Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 449507 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2025, 449507 | overige overheidsinformatie |
(Deel)subsidieplafond EFRO Programma West Nederland 2021-2027
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, handelend in hoedanigheid van Beheerautoriteit van het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027,
Gelet op de artikelen 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 4.2.2 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (REES 2021), maakt binnen de totaal voor de uitvoering van het Programma EFRO West-Nederland 2021– 2027 voor projecten beschikbare EFRO-bijdrage van € 200.333.745,00 de volgende (incl. ophogingen/wijziging van) (deel)subsidieplafonds bekend:
(Deel)plafonds Kansen voor West III per 10 november 2025[1]:
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 524.064 (totaalplafond inclusief rijkscofinanciering is € 800.000) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatie-capaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten (valorisatie, fieldlabs 2.0) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Noord-Holland.
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 1.000.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 2 Het vergroten van het investeringsvermogen voor innovatie in het mkb van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Noord-Holland.
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 7.000.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten (valorisatie, doorontwikkeling fieldlabs 3.0) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Zuid-Holland.
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 4.000.000 (totaalplafond inclusief Rijkscofinanciering € 5.000.000) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten (valorisatie grootschalige innovatieprojecten) van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Zuid-Holland.
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een bedrag van € 1.978.689 (totaalplafond inclusief Rijkscofinanciering € 2.076.178; Rijkscofinanciering behoort bij actielijn 1) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten (valorisatie) en actielijn 3 Het versnellen van de implementatie van innovaties van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de gemeente Rotterdam.
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een ophoging met € 2.414.146,75 (totaalplafond na ophoging naar € 4.264.146,75) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 2 Het vergroten van het investeringsvermogen voor innovatie in het mkb van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Flevoland.
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een ophoging met € 378.697,28 (totaalplafond na ophoging inclusief Rijkscofinanciering naar € 2.266.697,28) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 1 Het vergroten van het aandeel innovatieve en vermarktbare producten, processen en diensten van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Noord-Holland.
Voor prioritaire as 1 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een slimmer Europa door de bevordering van een innovatieve en slimme economische transformatie een ophoging met € 315.489,40 (totaalplafond na ophoging naar € 2.315.489,40) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 1.1 Versterking van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit en invoering van geavanceerde technologieën actielijn 3 Het versnellen van de implementatie van innovaties van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Noord-Holland.
Prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer:
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 379.670 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.1 Bevorderen van energie-efficiëntie maatregelen en verminderen CO2 uitstoot, specifieke doelstelling 2.2 Bevorderen van hernieuwbare energie, specifieke doelstelling 2.3 Ontwikkelen van slimme energiesystemen, grids en opslag en specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie van het GTI-programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de gemeente Rotterdam.
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 500.000 bedoeld voor projecten (nieuwe bedrijventerreinen) passend binnen specifieke doelstelling 2.3 Ontwikkelen van slimme energiesystemen, grids en opslag; actielijn 1 Het investeren in slimme systemen en energieopslag en specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie; actielijn 1. Ontwikkelen en opschalen van reeds in pilot en testopstellingen bewezen circulaire toepassingen en actielijn 2. Investeringen in materiaal of productieprocesaanpassingen die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de stad en de provincie Utrecht.
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 1.615.431,81 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie actielijn 1. Ontwikkelen en opschalen van reeds in pilot en testopstellingen bewezen circulaire toepassingen en actielijn 2. Investeringen in materiaal of productieprocesaanpassingen die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen, actielijn 3. Investeren in oplossingen en mechanismen ter bevordering van draagvlak voor de circulaire economie van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de gemeente Amsterdam.
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 1.490.217 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie actielijn 1. Ontwikkelen en opschalen van reeds in pilot en testopstellingen bewezen circulaire toepassingen en actielijn 2. Investeringen in materiaal of productieprocesaanpassingen die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen, actielijn 3. Investeren in oplossingen en mechanismen ter bevordering van draagvlak voor de circulaire economie van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de gemeente Den Haag.
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 500.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie actielijn 1. Ontwikkelen en opschalen van reeds in pilot en testopstellingen bewezen circulaire toepassingen en actielijn 2. Investeringen in materiaal of productieprocesaanpassingen die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de stad en provincie Utrecht.
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een ophoging van € 1.027.362 (totaalplafond inclusief rijkscofinanciering is € 7.855.853) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.1 Bevorderen van energie-efficiëntie maatregelen en verminderen CO2 uitstoot, specifieke doelstelling 2.2 Bevorderen van hernieuwbare energie, specifieke doelstelling 2.3 Ontwikkelen van slimme energiesystemen, grids en opslag en specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de provincie Flevoland.
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een ophoging van € 200.000 (totaalplafond inclusief rijkscofinanciering is € 3.600.000) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.3 Ontwikkelen van slimme energiesystemen, grids en opslag actielijn 1 Het investeren in slimme systemen en energieopslag van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van Provincie Zuid-Holland.
