Beleidsregels van de burgemeester van de gemeente Den Helder, houdende regels omtrent openbare manifestaties (Beleidsregels omtrent openbare manifestaties gemeente Den Helder)

 

Beleidsregels omtrent openbare manifestaties gemeente Den Helder

 

 

 

 

Versie 1: 16-09-2025

 

 

 

 

Inhoud

 

Inleiding

4

1. Demonstratierecht is een grondrecht

4

2. De Wet openbare manifestaties (Wom)

4

3. De Gemeentewet

5

4. Het begrip ‘manifestatie’

5

5. Beperkende bevoegdheden van de burgemeester

6

6. Aanmelden manifestaties

8

7. Locatiebepaling manifestatie

8

8. Voorbereiding

9

9. Inzet politie en handhaving

9

10. Niet (tijdig) gemelde, of verboden manifestatie

10

11. Tegendemonstraties

10

12. Evangelisatie en het delen van geloof

11

13. Blokkades en bezettingen

11

14. Objecten bij demonstraties

12

15. Gezichtsbedekking bij demonstraties

13

16. Langdurige en meerdaagse manifestaties

13

Bijlagen

14

Bijlage 1 Voorbeeld bijbehorende brief, inclusief besluit

14

Bijlage 2 Voorbeelden van voorschriften en beperkingen

16

Bijlage 3 Afwegingskader inzet hulpdiensten

17

Bijlage 4 Voorbeeld locatiebepaling manifestatie

18

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

 

Het recht om te demonstreren is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 9 van de Grondwet en verder uitgewerkt in de Wet openbare manifestaties (Wom). Manifestaties vormen een wezenlijk onderdeel van een democratische samenleving. De gemeente Den Helder respecteert dit recht en hanteert als uitgangspunt dat manifestaties in beginsel doorgang moeten kunnen vinden, zonder dat vooraf onnodige beperkingen worden opgelegd. Tegelijkertijd geldt dat, ondanks dit respect voor het recht om te demonstreren, er geen sprake kan zijn van onbeperkt of grenzeloos demonsteren.

 

De gemeente beoordeelt elke situatie afzonderlijk, omdat geen enkele manifestatie hetzelfde is. Dit betekent dat er niet standaard voorwaarden of beperkingen gelden, maar dat per manifestaties wordt gekeken naar de omstandigheden, de locatie en de te verwachten effecten op de omgeving. Daarbij staat het faciliteren van het grondrecht centraal. Alleen wanneer dit strikt noodzakelijk is, kunnen er beperkingen worden gesteld.

 

Beperkingen zijn alleen toegestaan indien deze een wettelijke basis hebben en noodzakelijk zijn in verband met de bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden (artikel 2 Wom). Daarbij gelden de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit: maatregelen mogen niet verder gaan dan nodig is en er moet altijd worden gekeken of er minder ingrijpende alternatieven mogelijk zijn.

 

Het doel van dit beleid is om duidelijk te maken onder welke omstandigheden de burgemeester voorwaarden moet opleggen en welke voorwaarden dat kunnen zijn. Immers, niet alles is toegestaan onder het mom van demonsteren. Het beleid geeft een handelingskader voor situaties waarin zich veiligheidsrisico’s of verstoringen van de openbare orde voordoen. Op die manier kan de gemeente snel en zorgvuldig handelen, met oog voor zowel de veiligheid van deelnemers en omstanders als voor het beschermen van het grondrecht om te demonstreren.

 

1. Demonstratierecht is een grondrecht

 

Het recht om te demonstreren is een fundamenteel mensenrecht dat zowel door de Grondwet als door internationale verdragen wordt beschermd. Dit recht is vastgelegd in diverse internationale en nationale regelingen. Zo waarborgen artikel 21 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrecht en Politieke Rechten (IVBPR) en artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) de vrijheid om vreedzaam te betogen. In Nederland is deze vrijheid neergelegd in artikel 9 van de Grondwet: “Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”. Met andere woorden: wie deelneemt aan een demonstratie, dient zich wel te houden aan de geldende wet- en regelgeving.

 

2. De Wet openbare manifestaties (Wom)

 

De Wom is de Nederlandse wet die de voorwaarden en bevoegdheden regelt rond het houden van demonstraties, betogingen en andere vormen van openbare manifestaties. De Wom regelt de uitoefening van drie grondrechten:

 

  • het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (artikel 6 Grondwet);

  • het recht tot vergadering (artikel 9 Grondwet); en

  • het recht tot betoging (artikel 9 Grondwet).

 

Daarmee vormt de Wom het juridische kader voor manifestaties in de openbare ruimte. Binnen dit kader heeft de burgemeester een dubbele verantwoordelijkheid: enerzijds hoeder van de rechtsstaat, met de opdracht grondrechten te beschermen en faciliteren; anderzijds als bewaker van de openbare orde, met bevoegdheden om in uitzonderlijke gevallen op te treden ter voorkoming van wanordelijkheden. Omdat het hier om fundamentele rechten gaat, heeft de burgemeester als hoeder van de rechtsstaat primair de taak om deze manifestaties te beschermen en te faciliteren. De wet geeft een helder onderscheid in de bevoegdheden die toegekend zijn aan de gemeenteraad en aan de burgemeester:

 

Gemeenteraad: kan regels opstellen over de verplichting tot kennisgeven van een manifestatie. Deze regels zijn opgenomen in artikel 2:3, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hierin is bijvoorbeeld door de gemeente Den Helder vastgesteld dat een manifestatie ten minste 72 uur van tevoren schriftelijk ter kennis wordt gebracht aan de burgemeester.

 

Burgemeester: kan, onder strenge voorwaarden, een manifestatie beperken, verbieden of beëindigen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkomen van wanordelijkheden. Een verbod is een laatste middel (ultimum remedium) waarvan uiterst terughoudend gebruik van wordt gemaakt. Nogmaals wordt benadrukt dat dit beleid wel beperkingen en voorwaarden beschrijft, maar dat het uitgangspunt is dat een manifestatie mag plaatsvinden. De gemeente legt vooraf geen maatregelen op, behalve wanneer dit noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden (artikel 2 Wom).

