Artikel 1: Begripsbepaling
- 1.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene subsidieverordening Alkmaar (ASV).
- 2.
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
|
College
|
het college van Burgemeester en wethouders van Alkmaar.
|
|
Convenantpartner
|
partner uit één der triple helix geledingen bij het op 14 november 2024 ondertekende Convenant Regio Deal Noord-Holland Noord, met uitzondering van het Rijk.
|
|
De-minimis
|
de verklaring waarin de aanvrager en de overige projectpartners aangeven of zij in het lopende en de twee direct voorafgaande belastingjaren reeds de-minimissteun heeft ontvangen, en zo ja, tot welk bedrag. Dit zoals bepaald in de De-minimisverordening.
|
|
De-minimisverordening
|
betreffende de toepassing van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L 352 van 24.12.2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen daarvan.
|
|
Eigen Bijdrage
|
voor de uitvoeringsactiviteiten beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdrage in natura door een convenantpartner of een andere private partij, bestuursorgaan of een andere publieke rechtspersoon, voor zover deze daarover kan beschikken, niet zijnde een specifieke uitkering, opdracht of subsidie van het Rijk.
|
|
Gemeente
|
gemeente uit de regio Noord-Holland Noord en convenantpartner.
|
|
Onderneming
|
bedrijf, brancheorganisatie ingeschreven bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
|
|
Ondernemerskoepel
|
organisatie, die de ondernemersverenigingen uit de gemeenten van respectievelijk de Kop van Noord-Holland, West-Friesland en Regio Alkmaar vertegenwoordigt.
|
|
Onderwijsinstelling
|
instelling werkende onder wet op hoger onderwijs, wet voortgezet onderwijs en/of wet op educatie en beroepsonderwijs.
|
|
Penvoerder
|
de penvoerder is één van de deelnemers in het samenwerkingsverband die namens het samenwerkingsverband optreedt als aanvrager van de subsidie. Elke deelnemer in het samenwerkingsverband moet deze penvoerder machtigen.
|
|
Provincie
|
Provincie Noord-Holland.
|
|
Regio Deal
|
convenant dat door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, eventueel een andere minister/staatssecretaris en één of meer convenantpartners is gesloten om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in een regio te verbeteren.
|
|
Regiokassier
|
Gemeente Alkmaar.
|
|
Schaalbaarheid
|
de mate waarin het project uit te breiden is of in te krimpen.
|
|
Specifieke Uitkering/SPUK
|
de specifieke uitkering of bijzondere uitkering waarin de juridische en financiële kaders en verplichtingen voor het uitkeren/bijzondere uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regio Deals toekennen van de rijksmiddelen uit de Regio Envelop aan een Regiokassier door het Rijk staan.
|
|
Triple helix geledingen
|
Geleding overheid (provincie/gemeenten), Geleding onderwijs en Geleding bedrijfsleven.
|
Artikel 2: Doelen van de regeling
- a.
De doelen van deze regeling zijn gelijk aan de doelen van de Regio Deal:
- i.
Het behouden en aantrekken van talenten naar de regio.
- ii.
Het verbeteren van het vestigingsklimaat voor huidige en toekomstige ondernemers.
- iii.
Het bieden van een aantrekkelijke, bereikbare en gezonde werk- en leefomgeving.
- b.
Overkoepelend doel is te komen tot een sterke strategische netwerkorganisatie in Noord Holland Noord.
Artikel 3: Aanvrager
- 1.
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door de penvoerder van een samenwerkingsverband.
- 2.
Het samenwerkingsverband moet bestaan uit tenminste één convenantpartner en tenminste één andere partij uit een andere triple helix geleding die zich materieel committeert aan het project.
- 3.
Partijen in het samenwerkingsverband moeten een samenwerkingsovereenkomst rechtsgeldig ondertekenen.
- 4.
Het samenwerkingsverband vraagt subsidie aan voor één van de drie programmalijnen.
Artikel 4: Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden aangevraagd voor alle activiteiten die bijdragen aan het doel van de regeling.
Artikel 5: Subsidiabele kosten
- 1.
Voor subsidie komen de redelijke kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 4:
- 2.