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een ophoging van € 907.602,40 (totaalplafond inclusief rijkscofinanciering wordt daarmee € 4.907.602,40) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie (circulair bouwen), actielijn 2. Investeringen in materiaal of productieprocesaanpassingen die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de Provincie Noord-Holland.
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een ophoging van € 2.576.178 (totaalplafond wordt daarmee € 4.402.178,00) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie, actielijn 3 Investeren in oplossingen en mechanismen ter bevordering van draagvlak voor circulaire economie van het GTI-programmadeel die passen binnen het vigerende beleid van de gemeente Amsterdam.
Prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen:
Voor prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen een ophoging van € 300.000 (totaalplafond wordt daarmee € 2.300.000) bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 5.1 Bevorderen van de geïntegreerde sociale, economische en ecologische / duurzame ontwikkeling, cultureel erfgoed, toerisme en veiligheid in stedelijke gebieden actielijn 1 Bevorderen van de transities in de GTI-gebieden en actielijn 2 Versterken arbeidspotentieel gekoppeld aan transities in GTI-gebieden van het GTI-programmadeel van de gemeente Utrecht die passen binnen het vigerende beleid.
Voor prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen een bedrag van € 3.198.837 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 5.1 Bevorderen van de geïntegreerde sociale, economische en ecologische / duurzame ontwikkeling, cultureel erfgoed, toerisme en veiligheid in stedelijke gebieden actielijn 1 Bevorderen van de transities in de GTI-gebieden en actielijn 2 Versterken arbeidspotentieel gekoppeld aan transities in GTI-gebieden van het GTI-programmadeel van de gemeente Amsterdam die passen binnen het vigerende beleid.
Voor prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen een bedrag van € 400.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 5.1 Bevorderen van de geïntegreerde sociale, economische en ecologische / duurzame ontwikkeling, cultureel erfgoed, toerisme en veiligheid in stedelijke gebieden actielijn 1 Bevorderen van de transities in de GTI-gebieden en actielijn 2 Versterken arbeidspotentieel gekoppeld aan transities in GTI-gebieden van het GTI-programmadeel EN/OF passend binnen prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer, specifieke doelstelling 2.1 Bevorderen van energie-efficiëntie maatregelen en verminderen CO2 uitstoot - actielijn 2 Het bevorderen van energie-efficiëntie in de bebouwde omgeving (aanpassen bestaande bouw), specifieke doelstelling 2.2 Bevorderen van hernieuwbare energie - actielijn 1 Stimuleren hernieuwbare energieconcepten, specifieke doelstelling 2.3 Ontwikkelen van slimme energiesystemen, grids en opslag - actielijn 1 Het investeren in slimme systemen en energieopslag en specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie – actielijn 3 Investeren in oplossingen en mechanismen ter bevordering van draagvlak voor de circulaire economie van het GTI-programmadeel van de gemeente Rotterdam die passen binnen het vigerende beleid.
Voor prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen een bedrag van € 1.900.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 5.1 Bevorderen van de geïntegreerde sociale, economische en ecologische / duurzame ontwikkeling, cultureel erfgoed, toerisme en veiligheid in stedelijke gebieden actielijn 1 Bevorderen van de transities in de GTI-gebieden en actielijn 2 Versterken arbeidspotentieel gekoppeld aan transities in GTI-gebieden van het GTI-programmadeel van de stad Utrecht die passen binnen het vigerende beleid.
Voor prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen een bedrag van € 200.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 5.1 Bevorderen van de geïntegreerde sociale, economische en ecologische / duurzame ontwikkeling, cultureel erfgoed, toerisme en veiligheid in stedelijke gebieden actielijn 1 Bevorderen van de transities in de GTI-gebieden en actielijn 2 Versterken arbeidspotentieel gekoppeld aan transities in GTI-gebieden van het GTI-programmadeel van de stad Utrecht die passen binnen het vigerende beleid.
Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van 10 november 2025 om 10:00 uur.
Subsidies voor alle plafonds worden verdeeld op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, met inachtneming van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West Nederland (zie voetnoot 1), en – in afwijking, dan wel aanvulling op de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West Nederland – de navolgende bepalingen omtrent de wijze van verdeling:
Verdeling op volgorde van ontvangst
In gevallen waarin het beschikbare subsidiebudget wordt verdeeld op basis van volgorde van ontvangst, wordt eerst beoordeeld of de binnengekomen aanvragen compleet zijn. Indien de aanvraag niet compleet is, dan wordt de aanvrager daarvan in kennis gesteld en wordt hem een termijn geboden om dit gebrek te herstellen. Met betrekking tot de verdeling geldt als datum van ontvangst van de aanvraag, de datum waarop de complete aanvraag binnenkomt. De onderlinge volgorde van complete aanvragen die op één dag door de Beheerautoriteit zijn ontvangen, wordt vastgesteld door middel van notariële loting.
