Subsidieregeling energie uit de wijk superchallenge Den Haag 2025

Toelichting 

 

De gemeente wil bewoners stimuleren om gezamenlijk initiatieven te ontwikkelen en uit te voeren die bijdragen aan energiebesparing, energieopslag en de opwekking van duurzame energie. Tijdens de Energie uit de Wijk Challenges in 2019, 2020, 2021 en 2023 (RIS305241, RIS305876, RIS309513 en RIS315272) hebben in totaal 36 bewonersinitiatieven subsidie ontvangen, waarmee tastbare resultaten in hun directe omgeving zijn gerealiseerd. De eerdere winnaars van de challenge kunnen een aanvraag doen binnen de Subsidieregeling Energie uit de Wijk Superchallenge 2025. Voor drie kansrijke initiatieven, die eerder subsidie en begeleiding hebben ontvangen in het kader van de Energie uit de Wijk Challenge, biedt deze subsidieregeling de mogelijkheid om hun project binnen de stad op te schalen. De opschaling moet binnen twaalf maanden na subsidieverlening leiden tot het bereiken van meer huishoudens en/of het vergroten van de impact van het initiatief, zowel in de eigen wijk als in andere delen van de stad. Op deze manier draagt de opschaling van bewezen initiatieven effectief bij aan een duurzame, leefbare en klimaatneutrale stad en vervult het bovendien een voorbeeldfunctie voor andere inwoners. Het college benoemt een adviescommissie die de subsidieaanvragen vakkundig en onafhankelijk kan beoordelen en stelt een reglement vast waarin taken, bevoegdheden, wijze van benoeming van leden en werkwijze van de commissie worden vastgelegd.

 

Besluitvorming 

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, 

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling energie uit de wijk superchallenge Den Haag 2025:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

ASV:

algemene subsidieverordening Den Haag 2020;

college:

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;

Energie uit de Wijk Challenge:

subsidieregeling uit 2019, 2020, 2021 en 2023 waarbij groepen inwoners plannen konden indienen om de energietransitie in hun wijk te versnellen;

energietransitie:

de overstap van fossiele energiebronnen naar duurzame bronnen van energie, zoals wind en zon, in de vorm van energiebesparing, energieopslag of de opwekking van duurzame energie;

initiatief:

bewonersinitiatief met rechtspersoonlijkheid met betrekking tot energietransitie waaraan eerder subsidie is toegekend in een van de vier Energie uit de Wijk Challenges;

inwoner:

natuurlijk persoon die staat ingeschreven in de Basisregistratie personen van de gemeente Den Haag;

opschalen:

het bereiken van een groter aantal huishoudens met het initiatief of het vergroten van de impact of resultaten van het initiatief, in de eigen wijk of in andere delen van de stad;

overhead:

indirecte kosten die niet direct zijn toe te rekenen aan een specifieke activiteit, maar die noodzakelijk zijn voor de algemene bedrijfsvoering van de aangevraagde activiteit.

 

Artikel 1:2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.

 

Artikel 1:3 Doel van de subsidi e

  • 1.

    Het doel van de subsidieregeling is bestaande initiatieven op het gebied van energiebesparing, energieopslag of de opwekking van duurzame energie te ondersteunen bij het opschalen van hun initiatief in de stad, met daadwerkelijke uitvoering. Achterliggend doel is de realisatie van een duurzame, leefbare en klimaatneutrale stad.

  • 2.

    Het maatschappelijke doel van de subsidieregeling is om het zelforganiserend vermogen van inwoners te versterken door het stimuleren van initiatieven die vanuit de samenleving zelf ontstaan. Daarbij wordt gestreefd naar een bredere verspreiding van succesvolle bewonersinitiatieven, teneinde het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie te vergroten en gemeentelijke inzet te beperken.

 

Artikel 1:4 Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan succesvolle bewonersinitiatieven die zijn uitgevoerd in het kader van een van de vier Energie uit de Wijk Challenges. Opschaling van het initiatief moet resulteren in de volgende activiteiten:

  • a. een aantoonbare bijdrage leveren aan de transitie naar een duurzame, leefbare en klimaatneutrale stad met behulp van energiebesparing, energieopslag of de opwekking van duurzame energie;

    b. een groter aantal huishoudens bereiken dan met het oorspronkelijke initiatief of de impact of resultaten van het oorspronkelijke initiatief vergroten, in de eigen wijk of in andere delen van de stad;

    c. een doorontwikkeling zijn van de vernieuwende technologie of gekozen aanpak van het oorspronkelijke bewonersinitiatief;

    d. een samenwerking met minimaal drie inwoners van de stad.

 

Artikel 1:5 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan initiatieven, die eerder subsidie en begeleiding hebben ontvangen in het kader van de Energie uit de Wijk Challenge.

 

Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4.

  • 2.