 

3. De Gemeentewet

 

De Gemeentewet vormt de basis voor het gemeentelijk bestuur en geeft de burgemeester brede bevoegdheden om de openbare orde te beschermen (artikel 172 Gemeentewet). Zo kan de burgemeester bij ernstige dreiging of verstoring van de openbare orde een noodbevel (artikel 175 Gemeentewet) of noodverordening (artikel 176 Gemeentewet) uitvaardigen om de situatie onder controle te krijgen. Hoewel de Gemeentewet zelf geen specifieke bepalingen bevat over het demonstratierecht, kunnen deze noodmaatregelen worden ingezet wanneer de Wom niet toereikend is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de dreiging uitgaat van derden en de veiligheid niet langer kan worden gewaarborgd. Daarbij blijft de burgemeester altijd gebonden aan de kaders van de Grondwet. Deze verhouding tussen de Wom en de Gemeentewet is ook recent bevestigd in de rechtspraak (ECLI:NL:GHAMS:2024:3229).

 

4. Het begrip ‘manifestatie’

 

Vanuit de Wom en de APV onderscheiden we drie begrippen: manifestatie, betoging en demonstratie. In dit beleidsdocument wordt voornamelijk de term “manifestatie” gebruikt.

 

Een manifestatie is een vreedzaam, openbaar en collectief optreden van ten minste twee personen, met als doel gezamenlijk een menig of standpunt uit te dragen. Wanneer een samenkomst gericht is op het plegen van geweld, of wanneer het uitdragen van een standpunt niet langer centraal staat (zoals bij langdurige kampementen), is er geen sprake meer van een manifestatie in de zin van de Wom.

 

Bij het recht op demonstreren staan drie elementen centraal:

 

  • 1)

    Gemeenschappelijkheid

Voor een openbare manifestatie is vereist dat meerdere personen zich verenigen om samen een standpunt kenbaar te maken. Dit beleid is dan ook niet van toepassing op zogenaamde ‘eenpersoonsprotesten’.

 

  • 2)

    Openbare plaatsen & andere dan openbare plaatsen

De Wom maakt onderscheidt tussen “openbare plaatsen” en “andere dan openbare plaatsen”. De bepalingen voor openbare plaatsen worden in paragraaf II van de Wom besproken en onder paragraaf III van de Wom worden de bepalingen voor andere dan openbare plaatsen genoemd:

 

  • Openbare plaatsen: Volgens artikel 1, lid 1, Wom wordt verstaan onder een openbare plaats: “een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek”. Voorbeelden van openbare plaatsen zijn de straat, de voor eenieder toegankelijke wegen, openbare plantsoenen, speelweiden, parken, en de voor eenieder vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages, van winkelgalerijen, van stationshallen en van vliegvelden. Ook de voor ieder vrij toegankelijke wateren zullen veelal zijn aan te merken als openbare plaatsen. Voor openbare plaatsen geldt op grond van artikel 3 Wom en artikel 2:3 APV een kennisgevingsplicht. Deze geldt niet voor andere dan openbare plaatsen.

 

 

  • Andere dan openbare plaatsen: Plaatsen die niet als openbare plaats in de zin van artikel 1, eerste lid, Wom kunnen worden aangemerkt, worden in artikel 8 Wom ‘andere dan openbare plaatsen’ genoemd. Andere dan openbare plaatsen zijn bijvoorbeeld warenhuizen, horeca, musea, stadions, kerken en de voor ieder toegankelijke gedeelten van bijvoorbeeld ziekenhuizen, universiteiten en gemeentehuizen. Het gaat hier niet om woningen of locaties voor leden van een vereniging of een bepaald gezelschap, zoals sociëteiten. Deze andere dan openbare plaatsen zijn niet als openbaar bestemd, het verblijf is er doelgebonden.

 

Bij betogingen op andere dan openbare plaatsen kan de burgemeester alleen opdracht geven een betoging te beëindigen, in het belang van de gezondheid of voorkoming van wanordelijkheden. Het belang van het verkeer geldt hier niet. Een kennisgevingsplicht of het vooraf verbieden of voorschriften stellen op basis van de Wom is niet mogelijk. In de praktijk is het in de eerste plaats aan de eigenaar om te bepalen hoe met de manifestatie om te gaan.

 

Het collectief uiten van een mening op een niet-openbare plaats, zoals in een woning of op een niet voor het publiek toegankelijke locatie (bijvoorbeeld een voor de manifestatie gehuurde zaal), valt niet onder de werking van de Wom. Dergelijke samenkomsten worden wel beschermd door de algemene vrijheid van meningsuiting en het vergaderrecht op grond van artikel 9 van de Grondwet, maar vallen niet onder de specifieke regeling van de Wom.

 

  • 3)

    Meningsuiting

Het derde element van het recht op manifestatie betreft de meningsuiting: het gezamenlijk uitdragen van gedachten, standpunten of wensen. Hoewel de meeste manifestaties gericht zijn op politieke of maatschappelijke onderwerpen, is de inhoudelijke reikwijdte niet beperkt tot deze terreinen.

Optochten zonder primair karakter van gezamenlijke meningsuiting, zoals Sinterklaas- en carnavalsoptochten, vallen niet onder de Wom. Dit geldt ook voor andersoortige acties waarbij het niet (primair) gaat om het gemeenschappelijk uiten van een mening, of waarbij dit element op de achtergrond is geraakt.

 

5. Beperkende bevoegdheden van de burgemeester

 

De Wom geeft de burgemeester verschillende instrumenten om op te treden bij demonstraties en andere openbare manifestaties. Deze bevoegdheden zijn alleen bedoeld om de belangen van openbare orde, volksgezondheid en veiligheid te beschermen, en mogen alleen worden ingezet als de wet dit toestaat en met respect voor de grondrechten van burgers (artikel 2 Wom; artikel 9 Grondwet; artikel 11 EVRM).

 

Het beleid beschrijft de beperkende bevoegdheden van de burgemeester om duidelijkheid te geven over hoe de gemeente Den Helder moet handelen bij een onveilige situatie. Deze bevoegdheden worden uitsluitend toegepast ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden (artikel 2 Wom).

 

1. Beperkingen opleggen

De burgemeester kan op grond van artikel 5 Wom na kennisgeving voorwaarden of beperkingen stellen aan een manifestatie, bijvoorbeeld over de locatie, het tijdstip of de manier waarop deze wordt gehouden. De inhoud van de manifestatie mag echter nooit de reden zijn voor een beperking (artikel 5 lid 3 Wom). Beperkingen kunnen worden gegeven met het oog op de in artikel 2 Wom genoemde doelcriteria (gezondheid, verkeer, wanordelijkheden).

