Gemeenteblad van Beverwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beverwijk | Gemeenteblad 2025, 451593 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beverwijk | Gemeenteblad 2025, 451593 | beleidsregel |
Beleidsregels bijtincidenten honden gemeente Beverwijk 2025
De burgemeester van de gemeente Beverwijk;
Het ter bevordering van de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid wenselijk is om beleidsregels vast te stellen omtrent de toepassing van de discretionaire bevoegdheden tot het hinderlijk of gevaarlijk achten van een hond, het opleggen van een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod, en het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom,
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
gedragstest: een onderzoek waarbij de hond op verschillende onderdelen wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch trainingsadvies. De opdracht tot de gedragstest wordt door de eigenaar of houder op eigen kosten gegeven. Uit de gedragstest zal moeten blijken dat de door de burgemeester voorgenomen maatregel niet noodzakelijk is.
risico-assessment: onderzoek uitgevoerd door een gediplomeerde en geaccrediteerde hondengedragstherapeut naar het gedrag van de hond waarbij een inschatting wordt gemaakt van de risico’s die de hond geeft voor de maatschappij waaronder in ieder geval het risico op herhaling van een incident. Het afnemen van een risico-assessment geschiedt gedurende de in bewaringneming van de hond.
Een onderzoek start zo snel mogelijk nadat een melding of aangifte van een bijtincident is ontvangen.
Tijdens het huisbezoek wordt aan de melder de gelegenheid gegeven om aan de toezichthouder een feitelijk verslag te doen van het bijtincident. De melder wordt door de toezichthouder verzocht om, indien beschikbaar, beeldmateriaal van de schade die het directe gevolg is van het bijtincident over te dragen. Als voor de behandeling van de schade medische hulp nodig was, vraagt de toezichthouder aan de melder om hiervan bewijs aan te leveren.
Getuigen worden gehoord als dat naar mening van de toezichthouder of behandelend ambtenaar nodig is.
Artikel 8 Geen wederhoor mogelijk
Als wederhoor niet mogelijk is doordat de eigenaar of houder van de hond die gebeten heeft niet bekend is, eindigt het onderzoek. Melder wordt hierover geïnformeerd. De bestuurlijke rapportage uit artikel 5 lid 3 kan als ondersteunend bewijs dienen bij een ander bijtincident als in voldoende mate kan worden vastgesteld dat het dezelfde hond betreft.
Artikel 9 Registratie bijtincidenten
Bij de registratie van bijtincidenten worden (voor zover bekend) de volgende gegevens opgenomen:
De eigenaar of houder van een gevaarlijke hond, moet ervoor zorgen dat deze hond aangelijnd en gemuilkorfd is, overeenkomstig met artikel 2:59 van de APV, wanneer deze zich niet op het eigen terrein van de eigenaar of houder bevindt. In het besluit wordt de eigenaar of houder van de hond erop gewezen dat het aanlijn- en muilkorfgebod ook geldt in losloopzones en dat het muilkorf gebod ook op eigen grond geldt als de eigenaar of houder de hond los laat lopen in een onafgesloten tuin of als er ontsnappingsgevaar is vanuit de woning vanwege openstaande doorgangen.
De eigenaar of houder van een hinderlijke hond moet ervoor zorgen dat deze hond aangelijnd is, overeenkomstig artikel 2:59 van de APV, wanneer deze hond zich niet op eigen terrein van de eigenaar of de houder bevindt. In het besluit wordt de eigenaar of houder erop gewezen dat het aanlijngebod ook geldt in losloopzones en ook op eigen grond geldt als de eigenaar of houder de hond los laat lopen in een onafgesloten tuin.
Om de maatregel op te kunnen volgen, wordt in het besluit een begunstigingstermijn (de tijd die volgens de burgemeester nodig is om aan het besluit te kunnen voldoen) genoemd. De duur van de begunstigingstermijn wordt bepaald aan de hand van de tijd die redelijkerwijs nodig is om een muilkorf en een korte lijn aan te schaffen, of in ieder geval het middel dat nodig is om het besluit zoals bedoeld in lid 1 of 2 op te kunnen volgen. In principe ligt deze begunstigingstermijn op een week na de ontvangst van het besluit. Als bekend is dat deze middelen al in het bezit zijn van de eigenaar of houder wordt er geen begunstigingstermijn gegeven.