Op volgorde van deze aldus vastgestelde loting worden de aanvragen vervolgens beoordeeld op de wijze voorzien in de EFRO-verordeningen[2] de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (zie voetnoot 1). Indien deze verdere beoordeling van een aanvraag leidt tot een subsidieweigering, wordt de naastvolgende subsidieaanvraag in behandeling genomen.
De subsidieaanvraag waarvoor geldt dat integrale inwilliging daarvan zou leiden tot overschrijding van het desbetreffende plafond, kan gedeeltelijk worden ingewilligd en wel tot het bedrag dat onder het desbetreffende subsidieplafond nog maximaal beschikbaar is, tenzij van de Beheerautoriteit (zie voetnoot 1) in redelijkheid niet gevergd kan worden dat daartoe wordt overgegaan. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als het resterende bedrag zo beperkt is dan niet verwacht kan worden dat de aanvrager zijn project met die middelen kan uitvoeren. De Beheerautoriteit treedt daarover in overleg met de subsidieaanvrager. Indien de subsidieaanvraag wordt ingewilligd, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de desbetreffende subsidieaanvrager genoegzaam aantoont dat de activiteit ook met de lager verleende subsidie kan worden verricht. Daartoe zal de Beheerautoriteit pas overgaan op het moment dat in redelijkheid kan worden verwacht dat de subsidieaanvrager daartoe in staat zal zijn. In dat geval kan de Beheerautoriteit op basis van de uitkomsten van een uitgevoerde beoordeling als bedoeld in de EFRO-verordeningen (zie voetnoot 3), de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofdstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (zie voetnoot 1), ook beslissen de, als gevolg van het bereiken van subsidieplafond, ontbrekende middelen te putten uit een ander deelplafond. Het moet daarbij gaan om een alternatief deelplafond, waarvoor ten tijde van de beoordeling van de aanvraag nog middelen beschikbaar zijn. Bovendien moet uit de uitgevoerde beoordeling blijken dat de desbetreffende activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd, ook voldoet aan alle voor het alternatieve subsidieplafond geldende vereisten. Is dat het geval, dan kan de desbetreffende aanvraag worden toegevoegd in de rangordening van het alternatieve subsidieplafond, met als datum van indiening, de datum waarop de Beheerautoriteit heeft besloten tot gedeeltelijk afwijzing van de aanvraag vanwege het bereiken van het plafond. Nadat een complete aanvraag is ontvangen wordt de beleidsbeoordeling opgemaakt, de beleidsbeoordeling maakt onderdeel uit van de totale beoordeling. Voldoet een aanvraag niet aan het vereiste van tenminste 50% van de punten voor de passendheid binnen programma, openstelling programma en/of vigerend beleid dan wordt de aanvraag op basis hiervan afgewezen en niet voorgelegd aan de deskundigencommissie. Voldoet een aanvraag aan het criterium voor tenminste 50% van de punten, dan wordt de aanvraag voorgelegd aan de deskundigencommissie. De Deskundigencommissie zal conform de EFRO-verordeningen[3] de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies en de Hoofstukken 1 en 2 van de Beleidsregel Programma EFRO 2021-2027 West-Nederland (zie voetnoot 1) de aanvragen op diverse punten beoordelen en een score meegeven. Vervolgens worden de geschikte aanvragen beoordeeld door de Beheerautoriteit in de technische toets waarna de beschikking volgt.
Overige bepalingen omtrent de verdeling
- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 1:
Dat deze openstelling uitsluitend is bedoeld voor de fysieke, organisatorische en thematische doorontwikkeling van bestaande, in de provincie Noord-Holland gevestigde, Smart Industry Fieldlabs uit de Smart Industry regio Noordwest, die MKB’ers kunnen faciliteren in de (door)ontwikkeling, opschaling en/of implementatie van hun innovatieve producten, processen en diensten. Subsidie kan verstrekt worden voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de doorontwikkeling van het fieldlab (het zogenaamde fieldlab 2.0, conform Handreiking openstellingen Fieldlabs 2.0).
Projectvoorstellen moeten een duidelijke connectie hebben met het verder helpen digitaliseren van het Noord-Hollandse MKB met als doel proces- of productinnovaties en/of het vernieuwen van businessmodellen. Subsidiabele activiteiten zijn breed uitlegbaar, zolang in de aanvraag duidelijk uiteen wordt gezet hoe deze activiteiten dienstbaar zijn aan de digitalisering van het MKB. De subsidie is bedoeld om de aansluiting op regionale innovatie-ecosystemen, samenwerking met andere fieldlabs, het faciliteren van samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen en een verbeterde aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt te stimuleren.
• Is vigerend beleid van toepassing. Dit is terug te vinden op de webpagina van de openstelling.
- Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 3:
Zijn de beschikbare middelen uitsluitend bedoeld voor reeds bestaande fieldlabs (of een samenwerking van meerdere fieldlabs)* die mkb’ers kunnen faciliteren in de door)ontwikkeling, opschaling en/of implementatie van hun innovatieve producten, processen en diensten.
