Gemeenteblad van Almere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2025, 455633 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2025, 455633 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Algemene subsidieverordening Almere 2025
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 3. Bevoegdheid college
Naast het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidies, waaronder het verlenen en vaststellen, is het college bevoegd tot het nemen van besluiten over betaling, wijziging en intrekking van subsidies alsmede het opleggen van voorwaarden of verplichtingen aan de subsidieontvanger en het terugvorderen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen of voorschotten.
Hoofdstuk 3. Aanvraag van de subsidie
Het college beslist op een aanvraag om een jaarlijkse subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. Voorwaarde hiervoor is dat de aanvrager een volledige subsidieaanvraag heeft ingediend, uiterlijk op 30 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.
Hoofdstuk 4. Weigering van de subsidie
Hoofdstuk 6. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 12. Tussentijdse rapportage
Bij subsidies vanaf 50.000 euro, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
Artikel 13. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger
Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.
Hoofdstuk 7. Verantwoording en vaststelling van de subsidie
In geval al de activiteiten waarvoor een jaarlijkse subsidie is verleend overeenkomstig de verleningsbeschikking zijn uitgevoerd én de werkelijke kosten van die activiteiten lager zijn dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend, is het toegestaan een toevoeging te doen aan de egalisatiereserve. Artikel 4:72 van de Awb is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 15. Verantwoording subsidies tot 10.000 euro
Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door het college aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Artikel 18. Subsidievaststelling
Als uit de aard van de subsidie, of de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.
Artikel 19. Vergoeding vermogensvorming
Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen
Tenzij bij besluit van het college anders is bepaald, is artikel 4:24 van de Awb niet van toepassing.
Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, eerste, tweede en derde lid, en artikel 9, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden op 9 oktober 2025.
De raad voornoemd,
de griffier,
G.J. Broer
de voorzitter,
W.H.J.M. van der Loo
Artikelsgewijze toelichting Algemene subsidieverordening Almere 2025
Besluit van de gemeenteraad van Almere
De gemeenteraad van Almere heeft deze regels vastgesteld. Deze regels gaan over het verlenen van subsidie aan mensen en organisaties.
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
In artikel 1 worden belangrijke woorden uitgelegd die in de verordening worden gebruikt. Deze woorden gelden niet alleen voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren subsidieregelingen. Deze woorden zullen dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen opgenomen hoeven te worden.
Artikel 2 – Reikwijdte verordening
In het eerste lid van artikel 2 staat dat het college subsidie kan verstrekken voor activiteiten voor verschillende onderwerpen. Subsidie verstrekken betekent het hele subsidieproces van het verleningsbesluit (besluit op de subsidieaanvraag) tot en met het vaststellingsbesluit (besluit nadat de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd is afgelopen).
In het tweede lid van artikel 2 staat dat de regels in deze verordening misschien niet gelden voor subsidies die betaald worden met geld van andere overheden. In die situatie kan het zijn dat er andere regels gelden. Als er andere regels gelden, dan zijn sommige regels uit de ASV niet van toepassing. Als dat zo is, dan staat dat in het besluit op de subsidieaanvraag.
Artikel 3 – Bevoegdheid college
In het eerste lid van artikel 3 staat dat het college mag beslissen over het geven van subsidies, binnen het budget van de gemeente. Als het beschikbare budget nog niet duidelijk is, dan mag het college in het besluit op de subsidieaanvraag de voorwaarde opnemen dat de subsidie wordt verstrekt als het geld ook beschikbaar komt.
In het tweede en derde lid van artikel 3 staat waarover het college nog meer voorwaarden mag stellen.
In het vierde en vijfde lid van artikel 3 staat dat het college subsidieregelingen mag maken en wat daarin kan worden geregeld.
In artikel 4 staat dat het college kan afwijken van deze verordening als dat nodig is, om te voldoen aan Europese regels over staatssteun. Het kan dan nodig zijn om in een subsidieregeling af te wijken van de ASV, of aanvullingen te op te nemen. Subsidies die onder zo’n Europees steunkader vallen, moeten voldoen aan de regels van dat steunkader. Ook mogen bedrijven alleen subsidie krijgen als ze aan deze Europese voorwaarden voldoen.
