Nadere subsidieregels gemeente Soest 2027

Inleiding

Algemeen

De Nadere subsidieregels gemeente Soest 2027 zijn algemeen verbindende voorschriften die zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Soest 2020 (hierna: ASV) en artikel 156 van de Gemeentewet. De ASV is van toepassing, tenzij in deze nadere subsidieregels daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.

 

Deze subsidieregels beschrijven per beleidsterrein de beleidsdoelstellingen, subsidiabele activiteiten, specifieke voorwaarden, hoogte van de subsidie, wijze van verdeling en bijbehorende subsidieplafonds. De specifieke voorwaarden zijn aanvullend op de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 9 ASV. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan activiteiten die bijdragen aan gemeentelijk beleid; aanvragers dienen in hun subsidieaanvraag expliciet toe te lichten op welke wijze zij bijdragen aan deze beleidsdoelen.

 

Het college stelt begin 2026 de voorlopige subsidieplafonds vast. Organisaties dienen hun aanvragen uiterlijk 1 juli 2026 in op basis van deze plafonds. Vervolgens beoordeelt een ambtelijke wegingstafel de aanvragen en wordt een ontwerp-subsidieprogramma opgesteld. Nadat de gemeenteraad in november 2026 de begroting voor 2027 heeft vastgesteld, stelt het college de definitieve subsidieplafonds en het subsidieprogramma vast. Op basis daarvan worden uiterlijk 31 december 2026 de subsidiebeschikkingen voor het jaar 2027 verzonden. Dit proces herhaalt zich vervolgens jaarlijks voor de daaropvolgende subsidieperioden.

 

Indicatoren en beleidsdoelen

De nadere subsidieregels sluiten inhoudelijk aan op de in december 2023 vastgestelde Integrale Visie Sociaal Domein 2024–2028, de cultuurvisie “Cultuur, podium van ontmoeting 2024–2028” en de nota “Sport en bewegen 2024–2028”. Ter ondersteuning van de uitvoering van deze visies wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld met daarin bijbehorende raads- en uitvoeringsindicatoren. Het doel is om subsidies doelgerichter in te zetten ten gunste van activiteiten die effectief bijdragen aan de vijf opgaven uit de integrale visie.

 

Methodiek en beoordeling PMO

Voor professionele maatschappelijke organisaties die deel uitmaken van de Sociale Basis Infrastructuur (SBI) geldt een gezamenlijke subsidievorm binnen een vast subsidieplafond. Het college stelt jaarlijks voorlopige subsidieplafonds vast, onder voorbehoud van de begroting. Vervolgens vindt een integrale ambtelijke beoordeling plaats door een multidisciplinaire wegingstafel, waarin aanvragen worden beoordeeld op:

  • hun bijdrage aan gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen;

  • kwaliteit en realiteitsgehalte van het activiteitenplan;

  • samenwerking met relevante partners;

  • en de mate van maatschappelijke effectiviteit.

Het resultaat van deze beoordeling vormt input voor het subsidieprogramma. Het college neemt uiteindelijk het definitieve besluit over de subsidieplafonds en het subsidieprogramma, na vaststelling van de begroting in november. Daarmee behoudt het college de regie over de inzet van middelen per project of partner.

 

Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van een afwegingskader en gestandaardiseerde kostenberekeningen. Voor alle aanvragers gelden uniforme richtlijnen voor het aanleggen van voorzieningen en reserves.

 

Sociale Basis Infrastructuur (SBI) en toelating

De Sociale Basis Infrastructuur (SBI) vormt het samenhangende geheel van professionele maatschappelijke organisaties die structureel bijdragen aan de uitvoering van gemeentelijk beleid in het sociaal domein. Om de toegang tot de SBI transparant en eerlijk te laten verlopen, hanteert het college een set toelatingscriteria die in deze regeling zijn vastgelegd. Alleen organisaties die voldoen aan deze criteria en door het college als SBI-partner zijn aangewezen, kunnen in aanmerking komen voor structurele subsidiëring binnen de SBI. Hiermee wordt geborgd dat toelating plaatsvindt op objectieve, toetsbare en non-discriminatoire gronden, in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

 

Incidentele subsidieverlening

Naast de structurele subsidierelaties met vaste maatschappelijke partners, erkent het college de behoefte aan bestuurlijke flexibiliteit bij het ondersteunen van vernieuwende en kansrijke initiatieven. Het college behoudt, op grond van artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Soest 2020, de bevoegdheid om in voorkomende gevallen incidenteel subsidie te verlenen conform de uitgangspunten van artikel 4:23 derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

 

Opbouw van deze regeling

Deze nadere subsidieregels zijn thematisch opgebouwd:

  • Hoofdstuk 2 bevat de systematiek en bepalingen voor subsidies aan professionele maatschappelijke organisaties (SBI-partners).

  • Hoofdstuk 3 bevat specifieke subsidiebepalingen voor het sociaal domein.

  • Hoofdstuk 4 betreft de bepalingen voor cultuur.

  • Hoofdstuk 5 betreft sport en evenementen.

  • Hoofdstuk 6 bevat de slotbepalingen en procedurele regels.

Inhoudsopgave

 

NADERE SUBSIDIEREGELS GEMEENTE SOEST 2027

 

Inleiding

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2 - Professionele maatschappelijke organisaties

Hoofdstuk 3 – Sociaal domein

Hoofdstuk 4 – Cultuur

Hoofdstuk 5 – Sport en evenementen

Hoofdstuk 6 – Slotbepalingen

 

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen

Artikel 1 – Algemene begripsomschrijvingen

  • a)

    Aanvrager: een rechtspersoon zoals een stichting, vereniging, besloten vennootschap, naamloze vennootschap of coöperatie.

  • b)

    Accommodatiekosten: kosten voor huur, gebruik, onderhoud en instandhouding van basisvoorzieningen die noodzakelijk zijn voor het faciliteren van de activiteit (inclusief gebouwen en velden); uitgesloten zijn kosten die gemaakt worden voor onderhoud van basisvoorzieningen door geprivatiseerde verenigingen die een privatiseringsbudget ontvingen.

  • c)

    ASV: Algemene Subsidieverordening Soest 2020 inclusief aanpassingsbesluit 2025.

  • d)

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest.

  • e)

    Professionele maatschappelijke organisaties: organisaties met een structurele maatschappelijke functie in Soest, die als zodanig worden benoemd in deze regels en deel uitmakend van de Sociale Basis Infrastructuur (SBI).

  • f)

    Subsidieplafond: het maximumbedrag dat door het college per beleidsterrein of subsidieregeling beschikbaar wordt gesteld voor het verstrekken van subsidies in een bepaald tijdvak. Het vaststellen van een subsidieplafond betekent dat geen subsidie wordt verstrekt boven het daarvoor beschikbare bedrag. Het subsidieplafond wordt vastgesteld op grond van artikel 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 5 van de Algemene Subsidieverordening Soest.

  • g)

    Beleidsregels Welzijn, Cultuur en Sport 2024: door het college vastgestelde beleidsregels voor subsidie op het gebied van welzijn, cultuur en sport, die zijn vervallen met ingang van de inwerkingtreding van de Nadere subsidieregels gemeente Soest 2027.