 

2. Verbod instellen

Als minder ingrijpende maatregelen niet voldoende zijn, kan de burgemeester besluiten de manifestatie geheel of gedeeltelijk te verbieden. Dit is een uiterste maatregel (ultimum remedium) en mag alleen als het noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid, het verkeer of de openbare orde (artikel 5 Wom). Ook een verbod mag nooit gebaseerd zijn op de inhoud van de manifestatie, maar uitsluitend op de wijze van uitvoering (artikel 5 lid 3 Wom).

 

3. Aanwijzingen geven

Tijdens de manifestatie mag de burgemeester aanwijzingen geven aan de organisator of deelnemers, met als doel de manifestatie veilig en ordelijk te laten verlopen (artikel 6 Wom). Deze aanwijzingen moeten direct worden opgevolgd en worden achteraf schriftelijk bevestigd.

4. Beëindigen van een manifestatie

Openbare plaatsen: De burgemeester kan volgens artikel 7 Wom opdracht geven om een manifestatie op openbare plaats te beëindigen als zich een situatie voordoet die valt onder de gronden van artikel 2 Wom, zoals een dreigende verstoring van de openbare orde, gevaar voor de volksgezondheid of het belang van het verkeer. Het niet naleven van gestelde voorwaarden of aanwijzingen, of het houden van een manifestatie waarvoor een verbod geldt, kan aanleiding zijn om tot beëindiging over te gaan, mits dit noodzakelijk is op basis van de genoemde gronden. Beëindiging is een ultimum remedium.

 

Andere dan openbare plaatsen: Artikel 8 van de Wom geeft de burgemeester de bevoegdheid om een voor het publiek toegankelijke vergadering of manifestatie op andere dan openbare plaatsen te beëindigen, indien dit noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Niet voor het publiek toegankelijke vergaderingen vallen hier niet onder.

 

Afwegingskader voor inzet van artikel 7 en 8 Wom:

Bij het nemen van een besluit tot beëindiging op basis van artikel 7 en 8 Wom hanteert de burgemeester de volgende uitgangspunten:

 

  • Uitsluitend bij zwaarwegende belangen: Beëindiging is alleen toegestaan als dit strikt noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Andere belangen, zoals verkeer, zijn niet van toepassing bij deze bevoegdheid.

  • Ultimum remedium: Beëindiging geldt als uiterste middel. Minder ingrijpende maatregelen, zoals het geven van aanwijzingen (artikel 6 Wom), moeten eerst zijn geprobeerd en onvoldoende gebleken.

  • Proportionaliteit: Het ingrijpen moet in verhouding staan tot het belang dat wordt beschermd (bijvoorbeeld de ernst van de wanordelijkheden of het gezondheidsrisico).

  • Subsidiariteit: Beëindiging is een ultimum remedium. Minder ingrijpende maatregelen moeten zijn overwogen of geprobeerd (bijvoorbeeld overleg met organisatoren, het geven van aanwijzingen).

  • Concrete en actuele dreiging: Er moet sprake zijn van een reëel risico dat zich op korte termijn manifesteert. Vage vermoedens of subjectieve gevoelens van onbehagen zijn onvoldoende.

  • Beoordeling per situatie: De aard van de locatie, de toegankelijkheid voor publiek en de context van de manifestatie spelen mee in de afweging.

  • Motivering en transparantie: Het besluit tot beëindigen moet zorgvuldig worden gemotiveerd en gebaseerd zijn op concrete feiten en omstandigheden. De burgemeester communiceert duidelijk over de reden van beëindiging richting organisatoren en deelnemers.

 

Artikel 7 en 8 van de Wom zijn kan-bepalingen. De burgemeester kan, maar is niet verplicht om, op te treden. Dat betekent dat elke situatie afzonderlijk moeten worden beoordeeld en dat geval tot geval een zorgvuldige afweging moet worden gemaakt.

 

Noodbevoegdheden

In uitzonderlijke en acute situaties waarin de veiligheid ernstig in het geding is en de Wom onvoldoende mogelijkheden biedt, kan de burgemeester terugvallen op zijn noodbevoegdheden uit de Gemeentewet (artikel 175 en 176 Gemeentewet).

 

In een recente uitspraak van de Raad van State is bevestigd dat een noodbevel kan worden ingezet wanneer de Wom tekortschiet, bijvoorbeeld in situaties waarin sprake is van ernstige vrees voor het ontstaan van wanordelijkheden (artikel 175, eerste lid, Gemeentewet).

Het is belangrijk om te weten dat het verplaatsen van demonstranten niet op basis van artikel 175 van de Gemeentewet kan worden opgelegd. Hiervoor moet artikel 176a van de Gemeentewet worden toegepast. Wordt dit niet gedaan, dan is het besluit onrechtmatig.

 

Een bestuurlijke verplaatsing wordt namelijk aangemerkt als een vorm van vrijheidsontneming in de zin van artikel 15 van de Grondwet. Volgens de wetgever is artikel 176a Gemeentewet het aangewezen instrument voor de burgemeester om, met het oog op de handhaving van de openbare orde, tot verplaatsing over te gaan, indien deze gepaard gaat met vrijheidsontneming (Kamerstukken II 1998/99, 26 735, nr. 3, p. 25). Uiteraard geldt dat bestuurlijke verplaatsing een ultimum remedium is. De gemeente Den Helder zal dit middel alleen toepassen wanneer dit strikt noodzakelijk.

 

6. Aanmelden manifestaties

 

Demonstreren is grondwettelijk beschermd en vereist geen vergunning. Wel geldt er op basis van artikel 2:3 APV een meldingsplicht. De organisator dient ten minste 72 uur voordat de manifestatie plaatsvindt een schriftelijke kennisgeving in bij de burgemeester. Dit kan eenvoudig via de website van de gemeente Den Helder: Demonstratie (manifestatie) melden - Gemeente Den Helder

 

Het doel van de verplichting om ten minste 72 uur van tevoren aan te melden bij de burgemeester, is om de gemeente Den Helder en andere betrokken partijen voldoende tijd te geven om de veiligheid en openbare orde te waarborgen. Door tijdige kennisgeving kan de gemeente Den Helder beoordelen of er aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals inzet van politie, verkeersmaatregelen, tegendemonstraties of overleg met andere betrokken partijen.