Deze staatssteunregels zorgen ervoor dat subsidies eerlijk worden verdeeld en dat er geen oneerlijke voordelen zijn. Dat betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat:
Hoofdstuk 2 – Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
Artikel 5 – Subsidieplafond, verdeling en begrotingsvoorbehoud
In artikel 5 staat dat het college mag bepalen hoeveel geld er maximaal aan subsidies kan worden uitgegeven (het subsidieplafond). Er wordt ook uitgelegd hoe dat geld wordt verdeeld onder de aanvragers. Als het subsidieplafond is bereikt, dan wordt de subsidieaanvraag geweigerd of voor een gedeelte geweigerd.
Hoofdstuk 3 – Aanvraag van de subsidie
In artikel 6 staat dat je een subsidie schriftelijk moet aanvragen met een formulier van het college. Met het woord “schriftelijk” is meer bedoeld dan alleen “op papier geschreven”. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan. Je moet daarbij informatie geven over bijvoorbeeld wat je precies gaat doen, welke doelen je hebt en hoe je de kosten betaalt. Als je een bedrijf bent, moet je ook aangeven welke andere subsidies je krijgt of hebt gekregen en moet je een speciale verklaring over staatssteun toevoegen.
Organisaties die voor de eerste keer subsidie aanvragen moeten ook hun oprichtingsakte en jaarstukken meesturen. Het college kan vragen om alle of een deel van deze gegevens, afhankelijk van wat nodig is om een beslissing te nemen.
Bij de subsidieaanvraag moet ook een begroting en dekkingsplan worden aangeleverd. In het dekkingsplan moet een overzicht staan van welk geld de activiteiten worden betaald en ook of er geld voor die activiteiten bij anderen vandaan komt, bijvoorbeeld van de gemeente uit een andere subsidieaanvraag, van bedrijven of van andere overheden.
In artikel 7 staat wanneer je een subsidieaanvraag ingediend moet zijn. Als een aanvraag te laat is, dan moet het college de aanvraag in principe afwijzen. Het is daarom belangrijk om de aanvraagtermijn goed in de gaten te houden. Het college kan een uitzondering maken en als daar een goede reden voor is toestemming geven dat een aanvraag later wordt ingediend.
In artikel 8 staat wanneer het college beslist op een subsidieaanvraag.
Hoofdstuk 4 – Weigering van de subsidie
In artikel 9 staan de redenen waarom het college een subsidieaanvraag kan weigeren. Deze weigeringsgronden zijn een aanvulling op artikel 4:25, lid 2, en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht. Een subsidieaanvraag wordt zeker geweigerd als de subsidie niet mag volgens de Europese subsidieregels. Dit is bijvoorbeeld het geval als de aanvrager een onderneming heeft die in financiële problemen zit volgens het steunkader of als de subsidie geen extra stimulans geeft volgens de Europese regels.
Daarnaast staat in het derde lid in welke andere situaties een aanvraag kan worden geweigerd. Bijvoorbeeld als er al een andere organisatie is die geld geeft voor bijna hetzelfde werk, dan kan het zijn dat je geen subsidie krijgt. Of als je ook samen kunt werken met een andere organisatie die al subsidie krijgt. De gemeente wil dat organisaties samenwerken in plaats van allemaal apart geld vragen.
Hoofdstuk 5 – Verlening van de subsidie
Artikel 10 – Verlening subsidie
In artikel 10 staat dat het college in het besluit waarmee de subsidie wordt verleend zal worden opgeschreven hoe je moet verantwoorden waar het geld voor is gebruikt. Ook mag het college regels stellen over het gebruik en beheer van de subsidie.
Artikel 11 – Betaling en bevoorschotting
In artikel 11 staat dat op welke manier de subsidie wordt betaald. Dat hangt af van de hoogte van de subsidie. Er kan een voorschot worden uitbetaald of de subsidie kan in één keer worden uitbetaald. Als er een voorschot wordt betaald, dan staat in het verleningsbesluit welk bedrag en wanneer er wordt betaald.