  • h)

    Integrale Visie: Integrale Visie Sociaal Domein; de door de gemeenteraad van Soest op 7 december 2023 vastgestelde beleidsnota waarin de strategische doelstellingen, opgaven en uitgangspunten zijn opgenomen voor het sociaal domein in de periode 2024-2028, of diens opvolger.

  • i)

    Uitvoeringsplan; het door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen plan waarin de uitwerking, concrete beleidsindicatoren, afwegingskaders en uitvoeringsmaatregelen zijn opgenomen ter realisatie van de Integrale Visie Sociaal Domein.

  • j)

    Cultuurnota: De door de gemeenteraad vastgestelde nota “Cultuur, podium van ontmoeting 2024–2028”, waarin de visie, doelstellingen en speerpunten van het cultuurbeleid van de gemeente Soest voor de periode 2024–2028 zijn opgenomen. De nota vormt het beleidsinhoudelijk kader voor subsidiering van culturele activiteiten, instellingen en initiatieven in Soest en Soesterberg.

  • k)

    Sportnota: De door het college vastgestelde nota “Sport en bewegen in Soest en Soesterberg – nota 2024–2028”, waarin de ambities, beleidslijnen en uitvoeringsafspraken van het gemeentelijk sportbeleid zijn vastgelegd. Deze nota dient als leidraad voor de ontwikkeling en ondersteuning van sport- en beweegactiviteiten binnen de gemeente Soest.

  • l)

    Sociale Basis Infrastructuur (SBI): het samenhangende geheel van organisaties en voorzieningen dat in de gemeente Soest bijdraagt aan de uitvoering van gemeentelijk beleid in het sociaal domein.

  • m)

    SBI-partners: organisaties die deel uitmaken van de Sociale Basis Infrastructuur en door het college als zodanig zijn aangewezen op basis van criteria zoals vastgelegd in deze regels.

Artikel 2 – Weigeringsgronden

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van de Algemene subsidieverordening Soest, kan het college een subsidie weigeren indien:

    • a.

      de activiteiten niet passen binnen de door de gemeente vastgestelde beleidsdoelen, of

    • b.

      de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de onderhavige subsidieregeling.

  • 2.

    Subsidie wordt in ieder geval geweigerd voor activiteiten die een politiek of religieus karakter hebben. Hieronder wordt verstaan: activiteiten die primair zijn gericht op politieke meningsvorming of religieuze overtuiging, zonder dat sprake is van een overwegende bijdrage aan de gemeentelijke beleidsdoelen.

Hoofdstuk 2 - Professionele maatschappelijke organisaties

Artikel 1 - Methodiek subsidiering professionele maatschappelijke organisaties

  • 1.

    Het college stelt voorlopige subsidieplafonds vast onder voorbehoud van de aanwezigheid van voldoende middelen in de gemeentelijke begroting. Een ambtelijke wegingstafel beoordeelt de aanvragen en stelt het subsidieprogramma op. Kort na definitieve vaststelling van de begroting door de gemeenteraad, neemt het college vervolgens het definitieve besluit over de subsidieplafonds via het subsidieprogramma, waarna de subsidiebeschikkingen op uiterlijk 31 december van het jaar van indiening van de aanvraag worden verzonden.

  • 2.

    Voor professionele maatschappelijke organisaties die in de vervallen Beleidsregels Welzijn, Cultuur en Sport Soest, behoorden tot de Beleid gestuurde contractfinanciering (BCF), geldt in de nieuwe methodiek een gezamenlijk subsidieplafond.

  • 3.

    Binnen dit plafond worden aanvragen integraal beoordeeld door de ambtelijke commissie. Deze commissie hanteert een gezamenlijke weging op basis van de bijdrage aan de vijf opgaven uit de Integrale Visie Sociaal Domein, de Cultuurnota (voor culturele subsidies), de Sportnota (indien van toepassing), overige toepasselijke regelgeving, de kwaliteit van de aanvraag en de samenwerking met andere partijen.

  • 4.

    Onderbesteding door de ene organisatie kan – binnen het vastgestelde plafond – worden benut voor extra inzet door een andere organisatie, mits passend binnen het gemeentelijk beleid. Hierdoor ontstaat ruimte voor flexibiliteit en maatwerk zonder overschrijding van het totale budget.

  • 5.

    De subsidiering van professionele maatschappelijke organisaties vindt plaats binnen de categorie Sociale Basis Infrastructuur (SBI), zoals aansluitend op de Integrale Visie Sociaal Domein. De SBI is een open categorie; toetreding en continuering geschieden via een transparante procedure.

  • 6.

    De feitelijke lijst van organisaties die onderdeel uitmaken van de SBI wordt niet in deze regeling benoemd, maar door het college bij separaat collegebesluit vastgesteld en periodiek geactualiseerd.

  • 7.

    Voor toelating van organisaties als partner binnen de Sociale Basis Infrastructuur (SBI) gelden de criteria en de procedure zoals vastgelegd in Artikel 7 van deze regeling.

  • 8.

    Indien het college gemotiveerd meent dat er slechts één serieuze gegadigde is, wordt dit vooraf gepubliceerd met motivering en een redelijke aanmeldtermijn voor belangstellenden.

  • 9.

    Overgangsbepaling (continuïteit): ter waarborging van voorzieningen kunnen lopende subsidies tijdelijk worden voortgezet tot het nieuwe besluit op basis van de in dit artikel bedoelde procedure; deze voorlopige voortzetting vervalt van rechtswege zodra het collegebesluit tot (her)vaststelling van de SBI-lijst is genomen.

Artikel 2 – Doelstelling

  • 1.

    De subsidie borgt de continuïteit van kernactiviteiten van professionele maatschappelijke organisaties die bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van cultuur, sport en sociaal domein. Deze activiteiten dragen in samenhang bij aan de vijf opgaven van de Integrale Visie Sociaal Domein:

    • 1.

      Gezonde leefstijl

    • 2.

      Bestaanszekerheid

    • 3.

      Mentale weerbaarheid

    • 4.

      Kansengelijkheid

    • 5.

      Meedoen en inclusie

  • 2.

    Indien de activiteiten primair gericht zijn op het beleidsterrein cultuur of sport, dienen deze tevens aantoonbaar bij te dragen aan de uitgangspunten en/of pijlers zoals vastgelegd in respectievelijk de Cultuurnota of de vigerende Sportnota van de gemeente Soest.

Artikel 3 – Subsidievoorwaarden

  • 1.

    Activiteiten zijn primair gericht op inwoners van Soest.

  • 2.

    Activiteiten dragen bij aan de doelen uit gemeentelijk beleid, met nadruk op de vijf opgaven uit de Integrale Visie.

  • 3.

    De aanvrager toont aan dat er geen andere structurele dekking is voor de activiteiten.

  • 4.

    De organisatie moet aantonen duurzaam en substantieel actief te zijn in Soest en samenwerken met lokale partners, ongeacht haar vestigingsplaats.

  • 5.

    Het college beoordeelt of nieuwe aanbieders, die nog niet eerder subsidie ontvingen, een wezenlijke en vernieuwende bijdrage leveren ten opzichte van bestaande gesubsidieerde activiteiten (“nieuw voor oud”).

Artikel 4 – Subsidieplafond en verdeling

  • 1.

    Voor het geheel aan professionele maatschappelijke organisaties wordt jaarlijks een gezamenlijk subsidieplafond vastgesteld.

  • 2.