 

Bij deze kennisgeving is de organisatie verplicht zes zaken te melden. Dit zijn:

 

  • naam, telefoonnummer, e-mailadres en adres van degene die de manifestatie houdt (de organisator);

  • het doel van de manifestatie;

  • de datum(s) van de manifestatie;

  • hoe laat de manifestatie start en hoe laat deze eindigt;

  • het aantal deelnemers dat wordt verwacht;

  • de plaats van de manifestatie. En als dit van toepassing is: de route en de plaats waar de manifestatie eindigt;

  • maatregelen van de organisator om een goed verloop te bevorderen.

 

Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. Valt het moment van melden op een vrijdag na 12.00 uur, op een zaterdag, op een zondag of op een algemeen erkende feestdag, dan geldt als uiterlijke meldtermijn de voorgaande werkdag vóór 12.00 uur.

 

7. Locatiebepaling manifestatie

 

Een demonstratievak is een aangewezen gebied waar demonstranten mogen samenkomen en hun mening uiten, vaak in het openbaar. Het is een plek die door de burgemeester is aangewezen om een demonstratie te faciliteren en tegelijkertijd de openbare orde te handhaven.

 

In principe bepaalt de demonstrant zelf hoe, waar en wanneer een demonstratie plaatsvindt. De gemeente heeft de plicht om zich maximaal in te spannen zodat een demonstratie mogelijk is binnen zicht- en geluidsafstand van het doelwit van het protest (het zogenaamde sight and sound-principe). Indien dit niet haalbaar is en beperkingen noodzakelijk zijn ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden (artikel 2 WOM), dient de gemeente Den Helder deze beslissing zorgvuldig te motiveren. Daarbij wordt in overleg met de demonstranten gezocht naar een alternatieve locatie die naar hun oordeel geschikt is.

 

Bijlage 4 bevat een voorbeeldafbeelding van een locatiebepaling.

 

 

 

8. Voorbereiding

 

Na ontvangt van de kennisgeving kan de gemeente Den Helder contact opnemen met de organisator om aanvullende informatie te verkrijgen. Indien de aard of omvang van de manifestatie extra maatregelen vereist, stelt de burgemeester, in samenwerking met de politie, een risico inschatting op. Daarbij worden onder meer de volgende aspecten beoordeeld:

 

  • Organisatie

  • Aard van de manifestatie

  • Voldoende voorbereidingstijd

  • Omvang doelgroep in relatie tot de locatie

  • Doelgroep: wat zijn risico’s, wie worden verwacht?

  • Inzet gemeente en politie; nodig, en zo ja waar en wanneer?

 

Indien dit noodzakelijk is vanwege een gevaarlijke situatie, wordt een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) opgestart. Hierbij kan een ambtenaar openbare orde en veiligheid (AOV’er) van de gemeente Den Helder optreden als liaison.

 

Zodra de risico’s zijn ingeschat en er geen belemmeringen meer zijn, versterkt de burgemeester een Wom-beschikking. Deze beschikking kan zowel algemene basisvoorwaarden, zoals vastgelegd in bijlage 2, als specifieke beperkingen bevatten die voortvloeien uit de unieke omstandigheden van de manifestatie. In principe biedt de beschikking de door de organisator gewenste locatie, tenzij de risicoanalyse wijst op noodzaak tot wijziging. In dat geval kan de burgemeester een alternatieve locatie aanwijzen of aanvullende locatieregels opleggen.

 

9. Inzet politie en handhaving

 

De inzet van de politie hangt af van de aard, locatie, tijdstip en het aantal deelnemers van de manifestatie, evenals van ervaringen uit het verleden. Politie-inzet vindt uitsluitend plaats wanneer dit strikt noodzakelijk is voor de situatie. Daarnaast speelt de beschikbare politiecapaciteit een belangrijke rol bij de beoordeling of een manifestatie onder voorwaarden kan plaatsvinden of eventueel verboden wordt (artikelen 2 en 5 Wom).

 

De organisator is op grond van artikel 6 Wom verantwoordelijk voor het ordelijk verloopt van de manifestatie en moet zich houden aan de door de burgemeester gestelde voorwaarden. Politie en de gemeente Den Helder houden, indien mogelijk, contact met de organisator om het verloop in goede banen te leiden. Het optreden van de politie is gericht op het handhaven van de openbare orde en veiligheid, op basis van de artikel 172 Gemeentewet.

 

De afstemming over het optreden van de politie bij demonstraties vindt plaats binnen het driehoeksoverleg. In deze driehoek werken de burgemeester, de officier van justitie en de politiechef samen, zoals geregeld in artikel 13 Politiewet 2012. Tijdens deze bijeenkomsten bespreken zij onder meer risico’s, de benodigde inzet van politie, het waarborgen van de openbare orde en eventuele strafrechtelijke aspecten.

 

Indien de aard, omvang en risico-inschatting daartoe aanleiding geven, wordt een eventuele opschaling van de inzet voorbereid. De daadwerkelijke opschaling van de politie-inzet vindt altijd plaats in afstemming met en op aanwijzing van de burgemeester. Hierbij kan, in uiterste gevallen, worden gedacht aan inzet van politie, Mobiele Eenheid (ME), Bijstandseenheid (BE) en bijzondere middelen zoals een waterwerper. Alleen bij spoedeisende situaties waarin overleg niet mogelijk is, mag de politie direct ingrijpen op grond van artikel 11 van de Wom. De strafrechtelijke handhaving valt onder het gezag van de officier van justitie, conform het Wetboek van Strafvordering

 

Het beleid houdt rekening met de inzetbaarheid van hulpdiensten en gemeentelijke diensten. Een zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen het recht op manifestatie en de praktische haalbaarheid van het handhaven van de openbare orde. In bijlage 3 is een afwegingskader opgenomen met de criteria en procedures voor de inzet van hulpdiensten.

 

10. Niet (tijdig) gemelde, of verboden manifestatie

 

Wanneer een manifestatie niet tijdig of op de juiste wijze aan de meldingsplicht heeft voldaan, kan dit aanleiding zijn voor de burgemeester om aanvullende voorwaarden te stellen of, indien strikt noodzakelijk, de manifestatie te beperken of te beëindigen. Een verbod of beëindiging is echter alleen toegestaan als dit noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid, het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden, zoals genoemd in artikel 2 Wom. Het enkele niet (tijdig) melden is op zichzelf onvoldoende grond voor een verbod of beëindiging.

 

Desondanks hanteert de gemeente Den Helder het uitgangspunt dat ook manifestatie die niet (of onjuist) zijn aangemeld, gefaciliteerd worden. In dat geval wordt alsnog een Wom-beschikking opgesteld, die ter plaatse aan de organisator wordt overhandigd.