De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
loonkosten van meer dan € 80,- bruto per uur;
- b.
kosten noodzakelijke inhuur van derden door of namens het samenwerkingsverband van meer dan € 125 per uur exclusief Btw;
- c.
kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan 16 november 2024;
- d.
kosten van rente voor bankdiensten en/of financieringen;
- e.
kosten van gerechtelijke procedures, boetes of sancties;
- f.
verrekenbare of compensabele omzetbelasting;
- g.
vervangingsinvesteringen;
- h.
kosten voor de reguliere bedrijfsvoering;
- i.
inbreng van arbeid verricht door vrijwilligers;
- j.
aankoop of inbreng van onroerend goed;
- k.
kosten ten behoeve van de uitvoering van de subsidieregeling.
- 3.
Kosten zijn subsidiabel vanaf het moment van indienen van de aanvraag conform artikel 8.
Artikel 6: Hoogte subsidie en eigen bijdrage
- 1.
De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.
- 2.
Een subsidieaanvraag bedraagt minimaal € 250.000 tot maximaal € 2.500.000.
- 3.
De eigen bijdrage in het project bedraagt minimaal 50% van het totaal van de subsidiabele kosten.
- 4.
De eigen bijdrage binnen de projecten wordt gewaardeerd op basis van reële economische waarde en in overeenstemming met artikel 5 van deze regeling.
Artikel 7: Aanvraag
- 1.
Een aanvraag om subsidieverlening moet worden ingediend met gebruikmaking van het door het college beschikbaar gestelde en door de aanvrager rechtsgeldig ondertekende digitale aanvraagformulier.
- 2.
In aanvulling op artikel 6 van de ASV bevat de aanvraag een volledig projectplan volgens de daarvoor beschikbaar gestelde formats, met daarin ten minste uitgewerkt:
- ○
keuze voor één van de drie programmalijnen;
- ○
de op te leveren resultaten, producten en mijlpalen;
- ○
een meetbare onderbouwing van het effect in de regio;
- ○
borging van de continuïteit na afloop van de subsidieverstrekking;
- ○
beschrijving van de eigen bijdrage en de verrekenbare Btw;
- ○
begroting uitgesplitst in materiaal, derden, loonkosten, afschrijvingen.
- ○
de materiele bijdrage per partner zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid;
- ○
samenwerkingsovereenkomst volgens het daarvoor beschikbaar gestelde format;
- ○
samenvatting van het project;
- ○
Artikel 8: Aanvraagtijdvak
- 1.
Aanvragen voor de eerste tranche kunnen worden ingediend van 1 juli tot 1 november 2025.
- 2.
Aanvragen voor de tweede tranche kunnen worden ingediend van 1 juni tot 1 oktober 2026.
- 3.
Aanvragen voor de derde tranche kunnen worden ingediend van 1 juni tot 1 oktober 2027.
Artikel 9: Wijze van verdeling subsidieplafond
- 1.
Verstrekking van subsidie vindt plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking van daarvoor in aanmerking komende aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
- 2.
Burgemeester en wethouders laten zich bij het rangschikken adviseren door de deskundigencommissie.
- 3.
Burgemeester en wethouders wijken slechts af van dit advies indien dit moet worden verwacht op grond van de vergewisplicht.
- 4.
Bij de rangschikking van de aanvragen kent de deskundigencommissie punten toe aan de hand van de criteria, zoals opgenomen in lid 5, 6, 7 en 8 tot maximaal 60 punten per aanvraag.
- 5.
De volgende criteria gelden voor alle aanvragers.
- a.
De mate waarin het project de triple helix samenwerking binnen de regio verbetert: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten.
- b.
De mate waarin het project triple helix is georganiseerd: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten.
- c.
De mate waarin het project bijdraagt aan meerdere programmalijnen: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten.
- 6.
De volgende criteria gelden uitsluitend voor aanvragen die zijn ingediend binnen de Programmalijn Beter Leren: Het behouden en aantrekken van talenten naar de Regio
- a.
Bijdrage aan innovatie(s) in onderwijs- en beroepspraktijk: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten;
- b.
Bijdrage aan Leven Lang Ontwikkelen: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten;
- c.