    De subsidieaanvragen worden gewogen en verdeeld op basis van hun bijdrage aan de vijf opgaven van de Integrale Visie Sociaal Domein. Voor activiteiten die primair gericht zijn op cultuur of sport, wordt tevens de bijdrage aan de uitgangspunten en/of pijlers uit respectievelijk de Cultuurnota of de vigerende Sportnota meegewogen in de beoordeling.

  • 3.

    Een integrale wegingstafel adviseert het college over de verdeling van subsidies, op basis van criteria zoals:

    • a.

      de bijdrage aan gemeentelijke beleidsdoelen en opgaven;

    • b.

      samenwerking met andere partijen;

    • c.

      bereik en maatschappelijke effectiviteit;

    • d.

      kwaliteit en professionaliteit van de uitvoering.

    Bij deze beoordeling wordt aangesloten op het gemeentelijke afwegingskader en de beleidsindicatoren die de gemeente hanteert ter uitvoering van actueel beleid.

Artikel 5 – Uniforme kostprijsberekening

  • 1.

    Professionele maatschappelijke organisaties hanteren bij de subsidieaanvraag een uniforme methodiek voor kostprijsberekening, binnen door de gemeente vastgestelde bandbreedten.

  • 2.

    De gemeente stelt jaarlijks een handreiking of format beschikbaar voor deze kostprijscalculatie.

  • 3.

    Grote afwijkingen van deze bandbreedten dienen in de aanvraag gemotiveerd te worden en zijn alleen toegestaan met voorafgaande instemming van het college.

Artikel 6 – Vorming van voorzieningen en reserves

  • 1.

    Het college kan bij de verlening van een subsidie die per kalender- of boekjaar wordt verstrekt en meer dan € 50.000 bedraagt, bepalen dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met artikel 12a van de Algemene Subsidieverordening gemeente Soest 2020.

  • 2.

    De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken om een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De egalisatiereserve dient ter opvang van exploitatierisico’s en ter bevordering van een evenwichtige uitvoering van structurele activiteiten.

  • 4.

    Voor andere voorzieningen of reserves geldt dat deze uitsluitend zijn toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van het college.

  • 5.

    Zowel de egalisatiereserve als andere voorzieningen of reserves mogen afzonderlijk én gezamenlijk niet meer bedragen dan 20% van de door Soest verleende subsidie per kalender- of boekjaar, tenzij bij verleningsbeschikking uitdrukkelijk anders is bepaald.

  • 6.

    Een verzoek tot vorming of aanwending van een egalisatiereserve, andere reserve of voorziening wordt gemotiveerd ingediend bij de jaarrekening en beoordeeld bij de subsidievaststelling.

  • 7.

    Niet-bestede subsidiegelden worden in beginsel bij de subsidievaststelling teruggevorderd, tenzij vooraf anders is overeengekomen of deze zijn toegevoegd aan een goedgekeurde egalisatiereserve, andere reserve of voorziening.

Artikel 7 – Toelating tot de Sociale Basis Infrastructuur (SBI)

  • 1.

    Het college kan organisaties aanwijzen als partner binnen de Sociale Basis Infrastructuur (SBI).

  • 2.

    Aanwijzing als SBI-partner vindt uitsluitend plaats indien de organisatie voldoet aan de volgende criteria:

    • a.

      Rechtspersoonlijkheid: de organisatie beschikt over rechtspersoonlijkheid en heeft een statutaire doelstelling zonder winstoogmerk;

    • b.

      Kwaliteit: de organisatie levert aantoonbaar activiteiten of diensten van voldoende kwaliteit;

    • c.

      Samenwerking en lokale verankering: de organisatie maakt deel uit van het lokale netwerk, werkt samen met andere instellingen in Soest en draagt bij aan de samenhang van de sociale basis;

    • d.

      Beleidsdoelen: de activiteiten van de organisatie sluiten structureel aan bij gemeentelijke beleidsdoelen, waaronder de Integrale Visie Sociaal Domein, de Cultuurnota en de Sportnota;

    • e.

      Mededinging: toelating vindt plaats op basis van transparante, objectieve en non-discriminatoire criteria, in lijn met jurisprudentie van rechtbanken en de Raad van State.

  • 3.

    Organisaties die toelating wensen als SBI-partner dienen hiertoe uiterlijk op 1 april voorafgaand aan het subsidiejaar een aanvraag in bij het college, vergezeld van de noodzakelijke gegevens en bescheiden.

  • 4.

    De aanwijzing als SBI-partner geldt voor een periode van ten hoogste vier jaar en loopt gelijk met de collegeperiode waarin het besluit is genomen.

  • 5.

    Het college kan een kortere termijn vaststellen indien daartoe aanleiding bestaat, bijvoorbeeld bij gewijzigde beleidsdoelstellingen of afspraken in het coalitieakkoord.

  • 6.

    Voor afloop van de termijn, bedoeld in lid 4 of lid 5, vindt een herbeoordeling plaats. Daarbij wordt getoetst of de organisatie opnieuw aan de criteria voldoet en of de activiteiten nog steeds aansluiten bij de actuele beleidsdoelstellingen van de gemeente.

  • 7.

    Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

  • 8.

    Het college kan de aanwijzing tussentijds intrekken indien de organisatie niet langer voldoet aan de in lid 2 genoemde criteria.

Artikel 8 – Betrokken organisaties

De volgende professionele maatschappelijke organisaties vallen onder deze regeling:

  • -

    de organisaties die door het college, na een open en transparante (periodieke) procedure als bedoeld in artikel 1 en artikel 7, als onderdeel van de Sociale Basis Infrastructuur (SBI), zijn vastgesteld en openbaar bekendgemaakt.

Deze organisaties worden aangemerkt als professionele maatschappelijke organisaties binnen het sociaal domein van de gemeente Soest.

Hoofdstuk 2.1  

Artikel 1 – Professionele maatschappelijke organisatie met een gecombineerde bibliotheek-, cultuureducatie- en theaterfunctie (SBI)

  • 1.

    Als professionele maatschappelijke organisatie wordt beschouwd de organisatie die voldoet aan de in hoofdstuk 1 genoemde begripsomschrijving.

  • 2.

    De organisatie verzorgt de openbare bibliotheekvoorziening in de gemeente Soest, met een focus op het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid, het bevorderen van taal- en digitale vaardigheden en het stimuleren van een leven lang ontwikkelen voor alle inwoners.

  • 3.

    Daarnaast voert de organisatie aanvullende educatieve en culturele taken uit die bijdragen aan gemeentelijk beleid, waaronder:

    • a.

      het stimuleren van cultuurparticipatie en cultuureducatie, zowel in groepsverband als in het onderwijs;

    • b.

      het organiseren van ontmoetings-, debat- en participatieactiviteiten;

    • c.

      het toegankelijk maken van kunst en cultuur en het ondersteunen van lokale culturele netwerken.

  • 4.

    Het subsidiebedrag dat per jaar voor de betreffende activiteiten beschikbaar is, wordt opgenomen in het subsidieprogramma dat door het college wordt vastgesteld, op de wijze zoals in deze regels is vastgelegd.

  • 5.

    De subsidie wordt verstrekt aan de in lid 1 bedoelde organisatie die de bibliotheekvoorziening en de in lid 2 en 3 genoemde taken uitvoert en die door het college, bij besluit tot toelating tot de Sociale Basis Infrastructuur (SBI), is aangewezen.

