Omgevingsvisie gemeente Wierden

Het college van burgemeester & wethouders van Gemeente Wierden heeft, na het lezen van de tekstinhoud van ”Omgevingsvisie Wierden; Wierden klaar voor morgen” d.d. 7 oktober 2025, het volgende besloten:

Artikel I

Het ontwerp van "Omgevingsvisie Wierden; Wierden klaar voor morgen" met de 'notitie plan-mer-beoordeling gemeente Wierden - omgevingsvisie' in overeenstemming met de aan dit besluit gekoppelde  Bijlage A voor zes weken ter inzage leggen.

Artikel II

De gemeenteraad informeren over de start van de procedure.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wierden op 7 oktober 2025.

Het college van burgemeester en wethouders van Wierden,

Marcel Klos, Secretaris

Gerrit Jan Kok, waarnemend Burgemeester

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Omgevingsvisie Wierden; Wierden klaar voor morgen

1 Samenvatting

1.1 Inleiding

In de omgevingsvisie Wierden staan de langetermijndoelen voor de fysieke leefomgeving in Wierden verwoord. De omgevingsvisie vormt een uitwerking van de toekomstvisie Wierden en is een dynamisch document dat we actueel houden met onze politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Onze omgevingsvisie draait om het behouden en versterken van onze identiteit als een rustige, groene woongemeente met sterke wortels in de landbouw. De kernwaarden van Wierden – zoals een hoge woonkwaliteit, sociale cohesie en een bloeiende ondernemersgeest – worden gekoesterd en verder ontwikkeld. Tegelijkertijd zetten we ambitieuze stappen richting duurzaamheid, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Onze groene ambities zijn vertaald in thema’s zoals groene woonwijken, toegankelijke voorzieningen en een toekomstbestendig platteland, waarbij de Global Goals als leidraad dienen.

We zetten een groene stip op de horizon: groene wijken, centra en werkgebieden en een agrarisch buitengebied met hoge landschaps- en natuurwaarden.

Om deze hoofdambitie te halen, hanteren we in deze omgevingsvisie vier speerpunten, die in alle ruimtelijke keuzes terugkomen:

  • We gaan voor gezond!

  • Onze ruimtelijke keuzes dragen bij aan noaberschap!

  • We worden klimaatneutraal!

  • We versterken onze identiteit!

 

Onze speerpunten hebben we thematisch uitgewerkt. 

1.2 Naar een duurzame circulaire samenleving

Onze eerste ambitie richt zich op een duurzame, circulaire en klimaatbestendige leefomgeving. In 2050 willen we een CO2-neutrale gemeente zijn, met ruimte voor groen, water en duurzame mobiliteit. Daarom willen we in 2040 al grote stappen hebben gezet. Ruimtelijke keuzes worden afgestemd op water- en bodemsystemen en stimuleren beweging en biodiversiteit. Daarnaast streven we naar een gezonde, veilige en uitnodigende woonomgeving met groene openbare ruimtes en beweegplekken voor verschillende doelgroepen die sociale verbinding en gezondheid versterken.

1.3 Een gezonde, klimaatbestendige en uitnodigende woonomgeving

We kiezen voor de aanleg van meer groen en waterbergingen om daarmee beter bestand te zijn tegen periodes van hitte, droogte en om hevige regenval beter op te kunnen vangen. Tegelijk willen we het groen beter toegankelijk en bruikbaar maken voor spelen en bewegen. We kiezen voor doelgroepvriendelijke beweegplekken en het vergroenen van de kernen.

1.4 Ruimte voor wonen

Op het gebied van wonen zetten we in op aantrekkelijke, groene woongebieden met diverse woningtypes voor alle doelgroepen. Er wordt prioriteit gegeven aan bouwen binnen de bebouwde kom. Hierbij behouden we voldoende groen om onze leefomgeving gezond en klimaatbestendig te maken. Daar waar het kan, kiezen we vaker voor gestapelde bouw om in te spelen op de woonbehoefte en ruimte te sparen voor andere functies. Binnen het woonbeleid kiezen we bij grotere projecten voor het mixen van doelgroepen, zodat we de sociale cohesie op elk niveau helpen bevorderen.

1.5 Multifunctionele voorzieningen en levendige dorpscentra

We willen de zelf- en samenredzaamheid bevorderen en sociale cohesie blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. We willen voorzieningen zo dicht mogelijk bij inwoners aanbieden en tegelijk willen we doelgroepen mixen. Daarvoor zullen we voorzieningen soms moeten bundelen. De dorpscentra van Wierden en Enter ontwikkelen we tot levendige ontmoetingsplekken, zoals in de centrumvisies. 

1.6 Dynamische bedrijventerreinen

We zijn een gemeente voor de lokale en groene ondernemer. We willen ondernemerschap blijven ondersteunen. Onze ondernemers zijn in staat om binnen de gemeente door te groeien. Daarom zetten we in op een goede doorstroming van bedrijven binnen bedrijventerreinen. Ondernemers krijgen ruimte om duurzaam en circulair te opereren, met bedrijventerreinen die inspelen op innovatie en regionale samenwerking. 

1.7 Een agrarisch cultuurlandschap voor iedereen

Het agrarische landschap blijft onze prioriteit, met nadruk op ontwikkelruimte voor agrariërs, historische waarden en het versterken van de basiskwaliteit van de natuur. Het platteland wordt toekomstbestendig gemaakt door meervoudig ruimtegebruik en samenwerking tussen landbouw en natuur. 

Onze thema’s hebben we per gebied uitgewerkt. Hierbij erkennen we de unieke kwaliteiten van onze kernen, buurtschappen en landschap. Per gebied zijn de toepasselijke thema’s verder uitgebreid en gebiedseigen gemaakt. Deze balans tussen lokale eigenheid en een gemeenschappelijke visie vormt de basis voor een duurzame, sociale en groene toekomst.

2 Inleiding

2.1 Inleiding

Een omgevingsvisie is een integrale strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving. Met deze visie zegt de gemeente welke doelen ze voor de fysieke leefomgeving heeft op de lange termijn. Waar willen we woningen bouwen? Wanneer willen we klimaatneutraal zijn? En hoe willen we dat het landschap er over vijftien jaar uitziet? Een omgevingsvisie is geen concreet plan. Het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en de hoofdpunten van het beleid voor de komende vijftien jaar. Maar de visie helpt de gemeente wel om alle plannen en het beleid waarmee we die doelen uitwerken samenhangend te maken. De omgevingsvisie is een van de instrumenten uit de Omgevingswet. 

De omgevingsvisie komt niet uit het niets. De visie is gebaseerd op de identiteit en de kenmerken van het landelijk gebied en de dorpen Enter, Hoge Hexel en Wierden. We benoemen wat voor ons van waarde is en wat we willen beschermen. In deze omgevingsvisie komen lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen samen. Maar vooral hoe wij als gemeente met onze eigen kwaliteiten, wensen en doelen dit willen bereiken. Met andere woorden: het is de stip op de horizon voor onze fysieke leefomgeving van Wierden in 2040, en soms kijken we verder, richting 2050. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Dit betekent dat we het aanpassen wanneer er politieke of maatschappelijke veranderingen zijn.

2.2 Waarom een omgevingsvisie?

Sinds 2024 is de Omgevingswet in werking, waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn gebundeld. 26 losse wetten zijn geïntegreerd in één wet. Het motto van de wet is: ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’, wat vertaald is in drie maatschappelijke doelen:

  • Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving,

  • Een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden,

  • De fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen.



De gemeentelijke omgevingsvisie is één van de juridisch verplichte instrumenten van de Omgevingswet. De ambities en doelen in deze visie vormen de koers van het handelen van de gemeente in de fysieke leefomgeving. In beleidsmatige zin bindt deze omgevingsvisie de gemeente, maar de visie schept geen juridische rechten of plichten voor inwoners, partners en organisaties. Wel vormt het de basis voor het omgevingsplan dat bepaalt welke regels gelden voor het grondgebied van de gemeente. Vervolgens vertalen we de omgevingsvisie in samenwerking met de samenleving naar, onder andere, omgevingsprogramma’s voor de uitvoering.

 

2.3 Totstandkoming van de omgevingsvisie

Als gemeente staan we niet alleen aan het roer om de ruimtelijke ontwikkelingen te sturen. Vanuit deze gedachte werken we samen met ruimtegebruikers en initiatiefnemers: een samenleving die aan zet wil zijn. De totstandkoming van de omgevingsvisie is dan ook gevoed door en getoetst bij diverse gebruikers van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is opgesteld in drie fases, met een uitgebreid participatietraject.

Fase 1: Wierden vandaag. In deze fase haalden we welke trends en ontwikkelingen op die op ons afkomen. Ook keken we naar welke vraagstukken inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voor de toekomst hebben. De betrokkenheid werd vormgegeven door interviews en de enquête van de toekomstvisie, zie paragraaf 1.3. Het resultaat hiervan was de uitgangspuntennotitie, waarin werd beschreven wat de kwaliteiten van de gemeente, de belangrijkste beleidsuitgangspunten en de opgaven waarvoor de gemeente zich voor de toekomst gesteld ziet.

Fase 2: Wierden kijk op morgen. In deze fase zochten we oplossingen voor de vraagstukken uit de eerste fase. Dit hebben we gedaan met een uitgebreid ambtelijk en maatschappelijk proces. Hierin zaten bewonersbijeenkomsten in de drie dorpen, een periode voor online reacties, sessies met maatschappelijke partijen en ketenpartners. Het resultaat hiervan was een memo met hierin de gedragen ideeën en dilemma’s. Bij de dilemma’s ging het vaak over duidelijke meningsverschillen en belangen of oplossingsrichtingen die met elkaar botsen.

Fase 3: Wierden klaar voor morgen. In deze fase hebben we de daadwerkelijke omgevingsvisie opgesteld. Dit is de visiefase. De rode draad uit fase 2 werkten we in eerste instantie uit in een visie op hoofdlijnen. In meerdere bijeenkomsten vormde we de basis van de visie en daarmee de hoofdlijn van het te voeren beleid. Het resultaat van deze fase voor de omgevingsvisie is een ontwerp-omgevingsvisie die ter vaststelling aan de gemeenteraad kan worden aangeboden.

2.4 Relatie met toekomstvisie

Eerder hebben de gemeente en inwoners samen nagedacht over hoe de gemeente erin 2030 uit moet zien. Dit heeft geleid tot de toekomstvisie, waarin veel onderwerpen staan die ook belangrijk zijn voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie gaat verder op de keuzes die in de toekomstvisie zijn gemaakt. Belangrijke thema’s uit de toekomstvisie die terugkomen in de omgevingsvisie zijn onder andere de leefomgeving, duurzaamheid, economie en gezondheid. De ideeën en plannen uit de toekomstvisie zijn verwerkt in de oplossingen en het beleid van de omgevingsvisie.

2.5 Leeswijzer

De omgevingsvisie is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 3 gaan we in op de ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten van de gemeente, met ook een samenvatting van het bestaande beleid en de opgaven die spelen. Dit vormt de basis voor de gemaakte keuzes, die passen bij de gemeente en de identiteit van Wierden vormen. In hoofdstuk 4 beschrijven we vervolgens de ambitie en doelen op thematische wijze. Hierna beschrijven we in hoofdstuk 5 de relevante thema’s voor de verschillende gebieden in de gemeente. Ten slotte in hoofdstuk 6 geven we een doorkijk naar de uitvoering van deze visie en welke stappen daarvoor nog nodig zijn.

3 Over Wierden

3.1 Kwaliteiten en richtinggevende waarden

3.1.1 Inleiding

De gemeente Wierden kent vele kwaliteiten. Met name het buitengebied kent bijzondere natuurgebieden en cultuurhistorische waarden. Meerdere natuurgebieden zijn beschermd en kennen bijzondere natuurwaarden. Hieronder beschrijven we kort de ontstaansgeschiedenis van de gemeente, de algemene kenmerken van de gemeente, gevolgd door bijzondere plekken in het buitengebied. Een uitgebreidere beschrijving van de kwaliteiten van Wierden vindt u in de opgavennotitie van deze omgevingsvisie.

3.1.2 Water- en bodemsysteem

Onze gemeente ligt volledig op de hogere zandgronden van Twente, met hier en daar nog veengebieden en moerige gronden. Door de lagergelegen Regge en de oude stuwwallen is er veel variatie in de grondwaterstanden. Dit is belangrijke kwaliteit van ons water- en bodemsysteem die we beschermen. We zien ons water- en bodemsysteem als de basis van alles in de gemeente. 

afbeelding binnen de regeling
Kaart Water- en bodemsystemenBodemkaart Nederland 1:50,000; Dinoloket
3.1.3 Historische ontwikkeling

Het Wierdense landschap is gevormd tijdens de Pleistocene ijstijd (140.000 jaar geleden) door verschuivingen van het gletsjerijs en opwaaiend zand. Regenwater sneed beekdalen door het verhoogde landschap. De gemeente Wierden ligt op de overgang van beekdallandschap en dekzandlandschap.

In het Holoceen (rond 11.700 jaar geleden) begon de veenvorming in dit gebied. Op de vlaktes kon regenwater niet weg en ontstond er veenmos, waarvan we nu nog het Wierdense Veld en de Zunasche Heide hebben. Zo onstond op deze gebieden hoogveen. Zandlandschappen gecombineerd met hoogveen zorgen voor een gevarieerd landschap gekenmerkt door verschillen in hoogte, grondwaterstanden en typen natuur.

Wierden kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de prehistorie, met sporen van bewoning op de zandruggen langs de Regge en bij Hoge Hexel. In de vroege middeleeuwen werden nederzettingen gesticht, omringd door natte beekdalen en woeste gronden, zoals heide of moeras. Markegenootschappen beheerden de gemeenschappelijke gronden, wat nog steeds zichtbaar is in de indeling van buurtschappen en akkerlanden. In de middeleeuwen verschenen kastelen en landgoederen langs de Regge, waarvan enkele nog bestaan. 

Vanaf de 19e eeuw leidde ontginning tot grootschalige landbouw en nieuwe landgoederen. Ondanks ruilverkavelingen en modernisering heeft Wierden zijn kleinschalige karakter grotendeels behouden. In deze periode groeide ook de Molukse gemeenschap in onze gemeente op het woonoord Vossenbosch. In de jaren ‘60 en ‘70 is deze gemeenschap verhuisd naar Wierden. 

3.1.4 Archeologische waarden

Dankzij de lange bewoonsgeschiedenis kent onze gemeente een hoge rijkdom aan archeologische waarden. Er zijn vondsten gedaan van de steentijd op de oude ruggen in het beekdallandschap en er zijn grafheuvels gevonden ten noorden van Wierden bij Landgoed de Barkel. Maar er zijn ook vondsten gedaan van alle andere tijdperioden. Onze geschiedenis en hierbij horende archeologische waarde zien wij als een grote kwaliteit. Daarom beschermen we deze waarden zo goed mogelijk. 

afbeelding binnen de regeling
Kaart Cultuurhistorische WaardeCultuurhistorische atlas Provincie Overijssel; Rijksdienst Cultureel Erfgoed
3.1.5 Natuur en landschap

Het gevarieerde landschap kent hoogveengebieden, halfopen akkers en jongere ontginningsgronden. Natuurgebieden zoals het Wierdense Veld en natte natuur zoals de Zunasche Heide bieden unieke leefgebieden voor flora en fauna. Daarbuiten vormt het agrarische gebruik met karakteristieke landschapselementen het landschap. Dit bestaat vooral uit een combinatie van graslanden, akkers, kleine bosjes, houtwallen en lanen. De landschapselementen worden bepaald door hun ondergrond, die varieert door de gemeente heen. Dankzij deze variatie hebben we niet alleen een afwisselend landschap met hoge belevingswaarde, maar heeft het ook een grotere ecologische waarde. We richten ons op het behouden van deze kwaliteiten en variatie in het landschap. Hierbij zien we onze agrariërs als een belangrijke drager van ons landschap.

afbeelding binnen de regeling
Kaart Natuur en waterLeefgebied Weidevogels: Provincie Overijssel omgevingsverordening; Natura2000: Rijksoverheid; Natuurnetwerk Nederland: Rijksoverheid; Grondwaterwinning: Provincie Overijssel
3.1.6 Oppervlakte watersysteem

Het oppervlaktewater wordt bepaald door de Regge en Veeneleiding. Het grootste deel van het water stroomt richting de Regge, die recent opnieuw is ingericht zodat er een natuurlijker watersysteem ontstaat. In het westen zijn er veel  sloten aangelegd om landbouwgrond op de oude veengronden te ontwateren. De retentiegebieden functioneren zowel als waterbuffers en hebben ook natuurwaarden. Droogte is een groot probleem voor onze landbouw, natuur en drinkwaterwinning. Daarom zijn we al druk bezig met pilots voor nieuw waterbeheer, zoals bij Notter en Zuna. Gebieden rond de drinkwaterwinninglocaties bij Hoge Hexel en Wierden zijn beschermd, wat beperkingen oplegt aan het grondgebruik.

3.1.7 Bijzondere locaties
  • Wierdense Veld: Natura 2000-gebied met actief en herstellend hoogveen en bijzondere vogels zoals de kraanvogel.

  • Zunasche Heide: overgangszone tussen Sallandse Heuvelrug naar de Regge met open landschappen en natte heide.

  • Het Lageveld: Grote recreatieplas met stranden, bossen en sportmogelijkheden.

  • Het Reggedal: Natuurontwikkelingsgebied met landbouw en recreatieve opties, zoals wandelen en varen.

  • De Waarf: Historische locatie in Enter waar zompen werden gebouwd, nu een educatief en recreatief centrum.

  • Landgoed de Barkel: Historisch landgoed met wandelroutes en archeologische waarde, zoals een grafheuvelreconstructie

3.2 Trends en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving

3.2.1 Inleiding

De gemeente Wierden kent vele kwaliteiten. Met name het buitengebied kent bijzondere natuurgebieden en cultuurhistorische waarden. Meerdere natuurgebieden zijn beschermd en kennen bijzondere natuurwaarden. Hieronder beschrijven we kort de ontstaansgeschiedenis van de gemeente, de algemene kenmerken van de gemeente, gevolgd door bijzondere plekken in het buitengebied. Een uitgebreidere beschrijving van de kwaliteiten van Wierden vindt u in de opgavennotitie van deze omgevingsvisie.

afbeelding binnen de regeling
Diagrammen statistiekenCBS
3.2.2 Demografie en Wonen

De gemeente Wierden kampt met dubbele vergrijzing: de groep ouderen groeit en jongeren nemen in aantal af. Tegen 2040 zal 30% van de inwoners 65 jaar of ouder zijn. Dit vraagt om woningen die geschikt zijn voor ouderen, zodat zij kunnen doorstromen naar kleinere woningen en ruimte maken voor andere huishoudens. Ouderen spelen een toenemende rol in mantelzorg. Tegelijkertijd is het voor jongeren en starters steeds moeilijker om betaalbare woningen te vinden. De vraag naar sociale huur- en middeldure koopwoningen groeit door veranderingen in de demografie, stijgende bouwkosten en een toenemende druk op de woningmarkt door verschillen in vraag en aanbod.

3.2.3 Gezonde Leefomgeving

Gezondheid wordt belangrijker, met nadruk op bewegen en een schoon milieu. Groen in de openbare ruimte bevordert beweging en biedt verkoeling. Gemeente Wierden stimuleert groene tuinen en onderhoudt bestaand groen, hoewel een vervangingsopgave voor openbaar groen en klimaatadaptatie in oudere wijken wacht. Geluidsoverlast, van verkeer en bedrijventerreinen, en luchtkwaliteit blijven aandachtspunten. Hoewel de luchtkwaliteit is verbeterd, voldoet deze nog niet volledig aan WHO-normen, wat opgaven betekent voor fijnstof, ammoniak en andere luchtvervuiling.

3.2.4 Interesses en Cultuur

Door individualisering verdwijnt het traditionele noaberschap. Mensen bewegen minder en kiezen vaker voor individuele vrijetijdsbestedingen. Recreatiepark ‘t Lage Veld, Kulturhusen, sportclubs, verenigingen en evenementen als WIEZO en Boulevard Outdoor blijven populaire ontmoetingsplekken. Vrijwilligerswerk verschuift naar projectmatig en tijdelijk werk. De cultuurhistorie wordt in stand gehouden door oudere vrijwilligers, maar opvolging vinden is soms lastig. Verbinding onder inwoners probeert de gemeente onder meer te versterken door evenementen te ondersteunen.

3.2.5 Klimaatverandering

Klimaatverandering leidt tot drogere zomers en nattere winters. Hevige regenbuien veroorzaken vooral stedelijke overlast, terwijl landelijke gebieden te maken hebben met droogte.

3.2.6 Economie

De gemeente heeft een sterke ondernemersgeest en profiteert van goede bereikbaarheid door de A1, A35, N35, N36, F35 en het spoor. De bedrijventerreinen geven ruimte voor de lokale economie, maar zijn ook toe aan veranderingen. Lokale economieën in de centra blijven relevant ondanks online concurrentie. Toerisme speelt een rol, met recreatiepark ‘t Lage Veld en de vakantieparken als trekpleisters. De werkgelegenheid binnen de gemeente is bovengemiddeld, mede dankzij lokale bedrijven en forse groei van de afgelopen jaren.

3.2.7 Mobiliteit

Wierden is goed bereikbaar dankzij snelwegen en een treinstation, maar binnen de gemeente leidt het stijgende verkeer tot overlast, vooral in de centra. Wegen in het buitengebied worden intensiever gebruikt, wat gevaarlijke situaties oplevert. Vrachtverkeer vanuit omliggende snelwegen draagt bij aan verkeersproblemen.

3.2.8 Veranderingen in het Landelijke Gebied

Het landelijk gebied verandert snel. Vrijkomende agrarische bebouwing krijgt nieuwe functies zoals woningen. De energietransitie vraagt ruimte voor duurzame energie, maar hier is niet altijd ruimte voor. Landbouwbedrijven passen zich aan de veranderende omstandigheden en zoeken brede, veerkrachtige verdienmodellen. Het aantal bedrijven neemt echter af door het ontbreken van toekomstperspectief voor opvolgers door onder meer milieuregels. Bedrijven die overblijven worden groter. Verder zien we een toename in interesse voor de natuur en biodiversiteit in de samenleving, wat vertaald wordt naar nieuwe wensen voor de groene leefomgeving. Wierdense boeren versterken hun positie door samenwerking en hebben de Coöperatie Agrarisch Terreinbeheer Wierden (CATB) opgericht.

3.2.9 Duurzaamheid en Circulariteit

Duurzaamheid en circulariteit spelen een centrale rol, bijvoorbeeld bij wonen, ondernemen, mobiliteit en de energievoorziening. Gemeente Wierden promoot elektrische voertuigen en duurzame woonoplossingen, zoals aardgasvrije woningen, circulaire bouw en het verduurzamen van bestaande woningen. Door deze transities nemen problemen als netcongestie en het ruimtebeslag van (ondergrondse) infrastructuur steeds verder toe. Verder lopen er landelijke opgaven om de  toename aan afval te stoppen en afval beter te verwerken en herbruiken.

3.3 Opgaven

3.3.1 Inleiding

De gemeente Wierden zoekt naar een goede balans en sterker onderling vertrouwen in de samenleving. Hieruit komen drie hoofdopgaven naar voren. Deze sluiten aan bij de pijlers van de toekomstvisie. Hieronder vindt u eerst een korte hoofdlijn van de hoofdopgaven. Vervolgens geven we aan welke onderliggende vraagstukken die we zien. De hoofdopgaven zijn:

  • werken aan een evenwichtige samenleving,

  • zorgen voor een natuurlijke klimaatbestendige gezonde leefomgeving,

  • inzetten op de lokale ondernemingsgeest.