Subsidie kan verstrekt worden voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de fysieke, organisatorische en/of thematische doorontwikkeling van het fieldlab. Zie voor meer informatie het vigerend beleid, waaronder de ‘Handreiking openstellingen Fieldlabs 3.0'. Belangrijk is dat het fieldlab bijdraagt aan de transitie naar een duurzame en/of innovatieve economie in Zuid-Holland. Bij fieldlabs die bijdragen aan de transitie naar een innovatieve economie zijn we in het bijzonder op zoek naar aanvragen die bijdragen aan de ontwikkeling van de kennis- en innovatie-ecosystemen zoals genoemd in de Groeiagenda Zuid-Holland.
Verder is het belangrijk dat het fieldlab niet alleen al diensten beschikbaar stelt aan het bedrijfsleven, maar ook in voldoende mate kan aantonen dat er een markt is voor deze diensten en dat er vanuit het bedrijfsleven een duidelijke vraag is voor de diensten van het fieldlab.
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 4:
Moet de focus van het innovatieproject liggen op één (of meerdere) van de 10 prioritaire technologieën uit De Nationale Technologiestrategie. Belangrijk eis is tevens dat de gesubsidieerde activiteiten (direct of indirect) bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de kennis- en innovatie-ecosystemen zoals genoemd in de Groeiagenda Zuid-Holland.
Moet een consortium in ieder geval voldoen aan de onderstaande eisen:
i) Een consortium bestaat uit minimaal drie projectpartners en van deze projectpartners moeten er tenminste twee ondernemingen zijn;
ii) Een projectpartner in het consortium mag niet meer dan 50% van de totale subsidiabele kosten dragen.
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 6:
Deze openstelling moet leiden tot de stimulering van financieringsmogelijkheden voor vroege fase innovaties en risicokapitaal voor kennisgedreven startups en Mkb langs de lijnen van de RIS3 West-Nederland en het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid. De subsidie is bedoeld voor bestaande financieringsinstrumenten onder het Kansen voor West-programma. De aanvraag zal getoetst worden aan de hand van de vigerende beleidsdocumenten en moet aansluiten op het rapport Financieringsinstrumenten Kansen voor West (ERAC, 2020).
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 9:
Actielijn 2.1: Als de doelstelling van de maatregelen betrekking heeft op de bouw van nieuwe gebouwen met een primaire energievraag die ten minste 20 % lager ligt dan de vereiste voor bijna-energie neutrale gebouwen (BENG, nationale richtlijnen). De bouw van nieuwe, energie-efficiënte gebouwen omvat tevens infrastructuur in de zin van de interventiegebieden 120 t/m 127;
Actielijn 2.1: Als de maatregel a) gemiddeld ten minste een middelmatige mate van renovatie tot doel heeft in de zin van Aanbeveling (EU) 2019/786 van de Commissie, of b) tot doel heeft dat de directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen gemiddeld ten minste met 30 % wordt teruggebracht ten opzichte van de uitstoot ex ante. De renovatie van gebouwen omvat tevens infrastructuur in de zin van de interventiegebieden 120 t/m 127;
Indien het project valt onder specifieke doelstelling 2.3 en aansluit op de beschreven type projecten hieronder, zijn de aanvullende voorwaarden van toepassing om voor subsidie in aanmerking te komen:
In het geval dat de beschikbare middelen uitsluitend bedoeld zijn voor de ontwikkeling en uitrol van lokale thermische systemen (warmtenet) voor het verduurzamen van bestaande gebouwen en woningen; moet de subsidie leiden tot een investering in (een deel van de keten van) een toekomstig thermisch systeem: van bronontwikkeling, opslag en flexibiliteit, transport/distributie, levering, tot aan het nemen van maatregelen bij de afnemer.
In het geval van hoog-efficiënte warmtekrachtkoppeling; Als de maatregel tot doel heeft de emissies tijdens de levenscyclus lager te houden dan 100gCO2e/kWh of warmte/koude te produceren op basis van restwarmte.
In het geval van stadsverwarming/-koeling; Als de desbetreffende infrastructuur in overeenstemming is met Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1) inzake energie-efficiëntie, of als de bestaande infrastructuur dusdanig wordt vernieuwd dat zij aan de definitie van doeltreffende stadsverwarming/-koeling voldoet, als het project een geavanceerd proefsysteem is (systemen voor controle en energiebeheer, internet der dingen) of als de temperatuur van de stadsverwarming/-koeling blijvend naar beneden kan worden bijgesteld.
Specifiek voor projecten onder specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 10:
Komen alleen voorstellen van toekomstige bedrijventerreinen (welke zijn vastgelegd in het Provinciaal Plan Wonen en Werken) in aanmerking voor subsidie, waarbij er een focus is op zowel energietransitie als circulaire economie. Ook aandacht voor klimaatmitigatie – en adaptatie vraagstukken is hierbij aanbevolen.
Wordt onder energietransitie bedoeld het ontwikkelen van slimme energiesystemen en energieopslag. Onder circulaire economie wordt verstaan het ontwikkelen en opschalen van circulaire toepassingen volgens het R-model, danwel op investeringen in materiaal- of productieproces aanpassingen die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief herwinning van kostbare grondstoffen.
