Artikel 1 - Begripsbepalingen
- 1.
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de:
- –
Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (TwooO),
- –
Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO),
- –
Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- 2.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
Wet: Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (TwooO),
- b.
Regeling: Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO),
- c.
Belanghebbende: de ontheemde als bedoeld in artikel 1 sub c van de Regeling, die in Nederland verblijft op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming,
- d.
Leefgeld: een financiële toelage als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub b van de Regeling,
- e.
Buitengewone kosten: een vergoeding voor noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 11 lid 2 van de Regeling, waaronder begrepen:
- i.
- ii.
Reiskosten gerechtelijke procedures,
- iii.
Reiskosten schoolgaande kinderen,
- iv.
- v.
- f.
Eigen bijdrage: een bijdrage in de kosten van de gemeentelijke opvang (exploitatiekosten zoals gas, water, elektra en locatiebegeleiding) van de meerderjarige ontheemde alsmede van diens meerderjarige gezinslid, als bedoeld in artikel 8 van de Regeling,
- g.
Inkomsten: in ieder geval inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in binnen- of buitenland, Inkomsten uit een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Toeslagenwet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
- h.
Gezin: de gezinsleden gezamenlijk als bedoeld in artikel 1 sub f van de Regeling alsmede ongehuwd samenwonenden,
- i.
Gemeentelijke opvang: een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1 sub h van de Regeling,
- j.
Particuliere opvang: een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1 sub i van de Regeling.
Artikel 2 - Aanvraag leefgeld of vergoeding buitengewone kosten
- 1.
Het college verstrekt op aanvraag van de belanghebbende leefgeld of een vergoeding buitengewone kosten aan de belanghebbende en diens gezin.
- 2.
In afwijking van het eerste lid, kan de aanvraag namens de belanghebbende worden gedaan door een daartoe aangewezen persoon of hulpverlenende instantie.
- 3.
Een aanvraag kan worden ingediend door middel van het daartoe bestemde formulier.
Artikel 3 - Recht op leefgeld
- 1.
Een recht op leefgeld bestaat jegens de belanghebbende, die:
- a.
In de gemeente Zwolle is ingeschreven in de BRP, en
- b.
verblijft in een gemeentelijke opvang voorziening of een particuliere opvang of een zorginstelling zoals bedoeld in artikel 12 lid 10 RooO, en
- c.
minder inkomsten heeft dan 115% van het van toepassing zijnde leefgeld.
- 2.
Geen recht op leefgeld bestaat jegens de belanghebbende die:
- a.
verblijft in een door hemzelf gehuurde of gekochte woning,
- b.
tevens de Nederlandse nationaliteit bezit,
- c.
rechtens de vrijheid is ontnomen,
- d.
de tijdelijke bescherming wordt geweigerd vanwege het bepaalde in artikel 28 van de Richtlijn Tijdelijke bescherming Oekraïners,
- e.
meer inkomsten heeft dan 115% van het van toepassing zijnde leefgeld.
Artikel 3a - Recht op vergoeding buitengewone kosten
- 1.
Het recht op vergoeding van buitengewone kosten bestaat jegens de belanghebbende, die:
- a.
in de gemeente Zwolle is ingeschreven in de BRP, en
- b.
verblijft in een gemeentelijke opvang voorziening of een particuliere opvang of een zorginstelling zoals bedoeld in artikel 12 lid 10 RooO, en
- c.
noodzakelijke kosten heeft die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet door de belanghebbende zelf kan worden betaald.
Artikel 4 - Ingangsdatum leefgeld en vergoeding buitengewone kosten
- 1.
Leefgeld en een vergoeding van buitengewone kosten wordt toegekend per de eerste dag van de maand volgend op de datum van de aanvraag.
- 2.
In afwijking van het eerste lid, kan leefgeld eerder toegekend worden, te weten vanaf de datum dat belanghebbende vanuit Oekraïne feitelijk verblijft in een gemeentelijke opvang.
