|
Nr.
|
Betreffend onderdeel van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
|
Omschrijving bevoegdheid
|
Grondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit Amsterdam
|
Bevoegd bestuursorgaan
|
Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam
|
Ondermandaat/
ondervolmacht/ ondermachtiging
verleend aan
|
|
1.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder a
|
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit, behalve beslaglegging,
|
Artikel 160, derde lid, Gemeentewet
|
College, burgemeester
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
2.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder b
|
Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld
|
Artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht
|
College, burgemeester
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
3.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder c
|
Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
|
Artikel 4:11 Algemene wet bestuursrecht
|
College, burgemeester
|
|
|
|
4.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder d
|
Het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag.
|
Artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
5.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder e
|
In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen.
|
Artikel 4:18 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
6.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder f
|
Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld).
|
Artikel 4:86 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
7.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder g
|
Het nemen van beslissingen inzake verrekening.
|
Artikel 4:93 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
8.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder h
|
Het verlenen van uitstel van betaling.
|
Artikel 4:94 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
9.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder i
|
Het verlenen van voorschotten.
|
Artikel 4:95 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
10.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder j
|
Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot.
|
Artikel 4:96 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
11.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder k
|
Het bij beschikking vaststellen van de wettelijke rente.
|
Artikel 4:99 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
12.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder l
|
Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding.
|
Artikel 4:94a Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
13.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder m
|
Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is.
|
Artikel 4:112 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
14.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder n
|
Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen.
|
Artikel 4:114 en 4:115 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
15.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder o
|
Het beslissen tot het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van dwangbevelen.
|
Artikel 5:21 Algemene wet bestuursrecht
|
College, burgemeester
|
|
|
|
16.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder p
|
Het aanwijzen van toezichthouders en het afgeven van legitimatiebewijzen.
|
Artikel 5:11 en 5:12 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
17.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder q
|
Het behandelen en afdoen van klachten .
|
Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
18.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder r
|
Het beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot publieke informatie
|
Hoofdstuk 4 Wet open overheid.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
19.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder s
|
Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie.
|
Artikel 3.3 Wet open overheid.
|
College, burgemeester
|
|
|
|
20.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 jo. Bijlage 1, hoofdstuk 1, onder 2
|
Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeidsovereenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeidsovereenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan op grond van artikel 160 van de Gemeentewet en de daarmee verband houdende rechtshandelingen, met uitzondering van:
- •
a.
het geven van toestemming voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:669 Burgerlijk Wetboek of het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van artikel 7:671b Burgerlijk Wetboek voor leden, kandidaatleden of ex-leden van de ondernemingsraad of onderdeelcommissie, waarbij toestemming van het college niet vereist is:
- ○
a.
bij tussentijds ontslag uit een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd;
- ○
b.
als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van artikel 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven;
- ○
c.
als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van artikel 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van artikel 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek(reorganisatie) of artikel 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek(arbeidsongeschiktheid); of
- ○
d.
als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van artikel 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven.
- •
b.
het besluiten tot het aangaan van een beëindigingsovereenkomst in de zin van artikel 670b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en titel 15 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto;
- •
c.
rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is;
- •
d.
in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in artikel 1.7 van de Cao Gemeenten en artikel 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.
|
Artikel 160, eerste lid, onder d Gemeentewet.
|
College
|
|
|
|
21.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 jo. Bijlage 1, hoofdstuk 1, onder 3
|
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet mits:
- •
a.
zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;
- •
b.
zij geen betrekking hebben op:
- ○
i.
de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;
- ○
ii.
het lenen of uitlenen van geld;
- ○
iii.
borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of
- ○
iv.
andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in het randnummer 2 van dit hoofdstuk; en
- •
c.
de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid.
|
Artikel 160 Gemeentewet
|
College
|
|
|
|
22.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 jo. Bijlage 1, hoofdstuk 1, onder 4
|
Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat.
|
Artikel 171, eerste lid Gemeentewet
|
Burgemeester
|
|
|
|
23.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1 jo. Bijlage 1, hoofdstuk 1, onder 5
|
De ondertekening van stukken die van het college uitgaan.
|
Artikel 59a, Gemeentewet
|
College, burgemeester
|
|
|
|
24.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 2
|
De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming:
- •
a.
die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikelen 12 tot en met 23;
- •
b.
die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
- •
c.
die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens in de zin van artikel 36 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
|
Artikelen 12 t/m 23, 34 en 36 Algemene Verordening Gegevensbescherming
|
College, burgemeester
|
|
|
|
25.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 3
|
Het beslissen op een aanvraag om nadeelcompensatie onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld.