Dienen minimaal twee samenwerkingspartners binnen hetzelfde gebied gevestigd te zijn. De samenwerking betreft in dit geval niet een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie.
Indien het project valt onder specifieke doelstelling 2.3 en aansluit op de beschreven type projecten hieronder, zijn de aanvullende voorwaarden van toepassing om voor subsidie in aanmerking te komen:
In het geval dat de beschikbare middelen uitsluitend bedoeld zijn voor de ontwikkeling en uitrol van lokale thermische systemen (warmtenet) voor het verduurzamen van bestaande gebouwen en woningen; moet de subsidie leiden tot een investering in (een deel van de keten van) een toekomstig thermisch systeem: van bronontwikkeling, opslag en flexibiliteit, transport/distributie, levering, tot aan het nemen van maatregelen bij de afnemer.
In het geval van hoog-efficiënte warmtekrachtkoppeling; Als de maatregel tot doel heeft de emissies tijdens de levenscyclus lager te houden dan 100gCO2e/kWh of warmte/koude te produceren op basis van restwarmte.
In het geval van stadsverwarming/-koeling; Als de desbetreffende infrastructuur in overeenstemming is met Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1) inzake energie-efficiëntie, of als de bestaande infrastructuur dusdanig wordt vernieuwd dat zij aan de definitie van doeltreffende stadsverwarming/-koeling voldoet, als het project een geavanceerd proefsysteem is (systemen voor controle en energiebeheer, internet der dingen) of als de temperatuur van de stadsverwarming/-koeling blijvend naar beneden kan worden bijgesteld.
Specifiek voor projecten onder specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 11:
Specifiek voor projecten onder specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 12:
Specifiek voor projecten onder specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 13:
Specifiek voor projecten onder specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 14:
Actielijn 2.1: Als de doelstelling van de maatregelen betrekking heeft op de bouw van nieuwe gebouwen met een primaire energievraag die ten minste 20 % lager ligt dan de vereiste voor bijna-energie neutrale gebouwen (BENG, nationale richtlijnen). De bouw van nieuwe, energie-efficiënte gebouwen omvat tevens infrastructuur in de zin van de interventiegebieden 120 t/m 127;
Actielijn 2.1: Als de maatregel a) gemiddeld ten minste een middelmatige mate van renovatie tot doel heeft in de zin van Aanbeveling (EU) 2019/786 van de Commissie, of b) tot doel heeft dat de directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen gemiddeld ten minste met 30 % wordt teruggebracht ten opzichte van de uitstoot ex ante. De renovatie van gebouwen omvat tevens infrastructuur in de zin van de interventiegebieden 120 t/m 127;
Indien het project valt onder specifieke doelstelling 2.3 en aansluit op de beschreven type projecten hieronder, zijn de aanvullende voorwaarden van toepassing om voor subsidie in aanmerking te komen:
In het geval dat de beschikbare middelen uitsluitend bedoeld zijn voor de ontwikkeling en uitrol van lokale thermische systemen (warmtenet) voor het verduurzamen van bestaande gebouwen en woningen; moet de subsidie leiden tot een investering in (een deel van de keten van) een toekomstig thermisch systeem: van bronontwikkeling, opslag en flexibiliteit, transport/distributie, levering, tot aan het nemen van maatregelen bij de afnemer.
In het geval van hoog-efficiënte warmtekrachtkoppeling; Als de maatregel tot doel heeft de emissies tijdens de levenscyclus lager te houden dan 100gCO2e/kWh of warmte/koude te produceren op basis van restwarmte.
In het geval van stadsverwarming/-koeling; Als de desbetreffende infrastructuur in overeenstemming is met Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1) inzake energie-efficiëntie, of als de bestaande infrastructuur dusdanig wordt vernieuwd dat zij aan de definitie van doeltreffende stadsverwarming/-koeling voldoet, als het project een geavanceerd proefsysteem is (systemen voor controle en energiebeheer, internet der dingen) of als de temperatuur van de stadsverwarming/-koeling blijvend naar beneden kan worden bijgesteld.
Specifiek voor projecten onder specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 15:
Bedraagt het maximale subsidiebedrag € 900.000 mits de vigerende Europese regelgeving met betrekking tot staatssteun dit bedrag toestaat.
Indien het project valt onder specifieke doelstelling 2.3 en aansluit op de beschreven type projecten hieronder, zijn de aanvullende voorwaarden van toepassing om voor subsidie in aanmerking te komen:
In het geval dat de beschikbare middelen uitsluitend bedoeld zijn voor de ontwikkeling en uitrol van lokale thermische systemen (warmtenet) voor het verduurzamen van bestaande gebouwen en woningen; moet de subsidie leiden tot een investering in (een deel van de keten van) een toekomstig thermisch systeem: van bronontwikkeling, opslag en flexibiliteit, transport/distributie, levering, tot aan het nemen van maatregelen bij de afnemer.
