Gemeenteblad van Eemsdelta
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eemsdelta | Gemeenteblad 2025, 44951 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eemsdelta | Gemeenteblad 2025, 44951 | beleidsregel |
Afwijkingenbeleid Eemsdelta 2025
Het college van burgemeester en wethouders; gelezen het voorstel van 28 januari 2025;
het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen omtrent de afweging van belangen bij concrete verzoeken om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, mede gelet op de wettelijke verplichting om hier binnen acht weken op te beslissen;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet;
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de 'kruimellijst' uit artikel 4 bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) vervallen. Het onderscheid tussen artikel 2.12, lid 1, onderdeel a, sub 2 en 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bestaat niet meer. De reden hiervoor is dat onder de Omgevingswet voor alle afwijkingen van het omgevingsplan de reguliere procedure (van 8 weken) uitgangspunt is. Eind 2022 is 'Afwijkingenbeleid' vastgesteld. Dit Afwijkingenbeleid kon toegepast worden onder de Wabo en is ook opgesteld voor toepassing onder de Omgevingswet. Na inwerkingtreding van deze wet is echter een actualisatie van het Afwijkingenbeleid gewenst, waarbij op hoofdlijnen een beleidsneutrale overzetting plaatsvindt.
In overeenstemming met artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht kan door het college van burgemeester en wethouders (college van B&W) beleid worden vastgesteld met betrekking tot een aan haar toekomende bevoegdheid, zoals de bevoegdheid in artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet een omgevingsvergunning te verlenen voor een omgevingsplanactiviteit. Het is noodzakelijk om ten behoeve van deze afwijkingsbevoegdheid, mede gelet op de wettelijke verplichting om binnen 8 weken op een aanvraag te beslissen, beleidsregels vast te stellen. De beleidsregels hebben tot doel om bij concrete verzoeken om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een afwegingskader te bieden waarmee snel een oordeel over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid van het verlenen van medewerking kan worden gevormd. Daarnaast wordt met de beleidsregels beoogd de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te bevorderen. Past het initiatief binnen deze beleidsregel, dan dient de omgevingsvergunning te worden verleend. Beleidsregels geven de burgers inzicht in de wijze waarop een verzoek om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt beoordeeld. Artikel 4:84 van de Awb biedt naast de verplichting te handelen overeenkomstig de beleidsregel ook de mogelijkheid om hiervan af te zien indien de beleidsregel voor een of meer belanghebbenden gevolgen zouden hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (hardheidsclausule).
Hoofdstuk D . Reikwijdte van het beleid
Deze beleidsregels – die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving – behoren thans bij het tijdelijke omgevingsplan. Aanvragen omgevingsvergunningen die in overeenstemming zijn met deze beleidsregels kunnen via mandaat worden afgedaan, met uitzondering van initiatieven voor het toevoegen van woningen (inclusief tijdelijke woningen in het kader van de versterkingsopgave). Voor de specifieke gevallen die niet voorkomen in dit beleid wordt in voorkomende gevallen een gemotiveerd voorstel ter besluitvorming aan het college van B&W voorgelegd. Dit beleid geldt uiterlijk tot 1 januari 2032. Dan moeten uiterlijk alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in het omgevingsplan.
In de volgende gevallen is het beleid niet van toepassing:
D.1 Indien het gaat om gevallen die passen binnen de regels van het tijdelijk omgevingsplan. In dergelijke gevallen zal een omgevingsvergunning worden verleend.
D.2 Indien het gaat om gevallen waarvoor een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) ex afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 16.65 lid 4 en 5 Ow van toepassing is. Conform de 'Beleidslijn toepassen uitgebreide procedure onder de omgevingswet' is de uov van toepassing in de volgende gevallen:
D.3 Indien het bindend adviesrecht van de raad van toepassing is.
D.4 Bij rijksmonumenten en Rijks- en gemeentelijke beschermde gezichten. Deze worden per geval beoordeeld en doorlopen een maatwerktraject.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning zullen de volgende stappen voor toetsing worden doorlopen:
Bepalen of de aanvraag in strijd is met het tijdelijk omgevingsplan en/of de daarin opgenomen binnenplanse afwijkingsregels. Als een aanvraag in overeenstemming is met of kan worden toegestaan op grond van de regels van het tijdelijk omgevingsplan, dan hoeft niet te worden getoetst aan het afwijkingenbeleid;
Indien het initiatief niet passend is binnen de kaders van deze beleidsregel, zou er sprake kunnen zijn van een bijzondere omstandigheid. Uitgangspunt is dat de gemeente handelt overeenkomstig het eigen beleid. Er kan echter sprake zijn van een bijzondere omstandigheid, als bedoeld in artikel 4:84 van de Awb en geformuleerd in de hardheidsclausule in deze beleidsregel.