Bijdrage aan arbeidsmarktontwikkeling en duurzame samenwerking: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten;
- 7.
De volgende criteria gelden uitsluitend voor aanvragen die zijn ingediend binnen de Programmalijn Beter werken: Het verbeteren van het vestigingsklimaat voor huidige en toekomstige ondernemers.
- a.
Bijdrage aan innovatie en technologische ontwikkeling: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten;
- b.
Bijdrage aan bereikbare en duurzame bedrijventerreinen: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten;
- c.
Bijdrage aan het verbeteren en versterken van scholing in de ondernemingen: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 4 punten; goed: 8 punten;
- d.
Bijdrage aan het verbeteren van de internationale samenwerking: 0 punten; redelijk: 1 punt; goed: 2 punten.
- 8.
De volgende criteria gelden uitsluitend voor aanvragen die zijn ingediend binnen de Programmalijn Beter leven: Het bieden van een aantrekkelijke, bereikbare en gezonde werk- en leefomgeving.
- a.
Bijdrage aan versterken van de veerkracht en vitaliteit van inwoners: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten.
- b.
Bijdrage aan versterken van een vitale en bereikbare regio NHN: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten.
- c.
Bijdrage aan versterken van een duurzame en aantrekkelijk leefomgeving: niet of nauwelijks: 0 punten; redelijk: 5 punten; goed: 10 punten.
- 9.
Bij gelijke punten bij aanvragen waarbij het honoreren van meer dan één van deze aanvragen het subsidieplafond zouden doen overschrijden beslist het lot welke aanvraag de volledige subsidie krijgt.
- 10.
Indien één of meerdere aanvragen niet in zijn geheel kunnen worden toegekend omdat daarmee het subsidieplafond zou worden overschreden en deze aanvragen een gelijk aantal punten hebben bepaalt de schaalbaarheid van het project welke partij subsidie krijgt ter hoogte van het restant van het subsidieplafond.
Artikel 10: Beoordeling aanvraag en beslistermijn
In afwijking van het bepaalde in artikel 7 lid 2 van de ASV beslist het college met inachtneming van het advies van de deskundigencommissie binnen 13 weken na de sluiting van de aanvraagperiode.
Artikel 11 Weigeringsgronden
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 9 van de ASV wordt de subsidie geweigerd indien:
- a.
minder dan 25 punten voor een aanvraag worden behaald;
- b.
de beoogde resultaten niet of niet voldoende in redelijke verhouding staan tot de begrote kosten;
- c.
een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de continuïteit van de activiteiten van de aanvrager of een partner niet voldoende is gewaarborgd;
- d.
de aanvrager in financiële moeilijkheden verkeert volgens artikel 2 van verordening (EU) 651/2014;
- e.
tegen de aanvrager een bevel is uitgevaardigd tot terugvordering van overheidssteun omdat deze uit eerder besluit van de Europese Commissie onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;
- f.
niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze subsidieregeling.
Artikel 12: Verplichtingen van de subsidieontvanger
- 1.
Onverminderd de artikelen 10 en 11 van de ASV gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
- a.
Projecten moeten binnen 6 maanden na afgifte van de subsidieverleningsbeschikking zijn gestart. Indien een project niet binnen 6 maanden is gestart, kan de subsidieverlening worden ingetrokken.
- b.
Projecten moeten uiterlijk 31 december 2029 zijn afgerond.
- c.
De subsidieontvanger is verplicht halverwege de looptijd van het project een voortgangsrapportage met informatie over de verrichte werkzaamheden en de bijbehorende resultaten en daarvoor ingezette middelen van het voorgaande jaar weergegeven op het daarvoor beschikbaar gestelde format. Het college kan bij verleningsbeschikking kiezen voor andere voortgangsrapportageverplichtingen.
- d.
Bij projecten langer dan één jaar wordt ieder jaar voor 15 augustus en voor 15 februari een voortgangsrapportage verstrekt met informatie over de verrichte werkzaamheden en de bijbehorende resultaten en daarvoor ingezette middelen van het voorgaande jaar weergegeven op het daarvoor beschikbaar gestelde format. Het college kan bij verleningsbeschikking kiezen voor andere voortgangsrapportageverplichtingen.