Hoofdstuk 2.2 Sociaal domein en welzijn

Artikel 1 – Professionele maatschappelijke organisaties in het sociaal domein (SBI)

  • 1.

    Als professionele maatschappelijke organisatie wordt beschouwd een organisatie die voldoet aan de in hoofdstuk 1 genoemde begripsomschrijving.

  • 2.

    De maatschappelijke functies binnen het sociaal domein waarop deze regeling ziet, worden uitgevoerd door organisaties die onderdeel uitmaken van de Sociale Basis Infrastructuur (SBI), zoals vastgesteld bij collegebesluit. Deze functies omvatten in elk geval:

    • a.

      welzijnsactiviteiten (breed welzijnswerk en ondersteuning);

    • b.

      welzijnswerk voor ouderen;

    • c.

      onafhankelijke cliëntondersteuning;

    • d.

      vrijwillige inzet en maatschappelijke betrokkenheid;

    • e.

      maatschappelijke dienstverlening en sociaal werk;

    • f.

      ouderenzorg en welzijnsactiviteiten in samenhang.

  • 3.

    De uitvoering van de in lid 2 genoemde functies draagt bij aan de gemeentelijke beleidsdoelen en de opgaven uit de Integrale Visie. De nadere invulling vindt plaats in het Uitvoeringsplan.

  • 4.

    Het subsidiebedrag dat per jaar voor de betreffende functies beschikbaar is, wordt opgenomen in het subsidieprogramma dat door het college wordt vastgesteld, op de wijze zoals in deze regels is vastgelegd.

  • 5.

    De subsidie wordt verstrekt aan de in lid 1 bedoelde organisaties die de in lid 2 genoemde functies uitvoeren en die door het college, bij besluit tot toelating tot de Sociale Basis Infrastructuur (SBI), zijn aangewezen.

Hoofdstuk 3 – Sociaal Domein

Artikel 1 – Ouderenbonden

  • 1.

    Aan de lokale afdelingen van de algemene ouderenbonden kan jaarlijks een vaste subsidie worden verleend alsmede een subsidie per lid ter hoogte van het door het college in het jaarlijkse subsidieprogramma vast te stellen bedrag.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

  • 3.

    De subsidie per lid wordt - na aftrek van de vaste bijdrage - bepaald door het subsidieplafond te delen door het totale aantal leden.

  • 4.

    Indien het totaal van de aangevraagde subsidies het voor het betreffende jaar vastgestelde subsidieplafond overschrijdt, vindt de verdeling van het beschikbare budget plaats naar rato van het aantal leden per ouderenbond, op basis van het totaal aantal leden van alle in aanmerking komende ouderenbonden. Hierbij wordt eerst de vaste bijdrage per bond in mindering gebracht op het subsidieplafond; het resterende bedrag wordt vervolgens evenredig verdeeld over de bondsleden.

Artikel 2 – Vrijwilligers

  • 1.

    Aan Soester organisaties kan een subsidie worden verleend voor deskundigheidsbevordering van hun vrijwilligers en een waarderingssubsidie voor activiteiten die vrijwilligersorganisaties organiseren om de eigen vrijwilligers te bedanken;

  • 2.

    Per organisatie is per aanvraag de subsidie voor deskundigheidsbevordering maximaal € 50,- per vrijwilliger met een maximum van € 1.500,- per aanvraag;

  • 3.

    De waarderingssubsidie is per organisatie maximaal € 750,- per aanvraag per jaar;

  • 4.

    Jaarlijks kan maximaal één aanvraag per organisatie worden ingediend voor beide subsidies.

  • 5.

    Indien meerdere organisaties een gezamenlijke aanvraag indienen voor een incompany training of activiteit geldt een maximum van € 3.000,- per aanvraag per jaar, ongeacht het aantal deelnemende organisaties;

  • 6.

    Aan een deskundigheidstraining nemen bij een gezamenlijke aanvraag tenminste 25 personen deel;

  • 7.

    Aanvragen kunnen gedurende het hele jaar minimaal één maand voorafgaand aan de activiteit worden ingediend.

  • 8.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze regeling.

  • 9.

    Indien het aantal volledige aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, worden de aanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst. Aanvragen die worden ingediend nadat het plafond is bereikt, worden afgewezen.

Artikel 3 – Sociaal-juridische dienstverlening

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor het uitvoeren van sociaal-juridische dienstverlening voor inwoners van de gemeente Soest. De dienstverlening omvat onder andere onafhankelijke ondersteuning bij hulpvragen, het geven van voorlichting, juridische advisering en het begeleiden van inwoners bij het vinden van passende zorg of hulpverlening.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor niet-commerciële organisaties met aantoonbare ervaring in het bieden van laagdrempelige, onafhankelijke en toegankelijke sociaal-juridische dienstverlening.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van een activiteitenplan en een sluitende begroting. Het activiteitenplan bevat ten minste informatie over het aantal te ondersteunen inwoners, de soorten dienstverlening, samenwerkingspartners en de wijze van monitoring en verantwoording.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats op basis van de kwaliteit van de aanvraag. Hierbij wordt in het bijzonder gelet op: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de beleidsopgaven zoals verwoord in de Integrale Visie en de verhouding tussen kosten en het beoogde maatschappelijk effect.

Artikel 4 – Schulddienstverlening

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor professionele schulddienstverlening aan inwoners van Soest die te maken hebben met financiële problemen of problematische schulden.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor organisaties die (regionaal) zijn gespecialiseerd in schulddienstverlening en onder meer invulling geven aan aanmelding en intake, crisisinterventie en stabilisatie, schuldregelingen zoals schuldbemiddeling, saneringskredieten, verzoekschrift dwangakkoord en WSNP-begeleiding, inkomensbeheer, budgetcoaching, nazorg en evaluatie.

  • 3.

    De subsidieaanvraag bevat een activiteitenplan waarin wordt beschreven:

    • welke vormen van dienstverlening worden ingezet;

    • hoe de doelgroepen worden bereikt;

    • hoe wordt samengewerkt met lokale partners zoals het sociaal team;

    • en op welke wijze bereik, effectiviteit en resultaten worden gemonitord.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats op basis van de kwaliteit van de aanvraag. Hierbij wordt in het bijzonder gelet op: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de beleidsopgaven zoals verwoord in de integrale visie van het sociaal domein, de verhouding tussen kosten en het beoogde maatschappelijk effect en de mate waarin de aanvraag aansluit bij gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van schulddienstverlening.

Artikel 5 – Vrijwillige schuldhulp

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor de inzet van vrijwilligers bij het ondersteunen van inwoners van Soest met (dreigende) schuldenproblematiek.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan:

    • het bieden van praktische hulp door getrainde vrijwilligers (maatjes);

    • het voorkomen van financiële problemen door vroegsignalering;

    • het vergroten van financiële zelfredzaamheid;

    • het versterken van de samenwerking met professionele hulpverleners binnen het sociaal domein.

  • 3.

    De subsidieaanvraag bevat een beschrijving van:

    • de inzet en werving van ‘schuldhulp maatjes’;

    • het aantal te begeleiden cliënten;

    • de samenwerking met lokale ketenpartners;

    • en de wijze waarop resultaten en maatschappelijke effecten worden gemonitord.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt verdeling plaats naar rato van de overschrijding van het totale plafond.