 

Sommige opgaven vallen onder twee thema’s. Uit de raakvlakken tussen de drie hoofdopgaven komt ook een aantal duidelijke thematische opgaven terug. Deze zijn:

  • ruimte voor nieuwe burgerinitiatieven en woonconcepten,

  • een sterke en duurzame economische ontwikkeling,

  • een goede woonomgeving voor iedereen.



De opgaven zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. Hieronder gaan we nader op deze opgaven in.

afbeelding binnen de regeling
Opgavendiagram
3.3.2 Werken aan een evenwichtige samenleving

De sociale cohesie en netwerken in dorpen en buurtschappen in Wierden hebben traditioneel een belangrijke rol gespeeld, maar worden beïnvloed door individualisering en veranderende bevolkingssamenstelling. Ouderen en mensen met een zorgvraag zijn steeds afhankelijker van hun sociale netwerk, terwijl deze groepen in omvang groeien. Om hen langer zelfstandig en in goede gezondheid te laten wonen, ligt de focus op het versterken van cohesie. Dit vraagt om een gerichte inzet van openbare ruimtes en voorzieningen om sociale interactie en bezoek te bevorderen.

Daarnaast speelt de woningopgave een belangrijke rol. Er moeten voldoende betaalbare woningen komen én woningen voor starters, ouderen, kleinere huishoudens en speciale (zorg)aandachtsgroepen zoals migranten, woonwagenbewoners en inwoners met (psychosomatische) zorgbehoeften. Inclusie van ontheemden en arbeidskrachten en het zorggeschikt maken van bestaande woningen vraagt ook aandacht. Voor de toekomst is voorbereiding op de verdere vergrijzing essentieel, met aandacht voor toegankelijkheid in de openbare ruimte, zoals brede stoepen en betere ov-verbindingen. Deze aanpassingen dragen bij aan een inclusieve samenleving waar iedereen, ongeacht leeftijd of beperking, mee kan doen. 

3.3.3 Zorgen voor een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving

Klimaatverandering veroorzaakt hittestress en wateroverlast in stedelijke gebieden, terwijl landelijke gebieden te maken krijgen met verdroging. Om onze leefomgeving beter bestand te maken tegen deze extremen, zijn aanpassingen nodig. Openbaar groen in stedelijke kernen kan hittestress verminderen en wateroverlast voorkomen, terwijl het afkoppelen en vertraagd afvoeren van water piekbelasting helpt opvangen. We moeten het watersysteem aanpassen om water langer vast te houden, afhankelijk van de eisen van het watersysteem. Hierbij maken we ook een keuze voor natte of drogere omstandigheden.

Daarnaast is een goede basiskwaliteit van de natuur en het vergroten van biodiversiteit essentieel. Door decennialange intensieve benutting en homogene inrichting is dit afgenomen. Meervoudig gebruik van gebieden en natuurinclusief bouwen kan biodiversiteit versterken. Tot slot moeten we water- en luchtkwaliteit verbeteren, met aandacht voor stikstofreductie in natuurgebieden, en voor geluidoverlast en veiligheid rond infrastructuur. Deze aanpassingen dragen bij aan een veerkrachtigere en gezondere leefomgeving.

3.3.4 Ruimte voor de lokale ondernemersgeest en innovatie

De gemeente Wierden kent een sterke ondernemingsgeest. Er zijn veel kleine en middelgrote bedrijven, agrarische en niet-agrarische ondernemingen in het buitengebied en er zijn lokale collectieve initiatieven. Uit het maatschappelijk proces komt een beeld naar boven van een ondernemende bevolking die graag het initiatief neemt, bedrijven opstart en de handen uit de mouwen steekt. Mensen zijn het erover eens dat samen ondernemen en nemen van initiatieven een verbindende werking heeft. 

Nieuwe initiatieven kunnen bijdragen aan het oplossen van de grote vraagstukken van onze tijd, zoals vergrijzing, individualisering, de transitie in de landbouw en de toenemende behoefte aan recreatie. Opgave is om bij de ontwikkeling van de economie gebruik te blijven maken van de lokale ondernemersgeest en innovatie verder aan te jagen. We zien opties voor het ontwikkelen van lokale bedrijven binnen de gemeente op bedrijventerreinen en op vrijkomende agrarische bebouwing.

3.3.5 Ruimte voor nieuwe burgerinitiatieven en woonconcepten 

We richten ons op het creëren van ruimte voor initiatieven van lokale inwoners. Er is behoefte aan toevoegen van woonruimte, en een deel van deze uitdaging kan worden aangepakt door ruimte te bieden aan innovatieve woonvormen zoals tiny houses, groepswonen, CPO-projecten (collectief particulier opdrachtgeverschap) en (pre)mantelzorgwoningen. Dit vergroot de diversiteit in het woningaanbod, wat de aantrekkelijkheid van wonen in Wierden vergroot en uiteenlopende doelgroepen aan de gemeente bindt.

Daarnaast omvat deze opgave het gezamenlijk ontwikkelen van projecten om de recreatieve mogelijkheden te vergroten en maatschappelijke voorzieningen beter te benutten. Met dubbelgebruik kan zowel recreatie inclusief toerisme één plek krijgen in een gebouw. Deze aanpak versterkt de toeristische positie van de gemeente en draagt bij aan een vitale en leefbare gemeenschap.

3.3.6 Een sterke en duurzame economische ontwikkeling

De uitdagingen van de gemeente liggen op het snijvlak van een klimaatbestendige, gezonde leefomgeving en een sterke lokale economie. Het doel is niet alleen economische groei, maar ook een duurzame ontwikkeling. Een belangrijke vraag is hoe de gemeente energie- en CO2-neutraal kan worden. Daarnaast is er aandacht voor bedrijventerreinen, waar samenwerking tussen bedrijven de innovatie en duurzame ketens kan bevorderen.

In de landbouwsector is verduurzaming cruciaal, met water en bodem als leidende factoren. De gemeente zet in op innovatieve oplossingen en nieuwe verdienmodellen, waarbij het boerenbedrijf centraal blijft staan. Boerengezinsbedrijven moeten in staat zijn om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven en zodra ze dit doen daarvoor worden beloond. Er zijn ruimteclaims in het landelijke gebied voor natuur, waterberging, recreatie en landbouw. Deze functies moeten in balans worden gebracht. Bij groei is het behoud van natuur en landschap een belangrijk aandachtspunt. Zo wordt toegewerkt naar een duurzame en veerkrachtige toekomst.

3.3.7 Een goede woonomgeving voor iedereen

Deze opgaven zitten op het raakvlak van twee hoofdopgaven: inzetten op een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving en een evenwichtige bevolking. Met deze opgave willen we aangeven dat we streven naar een goede woonomgeving voor alle inwoners. Daarbij gaat het ook om veiligheid. Graag stimuleren we dat mensen eerder kiezen voor gezonde en duurzame vervoersvormen om het autogebruik te verminderen. Om dat te bereiken is het een opgave om nieuwe mobiliteitsconcepten toe te passen, bijvoorbeeld door de fiets meer centraal te zetten. 

Uit het maatschappelijk proces blijkt dat voor ouderen en mensen met een beperking de toegankelijkheid van de openbare ruimte een opgave is. In het buitengebied is mobiliteit eveneens belangrijk. Hoe zorgen we dat wegen hier veiliger worden voor verschillende gebruikers, zoals landbouwverkeer, autoverkeer en fietsers? Naast veiligheid is een groene woonomgeving belangrijk om naar buiten te gaan en in beweging te blijven. Dit draagt zodoende bij aan een gezonde levensstijl. De vraag hierbij is hoe we de openbare ruimte in de wijken en buurten beter kunnen inzetten ten behoeve van ontmoeting, activiteiten en gezondheid van inwoners. Waarbij we moeten kijken op welke vrijetijdsbestedingen en ontmoetingsplekken de gemeente en samenleving zich zullen richten.

4 Visie op thema’s

4.1 Onze ambitie voor de toekomst

De identiteit van Wierden zien we als rustig dorpswonen in een groene woonomgeving, met sterke wortels in de landbouw. Als gemeente kennen we een hoge kwaliteit van wonen en dit willen we doorzetten naar de toekomst. Verder zit de ondernemersgeest in de genen van de gemeente, met veel (kleinschalige) ondernemers, waaronder agrariërs. Het is belangrijk voor onze identiteit dat we deze blijven ondersteunen en ruimte bieden, in balans met de belangen van inwoners. Tegelijk willen we als gemeente een grote stap maken rondom duurzaamheid, circulariteit, klimaat en biodiversiteit. Net als in de toekomstvisie zetten we sterke ambities neer om de groene en duurzame kwaliteiten tot in de haarvaten te brengen. 

De gemeente Wierden scoort niet alleen hoog op lijstjes van aantrekkelijke woongemeenten, maar ook op lijstjes van gemeenten die hoog scoren op het vlak van brede welvaart. De sociale cohesie en het verenigingsleven zijn sterke punten van het leven in Wierden. In de toekomst wil de gemeente ook het noaberschap op een hoog niveau houden. Om onze groene stip op de horizon te halen willen we voortborduren op deze kracht.

In 2040 hebben wij dan ook onze identiteit als een woongemeente met een hoge sociale cohesie en hoge woonkwaliteit behouden, maar zijn we milieubewuster, circulair, klimaatbestendiger, natuurlijker en duurzamer geworden. We kiezen altijd voor de ontwikkeling die het meest zal bijdragen aan ons groene karakter en ondersteunen al onze ondernemers om hiernaartoe te bewegen, zowel agrariërs als ondernemers op de bedrijventerreinen. 

We zetten een groene stip op de horizon: groene wijken, centra en werkgebieden en een agrarisch buitengebied met hoge landschaps- en natuurwaarden.

afbeelding binnen de regeling

4.2 Onze speerpunten

4.2.1 Onze speerpunten
  • We gaan voor gezondheid!

  • We zetten in op inclusieve gemeenschappen!

  • We versterkten onze ideniteit!

  • We worden klimaatneutraal!

4.2.2 We gaan voor gezond!

We zetten in op een gezonde leefomgeving om (sociale en fysieke) gezondheidsklachten te verminderen, de gezondheidszorg binnen onze gemeente op peil te houden, de groeiende groep ouderen langer in een goede gezondheid te laten leven en in te spelen op veranderingen in het klimaat. We streven naar een woonomgeving die prettig is om in te leven, waar mensen eenvoudig kunnen bewegen en spelen, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en die groen en klimaatbestendig is. Daarbij letten we ook op een goede milieukwaliteit. Omdat autoverkeer een grote invloed heeft op de veiligheid en gezondheid van onze woonomgeving zetten we in op meer duurzame vormen van verkeer. Zo zetten we de fiets en de voetganger voorop bij de inrichting van onze kernen en maken we het fietsen in het buitengebied comfortabeler en veiliger. Zo dragen we met de omgevingsvisie bij aan de brede welvaart van onze inwoners.

Waar vroeger gezondheid werd gezien als een thema ter voorkóming of genezing van ziekten, wordt gezondheid nu veel breder gezien. Het gaat in de breedte om je welbevinden, zowel psychisch, lichamelijk alsook sociaal. Maar ook om je aanpassingsvermogen als je een ziekte hebt of een gebrek kent. Het Louis Bolk Instituut heeft het in dit opzicht over positieve gezondheid. Landelijk wordt steeds meer aandacht gevraagd voor het thema gezondheid. Waar voorheen allerlei aspecten ten aanzien van gezondheid los van elkaar werden bekeken in beleid en regels, vereist de nieuwe wet dat integraal te bekijken.

4.2.3 We zetten in op inclusieve gemeenschappen!

We zien de sociale cohesie als een belangrijke factor  bij het goed wonen en leven. Mensen die naar elkaar omzien, die samen activiteiten organiseren en goed kunnen samenleven zorgen samen voor een prettig woonklimaat. Daarom zetten we bij de ruimtelijke inrichting, bij de ontwikkeling van de centra, maar ook bij onze culturele voorzieningen en sportvoorzieningen in op inclusieve gemeenschappen, waar voor iedereen ruimte is. Nieuwe woonconcepten zorgen ook voor het mixen van doelgroepen in de samenleving. En we streven ernaar dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in een passende woning. 

Sociale cohesie werkt in onze visie door in de wijze waarop we woningtypes en doelgroepen mixen, de ruimte voor nieuwe woonvormen en de wijze waarop we omgaan met voorzieningen. Zo werken we aan inclusieve wijken en buurten.

Brede welvaart richt zich op de totale kwaliteit van leven, met aandacht voor gezondheid, cultuur, onderwijs, sociale cohesie, veiligheid, milieu, groen, economie en toegang tot basisvoorzieningen. Het concept benadrukt de balans tussen economische vooruitgang, sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid. Naast materiële welvaart spelen ook immateriële aspecten, zoals geluk en een gezonde leefomgeving, een rol. Brede welvaart streeft naar duurzame ontwikkeling en inclusieve groei, zonder toekomstige generaties of kwetsbare groepen te benadelen.

4.2.4 We versterkten onze identiteit!

We zijn ervan overtuigd dat de identiteit en eigenheid van dorpen, buurtschappen en het landelijk gebied belangrijk zijn voor de vitaliteit. Ze maken onze gemeente herkenbaar en onderscheidend, geven inwoners een bepaalde mate van trots en zorgen daarmee voor binding. We werken aan het versterken van de identiteit door cultuurhistorie en cultuur als uitgangspunt te nemen bij ontwikkeling. We verankeren herkenbare cultuurhistorische kwaliteiten in onze ruimtelijke ontwerpen. We kiezen ervoor om cultuurhistorisch erfgoed beter beleefbaar te maken en beter te beschermen. Binnen de gemeente komt met name in het buitengebied veel erfgoed voor. Het zijn heel veel verschillende elementen, die in samenhang een verhaal vertellen van de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente. Onze ambitie is om niet alleen monumentale en waardevolle panden te beschermen, maar ook het ensemble of de grotere structuur waartoe het monument behoort. Ook historische groenstructuren, landschapselementen en monumentale bomen horen daarbij. 

Verder staat centraal dat Wierden een plattelandsgemeente is en dat ook zal blijven. Hierbij hoort een duidelijke ‘groene’ koers voor het landelijk gebied, waarbij de boer voorop staat en dit bijdraagt aan de leefkwaliteit van inwoners. Dit houdt in dat we ontwikkelruimte willen behouden voor de boer, maar wel op zo’n manier dat de basiskwaliteit natuur en landschapskwaliteiten worden versterkt. Hierbij sluiten we aan bij de missie van de Toekomstvisie 2030.

Onze identiteit komt terug in de keuzes die we maken voor het landelijke gebied en de randvoorwaarden die we stellen bij hergebruik van erven, de afwegingen die we maken ten aanzien van toekomstige woningbouwlocaties en de wijze waarop we omgaan met gestapeld bouwen in de gemeente.

4.2.5 We worden klimaatneutraal!

We willen geen zware belasting veroorzaken voor onze leefomgeving en ook geen problemen doorschuiven naar volgende generaties. Daarom zetten we in onze visie in op een duurzame ontwikkeling. Ook gann we meer rekening houden met de kenmerken van ons water- en bodemsysteem bij de ruimtelijke keuzes die we maken. 

Duurzaamheid komt in de visie terug in de manier waarop we onze klimaatbestendige, circulaire, duurzame en natuurlijke woonomgeving inrichten, onze bestaande woningen verduurzamen en nieuwe woningen bouwen, onze focus op nieuwe vormen van mobiliteit en het verduurzamen van bedrijven en bedrijventerreinen. Water en bodem worden mede sturend op ruimtelijke keuzes voor woningbouw en bedrijventerreinen. In paragraaf 3.3 leggen we uit wat dit inhoudt.

4.2.6 We sluiten met deze speerpunten aan op de Global Goals

Om de ‘groene stip’ te realiseren als een duurzame, inclusieve en veerkrachtige toekomst, maken we gebruik van de Global Goals. Deze doelen, opgesteld door de Verenigde Naties, bieden een universeel kader voor duurzame ontwikkeling en vormen de leidraad voor onze lokale acties. We gaan deze doelen integreren vanaf onze omgevingsvisie tot en met beleids- en uitvoeringsstrategieën. Zo kunnen we een allesomvattende benadering hanteren die economische groei, sociale inclusie en milieubescherming bevordert. Aan elk speerpunt van onze visie zijn doelen van de Global Goals verbonden. Deze staan hieronder beschreven:

4.2.6.1 We gaan voor gezondheid!

Hiermee sluiten we aan op de Globals Goals rond gezondheid en welzijn.  We zetten ons in voor het creëren van een gezonde leefomgeving door deelname aan sport, recreatie en cultuur te bevorderen en door mentale gezondheid te ondersteunen.

4.2.6.2 We zetten in op inclusieve gemeenschappen!

Hiermee sluiten we aan op de Global Goals rond inclusiviteit en gelijkheid. Dit betekent dat we actief werken aan het verminderen van ongelijkheden en het bevorderen van sociale rechtvaardigheid. Met inclusieve beleidsmaatregelen zorgen we ervoor dat niemand buiten de boot valt en dat iedereen kan bijdragen én profiteren van de vooruitgang van de gemeente. Ook sluiten we aan op de Global Goals rond gemeenschapsbetrokkenheid en participatie. Door middel van participatie en samenwerking kunnen we ervoor zorgen dat de behoeften en wensen van alle inwoners worden gehoord en meegenomen in het beleid. Dit bevordert niet alleen transparantie, maar versterkt ook het vertrouwen tussen de gemeente en haar inwoners.

4.2.6.3 We worden klimaatneutraal!

Hiermee sluiten we aan op de Global Goals rond duurzaamheid en innovatie. Dit omvat het bevorderen van duurzame energie, het stimuleren van een circulaire samenleving en het ondersteunen van lokale initiatieven die bijdragen aan een goede lucht- en waterkwaliteit. Door duurzaamheid centraal te stellen, kunnen we een leefomgeving creëren die zowel ecologisch als economisch veerkrachtig is. 

4.2.6.4 We versterken onze identiteit!

Hiermee sluiten we aan op de Global Goals rond voldoende werk en economische groei en werken we aan duurzame dorpen en gemeenschappen.

Tot slot zien we het belang van samenwerking met diverse stakeholders, waaronder bedrijven, non-profitorganisaties en andere overheidsinstanties. Dit sluit aan bij de Global Goal ‘samenwerking en partnerschappen’ Door sterke partnerschappen te smeden, leveren we samen inspanningen en effectievere oplossingen ontwikkelen voor de uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd.

afbeelding binnen de regeling
Overzicht van Global Goals

4.3 Thema 1: Duurzame en circulaire leefomgeving

4.3.1 Inleiding

In 2040 hebben we grote stappen gezet richting een energie- en CO2-neutrale gemeente in 2050. We zijn grotendeels ingespeeld op klimaatverandering en ons landschap en de woonwijken kunnen tegen een stootje als het weer onvoorspelbaar is. 

Om op lange termijn voorop te blijven lopen op brede welvaart, zijn we ervan overtuigd dat we stevige stappen moeten zetten op het vlak van duurzaamheid. De gemeente Wierden wil een energie- en CO2-neutrale gemeente worden. We kijken vooruit: in 2050 worden alle gebouwen met een duurzame bron verwarmd en dragen actief bij aan een schone, gezonde leefomgeving. 

De gemeente streeft dezelfde doelen als die in het klimaatakkoord staan beschreven. De uitwerking van deze doelen is beschreven in verschillende vastgestelde beleidsstukken die samenkomen in de Uitvoeringsagenda Duurzame ontwikkeling. In 2040 wordt het overgrote deel van de energievraag in de gemeente duurzaam geproduceerd, beschikt ruim de helft van de gebouwen over een duurzame warmtebron en hebben we als gemeente een groot deel van de reststromen gesloten. Waar mogelijk lokaal, maar ook op regionaal niveau, in samenwerking met de andere Twentse gemeenten.

We maken ruimtelijke keuzes die zijn afgestemd op ons water- en bodemsysteem, de kwaliteit van het landschap en de bereikbaarheid. Het water- en bodemsysteem vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk kiezen we bij nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, voor locaties die vanuit het water- en bodemsysteem het meest geschikt zijn. Tegelijk kiezen we voor het maken van ruimte voor groen en water, zodat we op termijn bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. 

Ook de bestaande woonomgeving willen we transformeren met meer groen, water en ruimte voor fietsers en wandelaars. Zo stimuleren we actief beweging en duurzame vormen van mobiliteit. We maken hiervoor de volgende keuzes: 

  • We werken richting klimaatneutraal 2050.

  • We werken toe naar een circulaire samenleving.

  • We zetten in op het verstevigen van duurzame mobiliteit en zetten binnen de kernen de fietser en wandelaar voorop.

  • We wegen ruimtelijke keuzes zorgvuldig af.

  • Een veilige en gezonde woonomgeving.

 

Global Goals

Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:

  • 7. Betaalbare en duurzame energie.

  • 11. Duurzame steden en gemeenschappen.

  • 13. Klimaatactie.

4.3.2 We worden klimaatneutraal voor 2050 en zetten in op lokale oplossingen

In 2040 hebben we grote stappen gemaakt zodat in 2050 alle gebruikte energie in de gemeente Wierden duurzaam wordt geproduceerd. De energietransitie vraagt ook ruimte binnen de gemeente. Denk daarbij niet alleen aan de opwekking, maar ook aan de distributie, conversie en opslag van energie.

De stijgende vraag naar elektriciteit door duurzame woningen, bedrijven en elektrisch rijden leidt tot een tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnet. Dit kan spanningen veroorzaken, wat de stabiliteit van de energievoorziening bedreigt. Nieuwe bedrijven kunnen op dit moment al niet meer gebruikmaken van grootverbruikersaansluitingen. Op lange termijn kunnen ook nieuwe woonwijken niet meer worden aangesloten. Netbeheerders zijn volop bezig met het uitbreiden en versterken van het elektriciteitsnet, maar de snel veranderende energiebehoeften maken het lastig om het netwerk continu bij te sturen. 

De gemeente is terughoudend met (grootschalige) projecten die alleen gericht zijn op de opwekking van duurzame energie, omdat we als gemeente zuinig zorgvuldig omgaan met de ruimte. Ook staat een gezonde omgeving voor inwoners voorop en is water en bodem mede sturend. Tegelijk wil de gemeente in de toekomst leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie borgen. Daarvoor is echter meer nodig dan voldoende opwekking. We zoeken samen met de provincie naar een slimmer decentraal energiesysteem voor bedrijven en woongebieden zodat leveringszekerheid wordt geborgd en ruimtebeslag zo direct mogelijk wordt gekoppeld aan gebruik van energie. Initiatieven die bijdragen aan lokale leverings- of energiezekerheid en combinaties van energiewinning en/of gebruik zullen we stimuleren. 

Binnen de gemeentegrenzen zien we momenteel vooral kansen voor de opwek van zonne-energie in restruimtes, zoals op daken en langs wegen. Als eerste gaan we voor meer zonne-energie op daken. Hiervoor onderzoeken we hoe zonne-energie op daken zo aantrekkelijk mogelijk kan. We zien ook kansen voor erfmolens, omdat hiermee een directe koppeling kan worden gelegd met het verbruik. Ook zoeken we naar manieren om biogas/ groengas te produceren. Voor het bedrijventerrein in Enter zetten we in op een Smart Energy Hub. Daarnaast is er aandacht voor bodemnetten in woonwijken. In samenwerking met Enexis en Cogas zoeken we een goede energiemix, die helpt om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen en de druk op het net te verlichten.

4.3.3 We werken toe naar een circulaire samenleving

Preventie en hernieuwbaarheid van grondstoffen is een belangrijk thema voor de gemeente Wierden. Het draagt bij aan de klimaatdoelstellingen om de CO2-emissies terug te brengen en biedt ook kansen voor de lokale economie. Om in 2050 een circulaire gemeente te worden richten we ons op het sluiten van de kringloop door zo lang mogelijk materialen en producten in omloop te houden. Dit kunnen we niet alleen. Daarom is er een actieprogramma circulaire samenleving waarbij zowel de inwoners/huishoudens, ondernemers en bedrijven, de landbouw en de partijen in de openbare ruimte betrokken zijn. 