    Voor subsidie in aanmerking komen:

    a. de btw over de gesubsidieerde kosten voor zover die btw niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht;

    b. de kosten voor werkzaamheden die direct betrekking hebben op uitvoering of implementatie van de opschaling van het initiatief;

    c. de kosten voor onderzoek- of advieswerkzaamheden die noodzakelijk zijn voor uitvoering of implementatie van de opschaling van het initiatief;

    d. de overheadkosten, zoals de kosten voor vergunningen, en juridische ondersteuning bij contracten, bindende afspraken of opzetten van een (energie)coöperatie;

    e. de kosten van technische installaties die onderdeel uitmaken van het initiatief.

  • 3.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    a. de kosten voor overhead die meer bedragen dan 20 % van de kosten van de subsidiabele activiteiten;

    b. de kosten voor onderzoek- of advieswerkzaamheden die meer bedragen dan 20 % van de kosten van de subsidiabele activiteiten;

    c. de kosten die eerder door het college of andere organisaties zijn gesubsidieerd.

 

Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Een subsidie bedraagt maximaal € 50.000 per aanvraag.

  • 2.

    Per aanvrager wordt maximaal éénmaal subsidie verstrekt.

 

Artikel 1:8 Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van deze subsidieregeling geldt voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 een subsidieplafond van € 150.000.

 

Artikel 1:9 Wijze van verdeling

  • 1.

    Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria, tot het daarbij vermelde maximum aantal:

    a. de mate waarin de voorgestelde opschaling aantoonbaar bijdraagt aan de energietransitie en meerwaarde oplevert voor de stad, bijvoorbeeld door het bereiken van meer huishoudens of het vergroten van de impact van het oorspronkelijke initiatief. Beoordeeld wordt op basis van concrete indicatoren, zoals het aantal bereikte huishoudens en de verwachte energiebesparing of -opwekking (30 punten);

    b. de mate waarin het plan van aanpak realistisch, goed onderbouwd en uitvoerbaar is, en waarin de gekozen aanpak of toepassing van technologie een kansrijke doorontwikkeling vormt van het oorspronkelijke initiatief (30 punten);

    c. de mate waarin de inzet van het subsidiebudget in redelijke verhouding staat tot de met de activiteit te behalen resultaten (15 punten);

    d. de mate waarin het initiatief draagvlak geniet binnen de lokale gemeenschap en actief inzet op het vergroten van dat draagvlak door samenwerking, communicatie en de inzet van aanvullende middelen, zoals eigen middelen, vrijwilligersuren of externe financiering (25 punten).

  • 2.

    Het college beoordeelt de aanvragen op basis van de vermelde criteria en kent punten toe op basis van de onderstaande maatstaf:

    a. het criterium wordt gekwalificeerd als ‘uitstekend’: 100% van het maximale aantal punten;

    b. het criterium wordt gekwalificeerd als ‘goed’: 80% van de punten;

    c. het criterium wordt gekwalificeerd als ‘voldoende’: 60% van de punten; 

    d. het criterium wordt gekwalificeerd als ‘matig’: 30% van de punten;

    e. het criterium wordt gekwalificeerd als ‘onvoldoende’ of geen uitwerking toegevoegd: 0% van de punten.

  • 3.

    Aanvragen moeten minimaal 65 punten toegekend krijgen om voor subsidie in aanmerking te komen.

  • 4.

    Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het maximumaantal van drie toegekende initiatieven is bereikt.

 

Artikel 1:10 Adviescommissie

  • 1.

    Het college stelt een onafhankelijke adviescommissie in waaraan een aanvraag als bedoeld in artikel 2:1 wordt voorgelegd.

  • 2.

    De adviescommissie telt ten minste 5 en maximaal 9 leden, waarvan één lid door het college als voorzitter wordt benoemd.

  • 3.

    Het college stelt een reglement vast waarin de taken, bevoegdheden, wijze van benoeming van leden en werkwijze van de commissie worden vastgelegd.

  • 4.

    In de adviescommissie worden geen leden benoemd met een persoonlijk belang bij de verdeelprocedure.

 

Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen

 

Artikel 2:1 Aanvraag subsidie

  • 1.

    Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV 2020 legt de aanvrager de volgende gegevens over:  

    a. een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste ondernemer is aan te merken;

    b. een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare BTW; 

    c. een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als belastingplichtige op grond van de vennootschapsbelasting is aan te merken. 

  • 2.