Artikel 6 – Sociale en psychische ondersteuning

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor laagdrempelige maatschappelijke ondersteuning aan inwoners van Soest die kampen met praktische, sociale en/of psychische problemen en daarbij gebaat zijn bij individuele begeleiding of hulp op maat.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor organisaties die met vrijwilligers of professionele krachten informele ondersteuning bieden, waaronder huisbezoeken, begeleidende gesprekken, praktische hulp en het versterken van het netwerk van hulpvragers.

  • 3.

    De subsidieaanvraag bevat een activiteitenplan waarin wordt beschreven:

    • op welke wijze inwoners worden bereikt en ondersteund;

    • welke vormen van begeleiding worden aangeboden;

    • hoe de samenwerking verloopt met het sociaal team en andere relevante organisaties;

    • en hoe resultaten, bereik en tevredenheid worden gemonitord.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt verdeling plaats naar rato van de overschrijding van het totale plafond.

Artikel 7 – Slachtofferhulp Nederland

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor de ondersteuning van slachtoffers van ingrijpende gebeurtenissen, zoals misdrijven, rampen, zelfdoding of ernstige ongevallen in de gemeente Soest.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor inzet van psychosociale, praktische en juridische ondersteuning aan inwoners, inclusief acute opvang, lotgenotencontact, casemanagement, herstelbemiddeling en samenwerking met ketenpartners zoals politie, GGD en Veiligheidsregio.

  • 3.

    De ondersteuning wordt verleend op basis van landelijke expertise van Slachtofferhulp Nederland en vormt een aanvulling op het gemeentelijk voorzieningenniveau in het sociaal domein, rampenbestrijding en veiligheid.

  • 4.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van een jaarplan en begroting waarin de aard van de dienstverlening en het bereik binnen Soest is opgenomen.

  • 5.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 6.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats naar rato van de overschrijding van het totale plafond.

Artikel 8 – Armoedebestrijding voor kinderen

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor activiteiten die bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van armoede onder kinderen in Soest, zodat zij kunnen deelnemen aan school-, sport- en cultuuractiviteiten.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor rechtspersonen die uitvoering geven aan individuele ondersteuning van kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. De ondersteuning kan onder meer bestaan uit:

    • vergoedingen in natura voor schoolkosten, sport- of cultuurdeelname;

    • een intakeprocedure en beoordeling door daartoe aangewezen vrijwilligers of professionals;

    • samenwerking met scholen, verenigingen en maatschappelijke organisaties.

  • 3.

    De subsidieaanvraag bevat een activiteitenplan waarin wordt toegelicht:

    • welke doelgroep wordt bereikt;

    • op welke wijze aanvragen worden beoordeeld en uitgevoerd;

    • welke samenwerking plaatsvindt met andere betrokken partijen;

    • en hoe bereik en besteding worden gemonitord.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats naar rato van de overschrijding van het totale plafond.

Artikel 9 - Subsidie maatschappelijke begeleiding statushouders

  • 1.

    Voor het uitvoeren van maatschappelijke begeleiding van statushouders stelt het college jaarlijks een subsidie beschikbaar.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 3.

    De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door instellingen die aantoonbare ervaring hebben met maatschappelijke begeleiding van statushouders én beschikken over de noodzakelijke deskundigheid op dit terrein.

  • 4.

    Indien zich meerdere aanvragers melden die voldoen aan de in het vorige lid genoemde voorwaarden, wordt de subsidie toegekend aan de partij die op basis van een kwalitatieve beoordeling als beste uit de beoordeling komt. Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

    • Ervaring en expertise op het gebied van maatschappelijke begeleiding;

    • Mate van lokale betrokkenheid en samenwerking met gemeentelijke ketenpartners;

    • Bereik, continuïteit en effectiviteit van de geboden begeleiding;

    • Inzicht in de inzet van middelen en de verhouding met andere financieringsbronnen.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats op basis van de kwaliteit van de aanvraag.

Artikel 10 – Exploitatie sociaal-culturele voorziening Soesterberg

  • 1.

    Het college kan subsidie verstrekken ter ondersteuning van de exploitatie van een sociaal-culturele voorziening in Soesterberg, met als doel het bieden van een laagdrempelige ontmoetingsplek voor inwoners, het faciliteren van sociaal-culturele activiteiten en het versterken van de sociale samenhang in de wijk.

  • 2.

    De subsidieaanvraag bevat een activiteitenplan en een sluitende begroting waarin onder meer wordt toegelicht:

    • hoe de voorziening bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelen op het gebied van maatschappelijke participatie, ontmoeting en leefbaarheid;

    • welke activiteiten worden georganiseerd;

    • welke doelgroepen worden bereikt;

    • en hoe wordt samengewerkt met lokale partners.

  • 3.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze regeling.

  • 4.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats naar rato van de overschrijding van het beschikbare budget.

Hoofdstuk 4 – Cultuur

Artikel 1 – Amateurkunst

  • 1.

    Het beschikbare subsidiebudget voor de amateurkunstregeling wordt jaarlijks verdeeld over aanvragers die voldoen aan de onderstaande voorwaarden.

  • 2.

    De aanvrager is een amateurvereniging of stichting met een culturele identiteit, statutair gevestigd in de gemeente Soest en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

  • 3.

    De vereniging of stichting houdt zich bezig met actieve cultuurparticipatie in een vast groepsverband, zoals koren, muziekverenigingen, toneelverenigingen of vergelijkbare culturele organisaties en heeft minimaal 10 actieve leden. Per aanvrager wordt maximaal één subsidie verstrekt voor één vaste groep.

  • 4.

    De groep werkt onder professionele, betaalde begeleiding (bijvoorbeeld een dirigent, regisseur of begeleidend muzikant), en maakt structureel kosten voor het gebruik van een repetitielocatie binnen de gemeente Soest.

  • 5.

    De subsidie strekt tot een bijdrage in de kosten voor professionele begeleiding en het gebruik van de repetitielocatie zoals vermeld in het vorige lid.

  • 6.

    De subsidieaanvraag wordt uiterlijk op 1 april voorafgaand aan het subsidiejaar ingediend via het daartoe beschikbaar gestelde format op de website van de gemeente Soest.

  • 7.

    De beoordeling en subsidieverlening vindt plaats op basis van het volgende afwegingskader:

    • a.

      Het basisbedrag per aanvrager die voldoet aan de voorwaarden bedraagt 100%. Indien bij een repetitie meerdere betaalde professionele begeleiders tegelijk aanwezig zijn, bedraagt het basisbedrag 150%.

    • b.

      Voor muziekverenigingen en orkesten geldt een aanvullend percentage op het basisbedrag, in verband met extra kosten voor gebruik, onderhoud en opslag van instrumenten:

      • 300% bij maximaal 25 leden;

      • 400% bij 26 tot en met 50 leden;

      • 600% bij meer dan 50 leden.

  • 8.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze regeling.

  • 9.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden, vindt subsidietoekenning plaats naar rato van het beschikbare plafond.

  • 10.

    Bij de bepaling van het subsidiebedrag per aanvrager wordt uitgegaan van een richtlijn van acht uur repetitietijd per maand, verspreid over wekelijkse repetities. Indien de feitelijke repetitietijd lager is, wordt het subsidiebedrag naar rato aangepast op basis van de totale maandelijkse repetitietijd.

  • 11.

