Gemeenteblad van Leiden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leiden | Gemeenteblad 2025, 457901 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leiden | Gemeenteblad 2025, 457901 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Regio Holland Rijnland
De gemeenteraden en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen,
de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland per 30 oktober 2025 inhoudelijk en in naam te wijzigen en opnieuw vast te stellen, c.q. per 30 oktober 2025 deel te nemen aan de aldus inhoudelijk en in naam te wijzigen en opnieuw vast te stellen regeling overeenkomstig onderstaande tekst,
Hiermee komt de gemeenschappelijke regeling als volgt te luiden:
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Waar in de Regeling artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van gemeente, de Raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk Holland Rijnland, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter.
Holland Rijnland heeft tot doel vanuit de gedachte van verlengd lokaal bestuur om, met inachtneming van wat verder in de Regeling is bepaald, de gemeenschappelijke belangen van de Deelnemende gemeenten te behartigen en de samenwerking tussen de Deelnemende gemeenten in Holland Rijnland te stimuleren en te faciliteren door:
De in het eerste lid genoemde belangenbehartiging omvat, met erkenning van de eigen bevoegdheden van de besturen van de Deelnemende gemeenten, het gevraagd of ongevraagd adviseren over aangelegenheden op het gebied van ruimtelijke en economische aangelegenheden en waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen, dat zij voor de intergemeentelijke verhoudingen en regionale ontwikkelingen van wezenlijk belang zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in:
HOOFDSTUK 3 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Holland Rijnland kan, binnen het belang en het doel van de Regeling als bedoeld in artikel 3, ook taken verrichten voor andere dan de Deelnemende gemeenten, met dien verstande dat de omvang van deze taken niet meer mag bedragen dan toelaatbaar is op basis van de criteria volgens het geldende aanbestedingsregime.
Artikel 5 Bevoegdheden uit te voeren taken
Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen dragen de Raden en Colleges de bevoegdheden ten aanzien van de hieronder genoemde taken over aan het Algemeen Bestuur van de Regeling, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft:
Artikel 7 Bijzondere besluitvormingsprocedure
Om de Raden van de Deelnemende gemeenten in staat te stellen tijdig hun zienswijzen over belangrijke besluiten te geven worden de concepten daarvan aangeboden tenminste twaalf weken voordat over deze besluiten in het Algemeen Bestuur wordt besloten. De vertegenwoordigende organen kunnen bij het Dagelijks Bestuur een zienswijze indienen. Het Dagelijks Bestuur zendt de zienswijzen aan het Algemeen Bestuur, waarbij het Dagelijks Bestuur een advies over de zienswijzen kan toevoegen.
Artikel 9 Samenstelling Algemeen Bestuur
De Raden wijzen ieder drie leden aan als lid van het Algemeen Bestuur waarvan tenminste één lid ook Collegelid is. De Raden kunnen voor ieder lid ook één plaatsvervangend lid aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze Regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het Algemeen Bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid.
De aanwijzing van de leden van het Algemeen Bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de Raden van de Deelnemende gemeenten in de nieuwe samenstelling. Wanneer een Raad hieraan niet voldoet, blijft het lid uit de desbetreffende Raad of College zijn lidmaatschap van het Algemeen Bestuur vervullen totdat de opvolger is aangewezen. Een uitzondering hierop is de situatie dat de betreffende leden geen deel meer uitmaken van het gemeentebestuur. In dat geval ontstaat een vacature die tijdelijk niet door de betreffende Deelnemende gemeente wordt opgevuld.
Artikel 10 Werkwijze van het Algemeen Bestuur
Uiterlijk 14 dagen vóór een vergadering van het Algemeen Bestuur worden, plaats en agenda en bijbehorende voorstellen bekend gemaakt door publicatie op de website van Holland Rijnland. De agenda en bijbehorende voorstellen, behalve die waarop geheimhouding rust, worden tegelijkertijd ter inzage gelegd bij Holland Rijnland.