    In aanvulling op artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV 2020 legt de aanvrager tevens de volgende gegevens over:

    a. een overzicht van samenwerkingspartners;

    b. een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, niet ouder dan 6 weken, met vermelding van de actuele bestuursleden van de rechtspersoon zonder winstoogmerk;

    c. een bankafschrift, niet ouder dan vier weken, van een op naam van de rechtspersoon zonder winstoogmerk staande bankrekening;

    d. een beschrijving van het oorspronkelijke initiatief en van de voorgenomen opschaling, waarin tevens wordt toegelicht welke doelen worden nagestreefd, op welke wijze het initiatief bijdraagt aan de energietransitie, en welke resultaten worden verwacht, waaronder het aantal te bereiken huishoudens en de verwachte energiebesparing of -opwekking;

    e. een plan van aanpak waaruit blijkt hoe de opschaling zal worden uitgevoerd, waarom de aanpak als kansrijk wordt beschouwd, en op welke wijze de uitvoering binnen de gestelde termijn zal plaatsvinden;

    f. een begroting van de kosten van de activiteiten en een dekkingsplan, met daarin een opgave van aangevraagde of toegezegde bijdragen van derden, waaronder bestuursorganen en private partijen, en een vermelding van eventuele inzet van eigen middelen, vrijwilligersuren of externe financiering;

    g. een toelichting op het bestaande en beoogde draagvlak binnen de lokale gemeenschap, waarin wordt beschreven hoe andere inwoners worden betrokken, welke samenwerkingsverbanden bestaan of worden aangegaan, en op welke wijze communicatie over het initiatief plaatsvindt.

  • 3.

    De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde aanvraagformulier.

 

Artikel 2:2 Aanvraagtermijn

Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV ingediend van 16 oktober 2025 tot en met 19 oktober 2025.

 

Hoofdstuk 3 Verplichtingen en bevoorschotting

 

Artikel 3:1 Verplichtingen

Onverminderd artikel 12 en 13 van de ASV gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

  • a. de subsidieontvanger werkt mee om de opgedane kennis en ervaringen te delen met andere inwoners(initiatieven);

    b. de subsidieontvanger werkt mee aan het op de gemeentelijke website plaatsen van informatie en beeldmateriaal van het door hen ingediende initiatief;

    c. de subsidieontvanger vermeldt de gemeente Den Haag als subsidieverstrekker in al zijn communicatie-uitingen en vermeldt op een duidelijke manier hoe het initiatief in de wijk of in de stad verbonden is met de lokale omgeving, inwoners, ondernemers en andere organisaties;

    d. zelfstandig uitvoerbaar zijn en niet afhankelijk van (de totstandkoming van) nieuw gemeentelijk beleid om succesvol te kunnen zijn;

    e. uiterlijk op 31 december 2026 worden uitgevoerd en afgerond.

 

Artikel 3:2 Verlenging

In voorkomende situaties wanneer sprake is van overmacht of onvoorziene omstandigheden kan het college besluiten om de in artikel 3:1, onder e, genoemde termijn te verlengen.

 

Artikel 3:3 Bevoorschotting

Bevoorschotting vindt plaats op de volgende wijze:

  • a. 20 % van de verleende subsidie in één keer;

    b. 70 % nadat de aanvrager schriftelijk heeft aangetoond dat het initiatief waarvoor de subsidie is verleend haalbaar is. Dat kan door:

    1. het overleggen van haalbaarheidsonderzoeken op technisch, juridisch, en ecologisch vlak;

    2. resultaten van een haalbaarheidsonderzoek naar draagvlak in de betreffende straat of wijk waarnaar het initiatief wordt uitgebreid;

    3. een kopie van de aanvraag van benodigde vergunningen;

    4. het overleggen van contracten of juridische bindende afspraken;

    5. het opzetten van een (energie)coöperatie of andere activiteiten die randvoorwaardelijk zijn voor de uitvoering van het initiatief.

 

Hoofdstuk 4 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf

 

Artikel 4:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling

In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in uiterlijk 30 april 2027. 

 

Artikel 4:2 Wijze van verantwoorden

  • 1.

    In aanvulling op de op grond van artikel 17, vierde lid, ASV over te leggen gegevens, legt de aanvrager van een vaststellingsbeschikking de volgende gegevens over:

    a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV;

    b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV;

    c. een bestuursverklaring volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde model dat de verantwoording juist en volledig is.

  • 2.

    Het inhoudelijke verslag bevat:

    a. een overzicht van de gerealiseerde activiteiten en beknopte beschrijving van de uitvoering daarvan, waaruit moet blijken of en in hoeverre aan de activiteiten is voldaan;

    b. een beknopte beschrijving van de mate waarin de resultaten zoals opgenomen in de aanvraag zijn gehaald;

    c. informatie en beeldmateriaal van het door hen gerealiseerde initiatief.

  • 3.

    Het financieel verslag bevat:

    a. een overzicht van de inkomsten en uitgaven die aansluiten bij de posten in de begroting;

    b. een toelichting op afwijkingen groter dan 10% op hoofdposten van de begroting;

    c. een overzicht van de (niet verrekenbare) BTW.

 

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen

 

Artikel 5:1 Evaluatie

Het college evalueert deze subsidieregeling (uiterlijk) juni 2027.

 

Artikel 5:2 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na uitgifte in het Gemeenteblad en vervalt op 1 januari 2028.

 

Artikel 5:3 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling energie uit de wijk Superchallenge Den Haag 2025.

 

Den Haag, 14 oktober 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de locoburgemeester,

Mariëlle Vavier

 

 

 

Naar boven