunt komen wel 8 wegen samen! Met de auto is de kern vrij goed bereikbaar. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is beperkt.

 

Wat willen we bereiken?

Het belangrijkste voor Oostdijk is het behouden en waar mogelijk versterken van het woon- en leefklimaat in de kern.

 

  • a.

    Voldoende woningen bouwen naar lokale behoefte.

  • b.

    Optimaliseren van het woon- en leefklimaat.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Toevoegen van een kwalitatief hoogwaardig woongebied en kwaliteitsverbetering van de huidige woningvoorraad. 

  • b.

    We onderzoeken de mogelijkheid van een nieuw woongebied aan de noordrand van het dorp, waarbij aandacht is voor het behoud van een centrale speelvoorziening. In het programma Wonen en zorg beoordelen wij of deze locatie toereikend is om in de woningbehoefte te voorzien.

 

4.2.8 Rilland

Waar hebben we mee te maken?

Rilland heeft 2.754 inwoners per 1‑1‑2025 en is een aantrekkelijke woonkern door de aanwezigheid van een divers aanbod aan woningtypologieën. Ook een groene woonomgeving en een actief verenigingsleven dragen bij aan de versterking van de leefkwaliteit. Het dorpshuis en de sportvereniging(en) worden druk bezocht en door vrijwilligers levend gehouden. Deze voorzieningen spelen een centrale rol voor de leefbaarheid en de aanwezige sociale samenhang in het dorp. Voor andere voorzieningen zijn bewoners van Rilland meer op West-Brabant gericht dan op andere dorpen in Reimerswaal. Verder beschikt Rilland over verschillende basisscholen.

Rilland heeft een rechthoekige structuur waarbij de wegen voornamelijk loodrecht op elkaar zijn gericht. De Hoofdweg vormt ruimtelijk gezien de ruggengraat van het dorp. Het beperkte aantal commerciële voorzieningen dat in het dorp aanwezig is concentreert zich aan deze weg, in de omgeving van het dorpshuis. Andere voorzieningen liggen verspreid in de kern.

Rilland is goed bereikbaar vanaf de A58, maar de verkeersstructuur in het dorp zelf staat onder druk door de beperkte verkeerscapaciteit. Rilland heeft een eigen treinstation in de nabijheid van de kern. Ten noorden van Rilland ligt bedrijventerrein De Poort.

 

Wat willen we bereiken?

De belangrijkste ambities voor Rilland zijn het versterken van de aanwezige woon- en leefkwaliteiten van de kern. 

 

  • a.

    Voldoende woningen bouwen naar lokale behoefte.

  • b.

    Optimaliseren van het woon- en leefklimaat.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Toevoegen van een kwalitatief hoogwaardig woongebied en kwaliteitsverbetering van de huidige woningvoorraad. 

  • b.

    We onderzoeken de mogelijkheid van het woongebied De Werfkampen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in meerdere ontwikkelingsfases. Voor het voorzien in de woningbehoefte tot en met 2040 is dit gebied ontoereikend. In het programma Wonen en zorg stellen wij extra locaties voor om in de woningbehoefte te kunnen voorzien.

  • c.

    Het behoud van commerciële voorzieningen is een blijvend aandachtspunt, maar sturing door de gemeente hierin is lastig. Er wordt ruimte geboden voor initiatieven ten behoeve van het behouden/versterken van het aanbod aan commerciële voorzieningen.

  • d.

    Er zal onderzoek worden gedaan naar maatregelen om de bereikbaarheid van Rilland te verbeteren en de verkeerscapaciteit te vergroten. Dit wordt uitgewerkt in het programma Mobiliteit.

  • e.

    We onderzoeken of er verbindingen kunnen worden gelegd tussen het dorp en de ontwikkelingen die zijn voorzien in het programma ‘De Groene Kamers van Rilland: Gedreven door Transitie’.

4.2.9 Stationsbuurt

Waar hebben we mee te maken?

Het buurtschap Stationsbuurt (175 inwoners per 1‑1‑2025) is ontstaan rondom het station Rilland-Bath. De Haltestraat is de oudste straat van de kern. 

De meeste woningen en panden hebben een oriëntatie op deze weg. Later is de Oude Rijksweg gerealiseerd (nu de provinciale weg N289), die een nieuwe oriëntatie introduceerde in Stationsbuurt.

Stationsbuurt is door het treinstation en door de ligging direct aan de provinciale weg N289 zeer goed bereikbaar. In Stationsbuurt zijn enkele grotere bedrijven gevestigd. Noemenswaardige voorzieningen zijn niet aanwezig.

Gezien de ruimtelijke karakteristiek is Stationsbuurt een buurtschap. Dit is bestuurlijk bekrachtigd door Stationsbuurt als onderdeel van het bestaand bebouwd gebied aan te merken. Als zich initiatieven voordoen voor inbreiding of verdichting dan liggen er nu kansen voor Stationsbuurt.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Een leefbaar buurtschap.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Kwaliteitsverbetering van de huidige woningvoorraad. De kansen voor inbreiding benutten, gelet op de goede ov-bereikbaarheid.

  • b.

    Initiatieven voor voorzieningen bij het station faciliteren.

4.2.10 Bath

Waar hebben we mee te maken?

Het buurtschap Bath (100 inwoners per 1‑1‑2025) heeft een voorgeschiedenis als heerlijkheid en fort en ligt vlak bij de Westerschelde. De beleefbaarheid van Bath als voormalig fort is beperkt. In Bath zijn vrijwel geen andere functies aanwezig dan woningen en het kerkje van de Vrije Evangelische gemeente. Door de oorsprong als fort is de ruimtelijke structuur compact. De kern ligt direct achter de dijk langs de Westerschelde en wordt omringd door natuur, zowel binnendijks als buitendijks.

Gezien de ruimtelijke karakteristiek is Bath een buurtschap. Dit is bestuurlijk bekrachtigd door Bath als onderdeel van het bestaand bebouwd gebied aan te merken. Als zich initiatieven voordoen voor inbreiding of verdichting dan liggen er nu kansen voor Bath.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Een leefbaar buurtschap.

  • b.

    Behoud van de cultuurhistorische waarde.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Kwaliteitsverbetering van de huidige woningvoorraad. Bereikbare voorzieningen.

  • b.

    De geschiedenis van fort Bath beleefbaar maken.

4.3 Ontwikkelingsgebied dorpskern en wonen

ontwikkelingsgebied dorpskern & wonen

Waar hebben we mee te maken

De woningbehoefte is aan de hand van het Kwalitatief WoonOnderzoek Zeeland in kaart gebracht (2025). Er is voor gekozen de woningbehoefte door zowel inbreiding als uitbreiding in te vullen. Op de kaart zijn de gebieden die in aanmerking komen voor uitbreiding in beeld gebracht onder de noemer ontwikkelingsgebieden.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Voldoende locaties bieden waar de woningbouwopgave kan landen.

  • b.

    Op deze locaties een programma inzetten dat aansluit bij de lokale behoefte en specifieke doelgroepen (uitwerking in programma Wonen en zorg).

  • c.

    De locaties toekomstbestendig inrichten op het gebied van energie, klimaat, biodiversiteit, circulariteit en passend bij het karakter van het dorp waar de locatie bij hoort.

  • d.

    Adequate mobiliteit passend bij de ontwikkelingen van de kernen.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Uitbreiding woningbouw naar behoefte in alle kernen. Klimaat adaptief inrichten, waarbij wij betaalbaarheid niet uit het oog verliezen.

  • b.

    Onderzoek uitbreiding kernen naar behoefte (programma Wonen en zorg).

  • c.

    Vergroenen dorpen met behoud van parkeerplekken.

  • d.

    Aandachtspunten veiligheid en wateroverlast oplossen.

  • e.

    Regenwater afkoppelen en vasthouden.

  • f.

    Behoud (bereikbare) basisvoorzieningen dorpen (zoals een dorpshuis, een school, kerk, sportvoorzieningen, verenigingsleven en primaire zorg (huisarts of huisartsenpost). Stimuleren dat iedereen mee kan blijven doen.

  • g.

    Uitwerking van beleidsdoelen, woningbouwaantallen en -typering per kern vindt plaats in het programma Wonen en zorg.