De vergadering van het Algemeen Bestuur wordt niet geopend voordat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Als dit niet het geval is, belegt de Voorzitter een nieuwe vergadering tegen een tijdstip dat tenminste 24 uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. In de nieuwe vergadering is een aanwezigheid van meer dan de helft van de leden niet van toepassing.
Bij verhindering of ontstentenis van de Voorzitter of de secretaris in het Algemeen of Dagelijks Bestuur worden deze vervangen door de vicevoorzitter, respectievelijk de plaatsvervangend secretaris. Bij verhindering of ontstentenis van de Voorzitter, de (plaatsvervangend) secretaris en de vicevoorzitter wijst het Algemeen Bestuur één van zijn leden aan die de Voorzitter vervangt.
Onder het inwonertal van een Deelnemende gemeente wordt verstaan de door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het lopende jaar openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Als de leden van een Deelnemende gemeente door wijziging van het inwoneraantal een groter dan wel een kleiner stemgewicht krijgen, wordt daaraan bij het eerstvolgende kalenderjaar toepassing gegeven.
Bij staking van stemmen over zaken wordt het nemen van een besluit tot de volgende vergadering uitgesteld. In deze vergadering wordt bij staking van stemmen het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Bij staking van stemmen over personen wordt een herstemming gehouden, als de stemmen bij herstemming staken, beslist terstond het lot.
Artikel 12 Openbaarheid vergaderingen Algemeen Bestuur
De deuren worden gesloten wanneer tenminste één vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of als de Voorzitter dat nodig oordeelt. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Over de geheimhouding is het bepaalde in artikel 23 Wgr van toepassing. Alleen de leden van het Algemeen Bestuur zijn gerechtigd een besloten vergadering bij te wonen, tenzij door het Algemeen Bestuur in besloten vergadering anders wordt beslist. Van een besloten vergadering worden afzonderlijke notulen opgesteld.
Artikel 13 Reglement van Orde Algemeen Bestuur
Het Algemeen Bestuur stelt een Reglement van Orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Het reglement en eventuele besluiten ter zake daarin aan te brengen wijzigingen, brengt het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk ter kennis van de gemeentebesturen.
Artikel 15 Samenstelling Dagelijks Bestuur
In de eerste vergadering van elke zittingsperiode en de eerste vergadering na een wijziging in de samenstelling van het Dagelijks Bestuur, maken de leden van het Dagelijks Bestuur onderling afspraken over de portefeuilleverdeling en over de onderlinge plaatsvervanging. Deze afspraken worden medegedeeld aan het Algemeen Bestuur en aan de Deelnemende gemeenten
Een lid van het Dagelijks Bestuur kan, in geval van tijdelijke afwezigheid, worden vervangen door een ander lid van het Dagelijks Bestuur of, als dit niet mogelijk is, door een door het Algemeen Bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid. Deze tijdelijke vervanging kan ook plaatshebben als een lid van het Dagelijks Bestuur het Voorzitterschap waarneemt.
De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van dat Bestuur af met ingang van de dag, waarop de zittingsperiode van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie evenwel waarnemen tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks Bestuur heeft aangewezen. Een uitzondering hierop is de situatie dat de betreffende leden, uitgezonderd de Voorzitter, geen deel meer uitmaken van het College van burgemeester en wethouders.
Artikel 16 Werkwijze Dagelijks Bestuur
Op de vergadering, bedoeld in het vierde lid, is het eerste lid niet van toepassing. Het Dagelijks Bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is
Artikel 17 Taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur
Voor zover in deze Regeling niet anders is bepaald, behoren aan het Dagelijks Bestuur de volgende taken en bevoegdheden:
te besluiten namens Holland Rijnland, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.
Artikel 18 Reglement van Orde Dagelijks Bestuur
Het Dagelijks Bestuur stelt een Reglement van Orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Het reglement en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen, brengt het Dagelijks Bestuur zo spoedig mogelijk ter kennis van het Algemeen Bestuur en van de gemeentebesturen. Het reglement van orde voor de vergaderingen kan regels geven omtrent de openbaarheid van de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur.