Artikel 5 - Hoogte leefgeld en vergoeding buitengewone kosten
- 1.
De hoogte van het leefgeld wordt bepaald conform artikel 10 lid 2 van de Regeling voor een belanghebbende in de gemeentelijke opvang of artikel 12 lid 3 van de Regeling voor een belanghebbende in een particuliere opvang of artikel 12 lid 10 van de Regeling voor een belanghebbende in een zorginstelling. Eventuele inkomsten, worden gedeeltelijk in mindering gebracht als het inkomen minder bedraagt dan 115% van het toepasselijke leefgeld, zodat per saldo belanghebbende over een inkomen beschikt van 115% van het toepasselijke leefgeld.
- 2.
Het leefgeld wordt verstrekt per volledige maand, behoudens:
- a.
in de maand van eerste toekenning van leefgeld, waarbij het leefgeld naar rato van het aantal dagen in de maand waarop de belanghebbende aan de voorwaarden voor leefgeld voldoet wordt verstrekt,
- b.
in de maand waarin een minderjarig kind in een gezin de leeftijd van 18 jaar bereikt, waarbij het leefgeld van het gezin naar rato van het aantal dagen waarop het gezin aan de voorwaarden voor leefgeld voldoet, wordt verstrekt.
- 3.
De hoogte van de vergoeding van buitengewone kosten wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, dan wel op een door het college in redelijkheid vast te stellen tegemoetkoming.
Artikel 6 - Betaling leefgeld en vergoeding buitengewone kosten
- 1.
Leefgeld wordt maandelijks op de eerste dag van de maand uitbetaald.
- 2.
In afwijking van het eerste lid kan het leefgeld op de voorafgaande of eerstvolgende werkdag worden uitbetaald, indien de eerste dag van de maand in een weekend valt, dan wel het een erkende feestdag betreft.
- 3.
Uitbetaling van leefgeld vindt plaats op een Nederlandse bankrekening, of in het geval dat het openen van een dergelijke bankrekening (nog) niet mogelijk is, op een door de gemeente Zwolle te verstrekken prepaid bankkaart.
Artikel 7 - Intrekking leefgeld
- 1.
De verstrekking van het leefgeld wordt ingetrokken indien de belanghebbende:
- a.
Inkomsten heeft die gelijk aan- of hoger zijn dan 115% van het van toepassing zijn leefgeld,
- b.
gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten of gezinssamenstelling,
- c.
inkomsten heeft verzwegen en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt,
- d.
geen gebruik meer maakt van opvang omdat elders is voorzien in passende opvang,
- e.
de opvang definitief heeft verlaten of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang verblijft,
- f.
ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de Regeling,
- g.
een ernstige vorm van geweld heeft gebruikt jegens:
- –
medebewoners van de opvangvoorziening,
- –
personen die werkzaam zijn in de voorziening, of
- –
- 2.
Als de belanghebbende zijn verblijf buiten de opvang vooraf heeft gemeld bij het college en de reden van vertrek het gevolg is van een aantoonbare medische noodzaak of van aantoonbare schrijnende omstandigheden van familieleden in de eerste of tweede graad, dan kan het college, in afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel besluiten om niet over te gaan tot intrekking.
- 3.
Indien de in het eerste lid bedoelde belanghebbende meerderjarig is en deel uitmaakt van een gezin, dan eindigt de verstrekking van het leefgeld aan het gehele gezin.
- 4.
Indien de in het eerste lid bedoelde belanghebbende minderjarig is, dan eindigt uitsluitend de verstrekking van het leefgeld van die minderjarige.
- 5.
Indien één persoon vertrekt of enkele personen van het gezin vertrekken of langer dan 28 dagen niet in de opvangvoorziening is/zijn verschenen, wordt de hoogte van het leefgeld aangepast aan de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft.
- 6.
Het recht op leefgeld wordt ingetrokken vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken.