    De verdeling naar rato van het subsidieplafond, zoals bedoeld in lid 9, vindt plaats nadat de individuele subsidiebedragen overeenkomstig lid 10 zijn berekend.

Artikel 2 – Projectsubsidies cultuur

  • 1.

    Het college kan subsidie verstrekken aan rechtspersonen voor culturele activiteiten die plaatsvinden in de gemeente Soest en die aantoonbaar bijdragen aan ten minste één van de doelstellingen, zoals nader gespecificeerd in lid 2 van dit artikel.

  • 2.

    De subsidiabele culturele activiteiten dienen in belangrijke mate bij te dragen aan de volgende opgaven uit de cultuurnota 2024-2028 ('Cultuur, podium van ontmoeting'):

    • a.

      Cultuur is voor iedereen (meedoen en inclusie): Door het bevorderen van de toegankelijkheid van kunst en cultuur voor alle inwoners, waaronder het verlagen van drempels voor deelname voor personen met fysieke of mentale beperkingen, financiële beperkingen, of laaggeletterdheid, en het gericht bereiken van deze doelgroepen.

    • b.

      Cultuur doe je samen (meedoen): Door het stimuleren van ontmoeting tussen inwoners of co-creatie met inwoners, dan wel door samenwerking met culturele partijen uit buurgemeenten.

    • c.

      Cultuur is zichtbaar: Door het verlevendigen van centra in Soest of Soesterberg, dan wel door het bevorderen van cultuurdeelname binnen de gemeente Soest.

  • 3.

    De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal:

    • a.

      € 3.000 bij een aantoonbare bijdrage aan één van de in lid 2 genoemde doelstellingen;

    • b.

      € 4.000 bij een aantoonbare bijdrage aan twee van de in lid 2 genoemde doelstellingen;

    • c.

      € 7.000 bij een aantoonbare bijdrage aan drie van de in lid 2 genoemde doelstellingen.

  • 4.

    Voor overige culturele activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan de culturele identiteit van Soest, doch niet primair aan de in lid 2 genoemde doelstellingen, bedraagt de subsidie maximaal € 1.000. Voor het uitgeven van boeken over de historie van Soest of Soesterberg bedraagt de subsidie maximaal € 500.

  • 5.

    Aanvragen kunnen in afwijking van artikel 7 ASV gedurende het gehele jaar worden ingediend en dienen te bestaan uit een projectplan en een sluitende begroting waarin de gevraagde subsidiebijdrage en de wijze van cofinanciering uit andere inkomstenbronnen (zoals kaartverkoop, fondsen, sponsoring of eigen inbreng) zijn opgenomen. De activiteiten mogen op het moment van indiening van de aanvraag niet reeds zijn uitgevoerd.

  • 6.

    Voor zover een culturele instelling structureel subsidie ontvangt, kan slechts subsidie worden verleend indien gemotiveerd wordt dat de activiteit niet uit de reguliere middelen kan worden bekostigd.

  • 7.

    De aanvrager is verplicht de gesubsidieerde activiteit aan te melden op de culturele agenda van de gemeente (www.cultuurinsoest.nl).

  • 8.

    Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a.

      Kosten gerelateerd aan onroerend goed, waaronder exploitatielasten;

    • b.

      Fondsvorming of vermogensopbouw;

    • c.

      Prijzengeld voor prijzenuitreiking door derden;

  • 10.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 11.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden, geeft het college voorrang aan aanvragen die voldoen aan de criteria in deze regeling en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen, zoals geformuleerd in de integrale visie sociaal domein, het cultuurbeleid of het sportbeleid van de gemeente Soest.

Artikel 3 – 100-stoelenregeling

  • 1.

    Het college kan subsidie verlenen door de afname van maximaal 100 kaarten van een lokaal georganiseerd en uitgevoerd concert ten behoeve van gratis entree voor beschreven doelgroepen.

  • 2.

    Voor deze subsidie gelden de volgende voorwaarden:

    • a)

      De aanvrager en organisatie van de optredens is een niet-commerciële culturele instelling;

    • b)

      Per aanvrager kan maximaal één aanvraag per twee jaar worden gedaan;

    • c)

      De bijdrage is maximaal 100 kaarten en € 1.250,- per aanvraag;

    • d)

      Doelgroepen voor gratis kaarten zijn inwoners van de gemeente Soest die weinig mogelijkheid hebben om deel te nemen aan cultuuraanbod zoals: afnemers van de Voedselbank (mensen met weinig inkomen), vrijwilligers (bedankje inzet); mantelzorgers (ontlasting door uitje), schoolgaande jongeren, e.d.;

    • e)

      Entreekaarten worden door de aanvrager zelf in overleg verdeeld. Dit kan met medewerking van organisaties die in Soest actief zijn binnen het sociaal-maatschappelijk domein;

    • f)

      Aanvragen kunnen het hele jaar, maar minimaal twee maanden vóór de activiteit plaatsvindt, worden ingediend met een sluitende begroting voor het concert waarin ook andere inkomsten zijn meegenomen;

    • g)

      Er kan geen stapeling zijn met de projectsubsidie cultuur;

    • h)

      Het aantal toegekende kaarten dat niet wordt uitgegeven moet door de aanvrager worden gemeld aan de subsidieverstrekker. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de subsidie.

  • 3.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 4.

    Indien het aantal volledige aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, worden de aanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst. Aanvragen die worden ingediend nadat het plafond is bereikt, worden afgewezen.

Artikel 4 – KHI Kies je Kunst

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor de regeling KHI Kies je Kunst. Deze regeling is bedoeld om leerlingen in het voortgezet onderwijs op een laagdrempelige manier kennis te laten maken met een breed cultureel aanbod in Soest. Leerlingen kiezen zelfstandig uit het regionale aanbod van culturele activiteiten en bezoeken deze individueel of in kleine groepjes.

  • 2.

    De regeling ondersteunt de doelstellingen uit de cultuurnota “Cultuur, podium van ontmoeting 2024–2028”, in het bijzonder: a. het vergroten van de toegankelijkheid tot kunst en cultuur voor jongeren; b. het stimuleren van culturele zelfstandigheid en oriëntatie; c. het versterken van de verbinding tussen jongeren en lokale culturele aanbieders.

  • 3.

    De regeling wordt uitgevoerd in samenwerking met scholen en culturele instellingen. De subsidie dekt (een deel van) de kosten voor deelname, organisatie en eventueel vervoer.

  • 4.

    De subsidie wordt uitsluitend ingezet ten behoeve van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs in Soest. Activiteiten dienen plaats te vinden in Soest of de directe regio en vallen binnen de culturele pijlers van de cultuurnota. Culturele aanbieders dienen aangesloten te zijn bij het programma KHI Kies je Kunst.

  • 5.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast. De toekenning vindt plaats op basis van vooraf gemaakte afspraken tussen de gemeente, deelnemende scholen en culturele instellingen.

  • 6.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, wordt het beschikbare budget naar rato verdeeld over de volledig ingediende en ontvankelijke aanvragen die voldoen aan de in deze regeling gestelde criteria.

Artikel 5 – Cultuur met Kwaliteit (CMK)

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor cultuureducatie in het primair onderwijs in samenwerking met Kunstenhuis Idea.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor vakdocenten, leerlijnen cultuuronderwijs en de begeleiding van leerkrachten.

  • 3.

