Marktverordening gemeente Ridderkerk

De raad van de gemeente Ridderkerk,

 

Gelezen:

  • het voorstel van het college d.d. 2 september 2025 met zaaknummer 2025-021411

gelet op:

  • artikel 147, eerste lid, artikel 149 en artikel 160, eerste lid onder g van de Gemeentewet;

overwegende dat:

  • het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop van en de veiligheid op de markt;

besluit:

  • vast te stellen de Marktverordening gemeente Ridderkerk.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;

  • b.

    Markt: de door het college op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet ingestelde warenmarkt in Ridderkerk;

  • c.

    Vergunninghouder: degene aan wie door het college een vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats op de markt;

  • d.

    Standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  • e.

    Standplaatsvergunning: de vergunning, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid;

  • f.

    Vaste standplaats: een standplaats die voor een bepaalde tijd ter beschikking is of wordt gesteld aan een vergunninghouder;

  • g.

    Dagplaats: een standplaats die per (één) marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een handelaar, omdat deze standplaats niet als vaste standplaats is toegewezen of wordt ingenomen;

  • h.

    Standwerkersplaats: een standplaats die op een marktdag ter beschikking wordt gesteld voor het standwerken;

  • i.

    Standwerken: de activiteit waarbij de standwerker publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;

  • j.

    Anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats;

  • k.

    Marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college;

  • l.

    Marktreglement: de door het college vastgestelde nadere regels betreffende het bepaalde in deze verordening, zoals bedoeld in artikel 3;

  • m.

    Branche: de door het college in de bijlage bij het Marktreglement beschreven waren en producten of artikelgroepen, die op de markt mogen worden aangeboden;

  • n.

    Marktgeld: het recht, zoals bedoeld in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet dat geheven wordt voor het gebruik van enig gedeelte van openbare gebouwen, terreinen, pleinen en straten, gedurende de op grond van deze verordening gehouden markten;

  • o.

    Marktterrein: een door het college bij het instellen van de markt aangewezen en afgebakende ruimte in het openbaar gebied, die gedurende het door het college bepaalde tijdvak is bestemd voor het houden van de markt;

  • p.

    Marktcommissie: de door het college ingestelde commissie, zoals bedoeld in artikel 5.

Artikel 2 Inrichting van de markt; branche-indeling

  • 1.

    Het college bepaalt ten aanzien van de markt:

    • a.

      het aantal standplaatsen;

    • b.

      de afmetingen van de standplaatsen;

    • c.

      de opstelling en indeling van de markt;

    • d.

      welke standplaatsen worden aangewezen als vaste standplaats en standwerkersplaats.

  • 2.

    Het college kan voor de markt vaststellen:

    • a.

      een lijst met artikelengroepen of branches;

    • b.

      een maximum aantal standplaatsen per branche.

Artikel 3 Nadere regels (Marktreglement)

  • 1.

    Het college kan in nadere regels, het Marktreglement, regels stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

  • 2.

    In het Marktreglement bepaalt het college in ieder geval:

    • a.

      de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden;

    • b.

      de grenzen van het marktterrein en de opstelling van de standplaatsen binnen de grenzen van het marktterrein;

    • c.

      de maximale afmetingen van de standplaatsen;

    • d.

      de branches waarvoor een standplaatsvergunning aangevraagd kan worden;

    • e.

      de termijn waarbinnen een standplaatsvergunning aangevraagd kan worden (aanvraagtermijn);

    • f.

      de procedure, waarbij de toewijzing van vrijkomende vaste standplaatsen plaatsvindt op basis van een door het college vast te stellen beoordeling en selectie (selectieprocedure);

    • g.

      de instelling, samenstelling en werkwijze van de marktcommissie en haar ambtelijke ondersteuning en de aspecten die de marktcommissie in haar advies betrekt;

    • h.

      met welke procedure en aan de hand van welke criteria wordt bepaald welke aanvrager voor een standwerkersplaats of dagplaats in aanmerking komt;

    • i.

      in welke gevallen het college aan de vergunninghouder een sanctie oplegt (sanctiematrix);

    • j.

      de wijze waarop een aanvraag tot wijziging van een vergunning ingediend moet worden.

  • 3.