Hoofdstuk 6 – Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 12 – Tussentijdse rapportage
In artikel 12 staat dat het college bij subsidies van 50.000 euro of hoger aan de aanvrager kan vragen om een tussentijds verslag aan te leveren. Hierin staat wat er in de tussentijd met het geld is gedaan en welke activiteiten er zijn uitgevoerd. Zo kunnen we bij problemen samen met de subsidieontvanger kijken naar een oplossing of bijsturen als dat nodig is.
Artikel 13 – Algemene regels voor subsidieontvangers
In artikel 13 staat wat de algemene verplichtingen zijn voor subsidieontvangers:
Als je twijfelt of er iets gemeld moet worden, neem dan contact op met de gemeente of het Subsidiebureau via subsidiebureau@almere.nl.
Hoofdstuk 7 – Verantwoording en vaststelling van subsidie
Artikel 14 – Egalisatiereserve
Artikel 14 gaat over de egalisatiereserve. Dat is een reserve voor organisaties die een jaarlijkse subsidie krijgen. Als aan alle voorwaarden is voldaan, alle activiteiten zijn uitgevoerd en er geld overblijft, dan mag een deel van dat geld in deze reserve worden gezet (lid 1). Het geld in de egalisatiereserve mag alleen worden gebruikt om schommelingen in kosten in de volgende jaren op te vangen en die te maken hebben met activiteiten waarvoor de gemeente subsidie geeft (lid 2). Voor ander gebruik van het geld in de egalisatiereserve is toestemming nodig (lid 3). Voor de berekening zijn regels opgenomen (lid 4 en 5). Elk jaar moet de organisatie laten zien hoeveel er in de egalisatiereserve zit en wat ermee gebeurt, in het activiteiten- en financieel verslag (lid 6). Als de regels in artikel 14 niet worden gevolgd, dan kan de subsidie worden verlaagd en teruggevorderd (lid 7).
Het vormen van een egalisatiereserve geldt alleen voor organisaties die een jaarlijkse subsidie ontvangen, dus niet bij een projectsubsidie of een subsidie die één keer wordt verleend. Daarnaast moet de subsidie gefinancierd zijn uit het gemeentefonds en niet uit specifieke rijksuitkeringen, omdat het rijk andere regels gebruikt en de gemeente de subsidie zelf ook jaarlijks moet verantwoorden aan het rijk.
Voor organisaties die een subsidiebedrag ontvangen dat uit verschillende deelsubsidies is opgebouwd, mag de deelsubsidie voor de berekening van de storting aan de egalisatiereserve als een afzonderlijke subsidie/activiteit worden beschouwd. Deze deelsubsidies zijn vaak als deelactiviteiten omschreven in aparte bijlagen bij het verleningsbesluit.
Het kan zijn dat er in een subsidieregeling andere regels zijn opgenomen over het vormen van een egalisatiereserve. Dit wordt dan in het verleningsbesluit opgeschreven.
Organisatie X ontvangt in 2025 een jaarlijkse subsidie van € 100.000.
Aan het eind van het jaar zijn alle geplande activiteiten uitgevoerd, maar de stichting heeft maar € 95.000 uitgegeven. Er blijft dus € 5.000 over.
Omdat de activiteiten zijn uitgevoerd conform de genoemde voorwaarden in de subsidieverlening en de kosten lager uitvallen, mag de stichting maximaal € 2.000 (2% van € 100.000) toevoegen aan de egalisatiereserve als de maximale omvang van de egalisatiereserve niet wordt overschreden. De maximale omvang bedraagt 10% van € 100.000 = € 10.000.
Organisatie Y ontvangt in 2025 een jaarlijkse subsidie van € 1.500.000. De subsidie bestaat uit deelsubsidies A, B en C voor respectievelijk € 750.000, € 250.000 en € 500.000.
De activiteiten zijn uitgevoerd conform de genoemde voorwaarden in de subsidieverlening maar de werkelijke kosten zijn € 38.000 lager. De maximale toegestane storting aan de egalisatiereserve bedraagt 5% van € 750.000 = € 37.500. Het bedrag van € 37.500 mag worden toegevoegd aan de egalisatiereserve mits de maximale storting van 2% van de totaalsubsidie en de maximaal toegestane omvang van 10% van de totaalsubsidie niet worden overschreden.
