Subsidieregeling Kinderopvang Ermelo 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo;

 

overwegende:

  • dat het college bevoegd is voor bepaalde vormen van subsidie nadere regels te stellen dan wel specifieke nadere regelingen vast te stellen;

  • dat het gewenst is activiteiten te stimuleren om een laagdrempelig en dekkend aanbod te bieden van kinderopvang met optimale ontwikkelingskansen voor alle kinderen in de leeftijd van 2 jaar en 3 maanden tot 4 jaar en met extra inspanningen voor kinderen met een (risico op) ontwikkelingsachterstand;

gelet op artikel 160 van de Gemeentewet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Algemene Subsidieverordening Ermelo 2024 en de wettelijke kaders rondom kinderopvang en voorschoolse educatie;

 

BESLUITEN:

 

vast te stellen de

 

Subsidieregeling Kinderopvang Ermelo 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Ermelo 2024;

  • b.

    Doelgroeppeuter: een kind woonachtig in Ermelo in de leeftijd van 2 jaar en 3 maanden tot 4 jaar met een VVE indicatie;

  • c.

    Kinderopvang: een aanbieder van reguliere kinderopvang gevestigd in Ermelo welke ingeschreven is in het Landelijk Register Kinderopvang;

  • d.

    Kind Centraal Ermelo: samenwerking tussen voorschoolse voorzieningen en de jeugdgezondheidszorg in Ermelo;

  • e.

    KOT (Kinderopvangtoeslag): een financiële tegemoetkoming vanuit de landelijke overheid aan ouders voor de kosten van kinderopvang;

  • f.

    NJI: Nederlands Jeugdinstituut;

  • g.

    OAB: onderwijsachterstandenbeleid. Landelijk beleid dat erop gericht is om onderwijsachterstanden bij kinderen, die samenhangen met hun sociaaleconomische achtergrond, te verminderen en te voorkomen;

  • h.

    Ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft. Deze persoon/personen staan ingeschreven op hetzelfde adres als het kind;

  • i.

    Peuter: een kind woonachtig in Ermelo in de leeftijd van 2 jaar en 3 maanden tot 4 jaar;

  • j.

    VVE (Voorschoolse educatie): kinderopvang voor doelgroeppeuters, gericht op het stimuleren van de ontwikkeling;

  • k.

    Voorschoolse voorziening: een aanbieder van reguliere kinderopvang of een aanbieder van voorschoolse educatie gevestigd in Ermelo welke ingeschreven is in het Landelijk Register Kinderopvang;

  • l.

    VVE indicatie: een door de Jeugdgezondheidszorg afgegeven indicatie voor voor- en vroegschoolse educatie aan peuters met een (risico op een) ontwikkelingsachterstand.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid Asv

Op deze regeling is de Asv van toepassing. Indien in deze regeling regels zijn gegeven die afwijken van de Asv, gaan de regels uit deze regeling voor op die uit de Asv, voor zover de Asv afwijking toestaat.

Hoofdstuk 2 Doel, doelgroep en te subsidiëren activiteiten

Artikel 2.1 Doel en doelgroep subsidie

  • 1.

    Deze regeling heeft als doel om (doelgroep)peuters woonachtig in Ermelo optimale mogelijkheden te bieden voor zelfontplooiing en talentontwikkeling middels het aanbieden van kwalitatief hoogwaardige kinderopvang en voorschoolse educatie.

  • 2.

    Voor subsidie op grond van deze regeling komen uitsluitend voorschoolse voorzieningen gevestigd in Ermelo in aanmerking.

Artikel 2.2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan aan een aanvrager voor de volgende activiteiten subsidie verlenen onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden:

    • a.

      Het bieden van kinderopvang aan (doelgroep)peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag woonachtig in Ermelo, met een maximum van 40 weken per jaar (niet-KOT);

    • b.

      het bieden van voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters, met een maximum van 40 weken per jaar;

    • c.

      de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker in de VVE, volgens de wettelijke eisen OAB.

  • 2.

    Tot de subsidiabele kosten worden gerekend:

     

    Activiteit

    Subsidiabele kosten

    VVE indicatie, KOT, op VVE locatie

    • kosten voor de inzet op de aanvullende kwaliteitseisen.

    • kosten voor kinderopvang per peuter voor de uren boven de 8 uur met een maximum van 16 uur.

    VVE indicatie, niet-KOT, op VVE locatie

    • kosten voor de inzet op de aanvullende kwaliteitseisen.