4.4 Bedrijventerrein

bedrijventerreinen

Waar hebben we mee te maken?

Reimerswaal heeft een groot areaal bedrijventerreinen. Beleidsmatig is de afgelopen jaren ingezet op het concentreren van de ontwikkelingen op drie grootschalige bedrijventerreinen: Olzendepolder, De Poort en Nishoek. De bedrijventerreinen Nishoek en De Poort liggen solitair in het landschap direct aan de A58 en in de nabijheid van de kernen Kruiningen (Nishoek) en Rilland (De Poort). Bedrijventerrein Olzendepolder grenst direct aan de kern Yerseke.

 

Bedrijventerreinen Yerseke (Olzendepolder, Korringaweg, Burenpolder, Haven Yerseke en Oesterputten)

Dankzij de ondernemingszin van de inwoners heeft Yerseke relatief veel locaties met bedrijvigheid. Een deel hiervan is georiënteerd op het water en de visserij. Ook de historische oesterputten worden nog bedrijfsmatig gebruikt. Een aantal bedrijfslocaties is toe aan transformatie of herstructurering. Er is geen ruimte meer op de bedrijventerreinen.

De schaal- en schelpdiersector in Yerseke heeft een bredere logistieke beweging in gang gezet waarbij Yerseke een 'hub' is geworden voor opslag, overslag en distributie van meer dan lokale vangst van schaal- en schelpdieren. Dit biedt kansen voor de realisatie van nieuwe bedrijfslocaties, waarbij een combinatie met een nieuwe zuidelijke ontsluiting van Yerseke voor de hand ligt.

 

Burenpolder

 

  • a.

    De mogelijkheden om van bedrijventerrein Burenpolder en omgeving weer een vitaal en toekomstbestendig gebied te maken worden onderzocht. Tevens is daarbij nadrukkelijk aandacht voor de optimalisering van de ontsluitingsstructuur van dit gebied.

 

Olzendepolder

 

  • a.

    Het bedrijventerrein Olzendepolder heeft een belangrijke positie voor opslag, overslag en distributie van schaal- en schelpdieren. Het bedrijventerrein is (nagenoeg) vol. Uit gesprekken met ondernemers blijkt dat er op korte en middellange termijn behoefte is aan 15 ha extra bedrijfsgrond. De huidige ontsluiting is niet optimaal.

 

Bedrijventerreinen Krabbendijke (Oostpolder, Zuidweg)

 

  • a.

    Bedrijven in Krabbendijke, met vaak veel werkgelegenheid, hebben wereldwijde banden. De nadruk van de bedrijven in deze kern ligt met name op de fruitteelt en de agrarische verwerking. De bedrijvigheid is geconcentreerd op bedrijventerreinen aan de zuid- en oostzijde van de kern (Zuidweg en Oostpolder). Daarnaast zijn tussen de locatie van de voormalige gasfabriek en de provinciale weg twee relatief grote bedrijven gevestigd. De bestaande bedrijventerreinen (Oostpolder en Zuidweg en de bedrijfslocaties langs de provinciale weg) zijn nagenoeg vol. Grootschalige uitbreiding van deze terreinen is niet wenselijk of strijdig met provinciaal beleid.

  • b.

    Aan de zuidkant van bedrijventerrein Zuidweg kan na verwijdering van de 150 kV-mast een beperkte uitbreiding plaatsvinden, waarbij er aandacht is voor wensen van de lokale ondernemers. We ronden daarmee het bedrijventerrein af en bezien de mogelijkheden op dit terrein voor huisvesting van kleine ondernemers/een bedrijfsverzamelgebouw.

 

Bedrijventerreinen Hansweert (Kanaalweg, Werfdijk)

 

  • a.

    Onderzoek doen naar uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein op een locatie ten westen van het sluizencomplex, waarbij er aandacht is voor wensen van de lokale ondernemers.

 

Bedrijventerreinen Kruiningen (Nishoek)

 

  • a.

    Het bedrijventerrein Nishoek is een gemengd terrein. Een aanzienlijk deel van dit terrein is in gebruik bij bedrijven die zich richten op het verwerken van agrarische producten. Daarnaast is er een aantal bedrijven gevestigd dat in andere sectoren actief is, zoals handel, bouw en techniek. Uitgeefbare bedrijfsgronden op dit terrein zijn niet meer beschikbaar.

 

Bedrijventerrein Rilland (De Poort)

 

  • a.

    Het bedrijventerrein De Poort is een gemengd terrein met een sterk logistiek profiel. Uitgeefbare bedrijfsgronden op dit terrein zijn niet meer beschikbaar. 

  • b.

    Onderzoek doen naar uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Verduurzaming en klimaat adaptief maken van bedrijventerreinen.

  • b.

    Kwaliteitsverbetering.

  • c.

    Vervanging verouderde bebouwing.

  • d.

    We willen een clean energyhubs realiseren

 

Hoe pakken we dat aan?

 

  • a.

    Voor bestaande bedrijven ligt het initiatief vooral bij marktpartijen. De gemeente faciliteert waar nodig.

afbeelding binnen de regeling

4.5 Ontwikkelingsgebied bedrijventerrein

ontwikkelingsgebied bedrijventerrein

Waar hebben we mee te maken?

 

  • a.

    Er is sprake van een aanzienlijke behoefte aan nieuwe bedrijfsgrond op de bedrijventerreinen Olzendepolder, Nishoek en De Poort. Op provinciaal en regionaal niveau is nauwelijks bedrijfsgrond beschikbaar. Ook binnen de gemeente Reimerswaal is dat het geval en om die reden is op plaatselijk niveau een behoefteonderzoek uitgevoerd aan de hand van concrete gesprekken met ondernemers. Uit dit onderzoek blijkt dat er bij de plaatselijke bedrijven sprake is van een uitbreidingsbehoefte op bedrijventerrein Olzendepolder van ca. 15 hectare, Nishoek van ca. 26 hectare en op bedrijventerrein De Poort van ca. 17 hectare.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    We willen onze sterke economische clusters behouden.

  • b.

    Voor de toekomst van bedrijven en het behoud van werkgelegenheid is het belangrijk dat ondernemers kunnen uitbreiden.

  • c.

    Om te voorzien in de behoefte, is het nodig om als gemeente regie te voeren en te zorgen voor nieuw bedrijventerrein. Hiermee kan de ontwikkelingsbehoefte van bedrijven, uiteraard binnen ruimtelijk verantwoorde randvoorwaarden, gestalte krijgen. Daarbij is het de intentie om in te spelen op de behoefte onder de plaatselijke bedrijven en ondersteuning te geven aan de wens om juist de betrokkenheid met de gemeente en de verbinding met de andere bedrijven te zoeken. Door bedrijven de mogelijkheid te geven zich te vestigen of te laten groeien in een gebied waar ze zich thuis voelen en ook elkaar kunnen versterken, zorgen we voor een verdere bloei van het bedrijfsleven en een vergroting van de economische dynamiek van onze gemeente.

  • d.

    Het aansluiten bij de sterke kanten van de huidige bedrijventerreinen, maar ook het zorgdragen voor een eigentijdse vertaling hiervan met een belangrijk accent op kwaliteit en duurzaamheid, kan zorgen voor hoge potenties voor het bedrijfsleven en de plaatselijke economie en het bedrijfsleven. Om die reden is een ontwikkelingsrichting aangegeven waar de gebleken behoefte zich kan ontwikkelen. Bij de keuze voor het te ontwikkelen gebied is de ruimtelijke structuur, maar ook de behoefte van de aanwezige bedrijven zelf leidraad geweest. Voor bedrijventerrein De Poort geldt dat de aanwezigheid van de nabijheid van het gebied ‘de Groene Kamers van Rilland’ een kans biedt voor bedrijven met een hoge duurzaamheidsambitie. Hier onderzoeken we de gewenste verdere uitbreidingsrichting.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Over een uitbreiding van de bedrijventerreinen Nishoek en De Poort zijn afspraken gemaakt in het regionale bedrijventerreinenprogramma. Uitbreiding is onder voorwaarden, met een goede ontsluiting en met oog voor de inpassing in het landschap mogelijk. Voor het bedrijventerrein Nishoek is een eventuele uitbreiding in oostelijke richting voorzien en voor bedrijventerrein De Poort wordt een uitbreiding in zuidelijke en oostelijke richting onderzocht.