    In het Marktreglement kan het college ten aanzien van het gedrag op het marktterrein nadere regels stellen die strekken tot bescherming van het belang van:

    • a.

      een veilige, ordelijke, eerlijke, ondernemers- en consumentvriendelijke markt;

    • b.

      afvalpreventie en het doelmatig inzamelen en scheiden van op de markt aanwezige afvalstoffen;

    • c.

      het waarborgen van de bruikbaarheid en het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte;

    • d.

      het voorkomen en beperken van overlast, hinder en schade.

Artikel 4 Marktmeester

Het college wijst één of meer marktmeesters aan.

Artikel 5 Marktcommissie

Het college stelt een commissie van advies in die tot taak heeft het college te adviseren inzake marktaangelegenheden (marktcommissie).

Artikel 6 Algemene verboden

  • 1.

    Het is verboden te handelen in strijd met het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

  • 2.

    Degene aan wie bij of krachtens deze verordening een vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

  • 3.

    Het is verboden tijdens de duur van de markt op het marktterrein rond te lopen of te rijden met goederen ter promotie of verkoop.

  • 4.

    Van het verbod in het vorige lid kan het college ontheffing verlenen, voor zover het betreft de verkoop van eet- en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders. Het verkopen en verstrekken van alcoholhoudende dranken is te allen tijde verboden.

  • 5.

    Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met een motorvoertuig of een ander voertuig op het marktterrein te rijden, met uitzondering van gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen. Onder dit verbod wordt niet verstaan: het aan de hand meevoeren van een fiets al dan niet met trapondersteuning.

  • 6.

    Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt te venten of te flyeren met gedrukte of geschreven stukken dan wel met afbeeldingen.

  • 7.

    Het is verboden op de markt een artikel aan te prijzen als een geneesmiddel, zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet.

Artikel 7 Verplaatsen, gewijzigd inrichten of afgelasten van de markt

  • 1.

    Het college kan in bijzondere gevallen de markt geheel of gedeeltelijk verplaatsen, gewijzigd inrichten of afgelasten.

  • 2.

    Van een bijzonder geval, zoals bedoeld in het eerste lid, is in elk geval sprake bij noodzakelijke (civieltechnische) werkzaamheden aan het marktterrein of bij bepaalde evenementen of bepaalde weersomstandigheden.

  • 3.

    Het college kan in het Marktreglement bepalen in welke andere gevallen toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste lid.

  • 4.

    Als sprake is van geheel of gedeeltelijke verplaatsing, gewijzigde inrichting of afgelasting van de markt, wordt dit tijdig door of namens het college aan de vergunninghouders van de markt meegedeeld.

  • 5.

    Bij onvoorziene omstandigheden beslist de marktmeester over geheel of gedeeltelijke verplaatsing, gewijzigde inrichting of afgelasting van de markt.

Hoofdstuk 2 Bepalingen over vergunningen

Artikel 8 Vergunningplicht

  • 1.

    Het is verboden een standplaats op de markt in te nemen zonder vergunning van het college.

  • 2.

    Een standplaatsvergunning voor een vaste standplaats wordt verleend voor een termijn van 20 jaar.

Artikel 9 Persoonlijk karakter van vergunningen

Elke op grond van een bij of krachtens deze verordening verleende vergunning is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. De vergunning kan vergund worden aan een rechtspersoon maar wordt altijd op naam gesteld.

Artikel 10 Weigeringsgronden

  • 1.

    Het college weigert de standplaatsvergunning, indien:

    • a.

      de aanvrager bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt;

    • b.

      de aanvraag is ingediend buiten de termijn waarbinnen de standplaatsvergunning kon worden aangevraagd;

    • c.

      voor alle standplaatsen reeds een standplaatsvergunning is verleend;

    • d.

      het assortiment van aanvrager niet binnen één branche valt;

    • e.

      het maximale aantal standplaatsvergunningen is verleend voor de branche waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;

    • f.

      verlening van de aangevraagde vergunning naar het oordeel van het college leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de in artikel 3, derde lid, genoemde belangen;

    • g.

      de aanvrager minderjarig is en/of niet gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.

  • 2.

    Het college kan de marktcommissie om advies vragen.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in de vorige leden kan het college in zijn nadere regels bepalen in welke categorieën gevallen het college ter bescherming van de in artikel 3, derde lid, genoemde belangen, een standplaatsvergunning weigert of kan weigeren.

