1e wijziging Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Middelburg 2019

 

De raad van de gemeente Middelburg;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 december 2024;

gelet op artikel 96, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet, de artikelen 3.1.4, eerste lid en 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;

 

besluit:

vast te stellen de 1e wijziging verordening rechtspositie raads- en commissieleden Middelburg 2019.

 

 

Artikel I

De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Middelburg 2019 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3. Toelage raadslid onderzoekscommissie

Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente de maximale toelage per maand toegekend als vermeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

 

B

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden

  • 1.

    Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositiedecentrale politieke ambtsdragersen artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:

    • a.

      de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

    • b.

      bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;

  • 2.

    Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

  • 3.

    Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.

  • 4.

    De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.

 

C

Artikel 9, tweede lid komt te luiden:

2. Het raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

 

D

Artikel 12, eerste lid komt te luiden:

  • 1.

    De leden van een commissie voorkomende op de bij deze verordening behorende lijst en die geen raadslid zijn dan wel een vergoeding ontvangen vanuit de financiële bijdrage die verstrekt wordt aan de in de raad vertegenwoordigde groeperingen op grond van de Verordening op de fractieondersteuning 2020, ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding van € 100,-.

 

E

Artikel 14, tweede lid komt te luiden:

2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

 

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op 6 februari 2025.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Middelburg van 30 januari 2025.

De voorzitter,

De griffier,

 

 

TOELICHTING

 

Algemeen deel

 

Met dit wijzigingsbesluit wordt de Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2019 gewijzigd. Dit in verband met het instellen van een onderzoekscommissie, wijzigingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers alsmede de inhoud van twee circulaires en de instelling van een onderzoekscommissie in Middelburg.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel I, onderdeel A

Artikel 3 is nieuw opgenomen omdat in Middelburg een onderzoekscommissie is ingesteld.

De vaststelling dat er sprake is van een dergelijke onderzoekscommissie, met deze financiële gevolgen, moet bij verordening plaatsvinden. Daarbij moet gemotiveerd worden dat het lidmaatschap van deze commissie duidelijk meerwerk is naast het reguliere lidmaatschap van de gemeenteraad. Voor de hoogte van de toelage is gekozen om de maximale toelage per maand voor een lid van een bijzondere commissie toe te kennen als vermeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Op 1 januari 2025 bedraagt de toelage € 153,33 per maand.

 

Artikel I, onderdeel B

In artikel 4 waren voor de vergoeding van reiskosten aan raads- en commissieleden voor dienstreizen binnen het grondgebied van de gemeente al regels gesteld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Voor dienstreizen buiten de gemeente kon dit nog niet omdat de Gemeentewet daarvoor geen grondslag bood. Inmiddels is dat wel het geval en is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdrager zo aangepast dat het in een vergoeding voor alle dienstreizen voorziet. In lijn hiermee wijzigt dit besluit ook de bepalingen in de verordening.

 

Artikel I, onderdeel C

Dit betreft een wijziging van artikel 9, tweede lid. De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke ambtsdrager omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Dit geeft de gemeente ook de mogelijkheid om dit ICT-middel te schonen. Omdat gemeenten de ICT-middelen daarna niet allemaal hergebruiken en er onder politieke ambtsdragers soms een wens is de ICT-middelen over te nemen, voorziet de verordening met deze wijziging in een facultatieve bepaling om het ICT-middel na schoning over te nemen. De ambtsdrager dient dan wel een vergoeding voor het ICT-middel te betalen die gelijk is aan de resterende waarde van de het ICT-middel in het economisch verkeer.

 

Artikel I, onderdeel D

In artikel 12, eerste lid wordt naar een onjuiste juiste verordening verwezen. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om dit te herstellen. Ook is de de vergoeding voor het bijwonen van een vergadering bijgewerkt.

 

Artikel I, onderdeel E

Dit betreft een wijziging van artikel 14, tweede lid. Als politieke ambtsdragers onkosten declareren dienen zij daarbij in beginsel bewijsstukken te verstrekken. In de Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is kenbaar gemaakt dat dit niet aan de orde is als de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. In verband met vragen hierover, wordt dit ook in de verordening tot uitdrukking gebracht.

 

 

 

 

 

 

Naar boven