  • b.

    Vanwege het recente gemeentelijke onderzoek naar de behoefte aan bedrijfsgrond op de bedrijventerreinen, wil de gemeente haar verantwoordelijkheid nemen door actief regie te gaan voeren op deze uitbreidingen. Daarbij gaat het niet alleen om de reguliere planologisch-juridische instrumenten en het grondinstrumentarium, maar ook om het stellen van randvoorwaarden op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid.

  • c.

    Uitbreiding van bedrijventerrein mogelijk maken op enkele plekken geclusterd en aansluitend aan bestaande bedrijventerreinen. We gaan nieuwe bedrijfsgrond uitgeven op de bedrijventerreinen Olzendepolder in Yerseke, Nishoek in Kruiningen en De Poort in Rilland.

  • d.

    We benutten de mogelijkheden voor een bedrijventerrein in de oksel van de voormalige kanaalarm in Hansweert en ronden het bedrijventerrein aan de Zuidweg in Krabbendijke af.

  • e.

    We zien op dit moment geen noodzaak en ruimte voor nieuwe bedrijfsterreinen.

  • f.

    Waar nodig spannen we ons in voor een goede ontsluiting van de terreinen.

  • g.

    We stimuleren toepassing van duurzaamheidsmaatregelen bij nieuwe en bestaande bedrijfspanden.

  • h.

    We verbinden bedrijven aan onderwijs.

  • i.

    We stimuleren duurzame en circulaire bedrijven.

  • j.

    We hebben aandacht voor huisvesting van arbeidsmigranten.

4.6 Buitengebied

4.6.1 Agrarisch gebied

buitengebied

Waar hebben we mee te maken?

De agrarische sector is de grootste grondgebruiker in de gemeente. We beschikken over goede landbouwgrond, een ten behoeve van de landbouw efficiënt ingericht landschap en een goede bereikbaarheid. Ook zijn verwerkende bedrijven in de buurt. De agrarische sector is niet alleen voedselproducent, maar ook beheerder van het landschap. De agrarische sector staat net als in de rest van Nederland voor een grote verduurzamingsopgave.

 

Ruimtelijke kwaliteit: waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap

In het landelijk gebied is het allemaal nog terug te vinden: afwisseling van open en besloten landschappen, voedselproductie, boomgaarden, oude dijken die de geschiedenis van Reimerswaal vertellen en een grote variatie aan deels internationaal erkende natuurgebieden. Een duidelijke structuur van dorpen omgeven door een weids landschap. 

In het oosten van de gemeente is de openheid van het Nieuwland heel kenmerkend. Verder naar het westen verandert dit landschap naar een afwisseling tussen klein- en grootschalig landschap met meer boomgaarden en daardoor meer beslotenheid: het Middelland. In het noordwesten van de gemeente is het natuurgebied de Yerseke Moer te vinden: het Oudland. Het gebied wordt ook wel hét openluchtmuseum van Zeeland genoemd.

Het landelijk gebied vraagt om een duurzaam beheer en zorgvuldigheid bij beslissingen voor toekomstig gebruik. Elementen van de kernkwaliteit zijn: vruchtbaar land, dijken, dammen, paalhoofden, zilte natuur, zeekleigronden, cultuurlandschap, kreekruggen, poelgronden, eilandgevoel, aquacultuur en meervoudig ruimtegebruik.

 

Grondgebonden agrarische sector; de fruitteelt en de akkerbouw

Reimerswaal heeft een gezonde economie dankzij haar sterke aanwezigheid in de teelt en verwerking van vooral aardappelen en uien en andere groenten en fruit.

We hebben goede landbouwgrond voor aardappelen en uien en deze sector heeft zich kunnen ontwikkelen als een grote speler. Daarnaast speelt de fruitteelt een grote rol. De vele polders hebben een eigen identiteit. Het kleinschalige landschap, met name bij Krabbendijke en Waarde, geeft een fraai contrast ten opzichte van de grootschalige en open gebieden aan de oostzijde van de gemeente. Deze oostelijke gebieden hebben door de gunstige ligging van Reimerswaal in combinatie met de goede landbouwkundige condities ertoe geleid dat de agribusiness tot bloei is gekomen; van goede primaire agrarische bedrijven zoals uien- en aardappelteelt tot verwerkende bedrijven. 

 

Verwerkende industrie

De verwerkende industrie in Reimerswaal komt voor een belangrijk deel voort uit de schaal- en schelpdierensector, de aardappelen- en uiensector. Er is ook sprake van een sterke spin-off. Vanuit Reimerswaal vinden miljoenen tonnen voedingsmiddelen hun weg naar de rest van de wereld. Dat betekent dat er ook veel werk is in de distributie en opslag van allerlei foodproducten. Het behoud van hun positie vraagt van de bedrijven om voortdurende kennisontwikkeling en innovatie.

 

Arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten zijn onmisbaar voor lokale ondernemers en moeten een goede plek hebben. Daarbij willen we onze kernen ontlasten. Voldoende goede huisvesting voor arbeidsmigranten realiseren wij daarom buiten de kernen.

 

Verzilting

Grote delen van Zeeland staan bloot aan verzilting. Deze problematiek neemt toe, terwijl de grondgebonden landbouw in sterke mate afhankelijk is van zoet water. In de huidige situatie (2025) kunnen de Reigersbergsche polder en een deel van de Tweede Bathpolder gebruik maken van zoet water uit het Spuikanaal. Via een inlaatgemaal wordt dit water in het gebied ingelaten. De behoefte aan zoet water zal in de toekomst alleen maar groter worden.

 

Transitie landelijk gebied

In het landelijk gebied liggen grote maatschappelijke opgaven. Het gaat daarbij om de natuur te herstellen, de waterkwaliteit en -kwantiteit te verbeteren, de broeikasgasuitstoot van landbouw en landgebruik te reduceren. Tegelijkertijd is het daarbij essentieel om de leefbaarheid, identiteit en het sociaaleconomisch perspectief van het landelijk gebied te behouden of te verbeteren.

Met de komst van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) heeft het Rijk een eerste voorzet gegeven. Duidelijk is dat dit een gezamenlijke opgave is van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, die samen met de sector werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied met een gecombineerde en gebiedsgerichte aanpak. De doelen voor natuur (stikstof), klimaat en water zijn helder. Tegelijkertijd bestaat er nog onzekerheid over waar de verandering toe moet leiden: wat is een toekomstbestendig landelijk gebied concreet? Wat betekent dit voor een bepaalde provincie of een bepaald gebied? Die vraag kan ook voor Reimerswaal worden gesteld. Het innovatieve karakter van de landbouw in Reimerswaal sluit goed aan bij deze opgave en vraagt om een verdere uitwerking de komende jaren. 

 

Nieuwe economische dragers

Naast landbouw die zich richt op voedselproductie, zijn er ook bedrijven die zich willen verbreden op het gebied van recreatie, natuur- en landschapsbeheer en zorg. Ook zijn er agrarische bedrijven die stoppen met hun bedrijfsvoering. Vaak worden dan gronden verkocht en het erf en bebouwing krijgt een nieuwe functie. Dat kan wonen zijn, maar ook functies met een nieuwe economische impuls voor het landelijk gebied. Denk aan recreatie of bedrijven. Deze langzame verandering is ook onderdeel van de transitie van het landelijk gebied.

 

Ondermijning

Als agrariërs stoppen met hun bedrijfsvoering, kan bebouwing door nieuwe economische dragers worden benut. Als dat niet gebeurt en bedrijfsbebouwing komt leeg te staan, vergroot dat de kans op ondermijning. Lege bedrijfsgebouwen worden verhuurd, zonder dat de eigenaar weet waarvoor de bebouwing wordt gebruikt. 

Met name op relatief afgelegen plekken kunnen dergelijke gebouwen eenvoudig worden gebruikt voor criminele activiteiten.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Behoud van de landschappelijke kwaliteiten van het agrarisch gebied.

  • b.

    Behoud van de sterke economische sectoren en werkgelegenheid.

  • c.

    Behoud en waar mogelijk verbetering van bodem- en waterkwaliteit.

  • d.