 

Indien een manifestatie formeel is verboden, maar desondanks dreigt door te gaan, kan de burgemeester, afhankelijk van de locatie, op basis van artikel 7 Wom (voor openbare plaatsen) of artikel 8 Wom (voor andere dan openbare plaatsen) overgaan tot beëindiging van de bijeenkomst, mits aan de wettelijke gronden is voldaan. In beide gevallen beoordeelt de burgemeester, in overleg met de gezagsdriehoek (politie, Openbaar Ministerie en gemeente), welke maatregel passend en noodzakelijk is. Daarbij wordt steeds het afwegingskader gehanteerd (zie bijlage 3).

 

Indien deze wettelijke bevoegdheden ontoereikend zijn kan de burgemeester daarnaast gebruikmaken van de noodbevoegdheden op grond van artikel 175 of 176 van de Gemeentewet, zoals het uitvaardigen van een noodbevel om de bijeenkomst direct te beëindigen. Deze bevoegdheden zijn nader toegelicht in hoofdstuk 5: Beperkende bevoegdheden van de burgemeester.

 

11. Tegendemonstraties

 

Ook bij tegendemonstraties, manifestaties die gericht zijn op het uiten van een tegengeluid bij een andere manifestatie, gelden de voorwaarden uit de Wom. Volgens artikel 2 Wom kan de burgemeester beperkingen stellen aan zowel de oorspronkelijke demonstratie als de tegendemonstratie, indien dit noodzakelijk ter bescherming van de gezondheid, het verkeer of ter voorkoming van wanordelijkheden. Daarnaast zijn de grondrechten op vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet) en vergadering (artikel 9 Grondwet) en artikel 10 en 11 EVRM, leidend bij beoordeling en facilitering van beide overeenkomsten.

 

De gemeente Den Helder streeft ernaar om zowel de demonstratie als de tegendemonstratie binnen hoor- en zichtastand van elkaar te laten plaatsvinden, zodat het recht op vrije meningsuiting voor alle betrokkenen wordt gerespecteerd. Dit uitgangspunt sluit aan bij jurisprudentie van het EHRM (EHRM, Plattform Ärzte für das Leben v. Oostenrijk, 21 juni 1988, nr. 10126/82) en de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:2437). Uit deze rechtspraak volgt dat de gemeente beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van locaties voor demonstraties, maar dat de locatiekeuze niet mag leiden tot een feitelijk verbod door demonstranten te verplaatsen naar een afgelegen plek; de samenleving moet in staat blijven te worden geconfronteerd met verschillende meningen. Ook benadrukt het EHRM dat strafrechtelijk optreden tegen demonstranten niet zo ver mag gaan dat het een “chilling effect” heeft op anderen die vreedzaam willen demonstreren (EHRM, Oya Ataman v. Turkije, 5 december 2006, nr. 74552/01).

 

De gemeente heeft op grond van artikel 9 Grondwet en artikel 11 EVRM bovendien een inspanningsverplichting om beide groepen te beschermen, ook als er sprake is van vijandig publiek of tegendemonstraties. De overheid mag een tegendemonstratie niet verbieden enkel vanwege het uiten van een tegengeluid of vanwege vijandig publiek. Beperkingen of een verbod zijn alleen toegestaan als dit noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid, het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Vijandig publiek mag alleen reden zijn voor beëindiging als de veiligheid niet meer kan worden gewaarborgd, zelfs niet met maximale inzet van politie (bestuurlijke overmacht). De gemeente Den Helder hanteert dit als uitgangspunt bij de beoordeling van manifestaties.

 

 

 

12. Evangelisatie en het delen van geloof

 

Evangelisatie, oftewel het uitdragen en delen van een geloofsovertuiging in de openbare ruimte, valt onder de vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet) en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (artikel 6 Grondwet). Deze grondrechten bieden personen en organisaties in beginsel de mogelijkheid hun geloof te verkondigen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld door gesprekken, het uitdelen van drukwerk of het houden van een samenkomst. De gemeente Den Helder erkent evangelisatie als een grondrecht dat uitgangspunt vormt bij de beoordeling van aanvragen of meldingen.

 

De uitoefening van deze vrijheden is niet absoluut. Beperkingen zijn toegestaan indien deze bij of krachtens de wet zijn voorzien en noodzakelijk zijn in een democratische samenleving ter bescherming van de openbare orde, gezondheid of veiligheid (artikel 2 Wom).

 

Deze voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de locatie, de duur en het tijdstip van de activiteit, het gebruik van versterkte geluidsapparatuur, het vrijhouden van doorgang voor verkeer en publiek, en het voorkomen van onevenredige hinder voor omwonenden en passanten.

 

Het uitgangspunt van de gemeente Den Helder is dat evangelisatieactiviteiten in de openbare ruimte mogelijk moeten zijn, mits deze in redelijke balans plaatsvinden met de rechten en belangen van anderen. Alleen wanneer er sprake is van concrete en zwaarwegende risico’s voor de openbare orde, gezondheid of veiligheid, kan worden besloten beperkingen op te leggen of de activiteit niet toe te staan.

 

13. Blokkades en bezettingen

 

De gemeente Den Helder maakt in haar beleid een duidelijk onderscheid tussen vreedzame demonstraties en acties waarbij sprake is van blokkades of bezettingen van vitale infrastructuur. Dit onderscheid is van belang om enerzijds het recht op demonstratie, zoals vastgelegd in artikel 9 Grondwet en artikel 11 EVRM, te waarborgen. Anderzijds om de openbare orde en veiligheid en het functioneren van belangrijke maatschappelijke voorzieningen te beschermen.

 

Hoewel het demonstratierecht ruim wordt geïnterpreteerd, is het niet absoluut. De Hoge Raad oordeelde in het ‘Schiphol-arrest’ (HR 7 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8510) dat het demonstratierecht mag worden beperkt wanneer sprake is van verstoring van vitale processen, mits aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan. Ook uit jurisprudentie van het EHRM (zoals in de zaak Öllinger v. Oostenrijk, ECLI:CE:ECHR:2006:0629JUD007690101) blijkt dat staten beperkingen mogen opleggen aan demonstraties wanneer deze disproportioneel inbreuk maken op de rechten van anderen of de openbare orde.