Artikel 12 Intrekking aanlijn- of muilkorfgebod
De burgemeester weegt de uitslag van het (eventuele) risico-assessment mee in zijn beslissing op het verzoek. Verder kan de burgemeester advies inwinnen bij de politie of een andere deskundige instantie en gewicht toekennen aan de volgende factoren:
de peri-incidentfactoren, dit betreft het gedrag van de hond voor, tijdens en na een incident, situationele factoren zoals provocerende interacties, risicovolle situaties, uitlokkende stimuli, situationele omgevingsfactoren, timing karakteristieken en factoren die het doelwit of het slachtoffer betreffen en het type agressie dat de hond vertoont;
De bepalingen van deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op de bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden van de burgemeester en beperken de opsporingsambtenaren niet in hun bevoegdheden die zij ontlenen aan het strafprocesrecht.
Artikel 14 Handhaving aanlijngebod
De hoogte van de dwangsom wordt vastgesteld op duizend euro per overtreding, met een maximum van tweeduizend euro. Als uit feiten blijkt dat het voor de overtreder voordeliger is om de herstelmaatregel niet te nemen, wordt de hoogte van de dwangsom zo vaak als nodig verdubbeld, totdat de prikkel om de last op te volgen, bereikt is.
Artikel 15 Handhaving aanlijn- en muilkorfgebod
In de beschikking kan worden meegedeeld dat, indien het aanlijn- en muilkorfgebod niet wordt nageleefd, de burgemeester de overtreding kan beëindigen door de hond in beslag te nemen. Tevens wordt in de beschikking meegedeeld dat de kosten voor de voorbereiding, het transport, het verblijf, het risico-assessment en de eventuele kosten om de hond te euthanaseren voor rekening zijn van de overtreder.
Artikel 17 Bestuursdwang: inbeslagname
Een gevaarlijke hond kan in beslag worden genomen indien:
Artikel 19 Teruggeven, weggeven, euthanaseren
Indien opvolging van het advies zou inhouden dat de hond aan de eigenaar of de houder teruggegeven wordt, maar er concrete aanwijzingen zijn waaruit afgeleid kan worden dat dit een onacceptabele onrust veroorzaakt in de directe omgeving van het verblijfadres van de houder of de eigenaar, wordt het advies niet opgevolgd. Als de gevaarlijke hond veelvuldig op een ander adres verblijft dan op het verblijfadres van de eigenaar of de houder, dan geldt het bepaalde in de vorige volzin ook ten aanzien van de directe omgeving van dat andere adres.
De teruggave van een gevaarlijke hond brengt, in beginsel, geen verandering teweeg in het oordeel dat de hond gevaarlijk is; het aanlijn- of muilkorfgebod blijft dan ook onverkort van kracht. Alleen indien het risico-assessment vermeld, of als op basis daarvan zonder twijfel kan worden geoordeeld, dat de hond zonder muilkorf in de publieke ruimte ongevaarlijk is voor mensen of andere dieren, kan beslist worden dat de hond niet meer gevaarlijk geacht wordt en het aanlijn- of muilkorfgebod worden opgeheven.
De ander uit het vierde lid, onder b of c, aan wie de hond wordt weggegeven, krijgt een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd, tenzij het risico-assessment vermeldt, of op basis daarvan zonder twijfel kan worden geoordeeld, dat de hond zonder muilkorf in de publieke ruimte ongevaarlijk is voor mensen of andere dieren.
Artikel 20 Uitzonderingen op toepassing van deze beleidsregel
In uitzonderlijke gevallen of bij zeer ernstige situaties kan de burgemeester afwijken van deze beleidsregel. Dit wordt gedaan als er sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. De burgemeester kan dan overgaan tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang op grond van artikel 5:31:1, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht of op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet en het bevel geven om direct over te gaan tot in bewaarneming van de hond.
Op grond van artikel 4:8 Awb zal overeenkomstig deze beleidsregels worden gehandeld. In geval waarbij de toepassing van deze beleidsregels (gelet op het te beschermen belang) leidt tot onevenredige gevolgen voor een of meer belanghebbende(n) kan de burgemeester afwijken van hetgeen in de beleidsregels is bepaald.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-451593.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.