    Een uitbreiding van het zoetwateraanvoergebied.

  • e.

    Behoud van het huidige agrarisch gebruik, ruimte voor innovatie en verduurzaming.

  • f.

    Behoud van de aquacultuur, ruimte voor innovatie en verduurzaming.

  • g.

    Recreatief medegebruik.

  • h.

    We willen leegstand, en daarmee ondermijning, tegengaan.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Huidige teelten faciliteren (hoofdzakelijk akkerbouw, tuinbouw en fruitteelt).

  • b.

    Uitbreidingsruimte voor de agrarische sector en verwerkende sector.

  • c.

    Aandacht voor goede huisvesting van arbeidsmigranten.

  • d.

    Innovatie stimuleren. Koppelen onderwijs aan onderzoek en werk.

  • e.

    Uitbreiding van de aanvoer van zoet water (project Zoetwatervoorziening Reimerswaal).

  • f.

    Zoet water vasthouden. Ruimte reserveren voor aanleg zoetwaterbassins.

  • g.

    Geen zonnevelden op landbouwgrond met uitzondering van gebied Groene Kamers van Rilland.

  • h.

    Ruimte voor kleinschalige recreatie (dagrecreatie, routes en kleinschalige verblijfsrecreatie).

  • i.

    We gaan terughoudend om met niet-agrarische verstening in het buitengebied, door middel van nieuwe economische dragers.

  • j.

    We gaan in gesprek met bedrijven en agrariërs over het tegengaan van leegstand en ondermijning. Het stimuleren van Nieuwe economische dragers kan daar een hulpmiddel bij zijn.

4.6.2 Agrarisch gebied, glastuinbouw

Waar hebben we mee te maken?

Ten noorden van Rilland ligt een groot glastuinbouwgebied. Nieuwvestiging en uitbreiding van glastuinbouwbedrijven is niet toegestaan op grond van het provinciaal beleid.

Er is veel werkgelegenheid, met een accent op praktisch geschoold werk. Hierdoor wonen er ook veel arbeidsmigranten om het werk gedaan te krijgen.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Behoud van een duurzaam glastuinbouwgebied met voldoende werkgelegenheid.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Ruimte bieden voor voldoende goede huisvesting voor arbeidsmigranten.

  • b.

    Mogelijkheden voor verduurzaming onderzoeken.

  • c.

    Geen uitbreidingsmogelijkheden.

afbeelding binnen de regeling
4.6.3 Natuurgebied

Waar hebben we mee te maken?

Naast de buitendijkse natuurgebieden Ooster- en Westerschelde zijn ook binnendijks enkele waardevolle natuurgebieden te vinden.

 

Binnendijkse natuur Oosterschelde 

De Yerseke Moer is een van de meest waardevolle natuur- en cultuurlandschappen van Zeeland. Het gebied is getekend door de geschiedenis. De invloed van de zee en het menselijke gebruik hebben voor kreken, drinkputten, hollestellen en het hollebollige landschap gezorgd. Tegenwoordig is de Yerseke Moer een prachtig vogelrijk natuurgebied waar de natuur en cultuurhistorie samenkomen. Het gebied is één van de 40 Geosites die onderdeel uitmaken van het UNESCO Geopark Schelde Delta.

Binnendijks ligt ook de Koude- en Kaarspolder ten noordwesten van Yerseke. Deze polder is een cultuurhistorisch landschap waar je tegenwoordig geniet van een grote diversiteit aan vogels en planten. Deze polder is een inlaag en een cultuurhistorisch landschap met een grote diversiteit aan vogels en planten. 

 

Binnendijkse natuur Westerschelde

De Westerschelde is een uniek getijdenlandschap. Binnendijks ligt een aantal gebieden met aan het estuarium gekoppelde natuur, zoals bij Den Inkel en ten westen van Bath.

 

Hogerwaardpolder

De Hogerwaardpolder draagt bij aan de biodiversiteit en biedt een goede leefomgeving aan vogels, insecten en planten. De Hogerwaardpolder maakt deel uit van het Natuur Netwerk Zeeland. De polder vormt een belangrijke schakel met nabijgelegen polders, waardoor flora en fauna zich gemakkelijker kunnen verplaatsen. Daarom krijgt de Hogerwaardpolder van het Natuur Netwerk Zeeland speciale aandacht voor natuurontwikkeling en de bescherming van de natuurwaarden in het gebied.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Behoud natuurwaarden, recreatief medegebruik waar mogelijk.

  • b.

    Behoud cultuurhistorische waarden van de verschillende natuurgebieden.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Bescherming natuurwaarden via het omgevingsplan.

  • b.

    Geschiedenis van het Oude Land beleefbaar maken.

 

4.6.4 Recreatiegebied

Waar hebben we mee te maken?

Binnen onze gemeente zijn drie grotere recreatiegebieden te vinden. Een verblijfsrecreatiegebied met recreatiewoningen in Yerseke (Oysterduinen), een zwembad en camping bij Den Inkel en een golfbaan en schietclub ten zuiden van Bath. Daarnaast zijn er buiten de aangewezen recreatiegebieden verspreid ook kleinschalige overnachtingsmogelijkheden, een uitgebreid netwerk aan fietspaden en wandelpaden, enkele rustpunten met horeca en strandjes (Yerseke, Krabbendijke, Hansweert, Den Inkel) te vinden. Yerseke vervult een bovenlokale rol in het toerisme. Verder voorziet het aanbod vooral in de lokale recreatiebehoefte van onze inwoners.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Aantrekkelijke kleinschalige recreatiemogelijkheden voor inwoners en bezoekers.

  • b.

    Behoud van aantrekkelijke recreatiegebieden.

  • c.

    Behoud en versterking van het recreatief netwerk met mogelijkheden voor uitbreiding van rustpunten met horeca.

  • d.

    Behoud en versterking van aantrekkelijke strandjes met ruimte voor kleinschalige voorzieningen.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Ruimte voor kleinschalige recreatieve en toeristische initiatieven.

  • b.

    Geen ruimte voor grootschalige verblijfsrecreatie.

4.6.5 Dijken

Waar hebben we mee te maken?

De vele (beschermde) dijken bieden bescherming tegen het water en staan symbool voor de eeuwenoude relatie tussen Reimerswaal en het water. Het behoud van een veilige waterkering is van groot belang.

De dijken hebben ook een recreatieve functie (fietsen en wandelen) en een functie voor de natuur. Ook brengt de dijkenstructuur de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente in beeld en maakt daarom deel uit van onze identiteit.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    De hoogwaterveiligheid borgen.

  • b.

    De biodiversiteit vergroten.

  • c.

    De geschiedenis van Reimerswaal beleefbaar maken.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Ruimte voor dijkversterking reserveren.

  • b.

    Ruimte voor het vergroten van de biodiversiteit langs binnendijken. De dijken kunnen ook een rol vervullen in het verbinden van natuurgebieden.

  • c.

    Informatie verstrekken over de dijken en de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente. Muraltmuurtjes weer zichtbaar maken waar dat mogelijk is.

afbeelding binnen de regeling
4.6.6 Bebouwingsconcentraties

Waar hebben we mee te maken?

In het buitengebied wordt verspreid gewoond en zijn enkele bebouwingsconcentraties te vinden: Vlake, Gawege, Roelshoek Middenhof, Zuidhof en Völckerdorp. 

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Een gezond woon- en leefklimaat.

  • b.

    Ruimte voor de agrarische sector.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    De agrarische functie blijft de hoofdfunctie in het buitengebied. Daarom gaan we terughoudend om met nieuwe woonfuncties in het buitengebied.

4.6.7 Infrastructuur

Waar hebben we mee te maken?

Reimerswaal is een belangrijke toegangspoort tot de rest van Zeeland. Er zijn twee belangrijke kanalen voor de scheepvaart, hoogspanningsverbindingen, buisleidingen, de A58 en het spoor dat Zeeland verbindt met de rest van Nederland.

Meer opwek en opslag van energie is noodzakelijk en daardoor ook verzwaring van het elektriciteitsnet. Ook blijft de auto door onze landelijke ligging een belangrijke rol spelen in de bereikbaarheid. Omdat infrastructuur een rol speelt binnen de hele gemeente, is dit thematisch behandeld in hoofdstuk 3. Hierna zijn bij “Hoe pakken we het aan” enkele specifieke gebiedsgerichte uitspraken gedaan. 