Artikel 7a - Intrekking vergoeding buitengewone kosten
De verstrekking van de vergoeding van buitengewone kosten wordt ingetrokken indien de noodzaak voor de kosten is komen te vervallen.
Artikel 8 - Inlichtingenplicht
- 1.
De belanghebbende is verplicht om onverwijld uit eigen beweging, dan wel uiterlijk binnen twee weken nadat door of namens het college hierom is verzocht, mededeling te doen over zijn inkomsten, gezinssamenstelling en verblijfplaats. De belanghebbende is tevens verplicht om in geval van verandering in inkomsten, gezinssamenstelling en verblijfplaats het college daarvan onverwijld mededeling te doen.
- 2.
De mededeling als bedoeld in het eerste lid kan door belanghebbende schriftelijk worden gedaan via een door de gemeente Zwolle aan de belanghebbende ter beschikking gesteld inlichtingenformulier of digitaal via het daartoe bestemde e-formulier.
Artikel 9 - Raadplegen Suwinet
Het college maakt gebruik van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan het college verstrekte gegevens die op grond van artikel 33, tweede lid, onderdelen a tot en met c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen verwerkt worden in de polisadministratie, in ten minste de volgende gevallen:
- a.
het beoordelen van verzoeken om en wijzigingen van leefgeld,
- b.
de handhaving op de rechtmatige verstrekking van leefgeld,
- c.
het vaststellen van een op te leggen eigen bijdrage,
- d.
het vaststellen van de hoogte van een vordering leefgeld,
- e.
het invorderen van ten onrechte verstrekt leefgeld en opgelegde eigen bijdrage.
Artikel 10 - Terugvordering leefgeld
- 1.
Het college vordert teveel of ten onrechte verstrekt leefgeld van de belanghebbende terug.
- 2.
Indien leefgeld is verstrekt aan een gezin, dan vordert het college het aan het gezin teveel of ten onrechte verstrekt leefgeld terug van de meerderjarige belanghebbende en/of diens meerderjarige gezinslid.
- 3.
Het college vordert niet meer terug dan dat er verstrekt is.
- 4.
Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
Artikel 11 - Invordering leefgeld
- 1.
Het college start de invordering van het ten onrechte verstrekte leefgeld, in aansluiting op het bekend maken, als bedoeld in artikel 3:41 Awb of artikel 3:42 Awb, van het besluit tot terugvordering. Het college hanteert daarbij de in artikel 4:87 Awb genoemde betalingstermijn van zes weken.
- 2.
Het gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit bekend gemaakte invorderingsbesluit vermeldt daarbij het volgende:
- a.
de hoogte van (het saldo van) de vordering,
- b.
de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel te voldoen,
- c.
de datum waarop de betalingsverplichting in gaat,
- d.
de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen 6 weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4:87 Awb een betalingsregeling te treffen.
- 3.
Indien de belanghebbende uitsluitend een inkomen uit leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling of beslaglegging bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475 ev van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de belanghebbende ten minste blijft beschikken over een bedrag van 95% van het van toepassing zijnde leefgeld.
- 4.
Indien de belanghebbende een ander inkomen dan leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling of beslaglegging bepaald op maximaal de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475ev van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel 12 - Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting
- 1.
Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, zal het college de belanghebbende nogmaals op deze betalingsverplichting attenderen.
- 2.
Indien de belanghebbende nalatig blijft, maant het college vervolgens de belanghebbende aan om aan zijn betalingsverplichting te voldoen.
- 3.
Indien de acties als bedoeld in lid 1 en lid 2, niet leiden tot volledige betaling van de verschuldigde vordering dan zal het college de belanghebbende (laten) dagvaarden voor de bevoegde rechtbank teneinde een executoriale titel voor de verschuldigde vordering te verkrijgen.
- 4.
Nadat een executoriale titel is verkregen, besluit het college om tot dwanginvordering over te gaan, door de executie van de vordering in handen van een (gerechts)deurwaarder te stellen.
Artikel 13 - Opleggen eigen bijdrage
- 1.