    De uitvoering vindt plaats op basis van nadere afspraken tussen Kunstenhuis Idea en de gemeente Soest die worden vastgelegd in de subsidiebeschikking.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast. Toekenning vindt plaats op basis van het door de gemeente Soest goedgekeurde jaarplan en de afspraken in de subsidiebeschikking.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, wordt het beschikbare budget naar rato verdeeld over de volledig ingediende en ontvankelijke aanvragen die voldoen aan de in deze regeling gestelde criteria.

Artikel 6 – Kunst Centraal

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd ter ondersteuning van de deskundigheidsbevordering van leerkrachten, de inzet van cultuurcoördinatoren en de ontwikkeling van kwalitatieve cultuureducatieprogramma’s voor het primair onderwijs in Soest.

  • 2.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van samenwerking met scholen en culturele partners in de regio.

  • 3.

    De uitvoering vindt plaats op basis van nadere afspraken tussen Kunst Centraal en de gemeente Soest, vastgelegd in de subsidiebeschikking.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast. Toekenning vindt plaats op basis van het goedgekeurde jaarplan en de afspraken in de subsidiebeschikking.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, wordt het beschikbare budget naar rato verdeeld over de volledig ingediende en ontvankelijke aanvragen die voldoen aan de in deze regeling gestelde criteria.

Artikel 7 – Griftland Cultuureducatieprogramma

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoering van een doorlopende leerlijn cultuureducatie voor leerlingen van het Griftland College.

  • 2.

    Het programma wordt in samenwerking met culturele instellingen en vakdocenten vormgegeven en draagt bij aan de doelstellingen uit de cultuurnota 2024–2028.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van een jaarlijks in te dienen activiteitenplan waarin onder meer de inhoud van het programma, de betrokken partners en het aantal deelnemende leerlingen is opgenomen.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreig te worden overschreden, wordt het beschikbare budget naar rato verdeeld over de volledig ingediende en ontvankelijke aanvragen die voldoen aan de in deze regeling gestelde criteria.

Artikel 8 – Bachschool

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd ter ondersteuning van een structureel programma op het gebied van klassieke muziekeducatie, uitvoeringen en repetities binnen Soest.

  • 2.

    De subsidie draagt bij aan de instandhouding van professionele muzikale begeleiding, educatieve activiteiten en concerten die toegankelijk zijn voor een breed publiek, waaronder jeugd en scholieren.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van een activiteitenplan dat jaarlijks met de gemeente wordt afgestemd en opgenomen in de subsidiebeschikking.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden, geeft het college voorrang aan aanvragen die voldoen aan de criteria in deze regeling en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen, zoals geformuleerd in de integrale visie sociaal domein, het cultuurbeleid of het sportbeleid van de gemeente Soest.

Artikel 9 – Museum

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd door culturele organisaties ter ondersteuning van het behoud en de presentatie van het cultureel en historisch erfgoed van de gemeente Soest.

  • 2.

    De subsidie ondersteunt de exploitatie van het museum, educatieve programma’s voor scholen, tijdelijke tentoonstellingen, vrijwilligerscoördinatie en publieksactiviteiten.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van een jaarlijks activiteitenplan en begroting, die worden opgenomen in de subsidiebeschikking.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden, geeft het college voorrang aan aanvragen die voldoen aan de criteria in deze regeling en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen, zoals geformuleerd in de integrale visie sociaal domein, het cultuurbeleid of het sportbeleid van de gemeente Soest.

Artikel 10 – Werkgroep Boek

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd door culturele organisaties voor het schrijven, redigeren, uitgeven en verspreiden van boeken en andere publicaties over de lokale geschiedenis van Soest en Soesterberg.

  • 2.

    De subsidie ondersteunt werkzaamheden zoals onderzoek, archiefwerk, vormgeving, drukwerk en promotie.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van een projectplan met begroting, waarin het onderwerp, de werkwijze en het verwachte bereik zijn opgenomen.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.

Artikel 11 – Behoud en ontsluiting lokale geschiedenis

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd door culturele organisaties ter ondersteuning van activiteiten die bijdragen aan het behoud, het zichtbaar maken en het toegankelijk houden van de lokale geschiedenis van Soest en Soesterberg.

  • 2.

    De subsidie draagt onder andere bij aan publicaties, tentoonstellingen, educatieve activiteiten, digitale ontsluiting van historisch materiaal en bijeenkomsten voor leden en belangstellenden.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van een jaarlijks activiteitenplan en begroting.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats naar rato van de overschrijding van het totale plafond.

Artikel 12 – Cultuurhistorie Oude Handelswegen en Erfgoedlijnen

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd door culturele organisaties ter ondersteuning van activiteiten die de cultuurhistorie van oude handelswegen en infrastructurele erfgoedlijnen in en rondom Soest zichtbaar en beleefbaar maken.

  • 2.

    De subsidie ondersteunt onder meer publieksactiviteiten zoals lezingen, wandelingen, routes, publicaties en educatieve projecten met lokale betrokkenheid.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt op basis van een activiteitenplan en begroting.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats op volgorde van binnenkomst van volledige en ontvankelijke aanvragen.

Artikel 13 – Lokale publieke media-instelling

  • 1.

    Voor het ondersteunen van een lokale publieke media-instelling stelt het college jaarlijks subsidie beschikbaar.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 3.

    Indien meerdere instellingen zich aanmelden als lokale publieke media-instelling, wordt de subsidie toegekend aan de partij die door het Commissariaat voor de Media is aangewezen in de gemeente Soest én die, naar oordeel van het college, de hoogste kwaliteit van dienstverlening biedt aan de gemeenschap van Soest.

  • 4.

    De kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • Inhoudelijke relevantie en actualiteit van berichtgeving;

    • Bereik en toegankelijkheid voor inwoners van Soest;

    • Mate van samenwerking met lokale partners en vrijwilligers;

    • Transparantie in de organisatie en financiële verantwoording.

  • 5.

    Indien meerdere partijen gelijkwaardig scoren, behoudt het college zich het recht voor om nadere criteria toe te passen of de subsidie naar rato te verdelen, mits dit de kwaliteit van de lokale publieke berichtgeving ten goede komt.

Hoofdstuk 5 – Sport en evenementen

Artikel 1 – Stimulering schoolsporttoernooien

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor het organiseren van schoolsporttoernooien in samenwerking met het onderwijs binnen de gemeente Soest.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor sportverenigingen die sporttoernooien organiseren voor leerlingen van basisscholen in Soest. De toernooien dienen opgenomen te zijn in de schoolsportkalender van het sportplatform.

  • 3.

    Per toernooi kunnen sportverenigingen subsidie ontvangen op basis van de volgende criteria:

    • een basisbedrag van € 75 per toernooi;

    • een aanvullende bijdrage van € 50 indien de vereniging geen eigen kantine heeft;

    • een bijdrage op basis van het aantal deelnemers:

      • tot 75 deelnemers: € 100

      • 75–149 deelnemers: € 175

      • 150–249 deelnemers: € 250

      • 250 of meer deelnemers: € 325

  • 4.

    Er mag geen eigen bijdrage van de scholen of leerlingen worden gevraagd.

  • 5.

    Aanvragen kunnen meerdere keren per kalenderjaar worden ingediend, maar uiterlijk één maand na afloop van het toernooi.