Met het nieuwe landelijke beleid in de vorm van het Circulair Materialenplan (CMP1), is de reikwijdte van Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) uitgebreid zodat er meer sturing komt op het begin van de afvalketen wat van belang is voor een circulaire samenleving. Het CMP heeft als doel om innovatie voor een circulaire samenleving te stimuleren door ambitieuze normen vast te leggen. Ook dagen we bedrijven uit om beter te presteren dan de minimumstandaarden voor de verwerking van afval door beloningen. Met het CMP sturen we meer op hoogwaardige verwerking van afvalstromen. 

Daarnaast zetten we in op een verbreding van de informatievoorziening naar de voorkant van de keten, dus de fasen voordat een materiaal als afval wordt beschouwd. Ten slotte is er door het Rijk gewerkt aan een juridische basis van het CMP zodat het goed verankerd is in de Wet milieubeheer. Het streven van de regio Twente is om in 2050 een volledig circulaire samenleving te hebben zonder restafval. Om dit te bereiken willen we als gemeente samenwerken met verschillende partijen om het hele gebied zo duurzaam, circulair en energie- en CO2-neutraal mogelijk te ontwikkelen. 

Als gemeente richten we ons zowel op bedrijven en instellingen, als op bewoners om elk een rol te nemen voor een circulaire samenleving. Belangrijk hierin is om het gebruik van primaire grondstoffen in 2030 met de helft te verminderen. 

Met bewoners blijven we inzetten op het scheiden van afval. Als gemeente blijven we steeds meer sturen op het gebruik van herbruikbare en biobased materialen. Bij nieuwbouw stimuleren we duurzaam en circulair bouwen, waarbij materialen opnieuw gebruikt kunnen worden. Verder zorgen we ervoor dat we circulair handelen bij de aanleg, vernieuwing en het onderhoud van de openbare ruimte. 

Bij de vestiging van bedrijven willen we verkennen of we de mate waarin bedrijven bijdragen aan circulariteit kunnen gebruiken als selecticriterium. Ook zorgen we voor een betere afstemming tussen bedrijven over het gebruik van elkaars reststromen en nemen we circulariteit mee bij het bestemmen en ontwikkelen van gebieden in de gemeente. 

In de landbouw zetten we in op kringlooplandbouw waarin reststromen en verliezen van nutriënten zoveel mogelijk worden voorkomen. Naast natuurinclusieve vormen van landbouw, maken we ruimte voor buurtmestvergisters, waarbij mest wordt omgezet in energie.

4.3.4 We zetten in op het verstevigen van duurzame mobiliteit en zetten binnen de kernen de fietser en wandelaar voorop
afbeelding binnen de regeling
STOMP Piramide



We zijn ervan overtuigd dat duurzame mobiliteit essentieel is voor de brede welvaart van de toekomst. Ten eerste helpt het om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ook kan duurzame mobiliteit het aantal autokilometers helpen verminderen en de veiligheid en een aangenaam leefklimaat bevorderen. Zeker voor de groeiende groep minder mobiele mensen, die er als gevolg van de vergrijzing mogelijk zal zijn, is een veilige en toegankelijke openbare ruimte essentieel. 

We hanteren voor de toekomst het STOMP-principe als het gaat om stimuleren van duurzame vormen van mobiliteit. Dit betekent dat we niet de auto vooropzetten, maar wandelen (stappen) het belangrijkste vinden, gevolgd door fietsers (trappen), OV, deelvervoer (mobiliteitsdiensten) en als laatste de privéauto. Bij nieuwe woningbouwprojecten zorgen we ervoor dat fietsers en voetgangers centraal staan. Voor bestaande wegen in de dorpen kijken we hoe we deze beter kunnen inrichten voor fietsers en voetgangers. Op het wandelen en fietsen wordt verder ingegaan bij thema 2, waar ook de relatie wordt gelegd met het stimuleren van gezond gedrag. Naast wandelen en fietsen zijn het OV en (elektrische) deelvoertuigen vormen van slim vervoer. We houden ook rekening met de opkomst van slimme mobiliteit en zorgen voor betere voorzieningen zoals deelauto’s, laadpalen en multifuel-stations.

De trein- en busverbindingen bedienen met name Wierden en Enter, regionaal bekend als wonen langs de radialen. Deze verbindingen blijven ook in de toekomst erg belangrijk voor de bereikbaarheid. Een aandachtspunt is het ontbreken van openbaar vervoer in het noorden van de gemeente. Daarnaast is de barrièrewerking van het spoor in Wierden een aandachtspunt. Het spoor wordt steeds intensiever gebruikt en daarom streven we naar ongelijkvloerse kruisingen met het spoor. Dit kunnen we als gemeente niet alleen voor elkaar krijgen. Daar hebben we het Rijk, de provincie en ProRail bij nodig. Op regionaal niveau zetten we ons in voor een snellere treinverbinding met de Randstad en de verbinding Zwolle-Twente-Münster.

In de kernen is het belangrijk dat er een goede spreiding en voldoende toegang tot laadpalen is om elektrisch vervoer te stimuleren. Daarnaast kunnen deelvoertuigen mogelijk een interessant alternatief zijn voor de tweede auto. In de vorm van een mobiliteitshub kan deelvervoer bijdragen om het openbaar vervoer of carpoolplaatsen aantrekkelijker te maken.

4.3.5 Afwegen van ruimtelijke keuzes

Voor een duurzame inrichting van onze ruimte zijn water en bodem een steeds belangrijker uitgangspunt. We kiezen er bij toekomstige ontwikkelingen voor om het water- en bodemsysteem mede sturend te maken. Water- en bodemsturend legt een sterke basis voor de verschillende ruimtelijke opgaven waar we in Nederland voor staan, en is hierom mede sturend. Niet alles kan overal vanwege de bodem of het watersysteem, maar belangrijker nog: veel dingen werken beter, als je ze op de juiste plek doet. Tegelijk hebben we ook andere belangen. Ook het behouden van waardevolle landschappen, een goede natuurkwaliteit, het borgen van de drinkwaterwinning en het bereikbaar houden van onze gemeente zijn belangrijke uitgangspunten. Daarom wijzen we gebieden aan waar de balans tussen deze kwaliteiten het beste is. We bouwen alleen nog op plekken waar het watersysteem op termijn geen knelpunten geeft of waar we een goed watersysteem in een groene omgeving kunnen realiseren. Op locaties waar het water- en bodemsysteem niet optimaal is voor de nieuwe ontwikkeling, zorgen we voor extra ruimte voor wateropvang. Verder zetten we in op (drink)waterbesparing om waterschaarste te voorkomen. Dit geldt zowel voor huishoudens en zakelijke gebruikers als bij nieuwbouw/ renovatie. 

Ook voor de landbouw maken we het water- en bodemsysteem meer sturend. In grondwaterbeschermingsgebieden en rond de dorpen gaan we meer gewassen stimuleren die goed passen bij de doelen rondom de kwaliteiten van de leefomgeving. We streven naar het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de nabijheid van kwetsbare functies. In zeer natte of zeer droge gebieden stimuleren we gewassen en landbouwmethoden die goed tegen extreme omstandigheden kunnen. Dit wordt uitgewerkt in een Wierdens Plan voor het landelijk gebied.

Bij alle ruimtelijke keuzes, zoals het bouwen van woningen, aanleggen van infrastructuur of herinrichten van de openbare ruimte, hanteren we een integrale benadering waarin water- en bodemsturend het vertrekpunt is. Dit betekent dat we bij elke ontwikkeling zorgvuldig afwegen of de bodem en het watersysteem bij de gekozen functie past, nu en in de toekomst. Tegelijkertijd kijken we breed naar andere relevante waarden in het gebied, zoals cultuurhistorie & archeologie, natuurwaarden, afstand tot voorzieningen, milieueffecten en bereikbaarheid. Deze belangen wegen we gezamenlijk af, zodat een ontwikkeling niet alleen technisch uitvoerbaar is, maar ook landschappelijk, ecologisch en maatschappelijk verantwoord. Zo ontstaat een leefomgeving waarin kwaliteiten elkaar versterken en keuzes passen bij de identiteit van Wierden.

4.3.6 Fysieke veiligheid als uitgangspunt

Een veilige leefomgeving is essentieel voor het welzijn van onze inwoners. De inrichting van de openbare ruimte, mobiliteitskeuzes, duurzame energie en bouwmethoden hebben directe invloed op veiligheid. Daarom kiezen we voor een integrale benadering van fysieke veiligheid. In dit intermezzo lichten we de belangrijkste uitgangspunten toe.

4.3.6.1 Veiligheid begint bij ontwerp

Bij de plannen en herinrichting van de leefomgeving passen we de ontwerpprincipes van het landelijke programma ‘Ontwerp Veilige Omgeving’ voor sociale en fysieke veiligheid toe. Dit betekent dat we in ruimtelijke plannen rekening houden met overzichtelijkheid, sociale controle, verlichting, ontsluitingsmogelijkheden en het voorkomen van onveilige situaties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beperken van donkere en onoverzichtelijke plekken in woonwijken, duidelijke routes en het creëren van veilige oversteekplaatsen. Veiligheid wordt vanaf de ontwerpfase meegenomen.

4.3.6.2 Ruimte voor de brandweer

Een goede bluswatervoorziening en bereikbaarheid voor hulpdiensten zijn cruciaal. We volgen hierbij de richtlijnen uit de ‘Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid’ van Brandweer Nederland. Bij nieuwe plannen of herstructureringen controleren we of bluswatervoorzieningen beschikbaar zijn en de brandweerwagens het gebied snel en veilig kunnen bereiken. Dit vraagt aandacht bij bijvoorbeeld smalle straten of fysieke afsluitingen.

4.3.6.3 Toegankelijke zorg en snelle hulpverlening

Naast de brandweer spelen ook andere hulpdiensten een belangrijke rol. De kernwaarden van de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) zijn voor ons richtinggevend. We zorgen voor toegankelijke zorg, versterken de zelfredzaamheid van inwoners en richten de openbare ruimte zo in dat medische hulp snel en effectief kan worden verleend. De bereikbaarheid van zorgvoorzieningen is hierbij een belangrijk aandachtspunt.

4.2.6.4 Toegankelijke zorg en snelle hulpverlening

De inrichting van wegen beïnvloedt de opkomsttijden van hulpdiensten. Bij het aanpassen van snelheden of het herinrichten van straten maken we steeds de afweging: kunnen hulpdiensten hun bestemming op tijd bereiken? Vertraagde aanrijtijden vergroten risico’s in noodsituaties. We zoeken daarom een zorgvuldige balans tussen verkeersveiligheid, leefbaarheid en hulpverleningsbereikbaarheid.

4.3.6.5 Veilige energietransitie

De overstap naar duurzame energie brengt nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee. Denk aan brandgevaar, explosierisico’s en storingen bij het gebruik van waterstof, batterijen, zonnepanelen en windenergie. Ook opslag en distributie vragen om zorgvuldige ruimtelijke afwegingen. We stimuleren de energietransitie, maar altijd met oog voor veiligheid. We doen dit in samenwerking met de veiligheidsregio en netwerkbeheerders.

4.3.6.6 Innovatief bouwen met veiligheid voorop

Duurzaam bouwen vraagt om extra aandacht voor brandveiligheid. Het gebruik van nieuwe materialen en circulaire technieken kunnen anders reageren bij brand dan traditionele bouwmaterialen. De gevolgen voor brandbaarheid en rookontwikkeling zijn niet altijd bekend. Daarom zorgen we dat duurzaamheid en veiligheid hand in hand gaan. Brandveiligheid is een vast onderdeel van elk bouwplan, zodat bewoners en gebruikers goed beschermd zijn.

Door veiligheid vanaf het begin mee te nemen in onze ruimtelijke keuzes, bouwen we aan een leefbaar, toekomstbestendig en veilig Wierden.

4.4 Thema 2: Een gezonde, klimaatbestendige en uitnodigende woonomgeving

4.4.1 Inleiding

In onze visie zijn we een ‘gezonde’ en veilige gemeente, waar iedereen gemakkelijk kan sporten, bewegen, spelen en recreëren in een prettige woonomgeving, waarin gezondheidsrisico’s kleiner zijn geworden en men zich veilig voelt. Een gezonde leefomgeving is klimaatadaptief. Dit houdt in dat we om kunnen gaan met veranderende weerpatronen en effecten. In de kernen hebben we schaduwplekken om voor verkoeling te zorgen. Verder zijn onze kernen waterrobuust ingericht, wat betekent dat de openbare ruimte om kan gaan met periodes van veel regen en het water een plek heeft om ergens heen te gaan. 

Ook leggen we extra groen en ruimte voor waterberging aan om klimaatbestendig te zijn in de toekomst. Openbaar groen draagt naast klimaatadaptatie ook bij aan de biodiversiteit, beleving, spelen, ontmoeten en bewegen.  We kiezen voor beweegplekken voor meerdere doelgroepen en een groenblauwe dooradering van de kernen. In onze visie hebben we een veelzijdig aanbod van sport en bewegen. We zijn ervan overtuigd dat een veelzijdig aanbod nieuwe sociale verbanden oplevert die bestaande netwerken aanvullen en verbinden, het langer leven van ouderen in een goede gezondheid bevordert en verveling, eenzaamheid en overlast tegengaat. Een uitnodigende en toegankelijke openbare ruimte draagt bij aan sociale en externe veiligheid.

In 2040 hebben we grote stappen gezet om onze woonomgeving bestand te maken tegen extreem weer, zoals extreme regenbuien en langere periodes van droogte en hitte. Zo zorgen we dat we in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. 

We richten ons in dit hoofdstuk voornamelijk op de openbare ruimte en de leefomgeving in de kernen Wierden, Enter en Hoge Hexel. Klimaatadaptatie met betrekking tot bijvoorbeeld natuurgebieden en landbouw behandelen we bij thema 6. We maken in deze visie de volgende keuzes:

  • Beschermen van een gezonde woonomgeving.

  • Meer groen in de bebouwde omgeving.

  • Ruimte voor openbaar groen bij nieuwe woningbouwprojecten.

  • Openbaar groen geschikt maken voor opvang van water.

  • Veilige en toegankelijke routes die uitnodigen om te bewegen.

  • Combineren van ontmoetings- en bewegingsplekken in de openbare ruimte.



Global Goals

Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:

  • 3. Goede gezondheid en welzijn.

  • 11. Duurzame steden en gemeenschappen.

  • 13. Klimaatactie.

  • 15. Leven op het land.

 

4.4.2 Beschermen van een gezonde woonomgeving

De gezondheid en veiligheid van inwoners en de leefomgeving is een belangrijk onderdeel van de brede welvaart. Het aspect gezondheid bestaat uit gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming. De eerste is het bevorderen van een gezonde leefstijl en de tweede het bieden van een gezonde leefomgeving. Juist omdat niet iedereen zelf kan beslissen over alle aspecten die van invloed zijn op zijn/haar gezondheid, is het belangrijk dat wij als overheid verantwoordelijkheid hierin nemen. De Omgevingswet verplicht ons daarnaast om bij afwegingen over de toekomst van de fysieke leefomgeving gezondheid expliciet mee te nemen.

Om een gezond leefmilieu te creëren stellen we hoge eisen aan woningbouw en andere gevoelige functies. Onder gevoelige functies verstaan we plekken waar mensen langdurig verblijven, zoals kantoren. Over het algemeen kennen we in de gemeente een relatief hoge milieukwaliteit, hoewel dat lokaal kan verschillen. Juist in en rond de dorpen vindt het meeste verkeer en bedrijvigheid plaats waardoor lokaal toch overlast door geluid, trillingen of fijnstof wordt ervaren. Onze keuzes voor het beschermen van de gezonde leefomgeving zijn als volgt.

Bij nieuwbouw kiezen we voor locaties, waar we een relatief hoge milieukwaliteit en de externe veiligheid kunnen borgen. Bij plannen voor nieuwe woningen zullen we daarom in de toekomst rekening houden met de locatie en functies en risico’s in de directe omgeving. Daarom houden we afstand van risicobronnen zoals routes voor gevaarlijke stoffen via het spoor, over de weg en buisleidingentracés. Waar nodig nemen we maatregelen die overlast van milieuaspecten als trillingen en geluid tegengaan of gebruiken we de ruimte voor andere functies, zoals werken, waterberging of groen. We kiezen ervoor om nieuwe woongebieden niet dicht bij infrastructuur aan te leggen, maar juist groene bufferzones aan te houden. 

Een grotere veiligheid rondom het spoor. Het goederenvervoer over het spoor neemt toe en heeft effect op de veiligheid in Wierden. Deels door het vervoer van gevaarlijke stoffen en deels door het beperkt aantal overgangen. We streven ernaar om de veiligheid te vergroten door meer ongelijkvloerse overgangen te creëren. Rond het spoor zetten we in op herstructurering, waarbij we nabij het station inzetten op kantoorlocaties of kleine bedrijvigheid en in het gebied daarachter op nieuwe woonmilieus. Dit wordt verder behandeld in paragraaf 4.1, op pagina 76.

Fietser en voetganger voorop. Bij de inrichting van nieuwe wijken zetten we de fietser en wandelaar voorop. Tegelijk houden we bij de inrichting rekening met de bereikbaarheid door hulpdiensten.

Het verbeteren van de luchtkwaliteit (zoals het percentage fijnstof). Belangrijk onderdeel hierin is het verminderen van verkeer en het bevorderen van elektrisch vervoer. We willen dit doen door:

  • Het gebruik van de fiets binnen de bebouwde kom te stimuleren.

  • Een betere doorstroming van de wegen rondom onze gemeente. Hierbij zijn wij afhankelijk van hogere overheden, omdat de N36 en de A35/N35 provinciale wegen en rijkswegen zijn.

  • De aanleg van fietssnelroutes. Met name de F35 is voor onze gemeente van meerwaarde omdat het voor een deel van onze inwoners een alternatief kan zijn voor het gebruik van de auto.

 

We willen in de toekomst gezondheidsrisico’s als gevolg van emissies en uitspoeling voorkomen. Daarom zetten we met de sector in op het vinden van oplossingen, die helpen de kringlopen te sluiten en die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verkleinen. 

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is Europese wetgeving gericht op het verbeteren en beschermen van de waterkwaliteit. In de gemeente Wierden is het waterschap verantwoordelijk voor het watersysteem, terwijl de gemeente keuzes maakt over ruimtelijke ontwikkelingen en landgebruik. De visie richt zich op verduurzaming van landbouw, robuuste natuurgebieden, biodiversiteit en een sterk watersysteem. Bij waterkwaliteitsproblemen ondersteunt de gemeente onderzoek naar oorzaken en controle van vergunningen. Samen met partners draagt de gemeente bij aan het behalen van de KRW-doelen, met als prioriteit het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater.

4.4.3 Meer groen in de bebouwde omgeving

Groen draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid van inwoners. We willen het groene karakter van de gemeente nog sterker maken in de openbare ruimte. Wierden heeft al een vrij groen karakter, maar kan nog een extra kwaliteitsslag maken door meer verschillende bomen te planten ten behoeve van de biodiversiteit. In Enter is de ruimte binnen de bebouwde kom beperkt en richten we ons (ook) op het vergroenen van de dorpsranden. In Hoge Hexel en de buurtschappen is de groene uitstraling al sterk vanwege de landschappelijke ligging en zullen we zorgen dat dit behouden blijft bij nieuwe ontwikkelingen. 

In ons beleid kiezen we ervoor om meer bomen te planten. Routes met bomen vormen schaduwrijke routes, die in hete periodes voorzieningen bereikbaar houden, ook voor meer kwetsbare groepen. Bij herinrichting van wegen of afkoppelingsprojecten om regenwater van de riolering af te koppelen, zoeken we naar ruimte om bomen te planten in de straten. Met name op routes richting het centrum of andere voorzieningen zullen we hierop sturen bij nieuwe plannen. Ook kijken we bij het vergroenen goed naar de toekomst en kiezen we soorten die om kunnen gaan met de klimaatverandering. Dit gaan we doen door de ‘Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving’  toe te passen en gebruik te maken van de 3‑30‑300 regeling als een richtlijn. Dit vormt de basis voor klimaatadaptief bouwen en het vergroenen van onze dorpen. We koppelen dit waar mogelijk aan klimaatoplossingen, zoals waterberging.

afbeelding binnen de regeling
Diagram 3‑30‑300
4.4.4 Ruimte voor groen bij nieuwe woningbouwprojecten

Bij nieuwe woningbouwprojecten willen we dat er bij het begin van het ontwerp ruimte wordt gecreëerd voor openbaar groen en water. In de basis streven we dat minimaal 35% van de oppervlakte van een nieuwbouw- of herstructureringslocatie moet bestaan uit openbaar groen en water. Dit draagt bij aan de leefbaarheid in de wijk en we willen hiermee voorkomen dat achteraf te weinig ruimte is gepland voor openbaar groen en/of water. Maar we staan ook open voor maatwerkoplossingen, zoals geveltuinen en groene gevels. Met name bij herstructurering en inbreidingslocaties is niet altijd ruimte om te komen tot 35% openbaar groen en water. Met creatieve middelen, zoals gevelgroen, kan een gebied toch vergroend worden. Daarnaast moet bij een nieuwbouwontwikkeling of herstructurering rekening gehouden worden met de doelen die we stellen voor duurzame groene dorpen.

Om de hittestress te beperken zorgen we voor koele plekken en schaduwrijke routes. Op basis van een onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam zijn in het ontwerp van de groenvisie de volgende richtlijnen opgenomen:

  • 3 bomen dichtbij elke woning.

  • 30-40% schaduw verspreid op looproutes.

  • 30% groenbedekking per wijk.

  • Een voldoende grote koele plek op 300m van elke woning.

4.4.5 Openbaar groen geschikt maken voor opvang van water

Extra openbaar groen wordt gebruikt om hemelwater op te vangen waardoor het stedelijke watersysteem minder wordt belast. De inrichting van plantsoenen en parken is maatwerk, maar ook daar kiezen we voor meer bomen als deze er nu beperkt aanwezig zijn. Naast meer ruimte voor waterberging willen we ook de gemengde riolering vervangen door een gescheiden stelsel in wijken waar dat nog niet zo is.

Voor het water kiezen we voor acties in de volgende stappen: eerst benutten en besparen, dan vasthouden, bergen en infiltreren en pas daarna het afvoeren van water. Om de wateroverlast te beperken kijken we per dorp welke maatregelen nodig zijn. In Enter is dit in het zuidoosten en in Wierden vooral het oosten. Dit werken we verder uit in een programma, zoals het watertakenplan.

4.4.6 Veilige en toegankelijke routes die uitnodigen om te bewegen

STOMP vormt de basis voor de ruimtelijke inpassing van mobiliteit, dit is uitgelegd onder 4.3.3. We willen gezond gedrag stimuleren door het uitnodigend te maken om te wandelen of de fiets te pakken. Door de routes toegankelijk te maken voor iedereen zorgen we dat er altijd een mogelijkheid is om veilig te bewegen. Dit betekent bijvoorbeeld zo min mogelijk drempels voor doelgroepen die minder goed ter been zijn of herkenbare routes om dementievriendelijke wijken te creëren.

De fiets als snelste vervoermiddel. Om dit te bereiken maken we een aantal keuzes. Enerzijds vraagt dit om een goede inrichting van bestaande wegen. Om fietsen te stimuleren willen we fietsers zo min mogelijk afremmen, laten stoppen of oversteken; bij de nieuwe inrichting van auto- en fietsroutes is dat onze norm. We zetten ook in op autoluwe gebieden rond de centra, (sport)voorzieningen en scholen. Dit vraagt soms om structuuringrepen, bijvoorbeeld door autoroutes rond het centrum verder om het centrum heen te leggen. Anderzijds is een goed fietsnetwerk met verkeers- en sociaal veilige verbindingen tussen onze kernen en de omliggende dorpen en steden heel belangrijk. We grijpen nieuwe ontwikkelingen en herstructureringen aan om dit te bereiken. Voorbeelden hiervan zijn het vervangen van het riool of herinrichting van het openbaar groen. Zo zorgen we dat er zo min mogelijk overlast is door werkzaamheden.