Maximale storting is 2% van € 1.500.000 = € 30.000. Maximale omvang is 10% van € 1.500.000 = € 150.000.
De activiteiten zijn uitgevoerd conform de genoemde voorwaarden in de subsidieverlening maar de werkelijke kosten zijn € 5.000 hoger. De organisatie vangt dit tekort zelf op of mag dit, na toestemming van het college, onttrekken uit de egalisatiereserve.
De activiteiten zijn niet uitgevoerd conform de genoemde voorwaarden in de subsidieverlening en de werkelijke kosten zijn € 40.000 lager. In dit geval mag er niets worden gestort in de egalisatiereserve en zal de subsidie lager worden vastgesteld op € 460.000 en wordt een bedrag van € 40.000 teruggevorderd.
Stap 1: beoordeling per deelsubsidie
Stap 2: berekening maximaal toegestane storting aan egalisatiereserve
Stap 3: berekening maximaal toegestane omvang egalisatiereserve
Conclusie vaststelling deelsubsidies:
De totale subsidie wordt vastgesteld op € 1.452.000
Totaal verleende subsidie € 1.500.000
Deelsubsidie A - € 30.000 mag worden toegevoegd aan de egalisatiereserve mits de maximale storting van 2% van de totaalsubsidie en de maximaal toegestane omvang van 10% van de totaalsubsidie niet worden overschreden.
Deelsubsidie B – conform vaststelling
Deelsubsidie C – lagere vaststelling en € 40.000 teruggevorderd
De subsidie wordt vastgesteld op € 1.460.000 en van dit bedrag zal € 30.000 worden toegevoegd aan de egalisatiereserve.
NB: voor beide voorbeelden wordt uitgegaan dat de subsidies gefinancierd zijn uit algemene middelen (gemeentefonds) of middelen van andere overheden waarbij het is toegestaan om een egalisatiereserve te vormen.
Artikel 15 – Verantwoording subsidie tot 10:000 euro
In artikel 15 staat dat subsidies tot 10.000 euro door het college op twee manieren kunnen worden vastgesteld:
Als het college de subsidie ambtshalve vaststelt, kan het de aanvrager verplichten om te bewijzen dat de activiteiten zijn uitgevoerd en dat aan de subsidievoorwaarden is voldaan.
Als een subsidie direct wordt vastgesteld kan de gemeente achteraf nog controleren of het geld op de juiste manier is gebruikt, die noemen we een steekproef. Er worden dan een aantal direct vastgestelde subsidies uitgekozen die alsnog stukken moeten aanleveren voor een controle.
Artikel 16 – Verantwoording subsidies vanaf € 10.000 tot € 50.000
In artikel 16 staat dat als je een subsidie ontvangt tussen de 10.000 en 50.000 euro je een aanvraag moet indienen om de subsidie vast te stellen. Dit moet binnen 13 weken nadat de activiteiten klaar zijn. Hierbij moet je een verslag meesturen waarin staat dat de activiteiten zijn uitgevoerd. Het college kan ook vragen om andere informatie als dat nodig is. De informatie die je moet aanleveren staat in het verleningsbesluit.
Artikel 17 – Verantwoording subsidies vanaf €50.000
In artikel 17 staat in lid 1 dat bij een subsidie van 50.000 euro of meer de ontvanger binnen een bepaalde tijd een aanvraag tot vaststelling moet indienen bij het college. Dit verschilt per soort subsidie.
De aanvraag moet bevatten (lid 2):
Het college kan ook vragen om andere documenten als dat nodig is (lid 3). In het verleningsbesluit staat dan wat je moet aanleveren.
Artikel 18 – Vaststellen van de subsidie
In artikel 18 staat dat het college binnen 13 weken nadat de verantwoordingsinformatie is aangeleverd beslist over het vaststellen van de subsidie. Er kan ook een andere beslisperiode gelden als dat is geregeld in een subsidieregeling (lid 1). Als meer tijd nodig is, informeert het college de subsidieontvanger hierover zo snel mogelijk. (lid 2) Het college kan ook bepaalde subsidies of ontvangers aanwijzen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag voor vaststelling nodig is. (lid 3) Als de aanvraag voor de vaststelling niet op tijd binnenkomt, dan stuurt het college een herinnering. Als er dan de aanvraag voor de vaststelling na de herinnering niet is toegestuurd, dan beslist het college zonder die informatie. Dit kan betekenen dat de subsidie terugbetaald moet worden.