Artikel 11 Voorschriften en beperkingen; geen positieve beschikking bij niet tijdig beslissen

  • 1.

    Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een bij of krachtens deze verordening verleende vergunning. Deze voorschriften of beperkingen strekken slechts ter bescherming van één of meer van de belangen, zoals genoemd in artikel 3, derde lid.

  • 2.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de bij of krachtens deze verordening te verlenen vergunningen.

Artikel 12 Intrekken, wijzigen of schorsen van vergunningen

  • 1.

    Het college kan een bij of krachtens deze verordening verleende vergunning intrekken, schorsen of wijzigen, indien:

    • a.

      op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, intrekking, wijziging of schorsing noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;

    • b.

      gehandeld is in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze verordening;

    • c.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

    • d.

      ter verkrijging van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

    • e.

      de vergunninghouder een natuurlijk persoon is: bij zijn overlijden;

    • f.

      de vergunninghouder een rechtspersoon is: bij de beëindiging, verkoop of wijziging van zijn onderneming;

    • g.

      de vergunninghouder daartoe een schriftelijk verzoek doet;

    • h.

      de vergunninghouder het verschuldigde marktgeld niet of niet tijdig voldoet;

    • i.

      de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

    • j.

      de vergunninghouder de marktmeester of toezichthouder belemmert in de uitoefening van zijn taak of de door de markmeester of toezichthouder gegeven aanwijzingen niet naleeft;

    • k.

      zich daartoe een situatie voordoet, zoals beschreven in de door het college vastgestelde sanctiematrix.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan het college in zijn nadere regels bepalen in welke categorieën gevallen het college ter bescherming van de in artikel 3, derde lid, genoemde belangen, een op grond van deze verordening verleende vergunning kan intrekken, wijzigen of schorsen.

Artikel 13 Dagplaatsen en standwerkersplaatsen

  • 1.

    Een marktplaats waarvoor geen marktplaatsvergunning is verleend of waarvan de houder van een marktplaatsvergunning de marktplaats met kennisgeving niet inneemt, kan op schriftelijk verzoek als dagplaats of standwerkersplaats worden aangewezen door de marktmeester.

  • 2.

    Indien het verzoek door de marktmeester wordt gehonoreerd en de aanvrager het verschuldigde marktgeld heeft betaald, verstrekt de marktmeester een afschrift van het betalingsbewijs aan de aanvrager.

Artikel 14 Onmiddellijke verwijdering

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen, indien:

  • a.

    hij het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;

  • b.

    hij zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

  • c.

    hij de marktmeester belemmert in het uitoefenen van zijn functie;

  • d.

    hij de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet opvolgt;

  • e.

    de sanctiematrix dit voorschrijft.

Hoofdstuk 3 Overgangs-, straf- en slotbepalingen

Artikel 15 Algemeen

  • 1.

    Voorschriften gegeven bij of krachtens deze verordening, die zich richten tot de vergunninghouder, richten zich tevens tot zijn vervanger en zijn medewerkers.

  • 2.

    Handelen of nalaten door de vervanger of medewerkers van de vergunninghouder in strijd met of in afwijking van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, worden aangemerkt als handelen of nalaten door de vergunninghouder.

  • 3.

    Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op handelaren met een marktplaatsvergunning voor een standwerkers- of dagplaats.

Artikel 16 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Vóór de inwerkingtreding van deze verordening verleende vaste standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd blijven gehandhaafd, zolang de betreffende vergunning wordt gebruikt door de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie deze vergunning oorspronkelijk is verleend.

  • 2.

    Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend onder de Marktverordening gemeente Ridderkerk 2012, maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze verordening worden afgehandeld overeenkomstig deze verordening.

  • 3.

    De bestaande anciënniteitslijst wordt gelijkgesteld met de anciënniteitslijst onder deze verordening.

Artikel 17 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening kan worden gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 18 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de marktmeester en de bij besluit van het college daartoe aangewezen personen.

Artikel 19 Intrekking oude regeling

De Marktverordening Ridderkerk 2012, met bijbehorende bijlagen, wordt ingetrokken.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

Artikel 21 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Ridderkerk.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Ridderkerk in de openbare vergadering van 16 oktober 2025.

de griffier,

mr. O. Vliegenthart

de voorzitter,

dhr. C.A. Oosterwijk

Naar boven