In het mobiliteitsplan staat een verdere uitwerking van de doelen per modaliteit en principes voor een veilige weginrichting. In het mobiliteitsplan staan drie hoofddoelen centraal:

  • Creëren van een gezonde (verkeers)veilige leefomgeving,

  • Verbeteren van regionale en lokale bereikbaarheid,

  • Iedereen bereikbaar.

 

In het mobiliteitsplan is dit verder uitgewerkt in doelen per modaliteit, het toepassen van het Duurzaam Veilig principe en het STOMP-principe en de kansen die smart mobility biedt.

afbeelding binnen de regeling
Fietsnetwerkkaart
4.4.7 Combineren van ontmoetings- en bewegingsplekken in de openbare ruimte

We willen de sociale cohesie en mentale én fysieke fitheid blijvend versterken. Daarmee spelen we in op de veranderingen in de samenleving, waarbij sprake is van meer individualisering en meer flexibele en wisselende verbanden tussen mensen en groepen. Daartoe wijzen we toegankelijke en aantrekkelijke beweegplekken aan. Dit kan zowel in het groen als op een sportveld of sportpark zijn. We hebben parkjes en speeltuinen die soms alleen uit een grasveldje bestaan en daardoor geen aantrekkelijke verblijfsplekken zijn in het dorp. We willen dat onze inwoners groenstructuren kunnen gebruiken om te bewegen, spelen en recreëren. We streven naar het koppelen van beweegplekken voor alle leeftijden aan ontmoetingsruimtes binnen gebouwen, zodat georganiseerde sport- en beweegactiviteiten ermee worden uitgelokt.

In Wierden inzetten op het verbinden van groene plekken binnen de kern, vanwege de vele groene plekken in het dorp en de compacte vorm. Voor zetten we Enter in op het verbinden van de wijken met het groen richting het buitengebied, vanwege de langgerekte vorm van het dorp en nabijheid van het landschap aan alle kanten.

4.5 Thema 3: Ruimte voor wonen

4.5.1 Inleiding

We hebben in de toekomst aantrekkelijke groene woongebieden, waar inwoners op lange termijn prettig kunnen wonen in een passende woning. Het woningaanbod is in onze visie divers met verschillende woonvormen en mogelijkheden voor alle doelgroepen om binnen de gemeente door te stromen, zodat mensen passend wonen. Nieuwe woningen dragen bij aan de sociale cohesie en de zelfredzaamheid van de inwoners door een bredere demografie in de wijk. We proberen de gewenste woningvoorraad in eerste instantie zoveel mogelijk binnen de bestaande bebouwde kom te bereiken zonder het groene karakter van de dorpen aan te tasten. Bij uitbreiding kiezen we voor een sterke relatie met het landschap. De regio heeft de ambitie om een groene technologische topregio te zijn. Hierin wil de gemeente met mooie groene woongebieden een rol spelen. Daarom gaan we op de langere termijn uit van een extra plus in de woningbouwprogrammering. We maken in deze visie de volgende keuzes:

  • Bouwen naar de lokale woningbehoefte met een plus tot 2030 (bouwen bovenop de lokale vraag).

  • Onderzoeken naar bijdragen aan de landelijke en regionale woonvraag na 2030.

  • Passend aanbod bieden voor alle doelgroepen.

  • Mixen van doelgroepen in de dorpen.

  • Gericht gestapeld bouwen passend bij de (toekomstige) dorpse identiteit.

  • Nieuwe woningen in Hoge Hexel en de buurtschappen om ze te versterken.

  • VAB-locaties inzetten voor bijzondere woonvormen.

  • De keuzes zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 5.



Global Goals

Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:

  • 3. Goede gezondheid en welzijn. Dit doel vullen we binnen dit thema in door het juiste woningaanbod te realiseren en te kiezen voor een mix aan doelgroepen.

  • 10. Ongelijkheid verminderen. Dit doel vullen we in door volop in te zetten op betaalbare woningen op goede plekken en bij de inrichting van de ruimte de sociale cohesie te versterken.

  • 11. Duurzame steden en gemeenschappen.

 

4.5.2 Bouwen naar de lokale woningbehoefte met een plus tot 2030

In overeenstemming met de Regionale Woonagenda Twente volgen we de ruimtelijke strategie ‘wonen langs de radialen’. Zoals ook in ‘De Lokale Woonagenda’ staat beschreven, bouwen we naar de lokale woningbehoefte met een plus. Voor de gemeente Wierden komt dit neer op 100 woningen per jaar de komende 10 jaar. Hiermee dragen we bij aan het versterken van de voorzieningen, maken we de achterstand in woningbouw van de afgelopen jaren goed en bouwen we om een beetje bij te dragen aan de actuele woningnood in Nederland. In alle kernen is behoefte aan meer woningen, ook Hoge Hexel en de buurtschappen.

4.5.2.1 Op de langere termijn

Het Rijk heeft besloten om samen met de 14 Twentse gemeenten, de Provincie Overijssel en het Waterschap Vechtstromen te gaan werken aan een verstedelijkingsstrategie voor Twente: de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente (ROS Twente). Met de ROS Twente wordt op de lange termijn een schaalsprong voor het aantal inwoners gezet in Twente, wat neer komt op 100.000+ inwoners erbij in de regio. We kiezen ervoor om ons aan te sluiten bij de regionale woonambities en kiezen voor een uitbreiding van de woningbouwopgave na 2030.

4.5.2.2 Woningbouwaanpassingen

Met het vernieuwen van het woningaanbod in een aantal wijken willen we het aanbod van woningen beter laten aansluiten op de (toekomstige) vraag en de kwaliteit van de leefomgeving vergroten. We verwachten dat de wens om woningen aan te passen steeds vaker zal toenemen om zo bijvoorbeeld woningen levensloopbestendig te maken, woningen te splitsen voor meerdere huishoudens of zelfs nieuwbouw te realiseren. Om meer variatie in woningtypes in de wijk te realiseren, maken we in ons beleid ruimte om bestaande woningen aan te passen. 

Mogelijkheden zijn o.a: 

  • Het samenvoegen van woningen, waarbij de benedenverdieping kan worden omgevormd tot een gelijkvloerse woning en de bovenverdieping als appartement kan worden ingezet.

  • Ook aanbouwen en uitbouwen van woningen, om daarmee levensloopbestendig te kunnen worden, blijft mogelijk. We kijken wel of we dit makkelijker kunnen maken met de voorwaarden.

  • Aanbouwen of opbouwen om een bestaande woning te vergroten en daarmee de diversiteit in het woningaanbod te vergroten zijn eveneens mogelijk. Hetzelfde geldt voor woningsplitsing.

  • Modulair bouwen om te zorgen voor betaalbare, tijdelijke huisvesting. Modulaire bouw is een bouwtechniek waarbij modules worden gekoppeld of gestapeld om een gebouw te creëren.

  • Kleinschalige herstructureringen met het aanvullen of verbeteren van de groenstructuren of de opvang van hemelwater.



We willen dit stimuleren om het woningaanbod blijvend te kunnen vernieuwen en aan te kunnen sluiten op de vraag.

afbeelding binnen de regeling
Kleinschalige woningbouwopties
4.5.3 Passend aanbod bieden voor alle doelgroepen

In onze visie richten we ons op een aantrekkelijk en gevarieerd woningaanbod, zodat alle inwoners een passende woning kunnen vinden voor hun levensfase. Met het aanbod aan nieuwe woningen willen we rekening houden met de wensen in de toekomst, waarbij er meer ouderen en meer kleine huishoudens zijn. Dat betekent dat we extra focus gaan leggen op groeiende doelgroepen en aandachtsgroepen die het lastiger hebben op de woningmarkt, zoals ouderen, starters, kleine huishoudens en zorgbehoevende groepen. Met dit aanbod willen we niet alleen voldoende plek bieden, maar ook zorgen voor doorstroming op de woningmarkt. 

We willen met het nieuwe woningaanbod direct werken aan de kwaliteit van de woonomgeving. Ons woningaanbod wordt dus mooier, duurzamer en passend bij de toekomstige inwoners. We leggen de volgende accenten:

Passend aanbod rond de dorpscentra. Rond de dorpscentra of andere locaties met voorzieningen leggen we een groter accent op betaalbare woningen voor jongeren, ouderen en minder mobiele groepen. Op deze plekken ligt de voorkeur om gebouwen te transformeren naar betaalbare woningen voor deze doelgroepen. 

Nieuw groene woonwijken. De vraag naar aantrekkelijke groene woongebieden is hoog. Om mee te groeien met de (grote) regionale woningdruk, maar ook om doorstroming in onze eigen woningmarkt mogelijk te maken zijn naast kansen voor inbreiding ook uitbreidingen nodig. Voor de korte termijn zijn woningbouwgebieden in beeld. voor de lange termijn wijzen we in de toekomst zoekgebieden voor uitbreiding aan.

Passend aanbod in bestaande woonwijken. Ook bestaande woningen en woongebieden kunnen in onze visie bijdragen aan de veranderende woonbehoefte. En dat willen we vereenvoudigen. Woningsplitsing, (pre)mantelzorgwoningen en andere woningaanpassingen voor gelijkvloers wonen willen we eenvoudiger maken. Hiermee willen we inwoners extra ontwikkelmogelijkheden geven voor eigen initiatieven die bij kunnen dragen aan betaalbare woningen. 

4.5.4 Inclusieve samenleving

We vinden de sociale samenhang cruciaal bij de ruimtelijke inrichting van onze gemeente. Aangezien traditionele sociale banden minder sterk worden (mensen zijn minder lang lid van 1 vereniging, kinderen wonen lang niet altijd meer dichtbij en kerkelijke verbanden zijn niet in alle groepen van de samenleving sterk) vraagt dit in de toekomst extra aandacht. Het sociale netwerk is belangrijk om eenzaamheid tegen te gaan en draagt bij aan de zelfredzaamheid van onze inwoners. Sinds de invoering van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) moeten ouderen langer zelfstandig wonen. Met het juiste woningaanbod en het versterken van de sociale cohesie willen we dit versterken. 

We zijn ervan overtuigd dat verschillende groepen, zoals jong en oud, daarvoor door elkaar moeten kunnen wonen. Bij alle nieuwe woningbouwlocaties en herstructureringen kiezen we voor het sterker mixen van doelgroepen. Dit doen we door meer variatie aan te brengen binnen de woonconcepten en voldoende betaalbare woningen te bouwen. Een voorbeeld hiervan is het combineren van seniorenwoningen met startersappartementen. Met een mix van verschillende woningtypes zal een woningbouwproject bijdragen aan het versterken van het naoberschap.

4.5.5 Gestapeld bouwen passend bij de (toekomstige) dorpse identiteit

Omdat meerdere doelgroepen gebaat zijn bij woningen nabij voorzieningen / dorpscentra maken we ruimte voor gestapelde bouw binnen de dorpen Enter en Wierden. Deze locaties zijn vooral een kans voor jongeren en senioren. Beide doelgroepen maken vaker gebruik van het OV en senioren zijn afhankelijk van lokale voorzieningen. Hierom zullen we als gemeente inzetten op appartementen en woonconcepten passend voor deze doelgroepen bij herstructureringslocaties. De herstructureringslocaties in de dorpen willen we zo goed mogelijk benutten, omdat ze dicht bij voorzieningen en OV-verbindingen liggen. Daarbij houden we qua hoogte en vormgeving rekening met het karakter van de dorpen. 

We kiezen voor het sparen van groene ruimtes en voor dorpse ‘hoogbouw’. Gestapelde bouw moet daarom passen bij het karakter van de dorpen en gericht zijn op herstructurering van bestaande bebouwde en verharde plaatsen. 

Om aan te sluiten bij het dorpse karakter hanteren we de volgende uitgangspunten in beide dorpen:

  • We beschermen bestaande hoogteaccenten, zoals kerken.

  • We houden de hoofdstructuren van dorpen leesbaar, zoals belangrijke ontsluitingswegen, de entrees van de dorpen en historische landschappen rondom de dorpen. Deze structuren begeleiden inwoners de dorpen in en uit of maken de landschappen rond een dorp herkenbaar. De hoofdstructuren en randen van de dorpen kunnen soms een ruimtelijk accent krijgen, maar ze moeten dan wel de hoofdstructuur accentueren. Hogere bouw mag het karakter of sfeer van een plek niet negatief aantasten.

  • Verdichting rond centra is goed, omdat het de ligging van de centra kan accentueren, maar moet passen bij de stedenbouwkundige maat en schaal die in het centrum al bestaat. In de praktijk betekent het dat gestapelde bouw in het centrum beperkt mogelijk is, maar wel in een ring daaromheen. In de centra kiezen we voor het behouden van de huidige schaal van de bebouwing. Rond het centrum zetten we in op herstructurering van bedrijfs- en voorzieningenlocaties. Hier willen we gestapeld bouwen, waarbij hogere bouw mogelijk is als de overgang naar het centrum en de woonwijken geleidelijk is.

  • Locaties met meer ruimte bieden kansen. Gestapelde bouw kent vaak een grotere schaal en korrel. Daarbij passen locaties die langs grote structuren liggen, zoals de spoorlijn, bredere ontsluitingswegen of locaties die veel ‘eigen’ ruimte hebben, waardoor ze meer losliggen van de omliggende bebouwing, zoals in dorpsranden.

afbeelding binnen de regeling
Trapsgewijs verhogen
afbeelding binnen de regeling
Voorruimte hoogbouw

Voor gestapelde bouw gelden altijd een aantal randvoorwaarden.

  • Zorg voor een (geleidelijke) overgang naar omliggende stedenbouwkundige structuren.

  • Zorg voor een passende uitstraling van bebouwing, zodat het kleiner oogt en past bij de omgeving.

  • Neem enige ruimte voor of naast het gebouw of gebruik groen om gestapelde bouw een eigen plek te geven.



Om gestapelde bouw goed in te passen in de dorpse structuur zien we een aantal specifieke kansen:

  • Op locaties in een ring rond het centrum, mits de historische structuren en beschermde kwaliteiten intact blijven.

  • Transformatie van bedrijventerreinen, die tegen centra of woonbuurten aanliggen.

  • Locaties in de dorpsranden als gestapelde bouw wordt ingebed in een groenstructuur.

  • Locaties waar met gestapelde bouw bestaande structuren worden aangezet, zoals langs de hoofdroutes in de dorpen.

 

4.5.6 Nieuwe woningen in Hoge Hexel en de buurtschappen om ze te versterken

De sociale cohesie is ook binnen Hoge Hexel en de buurtschappen belangrijk. Daarom maken we ook hier enige woningbouw mogelijk, passend binnen de maat en schaal van het dorp of het buurtschap en in aansluiting bij de lokale behoefte. In Hoge Hexel is ruimte voor woonerven aan de rand van het huidige dorp of een uitbreiding van het Kleen-Esch. In de buurtschappen is enige woningbouw denkbaar in de vorm van nieuwe erven rondom andere erven of voorzieningen.

4.5.6.1 Hoge Hexel

In Hoge Hexel wijzen we de omgeving Kleen-Esch aan als zoekgebied voor wonen. Uitgangspunt is om van Kleen-Esch een groenwoongebied te maken. Het beeld van Hoge Hexel als een dorp, opgebouwd uit linten, houden we in stand. 

4.5.6.2 Buurtschappen

We streven naar een versterking van de buurtschappen middels (een beperkt aantal) nieuwe erven. Bij voorkeur ligt een nieuw erf in de buurt van een kruising van wegen of bij bestaande erven. Op die manier wordt het beeld van een buurtschap (samenhang tussen erven) versterkt en wordt uitwaaiering voorkomen. VAB-locaties zetten we met name in voor bijzondere woonvormen.

4.5.7 Bijzondere woonvormen

We willen op termijn veel variatie in het woningaanbod. Om verder te bouwen aan ons aantrekkelijke woonmilieu, maar ook om de doorstroming te bevorderen. Daarom maken we ook ruimte voor bijzondere woonvormen. Dat kunnen bijvoorbeeld vormen van groepswonen, tiny houses, volledig biobased woningen of erfwoningen zijn. Bijzondere woonvormen kunnen zowel binnen als buiten de bebouwde kom (in de dorpsranden en buurtschappen) worden gerealiseerd. Hierbij kijken we naar bewonersinitiatieven. Voormalige agrarische erven of locaties direct tegen de dorpsrand kunnen daarvoor passend zijn. Belangrijk bij de herontwikkeling van VAB-locaties is de landschappelijke inpassing en een bouwstijl die past bij het dorp of buurtschap. Verder zien we op deze erven ook mogelijkheden voor andere functies. De nieuwe functies en landschappelijke inpassing worden behandeld in thema 6.

4.5.8 Duurzaam en circulair bouwen

Onze doelen ten aanzien van klimaat en energie komen ook terug in de manier waarop we in de toekomst onze woningen gaan bouwen. We streven in 2040 dat alle nieuwe bouwontwikkelingen grotendeels klimaatneutraal en circulair plaatsvinden. We zien hierin veel kansen. Zo zijn er steeds meer mogelijkheden om woningen modulair te bouwen, waardoor materialen op termijn herbruikbaar zijn en woningen eventueel verplaatsbaar. Dit kan belangrijk zijn bij het versnellen van de woningbouw voor specifieke doelgroepen en woningen waar mogelijk tijdelijk behoefte aan is, zoals bijvoorbeeld voor starters. Een andere kans is om woningen te isoleren met biobased materialen. Een deel van de biobased materialen kan bovendien goed tegen hoge of fluctuerende grondwaterstanden, zodat deze teelten goed gecombineerd kunnen worden met maatregelen om water langer vast te houden in het gebied. Waar mogelijk willen we lokaal de productie en het gebruik van biobased bouwmaterialen koppelen. We volgen de ontwikkelingen om gebouwen natuurinclusief en/of met biobased materialen te bouwen en als er meer beeld is van de haalbaarheid zullen we daar beleid voor opstellen. We vinden het passen in onze ambitie als groene duurzame gemeente om de verduurzaming van woningbouw te versnellen waar dat mogelijk is. Hiervoor onderzoeken we ook mogelijkheden voor groene leges, waarmee we duurzaam en circulair bouwen kunnen stimuleren. 

4.6 Thema 4: Multifunctionele voorzieningen en levendige dorpscentra

4.6.1 Inleiding

In 2040 hebben we ruimte voor alle activiteiten in de dorpen, waarbij iedereen kan meedoen. Dit houdt in dat onze voorzieningen en openbare ruimte toegankelijk zijn voor alle doelgroepen. We willen de zelfredzaamheid van onze inwoners en de sociale cohesie blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. We zullen daarbij voortdurend zoeken naar de balans tussen kwaliteit en laagdrempeligheid bij maatschappelijke en culturele voorzieningen. Ons uitgangspunt is om voorzieningen zo dicht mogelijk bij de inwoners te houden. Tegelijk kan het bundelen van voorzieningen nodig zijn om doelgroepen te mixen en om op lange termijn de betaalbaarheid en kwaliteit van voorzieningen te borgen. Daarom kiezen we enerzijds voor laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijken, zoals in de vorm van beweegplekken in de openbare ruimte of in de vorm van buurthuiskamers. Anderzijds streven we naar een binnenshuis ontmoetingsplek op dorps- of buurtschapsniveau voor verenigingen.

Zoals beschreven in de centrumvisies nemen de dorpscentra een bijzondere plek in. Oorspronkelijk was een winkelgebied natuurlijk een centrale ontmoetingsplek. Met de afname van het aantal winkels zijn andere functies of het mengen van functies nodig om de centra voor de lange termijn sterk te houden. Daarom streven we naar levendige en gemengde centra in Wierden en Enter met nieuwe functies, evenementen en geen verdere afname van winkels. Hiermee versterken we de band tussen onze inwoners en zorgen we voor sterker noaberschap. Onze centra nodigen in 2040 nog meer uit om te verblijven. We maken in deze visie de volgende keuzes:

  • Levendige en veilige dorpscentra.

  • Divers aanbod aan sport en cultuur.

  • Een binnenshuis ontmoetingsplek in ieder dorp en buurtschap voor verenigingen en activiteiten.

  • Combineren van sport- en ontmoetingslocaties.



Global Goals

Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:

  • 3. Goede gezondheid en welzijn.

  • 4. Kwaliteitsonderwijs.

  • 7. Eerlijk werk en economische groei.

  • 10. Ongelijkheid verminderen.

  • 11. Duurzame steden en gemeenschappen.

 

4.6.2 Levendige en veilige dorpscentra

In de toekomst blijven de centra van Wierden en Enter levendige dorpskernen waar winkelen, ontmoeting en vermaak samenkomen. De sfeer in het hele centrum is gericht op verblijven en de inrichting is klimaatbestendig. Functieverbreding kan ervoor zorgen dat gasten verschillende bezoekmotieven kunnen combineren. Dat moet bijdragen aan het aantrekkelijk houden van ‘het winkelen’. Daarnaast zijn er kansen om de centra van Wierden en Enter steviger op te nemen in het recreatieve netwerk. Dit gaan we doen door de centra goed te verknopen met het recreatieve netwerk, de wijken beter met de centra te verbinden en door meer ruimte te maken voor toeristische functies, zoals cultuur, horeca en evenementen.

Om onze centra levendig te houden, is het belangrijk dat we investeren in de verblijfskwaliteit. Hiervoor streven we naar een vermindering van de hoeveelheid autobewegingen en willen we in de centra zorgen voor minder autoverkeer. We kiezen niet voor het volledig afsluiten van de centra voor de auto, maar alleen voor het remmen en ontmoedigen van doorgaand verkeer waardoor het veiliger wordt. Ook creëren we heldere oversteekplekken. Verder verbeteren we de kwaliteit door te blijven inzetten op compacte winkelgebieden, zodat alle voorzieningen en winkels op een korte loopafstand van elkaar liggen.

4.6.2.1 Centrum Enter

In Enter streven we naar een aantrekkelijk, toekomstbestendig centrum dat aansluit bij de verzorgingsfunctie van Enter. Het richt zich op versterking van het winkelaanbod, horeca en recreatie om zowel lokale bewoners als toeristen aan te trekken.

Mengfuncties en activiteiten zoals workshops, proeverijen en reparatie/ambacht verbreden de centrumfunctie, terwijl transformatie van lang leegstaande panden naar wonen de levendigheid behoudt. De aantrekkingskracht van Enter als modecentrum kan beter benut worden. Er zijn kansen om meer toeristen naar Enter te trekken. Gezamenlijke promotie, unieke activiteiten en aanbod van verblijfsaccommodaties in het dorp kunnen daaraan bijdragen. Groei van de supermarkten versterkt de boodschappenfunctie, pleinen kunnen beter worden geprofileerd en wonen op de begane grond stimuleert leefbaarheid. Verbetering van gevels en terrassen verhoogt de aantrekkelijkheid. Verder zetten we in op online zichtbaarheid, brede trottoirs, voldoende fiets- en autoparkeerplaatsen en het zoeken naar alternatieve routes voor doorgaand (vracht)verkeer om de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het centrum te verbeteren.

Kernambities centrumvisie

 

  • a.

    Herkenbare kernwaarden en identiteit,

  • b.

    Sterke boodschappenfunctie.

  • c.

    Bijzonder modisch aanbod.

  • d.

    Sterke, gastvrije horeca.

  • e.

    Samenwerking ondernemers.

  • f.

    Brede promotie en meer activiteiten.

  • g.