 

Bij blokkades of bezettingen die leiden tot ernstige verstoring van vitale functies, zoals hulpdiensten, openbaar vervoer, overheidsinstellingen of energievoorzieningen, is het mogelijk dat de demonstratie (gedeeltelijk) aan beperkingen wordt onderworpen of, in uiterste gevallen, wordt beëindigd. Dit gebeurt alleen bij een concrete, onderbouwde dreiging en na afweging van de volgende factoren:

  • De mate van fysieke belemmering van toegang tot of functioneren van vitale infrastructuur;

  • De duur van de blokkade of bezetting;

  • De mogelijkheid tot dialoog of verplaatsing;

  • De proportionaliteit van de actie in verhouding tot het doel van de manifestatie;

  • De beschikbaarheid van alternatieve vormen van protest.

 

Deze aanpak zorgt voor een proportionele en transparante afweging tussen het faciliteren van vreedzame demonstraties en het beschermen van de openbare orde en vitale belangen. Zo blijft het demonstratierecht gewaarborgd, terwijl tegelijkertijd juist kan worden opgetreden als de grenzen van dit recht worden overschreden.

 

 

 

14. Objecten bij demonstraties

 

Demonstranten bepalen in principe zelf welke voorwerpen of objecten zij tijdens een manifestatie gebruiken. De burgemeester kan het gebruik van bepaalde voorwerpen slechts beperken of, als het echt niet anders kan, verbieden wanneer dit noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid, om ernstige verkeershinder te voorkomen of wanneer het tot wanordelijkheden leidt. Daarbij geldt altijd dat demonstranten zich aan de wet moeten houden.

 

Wapens en voorwerpen met als doel strafbare feiten te plegen

Het meenemen van wapens is strafbaar, net als het hanteren van andere voorwerpen met de bedoeling om strafbare feiten te plegen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan brand stichten met fakkels of geweld met stokken. In deze gevallen kan de officier van justitie besluiten tot aanhouding en strafvervolging van de demonstrant.

 

Geluidsinstallaties

Het gebruik van geluidsinstallaties, zoals megafoons of beamers, is in principe toegestaan tijdens een demonstratie. Dergelijke middelen kunnen belangrijk zijn om een boodschap aan een groter publiek over te brengen. Voorwaarde is wel dat het gebruik hiervan in direct verband staat met de demonstratie. Als dat niet het geval is, bijvoorbeeld bij een muziekoptreden dat losstaat van de betoging, kan een aparte vergunningplicht gelden. De burgemeester mag het geluidsniveau beperken, maar alleen als dit noodzakelijk is om gezondheidsredenen of ter voorkoming van wanordelijkheden. Ook hier geldt dat demonstranten zich aan de wet moeten houden. In artikel 431 van het Wetboek van Strafrecht is bijvoorbeeld bepaald dat het maken van buitensporig lawaai in de nacht, waardoor anderen worden gestoord, strafbaar is.

 

Voertuigen

Ook voertuigen kunnen tijdens een manifestatie een rol spelen, bijvoorbeeld als een spreker vanuit een voertuig de menigte toespreekt. Het gebruik van voertuigen is daarom toegestaan, zolang het demonstratiedoel hiermee wordt gediend. De burgemeester kan dit gebruik alleen beperken als dat noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid of om ernstige verkeershinder of wanordelijkheden te voorkomen.

 

Afwegingskader gebruik voorwerpen en objecten bij manifestaties

  • Vrijheid van gebruik: Demonstranten bepalen zelf welke voorwerpen zij meenemen.

  • Beperkingen of verboden gelden alleen als dit strikt noodzakelijk is om:

    • °

      de gezondheid te beschermen,

    • °

      ernstige verkeerschaos te voorkomen,

    • °

      of wanordelijkheden te bestrijden.

  • Demonstranten moeten zich altijd aan de wet houden.

  • Wapens en voorwerpen voor strafbare feiten: Het meenemen van wapens is verboden. Ook het gebruik van andere voorwerpen met het doel om strafbare feiten te plegen is strafbaar.

  • Geluidsinstallaties: Gebruik van megafoons, microfoons en beamers is toegestaan als ze direct bij de demonstratie horen. Geluid zonder directe relatie (bijv. muziek) kan vergunningplichtig zijn. Geluidsniveau mag beperkt worden bij gezondheids- of veiligheidsrisico’s. Buitensporig lawaai is strafbaar.

  • Voertuigen: Voertuigen mogen gebruikt worden als ze bijdragen aan de demonstratie. Beperkingen zijn alleen mogelijk bij risico’s voor gezondheid, verkeer of openbare orde.

 

 

 

 

15. Gezichtsbedekking bij demonstraties

 

Een actuele maatschappelijke ontwikkeling is het toenemende gebruik van gezichtsbedekking door demonstranten. Op 15 april 2025 liet de Rijksoverheid weten dat het kabinet werkt aan de verkenning van een mogelijk wetsvoorstel om gezichtsbedekking bij demonstraties te verbieden. Dit voorstel komt voort uit de observatie dat steeds meer demonstranten hun gezicht onherkenbaar maken, bijvoorbeeld om identificatie of handhaving te bemoeilijken. Tegelijkertijd wordt erkend dat gezichtsbedekking soms een essentieel onderdeel vormt van de boodschap of het karakter van een demonstratie, bijvoorbeeld bij protesten tegen surveillancetechnologie of ter bescherming van de identiteit bij gevoelige onderwerpen.

 

Het wetsvoorstel voorziet daarom in een verbod met een mogelijkheid tot ontheffing. Burgemeesters kunnen in specifieke gevallen toestemming geven voor gezichtsbedekking, bijvoorbeeld als dit een belangrijk onderdeel is van het protest of samenhangt met religieuze overtuigingen.

 

Deze benadering sluit aan bij de lijn van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). In de zaak S.A.S. tegen Frankrijk (EHRM, 1 juli 2014, nr. 43835/11) heeft het Hof geoordeeld dat een algemeen verbod op gezichtsbedekking in het openbaar in principe is toegestaan, mits het verbod een legitiem doel dient, zoals het beschermen van de openbare orde of het bevorderen van samenleven, en de maatregel in verhouding staat tot dat doel. Het Hof onderstreepte echter dat er altijd ruimte moet zijn voor uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer gezichtsbedekking een vorm van expressie is of een protestboodschap ondersteunt.