|
Artikel 2 Algemene Verordening Nadeelcompensatie
|
College
|
|
|
|
26.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 4
|
Het verlenen van goedkeuring van de met de schadebeperkende maatregelen gemoeide kosten.
|
Artikel 10 Algemene Verordening Nadeelcompensatie
|
College
|
|
|
|
27.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 5
|
Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen, onder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Verordening Nadeelcompensatie.
|
Artikel 11 Algemene Verordening Nadeelcompensatie
|
College
|
|
|
|
28.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 6
|
De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010 na overleg met en instemming van de conform artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeentearchivaris):
- •
a.
het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen in de zin van artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6 van het Archiefbesluit 1995;
- •
b.
het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
- •
c.
het vervreemden van archiefbescheiden in de zin van artikel 8, eerste en tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 van het Archiefbesluit 1995;
- •
d.
het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
- •
e.
het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995);
- •
f.
het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995;
- •
g.
het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, derde en vierde lid, van de Archiefwet 1995;
- •
h.
het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
- •
i.
het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;
- •
j
.
het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden in de zin van artikel 15, eerste en tweede lid, en artikel 16, tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995;
- •
k.
het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel in de zin van artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010;
- •
l.
Het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken in de zin van artikel 2 Databankenverordening Amsterdam.
|
Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010
|
College
|
|
|
|
29.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, aanhef en bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 7
|
Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet mits:
- •
a.
zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;
- •
b.
zij geen betrekking hebben op:
- ○
i. de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;
- ○
ii.
het lenen of uitlenen van geld;
- ○
iii.
borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of
- ○
iv.
andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in randnummer 2 van Hoofdstuk 1, Bijlage 1; en
- •
c.
de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid.
|
Artikel 160, eerste lid, onder d Gemeentewet
|
College
|
|
|
|
30.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 1
|
Het nemen van besluiten om namens de gemeente en het college rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten.
|
Artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet.
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
31.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 2
|
Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit.
|
Artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet.
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
32.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 3
|
Het leggen van beslag.
|
Artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
33.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 4
|
Het verlenen van machtigingen om de gemeente in rechte te vertegenwoordigen.
|
Artikel 171, tweede lid van de Gemeentewet
|
Burgemeester
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
34.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 5
|
Het lead buyership met betrekking tot de inzet van advocaten en andere juridische dienstverleners (met uitzondering van de inhuur van juridisch personeel), voor wat betreft het nemen van het de gunningsbesluiten en het besluit tot aangaan van een gemeentebrede raamovereenkomst, waarbij:
- •
–
de volgende feitelijke handelingen worden verricht door de directeur Financiën en Inkoop:
- ○
a.
het actief of reactief vaststellen van de inkoopbehoefte van of voor de budgethouders op basis van informatie van de budgethouder of op basis van informatie uit de spendanalyse;
- ○
b.
het initiëren en organiseren van inkooptrajecten en aanbestedingen met als doel een partij in de markt te selecteren, met welke partij de ambtelijk opdrachtgever exclusief voor dat specifiek toebedeelde inkooppakket verdere overeenkomsten moet sluiten;
- ○
c.
het maken van werkafspraken met de budgethouders in het kader van hun opdrachtgeverschap over de uitvoering van het contractmanagement van de afgesloten contracten;
- ○
d.
het monitoren van de inkoopvolumes van de aan de lead buyer toegewezen inkooppakketten en het rapporteren daarover aan de budgethouders en aan de gemeentesecretaris; en
- •
–
uitvragen onder de door de directeur Juridische Zaken gesloten gemeentebrede raamovereenkomst alsmede de uitvraag voor advocaten en andere juridische dienstverleners (met uitzondering van de inhuur van juridisch personeel) via het Juridische Loket worden aangemeld, en
- •
–
de directeur Juridische Zaken met de ambtelijk opdrachtgever afspraken maakt hoe en in welke mate in de juridische dienstverlening wordt voorzien.
|
Artikel 160, eerste lid, onderdeel d van de Gemeentewet
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
35.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 6
|
Het nemen van beslissingen op bezwaar inzake bevoegdheden van het college, complementair aan de bevoegdheid van individuele functionarissen, met uitzondering van het nemen van beslissingen:
- •
a. waarvan in de voorbereiding bekend is geworden dat het organisatieonderdeel dat het primaire besluit heeft voorbereid, het oneens is met die beslissing in de zin van artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht.
- •
b. op bezwaren die de gemeentesecretaris betreffen.