    Versterking woonfunctie.

afbeelding binnen de regeling
Centrumvisie kaart EnterCentrumvisie Enter

4.6.2.2 Centrum Wierden

In Wierden richten we ons op een aantrekkelijk, veelzijdig en compact centrum met een verblijfsduur van 1 tot 2 uur. Het doel is om zowel lokale als regionale bezoekers en toeristen te trekken en hen vaker terug te laten komen. Dit vraagt om een divers aanbod, sterke samenwerking en effectieve marketing. Het centrum moet de vanzelfsprekende winkel- en horecabestemming blijven en inspelen op nieuwe ontwikkelingen en kansen.

We gaan beter profiteren van de toeristische groei in Twente, het Reggedal en Nationaal Park Sallandse Heuvelrug. Attractieve terrassen en unieke evenementen trekken bezoekers, maar gerichte promotie en kwaliteitsverbetering is nodig. Door samenwerking met hotels en vakantieparken en uitbreiding van verblijfsaccommodaties in en rond het centrum versterken we de positie in de gemeente en in de regio.

Het kernwinkelgebied moet een compacte, levendige plek zijn met een gevarieerd aanbod, goede routing en aantrekkelijke verblijfsruimtes. Straten met structurele leegstand transformeren we naar wonen of dienstverlening.

Toegankelijkheid blijft belangrijk: brede trottoirs, duidelijke routing en voldoende fietsparkeerplekken verbeteren de ervaring. Online zichtbaarheid en heldere communicatie versterken de binding met bezoekers. Parkeren is essentieel, maar autoverkeer moet de winkelbeleving niet verstoren.

Historische aanloopstraten kunnen dienen als broedplaats voor nieuwe winkels. Waar detailhandel niet levensvatbaar is, kan transformatie naar wonen, volgens nader uit te werken beeldkwaliteitsregels, een uitkomst bieden.

Kernambities centrumvisie

 

  • a.

    Gevarieerd en veelzijdig aanbod in alle sectoren.

  • b.

    Sterke herkenbare identiteit.

  • c.

    Verhoogde sfeer, beleving en ontmoeting.

  • d.

    Aantrekkelijke routing en aansluiting van deelgebieden.

  • e.

    Sterke samenwerking tussen partijen.

  • f.

    Bredere promotie en meer activiteiten.

  • g.

    Stimuleren van wonen in en rond het centrum.

afbeelding binnen de regeling
Centrumvisie kaart WierdenCentrumvisie Wierden
4.6.3 Een binnenshuis ontmoetingsplek in ieder dorp en buurtschap

We willen een prettig leefklimaat en de zelfredzaamheid van onze inwoners en de sociale cohesie blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. Om onze doelen te halen willen we in de toekomst laagdrempelige maatschappelijke accommodaties hebben, die zorgen voor ontmoeting, verbinding en zelfontplooiing. Veel inwoners zijn het erover eens dat dit doel op dit moment maar deels wordt gehaald. Met name het verbinden van (verschillende) groepen inwoners is een opgave. Het is daarom belangrijk om accommodaties geschikt te maken voor dubbel gebruik. Aanvullend is er behoefte om voor specifieke doelgroepen laagdrempelige inloopplekken in de wijken te behouden of te maken.

4.6.3.1 Gebouwen voor ontmoeten en activiteiten

De bestaande maatschappelijke en sportvoorzieningen bieden onderdak aan het rijke verenigingsleven van de gemeente. Tegelijk zien we dat bij sommige verenigingen het ledenbestand verandert of dat bestuursleden lastig te vinden zijn. Dit kan de voorzieningen op termijn onder druk zetten. We willen dat onze accommodaties intensief benut worden, toegankelijk en inclusief zijn. Op het moment liggen veel maatschappelijke functies verspreid, waardoor verschillende doelgroepen niet met elkaar in aanraking komen. Een oplossing kan zijn als verenigingen en andere accommodaties hun functie verbreden. Een vorm hiervan is een locatie voor activiteiten en verenigingen. Hiermee bevorderen we de interactie tussen doelgroepen en maken we het makkelijker om deel te nemen aan maatschappelijke organisaties. 

We willen graag dat accommodaties nadenken over hun aanbod om telkens nieuwe groepen aan te spreken en voor meerdere doelgroepen interessant te zijn. We zetten meerdere strategieën in om gebouwen dubbel in te zetten:

  • We sturen met ons beleid en financiële bijdrage op de multifunctionaliteit en maatschappelijk rendement van de voorzieningen in het geval dat het beheer van gebouwen (deels) bij organisaties ligt.

  • We zoeken naar een plek waar activiteiten voor het dorp georganiseerd kunnen worden.

  • We betrekken de openbare ruimte rond de voorzieningen bij de accommodaties, om het bezoek en gebruik laagdrempeliger te maken.

  • De Kulturhusen gaan we ondersteunen en willen we ook ruimte geven om de toeristische kant te vergroten, zodat de Kulturhusen in de buurtschappen een extra functie krijgen en kunnen blijven bestaan.

 

4.6.3.2 Laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijken voor kwetsbare en minder mobiele doelgroepen

Om deel te kunnen nemen aan sociale activiteiten is het voor sommige doelgroepen belangrijk om een laagdrempelige ontmoetingsplek vlak bij huis te hebben. Omdat deze doelgroep, onder andere door de toenemende vergrijzing, zal toenemen, ligt het accent in de wijken meer op laagdrempeligheid dan op multifunctionaliteit. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van ‘wijkhuiskamers’. Ook initiatieven van inwoners die leiden tot sociale ontmoetingsplekken ondersteunen we. Naast een huiskamer zetten we in op ontmoetingsplekken in de openbare ruimte.

afbeelding binnen de regeling
Diagram laagdrempelige buurthuizen

 

4.6.4 Divers aanbod aan sport en cultuur

Voor de saamhorigheid en gezondheid van onze inwoners vinden we het belangrijk dat we een divers aanbod aan sport- en cultuurlocaties hebben. Als gemeente blijven we de verschillende sport- en cultuuraanbieders ondersteunen. Dit doen we door nieuwe locaties mogelijk te maken en te helpen bij het organiseren van evenementen en activiteiten. 

Naast het combineren van sport en ontmoeting, willen we ook zoveel mogelijk sport- en bewegingsfuncties bundelen en waar voorzieningen complementair zijn, is het combineren ook een optie. Zo kunnen ze gebruik maken van elkaars faciliteiten en maken we ze flexibeler voor toekomstige behoeftes. Ook kijken we naar mogelijkheden om bestaande locaties verder uit te breiden, bijvoorbeeld voor andere functies zoals beachvolleybal. Verder maken we het makkelijker voor inwoners om gebruik te maken van een sportvereniging. Een voorbeeld hiervan is Sportpark Het Lageveld ten noorden van Wierden, waar 2 voetbalclubs, een tennisclub, korfbalclub en een ijs- en skeelerbaan zijn gecombineerd. 

Het behouden van de cultuurhistorisch erfgoed is ook van belang voor het cultureel aanbod, omdat het onderdeel van onze identiteit is. We gaan hiervoor onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het behouden en ontwikkelen.

4.7 Thema 5: Dynamische bedrijventerreinen

4.7.1 Inleiding

We zijn in 2040 een groene woongemeente met veel lokale ondernemers, die samenwerken aan circulaire, groene en duurzame bedrijventerreinen. Op onze bedrijventerreinen kennen we een gezonde doorstroming, zodat er altijd ruimte is voor startende en groeiende bedrijven. Onze ondernemers zijn in staat om binnen de gemeente door te groeien en een belangrijke speler te blijven of te worden op regionaal, landelijk en internationaal niveau. We richten ons in deze paragraaf voornamelijk op het ondernemersklimaat. 

Onze doelen zijn:

  • Toekomstbestendige bedrijventerreinen.

  • Relatie met de regio verder versterken.

  • Ruimte voor lokale ondernemers.

  • Klimaatbestendige en waterrobuuste bedrijventerreinen.

  • Circulariteit stimuleren.



Global Goals

Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:

  • Eerlijk werk en economische groei.

  • Industrie, innovatie en infrastructuur.

4.7.2 Toekomstbestendige bedrijventerreinen

We stimuleren op onze bedrijventerreinen kleinere en middelgrote (lokale) bedrijven in het MKB en ‘groene’ bedrijven, die bijdragen aan een circulaire samenleving. Zoals gezegd zit het ondernemen ons in de genen. De lokale ondernemers zijn belangrijk voor de identiteit van de gemeente en dragen veel bij aan de maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld als sponsors van de sportclubs. We willen dat onze bedrijventerreinen op lange termijn geschikt blijven voor een mix van startende en groeiende ondernemers. Dat vraagt op de langere termijn om een flexibele invulling van de bedrijventerreinen, waar ook kleine kavels onderdeel van zijn. We doen dat door in eerste instantie bedrijventerreinen uit te breiden en voor de lange termijn te kiezen voor blijvende herstructureringen en doorstroming op de bestaande bedrijventerreinen. Omdat we op lange termijn, na de huidige uitbreidingen, geen ruimte hebben voor de verdere uitbreiding van bedrijventerreinen, kiezen we heel bewust voor afstemming met het regionale aanbod aan bedrijventerreinen. Binnen de gemeente richten we ons vooral op doorgroei van lokale bedrijvigheid voor het bestendigen van de werkgelegenheid.

4.7.2.1 Uitbreidingen op korte termijn

Om op lange termijn voldoende ruimte voor ondernemers te hebben zetten we voor de komende jaren in op een uitbreiding van onze bedrijventerreinen. Zo breiden we het bedrijventerrein Weuste-Noord bij Wierden uit en versterken we het bedrijventerrein De Elsmoat bij Enter door het gebied rond de Rondweg erbij te betrekken. Daarbij zetten we in op schaalverkleining, om meerdere ondernemers de kans te geven zich te vestigen. 

4.7.2.2 Ruimte voor bedrijven op lange(re) termijn door blijvende aandacht voor herstructurering

We willen op lange termijn ruimte voor lokale bedrijven behouden door een mix aan kavelgroottes aan te houden en doorstroming van (groeiende) bedrijven te faciliteren. Afhankelijk van de vraag, bieden we andere locaties aan voor de ondernemer of kijken we naar mogelijkheden om kavels samen te voegen. Verder zetten we in op actieve schaalverkleining, om meer aanbod te bieden aan onze ondernemers. Door van een groot (vertrekkend) bedrijf de kavel weer op te splitsen, kun je voor de lange termijn een mix aan kavelgroottes blijven bieden. Voor grote bedrijven blijven we samenwerken met de regio om de juiste bedrijfslocaties aan te kunnen bieden.

Aandachtspunt bij bedrijfsverzamelgebouwen is om aan te sluiten bij de daadwerkelijke lokale behoefte en inzicht te houden in welke bedrijven er zijn gevestigd. Mogelijke oplossingsrichting is om te kiezen voor kooplocaties in plaats van huur.

4.7.2.3 Aanvullend aanbod in vrijkomende (agrarische) gebouwen

Naast flexibele ruimte op bedrijventerreinen liggen er kansen voor kleine bedrijven op vrijkomende agrarische bedrijfslocaties. In de kernrandzones liggen mogelijkheden voor kleinschalige lichte bedrijven, maximaal bedrijfscategorie 2. In het overige buitengebied zijn er mogelijkheden voor agrarisch verwante bedrijven of vormen van opslag en ambachtelijke bedrijvigheid, zolang het past binnen de kwaliteiten van het gebied.

afbeelding binnen de regeling
Diagram doorstroomschema bedrijventerreinen
4.7.3 Relatie met de regio verder versterken

Als gemeente willen we ons ondernemersklimaat niet alleen binnen onze eigen grenzen bekijken, maar ook in de omliggende gemeenten. We zetten in op verdere samenwerking binnen de regio om te zorgen voor voldoende werkgelegenheid in het algemeen en groene technologische bedrijven in het bijzonder. We willen zorgen voor een goede doorstroming van bedrijven op regionaal niveau. Daarnaast vinden we regionale samenwerking belangrijk voor de circulariteit van onze bedrijventerreinen. Samen met andere gemeenten willen we bedrijven in de regio met elkaar verbinden om zo een efficiënter gebruik van energie, grond(stoffen) en materialen te bevorderen.

4.7.4 Klimaatbestendige en waterrobuuste bedrijventerreinen

Onze bedrijventerreinen zijn in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Op dit moment wordt al gewerkt aan het vergroenen van (verouderde) bedrijventerreinen. We vangen regenwater op en gebruiken dit in de bedrijven of voeren het af via het oppervlaktewater. We streven ernaar om dit door te zetten aan de hand van de trits waterbeheer: vasthouden, bergen en afvoeren. Dit doen we samen met de ondernemers die al actief investeren hierin. In de toekomst stellen we als doel dat de meeste daken bedekt zullen zijn met zonnepanelen of groendaken. De openbare ruimte zal minder vol zijn met stenen. We willen ook dat ons bedrijfsklimaat past bij dit groene imago door bedrijven te zoeken die hierbij aansluiten. Als groene gemeente willen we dat onze bedrijventerreinen dit ook laten zien.

4.7.5 Naar circulaire bedrijventerreinen

In de gemeente willen we vanaf 2050 geen restafval meer produceren dat onnodig verbrand moet worden. Om dit te bereiken willen we in stapjes het aandeel restafval per persoon afbouwen. Op de bedrijventerreinen onderzoeken we of we een vestigingscriterium kunnen opnemen dat aangeeft hoe een bedrijf bijdraagt aan een circulaire samenleving en het voorkomen van reststromen. Bedrijven die samen met andere bedrijven bijdragen aan het sluiten van kringlopen, willen we we dan voorrang geven. Als een bedrijf iets lokaal kan bijdragen aan het sluiten van reststromen, willen we ons inzetten om een locatie voor het bedrijf te vinden. We begrijpen dat niet alle restromen lokaal gesloten kunnen worden en kijken dus ook naar de regio. Niet alleen de productie van materialen willen we in onze visie circulair, ook de gebouwen zelf zien we op termijn circulair. We volgen de ontwikkelingen om gebouwen natuurinclusief of met biobased materialen te bouwen, en als er meer beeld is van de haalbaarheid, zullen we daar beleid voor opstellen.

4.8 Thema 6: Agrarisch cultuurlandschap voor iedereen

4.8.1 Inleiding

In 2040 hebben we een sterk en aantrekkelijk agrarisch platteland met bijzondere landschappen en een hoge biodiversiteit. De landbouw staat in dit landschap centraal. De boeren beheren en benutten het landschap en zorgen met hun bedrijf voor economisch draagvlak om het landschap sterk en natuurlijk te houden. Tegelijk vervult het landschap een essentiële rol in de woonkwaliteit en de gezondheid van alle inwoners. De aantrekkelijkheid van het landelijk gebied is vergroot door landschapsversterking passend bij historische patronen. Verder hebben we grote stappen gemaakt om het watersysteem veerkrachtiger te maken en in te richten voor vasthouden, bergen en besparen. Zo zorgen we dat we in 2050 weerbaar zijn voor zoetwatertekorten. We hebben in 2040 ook aantrekkelijke en veilige recreatieve voorzieningen, met betere routes en nieuwe mogelijke functies in dorpsranden en buurtschappen. Stad en land zijn in de toekomst meer verweven. We creëren dus een toekomstbestendig agrarisch cultuurlandschap voor iedereen, waar de boer zich kan blijven inzetten voor onze voedselvoorziening.

Om concurrentie om de ruimte te voorkomen zetten we in de toekomst in op het verweven van functies en dubbel ruimtegebruik. We combineren waterberging het liefst met agrarische productie. En nieuwe functies zijn welkom, maar we letten daarbij op de ontwikkelmogelijkheden van de aanwezige agrariërs. Een platteland dus dat minder uitgaat van scheiding, maar van het samengaan en bij elkaar passen van functies. De scheiding tussen landbouw en natuur is minder groot en beide functies versterken elkaar. We gaan voor een duidelijk langetermijnperspectief voor de boer, zodat zij hun bedrijfsmodel hier goed op kunnen baseren. We maken in de visie de volgende keuzes:

  • Een sterke agrarische sector met ruimte voor verbreding.

  • Nieuwe functies in het landelijk gebied.

  • De kwaliteit versterken tot een waterrobuust, ecologisch en vitaal landelijk gebied.

  • Duurzame recreatie in het landelijk gebied.



Global Goals

Voor deze ambitie sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:

  • 6. Schoon en sanitair water.

  • Eerlijk werk en economische groei.

  • 12. Verantwoorde consumptie en productie.

  • 13. Klimaatactie.

  • 14. Leven in het water.

  • 15. Leven op het land.

4.8.2 Ruimte voor een sterke agrarische sector

Onze identiteit wordt mede bepaald door ons landelijk gebied en onze boeren. We kiezen ervoor om de boer voorop te zetten bij transformaties in het landelijk gebied. De agrarische sector is belangrijk voor de leefbaarheid en (economische) vitaliteit van het landelijk gebied en het beheer van het aantrekkelijke landschap in onze gemeente. In 2040 streven we naar een vitale landbouwsector met gesloten kringlopen, die duurzamer is geworden, meer maatschappelijke diensten verricht en een deel van de inkomsten daaruit weet te halen. Verder zijn ze belangrijk voor onze voedselvoorziening.

4.8.2.1 Ontwikkelruimte voor de boer behouden

We willen voor de lange termijn dat agrariërs ruimte hebben om zich te ontwikkelen en voedsel voor ons kunnen blijven produceren. Omdat we veel functies in het buitengebied hebben, kunnen regels (ter bescherming van de natuur en van kwetsbare functies) echter beperkend zijn voor agrarische bedrijven. Hierdoor wordt het voor boeren moeilijker om hun bedrijf door te ontwikkelen. Ook voor de verduurzaming van de landbouw kan groei een strategie zijn. Daarom willen we in een deel van het buitengebied terughoudend zijn in het toelaten van functies die een belemmering kunnen vormen voor de landbouw. Als gevolg van het verduurzamen van de landbouw verwachten we wel dat deze belemmeringen kleiner zullen worden.

Als gemeente hebben we te maken met de landelijke regels voor de landbouw, maar we willen de boeren extra steun geven binnen deze regels. Dit doen met een Wierdens Plan voor het landelijk gebied. We willen boeren helpen die nieuwe manieren van landbouw willen proberen, zoals kringlooplandbouw en andere vormen van duurzame landbouw. Ook andere soorten landbouw blijven we ondersteunen, zolang dit volgens de landelijke regels kan. We beschermen de ruimte die boeren nodig hebben om hun bedrijf te laten groeien, mits dit leidt tot een duurzame toekomstbestendige bedrijfsvoering. Hierbij kijken we met de agrariër vooruit. Bij het toelaten van nieuwe functies op vrijkomende erven kijken we niet alleen of agrarische bedrijven in de omgeving belemmerd worden. Ook zorgen we dat een eventuele ontwikkelingen van deze bedrijven voor komende jaren mogelijk blijft.

Ontwikkelingen die leiden tot een extensivering van landgebruik of het sluiten van kringlopen kosten soms extra ruimte op het bouwblok. In onze visie zijn er in de toekomst verbrede landbouwbedrijven mogelijk, waarin landbouwproductie en maatschappelijke diensten (verkoop van lokaal geproduceerd voedsel, zorg, recreatie, sport, innovatie) samenkomen. Daarmee wordt het eenvoudig om functies te combineren.

4.8.2.2 Sluiten van kringlopen door kringlooplandbouw

Zoals gezegd streven we naar het sluiten van kringlopen in de agrarische sector, waarbij reststromen worden herbruikt of anders worden verwerkt. Mogelijkheden hiervoor liggen zowel in meer natuurinclusieve vormen van landbouw, waarbij agrarische bedrijven hun bedrijfsvoering afstemmen op de ‘natuurlijk’ draagkracht van de bodem, maar ook in meer technologische oplossingen om reststromen en verliezen te voorkomen. Als er sprake is van een onbalans tussen mestproductie en mestplaatsingsruimte, werken we mee aan mogelijkheden voor buurtmestvergisters.

4.8.2.3 Meer landschapsbeheer bij agrariërs

We zien de boeren ook als de beheerders van het Wierdense landschap, en als gemeente willen we dit actief ondersteunen. We zetten ons in voor regelingen waarbij agrariërs inkomsten kunnen genereren uit het beheer van het landschap of andere maatschappelijke diensten (zoals opslag CO2, vasthouden water etc.). Dit kan bijvoorbeeld via de Coöperatie Agrarisch Terreinbeheer Wierden (CATB). We streven ernaar om meer gronden onder beheer van agrariërs te brengen. Dit gaat bijvoorbeeld om wegbermen, sloten en natuurgronden die eigendom zijn van de overheden en terreinbeherende organisaties. We onderzoeken de mogelijkheden van een grondbank of grondbureau. Daarnaast zijn de agrariërs in het grondwaterintrekgebied belangrijk voor de kwaliteit van ons drinkwater. Hierom moeten grondeigenaren die zorgen dat er voldoende drinkwater van hoge kwaliteit is, beloond worden voor hun inspanningen en diensten. Hiermee zorgen we ervoor dat  we voldoende drinkwater blijven winnen in de gemeente.

4.8.2.4 Duurzaam bodemgebruik

Wij stimuleren functies die bijdragen aan natuur-, bodem- en grondwaterkwaliteit en toetsen aan een gezonde woon- en leefomgeving. Grondgebruik met schadelijke gevolgen voor natuur, water en bodem en dat niet bijdraagt aan een gezonde woon- en leefomgeving gaan we zoveel mogelijk tegen. Telen van siergewassen, zoals bollen, staan wij niet toe. We richten ons op voedselvoorziening.

4.8.2.5 Verminderen van emissies en uitspoeling

We willen in de toekomst gezondheidsrisico’s als gevolg van emissies en uitspoeling voorkomen. Daarom zetten we met de sector in op het vinden van productiemethodieken, die helpen de kringlopen te sluiten en die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verkleinen. 

In de kernrandzones en drinkwaterbeschermingsgebieden, waar de meeste kwetsbare functies voorkomen, willen we de gezondheidsrisico’s versneld verkleinen. Dat doen we door met agrariërs te zoeken naar alternatieve productiemethoden, maar ook door extra mogelijkheden voor andere functies te bieden, die het financieel mogelijk kunnen maken om te extensiveren of te verplaatsen. Tenslotte willen we op termijn kwetsbare functies, zoals zorg of wonen extra beschermen.

Er is in Nederland een autoriteit die bepaalt welke gewasbeschermingsmiddelen zijn toegestaan. Via het college voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTGB) is goed vastgelegd hoe je gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken. De tuinders en telers met open teelten voldoen daaraan en daarmee ook aan de wet- en regelgeving, wat valt onder aanvaardbaar risico. De criteria worden voortdurend bijgesteld op basis van nieuw onderzoek en inzichten. Voor het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen houden wij ons aan de wet en volgen de werkwijze van het CTGB, die het  cumulatieve effect niet meeneemt. Er moet een minimale afstand van 50 meter tussen de bebouwde kom en de locatie van spuiten worden toegepast. Dit gebied moet vrij blijven van spuitnevel of drift van de gewasbescherming.

4.8.2.6 Ruimte voor verbreding van landbouwbedrijven

Onze agrarische sector speelt een grote rol in het beheer van ons landschap en is de drager van onze plattelandseconomie. Maar we zien dat vanwege intensivering en schaalvergroting dit voor steeds minder bedrijven het geval kan zijn. Hierom willen we het voor landbouwbedrijven makkelijker maken om te verbreden.

We stimuleren meer diversiteit in landbouwbedrijven met andere en nieuwe verdienmodellen. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het verwerken en verkopen van eigen producten, kleinschalige dag- of verblijfsrecreatie, zorgfuncties. Deze zijn gekoppeld aan de gebiedsgebonden indeling van ons landelijk gebied, met mogelijkheden rond de buurtschappen en dorpsranden en waar het de agrarische ontwikkelingen niet in de weg staat. Verder ondersteunen we ook kansen voor nieuwe vormen landbouw waar dit past in het landschap, zoals regeneratieve landbouw, kringlooplandbouw en agrobosbouw. We willen als gemeente de landbouw als economische factor en als onderdeel van onze identiteit behouden. Een verbreding van de sector is een belangrijke strategie.