 

De gemeente Den Helder heeft het verbod op gezichtsbedekking opgenomen in de voorwaarden, maar beoordeelt per manifestatie of dit noodzakelijk is. Wanneer gezichtsbedekking wordt gebruikt als een vorm van expressie of ter ondersteuning van een protestboodschap, zal de gemeente Den Helder daar erkenning aan geven.

 

16. Langdurige en meerdaagse manifestaties

 

Het uitgangspunt is dat demonstranten in principe zelf bepalen hoe lang zij willen demonstreren. Ook manifestaties die langere tijd duren, zoals demonstraties die weken of zelfs maanden aanhouden, vallen onder het recht om te demonstreren, zolang het uiten van een mening centraal blijft staan. Wanneer de meningsuiting echter naar de achtergrond verdwijnt, bijvoorbeeld bij een langdurig kampement zonder duidelijke uitingsvorm, wordt niet langer gesproken van een manifestatie in de zin van het demonstratierecht.

 

Bij het organiseren van meerdaagse of langdurige openbare manifestaties kan de gemeente, na beoordeling van het verzoek, een beschikking afgeven waarin wordt toegestaan dat de demonstratie gedurende meerdere dagen plaatsvindt. Deze beschikking wordt verleend onder de voorwaarde dat de manifestatie in dezelfde vorm en onder dezelfde omstandigheden blijft plaatsvinden als in de oorspronkelijke melding. Dit houdt in dat er geen wezenlijke wijzigingen mogen optreden in bijvoorbeeld het aantal deelnemers, de locatie, het tijdschema of de aard van de activiteiten. Indien er toch veranderingen optreden, dienen de organisatoren dit direct aan de gemeente Den Helder te melden, waarna een herbeoordeling van de situatie zal plaatsvinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlagen

 

Bijlage 1 Voorbeeld bijbehorende brief, inclusief besluit

 

 

Geachte ....,

 

Middels dit besluit laat ik u weten dat ik kennis heb genomen van uw melding ..., bij ons ontvangen op … met zaaknummer ... Hierin lees ik uw voornemen om op …, van … uur tot … uur een demonstratie te laten plaatsvinden, om …

U verwacht dat … personen aanwezig zullen zijn bij de demonstratie.

 

Manifestatie

Het thema van uw manifestatie is een … waarin u graag … U maakt hierbij gebruik van …

 

Plaats

 

Besluit

Met inachtneming van de in deze brief genoemde voorschriften en beperkingen, kan uw manifestatie doorgaan op …, tussen … uur en … uur, op de locatie …

 

Op grond van artikel 2, 5, 6 en 7 van de Wet openbare manifestaties (Wom), ter bescherming van de gezondheid en ter voorkoming van wanordelijkheden, heb ik besloten een aantal voorschriften en beperkingen op te leggen aan deze betoging. Hierbij kan ik tijdens de manifestatie op grond van artikel 6 Wom aanwijzingen geven aan de deelnemers van een manifestatie. Ook heb ik op grond van artikel 7, aanhef en onder a en c, Wom de bevoegdheid een manifestatie terstond te (doen) beëindigen en/of uiteen te laten gaan indien in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing of de belangen, zoals genoemd in artikel 2 van de Wom, dat vorderen.

 

Motivering

U hebt het recht uiting te geven aan uw standpunten. Toch ben ik genoodzaakt enkele voorschriften en beperkingen op te leggen aan uw manifestatie. Hiermee wil ik voorkomen dat wanordelijkheden zich voordoen. Ik ben bevoegd dit te doen op grond van artikel 2 van de Wom.

 

 

Daarbij leg ik de volgende voorschriften en beperkingen op grond van de Wet openbare manifestaties:

 

  • 1.

    ….

  • 2.

    ….

  • 3.

    ….

 

 

 

 

Contactpersonen

Indien nodig kunt u contact opnemen met de volgende personen:

Politie: … Bureau Den Helder - 0900 8844

Gemeente: …

 

Tot slot

Het vermogen om tegengestelde en soms zelfs provocerende en luidruchtige uitingen te tolereren, is de kracht van onze democratie, een beginsel dat wij hoog houden in de gemeente Den Helder. Een demonstratie mag gezien worden, gehoord worden en de aandacht trekken. Een demonstratie mag echter geen wanordelijkheden veroorzaken. Als blijkt dat aan bovenstaande voorschriften niet wordt voldaan, strafbare feiten worden gepleegd en/of wanordelijkheden plaatsvinden of dreigen plaats te vinden, dan kan ik aanwijzingen geven, de manifestatie beëindigen, maar ook uw manifestatie laten verplaatsen. Voorts wijs ik er op dat het niet naleven van voorschriften, beperkingen of aanwijzingen een strafbaar feit oplevert op grond van artikel 11 WOM.

 

 

 

 

 

 

 

De burgemeester van Den Helder,

 

J.A. (Jan) de Boer MSc.

 

 

 

Bent u het niet eens met het besluit in deze brief?

Wanneer u naar aanleiding van het hierboven vermelde besluit vragen mocht hebben, dan kunt u ons altijd voor een verdere toelichting bellen. Het telefoonnummer staat bovenaan deze brief.

 

Bezwaar maken gaat als volgt. U kunt als belanghebbende tegen dit besluit binnen zes weken na de bovenaan deze brief vermelde dag waarop het besluit is verzonden met een brief (niet per e-mail) een bezwaarschrift indienen bij de Burgemeester van Den Helder, ter attentie van het secretariaat van de Commissie voor de bezwaarschriften, Postbus 36, 1780 AA Den Helder. In het bezwaarschrift moet het volgende staan:

  • °

    uw contactgegevens zoals uw naam en adres (en telefoonnummer);

  • °

    de dagtekening;

  • °

    het kenmerk van het besluit en een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt (u kunt een kopie van het besluit (deze brief) meesturen);

  • °

    de reden(en) waarom u bezwaar indient en wat het besluit volgens u moet zijn;

  • °

    uw handtekening.

Het indienen van een bezwaarschrift of tussentijds bellen schort niet de werking van het hierboven vermelde besluit op. Dat betekent dat het besluit blijft gelden in de tijd dat uw bezwaarschrift in behandeling is. Kunt u vanwege de spoedeisendheid van de betrokken belangen een beslissing op uw bezwaarschrift niet afwachten? Dan kunt u gelijktijdig met of na de indiening van uw bezwaarschrift de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, Postbus 1621, 2003 BR Haarlem, vragen een voorlopige voorziening te treffen om de werking van het besluit voor de duur van uw bezwaarschriftprocedure te schorsen. Houdt u er rekening mee dat de rechtbank hiervoor kosten in rekening brengt. Zie ook: www.rechtspraak.nl.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 2 Voorbeelden van voorschriften en beperkingen

 

De gemeente Den Helder verbind alleen voorschriften of beperkingen aan een demonstratie wanneer die noodzakelijk en proportioneel zijn voor een legitiem doel: de nationale of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden en de rechten en vrijheden van anderen.