- •
c. op bezwaren van ambtenaren werkzaam bij de Rekenkamer en de gemeentelijke Ombudsman tegen primaire rechtspositionele besluiten van de directeur Rekenkamer of de gemeentelijke Ombudsman.
|
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
36.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 7
|
Het toetsen van de beslissingen op bezwaar die onder verantwoordelijkheid van andere functionarissen worden voorbereid en die ter besluitvorming aan het college of de burgemeester worden voorgelegd omdat sprake is van een politiek of bestuurlijk gevoelig onderwerp
|
Artikel 4 Algemeen mandaatbesluit.
|
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
37.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 8
|
Het geven van instructies indien er tegen een besluit bezwaar, beroep of hoger beroep wordt ingesteld.
|
Artikel 8:1, artikel 8:104, tweede lid en artikel 8:110, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
38.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 9
|
Het nemen van besluiten om tegen een besluit van een bestuursorgaan bezwaar te maken, een beslissing op bezwaar van een bestuursorgaan beroep in te stellen, een uitspraak van de bestuursrechter hoger beroep, of incidenteel hoger beroep in te stellen en het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen.
|
Artikel 7:1, eerste lid, artikel 8:1, artikel 8:104, eerste lid, en artikel 8:110, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
39.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 10
|
Het verlenen van machtigingen om het college en de burgemeester te vertegenwoordigen en bij te staan in bestuursrechtelijke procedures.
|
Artikel 8:23, eerste lid en artikel 8:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
College, burgemeester
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
40.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 11
|
Het geven van algemene instructies over de samenstelling van de bezwaarschriftencommissies van het college.
|
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
41.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 12
|
Het opdragen van de advisering in een incidenteel geval of een categorie aan een bezwaarschriftencommissie van het college die uit één persoon bestaat.
|
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
42.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 13
|
Het opdragen van de advisering in een incidenteel geval aan een bezwaarschriftencommissie van het college die uit één of meer externe leden bestaat.
|
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
43.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 14
|
Het geven van instructies over de wijze waarop beslissingen op bezwaar worden voorbereid en genomen.
|
|
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
44.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 15
|
Het nemen van een beslissing naar aanleiding van het advies van de geschillencommissie.
|
Artikel 11.5 Cao Gemeenten en artikel 11.5 jo. bijlage 1 Cao Amsterdam.
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
45.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 16
|
Te besluiten of in voorkomende gevallen toestemming kan worden gegeven voor incidentele respectievelijk structurele verstrekking van politiegegevens aan derden
|
Artikel 19 en 20 van de Wet politiegegevens.
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
46.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 17
|
Het besluiten de Europese Commissie in kennis te stellen van het toekennen van steun aan projecten alsmede het feitelijk uitvoeren van de kennisgeving en de daaraan verbonden publicatieverplichting en het verrichten van alle overige administratieve verplichtingen die zijn verbonden aan de kennisgeving.
|
Artikel 9 en 11 van Verordening (EU) 651/2014 (PbEU 2014, L 187/1, ‘Algemene groepsvrijstellingsverordening’)
|
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
47.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 18
|
Het besluiten tot het melden bij de Europese Commissie van een voornemen tot het invoeren van een steunmaatregel alsmede het feitelijk uitvoeren van de melding en het verrichten van alle overige administratieve verplichtingen die zijn verbonden aan de melding.
|
Artikel 108 lid 3 van het Verdrag Betreffende de Werking van de EU en artikel 2 van Verordening (EU) 2015/1589 (PbEU 2015, L 248/9, ‘Procedureverordening’) en Verordening (EG) 794/2004 (zoals laatst gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/1589, PbEU 2015, L325/1, ’Implementatieverordening)
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
48.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 19
|
Het besluiten tot het rapporteren over de uitvoering van een door het college of de raad aangewezen Dienst van Algemeen Belang (‘DAEB’) alsmede het feitelijk uitvoeren van de rapportageverplichting en het verrichten van alle overige administratieve verplichtingen die zijn verbonden aan het aanwijzen van een DAEB.
|
Artikel 8 en artikel 9 van Besluit 2012/21/EU (PbEU 20012, L 7/3, ‘DAEB Vrijstellingsbesluit’)
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|
|
49.
|
Artikel 5, eerste lid, in samenhang met bijlage 3, hoofdstuk 1, paragraaf 1, onder 20
|
Het besluiten tot het notificeren van Amsterdamse regelgeving aan de Europese Commissie alsmede het feitelijk uitvoeren van de notificatie en het verrichten van alle overige administratieve verplichtingen die zijn verbonden aan de notificatie.
|
Artikel 15 en artikel 16 jo. 39, vijfde lid, van Richtlijn 2006/123/EG (PbEU 2006, L 376/36, ‘Dienstenrichtlijn’)
|
College
|
|
Het Afdelingshoofd Privaat- en Europees recht, het Afdelingshoofd Publiekrecht en de directiesecretaris
|