Het bouwvlak is cruciaal voor de agrarische bedrijfsvoering. Om de verbreding van de landbouw te faciliteren streven we op termijn naar de mogelijkheid voor dubbele functies in onze omgevingsplannen. Zo zorgen we voor meer flexibiliteit in de combinatie en omvang van verschillende onderdelen van de agrarische of verbrede bedrijfsvoering. De focus van de verbreding moet wel in het verlengde liggen van de huidige bedrijfsvoering, recreatie of zorg. Om verbreding of verduurzaming van een agrarisch bedrijf mogelijk te maken willen we ook flexibeler om met de omvang van het bouwvlak omgaan.

4.8.3 Nieuwe functies in het landelijk gebied

Onze samenleving wordt mobieler en divers. De dynamiek in onze samenleving komt tot uiting in onze manier van leven, recreëren, wonen en werken. Het landelijk gebied biedt veel mogelijkheden om de wensen voor recreatie, sport, wonen en zorg in de samenleving in te vullen. Omdat wij de agrarische sector vooropzetten en daarmee ook grond willen behouden voor de agrarische ontwikkeling, kiezen we ervoor om nieuwe functies zoveel mogelijk te verweven met de landbouw en om een onderscheid te maken in deelgebieden. Hierbij zien we de kernrandzones en buurtschappen als plekken waar meer functies mogelijk zijn en willen we de rest van het landschap zoveel mogelijk inzetten voor de landbouw. Het verweven houdt in dubbel gebruik maken van dezelfde grond of door verschillende vormen van landgebruik op korte afstand van elkaar te ondersteunen.

Wanneer het verweven van functies niet mogelijk is in ons landelijk gebied en nieuwe functies wel een plek moeten krijgen, maken we gebruik van onze prioriteitenladder die is opgesteld voor de Toekomstvisie.

Prioriteitenladder

De gronden in het landelijk gebied zijn in eerste plaats bestemd voor de landbouw. We maken keuzes in de verdeling van schaarse ruimte in het landelijk gebied met behulp van een prioriteitenladder. Vrijkomende landbouwgrond wegen we af op basis van maatschappelijk belang en urgentie, in de volgende volgorde:

 

  • a.

    Uitbreiding met woningbouw

  • b.

    Natuurontwikkeling

  • c.

    Energietransitie, zoals met zonnevelden

  • d.

    Maatschappelijke voorzieningen, mobiliteit en infrastructuur en de vrijetijdseconomie

4.8.4 Nieuwe functies op vrijkomende erven

We kiezen ervoor dat elk vrijgekomen erf in het landelijk gebied kan worden ingezet voor een bedrijfsmatige of recreatieve functie, naast de mogelijkheid voor wonen. Onder vrijgekomen erven verstaan we erven waarvan de agrarische functie wordt beëindigd en erven waarvan de agrarische functie in het verleden is beëindigd of waar een andere bedrijfsmatige functie gevestigd is geweest. Dit moet wel passen binnen de milieucirkels en ontwikkelruimte van de boer.

Relevant hierbij is dat de hoeveelheid bebouwing in de toekomst niet verder toeneemt. Alleen in de kernrandzones en rond de buurtschappen is een enkel nieuw woonerf denkbaar als dit bijdraagt aan de leefbaarheid. We kiezen duidelijk voor geen extra verstening van het landelijk gebied, met uitzondering van wanneer een bijdrage wordt geleverd voor specifieke doelgroepen, die anders geen kans zouden hebben, zoals ouderen, starters of groepen met een specifieke gezamenlijke doelstelling (bijv. duurzame woonvormen of groepswonen). We willen wel een vitaal platteland met gemengde functies, maar in grote delen van ons buitengebied is verdergaande verstedelijking geen wens. Met het hergebruik van agrarische erven voorkomen we een achteruitgang van de leefbaarheid en leegstand. Bovendien kunnen vrijkomende erven een rol vervullen bij de behoefte aan nieuwe woonvormen en kan de recreatieve kracht van het landelijk gebied worden versterkt. Om de ontwikkeling van de agrarische sector op lange termijn niet te beperken kiezen we voor de volgende gebiedsgebonden mogelijkheden:

 

  • Voor vrijkomende bebouwing in de kernrandzone en de buurtschappen geven we ruimte voor kleinschalige recreatie of bedrijvigheid, zoals bed & breakfasts, theetuinen, zorgboerderijen, horeca, landwinkels, campings en ateliers en kleinschalige lichte bedrijven (max. categorie 2). Daarnaast is er ook ruimte voor nieuwe woonvormen en kan gesloopte bebouwing uit andere gebieden hier worden toegevoegd in de vorm van nieuwe woningen. Nieuwe functies moeten wel een toegevoegde waarde hebben en niet meer van hetzelfde moeten zijn.

  • In gebieden waar de agrarische sector de boventoon voert, borgen we de ontwikkelingsmogelijkheden voor de lange termijn door beperkt nieuwe functies toe te laten. Hier behouden we de bestaande regels voor vrijkomende bebouwing en nevenfuncties.

  • Buiten de kernranden en buurtschappen waar agrarische ontwikkelingsmogelijkheden niet beperkt worden en waar de bereikbaarheid toereikend is, zijn kleinschalige functies en een enkele nieuwe woning bij sloop van stallen mogelijk op vrijkomende erven.

afbeelding binnen de regeling
Schema's kampenlandschap
4.8.5 Gemixte woon- en werk erven in buurtschappen en kernranden

We kiezen voor multifunctionele kernranden en buurtschappen om een mix aan functies mogelijk te maken. De dorpsranden en buurtschappen zijn gebieden waar al een grotere dichtheid aan bebouwing en een mix aan functies voorkomt. Deze functiemenging die vaak al sluipenderwijs heeft plaatsgevonden, willen we nu centraal zetten en door ontwikkelen. In die zones rond de kernen willen we het hergebruik van (voormalige) agrarische bouwblokken voor andere functies mogelijk maken en daarbij ook ruimte geven aan extra woningen, bepaalde soorten van bedrijvigheid en recreatie. Op de erven mag alleen al bestaande bebouwing en verharding vervangen worden door functies die passen in een multifunctionele kernrandzone. Bijzondere woonvormen met een oppervlakte vergelijkbaar met een erf kunnen in een enkel geval ook in een dorpsrand worden gerealiseerd. Als er nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden zal er wel een landschappelijke kwaliteitsimpuls geleverd moeten worden. In de rest van het landelijk gebied kan de sloop van vrijkomende agrarische bebouwing worden ingezet om in de kernranden en buurtschappen nieuwe woningen te bouwen, mits deze ingepast kunnen worden in de omgeving.

Kernrandzones vormen de overgang tussen onze dorpen en het landschap. Het zijn de uitloopgebieden van Enter en Wierden, met ruimte voor recreatie, natuur en kleinschalige voorzieningen. Ook zien we transformatiekansen in de kernranden, waarbij we functies zoals wonen kunnen combineren met natuurontwikkeling of recreatie. Door landschappelijke inpassing van deze transformatie en het versterken van het landschap in de kernrandzones verbeteren we de dorpsentrees. De uitwerking van de kernrandzones van Wierden en Enter wordt besproken in hoofdstuk 5.

4.8.6 De kwaliteit versterken tot een waterrobuust, ecologisch en vitaal landelijk gebied

De kwaliteit van ons landelijk gebied ligt niet alleen op de herkenbaarheid en economische kwaliteit van de landbouw, maar ook op onze natuur en landschappelijke kenmerken. We kiezen ervoor om deze verder te versterken, zodat we een toekomstbestendig landschap krijgen.

4.8.6.1 Een waterrobuust landelijk gebied

We gaan ons voor 2050 weerbaar maken voor watertekorten, zowel oppervlaktewater als drinkwater. Centraal daarbij staat dat we het landelijk gebied beter afstemmen op de beschikbaarheid van zoetwater. Hiervoor treffen we in het buitengebied maatregelen met als doel om water beter vast te houden, slimmer te verdelen en zuiniger te zijn met water. Tegelijk willen we overlast door overtollig water en langere periodes van droogte door het veranderende klimaat voorkomen. Daarom willen we gebieden in het buitengebied gebruiken om water te bergen en hier langer vast te houden. Water dat in het buitengebied valt tijdens nattere periodes willen we bergen op centrale punten, zodat het niet direct via het watersysteem afgevoerd wordt en uit onze gemeente verdwijnt. Hierdoor kunnen we water uit ons eigen watersysteem (her)gebruiken. Door voldoende water beschikbaar te houden willen we ook tijdens droge periodes het waterpeil op orde houden. 

Onze gemeente speelt een belangrijke rol in de drinkwaterwinning. Daarom, en om het landschap beter te maken voor boeren en de natuur, moeten we water langer vasthouden en ervoor zorgen dat water kan infiltreren in de bodem om het grondwaterpeil aan te vullen. Samen met o.a. het Waterschap, Vitens en grondeigenaren gaan we zoeken naar plekken waar we dit kunnen doen, zodat het water niet meteen wordt afgevoerd naar de Regge en andere beken. Vooral op de stuwwal bij Wierden en Hoge Hexel is het belangrijk om het water hoger vast te houden. We zullen ook nieuwe oplossingen bedenken voor het afvoeren van regenwater vanuit de kernen. Een deel van de woonkernen ligt in het lagergelegen gebied, waar regenwater moet worden afgevoerd. We streven naar hergebruik van stedelijk water, zodat dit hoger op de stuwwal kan infiltreren. Met al deze maatregelen streven we naar een duurzame drinkwaterwinning binnen de gemeente.

4.8.6.2 Landschap versterken passend bij historische patronen

Als gemeente kiezen we ervoor om het landschap te versterken door historische patronen zichtbaar te maken of te benadrukken. In oudere landschappen richten we ons op patronen van vóór de 20ste eeuw, en in nieuwere landschappen op patronen uit de periode 1900-1950. Hiervoor gebruiken we de “kwaliteitsimpuls groene omgeving” en een casco aanpak. We willen deze versterking zoveel mogelijk combineren met de ontwikkeling van erven, maar we investeren ook in de rest van het landschap om de algehele kwaliteit te verbeteren. Daarbij letten we erop dat we soorten kiezen die passen bij het landschap, passen bij de klimaatverandering en goed zijn voor de biodiversiteit. 

In algemene zin willen we de schaal van ons landschap verder verkleinen door meer opgaande beplanting aan te leggen. Hiermee dragen we bij aan de biodiversiteit en aan de opslag van CO2. We bieden ruimte voor verschillende soorten bosontwikkeling, zoals voedselbossen en landgoederen. Tegelijk gaan we onderzoeken of we via ons pachtbeleid of via strategische grondaankopen extra bos of bosstroken kunnen realiseren. Een voorbeeld is om pachtgrond voor 20% te bebossen via de aanleg van houtwallen of -singels en deze in zijn geheel, incl. landschapsbeheer, in pacht uit te geven.

4.8.6.3 Realiseren van een basiskwaliteit voor natuur door groenblauwe dooradering

We willen de kwaliteit van natuurgebieden versterken en zorgen voor voldoende uitwisseling van soorten tussen natuurgebieden. Om de kwaliteit van de natuur te verhogen kiezen we niet voor doelsoorten, maar willen we in het hele landelijke gebied de basiskwaliteit van de natuur verhogen. 

Zoals gezegd zien we de landbouw in onze gemeente van oudsher als beheerder van het landschap. De ecologische kwaliteit van het landelijk gebied wordt bepaald door de aanwezigheid van landschapselementen en bloemrijke graslanden, de kwaliteit van de bodem en de aanwezigheid van voldoende water. Daarnaast heeft de (mate van) grondbewerking en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen invloed op de biodiversiteit. We willen de agrarische sector een rol geven bij het versterken van dit landschap, het verhogen van de biodiversiteit en het vasthouden van water. Dit kan een agrariër soms geld kosten en daarom zoeken we goede verdienmodellen om de agrariërs in staat te stellen deze functies te combineren.

Tussen de natuurnetwerken streven we naar een goede groenblauwe dooradering geschikt voor algemene soorten passend bij de natuurtypen. Hiermee wordt het netwerk nog robuuster, doordat deze soorten werken als een paraplusoort. Dit houdt in dat als we voor deze soorten het landschap beter maken, veel andere soorten hier profijt van hebben.  We willen de groenblauwe dooradering realiseren met o.a. bloemrijke bermen, meer singels en houtwallen met klimaatbestendige inheemse soorten. Op het moment bevat deze dooradering 8.3% van ons landelijk gebied (cijfer van pronvinciaal onderzoek), maar we streven naar 10% groenblauwe dooradering. Hoe we dit gaan aanpakken werken we uit in het Wierdens Plan voor het landelijk gebied.

4.8.7 Duurzame recreatie in het landelijk gebied

We streven naar een landelijk gebied, waarin recreatie samen met landbouw en natuur een goede plek heeft.

4.8.7.1 Het bestaande recreatieve netwerk aantrekkelijker en veiliger

Veel van de bestaande recreatiepaden in onze gemeente zijn al aantrekkelijk en veilig. Het onderhoud van de meeste paden wordt gedaan door organisaties en vrijwilligers. Als gemeente houden we het overzicht en zorgen we ervoor dat de kwaliteit en veiligheid goed blijven. We streven ernaar om het fietsnetwerk steeds verder uit te breiden door veilige en comfortabele routes tussen de dorpen te realiseren. Naast het toevoegen van vrijliggende fietspaden is het inrichten van bestaande wegen als ‘auto-te-gast’ wegen of een inrichting waarbij de fiets een duidelijk plek inneemt, een optie. 

We zorgen ook voor goede verbindingen vanuit de dorpen om recreatief gebruik van het buitengebied te vereenvoudigen. Bij natuurgebieden kiezen we ervoor om het aantal routes te verminderen, maar we verbeteren de overgebleven routes. Dit gaan we doen in samenwerking met andere overheidsinstanties en terreinbeherende instanties. Zo geven we de natuur meer ruimte, maar behouden we ook de beleving van de natuur in onze gemeente.

4.8.7.2 Duurzaam kwaliteitstoerisme in het landelijk gebied

We zetten in op duurzaam kwaliteitstoerisme. Om de landbouw niet te beperken, kiezen we ervoor om recreatieve initiatieven vooral te koppelen aan de buurtschappen en kernranden, of in locaties waar de natuur en landbouw geen negatieve invloeden ervan ondervinden. Belangrijk is dat deze functies geïntegreerd kunnen worden in het landschap en de buurtschappen, maar ook passen bij de bijzondere elementen die lokaal voorkomen. In principe kiezen we voor functies in de maat en schaal van het ‘boerenerf’. Daarbij zijn we ervan overtuigd dat dag- en verblijfsrecreatie elkaar ook versterken. 

Nieuwe functies moeten bijdragen aan de variatie en kwaliteit van ons aanbod en gericht zijn op de beleving van het landschap en ‘buiten zijn’. De huidige mate van rust in ons buitengebied en de kwaliteit van de wegen zijn belangrijke criteria bij het toelaten van nieuwe recreatiefuncties. Zo geldt dat de multifunctionele kernrandzones door hun nabijheid bij de kernen iets meer ‘bezoekers’ aankunnen, dan locaties die verder van de kernen of ontsluitingswegen liggen. Bestaande functies willen we houden. Waar nodig helpen we recreatieondernemingen bij het moderniseren van het aanbod en het verhogen van de kwaliteit van de parken. Uitbreiding van parken is beperkt mogelijk als dit bijdraagt aan het verhogen van de kwaliteit.

5 Visie op gebieden

5.1 Inleiding

De gemeente Wierden kent een diversiteit aan landschappen, dorpen en buurtschappen, elk met unieke kwaliteiten en een eigen karakter. In deze omgevingsvisie staan we niet alleen stil bij de overkoepelende kwaliteiten en ambities van de gemeente, maar richten we ons ook op de specifieke eigenschappen en ontwikkelpotenties van 14 deelgebieden. Deze aanpak biedt ruimte om maatwerk te leveren en recht te doen aan ieder gebied.

De visie op de deelgebieden biedt richting aan de ontwikkelingen die passen bij de eigenheid van elk gebied. Of het nu gaat om het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, het behouden van de groene omgeving, het faciliteren en versterken van economische activiteiten of het ondersteunen van duurzame en sociale initiatieven, voor elk gebied is gekeken naar de kwaliteiten, ambities en doelen die van toepassing zijn.

Met deze gebiedsgerichte benadering willen we ervoor zorgen dat bewoners zich kunnen herkennen in en verbonden voelen met de ambities van de gemeente Wierden. Door de focus te leggen op de unieke eigenschappen van elk deelgebied, creëren we samen een toekomst waarin zowel het geheel als de afzonderlijke gebieden tot bloei kunnen komen. 

In dit hoofdstuk geven we een korte beschrijving van de verschillende deelgebieden en de specifieke doelen die per deelgebied gelden.

afbeelding binnen de regeling
Kaart deelgebieden van Wierden

5.2 Kernen

5.2.1 Inleiding

Binnen de gemeente onderscheiden we drie kernen: Wierden, Enter en Hoge Hexel. Elk van deze kernen vervult een centrale rol in de leefbaarheid, economie en identiteit van de gemeente. 

In de visie op thema’s zijn veel doelen en ambities van de drie kernen benoemd. Dit zijn strategische doelen die voor alle kernen gelden. In deze visie op gebieden herhalen we deze doelen niet, maar voegen er twee lagen aan toe:

  • Doelen die heel specifiek zijn voor een van de kernen,

  • Doelen die een uitwerking zijn van de thematische doelen voor de specifieke kern

5.2.2 Wierden

Om voor de toekomst een samenhangende inrichting te creëren in Wierden kiezen we voor de volgende koers. Hierbij richten we ons eerst op de uitbreidingslocaties Zenderink en Zuidbroek en herstructurering van Kluinveen/Violenhoek. Voor de toekomst onderzoeken we mogelijkheden voor een nieuwe woningbouwlocatie in Klumpershoek.

afbeelding binnen de regeling
Kaart visiekaart dorp Wierden

5.2.2.1 Een prettig verblijfsgebied in het centrum

  • We kiezen voor een samenhangende, herkenbare en aantrekkelijke inrichting in het centrumgebied, met het accent op de toegankelijkheid voor wandelaars en fietsers. In dit centrumgebied kiezen we voor de volgende uitgangspunten:

  • We kiezen voor het compact houden van het winkelgebied. Dit gebied strekt zich nu uit langs de Stationsstraat, Burgemeester J.C. van den Berglaan, de Rijssensestraat, de Binnenhof en de Nijverdalsestraat.

  • We stimuleren bestaande winkels buiten het winkelgebied om te verhuizen naar het winkelgebied in het centrum, door de bestemmingen eenvoudig over te zetten.

  • Een ruime centrumzone met functies, zoals winkels, horeca of maatschappelijke voorzieningen. Daarmee ontstaat een gemengd centrumgebied met winkels en horeca in het hart. We streven ook naar een ontmoetingsplein bij de Markstraat / Nijverdalsestraat.

  • Voor nieuwe woonbebouwing in het gebied wordt gekozen voor een mix aan woningtypes, maar is er in elk geval ruimte voor kleinere huishoudens en senioren en (andere) aandachtsgroepen op de woningmarkt. Het woningbouwprogramma geeft hier sturing aan.

  • We voegen waar mogelijk groen toe aan het centrum en richten ons onder andere op het maken van schaduwrijke routes van en naar het centrum. Hiertoe willen we het doorgaand verkeer verminderen en ruimte creëren in de weg om verharding te vervangen door groen.

  • We willen de toegankelijkheid van het centrum voor minder mobiele doelgroepen en kinderen vergroten. Zo willen we de oversteekbaarheid van wegen vergroten en minder drempels en stoepranden voor mensen in een rolstoel of met een rollator.

 

5.2.2.2 Een transformatie van Kluinveen/Violenhoek

We willen de noordzijde van het station herstructureren en transformeren. Doel van de herstructurering Kluinveen-Violenhoek is om een nieuw woon- en werkgebied aan Wierden toe te voegen. Wierden kan zo compact blijven, gewenste woningtypes toevoegen en meer eenheid creëren tussen noord en zuid. Wierden kan met deze herstructurering meer een geheel worden. Bovendien kunnen we met deze herstructurering een betere relatie leggen tussen een groot deel van het dorp en de sportvelden en uitloopgebieden aan de noordzijde.

Het spoor wordt in toenemende mate gebruikt voor goederenvervoer, hetgeen geluidsoverlast, trillingen en een toename van de veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Daarom zetten we direct naast het spoor in op nieuwe werkfuncties. In de zone daarachter liggen kansen voor nieuwe woningen. Het toevoegen van nieuwe woningen is een wezenlijke voorwaarde om tot een kwalitatief hoogwaardig en leefbaar gebied te komen, dat bijdraagt aan de opgaven waar de gemeente voor staat (woningbehoefte, klimaatverandering, versterken gezondheid). Deze noordflank van het centrum wordt dus een gebied voor zowel bezoekers als nieuwe bewoners.

We zetten in op een geleidelijke overgang van een meer verdichte stedelijke ontwikkeling aan de zuidkant naar meer open groene woongebieden aan de noordzijde. Dit combineren we met het toevoegen van groen en comfortabele fiets- en wandelroutes om de bereikbaarheid van de sportvelden te verbeteren.

afbeelding binnen de regeling
Ontwikkelgebied Kluinveen Wierdenburo MA.AN, juni 2024

5.2.2.3 Een nieuwe verkeersstructuur rond het centrum

We streven voor de toekomst naar een nieuwe verkeersstructuur, waarbij de voetganger en de fietser meer voorop komt te staan, waarmee noord en zuid beter wordt verbonden en waarbij het centrum autoluwer kan worden gemaakt. 

In het centrum van Wierden willen we doorgaand verkeer meer ‘buitenom’ leiden en daarmee wegen als de Stationstraat, Kerkstraat, Kerkhofstraat en de Dikkensweg ontlasten. Ons doel is om op termijn de hoofdverkeersstructuur te leiden via de Akeleistraat en de Anjelierstraat. Dit willen we doen door hier een stroomweg van te maken en de andere genoemde wegen juist af te waarderen en een 30 km/u inrichting te geven en wellicht zelfs te ‘knippen’. Dat wil zeggen dat het doorgaande verkeer vanaf de Van Kregten Tunnel ter zuiden van het spoor niet direct rechtdoor kan naar de Dikkensweg, maar via de Anjelierstraat wordt geleid. Ook aan de westkant van het centrum streven we naar een doorgaande route buiten het centrumgebied. Hiervoor zouden De Marke en de Schoolstraat een functie kunnen hebben.

afbeelding binnen de regeling
Tekening Wegenstructuur Wierden

5.2.2.4 Opheffen barrièrewerking van het spoor

We streven naar een betere relatie tussen noord en zuid, omdat het spoor nu nog een barrière vormt in de ‘eenheid’ van Wierden. Hierdoor wordt het gebruik van de auto naar het sportpark, de winkels in het centrum of andere voorzieningen te veel bevorderd. Met het opheffen van de barrièrewerking kunnen we noord en zuid beter met elkaar verbinden. De ‘stedelijke’ ontwikkeling aan de noordzijde van het centrum in Kluinveen wordt hiermee beter verbonden met het centrum. Ook worden de woonwijken aan de zuidzijde comfortabeler verbonden met het sportpark aan de noordzijde. 

Met de toename van het goederenvervoer wordt deze wens almaar urgenter. Ons ultieme streven is om het spoor ter hoogte van Wierden te ondertunnelen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat dat niet haalbaar is. De meest urgente ondergangen die we ongelijkvloers willen maken zijn de kruisingen van het spoor met De Marke en de Hexelseweg en de overgang met de Nijverdalsestraat. 