- e.
De subsidieverstrekker kan in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen.
- f.
De subsidieontvanger richt haar administratie zo in dat het college op elk moment inzicht kan worden geboden in de mate waarin de subsidieontvanger voldoet aan de aan de subsidieverstrekking verbonden verplichtingen.
- g.
De subsidieontvanger houdt de administratieve gegevens gedurende ten minste zeven jaren na afloop van de datum van ontvangst van de beslissing tot vaststelling van de subsidie, tenzij de subsidieverstrekker hiervoor een langere termijn stelt.
- h.
De subsidieontvanger verschaft alle informatie en verleent alle medewerking aan onderzoeken die door of namens het college worden uitgevoerd en verschaft daartoe onverwijld alle documenten, ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid dan wel de controle op de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van de besteding van de ontvangen subsidies.
- i.
De subsidieontvanger vermeldt in alle communicatie-uitingen dat het project medegefinancierd wordt vanuit de Regio Deal Noord-Holland Noord.
- 2.
De subsidieontvanger informeert het college voorts onverwijld schriftelijk over:
- a.
beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteit waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
- b.
relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
- c.
ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de activiteiten of de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen uitvoeren of nakomen;
- d.
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en toezichthouders, en het doel van de rechtspersoon;
- e.
besluiten of procedures gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, ontbinding van de rechtspersoon of een ingrijpende wijziging van de werkzaamheden van de rechtspersoon;
- f.
wijzigingen in de financiële situatie of in de financiële of organisatorische verhouding in het samenwerkingsverband dan wel met derden.
Artikel 13: Bevoorschotting
Het subsidiebedrag wordt betaald op basis van het volgende voorschotritme:
- a.
- b.
60% bij de tussenrapportage met dien verstande dat bij meerjarige projecten dit bedrag gelijkmatig wordt verdeeld over eventuele meerdere tussenrapportages.
- c.
10% na vaststelling van de subsidie.
Artikel 14: Verantwoording en vaststelling
- a.
De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot het maximum van de verleende subsidie.
- b.
In afwijking van het bepaalde in artikel 15 lid 1 onder c van de ASV dient de aanvrager bij de het college een verzoek tot vaststelling van de subsidie in binnen 3 maanden na afronding van de activiteiten van het project waarvoor subsidie is verleend doch uiterlijk 15 maart 2030.
- c.
De aanvraag tot vaststelling bevat in aanvulling op de ASV:
- a.
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
- b.
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten;
- c.
een financieel verslag of jaarrekening;
- d.
een onderbouwing van de eigen bijdrage.
- e.
een controleverklaring van een onafhankelijke accountant.
- d.
In afwijking van het bepaalde in artikel 16, eerste lid van de ASV stelt het college een subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling .
Artikel 15: Hardheidsclausule
- 1.
In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.
- 2.
Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
Artikel 16: Slotbepalingen
- 1.
Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.
- 2.
Deze subsidieregeling vervalt zodra geen rechtsmiddelen meer open staan tegen de laatste vaststelling. De regeling blijft van toepassing op de op grond van deze regeling verleende subsidies.
- 3.
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Regio Deal Noord Holland Noord
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1
Definitiebepaling. Indien een begrip hier niet is gedefinieerd dan volgt de definitie mogelijk uit de ASV.
De ASV en deze regeling moeten in samenhang worden gelezen.
Artikel 2
Lid 1: de doelen van de regeling volgen uit de programmalijnen van de Regio Deal.
Lid 2: De focus ligt op het opbouwen van een duurzaam netwerk dat intensieve samenwerking tussen overheden, ondernemers, onderwijs, maatschappelijke partners en direct betrokkenen mogelijk maakt.
Artikel 3
In dit artikel wordt beschreven welke eisen aan het samenwerkingsverband worden gesteld om subsidie te mogen aanvragen. Er moet één convenantpartner in het samenwerkingsverband zitten. Daarnaast moet een partij uit een andere geleding dan de convenantpartner zijn aangesloten Die partij moet zich materieel committeren. Dit betekent een financiële dan wel in natura bijdrage. Dit moet zijn vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 4
Er is gekozen om niet bij voorbaat bepaalde activiteiten uit te sluiten van subsidie. In artikel vijf zijn wel bepaalde kostensoorten uitgesloten.