Artikel 19 Vergoedingen Dagelijks Bestuur
Het Algemeen Bestuur kan een tegemoetkoming in de kosten van leden van het Dagelijks Bestuur vaststellen. Artikel 21 Wgr is hierop van toepassing.
Artikel 21 Algemene bepalingen
De Voorzitter is Voorzitter van zowel het Algemeen Bestuur, als het Dagelijks Bestuur en wordt door het Algemeen Bestuur uit zijn midden aangewezen voor de duur van hun zittingsperiode. Hij blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. De Voorzitter dient voort te komen uit het College van burgemeester en wethouders van een van de Deelnemende gemeenten.
Artikel 22 Taken en bevoegdheden van de Voorzitter
De Voorzitter vertegenwoordigt Holland Rijnland in en buiten rechte. Als de Voorzitter behoort tot het Bestuur van een Deelnemende gemeente die partij is in een geding waarbij Holland Rijnland betrokken is, oefent een ander door en uit het Dagelijks Bestuur aan te wijzen lid deze bevoegdheid uit. Degene die bevoegd is Holland Rijnland in en buiten rechte te vertegenwoordigen, kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem/haar aan te wijzen gemachtigde.
Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies instellen als bedoeld in artikel 24 Wgr, alsmede commissies ter behartiging van bepaalde belangen als bedoeld in artikel 25 Wgr. Het Algemeen Bestuur bepaalt daarbij welke bevoegdheden aan de commissies worden toegekend en op welke wijze deze worden samengesteld.
Het Algemeen Bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, dan nadat de Raden van de gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen.
HOOFDSTUK 6 BETREKKEN VAN RADEN, INGEZETENEN EN BELANGHEBBENDEN
Artikel 25 Gemeenschappelijke adviescommissie van Raadsleden
Op voorstel van de Raden van de Deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het Algemeen Bestuur een gemeenschappelijke Raadsadviescommissie, zoals bedoeld in artikel 24a Wgr, in die het Algemeen Bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de Raden van de Deelnemende gemeenten met betrekking tot de Regeling kan voorbereiden of de Raden van advies kan voorzien.
De leden van de gemeenschappelijke adviescommissie kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen. De hoogte van de vergoeding staat in redelijke verhouding tot de aan het lidmaatschap van de gemeenschappelijke adviescommissie verbonden werkzaamheden, mede rekening houdende met de vergoeding voor werkzaamheden welke het lid ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Raad. De artikelen 96, tweede en derde lid, tweede zin, 98 en 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regels, zijn van overeenkomstige toepassing.
Het Dagelijks Bestuur betrekt, ter voorbereiding van de besluitvorming in het Algemeen Bestuur, met betrekking tot de uitvoering van de Huisvestingswet als bedoeld in artikel 5, derde lid en het collectief vraagafhankelijk vervoer (‘CVV’) als bedoeld in artikel 5 vijfde lid, ingezetenen van de Deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, overeenkomstig de door het Algemeen Bestuur op grond van het eerste lid gestelde regels.
HOOFSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 31 De kadernota, begroting, wijziging en meerjarenramingen
De Raden van de gemeenten kunnen binnen twaalf weken na ontvangst van de ontwerpbegroting hun zienswijze over die begroting bij het Dagelijks Bestuur naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt de Raden van de Deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze.
Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling door het Algemeen Bestuur, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en aan gedeputeerde staten van Zuid-Holland.
Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met uitzondering van de in het vierde lid genoemde datum voor inzending, en met dien verstande dat de zienswijzenprocedure bedoeld in het vijfde lid niet van toepassing is op een besluit tot wijziging van de begroting waarbij de bijdragen van de gemeenten niet veranderen.
Artikel 32 Verschuldigde bijdrage
In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke Deelnemende gemeente voor dat jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage in de kosten, voortvloeiende uit de gemeenschappelijke Regeling. Deze bijdrage wordt voor alle Deelnemende gemeenten bepaald naar het aantal inwoners of volgens een door het Algemeen Bestuur vastgestelde verdeelsleutel waarbij rekening gehouden wordt met eventuele verschillen in deelname van de Deelnemende gemeenten aan de aan Holland Rijnland op- en overgedragen taken zoals bedoeld in artikel 5.
Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage naar inwoneraantal wordt uitgegaan van het inwoneraantal op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van het inwoneraantal wordt aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het lopende jaar openbaar gemaakte bevolkingscijfers.
De kosten worden, rekening houdende met andere inkomsten, over de Deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwoneraantal op 1 januari van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, of naar andere verdeelsleutels waarbij wordt rekening gehouden met eventuele verschillen in deelname van de Deelnemende gemeenten aan de aan Holland Rijnland opgedragen taken als bedoeld in artikel 5.
HOOFDSTUK 9 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
Toetreding van een gemeente tot deze Regeling is mogelijk bij besluit van de Bestuursorganen van die gemeente, doch slechts wanneer tenminste twee derde deel van het aantal Colleges en twee derde van het aantal Raden van de Deelnemende gemeenten daarmee instemt. De Colleges gaan pas over tot instemming nadat zij op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid Wgr instemming van de Raden hebben ontvangen.
Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het vanaf een bepaalde datum niet langer afnemen van diensten van Holland Rijnland c.q. het niet langer delegeren van tot dan toe gedelegeerde taken en bevoegdheden of het niet langer mandateren van tot dan toe gemandateerde taken en bevoegdheden aan Holland Rijnland.
De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 39, vijfde en zesde lid.
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door Holland Rijnland die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Holland Rijnland brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 39, vierde lid, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
Holland Rijnland alsmede de uittredende deelnemer is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen tegenover derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het Algemeen Bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het Algemeen Bestuur, voor specifieke onderdelen van het Uittredingsplan andere deskundigen inschakelen.
Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Als geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van meerderheid van stemmen in het Algemeen Bestuur.
Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 39, derde lid en op de jaarrekening van Holland Rijnland over het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 39, derde lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het Algemeen Bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het Algemeen Bestuur in overeenstemming met de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Als de uittredende deelnemer kiest voor betaling in termijnen kan het Algemeen Bestuur een rentevergoeding in rekening brengen.
Artikel 42 Verplichtingen uittreder
De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van Holland Rijnland die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van Holland Rijnland wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Het Dagelijks Bestuur zal, nadat tot opheffing besloten is, overgaan tot de voorbereiding van de liquidatie van Holland Rijnland en stelt daartoe zo spoedig mogelijk een ontwerp liquidatieplan op. Het liquidatieplan wordt ‐ nadat de Raden van de gemeenten zijn gehoord ‐ vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In het liquidatieplan kan van de bepalingen van deze Regeling worden afgeweken.
Overeenkomstig de door het Algemeen Bestuur vast te stellen verordening, draagt het Dagelijks Bestuur zorg voor de archiefbescheiden van Holland Rijnland, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995.
Artikel 47 Archiefbewaarplaats
Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van Holland Rijnland wijst het Dagelijks Bestuur de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden als archiefbewaarplaats van Holland Rijnland aan.
Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente Leiden.
Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen, als zijnde een geschillencommissie, gezamenlijk een advies uit aan het Bestuur over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen. Voorafgaand aan het uitbrengen van het advies hoort de commissie de bij het geschil betrokken Bestuursorganen.
Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde partijen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Als het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wgr, voor te leggen aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 53 Duur en inwerkingtreding
De besluiten welke genomen zijn krachtens de regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland, Samenwerkingsorgaan Duin- en Bollenstreek (SDB), het Samenwerkingsorgaan Leidse Regio (SLR), het Samenwerkingsorgaan Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting Leidse Regio (het SROVLR), het Samenwerkingsorgaan Verkeer en Vervoer Leidse Regio (het SVVLR), de Gemeenschappelijke regeling Volwasseneneducatie Leidse Regio (GRVE LR), het Intergemeentelijk Overleg Werk en Inkomen Leidse Regio (W&I LR) en het Samenwerkingsorgaan Rijnstreekberaad, inclusief wijzigingen worden geacht ter uitvoering van deze regeling te zijn genomen. Alle rechten en verplichtingen die berusten op de voornoemde regeling gaan over naar deze nieuwe regeling.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-457901.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.