Om aan de noordzijde van het spoor een betere langzaamverkeersverbinding te maken richting de sportvelden kan, als de herstructurering van het bedrijventerrein gestalte heeft gekregen, de Hexelseweg in combinatie met de Oost Kluinveenweg worden ingericht. De Oost Kluinveenweg moet dan tevens verlengd worden richting de Ambachtsweg.

5.2.2.5 Een multifunctionele kernrandzone

De gemeente Wierden streeft naar multifunctionele kernrandzones, die een rol gaan vervullen in de leefbaarheid van de kernen en het platteland, de gezondheid van inwoners en bijdragen aan het oplossen van de problematiek van het landelijke gebied (leegstand, achteruitgang biodiversiteit, verdroging). We streven in deze zones naar een versterking van de landschappelijke kwaliteit, het vasthouden van water en maken nieuwe functies mogelijk. In Wierden wijzen we een kernrandzone aan. Deze varieert in grootte. Aan de oostzijde is de N36 een logische grens naar de buurgemeente. Aan de noordzijde ligt de grens van de kernrandzone ongeveer ten noorden van de sportvelden. Aan de westzijde horen de bebouwingslinten langs de Hexelseweg binnen de kernrandzone. Aan de zuidzijde is de grens van de kernrandzone deels hard. De N36 ten zuiden van Zuidbroek vormt een heldere, harde grens in het landschap. Hetzelfde geldt voor de N35. Het buurtschap Huurne is al een gemixt woongebied met deels verdichte lintbebouwing. Dit gebied is in de kernrandzone opgenomen. 

5.2.2.6 Een rondje Wierden

In onze visie op gezondheid gaven we al aan dat we groen willen toevoegen en de toegankelijkheid ervan willen vergroten, om daarmee de mogelijkheid voor gezonde activiteiten te vergroten. We zien kansen om in de kernrandzone rond Wierden door een aaneenschakeling van wandelpaden en groenstructuren een rondje Wierden verder uit te breiden. Deze kunnen dienen als een eenvoudig ‘rondje’ vanuit de wijken, als verbinding naar het achterliggende buitengebied, maar ook als rondje Wierden. Om het rondje samenhangend te ontwikkelen liggen er naast investeringen in het landschap, opgaven om routes te koppelen (en vindbaar te maken) over het spoor bij de Aadorpsweg, ter hoogte van de Zuidbroeksweg, het gebied rond de Rijssensestraat en de Huurne en tenslotte het (doorsneden) gebied rond de Nijverdalseweg.

5.2.3 Enter

Om voor de toekomst een samenhangende inrichting te creëren in Enter kiezen we voor de volgende koers. Hierin nemen we ook de deelgebieden Hambergeres en Zuiderveld mee, gezien die volledig in de kernrandzone liggen van Enter en belangrijk onderdeel uitmaken van de ontwikkelingen in Enter. Qua woningbouw richten we ons de komende jaren op Berghorst fase 3 en herstructurering. Na de afronding van Berghorst fase 3 onderzoeken we de mogelijkheden voor nieuwe woningbouwlocaties, waarbij wij aspecten als cultuurhistorie, bereikbaarheid, landschap e.d. sterk meenemen in de afweging.

afbeelding binnen de regeling
Kaart visiekaart dorp Enter

5.2.3.1 Een stevig cultuurhistorisch fundament

Enter ligt op een unieke plek. Het grenst aan een nog zichtbare es, die historische waarden heeft. Bovendien is het essencomplex op een (kleine) stuwwal ontstaan, wat het hoogteverschil accentueert. Dit essencomplex is door de sterke lintbebouwing aan de westzijde en de zuidzijde goed beleefbaar. Tegelijk is Enter omringd door hele natte gebieden, waaronder het Reggedal. Dat betekende vroeger dat Enter delen van het jaar  alleen per boot bereikbaar was door het water en moerassen. Voor de toekomst van Enter willen we de belangrijkste cultuurhistorische kwaliteiten als fundament bewaren, zodat de geschiedenis herkenbaar en beleefbaar blijft. Eventuele ontwikkelingen moeten hieraan bijdragen. Verder willen we het dorp en landschap meer met elkaar verweven (zie ook paragraaf 4.3.).

  • We willen de structuur van de Hambergeres, met de hoogteverschillen en de lintstructuur van de Achteresweg herkenbaar houden. Ook willen we investeren in de landschappelijke kenmerken van de Es zelf. Dit doen we onder andere door de randen van de es te vergroenen, zodat de openheid beter beleefbaar wordt. Belangrijke opgave daarbij is om de dorpsrand van Enter beter vorm te geven. Er is sprake van een rafelrand, waar de es nu niet beleefd wordt. Aan deze rand ontwikkelen we meer groen. Ook zorgen we voor meer wandelroutes vanuit Enter over de es. We onderzoeken ook de mogelijkheden om autoverkeer te gaan weren op de Boomkampsweg en Kempenweg. Als laatste gaan we kijken hoe we het gebruik van de es meer kunnen gaan richten op het historische gebruik. Dit houdt in meer teelt van granen, maar ook dat het gezamelijk gebruik karakter terug komt.

  • De overgang tussen de Achteresweg en de Elsgraven koesteren we. Hier lag oorspronkelijk een nat en open gebied als natuurlijke grens met Rijssen. We willen met het behouden van het open gebied tussen Enter en Rijssen de rand van de es herkenbaar houden en een duidelijke groene buffer met de buurgemeente behouden. Bovendien maken we hiermee water en bodem medesturend in de inrichting van Enter door hier ruimte te houden voor het vasthouden van water en laaggelegen natte delen niet te bebouwen.

  • We willen de structuur van de Zuiderveld, waarbij lintbebouwing (met meerdere cultuurhistorisch waardevolle gebouwen) in een halve cirkel rond de es is gelegen beschermen. Op deze plek kun je, afgezien van de ligging van de snelweg, de es bijna in zijn geheel ervaren. Opgave is om dit gebied toegankelijker te maken vanuit het dorp. Door de ligging van het bedrijventerrein en de doorsnijding met de snelweg A1 is dit gebied wat geïsoleerd komen te liggen. Tegelijk biedt het de unieke kans voor inwoners van het zuidelijk deel van Enter om vanuit het dorp snel in het groen te zijn. Met meer wandelverbindingen tussen het dorp en de Hambererges en Zuideres kan de rol van de essen en het Zuiderveld worden vergroot.

  • We willen we de nu al sterke landschappelijke structuur aan de oostzijde van het dorp verder versterken en de functie van het gebied als uitloopgebied versterken. De openheid en natte kenmerken van het gebied vormen een scherpe overgang met het dorp, dat (grotendeels) op de rand van de stuwwal ligt. Nu is het gebied van de Enterse Warf goed ontsloten voor zowel fietsers als wandelaars. Door deze structuur in noordelijke en zuidelijke richting verder uit te bouwen en nieuwe ‘insteekjes’ het dorp in te maken, kan Enter beter worden verbonden met het buitengebied.

  • Het is ons streven om de Rondweg als doorgaande (groene) route in stand te houden in toekomstige ontwikkelingen.

 

5.2.3.2 Een prettig verblijfsgebied in het centrum

We kiezen voor een samenhangende herkenbare en aantrekkelijke inrichting in het centrumgebied, met het accent op de toegankelijkheid voor wandelaars en fietsers. In dit centrumgebied kiezen we voor de volgende uitgangspunten:

  • We kiezen voor het compact houden van het winkelgebied. Dit gebied strekt zich nu uit langs een groot deel van de Dorpsstraat, tussen de Bornerbroekseweg en de Margrietlaan / Boerdijk. Waar mogelijk stimuleren we het verplaatsen van winkels in een compacter gebied als het aantal winkels in de toekomst verder afneemt.

  • We willen het verblijfsklimaat van het centrum vergroten door de oversteekbaarheid van de straat te verbeteren en heldere voorrangssituaties voor wandelaars te creëren. Met name de drukke knoop rond de net verspringende Rijssenseweg en Bornerbroekseweg is een opgave, omdat hier ook veel fietsverkeer samenkomt.

  • Een levendig centrum met meerdere functies (zie paragraaf 3.6.). We kiezen voor een ruim gebied waarin zich allerlei functies zich kunnen vestigen.

  • Voor nieuwe woonbebouwing in het gebied wordt gekozen voor een mix aan woningtypes en doelgroepen, maar is er in elk geval ruimte voor kleinere huishoudens, senioren en andere aandachtsgroepen op de woningmarkt. Het woningbouwprogramma geeft hier sturing aan.

 

5.2.3.3 Kansen voor aanpassing van de verkeersstructuur

We streven voor de toekomst naar een aanpassing van de verkeersstructuur, waarbij de voetganger en de fietser binnen het dorp voorop komen te staan en waarbij het centrum autoluwer kan worden gemaakt. De ruimte om de verkeersstructuur aan te passen is echter beperkt. Met de (door) ontwikkeling van het bedrijventerrein de Elsmoat ligt er wel een kans om de verbinding tussen de Goorseweg en de Rijssenseweg te verbeteren. Dat kan een deel van het doorgaande verkeer vanuit het zuiden wegnemen. Ook verkeer vanuit het zuiden richting Bornerbroek kan verdeeld worden over meerdere wegen.

5.2.3.4 Een multifunctionele kernrandzone

De gemeente Wierden streeft naar multifunctionele kernrandzones, die een rol gaan vervullen in de leefbaarheid van de kernen en het platteland, de gezondheid van inwoners en bijdragen aan het oplossen van de problematiek van het landelijke gebied (leegstand, achteruitgang biodiversiteit, verdroging). We streven in deze zones naar een versterking van de landschappelijke kwaliteit, het vasthouden van water en maken we nieuwe functies mogelijk. In Enter wijzen we een kernrandzone aan. Deze varieert in grootte. Aan de westzijde zien we de Elsgraven als heldere grens. Daarmee vormt de Achteresweg de grens van de kernrandzone. Hier liggen kansen voor nieuwe erven als verdichting van het lint, maar ook hergebruik en transformatie van bestaande erven is een kans, mits het karakter van de oorspronkelijke erven terugkomt in het ontwerp. 

Aan de zuidzijde is de kernrandzone vrij uitgestrekt. Hier is sprake van een uitgestrekt groen woongebied, het Zuiderveld. Opgave in dit gebied is om verder te investeren in de fijnmazige groenstructuren, in contrast met de openheid van het Zuiderveld en het vergroten van de toegankelijkheid van het gebied met wandelroutes. Hergebruik van erven met kleine clusters van woningen is denkbaar, een toevoeging van het aantal erven is hier niet gewenst.

Aan de oostzijde betrekken we het gebied tussen Enter en de Regge in de kernrandzone. Het accent ligt hier echter niet op nieuwe functies (het aantal erven is hier beperkt), maar op het versterken van de toegankelijkheid van het gebied, het vergroten van het aantal verbindingen met het dorp en waar mogelijk nieuwe investeringen in het versterken van de landschapsstructuur.

Aan de noordzijde is de kernrandzone diffuser. Hier loopt de stuwwal waarop Enter is ontstaan langzaam af in hoogte en gaat het stedelijke gebied (en de Hambererges) over in een kleinschalig coulisselandschap. Een logische landschappelijke grens is hier recreatiepark Landgoed De Elsgraven.

5.2.3.5 De groene randen van Enter

De bebouwde kom van Enter is relatief stenig. Om meer toegankelijk groen te creëren willen we de kernranden beter betrekken bij het dorp. In de paragraaf over de kernranden gaven we al aan waar we de groenstructuren en de Hambergeres willen versterken. Opgaven liggen in:

  • Het verbeteren van de routes tussen het dorp en het Reggedal. Waar mogelijk willen we ook het landschap verder versterken.

  • Versterken van de landschappelijke kwaliteit van de Hambergeres.

  • Toegankelijker maken vanuit het dorp van het gebied rond de Zuideres en het Zuiderveld.

 

5.2.4 Hoge Hexel

Hoge Hexel blijft in de toekomst een kleine kern met een stevige basis. We willen Hoge Hexel als dorp van lintbebouwing herkenbaar houden, maar tegelijk extra woningen bouwen om de sociale cohesie en de leefbaarheid van de kern te ondersteunen. Het Kulturhus vervult een belangrijke rol in de sociale cohesie van het dorp en de (wijdere) omgeving.

5.2.4.1 Woningbouw

Om Hoge Hexel leefbaar en vitaal te houden willen we geleidelijk wat extra woningen bouwen. Omdat Hoge Hexel wordt omgeven door fraaie (open) akkers willen we het dorp compact houden. Daarom zetten we in op het bouwen van extra woningen rond het gebied Kleen-Esch. Om een doorsnijding van het dorp te voorkomen, willen we geen woningbouwontwikkelingen aan de oostzijde van de Hexelseweg.

5.2.4.2 Bijzondere woonvormen

We wijzen rond Hoge Hexel geen expliciete kernrandzone aan. Het dorp ligt te midden van het open agrarisch landelijk gebied en van een overgangszone is dan ook geen sprake. Toch willen we in een ruime zone rond het dorp wel maatwerk bieden als zich de kans voordoet. Zo is er behoefte aan woningen voor specifieke doelgroepen. Op een vrijkomend agrarisch erf zien we daarom ruimte voor het realiseren van woonerven met kleinere wooneenheden, een mix van woningtypes of vormen van groepswonen. In feite liggen er mogelijkheden voor andere vormen van wonen, die een aanvulling kunnen zijn op het bestaande woningaanbod in de kern en niet in de kern gerealiseerd kan worden. Uiteraard vindt hierbij een nauwkeurige afweging plaats. De locatie moet inpasbaar zijn in het landschap, geen onevenredige druk op de wegen veroorzaken en geen belemmering opleveren voor de ontwikkeling van landbouwbedrijven in de omgeving.  Dit heet een ETFAL afweging (evenwichtige toedeling van functies aan locaties).

5.2.4.3 Wateropgave

Ook in Hoge Hexel willen we wateroverlast in de toekomst voorkomen. Omdat Hoge Hexel tegen een drinkwaterwingebied en op een stuwwal ligt kan de grond snel verdrogen. Tegelijk kan water lokaal wel voor overlast zorgen. Met name aan de oostzijde van het dorp speelt dat. Ons streven is om meer ruimte te vinden voor waterberging.

5.3 Landelijk gebied

5.3.1 Inleiding

Naast de kernen bevat onze gemeente verschillende landschappelijke gebieden en kleinere buurtschappen, elk met hun eigen landschappelijke, culturele en sociale kenmerken. In de visie op thema’s zijn veel doelen en ambities van het landelijk gebied benoemd. Dit zijn strategische doelen die voor het hele landelijk gebied gelden. In deze visie op gebieden herhalen we deze doelen niet, maar voegen er drie punten aan toe:

  • Beschrijving van de basiskwaliteiten van de gebieden.

  • Doelen die heel specifiek zijn voor een van de deelgebieden.

  • Doelen die een uitwerking zijn van de thematische doelen voor het specifieke deelgebied.

 

Verder geldt voor elk gebied in het landelijk gebied de volgende hoofdopgaven, deze zijn uitgelegd in paragraaf 4.8. De beschrijving van de kwaliteiten kan gebruikt worden om aan deze doelen richting te geven in het landschap. De overkoepelende opgaven zijn:

 

  • Toekomstbestendige landbouw.

  • Versterking de groene en blauwe dooradering.

  • Verweven van de landbouw en natuur.

  • Verhogen van de biodiversiteit.

  • Versterking van de cultuurhistorische waarden (o.a. agrarisch cultuurlandschap).

  • Ruimte voor kleinschalige recreatie.

  • Duurzaam bodemgebruik en watersysteem.

  • De gebieden werken we verder uit in een Wierdens plan voor het Landelijk Gebied.

5.3.2 Stuwwal Hoge Hexel – Wierden

In Stuwwal Hoge Hexel - Wierden hebben we een landschap dat ons inspireert door zijn rijke diversiteit. Het gebied kent een unieke afwisseling van bloemrijke weides, akkers, bossen, houtwallen en singels. Deze natuurlijke elementen wisselen met elkaar af en worden gekenmerkt door open ruimtes en zichtlijnen, die bijdragen aan de beleving van rust en ruimte.

Het agrarische landschap is een belangrijk kenmerk van dit gebied. Hier werken we in een veelzijdige landbouwsector, waar veeteelt, akkerbouw en innovatieve agrarische bedrijven gezamenlijk het beeld bepalen. Daarnaast dragen de bijbehorende woonerven en recreatieparken bij aan het harmonieuze karakter van het gebied, waar wonen, werken en recreëren samenkomen.

De cultuurhistorische waarde van het landschap is goed zichtbaar. We zien historische elementen zoals oude boerderijen, houtwallen en essen, die niet alleen ons landschap verrijken, maar ook de geschiedenis van de agrarische tradities in onze regio vertellen. Deze elementen vormen een belangrijk onderdeel van onze identiteit.

Daarnaast zorgen goed onderhouden wandel- en fietspaden ervoor dat ons gebied toegankelijk en uitnodigend is voor recreanten. Deze verbindingen lopen door het landelijke gebied en maken het eenvoudig om Wierden en Hoge Hexel te bereiken. Hierdoor wordt ons gebied een plek waar natuur en recreatie samenkomen.

Een ander belangrijk onderdeel van Stuwwal Hoge Hexel - Wierden is de sportieve en recreatieve kern. De grote sportvoorziening in Wierden biedt ruimte aan meerdere sportclubs en is een centrale plek voor ontmoeting en beweging. Recreatielocatie ’t Lage Veld is een trekpleister waar natuur en ontspanning samenkomen. De aanwezigheid van recreatieparken versterkt de aantrekkingskracht van het gebied als een plek om actief en ontspannen te genieten.

Stuwwal Hoge Hexel - Wierden is daarmee een gebied waarin natuur, cultuurhistorie, landbouw en recreatie in balans zijn. Het biedt ons en onze bezoekers een veelzijdige en waardevolle omgeving om in te leven, te werken en te genieten.

5.3.3 Veeneleiding

De Veeneleiding is een gebied dat wordt gekenmerkt door een bijzondere combinatie van groen en cultuurhistorie. Langs de Veeneleiding zien we een mix van graslanden en waterrijke zones, die samen zorgen voor een open landschap. In dit landschap zijn de sporen van oude ontginningen nog goed zichtbaar, wat ons herinnert aan de rijke geschiedenis van het gebied.

Het gebied bevat verschillende landbouwbedrijven en gronden die vooral worden ingezet voor graslanden. Deze bedrijfsvoering zorgt ervoor dat de historische kwaliteiten zichtbaar blijven. Verder zijn ze belangrijk als economische drager en beheerder van het gebied.

We koesteren de ecologische waarde van de Veeneleiding. Het gebied biedt een belangrijk leefgebied voor weidevogels, vissen en amfibieën. Deze soorten vinden hier de ruimte en rust die ze nodig hebben, en dragen bij aan de biodiversiteit binnen onze gemeente. Door deze natuurlijke rijkdom draagt het gebied niet alleen bij aan een gezonde omgeving, maar ook aan onze verbondenheid met de natuur.

De Veeneleiding is een gebied waarin de historische en ecologische kwaliteiten samenkomen. Het biedt ons een plek waar verleden en natuur elkaar versterken en die een belangrijke rol speelt in het groene karakter van onze gemeente.

5.3.4 Wierdense Veld

Het Wierdense Veld is een uniek hoogveengebied dat we beschermen en koesteren. Dit natuurgebied bestaat uit veenmosvegetaties en natte heide. Door de ecologische waarde vanwege het actief hoogveen, soortenrijke heischrale graslanden en mogelijkheden voor natuurlijk herstel is het aangeduid als een Natura2000-gebied.

Het Wierdense Veld is een belangrijke habitat voor veel planten, dieren en vogels. Hier zijn rode lijst soorten zoals de kraanvogel en planten zoals de klokjesgentiaan terug te vinden. De biodiversiteit van het Wierdense Veld vormt een belangrijke schakel in het natuurnetwerk van Wierden.

Het zorgt ook voor een andere natuur- en landschapsbeleving dan de rest van het Wierdense landschap. Vanaf de wandelpaden aan de randen van het gebied is de openheid van het natte heidelandschap te ervaren.

Gebiedsprocess kwaliteit en toekomstbestendigheid van Wierdense Veld

Er is een gebiedsproces opgestart om kwaliteit te behouden. Of het gebied de laatste jaren/ decennia achteruit is gegaan weten wij niet omdat data hiervoor ontbreken. Dit proces is opgestart vanwege de hoge natuurwaarden en gebeurt in samenwerking met meerdere partijen zoals de provincie en het waterschap. Als gemeente werken wij ook mee om te zorgen dat onze ambities en wensen voor het Wierdense Veld en de omgeving hierin worden meegenomen. 

Het proces kijkt niet alleen naar hoe de toekomstbestendigheid van het Wierdense Veld gewaarborgd kan worden. Het kijkt ook naar hoe de bestaande kwaliteiten verder versterkt kunnen worden. In dit traject wordt onder andere gekeken naar oplossingen rondom de waterhuishouding.

5.3.5 Kolonie, Huurnerveld en Westerveen

Het gebied Kolonie, Huurnerveld en Westerveen, is een prachtig overgangslandschap waar natuur en cultuur elkaar ontmoeten. Hier vormt het landschap een unieke zone tussen het open hoogveengebied van het Wierdense Veld en het omliggende agrarische en beboste landschap. Deze overgang zorgt voor een rijke variatie in beleving en gebruik, waarin we volop kunnen genieten van de veelzijdigheid van het gebied.

Het agrarische karakter van het gebied is divers en waardevol. De percelen zijn verschillend van aard, met op veel plaatsen houtwallen die het landschap structuur en karakter geven. Deze variatie vertelt het verhaal van de ontginningen en ontwikkelingen die het gebied door de jaren heen hebben gevormd.

In het gebied loopt ook een ecologische verbindingszone vanaf het Wierdense Veld. Deze is bedoeld voor amfibieën, vlinders, kleine zoogdieren en marterachtigen.

Voor rust en recreatie biedt het gebied volop mogelijkheden. Er zijn goed onderhouden wandel- en fietspaden die bezoekers uitnodigen om op een ontspannen manier de natuurlijke en landschappelijke waarden te ontdekken. Vanaf deze routes kunnen we genieten van uitzichten, onder andere richting het open Wierdense Veld.

Daarnaast draagt het gebied een rijke cultuurhistorie in zich. Historische zandwegen, oude singels, lanen en boerderijen zijn restanten van het agrarische verleden en herinneren ons aan de hoogveenontginningen. Deze elementen maken ons gebied niet alleen mooi, maar ook betekenisvol.

Effecten van het gebiedsproces voor het Wierdense Veld

De Kolonie, Huurnerveld en Westerveen zal als gebied te maken krijgen met de maatregelen vanuit het proces voor het Wierdense Veld. In het gebiedsproces zullen we kijken naar de effecten en deze goed in beeld brengen. Hierbij letten we erop dat we zorgen dat de agrariërs in dit gebied een goed toekomstbeeld hebben.

5.3.6 Notter en Zuna

Het landschap van de buurtschappen Notter en Zuna is een gebied met een karakteristiek coulisselandschap. Hier zien we een mooie afwisseling van akkers, weilanden en houtwallen, die samen zorgen voor een besloten en natuurlijke uitstraling. Het landschap wordt sterk bepaald door het water- en bodemsysteem, dat bijdraagt aan de unieke sfeer en dynamiek van deze omgeving. De Bovenregge dient ook als ecologische verbindingszone voor vissen, vlinders, amfibieën en kleine zoogdieren.

In dit gebied speelt de landbouw een belangrijke rol. Goed onderhouden landbouwpercelen en een mix van traditionele en moderne boerderijen benadrukken het landelijke karakter. De verbinding tussen verleden en heden is hier goed zichtbaar, waarbij de agrarische functie nauw verweven blijft met de identiteit van het landschap.