In het geval van hoog-efficiënte warmtekrachtkoppeling; Als de maatregel tot doel heeft de emissies tijdens de levenscyclus lager te houden dan 100gCO2e/kWh of warmte/koude te produceren op basis van restwarmte.
In het geval van stadsverwarming/-koeling; Als de desbetreffende infrastructuur in overeenstemming is met Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1) inzake energie-efficiëntie, of als de bestaande infrastructuur dusdanig wordt vernieuwd dat zij aan de definitie van doeltreffende stadsverwarming/-koeling voldoet, als het project een geavanceerd proefsysteem is (systemen voor controle en energiebeheer, internet der dingen) of als de temperatuur van de stadsverwarming/-koeling blijvend naar beneden kan worden bijgesteld.
• Is vigerend beleid van toepassing. Dit is terug te vinden op de webpagina van de openstelling.
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 16:
Zijn de middelen uitsluitend beschikbaar voor woningcorporaties met bezit in Noord-Holland. Zij hebben een breed scala aan sociale huurwoningen en zijn dus een belangrijke speler in de transitie naar een circulaire bouweconomie. Woningbouwcorporaties spelen niet alleen een essentiële rol bij het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van renovatie en het creëren van extra wooneenheden, maar ook in de verduurzaming van de bestaande sociale woningvoorraad.
Is het doel om het fossiele grondstoffengebruik in de bouw te verminderen door de toepassing van biobased en secundaire materialen te bevorderen door:
1. het stimuleren van het gebruik van biobased en/of secundaire materialen bij het renoveren van sociale huurwoningen;
2. het bevorderen van optoppen, aanplakken en uitplinten van bestaande gebouwen met biobased en/of secundaire materialen, met als doel het creëren van nieuwe sociale huurwoningen;
3. het actief delen van verworven kennis en ervaringen met betrekking tot het gebruik van biobased materialen en secundaire materialen in projecten, zoals bedoeld onder 1 en 2, met als doel het vergroten van het bewustzijn en de acceptatie van duurzame bouwpraktijken.
Geldt dat zij die bijdragen aan één van de eerste twee genoemde doelen, gecombineerd met het derde doel. De focus van de openstelling is gericht op projecten die bestaan uit renoveren en/of het optoppen, aanplakken of uitplinten van bestaande gebouwen en waarbij biobased en/of secundaire materialen zoveel mogelijk worden toegepast waar dat mogelijk is (minimaal 50% secundair en/of biobased van de benodigde materialen op basis van gewicht exclusief fundatie en installaties).
Biobased materialen zijn afkomstig uit een (duurzaam beheerde) bron, geteeld, natuurlijk aangevuld of op een menselijke tijdschaal natuurlijk gereinigd, zonder uitputting te veroorzaken. Deze materialen hebben als extra voordeel dat ze CO2 opslaan, waardoor ze een positieve bijdrage leveren aan het verminderen van de koolstofemissies. Voorbeelden van biobased materialen zijn hout, gras en slib.
Secundaire materialen verwijzen naar materialen die ontstaan als resultaat van een recycling- of hergebruiksproces van oorspronkelijke producten of materialen. Het zijn materialen die niet rechtstreeks uit natuurlijke bronnen worden gewonnen, maar afkomstig zijn van gerecyclede of hergebruikte producten, waardoor ze een tweede leven krijgen en opnieuw worden ingezet in verschillende toepassingen. De normering voor secundaire materialen en producten vereist dat deze materialen op gewichtsbasis minstens 50% gerecyclede grondstoffen bevatten. Deze vereiste kan worden aangetoond door middel van een EPD-berekening (Environmental Product Declaration) of LCA (Life Cycle Assessment) van het product.
Optoppen is het proces waarbij een bestaand gebouw wordt uitgebreid door er één of meerdere extra verdiepingen bovenop te plaatsen.
Aanplakken verwijst naar het proces waarbij een extra volume aan een bestaand gebouw wordt toegevoegd.
Uitplinten is het benutten of uitbreiden van de begane grond en heeft tot doel het maximaliseren van de bruikbare ruimte en het verbeteren van de functionaliteit en waarde van het gebouw door het toevoegen van extra wooneenheden.
Specifiek voor projecten onder specifiek doel 2.4 actielijn 2 (investeren in materiaal of productieproces aanpassingen, die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen) geldt dat de maatregel tot doel heeft om ten minste 50% van het behandelde, gescheiden ingezamelde ongevaarlijke afval (qua gewicht) te verwerken tot secundaire grondstoffen (output moet gerealiseerd zijn aan het einde van het project).
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 18:
Doelgroepen zijn samenwerkingsverbanden van bedrijven, onderwijsinstellingen, intermediaire organisaties, overheden, corporaties, gebiedsorganisaties, vertegenwoordigers van bewoners/bedrijvenzones, ondernemersverenigingen. Type projecten die mogelijk zijn: Procesgerichte acties (aanjaag- en/of bewustwordingsprojecten), pilots, proeftuinen, demonstratieprojecten, transitiehubs, stadslabs.