  • 6.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 7.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, worden aanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. Aanvragen die binnenkomen nadat het plafond is bereikt, worden afgewezen.

Artikel 2 – Oranjefeesten / Koningsdag

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor de organisatie van activiteiten op en rond Koningsdag in Soest en Soesterberg.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor de coördinatie en ondersteuning van lokale activiteiten in samenwerking met verenigingen, vrijwilligers en culturele organisaties, met als doel een breed en inclusief feestprogramma aan te bieden.

  • 3.

    De subsidieaanvraag bevat een activiteitenplan waarin duidelijk wordt:

    • welke activiteiten worden georganiseerd en op welke locaties;

    • welke doelgroepen worden bereikt;

    • welke partners betrokken zijn bij de uitvoering;

    • en hoe de voortgang van de organisatie wordt geborgd.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats naar rato van de overschrijding van het totale plafond.

Artikel 3 – Herdenkings- en vieringsactiviteiten 4 en 5 mei

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor de jaarlijkse organisatie van activiteiten in het kader van 4 mei (dodenherdenking) en 5 mei (bevrijdingsdag). Deze activiteiten hebben tot doel de herinnering aan oorlog en bevrijding levend te houden en het besef van vrijheid te versterken onder inwoners van de gemeente Soest.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor culturele en educatieve activiteiten, herdenkingsceremonies, optredens, lezingen, kinderprogramma’s en andere vormen van publieke betrokkenheid rondom 4 en 5 mei.

  • 3.

    De subsidieaanvraag bevat een programmabeschrijving waarin wordt toegelicht:

    • hoe de herdenkings- en vieringsmomenten worden vormgegeven;

    • welke doelgroepen worden bereikt (bijv. jongeren, ouderen, scholen);

    • en op welke wijze samenwerking wordt gezocht met lokale of regionale partners.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden, geeft het college voorrang aan aanvragen die voldoen aan de criteria in deze regeling en die naar het oordeel van het college de meest effectieve bijdrage leveren aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen, zoals geformuleerd in de integrale visie sociaal domein, het cultuurbeleid of het sportbeleid van de gemeente Soest.

Artikel 4 – Sinterklaasactiviteiten Soest en Soesterberg

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor de organisatie van Sinterklaasactiviteiten in Soest en Soesterberg, zoals intochten en vieringen gericht op kinderen en gezinnen.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan het behoud van deze culturele traditie en een laagdrempelige viering mogelijk maken voor alle inwoners, ongeacht achtergrond of draagkracht.

  • 3.

    De subsidieaanvraag bevat ten minste:

    • een activiteitenplan met datum en locatie van de vieringen;

    • een begroting met kosten en bijdragen van derden;

    • en een toelichting op de wijze van promotie, veiligheid en inclusiviteit.

  • 4.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt toekenning plaats naar rato van de overschrijding.

Artikel 5 – Loop- en crossevenementen

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden aangevraagd voor de organisatie van de jaarlijkse loop- en crossevenementen in Soest, welke recreatieve en wedstrijddeelnemers uit binnen- en buitenland aantrekken.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld ter ondersteuning van de organisatiekosten, waaronder onder meer wedstrijdorganisatie, veiligheid, communicatie, facilitaire voorzieningen en teamactiviteiten, zoals opgenomen in het activiteitenplan en de begroting.

  • 3.

    De aanvrager is een stichting of organisatie zonder winstoogmerk die verantwoordelijk is voor de organisatie en uitvoering van het evenement in de gemeente Soest.

  • 4.

    De subsidieaanvraag bevat een inhoudelijk activiteitenplan en sluitende begroting. Daarin wordt onder andere toegelicht:

    • hoe het evenement bijdraagt aan sportstimulering en de profilering van Soest;

    • hoe breedte- en topsport worden gecombineerd;

    • welke publieksgroepen worden bereikt;

    • en op welke wijze de organisatie samenwerking zoekt met lokale partners.

  • 5.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast.

  • 6.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt verdeling plaats naar rato van de overschrijding van het beschikbare budget.

Artikel 6 – Sportuitwisselingen

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden verleend voor de organisatie van sportuitwisselingen in binnen- en buitenland met deelname van sportverenigingen uit de gemeente Soest.

  • 2.

    De subsidie is bedoeld ter ondersteuning van organisatiekosten en deelnamekosten.

  • 3.

    Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

  • 4.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt verdeling plaats naar rato van de overschrijding van het beschikbare budget.

Artikel 7 – Ondersteuning sportkoepels en sportoverleg

  • 1.

    Op basis van dit artikel kan subsidie worden verleend aan organisaties die de samenwerking tussen sportverenigingen bevorderen of sportstimuleringsactiviteiten coördineren binnen de gemeente Soest.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

  • 3.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt verdeling plaats naar rato van de overschrijding van het beschikbare budget.

Artikel 8 – Wintersportactiviteiten

  • 1.

    Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten gericht op stimulering en deelname aan wintersporten door inwoners van de gemeente Soest.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

  • 3.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, vindt verdeling plaats naar rato van de overschrijding van het beschikbare budget.

Artikel 9 – Overige evenementensubsidies

  • 1.

    Het college kan incidentele subsidie verstrekken voor evenementen die aantoonbaar bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van sociale cohesie, sportparticipatie, cultuurbeleving en burgerbetrokkenheid, zoals verwoord in:

    • de Integrale Visie

    • de Cultuurnota,

    • de Sportnota,

    • en het gemeentelijk evenementenbeleid van Soest.

  • 2.

    Het gemeentelijk evenementenbeleid wordt momenteel geactualiseerd. Totdat deze actualisatie is vastgesteld, beoordeelt het college aanvragen op grond van de bestaande gemeentelijke beleidsstukken en de uitvoeringspraktijk rond evenementen.

  • 3.

    Voor evenementensubsidies kan jaarlijks een afzonderlijk subsidieplafond worden vastgesteld binnen het subsidieprogramma. Indien geen plafond is vastgesteld, beoordeelt het college de aanvragen op basis van de beschikbare begrotingsruimte.

  • 4.

    In afwijking van artikel 7 van de ASV kunnen aanvragen voor evenementensubsidies gedurende het gehele kalenderjaar worden ingediend.

  • 5.

    Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, worden de aanvragen behandeld in volgorde van binnenkomst, mits deze volledig zijn.

Hoofdstuk 6 - Slotbepalingen

Artikel 1 – Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op subsidies die worden verstrekt vanaf het subsidiejaar 2027.

Artikel 2 – Intrekking oude beleidsregels

De Beleidsregels Welzijn, Cultuur en Sport 2024 blijven van toepassing op subsidies die worden verstrekt voor het subsidiejaar 2026 en worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2027.

Artikel 3 – Subsidieplafonds

Het college stelt jaarlijks de subsidieplafonds vast overeenkomstig artikel 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5 van de ASV. Deze plafonds worden bekendgemaakt voorafgaand aan het subsidiejaar waarop zij betrekking hebben.

Artikel 4 – Hardheidsclausule - Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders. Daarbij kan het college gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling indien strikte toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 5 – Evaluatie

Het college evalueert deze regeling uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar 2028, in samenhang met de evaluatie van de Integrale Visie, mede ter voorbereiding op mogelijke wijzigingen of herijking per 1 januari 2029.

Artikel 7 – Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere subsidieregels gemeente Soest 2027.

Naar boven