Historische en authentieke elementen maken Notter en Zuna extra bijzonder. Oude karrensporen, zandpaden en karakteristieke boerderijen herinneren ons aan de rijke cultuurhistorie van de regio. Deze elementen geven het landschap niet alleen een unieke uitstraling, maar ook een diepere betekenis.

De Regge is een natuurlijke trekpleister in het gebied. De meanderende rivier biedt niet alleen prachtige natuur- en recreatiemogelijkheden, zoals kanoën, vissen en wandelen langs het water, maar vormt ook een belangrijke ecologische verbindingszone. De nabijheid van de Regge geeft ons gebied extra waarde voor zowel de natuur als de mensen die hier komen genieten.

Toerisme en recreatie zijn hier goed op elkaar afgestemd. Met vakantieparken, campings en een uitgebreid netwerk van wandel- en fietspaden trekt het gebied bezoekers die op zoek zijn naar rust en ontspanning. Tegelijkertijd blijven we het kleinschalige en rustige karakter van Notter en Zuna behouden, zodat het voor ons en onze bezoekers een aangename en waardevolle omgeving blijft.

5.3.6.1 Water vasthouden en aanvoeren

In het gebied Notter en Zuna wordt gekeken naar hoe het water langer kan worden vastgehouden en anders kan worden aangevoerd. Hiervoor is een pilot opgestart samen met de gemeente door onder andere Land- en Tuinbouw Organisatie Noord (LTO-Noord), lokale boeren, Vitens, de provincie en het waterschap. Het doel van de pilot is om te zorgen voor minder zomerse droogteschade. Hierbij wordt ook gekeken naar de effecten op de grondwaterhoeveelheid en kwaliteit. Deze pilot is gestart in 2023 en loopt tot 2026. Hierna kijken we verder hoe we om kunnen gaan met het watersysteem voor Notter en Zuna. 

5.3.6.2 Versterken van het buurtschap rond Kulturhus Irene in Notter

Een belangrijk doel voor het gebied Notter en Zuna is om te zorgen dat de buurtschappen levendig blijven en er genoeg bewoners zijn voor de school en vrijwilligersorganisaties. We onderzoeken mogelijkheden om rond het Kulturhus Irene in Notter iets meer woningbouw toe te staan door Rood voor Rood of de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Hiermee zorgen we voor meer bewoners en kunnen we de lokale boeren ook kansen bieden. Wel passen we goed op dat dit geen dicht bebouwd gebied wordt. De kwaliteit van het landschap is in basis bepaald door de agrarische functies en deze moeten nog steeds de overhand houden.

5.3.7 Enterbroek, Rectum en Ypelo

De buurtschappen Enterbroek, Rectum en Ypelo vormen samen een gebied met een rustige en landelijke sfeer. Het landschap bestaat uit grote open weilanden en verspreid liggende boerderijen, die worden gekenmerkt door een open uitstraling. Hier en daar wordt de openheid onderbroken door beplanting, wat zorgt voor een gevarieerd beeld. Ten zuiden van de A1 verandert het landschap echter in een besloten gebied, wat bijdraagt aan de afwisseling binnen onze regio.

Het gebied heeft een hoge ecologische waarde. Natuurlijke elementen zoals graslanden, houtwallen en kleine waterlopen vormen niet alleen leefgebieden voor diverse planten en dieren, maar leggen ook belangrijke verbindingen tussen gebieden met hoge natuurwaarden. Zo verbinden watergangen en landschapselementen de Regge met retentiegebieden zoals de Waterbuffer Dakhorst en de Doorbraak, wat bijdraagt aan de biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap.

De cultuurhistorie van Enterbroek, Rectum en Ypelo is goed zichtbaar. Oude wegen, traditionele landbouwstructuren en karakteristieke boerderijen vertellen het verhaal van ons agrarisch verleden. Deze historische elementen geven ons landschap een eigen identiteit en herinneren ons aan de lange geschiedenis van het gebied.

Landbouw en veehouderij spelen een centrale rol in onze gemeenschap. Het gebied is een actieve agrarische regio met een focus op melkveehouderij en bijbehorende akkerbouw. Dit geeft niet alleen een economische impuls aan de gemeente Wierden, maar versterkt ook het landelijke karakter van het gebied.

Daarnaast bieden we volop mogelijkheden voor recreatie. Wandel- en fietsroutes lopen door ons landschap en verbinden de buurtschappen en de omliggende natuur. Dit maakt ons gebied toegankelijk en nodigt uit tot ontspannen verkenning van de rust en schoonheid die we hier te bieden hebben.

5.3.7.1 Versterken van het buurtschap rond Kulturhus Akkerhus in Ypelo

We willen zorgen dat onze buurtschappen een goede toekomst hebben en hiervoor willen we meer woningbouw mogelijk maken in de buurt van Kulturhus Akkerhus in Ypelo. Hiervoor onderzoeken we mogelijkheden voor Rood voor Rood of de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Het doel hiervan is om te zorgen dat het Kulturhus en de school een goed vooruitzicht hebben en om de gemeenschap goed te behouden. Wel vinden we het belangrijk dat de agrarische kwaliteiten in het gebied bewaard blijven en mag er geen sprake zijn van grote verdichting. Hiervoor zien we in dit gebied liever verspreide erven op locaties van stoppende boeren of nieuwe woonerven die op een grote afstand van elkaar en agrarische erven liggen.

5.3.7.2 In samenspraak het systeem aanpassen

Dit gebied wordt goed gekenmerkt door het dekzandkopjeslandschap. Hierdoor verschilt het water en bodemsysteem van kavel tot kavel. Hierdoor is dit gebied gevoelig voor verdroging en lokale wateroverlast. Om dit systeem geschikt te maken voor onze boeren gaan we in samenspraak met grondeigenaren en gebruikers het veerkrachtiger maken. 

5.3.8 Zunasche Heide en omgeving

De Zunasche Heide is een uniek natuurgebied dat van grote waarde is voor de gemeente. Dit uitgestrekte natte heidegebied herbergt specifieke flora en fauna, waaronder zeldzame plantensoorten en beschermde vogelsoorten. Dankzij deze ecologische rijkdom heeft de Zunasche Heide een grote natuurwaarde en is het een belangrijk onderdeel van ons landschap. Het is ook onderdeel van een grotere ecologische verbindingszone.

In het gebied heerst rust en ruimte. De ongerepte omgeving is een ideale plek voor wandelaars en fietsers. Met goed gemarkeerde paden en uitgestrekte vergezichten biedt de Zunasche Heide volop mogelijkheden om van de natuur te genieten en te ontspannen. 

Rondom de Zunasche Heide vinden we een gevarieerd landschap met singels, vrijstaande bomen en agrarische percelen. Deze combinatie van natuurlijke elementen draagt bij aan de hoge biodiversiteit van de omgeving. Het is een gebied waar natuur en landschap zich op een harmonieuze manier blijven ontwikkelen.

De landbouw speelt in dit gebied een belangrijke rol. Rond de Zunasche Heide bevinden zich verschillende landbouwbedrijven die niet alleen bijdragen aan de lokale economie, maar ook een actieve rol spelen in het beheer en behoud van ons landschap.

Het gebied heeft bovendien een rijke cultuurhistorische waarde. Historische elementen, zoals oude veenontginningssporen en regionale landschapskenmerken, weerspiegelen het verleden en maken onze omgeving nog waardevoller. Deze sporen van het verleden herinneren ons aan de geschiedenis van het gebied en versterken de identiteit van ons landschap.

5.3.9 Boven Regge

De Boven Regge is een waterrijk gebied dat een belangrijk onderdeel vormt van ons landschap. De meanderende waterlopen en natte graslanden zorgen niet alleen voor een aantrekkelijk en dynamisch beeld, maar ook voor een rijke biodiversiteit. Het is een plek waar water en natuur samenkomen en bijdragen aan een unieke leefomgeving.

Ecologisch gezien is de Boven Regge van grote waarde. Het gebied biedt diverse natuurhabitats, zoals moerasgebieden en natte weiden. Deze vormen een leefgebied voor een breed scala aan planten en dieren, waaronder weidevogels en amfibieën. Deze natuurwaarden versterken het belang van het gebied als ecologische schakel in onze regio.

Naast natuur speelt ook landbouw een belangrijke rol in de Boven Regge. Weilanden en akkers zijn onderdeel van het landschap en worden omgeven door singels en lanen. Deze landschappelijke kamers geven het gebied een groen karakter. Tegelijkertijd benadrukken ze de agrarische acitiviteiten in het gebied.

We hebben in dit gebied ook aandacht voor recreatie. De Boven Regge biedt uitstekende mogelijkheden voor wandelen, fietsen en varen. Met fietspaden langs de rivier en wandelroutes door de natuur kunnen bewoners en bezoekers volop genieten van de rust en schoonheid van het landschap.

De ligging van de Boven Regge tussen het dorp Enter en het omliggende natuurgebied zorgt voor een sterke verbondenheid tussen mens en natuur. Het vormt een natuurlijke overgang en is een belangrijk onderdeel van de groene en recreatieve verbindingen in onze regio. Deze verbinding versterkt niet alleen de waarde van ons landschap, maar ook de leefbaarheid van onze gemeente.

5.3.10 Enter Veenen

Enter Veenen is een uitgestrekt agrarisch gebied dat wordt gekenmerkt door open landbouwgrond, met grote akkers en weilanden. Deze uitgestrekte velden benadrukken het landelijke karakter van het gebied en onderstrepen het agrarisch gebruik. Het is een gebied waar de landbouw nog steeds een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven en de economie.

Dit gebied vormt een overgangszone tussen verschillende landschapsvormen. Enerzijds is er het open agrarische landschap van Enter, anderzijds wordt het gebied omringd door de bebouwing van het dorp Enter en de bos- en natuurgebieden van de aangrenzende gemeentes. Deze overgang zorgt voor variatie in het landschap en draagt bij aan de diversiteit van het gebied.

In Enter Veenen vinden we veel rust en openheid. De uitgestrektheid van het open landschap en de afwezigheid van stedelijke bebouwing creëren een rustige, ongestoorde omgeving. Dit maakt het gebied aantrekkelijk voor natuurliefhebbers en recreanten die op zoek zijn naar een plek om te wandelen, fietsen of om te ontspannen en van de natuur te genieten.

Klimaatbuffer en retentiegebied

Enter Veenen is een laag en nat gebied met kansen voor een klimaatbuffer of retentiegebied. Dit kan worden gebruikt voor wateropvang van het dorp Enter, maar ook voor de agrarische ondernemers als bron voor droge perioden. We kijken naar verschillende mogelijkheden in dit gebied en denken mee met agrariërs om te zorgen dat zij een goede bedrijfsvoering kunnen voeren en een toekomstbeeld hebben. Dit doen we aan de hand van gesprekken waar we agrariërs samenbrengen en gezamenlijk gaan kijken hoe we het watersysteem duurzaam kunnen beheren.

6 Van visie naar uitvoering

6.1 Inleiding

We willen graag sámen met inwoners, ondernemers, organisaties en andere overheden werken aan het uitvoeren van de omgevingsvisie. We geloven dat samenwerken zorgt voor betere plannen, meer draagvlak en een sterke gemeenschap. Bij elk project kijken we welke rol de gemeente het beste kan nemen. Soms nemen we de leiding, soms ondersteunen we, en soms regelen we vooral dat alles goed verloopt. De rol die we kiezen hangt af van het soort initiatief en het doel dat we willen bereiken.

We gaan op meerdere manieren aan de slag met deze omgevingsvisie:

 

  • Het opstellen van omgevingsprogramma’s om voor bepaalde thema’s en/of deelgebieden de doelen en ambities uit te werken en te vertalen naar maatregelen.

  • De vertaling van doelen en ambities naar beleidsregels in het omgevingsplan.

  • Het gebruik van de doelen en ambities bij het begeleiden en toetsen van initiatieven en plannen vanuit de samenleving.

  • Financiële verankering via kostenverhaal.

6.2 Vertaling naar omgevingsprogramma’s

Veel van de doelen en ambities die we hebben vragen om een verdere uitwerking richting projecten of beleid. Daarvoor heeft de Omgevingswet het instrument omgevingsprogramma’s geïntroduceerd. Net als de omgevingsvisie is het omgevingsprogramma juridisch bindend. Het wordt ingezet om een operationalisering/concretisering/uitwerking van beleidsdoelen uit de omgevingsvisie te bereiken. 

Een programma of uitvoeringsagenda is vooral uitvoeringsgericht; de nadruk ligt op het bereiken van het doel binnen een beheersbare termijn. Het is dan ook een meer tactisch instrument voor de middellange termijn. Je kunt een programma of uitvoeringsagenda opstellen voor een bepaald aspect of thema, maar ook voor de ontwikkeling van een bepaald gebied. Gemeenten kunnen meerdere programma’s of uitvoeringsagenda’s hebben.

De opdracht voor het opstellen van een programma volgt uit de omgevingsvisie. Bij de start bepalen we welke ambities en doelen vanuit deze omgevingsvisie voor het programma relevant zijn. Bij de afronding benoemen we hoe het programma bijdraagt aan de doelen en ambities uit de omgevingsvisie en of eventuele herijking van de visie gewenst is. 

We werken in elk geval met de volgende thematische programma’s of uitvoeringsagenda's:

  • Landelijk gebied,

  • Wonen,

  • Toekomstbestendige bedrijventerreinen,

  • Mobiliteit,

  • Duurzaamheid,

  • Groen en klimaat.



Voor een deel liep het opstellen van omgevingsprogramma’s gelijk op met het opstellen van de omgevingsvisie. Daarnaast verwachten we een aantal gebiedsgerichte programma’s of uitvoeringsagenda’s op te stellen. 

afbeelding binnen de regeling
Diagram beleidscyclus

6.3 De vertaling van doelen en ambities naar beleidsregels in het omgevingsplan

De komende jaren vertalen we een deel van de doelen uit de omgevingsvisie naar regels in het omgevingsplan. Zo kunnen initiatieven die daaraan voldoen via een eenvoudige en snellere procedure doorgaan: de Omgevingsplanactiviteit (OPA). Deze doorwerking van de doelen naar het Omgevingsplan doen we voor situaties, waarbij de effecten op de fysieke leefomgeving relatief beperkt zijn. De randvoorwaarden en kwaliteitscriteria voor deze initiatieven zijn helder en de mate waarin maatwerk noodzakelijk is, is beperkt. Een nadere kwalitatieve beoordeling is niet aan de orde omdat de randvoorwaarden en kwaliteitscriteria voldoende concreet zijn.

Wanneer een initiatief voldoet aan de voorwaarden uit het omgevingsplan wordt een (ruimtelijke) omgevingsvergunning verkregen. De voorwaarden, die in het omgevingsplan worden opgenomen, komen uit deze omgevingsvisie, aangevuld door andere relevante aspecten uit de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld het realiseren van voldoende parkeergelegenheid, het aantonen van een goede bodemkwaliteit en het rekening houden met eventueel aanwezige natuurwaarden). Naast deze ‘ruimtelijke’ omgevingsvergunning moet aanvullend in ieder geval nog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden aangevraagd. Totdat het omgevingsplan op dit punt is aangepast behandelen we initiatieven zoals hierna beschreven.

6.4 Rol omgevingsvisie bij het begeleiden van initiatieven

Een deel van de doelen zullen we niet rechtstreeks doorvertalen naar regels in het Omgevingsplan. Mocht een initiatiefnemer dan toch een initiatief willen nemen, die past in de doelen van de omgevingsvisie, dan kan het Omgevingsplan gewijzigd worden of wordt een vergunning verleend in afwijking van het Omgevingsplan. Dat wordt een buitenplanse omgevingsplanactiviteit genoemd (BOPA). Voor het afgeven van zo’n vergunning of het wijzigen van het Omgevingsplan moet de gemeente een goede motivering hebben. Deze omgevingsvisie is mede bedoeld als uitnodigings-, inspiratie- en toetsinginstrument voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en kan dus worden gebruikt voor deze motivering. Het is een uitnodiging aan de samenleving om met plannen te komen die passen bij de ambities en doelen zoals in voorgaande hoofdstukken benoemd. Niet elk aspect is van toepassing op elk plan, we nodigen initiatiefnemers uit om te motiveren hoe met deze aspecten rekening wordt gehouden en waar zij denken een bijdrage aan te kunnen leveren. Hoe beter het plan hierop scoort, hoe meer en eerder de gemeente meewerkt aan realisatie.

Van een uitgebreide procedure is bijvoorbeeld (maar niet uitputtend) sprake als:

  • De gemeente een nadere afweging wil kunnen maken t.a.v. de wenselijkheid of als er veel randvoorwaarden gelden. Bij grotere initiatieven of wanneer het effect van een initiatief groot is, is dit meestal het geval.

  • Er kostenverhaal moet plaatsvinden via een ‘bijdrage ruimtelijke ontwikkeling’. Dat betekent dat een initiatief alleen kan plaatsvinden als wordt geïnvesteerd in bepaalde kwaliteiten, zoals bijvoorbeeld groen en landschap (zie ook het kopje Kostenverhaal). Daarvoor wordt een contract gesloten (een anterieure overeenkomst), die aan een omgevingsplan wordt gekoppeld.

  • Wanneer een initiatief gefaseerd gerealiseerd wordt.

6.5 Grondbeleid: een belangrijk hulpmiddel

Om onze plannen voor de leefomgeving goed uit te voeren, is het grondbeleid van de gemeente belangrijk. Dit beleid helpt ons bij het maken van keuzes over grondgebruik, bijvoorbeeld bij woningbouw, bedrijventerreinen of natuurontwikkeling.

De gemeente Wierden voert dynamisch grondbeleid. Dat betekent dat we soms actief grond kopen, soms alleen ondersteunen, en soms vooral de regels bewaken. Bij het bepalen van onze rol houden we rekening met:

  • Het strategisch aankopen van grond, zodat we zelf kunnen sturen op ontwikkelingen.

  • Het eerlijk en transparant uitgeven van grond, volgens de regels van het Didam-arrest.

  • Het verhalen van kosten via afspraken met ontwikkelaars (anterieure overeenkomsten) of via kostenverhaalregels in het omgevingsplan.

  • Het afwegen van kansen en risico’s, zodat we slimme keuzes maken.

Met het grondbeleid draagt de gemeente bij aan belangrijke thema’s zoals leefbaarheid, duurzaamheid, economie en woningbouw.

6.6 Kostenverhaal

6.6.1 Inleiding

Bij ruimtelijke ontwikkelingen maakt de gemeente kosten, bijvoorbeeld voor het aanleggen van wegen, groen of riolering. Deze kosten willen we eerlijk verdelen. De omgevingsvisie vormt de basis voor het verplichte kostenverhaal door de gemeente, zoals opgenomen in afdeling 13.6 van de Omgevingswet.  Bij kostenverhaal verhaalt een overheid (in ons geval de gemeente) gemaakte kosten voor de ontwikkeling van grond (werken, werkzaamheden en maatregelen) naar evenredigheid op grondeigenaren of ontwikkelaars die profijt hebben van die aan te leggen openbare voorzieningen. Bijvoorbeeld, als een gemeente wegen en riolering aanlegt om een nieuwe woonwijk mogelijk te maken, dan moet ze de kosten doorrekenen aan de ontwikkelaar van die woningen. Dit zogenoemde kostenverhaal is een belangrijk instrument om de financiële haalbaarheid van gebiedsontwikkelingen te waarborgen en om publieke investeringen eerlijk te verdelen.

In het kader van de Omgevingswet wordt het kostenverhaal publiekrechtelijk geregeld via het Omgevingsplan en verdere uitwerking in projectbesluiten en/of privaatrechtelijk via anterieure overeenkomsten. De gemeente kiest ervoor om zoveel mogelijk vooraf afspraken te maken met ontwikkelende partijen (anterieur privaatrechtelijk kostenverhaal), maar kan indien nodig gebruikmaken van het wettelijke (publiekrechtelijke) kostenverhaal.

De categorieën van kosten die verhaald kunnen worden zijn opgesomd in artikel 8.15 en in bijlage IV van het Omgevingsbesluit. De kosten die in aanmerking komen voor verhaal betreffen onder meer:

  • Aanleg of aanpassing van infrastructuur (wegen, fietspaden, riolering);

  • Openbare ruimte en groenvoorzieningen;

  • Bodemsanering en milieumaatregelen;

  • Nadeelcompensatie;

  • Plankosten.

6.6.2 Bovenwijkse voorzieningen

Er zijn verschillende manieren waarop de gemeente kosten kan verhalen. In de eerste plaats via de zgn. bovenwijkse voorzieningen. Uitgangspunt bij het verhalen van kosten bovenwijkse voorzieningen is dat zowel de bestaande bebouwing als nieuw te ontwikkelen bebouwing van deze bovenwijkse investeringen profiteert. Dat is de reden dat de wetgever de mogelijkheid heeft geschapen om de rekening van dergelijke investeringen ook bij nieuwe initiatieven neer te leggen. De gemeente moet dit wel goed kunnen motiveren. In deze omgevingsvisie heeft de gemeente deze motieven benoemd. Zo heeft de gemeente ambities om:

  • Nieuwe infrastructuur aan te leggen of bestaande infrastructuur te verbeteren t.b.v. het beter ontsluiten van wijken en centra.

  • Nieuwe groenvoorzieningen aan te leggen in de bebouwde kom of in de randen van de dorpen (als uitloopgebied) danwel om in bestaande groenvoorzieningen klimaatadaptief in te richten.

  • Nieuwe wandelpaden aan te leggen rondom de dorpen.

  • Waterberging te realiseren in dorpen waar piekbuien tot overlast (kunnen) zorgen.

  • Bedrijven te verplaatsen om ruimte te maken voor woningen nabij een dorpscentrum.

In al deze gevallen zijn dit ambities waar zowel bestaande als nieuwe wijken van profiteren. Waar de kosten voor deze ontwikkelingen worden gemaakt buiten het plangebied van een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein kan de gemeente dus kosten verhalen.

6.6.3 Programma voor kostenverhaal

In de toekomst wil de gemeente ook werken met een programma voor kostenverhaal en financiële bijdragen. Hierin staat hoe we omgaan met bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving, bijvoorbeeld voor extra groen, duurzaamheid of sociale voorzieningen. En hoe deze bijdrage is berekend. De hoogte van het tarief per m² kan zo nodig jaarlijks worden herzien op basis van het geactualiseerde investeringsprogramma en/of geactualiseerde bouwprogramma. We werken met een vereveningsfonds om dit te bereiken.

6.6.4 Bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen

Een bijzondere vorm van kostenverhaal is de ‘bijdrage ruimtelijke ontwikkeling’. Het is bedoeld om aan initiatiefnemers een bijdrage te vragen aan maatschappelijk relevante ontwikkelingen in de leefomgeving. Denk aan de ontwikkeling van natuur, landschap of een evenwichtige woningvoorraad. We hebben als gemeente vanuit de wetgeving de keuze om een financiële bijdrage af te dwingen of in overleg met initiatiefnemers te bepalen (minnelijk). Bij voorkeur gaat het zoveel mogelijk in overleg. Bij de uitwerking van deze visie gaan we als gemeente bepalen hoe we met de financiële bijdrage om willen gaan. Daarbij hanteren we in ieder geval de gewenste ontwikkelingen zoals in deze omgevingsvisie zijn benoemd.

We gaan de bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen in ieder geval inzetten bij:

  • Functiewijzigingen in het buitengebied. Hier vragen we initiatiefnemers om te investeren in landschap, natuur of andere kwaliteiten, naast mogelijke andere eisen, zoals het slopen van overtollige bebouwing.

  • Uitbreiding van agrarische en niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Hier vragen we initiatiefnemers om te investeren in de inpassing van het erf en/of een investering in het landschap, natuur of andere kwaliteiten.

Naar boven