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Een toekomstbestendige hoofdwegenstructuur.

  • b.

    Een toekomstbestendig openbaar vervoersysteem.

  • c.

    Het elektriciteitsnet toekomstbestendig maken.

  • d.

    Efficiënt gebruik van de huidige buisleidingen en buisleidingenstrook.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    De hoofdwegenstructuur op orde houden. Onderzoek ontsluiting Yerseke,-Kruiningen en Rilland.

  • b.

    Verbetering van de doorstroming op de A58 faciliteren. Rekening houden met eventuele verbreding.

  • c.

    Verbetering van het openbaar vervoer. Verbetering van de bereikbaarheid van treinstations. Het bussysteem omvormen naar vraaggericht openbaar vervoer, ook naar Goes.

  • d.

    Rekening houden met ruimte voor netverzwaring, liefst zoveel gebundeld. Rekening houden met gezondheidseffecten en horizonvervuiling.

afbeelding binnen de regeling

4.7 Scheldes en kanalen

4.7.1 Havengebied Yerseke

scheldes en kanalen

Waar hebben we mee te maken?

De haven in Yerseke heeft een belangrijke functie voor de visserij, toerisme en recreatie.

De belangrijkste sector van werkgelegenheid in Yerseke, de aquacultuur (visserij en verwerking schaal- en schelpdiersector), is sterk verspreid over de kern waardoor de onderlinge structuur en versterking van de bedrijven niet optimaal is. Activiteiten zijn inefficiënt ten opzichte van elkaar gelegen (beroepshaven/veiling, oesterputten, mosselbedrijven). Op de bestaande bedrijventerreinen is er geen ruimte meer voor groei van de bestaande bedrijven. 

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Behoud van de haven ten behoeve van de aquacultuur.

  • b.

    Behoud en versterking van toerisme met zowel betrekking tot de aquacultuur als de pleziervaart.

  • c.

    Faciliteren van het verduurzamen van de vissersvloot.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    De fysieke verbinding tussen de Havens, Havendijk en het (historische) centrum versterken.

  • b.

    Verbetering van de onthaalfunctie voor toeristen nabij de havens.

  • c.

    Kansen voor verduurzaming van de aquacultuursector benutten.

afbeelding binnen de regeling
4.7.2 Scheldes en kanalen

Waar hebben we mee te maken?

De Ooster- en Westerschelde vormen een uniek getijdenlandschap. Het gebied is van internationale waarde en aangemerkt als werelderfgoed en Natura2000 gebied. De unieke ligging van Reimerswaal tussen de Oosterschelde en de Westerschelde biedt vele kansen op het gebied van wonen, werken, aquacultuur, recreatie en natuur.

UNESCO Geopark Schelde Delta vertelt de unieke ontstaansgeschiedenis van de Scheldedelta. Je maakt kennis met verhalen over het bijzondere landschap dat ontstaan is door 50 miljoen jaar natuurlijke processen en circa 1000 jaar menselijk handelen. Het landschap in de Scheldedelta was, en is, continu aan verandering onderhevig. Nergens ter wereld is een landschap te vinden waar de invloed van getijden, zeespiegelstijging en klimaatverandering op het landschap en zijn inwoners zo groot is als in het gebied rond de Schelde. De Ooster- en Westerschelde en Yerseke Moer zijn onderdeel van de in totaal 40 Geosites.

De Oosterschelde is een uniek Nationaal Park met veel intergetijdenatuur, grote landschappelijke waarde en activiteiten zoals visserij, schelpdierkweek, beroepsvaart en recreatie. 

Als gevolg van de getijdenstromen vinden erosie- en sedimentatieprocessen plaats die resulteren in een wisselend patroon van schorren (ten noorden van Rilland), slikken en droogvallende platen (het intergetijdengebied), ondiep water en diepe getijdengeulen.

Er komen grote oppervlakten slikken voor, zoals in het Verdronken land van Zuid-Beveland. Het water, het intergetijdengebied en enkele binnendijks gelegen gebieden vormen samen het leefmilieu voor de rijke flora en fauna van het gebied.

Door de aanleg van de stormvloedkering is de Oosterschelde uit balans geraakt. Langzaamaan verdwijnen de waardevolle zandplaten onder water, een proces dat zandhonger heet. Deze afname kan in de toekomst verergeren door zeespiegelstijging. Ook neemt de druk op ecologie, ruimtegebruik en waterveiligheid in de Oosterschelde toe door temperatuurstijging.

De Westerschelde is de zuidelijke tak in het oorspronkelijke mondingsgebied van de rivier de Schelde. Het is de enige zeetak in de Delta waar nu nog sprake is van een estuarium met open verbinding naar zee. Het betreft een zeer dynamisch gebied, mede door de trechtervorm ervan, waarin het getijverschil naar achteren erg groot wordt. Het estuarium bestaat uit diepe en ondiepe wateren, bij eb droogvallende zand- en slikplaten en schorren (Schor van Waarde en ten zuiden van Rilland). In de Westerschelde is sprake van zandhonger en een vervuilde waterbodem. Binnendijks ligt een aantal gebieden met aan het estuarium gekoppelde natuur.

Tussen de platen en de oevers van de Westerschelde liggen grote en diepe getijdengeulen die gebruikt worden als vaargeul voor zeeschepen die naar de havens van Antwerpen, Terneuzen en Gent varen.

Ook liggen twee belangrijke kanalen in Reimerswaal: Het Kanaal door Zuid-Beveland is een verbindingsweg voor de scheepvaart tussen de Oosterschelde en de Westerschelde. Het Schelde-Rijnkanaal loopt van Antwerpen naar het Volkerak. Het kanaal is belangrijk voor de scheepvaart in zowel Nederland als België.

 

Wat willen we bereiken?

 

  • a.

    Behoud van het gebruik van de Scheldes voor beroepsvaart, aquacultuur en recreatie/pleziervaart.

  • b.

    Behoud van de havens en kanalen voor de plezier- en beroepsvaart.

  • c.

    Herstel van het ecosysteem.

 

Hoe pakken we het aan?

 

  • a.

    Wij faciliteren projecten die gericht zijn op instandhouding van de functies van het water. Als gemeente hebben we hier een bescheiden rol in.

afbeelding binnen de regeling

4.8 Energielandschap

energielandschap

Waar hebben we mee te maken?

In het gebied rondom de Schelde-Rijnverbinding, ten oosten van Rilland spelen veel opgaven en belangen voor de regio. Het gebied is een knooppunt voor energie, mobiliteit en infrastructuur en tegelijkertijd biedt het een uniek landschap met een rijke ontstaansgeschiedenis. De hoofdgebruiker is de landbouw.

In het gebied spelen vijf belangrijke opgaven die te maken hebben met het klimaat en het behouden van de kwaliteit van onze leefomgeving. Dit zijn:

 

  • a.

    Een tekort aan zoet water voorkomen.

  • b.

    De landbouwsector moet verduurzamen en toekomstbestendig worden.

  • c.

    De leef- natuur- en recreatieomgeving verbeteren.

  • d.

    Bijdragen aan de energietransitie. Zorgen dat er voldoende en schone energie beschikbaar is.

  • e.

    Voorzien in de recreatiebehoefte.

 

Wat willen we bereiken?

Onze visie voor het energielandschap is beschreven in de Structuurvisie Groene kamers van Rilland. We beschouwen deze visie als programma onder de Omgevingswet en blijft onverminderd van kracht.

We willen:

 

  • a.

    Beschikbaarheid van voldoende en duurzaam opgewekte energie.

  • b.

    Een robuust watersysteem.

  • c.

    Een toekomstbestendige landbouwsector.

  • d.

    Een gezonde leefomgeving.

  • e.

    Een waardevol landschap om te recreëren.

  • f.

    We hebben de ambitie om het gebied rondom de Schelde-Rijnverbinding, ten oosten van Rilland, duurzaam te ontwikkelen. Onze ambitie om in dit gebied grootschalige opwekking van duurzame energie te clusteren is het vertrekpunt, maar dit mag niet ten koste gaan van het landschap, bestaande functies en andere noodzakelijke opgaven die in het gebied een belangrijke rol moeten krijgen. 