Hierbij valt te denken aan substantiële, gebiedsgerichte pilots en structuurversterkende projecten met duurzame resultaten, gericht op het bevorderen van de transities (klimaat, energie, circulair, gezond, digitaal, veilig) en het tegengaan van (kwantitatieve en/of kwalitatieve) mismatch op de arbeidsmarkt voor de transities, waaronder nieuwe arbeidsmarkt/opleidingsinitiatieven, fysieke ‘transitiehubs’, stadslabs en pilotprojecten in het programmagebied. De beschikbaarheid van voldoende en gekwalificeerd personeel is zeker voor de energietransitie een issue. Binnen deze openstelling geven we de voorkeur aan projecten gericht op de groene transities (klimaat, energie, circulair) inclusief bijpassende arbeidsmarktinitiatieven omdat we verwachten daarop met EFRO inzet te kunnen versnellen. Voorkeur gaat uit naar projecten gericht op draagvlak onder bewoners/bedrijven voor de klimaat/energie/circulaire transities. Bijv. doorontwikkeling aanpak en uitrol transitievisie warmte (incl. bewustwording en participatietrajecten), verduurzaming bedrijventerrein Overvecht-Noord;
Voor aanvragen die worden ingediend onder het plafond, als bedoeld onder 20:
De organisatie(s) die aanvraagt dient te voldoen aan:
- het aantoonbaar ervaring hebben met het opzetten en uitvoeren van een financieringsinstrument (fonds) voor impactondernemingen;
- het hanteren van een place-based impact investing-aanpak;
- het in de aanvraag expliciet aandacht te besteden aan:
A: het inrichten en waarborgen van betrokkenheid van lokale gemeenschappen bij het opzetten en in de uitvoering van het fonds (community engagement); en
B: het borgen van aansluiting bij de behoeften van lokale impactondernemers in hun groeiproces.
- het beschikken over een lokaal netwerk en samenwerkingsverbanden met relevante partijen (zoals gemeenten, investeerders, kennisinstellingen en ondernemersnetwerken);
- het in de aanvraag expliciet aandacht te besteden aan:
A: het actief bereiken en betrekken van een diverse en inclusieve groep impactondernemers;
B: het opzetten van een gestructureerd begeleidingstraject dat ondernemers voorbereidt op het aantrekken van kapitaal (zoals trainingen, coaching, juridische/financiële ondersteuning op investeerdersmatching.
Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam, in de hoedanigheid van Beheerautoriteit van het Programma Kansen voor West III,
Wethouder Haven, Economie, Horeca en Bestuur (wijken en kleine kernen)
Voorts worden de volgende openstellingen per 1 november 2025 GESLOTEN, waarbij ingediende aanvragen onder het betreffende deelplafond tot het moment van sluiting zullen worden afgehandeld:
Uit de openstellingspublicatie van 3 februari 2025:
5.1.SA.G3 - Plafond nummer 1 (2-2025)
Voor prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen een bedrag van € 3.000.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 5.1 Bevorderen van de geïntegreerde sociale, economische en ecologische / duurzame ontwikkeling, cultureel erfgoed, toerisme en veiligheid in stedelijke gebieden actielijn 1 Bevorderen van de transities in de GTI-gebieden en actielijn 2 Versterken arbeidspotentieel gekoppeld aan transities in GTI-gebieden van het GTI-programmadeel van de gemeente Amsterdam die passen binnen het vigerende beleid.
Uit de openstellingspublicatie van 17 april 2023:
2.4.SA.1 - Plafond nummer 8 (4-2023)
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 1.800.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.4 Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie (textiel) actielijn 1. Ontwikkelen en opschalen van reeds in pilot en testopstellingen bewezen circulaire toepassingen en actielijn 2. Investeringen in materiaal of productieprocesaanpassingen die leiden tot een hogere mate van recycling, inclusief de herwinning van kostbare grondstoffen van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de gemeente Amsterdam.
Uit de openstellingspublicatie van 8 januari 2024:
2.2.SDH.1 - Plafond nummer 2 (1-2024)
Voor prioritaire as 2 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Een groener, koolstofarm Europa door de bevordering van een schone en eerlijke energietransitie, groene en blauwe investeringen, de circulaire economie, aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer een bedrag van € 2.980.434 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 2.2 Bevorderen van hernieuwbare energie, actielijn 1. Stimuleren hernieuwbare energieconcepten van het regionale programmadeel die passen binnen het vigerende regionale beleid van de stad Den Haag.