Het college brengt een eigen bijdrage in rekening bij de meerderjarige belanghebbende alsmede bij diens meerderjarige gezinslid, indien de meerderjarige belanghebbende of een meerderjarig gezinslid verblijft in een gemeentelijke opvang van de gemeente Zwolle en:
- a.
- b.
gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en/of gezinssamenstelling, of
- c.
inkomsten heeft verzwegen en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt.
- 2.
In afwijking van het eerste lid onderdeel a, wordt geen eigen bijdrage opgelegd indien het netto inkomen van de meerderjarige belanghebbende en diens meerderjarige gezinslid tezamen, onder aftrek van de eigen bijdrage, minder bedraagt dan 115% van het van toepassing zijnde leefgeld.
- 3.
De eigen bijdrage wordt bij beschikking opgelegd aan de meerderjarige belanghebbende en, indien van toepassing, diens meerderjarige gezinslid.
- 4.
Een meerderjarig kind wordt aangemerkt als een zelfstandig subject van rechten en plichten.
Artikel 14 - Hoogte eigen bijdrage
De hoogte van de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 13 wordt vastgesteld op het bedrag als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de Regeling.
Artikel 15 - Ingangsdatum eigen bijdrage
De eigen bijdrage wordt opgelegd vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de omstandigheden als bedoeld in artikel 7 van deze beleidsregels is gebleken.
Artikel 16 - Betaling eigen bijdrage
- 1.
De eigen bijdrage is maandelijks achteraf verschuldigd.
- 2.
De eigen bijdrage dient uiterlijk op de laatste dag van de maand te zijn betaald door overmaking op de daartoe aangewezen bankrekening van de gemeente Zwolle.
- 3.
Onder betaling als bedoeld in het tweede lid wordt bedoeld de feitelijke bijschrijving van de eigen bijdrage op de bankrekening van de gemeente Zwolle.
Artikel 17 - Beëindiging eigen bijdrage
- 1.
De eigen bijdrage is over een volledige kalendermaand verschuldigd.
- 2.
De eigen bijdrage is niet langer verschuldigd, indien de meerderjarige belanghebbende niet langer:
- a.
in de gemeentelijke opvang verblijft,
- b.
inkomsten heeft, zoals beschreven in artikel 8 lid 2 van deze beleidsregels, dat na betaling van de eigen bijdrage, meer bedraagt dan 115% van het van toepassing zijnde leefgeld
- 3.
In afwijking van het eerste lid, wordt de eigen bijdrage naar rato van het aantal dagen berekend, indien zich een situatie voordoet als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 18 - Niet of niet meer voldoen van de eigen bijdrage
- 1.
Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, zal het college de belanghebbende nogmaals op deze betalingsverplichting attenderen.
- 2.
Indien de belanghebbende nalatig blijft, maant het college vervolgens de belanghebbende aan om aan zijn betalingsverplichting te voldoen.
- 3.
Indien de acties als bedoeld in lid 1 en lid 2, niet leiden tot volledige betaling van de verschuldigde vordering dan zal het college de belanghebbende (laten) dagvaarden voor de bevoegde rechtbank teneinde een executoriale titel voor de verschuldigde vordering te verkrijgen.
- 4.
Nadat een executoriale titel is verkregen, besluit het college om tot dwanginvordering over te gaan, door de executie van de vordering in handen van een (gerechts)deurwaarder te stellen.
Artikel 19 - Hardheidsclausule
- 1.
Door of namens het college kan met toepassing van artikel 4:84 van de Awb in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken van deze beleidsregels, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
- 2.
Hierbij kunnen aantoonbare financiële verplichtingen of schulden in aanmerking worden genomen, tenzij deze zijn ontstaan door een verwijtbare gedraging.
Artikel 20 - Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 oktober 2025 en vervangen alle eerdere Beleidsregels ontheemden Oekraïne.
Artikel 21 - Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ontheemden Oekraïne 2025.