Hoofdstuk F . Nadeelcompensatie
Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig handelen van de overheid. De regels voor wat er waar gebouwd mag worden en hoe gronden gebruikt mogen worden, staan in het omgevingsplan. Het omgevingsplan maakt daarmee voor iedereen duidelijk wat er wel en niet kan in een gebied. Op grond van deze beleidsregel is het mogelijk om af te wijken van deze regels, wanneer sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en er wordt voldaan aan de overige voorwaarden.
In sommige gevallen kan het wel zo zijn dat er alsnog schade wordt geleden in de vorm van waardevermindering van bijvoorbeeld een woning/bedrijf. Wanneer een inwoner/bedrijf schade lijdt door een rechtmatig besluit, kan er een recht op nadeelcompensatie bestaan. Een verzoek hiervoor wordt bij de gemeente gedaan. Als er een verzoek wordt gedaan voor nadeelcompensatie, wordt door de gemeente een onafhankelijk adviseur benaderd om vast te stellen of er sprake is van schade die voor vergoeding in aanmerking komt conform de verordening voor nadeelcompensatie. Schade komt alleen voor vergoeding in aanmerking als dit boven het eigen risico uitkomt. Bij waardevermindering van een onroerende zaak (bijvoorbeeld een woning) is het normaal maatschappelijk risico vastgesteld op 4%. Alleen als de onroerende zaak meer dan 4% in waarde daalt door het rechtmatige besluit, komt dit voor vergoeding in aanmerking.
Indien er een afwijking plaatsvindt op grond van dit afwijkingenbeleid zal er een Nadeelcompensatie-overeenkomst worden afgesloten met de initiatiefnemer. Door het ondertekenen van de nadeelcompensatieovereenkomst komt het risico van eventuele nadeelcompensatie bij de initiatiefnemer te liggen. Binnen vijf jaar na het verlenen van de vergunning dient iemand die denkt recht te hebben op nadeelcompensatie een verzoek bij de gemeente te doen. Wanneer door de onafhankelijk adviseur wordt vastgesteld dat er inderdaad sprake is van nadeelcompensatie die voor vergoeding in aanmerking komt, zal deze bij de initiatiefnemer in rekening worden gebracht.
Artikel 1. Algemene regels voor het verlenen van een BOPA en begrippenlijst
Er wordt geen omgevingsvergunning verleend voor een BOPA:
In deze regels wordt verstaan onder:
Aan-huis-verbonden bedrijf: Het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
Bebouwde kom: Het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. De grens van de bebouwde kom wordt bepaald door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur;
Erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;
Huishouden: Een alleenstaande, dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren waarbij er sprake is van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en waarbij de intentie bestaat om voor onbepaalde periode samen te wonen (kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen);
Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
Indien een begrip niet is opgenomen in deze begrippenlijst, dient de begripsbepaling uit het omgevingsplan te worden aangehouden. Indien hier geen begripsbepaling in is opgenomen geldt de betekenis in het algemeen spraakgebruik (Van Dale Groot Woordenboek).
Artikel 2. Algemene afwijkingscriteria
Bij alle verzoeken om afwijking vindt een afweging plaats op milieukundig, functioneel en ruimtelijk gebied. Daarbij gelden de hierna volgende algemene aspecten:
Milieu- en gezondheidsaspecten
Gezondheidsaspecten moeten bij de beslissing over het al dan niet verlenen van een afwijking worden betrokken. Er dient tegemoet gekomen te worden aan gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid, indien dit beleid is vastgesteld. Het verlenen van een vergunning mag in ieder geval niet leiden tot onevenredige nadelige gevolgen voor de gezondheid van de (directe) omgeving.