Artikel 5
Alle kostensoorten zijn subsidiabel met uitzondering van de kostensoorten genoemd in de leden a t/m m.
- a.
loonkosten van meer dan € 80,- bruto per uur;
Loonkosten moeten worden toegerekend naar de projectactiviteiten en mogen niet meer bedragen dan 80 euro per uur inclusief belastingen.
- b.
kosten noodzakelijke inhuur van derden door of namens het samenwerkingsverband
van meer dan € 125 per uur exclusief Btw;
Indien noodzakelijk mogen derden – dus partijen buiten het samenwerkingsverband – worden ingehuurd voor maximaal 125 euro per uur exclusief btw. Ook moet de marktconformiteit van de inhuur kunnen worden aangetoond met inachtneming van het aanbestedingsrecht.
- c.
kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag;
kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de datum van ontvangst van de subsidieaanvraag komen niet voor subsidie in aanmerking en zijn voor eigen rekening en risico. Het eerstmogelijke moment om kosten te maken is dus de datum waarop de aanvraagperiode opent. Kosten komen dan alleen voor subsidie in aanmerking indien de aanvraag ook compleet is ingediend.
- d.
kosten van rente voor bankdiensten en/of financieringen;
bijvoorbeeld rente op hypotheekverstrekkingen of leningen.
- e.
kosten van gerechtelijke procedures, boetes of sancties;
bijvoorbeeld kosten van bezwaar en beroepsprocedures,
- f.
verrekenbare of compensabele omzetbelasting;
belasting die niet hoeft te worden betaald komt niet voor subsidie in aanmerking. Bij de aanvraag moet worden aangegeven in hoeverre btw verrekenbaar of compensabel is.
- g.
vervangingsinvesteringen;
Investeringen die dienen ter vervanging van verouderde of versleten kapitaalgoederen.
- h.
kosten voor de reguliere bedrijfsvoering;
alle activiteiten en bijbehorende kosten moeten worden direct verbonden zijn met het project.
- i.
inbreng van arbeid verricht door vrijwilligers;
vrijwilligersarbeid wordt niet gesubsidieerd en kan niet worden ingebracht als eigen bijdrage.
- j.
aankoop of inbreng van onroerend goed.
Onroerend goed kan niet worden aangekocht met subsidie of ingebracht als eigen bijdrage. De afschrijvingen gedurende de projectperiode komen wel in aanmerking voor subsidie dan wel eigen bijdrage.
- k.
kosten ten behoeve van de uitvoering van de subsidieregeling
de eigen bijdrage in de VAT kosten kan niet worden ingezet als eigen bijdrage in subsidieprojecten. In dat geval zou het onmogelijk worden voor de partners om de met het rijk overeengekomen eigen bijdrage te behalen.
Wel subsidiabel/eigen bijdrage kan dus zijn bijvoorbeeld:
- •
In geval van uitbreidingsinvesteringen en/of in kind bijdrage enkel op de economische levensduur gebaseerde afschrijvingskosten die vallen binnen de projectperiode.
- •
Materiaalkosten: bijv. aankoop en/of huur en of lease van apparatuur en/of gebruiksmateriaal waar geen afschrijvingskosten op van toepassing zijn indien deze in de administratie te onderscheiden zijn.
- •
Een controleverklaring vormt onderdeel van de vaststelling van het project. Deze kosten zijn subsidiabel.
Het begrotingsformat bij de aanvraag maakt onderscheid tussen materiaal, derden, loonkosten, afschrijvingen.
Indien van toepassing kan gebruik worden gemaakt van integrale kostprijssystematiek.
Artikel 6
De subsidie is maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten. Er wordt dus eerst getoetst in hoeverre de totale opgevoerde projectwaarde voldoet aan artikel 5. Van alle kosten die voor subsidie in aanmerking komen wordt maximaal 50% gesubsidieerd. Het resterende percentage wordt gezien als eigen bijdrage.