Artikel 19 – Vergoeding vermogensvorming
In artikel 19 staat dat als een subsidie ervoor zorgt dat een organisatie meer vermogen krijgt (bijvoorbeeld door iets te kopen), de organisatie een vergoeding moet betalen aan de gemeente. Die vergoeding hangt af van hoeveel de subsidie bijdraagt aan de inkomsten van de organisatie. Bij onroerend goed wordt de waarde door een expert bepaald. Zo krijgt de gemeente een deel terug van de waarde die door de subsidie is opgebouwd.
Hoofdstuk 8 – Overige bepalingen
In artikel 20 staat dat het college subsidies mag indexeren, maar slechts tot het maximumpercentage dat de gemeenteraad elk jaar vaststelt in de programmabegroting. Dit zorgt voor duidelijke financiële kaders. Daarnaast biedt het artikel ruimte voor het college om beleidsregels op te stellen over de praktische uitvoering van die indexering.
In artikel 21 staat dat artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet geldt, tenzij het college anders beslist.
Artikel 22 – Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
In artikel 22 staat dat als de kosten die met de subsidie betaald mogen worden bestaan uit uurtarieven, dat het college dan kan bepalen op welke manier de berekening van die uurtarieven moet zijn (lid 1). Als er voor die berekening bepaalde woorden worden gebruikt (kostenbegrippen) dan gaan we uit van de betekenis die het college bepaalt (lid 2). Je moet uurtarieven en kosten op een eerlijke en vaste manier berekenen, zoals de gemeente dat voorschrijft. Zo voorkomt de gemeente dat er te veel of te weinig wordt gesubsidieerd.
Bij subsidies die onder een Europees steunkader vallen, gelden alleen tarieven en kostenbegrippen die aan dat steunkader voldoen (lid 3).
Artikel 22 – Hardheidsclausule
In hele bijzondere situaties mag de gemeente afwijken van sommige subsidieregels, maar alleen als het écht oneerlijk zou zijn om die regels strikt toe te passen. Het gaat dan om situaties die je vooraf echt niet kunt weten, en waarvoor echt geen oplossing gevonden kan worden. Niet alle regels mogen worden genegeerd. Zo mag het college niet afwijken van de artikelen 1, 2, 3, eerste, tweede en derde lid, en artikel 9. Als de gemeente afwijkt van een van de regels, dan zal dit in een besluit onderbouwd worden.
In dit artikel staat dat de Algemene subsidieverordening Almere 2020 wordt ingetrokken. Dat betekent dat die oude regeling niet meer geldt zodra de nieuwe verordening in werking treedt.
De gemeente stopt dan met het gebruiken van de oude subsidieverordening uit 2020.
Artikel 24 – Overgangsbepalingen
In artikel 24 staan de overgangsregels bij het invoeren van de nieuwe subsidieverordening. Dit betekent dat als in een bestaande subsidieregeling nog verwezen wordt naar een artikel uit de oude subsidieverordening van 2020, dan geldt die verwijzing automatisch naar een artikel in de nieuwe verordening van 2025 waarin hetzelfde onderwerp is geregeld. Zo blijft alles goed aansluiten (lid 1).
Lopende aanvragen vallen onder de nieuwe regels. Subsidieaanvragen die zijn ingediend vóórdat de nieuwe verordening is ingegaan, maar waar nog geen besluit over is genomen, worden beoordeeld op basis van de nieuwe verordening.
In artikel 25 staat dat de nieuwe subsidieverordening in werking treedt op de dag na de bekendmaking. Dat betekent: zodra de gemeente officieel laat weten dat de verordening is vastgesteld (via het gemeenteblad), dan geldt deze verordening vanaf de volgende dag.
Algemene subsidieverordening Almere 2025 is de officiële naam van deze verordening. Dit wordt ook zo opgeschreven in documenten, aanvragen of communicatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-455633.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.