is er vanwege de tijdelijkheid mogelijkheid om van de minimale vloeroppervlakte af te wijken, mits er sprake is van een goed woon- en leefklimaat;
Toevoegen woning binnen de bebouwde kom
Bij toevoeging van een woning dient de minimale vloeroppervlakte 70 m² te zijn, én:
Splitsing (eventueel in de vorm van kangoeroewoningen) van woningen is slechts mogelijk indien er wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 3.1.5 én er na de splitsing nog steeds sprake is van één hoofdgebouw met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen én er niet wordt afgeweken van de bestaande situatie van voor de splitsing voor wat betreft verschijnings- en bouwvorm;
Toevoegen woning buiten de bebouwde kom
Bij toevoeging van een woning dient de minimale vloeroppervlakte 75 m² te zijn, met uitzondering van karakteristieke of monumentale panden, én:
Splitsing (eventueel in de vorm van kangoeroewoningen) van woningen is slechts mogelijk indien er wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 3.1.5 én er na de splitsing nog steeds sprake is van één hoofdgebouw met de daarbij behorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen én er niet wordt afgeweken van de bestaande situatie van voor de splitsing voor wat betreft verschijnings- en bouwvorm;
Bijbehorende bouwwerken, indien gelegen aan een openbare weg, groen, of water, dienen op minimaal 1 meter uit de achterste perceelgrens te worden gebouwd, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande bijbehorend bouwwerk tot de achterste perceelsgrens, indien deze minder dan 1 meter bedraagt;
Bijbehorend bouwwerk, niet zijnde de uitbreiding van een hoofdgebouw, binnen de bebouwde kom, bij woonpercelen
Bijbehorende bouwwerken, indien gelegen aan een openbare weg, groen, of water, dienen op minimaal 1 meter uit de achterste perceelgrens te worden gebouwd, dan wel niet minder dan de afstand van het bestaande bijbehorend bouwwerk tot de achterste perceelsgrens, indien deze minder dan 1 meter bedraagt;
Uitgangspunt voor plaatsing van antenne-installaties is site-sharing. Indien site-sharing aantoonbaar niet mogelijk blijkt, kan worden gekeken naar plaatsing van nieuwe masten. Zowel ruimtelijk (zo weinig mogelijk hoge elementen) als technisch (geen noodzaak voor plaatsing nieuwe masten indien er gebruik kan worden gemaakt van een bestaande mast) is onderbouwing noodzakelijk bij plaatsing van een nieuw hoog element;
Installatie bij een agrarisch bedrijf voor mestvergisting/verwerking van reststoffen
Het gaat hierbij om een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, lid 2, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
Aan-huis-verbonden beroep/bedrijf
Nieuwe initiatieven voor het realiseren van particuliere kampeermiddelen worden toegestaan:
In gebieden die zijn aangewezen voor recreatiedoeleinden en waar conform de regels al overnachtingsmogelijkheden in de vorm van kampeermiddelen zijn toegestaan. In het tijdelijk omgevingsplan is met een aanduiding op enkele locaties al een mogelijkheid geschapen om recreatieve voorzieningen toe te staan;
Bij initiatiefnemers in het buitengebied ter verbreding van hun verdienmodel, met inachtneming van de kaders in het geldende ruimtelijke beleid. Onder verbreding van verdienmodel wordt verstaan dat de activiteit plaatsvindt als nevenactiviteit. De bestaande hoofdfunctie van een perceel (bijvoorbeeld een agrarische- of woonfunctie) zal met de toevoeging van kampeermiddelen niet worden gewijzigd.
Indien een aanvraag wordt gedaan voor een locatie waar de initiatiefnemer geen grondeigenaar is, dan is er geen sprake van een belanghebbend aanvrager en kan deze niet in behandeling worden genomen (ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1364);
De beleidsregels zoals deze golden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van onderhavige beleidsregel, blijft van toepassing op een aanvraag omgevingsvergunning, voor zover het verzoek daartoe is ingediend vóór 6 februari 2025.
Het college van burgemeester en wethouders handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de daarmee te dienen doelen.
Een beroep op deze hardheidsclausule kan slechts worgen gedaan indien:
Artikel 6: Citeertitel, inwerkingtreding en intrekking
6.1 Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als 'Afwijkingenbeleid Eemsdelta 2025';
6.2 Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking, zijnde 6 februari 2025;
6.3 De beleidsregel 'Afwijkingenbeleid Eemsdelta' wordt per 6 februari 2025 ingetrokken.
Besluit van het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Eemsdelta tot vaststelling van een beleidsregel voor de uitvoering van afdeling 16.3 van de Omgevingswet, inhoudende beleidsregels voor Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (hierna: BOPA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-44951.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.