  • g.

    In het gebied staat niet alleen energieopwekking centraal. Het landschap moet ook mooi en divers blijven voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Een landschap waar je al wandelend of fietsend meer te weten komt over de ontstaansgeschiedenis en de opwekking van energie. Waar ruimte is voor meer groen en biodiversiteit en voor de noodzakelijke verduurzaming van de landbouw. Waar voldoende zoet water beschikbaar is op het juiste moment en waar recreatie in Reimerswaal een plek krijgt. 

 

Hoe pakken we het aan?

Door middel van een integrale gebiedsontwikkeling biedt de gemeente kansen voor het invullen van de opgaven. We stimuleren projecten die gericht zijn op:

 

  • a.

    Ruimte voor hernieuwbare energiebronnen en slim energiemanagement. Uitbreiding van opwek, centrale opslag en transport is hier denkbaar.

  • b.

    Het verduurzamen en innoveren van de landbouw.

  • c.

    Het versterken van robuuste en aantrekkelijke natuur.

  • d.

    Het aantrekkelijker maken van het landschap voor recreatie.

 

We maken hierdoor een groen-blauwe structuur door het landschap mogelijk die als een natuur- en landschapsnetwerk door het gebied fungeert; een robuust raamwerk met daarbinnen een flexibele invulling. Daarnaast een recreatief en educatief netwerk in de vorm van wandel- en fietsgelegenheden langs bijzondere plekken in het gebied.

In de visie zijn per gebied kansrijke deelprojecten opgenomen. Op verschillende locaties wordt nagedacht over het ontwikkelen van energieprojecten in combinatie met medegebruik en de vijf urgente opgaven. Initiatiefnemers zijn hierover in gesprek met de gemeenten en omgeving.

Energiemanagement in het gebied is een belangrijk aandachtspunt met als doel om energieprojecten op een slimme wijze aan te sluiten. Op welke wijze kunnen we zon- en windenergie slim aan elkaar koppelen? Hoe kan de opgewekte energie ook weer zo veel mogelijk lokaal en regionaal gebruikt worden? En is die opgewekte energie om te zetten in moleculen, zoals waterstof, waardoor die ook voor de regionale industrie, landbouw of mobiliteit ingezet kan worden? Een zogenaamde energy hub.

afbeelding binnen de regeling

5 Uitvoering en borging

5.1 Inleiding

De Koers 2040 is zelfbindend. Dit betekent dat wij ons verbinden aan de ambities en opgaven die in de Koers 2040 zijn beschreven. Het is belangrijk dat de beleidsambities ook worden uitgevoerd. Wij vervullen verschillende rollen en maken gebruik van diverse instrumenten om ontwikkelingen mogelijk te maken. We hebben de inzet van verschillende partijen nodig. Daarom besteden we aandacht aan de samenwerking met initiatiefnemers. We hebben spelregels voor initiatieven opgesteld en zullen het beleid monitoren om te kijken of het werkt. Waar nodig sturen we bij.

5.2 Rolverdeling (wie doet wat)

Wij hebben verschillende rollen bij het uitvoeren van de visie. Welke rol we kiezen, hangt af van verschillende factoren. Dit kan bijvoorbeeld samenhangen met het uitvoeren van wettelijke taken, wie eigenaar is van de grond, de opgave in het gebied en de hoeveelheid invloed die we als gemeente hebben.

We onderscheiden de volgende rollen:

 

  • a.

    De regisserende gemeente: We vinden samenwerking met andere partijen belangrijk, maar houden wel de regie.

  • b.

    De faciliterende gemeente: We maken ontwikkelingen mogelijk voor inwoners en bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld door het wijzigen van het omgevingsplan, het verstrekken van vergunningen, het geven van subsidies en het meedenken in de beginfase van projecten.

  • c.

    De kaderstellende gemeente: We stellen regels en kaders op, bijvoorbeeld via het omgevingsplan of verordeningen. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het beschermen van monumenten of bomen.

  • d.

    De uitvoerende gemeente: We zorgen ervoor dat de basis in de openbare ruimte op orde is. Dit betekent het aanleggen, beheren en onderhouden van bijvoorbeeld groen, wegen, openbare ruimtes, parken en (fiets)parkeervoorzieningen.

5.3 Doorwerking

De Koers 2040 geeft op hoofdlijnen het beleid voor onze woon- en leefomgeving weer. We gebruiken programma’s om dit beleid verder uit te werken en uit te voeren. Ook vindt doorvertaling plaats naar regels in het omgevingsplan, als beleid juridisch geborgd moet worden. Voor de doorwerking van onze doelen en ambities zetten we ook ambtelijke capaciteit in; begeleiden van processen die onze doelen en ambities dichterbij brengen en relevante partijen met elkaar te verbinden. 

Ook zetten we financiële instrumenten in waar die beschikbaar en nodig zijn.

 

Instrumentarium

De gemeente heeft onder de Omgevingswet verschillende instrumenten beschikbaar om haar ambities te verwezenlijken. In de Omgevingsvisie, hier Koers 2040, geven we onze doelen en ambities op hoofdlijnen weer (wat willen we bereiken?). In een omgevingsprogramma werken we die verder uit en maken we ze concreet, onder meer door specifieke maatregelen te benoemen, een rol- en taakverdeling te beschrijven en, indien van toepassing, financiering en fasering aan te geven.

Deze instrumenten binden de gemeente. In het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) wordt het (uitgewerkte) beleid vertaald in regels die bindend zijn voor iedereen.

In de toekomst hebben we dus nog maar één visie: de Koers 2040/de omgevingsvisie van Reimerswaal. Er blijft behoefte om voor bepaalde thema’s of gebieden nog steeds visies op te stellen. Die noemen we in de toekomst programma’s (thematische of gebiedsprogramma’s. Daar wordt in de Koers 2040 naar verwezen.

 

Omgevingsprogramma

Uitwerking van beleid en het nemen van maatregelen voor een specifiek gebied of thema kan door het opstellen van omgevingsprogramma’s. Een programma bevat concrete stappen die de gemeente neemt om haar doelen te bereiken. Het gaat om maatregelen, een planning en de benodigde capaciteit en een rol- en taakverdeling.

Naast thematische programma’s, zoals bijvoorbeeld een programma Wonen en zorg, kan de gemeente gebruik maken van gebiedsprogramma’s voor specifieke gebieden waar grotere ontwikkelingen worden verwacht, zoals bijvoorbeeld voor het energielandschap. In deze programma’s zorgen we voor gebiedsgericht maatwerk, een integrale benadering en het verbinden van sociale en ruimtelijke opgaven. Bij het opstellen van programma’s worden de uitgangspunten uit de Koers 2040 verder uitgewerkt. 

Onderstaande tabel geeft per thema de programma’s weer.

Tabel Programma’s per thema

Thema

programma’s

toelichting

Aantrekkelijke en betaalbare woon- en leefomgeving

Programma Wonen en zorg

Uitwerking woningbouwopgaven, zorg gerelateerde woningbouw, voorzieningen en samenhang met welzijn.

 

Programma Recreatie en toerisme

Uitwerking van het toeristisch recreatief beleid.

 

Programma Financiële bijdragen

Programma dat financieel kan bijdragen aan leefbaarheid.

Robuuste economie

Programma Bedrijventerreinen

De tekst verwijst naar het regionale bedrijventerreinprogramma 2024-2028 en gemeentelijke initiatieven voor economische ontwikkeling, maar noemt geen specifieke programmanaam binnen de gemeente. Wel wordt gesproken over het stimuleren van innovatie en verduurzaming binnen het economische domein.

Duurzaamheid

Programma Duurzaamheid

Uitwerking energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulaire economie.

 

Programma Groene kamers van Rilland

De voormalige structuurvisie gaat als programma verder.

 

Programma Erfgoed

Uitwerking van beleid voor erfgoed en archeologie.

Zelfredzame samenleving

Programma Welzijn

Programma dat welzijnsbeleid uitwerkt, gericht op eigen kracht, preventie en ondersteuning.

Bereikbaarheid

Programma Mobiliteit

Beleidsdoelen en maatregelen voor duurzame en toekomstbestendige mobiliteit.