Voorts wordt het volgende openstellingsplafond per 1 december 2025 GESLOTEN, waarbij ingediende aanvragen onder het betreffende deelplafond tot het moment van sluiting zullen worden afgehandeld:
Uit de openstellingspublicatie van 15 november 2022:
5.1.SA.G1 - Plafond nummer 17 (11-2022)
Voor prioritaire as 5 van het programma Kansen voor West III 2021-2027: Europa dichter bij de burgers brengen door de duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van stads-, plattelands- en kustgebieden, en door lokale initiatieven te bevorderen een bedrag van € 3.500.000 bedoeld voor projecten passend binnen specifieke doelstelling 5.1 Bevorderen van de geïntegreerde sociale, economische en ecologische / duurzame ontwikkeling, cultureel erfgoed, toerisme en veiligheid in stedelijke gebieden actielijn 1 Bevorderen van de transities in de GTI-gebieden en actielijn 2 Versterken arbeidspotentieel gekoppeld aan transities in GTI-gebieden van het GTI-programmadeel van de gemeente Amsterdam die passen binnen het vigerende beleid.
Op 18 juli 2022 is het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 door de Europese Commissie goedgekeurd. Reeds op 5 juni 2022 heeft de Minister van Economische Zaken op het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam aangewezen als Beheerautoriteit Kansen voor West III bij Besluit WJZ/22233414.
Op 20 april 2022 is het totale EFRO-subsidieplafond voor de uitvoering van projecten in het kader van het Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 ad. € 200.333.745 (zie voetnoot 1) bekend gemaakt. Daarbij is aangegeven dat deelplafonds gefaseerd, vastgesteld, opengesteld en bekend gemaakt worden. Het onderhavige besluit heeft betrekking op dergelijke deelplafonds.
Het totaalplafond valt uiteen in vijf onderdelen: vier GTI-programmadelen en het regionale programmadeel. De vier GTI-programmadelen maken onderdeel uit van Programma EFRO West-Nederland 2021-2027en zijn ondergebracht bij de Beheerautoriteit gemeente Rotterdam en de aangewezen intermediaire instanties, de steden: Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Deze vier steden worden ook wel aangeduid als de G4.
De Beheerautoriteit draagt ervoor zorg dat het beschikbare budget voor het regionale programmadeel wordt ingezet ten behoeve van het Programma. Het budget wordt zo ingezet dat de beschikbare middelen evenwichtig worden verdeeld over de regio West en passen binnen het, bij de openstelling van toepassing verklaarde vigerende regionale en lokale beleid van, zowel de G4 als de P4, te weten de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht.
Zolang een deelplafond niet is uitgeput, kan (een deel van) het beschikbare, maximale subsidiebedrag van dat deelplafond worden aangewend voor subsidiëring van projecten die (ook en in voldoende mate) van belang zijn voor dat desbetreffende programmadeel. Dat geldt ook, in beperkte mate, voor projecten waarvoor subsidie is aangevraagd onder een ander deelplafond, maar waar het bereiken van het deelplafond aan subsidieverlening in de weg staat. Niet valt uit te sluiten dat er projecten zijn die van belang zijn voor meerdere provincies of steden, of projecten die alleen van belang zijn voor de desbetreffende provincie of stad, maar waarvan de uitvoering zich niet primair binnen die provincie of stad afspeelt. Dergelijke projecten, waarvan is vastgesteld dat sprake is van een voldoende ‘match’ met een ander deelprogramma waarvan het budget nog niet is uitgeput, kunnen dan in uitzonderlijke gevallen toch worden gesubsidieerd ten laste van het deelplafond van de provincie of de stad voor wie het project (ook) relevant is. Dergelijke projecten, die voor financiering uit een alternatief (nog niet uitgeput deelbudget) in aanmerking komen, sluiten achteraan in de rij. Dit met het oog op de belangen van de andere aanvragers die onder het desbetreffende deelbudget hebben aangevraagd. Of een project past in het programmadeel van de desbetreffende provincie of stad, wordt beoordeeld aan de hand van het, bij de openstelling van toepassing verklaarde, vigerende regionale en lokale beleid. Indien het project niet past binnen dit beleid, wordt de subsidieaanvraag afgewezen. Het vigerende regionale en het lokale beleid van bovengenoemde provincies en steden is (onder meer) te raadplegen via de website van Kansen voor West (www.kansenvoorwest.nl).
Bijzondere eisen per subsidieplafond
In Beleidsregel Programma EFRO West-Nederland 2021-2027 (versie 1) is bepaald dat de Beheerautoriteit gelijktijdig met het vaststellen en bekend maken van een subsidieplafond kan bepalen dat, van hetgeen in de Beleidsregel is opgenomen, wordt afgeweken en/of dat ervoor aanvragen, die worden ingediend onder de desbetreffende subsidieplafonds, aanvullende eisen gelden. Dat is in het onderhavige besluit gebeurd.
[1] Voor alle hier opgenomen (deel)plafonds geldt dat aanvragen getoetst worden aan het van toepassing verklaarde deel van het Programma EFRO West-Nederland 2021 – 2027. Indien er sprake is van extra vigerend beleid voor een (deel)plafond dan wordt dit voor het betreffende (deel)plafond kenbaar gemaakt op de website www.kansenvoorwest.nl.
[2] Verordening (EU) Nr. 2021/1060 en Nr. 2021/1058
[3] Verordening (EU) Nr. 2021/1060 en Nr. 2021/1058
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-449507.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.