 

Deze voorschriften en beperkingen zijn niet definitief en kunnen worden aangepast indien de omstandigheden daarom vragen.

 

Voorschriften en beperkingen:

 

  • 1.

    Uw mag de manifestatie houden op …, tussen … uur en … uur, op de locatie ….

  • 2.

    De organisatie van de manifestatie is primair verantwoordelijk voor het ordelijk verloop en het gedrag van deelnemers van de manifestatie

  • 3.

    De organisatie van de manifestatie dient zorg te dragen dat de groep bij elkaar blijft.

  • 4.

    De organisatie draagt zorg voor een contactpersoon ten behoeve van de politie en de gemeente Den Helder. U heeft aan gegeven zelf aanspreekpunt te zijn voor de manifestatie.

  • 5.

    De organisatie draagt er zorg voor dat de deelnemers op de hoogte zijn van de aan de manifestatie verbonden voorschriften en beperkingen.

  • 6.

    De organisatie ziet er op toe dat deze voorschriften en beperkingen worden nageleefd.

  • 7.

    De organisatie ziet er op toe dat er geen personen onder kennelijke invloed van drank en/of verdovende middelen deelnemen aan de manifestatie.

  • 8.

    Het plegen van strafbare feiten is niet toegestaan.

  • 9.

    De manifestatielocatie dient na de manifestatie schoon, heel en veilig te worden achtergelaten.

  • 10.

    De demonstratie of manifestatie mag geen schade toebrengen aan derden en overlast veroorzaken

  • 11.

    Als u flyers uitdeelt en mensen gooien ze op de grond, moet u ze zelf opruimen. U moet zorgen voor een zogenaamde ordedienst (mensen die de manifestatie of demonstratie ordelijk laten verlopen).

  • 12.

    Het is niet toegestaan alcohol bij zich te dragen en/of te gebruiken.

  • 13.

    Tijdelijke bouwwerken zoals podia of verhogingen zijn niet toegestaan.

  • 14.

    Versterkt geluid (waaronder een megafoon) is niet toegestaan.

  • 15.

    Er mogen geen gebouwen, wegen en/ of kruisingen of splitsingen hiervan worden geblokkeerd.

  • 16.

    Het bevestigen van eventuele spandoeken aan andermans eigendommen is niet toegestaan.

  • 17.

    Het dragen van gezicht bedekkende kleding of kledingstukken die het doel hebben om herkenning te voorkomen (bivakmutsen, helmen, shawls, e.d.) is niet toegestaan.

  • 18.

    Het dragen van club (gerelateerde) kleding zoals voetbalkleding en jacks van motorclubs is niet toegestaan.

  • 19.

    Zolang de betreffende aangegeven locatie niet is betreden, mogen geen uiterlijke vertoningen van de manifestatie getoond worden.

  • 20.

    Het meevoeren van wapens, fakkels of voorwerpen die als wapen gebruikt kunnen worden is niet toegestaan.

  • 21.

    Het verbranden van voorwerpen of stoffen, zoals bijvoorbeeld hout, oliën, kaarsen, fakkels of vuurwerk is niet toegestaan.

  • 22.

    De deelnemers aan de manifestatie dienen zich te onthouden van openlijk geweld tegen personen en/of goederen.

  • 23.

    Het is de deelnemers van de manifestatie niet toegestaan het overheidsoptreden of optreden van hulpdiensten te belemmeren.

  • 24.

    Deelnemers aan de manifestatie dienen de aanwijzingen, gegeven door de politie in het belang van de openbare orde of veiligheid van personen en goederen, dan wel ter beperking van gemeen gevaar, terstond en stipt op te volgen.

  • 25.

    Indien naar het oordeel van de politie de deelnemers zich niet conform de voorwaarden gedragen, dient u de manifestatie te staken.

  • 26.

    Bij demonstraties tijdens herdenkingen geldt het ‘sight and sound’-principe, waarbij demonstranten zo dicht mogelijk bij het doel mogen protesteren zonder de herdenking te verstoren. Alleen bij een duidelijke verstoring kan hiervan worden afgeweken, na overleg met betrokkenen.

 

Bijlage 3 Afwegingskader inzet hulpdiensten

 

Afwegingskader voor de inzet van hulpdiensten

Het uitgangspunt blijft dat de overheid zich maximaal inspant om demonstraties mogelijk te maken, ook bij beperkte capaciteit. Echter, in situaties van acute of structurele onderbezetting bij politie, handhaving of andere betrokken diensten (zoals medische hulp of verkeer), kan dit invloed hebben op de wijze waarop demonstraties worden gefaciliteerd.

 

Om te waarborgen dat deze afweging transparant, zorgvuldig en toetsbaar verloopt, is een afwegingskader opgenomen in het beleid. Dit kader bevat onder andere de volgende elementen:

 

  • Beoordeling van urgentie en impact: Hoe urgent is de demonstratie (bijvoorbeeld bij actuele gebeurtenissen)? Wat is de verwachte omvang, locatie en duur? En welke risico’s zijn er voor de openbare orde?

  • Alternatieven en overleg: Er wordt actief gekeken naar alternatieve vormen of tijdstippen waarop de demonstratie met beperkte inzet toch kan plaatsvinden. Dit gebeurt altijd in overleg met de organisatoren.

  • Risicogericht prioriteren: In periodes van uitzonderlijke drukte (zoals meerdere demonstraties op één dag, rampen of evenementen) kan prioritering plaatsvinden. Demonstraties met een laag risicoprofiel worden daarbij zoveel mogelijk doorgeleid of in aangepaste vorm toegestaan.

  • Tijdelijke beperking of verplaatsing: Alleen wanneer er geen enkele mogelijkheid is om een veilige en ordentelijke demonstratie te faciliteren, en alle alternatieven zijn onderzocht, kan worden overgegaan tot een tijdelijke beperking of verplaatsing.

 

Bijlage 4 Voorbeeld locatiebepaling manifestatie

 

Naar boven