Dienstverlening

Programma Dienstverlening

Uitwerking integrale werkwijze dienstverlening o.a. als ondersteuning van de benodigde onderlinge samenhang op de dossiers.

 

 

Omgevingsplan en omgevingsvergunning

Andere instrumenten die we gebruiken om het beleid van de Koers 2040 door te laten werken, zijn het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Deze instrumenten bevatten regels (het omgevingsplan) of officiële toestemming (de omgevingsvergunning) voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld voor het bouwen van een gebouw of het kappen van een boom. Het omgevingsplan is bindend voor iedereen.

afbeelding binnen de regeling

5.4 Wat betekent dit voor onze dienstverlening?

In het voortraject hebben we in eerste instantie opgaven per thema benoemd, en deze na een laatste consultatie aan de gemeenteraad op 3 december 2024 samengevoegd tot gecombineerde opgaven. Deze zijn uitgewerkt in De Koers 2040. Eén van de vragen die we in het voortraject hebben gesteld, was: ‘Hoe kunnen wij invulling geven aan de opgaven (1 t/m 4) vanuit onze visie op dienstverlening?’

 

De belangrijkste drager van onze dienstverlening zijn onze kernwaarden: Betrouwbaar, Flexibel, Eerlijk en Daadkrachtig. Vanuit een open houding maken we duidelijke afspraken. We toetsen hierbij altijd aan het algemeen belang, dat is onze taak als overheid. We tonen lef, en pakken door. In deze visie wordt zichtbaar dat thema’s niet los van elkaar staan. Dit vraagt van onze gemeentelijke organisatie een integrale werkwijze. Hier werken we al aan. Dit willen we versterken door o.a. meer projectmatig te werken en de doelen en ambities van de Koers 2040, die domeinoverstijgend zijn, te borgen in onze sturing. Hiervoor stellen wij een Programma Dienstverlening op.

 

De Koers 2040 helpt ons inhoudelijk om te beoordelen of initiatieven ook bijdragen aan onze doelen en ambities. Hierna gaan wij daar specifiek op in. 

5.5 Hoe gaan we om met nieuwe ontwikkelingen?

Kernwaarden in de rol van de gemeente zijn “betrouwbaar, flexibel, eerlijk en daadkrachtig”. Van ons mag verwacht worden dat er duidelijke afspraken worden gemaakt, waardoor verwachtingen helder zijn. Vraagstukken benaderen we integraal. Als wij een vraag of verzoek krijgen hebben wij een open houding. 

 

De capaciteit van een kleine ambtelijke organisatie heeft grenzen, maar we zien vooral mogelijkheden en we faciliteren graag initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan de doelen van de visie. We gaan graag de dialoog aan om tot oplossingen te komen. Natuurlijk vinden wij het veel leuker om ‘ja’ dan ‘nee’ te zeggen, maar als gemeente toetsen wij individuele verzoeken aan het algemene, collectieve belang. Als iets niet kan, dan wordt dat zorgvuldig en begrijpelijk uitgelegd.

 

De visie helpt bij de toetsing en geeft duidelijkheid over de ontwikkelingen die wel of niet wenselijk zijn (waar beschermen, waar ontwikkelen) en de visie stuurt op hoofdlijnen. Hierbij betrekken we de instrumenten (regels in het omgevingsplan, uitvoering in projecten of programma’s) en de rol van initiatiefnemers.

 

Behoud en versterken van de bijzondere kwaliteiten van onze gemeente staat centraal in de Koers 2040. Aan deze aspecten (kernkwaliteiten) mag geen afbreuk worden gedaan. 

 

Nieuwe initiatieven moeten bijdragen aan het behoud en de versterking van de relevante thematische doelen en doelen voor het deelgebied waarin het initiatief ligt.

 

De gemeente heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit, dat wil zeggen voor een leefomgeving die veilig, gezond en aantrekkelijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaat over gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Ruimtelijke kwaliteit krijgt betekenis door deze waarden te koppelen aan maatschappelijke belangen op het vlak van economie, ecologie, cultuur en gezondheid en welzijn.

 

Onze belangrijkste ruimtelijke kwaliteiten staan in hoofdstuk 2. Om onze ambities te bereiken, is het belangrijk de omgevingskwaliteiten die daar onder vallen te beschermen en te versterken. Binnen de dorpen is de ruimte beperkt. Daarom gaan we slim, strategisch en zorgvuldig om met de ruimte die we hebben.

Nieuwe initiatieven dragen, zowel boven de grond als eronder, bij aan de ambitie en opgaven van de gemeente. In het omgevingsplan nemen we regels op die ervoor zorgen dat nieuwe initiatieven bijdragen aan de omgevingskwaliteiten.

 

We willen als gemeente zo vroeg mogelijk in het planproces duidelijkheid geven over de kans van slagen van een initiatief. We beoordelen tijdens de intake van een initiatief de wenselijkheid ervan. Dat is het geval als het initiatief past in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), of bijdraagt aan de doelen en ambities van de Koers 2040 en ander beleid. Een initiatief moet bijdragen aan het behoud en de versterking van de relevante thematische doelen en doelen voor het deelgebied waarin het initiatief ligt. 

 

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten in balans zijn met een groene en gezonde leefomgeving, die fysiek en sociaal veilig, klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Voor elke ontwikkeling onderzoekt de initiatiefnemer welke thema’s en gebiedsaanduidingen relevant zijn en wordt aangegeven hoe hier in het initiatief mee wordt omgegaan. Per ruimtelijke ontwikkeling maken wij de integrale afweging tussen doelen en randvoorwaarden.

 

Daarnaast beoordelen wij initiatieven op haalbaarheid. Een initiatiefnemer onderzoekt hiervoor of een ontwikkeling uitvoerbaar is voor wat betreft de omgevingsaspecten (zoals ruimtelijke kwaliteit en milieunormen) en de relevante instructieregels van andere overheden. Zo mag een nieuwe ontwikkeling bijvoorbeeld geen belangrijke negatieve effecten hebben op de natuur.

 

Bij het beoordelen van een initiatief houden we met alle belangen rekening. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor de participatie met de omgeving. De participatie moet op de juiste manier hebben plaatsgevonden en de inbreng heeft zo mogelijk geleid tot een beter plan. We wegen het draagvlak af tegen het maatschappelijk belang van het initiatief.

5.6 Beoordeling potentiële milieueffecten

Bij het voorbereiden van een omgevingsvisie4 moet rekening worden gehouden met een mogelijke verplichting tot het doorlopen van een milieueffectrapportage (m.e.r.). De omgevingsvisie is namelijk kaderstellend voor ruimtelijke ontwikkelingen die milieugevolgen met zich mee kunnen brengen. Daarbij gaat het met name om de uitbreidings-, herstructurerings- en inbreidingslocaties waarbij in veel gevallen sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ zoals bedoeld in de m.e.r.-regelgeving. Gezien de aard en omvang van de mogelijke ontwikkelingen binnen onze gemeente is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar moet worden beoordeeld of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden die aanleiding geven tot het doorlopen van een m.e.r. Daarbij moet rekening worden gehouden met de criteria uit de Europese m.e.r.-richtlijn (die samenhangen met de locatie, de kenmerken en de potentiële milieugevolgen van de projecten die mogelijk zijn binnen de kaders van de Omgevingsvisie).

Waar het gaat om de locaties van de stedelijke ontwikkelingen is van belang dat in de omgevingsvisie wordt ingezet op zorgvuldig, intensief en multifunctioneel ruimtegebruik.

 

Op de visiekaart zijn de mogelijke ontwikkelingslocaties aangeduid. De grotere ontwikkelingslocaties liggen binnen en aansluitend aan de dorpen en bedrijventerreinen. In de Koers 2040 worden geen gedetailleerde programmatische uitgangspunten vastgelegd. De mogelijke milieugevolgen kunnen daarom slechts op hoofdlijnen worden beoordeeld. De Koers 2040 legt de ambities en randvoorwaarden voor nieuwe ontwikkelingen binnen de verschillende gebieden vast. Alle relevante omgevingsaspecten spelen nadrukkelijk een rol in de visie op de gebieden (hoofdstuk 4). Zo is er aandacht voor bereikbaarheid voor alle vervoersvormen, de veiligheid waaronder de verkeersveiligheid, de milieubelasting (geluid, luchtkwaliteit, veiligheid, magneetveldzones hoogspanningsverbindingen) en daarmee samenhangende gezondheidseffecten.