Artikel 7
Dit artikel beschrijft wat er moet worden aangeleverd bij een subsidieaanvraag. Dit artikel moet worden gelezen in samenhang met de ASV. In totaal moet dus het volgende worden aangeleverd:
Subsidieregeling:
- •
keuze voor één van de drie programmalijnen;
- •
de op te leveren resultaten, producten en mijlpalen;
- •
een meetbare onderbouwing van het effect in de regio;
- •
borging van de continuïteit na afloop van de subsidieverstrekking;
- •
beschrijving van de eigen bijdrage en de verrekenbare Btw;
- •
de materiele bijdrage per partner zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid;
- •
samenwerkingsovereenkomst volgens het daarvoor beschikbaar gestelde format;
- •
samenvatting van het project;
- •
ASV:
- •
een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- •
de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
- •
een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
- •
een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- •
een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring);
Artikel 8
De periode waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend. Aanvragen die niet binnen deze periode zijn ingediend of niet binnen deze periode volledig zijn (dus voldoen aan de eisen van artikel 7) worden niet in behandeling genomen.
Artikel 9
De genoemde criteria volgen nagenoeg volledig uit de actielijnen per programmalijn van de Regio Deal. De interpretatie van de criteria door de beoordelingscommissie is zoveel mogelijk conform de uitwerking van de programmalijnen het convenant.
De aanvraag wordt ingediend in een van de drie programmalijnen (Beter Leren of Beter Werken of Beter Leven). Binnen de programmalijn kan maximaal 30 punten worden behaald. Alle aanvragen uit alle programmalijnen worden ook gewogen op basis van de algemene criteria. Hiervoor kunnen ook maximaal 30 punten worden behaald. Maximaal te behalen punten is dus 60.
De deskundigencommissie brengt een advies uit aan het bestuur van de stichting Noord Holland Noord die in deze is gemandateerd om besluiten te nemen namens het college.
Indien twee of meer partijen allebei een gelijk aantal punten hebben slechts één van die partijen de volledige subsidie kan ontvangen uit het restant van het subsidieplafond wordt door middel van loting bepaald welke partij subsidie krijgt.
Indien de rangschikking leidt tot een geval waarbij twee partijen evenveel punten hebben maar allebei niet de volledige subsidie kunnen krijgen dan bepaalt de mate van opschaalbaarheid welk project het restant van het subsidieplafond krijgt.
De subsidieplafonds of de subsidiedeelplafonds (de drie tranches) worden vastgesteld en gepubliceerd door de gemeenteraad van de regiokassier.
Artikel 10
Het stichtingsbestuur beslist in mandaat namens het college met inachtneming van het advies van de deskundigencommissie. Het stichtingsbestuur kan slechts afwijken van dit advies als dit in redelijkheid van hen moet worden verwacht in het kader van de bestuursrechtelijke vergewisplicht.
Artikel 11
Er moeten minimaal 25 van de 60 punten worden behaald om in aanmerking te komen voor subsidie.
Artikel 12
Projecten moeten in het kader van deze regeling uiterlijk 31 december 2029 zijn afgerond. Dit betekent dat 31 december 2029 het laatste moment is waarop kosten kunnen worden gemaakt die in aanmerking komen voor subsidie. De voortgangsrapportage van 15 februari 2030 dient als voorlopige cijfers ten behoeve van tijdige verwerking van de verantwoordingsgegevens door de Regiokassier.
Artikel 13
De subsidie wordt niet in één keer betaald maar in voorschotten. Deze voorschotten zijn afhankelijk van de positieve voortgang van het project. Als bij een tussenrapportage blijkt dat het project niet goed loopt dan kan worden gekozen om geen of een lager voorschot uit te keren.
Artikel 14
Slechts de werkelijk gemaakte kosten komen voor subsidie in aanmerking. De eindverantwoording moet worden gecontroleerd door een onafhankelijke accountant. Deze maakt gebruik van het daarvoor door de stichting beschikbaar gestelde controleprotocol.
Artikel 15
Van de hardheidsclausule wordt alleen gebruik gemaakt wanneer de ruimte voor maatwerk niet op een andere wijze in de regeling kan worden geboden.
Artikel 16
De subsidieregeling blijft van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt, ook nadat de regeling van rechtswege is vervallen.