Verder wordt in de Koers 2040 ingezet op kwaliteitsverbetering, behoud en versterking van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. Onderdeel daarvan is ook het voorkomen van een toename van stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden. De toetsing aan de Koers 2040 en de geldende wet- en regelgeving vraagt om maatwerk dat pas geleverd kan worden op het moment dat sprake is van een concreet initiatief. Gezien de uitgangspunten en kaders die in de Koers 2040 zijn vastgelegd voor toekomstige ontwikkelingen, kunnen op het niveau van de Omgevingsvisie belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten. Om die reden is het doorlopen van een (plan)m.e.r.-procedure niet nodig.

Uiteraard zijn er de nodige aandachtspunten bij de verdere uitwerking van de plannen en de onderzoeksopgave in het kader van de benodigde vervolgbesluiten. Gedetailleerd onderzoek vindt plaats op het moment dat sprake is van een concreet initiatief. In het kader van de benodigde wijziging van het omgevingsplan (of afwijking van het omgevingsplan) is in veel gevallen op projectniveau een m.e.r.-beoordeling nodig. Bij meerdere ontwikkelingen op korte afstand van elkaar dient dan ook aandacht te worden besteed aan mogelijke cumulatie van milieugevolgen, bijvoorbeeld waar het gaat om de verkeersgerelateerde effecten. Bij alle toekomstige ontwikkelingen is specifiek aandacht nodig voor de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden.

 

4 De Koers 2040, strategische visie Reimerswaal is tevens omgevingsvisie. In deze paragraaf wordt gerefereerd aan het instrument omgevingsvisie in relatie tot de wettelijke bepalingen die gelden voor milieueffectrapportages.

afbeelding binnen de regeling

5.7 Financiering

Het realiseren van de ambities en doelen uit de Koers 2040 kost geld. Er zijn grote investeringen nodig van de gemeente, bedrijven, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars en ook van de inwoners zelf. Wij zijn als gemeente bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de inrichting van een veilige, duurzame en klimaat adaptieve openbare ruimte. Bij inwoners denken wij aan investeringen in en rondom het huis, zoals isoleren, het plaatsen van zonnepanelen en het groener en minder stenig maken van tuinen. De investeringen dragen bij aan verschillende opgaven op het gebied van klimaat, duurzame energie, duurzame bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, passend woningaanbod en voorzieningen.

 

Het is niet mogelijk om bij het vaststellen van de Koers 2040 een compleet beeld te hebben van alle uitvoeringskosten die voortkomen uit de ambities en stedelijke opgaven. De financiering wordt vooral gekoppeld aan programma’s en projecten.

Initiatiefnemers die bouwen in de gemeente en daarmee inkomsten genereren, dragen op twee manieren bij aan de gemeenschap. Direct door via de ontwikkeling invulling te geven aan de opgaven en indirect via financiering van kwaliteitsimpulsen die de gemeente geeft aan onze leefomgeving. 

 

Binnen gebiedsontwikkeling is sprake van enerzijds gemeentelijke grondexploitaties (actieve grondpolitiek) en anderzijds particuliere grondexploitaties (faciliterende grondpolitiek). De kosten die binnen de eigen grondexploitaties worden gemaakt, worden verrekend in de vastgestelde grondprijzen. Bij faciliterende projecten wordt kostenverhaal (o.a. zowel kosten ambtelijk apparaat als investeringen) via anterieure overeenkomsten geborgd. 

De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen.

 

Naast het kostenverhaal kan ook door de gemeenteraad worden besloten tot financiële bijdragen bij gebiedsontwikkelingen. Dat zijn bijdragen voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Denk hierbij aan een bijdrage aan bijvoorbeeld het netwerk van wegen, groen, gezonde luchtkwaliteit en andere openbaar toegankelijke gemeente brede voorzieningen. Dit zijn investeringen waar de hele gemeenschap voordeel van heeft en die nodig zijn om de leefomgeving leefbaar en gezond te houden.

 

In essentie houdt dit in dat bijdragen van initiatiefnemers van een ontwikkeling met nieuwe woningen of bedrijven (bijvoorbeeld particulieren, ontwikkelaars of de gemeente), worden besteed aan vooraf vastgestelde investeringen. Hiermee is de initiatiefnemer op de hoogte waarvoor zijn/haar bijdrage (mede) bedoeld is en welke doelen (lees: projecten) (mede) gefinancierd worden vanuit de bijdrage. 

Deze financiële bijdragen hebben tot doel om ruimtelijke ontwikkeling en groei mogelijk te maken, met daarbij oog voor de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en vitaliteit van de kernen en met de ambitie om ook de bedrijventerreinen een impuls te geven. Dit houdt de kernen en bedrijventerreinen vitaal, maar moet er tegelijkertijd voor zorgen dat een bijdrage wordt geleverd aan een passend woningaanbod, aan de leefbaarheid, de ruimte voor bedrijvigheid en innovatie, de recreatieontwikkeling en het saneren van ongewenste situaties. 

 

Die initiatieven leveren een bijdrage aan de voorgenomen investeringen die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. Op basis van deze visie en de criteria in het nog op te stellen Programma Financiële bijdragen, wordt de te betalen financiële bijdrage vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. De gedachte hierbij is dat woningbouwontwikkelingen bijdragen aan de verbetering van de leefbaarheid en de woon- en leefomgeving. De gedachte voor ontwikkelingen met bedrijven is dat deze bijdragen aan revitalisering en transformatie van bedrijven(terreinen).

 

Onze visie op het grondbeleid staat in de Nota grondbeleid. Wij voeren in het algemeen een sturend en actief grondbeleid waarbij de werkwijze aansluit op de Omgevingswet. Per situatie en locatie wordt beoordeeld welke strategie het meest geschikt is.

 

Indien investeringen worden verhaald op initiatiefnemers zal de functionele samenhang van de betalende activiteit en investeringen worden onderbouwd en vastgelegd in een nog op te stellen en uit te werken programma (Financiële bijdragen).

5.8 Hoe houden we de visie actueel?

We willen de visie actueel houden door deze te monitoren, evalueren en periodiek te herijken. We houden goed in de gaten hoe de gemeente zich ontwikkelt en monitoren de omgevingswaarden. Dit helpt ons om ervoor te zorgen dat we op de juiste koers blijven met onze plannen.

De Koers 2040 biedt een stip op de horizon, maar is nooit helemaal af. We bekijken regelmatig of we nog op de juiste weg zitten en of aanpassingen nodig zijn. Daarom plannen we minstens elke vier jaar een herijking om te controleren of we onze ambities nog steeds kunnen halen of dat we ze moeten aanpassen.

We gebruiken hiervoor de beleidscyclus van de Omgevingswet. Op deze manier zorgen we ervoor dat onze visie blijft aansluiten bij de behoeften en ontwikkelingen die op ons afkomen.

Figuur beleidscyclus
afbeelding binnen de regeling

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

bedrijventerreinen

/join/id/regdata/gm0703/2025/8b060f52bbb74d54b1971f35973c8d27/nld@2025‑10‑21;14014757

buitengebied

/join/id/regdata/gm0703/2025/dbb3372e91634e29bdb40184d29f35e3/nld@2025‑10‑21;14014757

dorpen en buurtschappen

/join/id/regdata/gm0703/2025/97f57aa63ff042f0a6d99b00a23d2d68/nld@2025‑10‑21;14014757

energielandschap

/join/id/regdata/gm0703/2025/90fa6603c7a04781b09cf88dd91c54d5/nld@2025‑10‑21;14014757

ontwikkelingsgebied bedrijventerrein

/join/id/regdata/gm0703/2025/d95978d5d8314063a5a797a547cc3f01/nld@2025‑10‑21;14014757

ontwikkelingsgebied dorpskern & wonen

/join/id/regdata/gm0703/2025/c2a01a27ab094540957a1564c76a32e8/nld@2025‑10‑21;14014757

scheldes en kanalen

/join/id/regdata/gm0703/2025/8711234bca994c06abbc872a58e8c447/nld@2025‑10‑21;14014757

Naar boven