    • kosten voor kinderopvang per peuter van maximaal 8 uur per week.

    • kosten voor kinderopvang per peuter voor de uren boven de 8 uur met een maximum van 16 uur.

    Geen VVE indicatie, KOT, op VVE locatie

    • kosten voor de inzet op de aanvullende kwaliteitseisen.

    Geen VVE indicatie, niet-KOT, op VVE locatie

    • kosten voor de inzet op de aanvullende kwaliteitseisen.

    • kosten voor kinderopvang per peuter van maximaal 8 uur per week.

    Niet-KOT, op reguliere kinderopvang

    • kosten voor kinderopvang per peuter van maximaal 8 uur per week.

    Inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker in de VVE

    • kosten voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker in de VVE van maximaal 10 uur per doelgroeppeuter, gebaseerd op het aantal doelgroeppeuters op 1 januari van het betreffende subsidiejaar.

Hoofdstuk 3 Aanvragen subsidie

Artikel 3.1 Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag wordt jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar ingediend op een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld.

  • 3.

    De aanvraag moet voldoen aan de eisen genoemd in artikel 4:2 Awb, de Asv en deze regeling.

  • 4.

    Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in de voorgaande leden genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 3.2 Beslissing op aanvraag

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

  • 3.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb inzake subsidieverlening van rechtswege is niet van toepassing.

Hoofdstuk 4 Subsidieverlening

Artikel 4.1 Voorwaarden en verplichtingen

  • 1.

    Het college kan aan de aanvrager een subsidie verlenen onder de volgende voorwaarden en verplichtingen:

    • a.

      De voorschoolse voorziening rapporteert eens per jaar aan het college via een door het college verstrekt verantwoordingsformulier;

    • b.

      Een voorziening voor voorschoolse educatie rapporteert daarnaast via een door het college voorgeschreven monitoringstool;

    • c.

      De voorschoolse voorziening verleend medewerking aan de door de gemeente uitgevoerde steekproefsgewijze controles op de door ouders verstrekte inkomensgegevens;

    • d.

      De voorschoolse voorziening voldoet naast de wettelijke eisen ook aan de aanvullende gemeentelijke kwaliteitseisen, zoals in onderstaande tabellen, per type voorziening, is opgenomen.

    Aanvullende kwaliteitseisen voorschoolse voorziening - kinderopvang

    • Is een algemeen toegankelijke voorziening;

    • Werkt aan een hoog bereik van peuters;

    • Biedt opvang in de directe omgeving;

    • Wordt gegeven in een horizontale groep;

    • Werkt met een kindvolgsysteem om de ontwikkeling van de kinderen structureel te volgen;

    • Werkt overeenkomstig de lokale afspraken voor (warme) overdracht en de doorgaande lijn;

    • Zet zich in voor ouderbetrokkenheid vastgelegd in een plan ouderbetrokkenheid;

    • Neemt actief deel aan de externe zorgstructuur;

    • Werkt aan het behouden en verdiepen van de intensieve samenwerking binnen Kind Centraal met en tussen alle partners kinderopvang en onderwijs.

     

    Aanvullende kwaliteitseisen voorschoolse voorziening - VVE

    • Is een algemeen toegankelijke voorziening;

    • Werkt aan een hoog bereik van (doelgroep)peuters;

    • Biedt opvang in de directe omgeving;

    • Wordt gegeven in een horizontale groep;

    • Werkt met een kindvolgsysteem om de ontwikkeling van de kinderen structureel te volgen;

    • Werkt overeenkomstig de lokale afspraken voor (warme) overdracht en de doorgaande lijn;

    • Zet zich in voor ouderbetrokkenheid vastgelegd in een plan ouderbetrokkenheid;

    • Neemt actief deel aan de externe zorgstructuur;

    • Levert gegevens aan via een door het college voorgeschreven monitoringstool;

    • Registreert de resultaten van de kinderen met een VVE indicatie. Daarnaast wordt gerapporteerd overeenkomstig de lokale afspraken;

    • Werkt met een door het NJI goedgekeurde integrale VVE methode;

    • Werkt met een Plan van Aanpak voor inbedding en borging van VVE-kwaliteit;

    • Werkt met de pedagogisch beleidsmedewerker in de VVE, welke wordt ingezet op vroegsignalering, dekkend netwerk en de doorgaande lijn. De uitvoering wordt door de VVE-locaties uitgewerkt in eigen beleid;

    • Werkt aan het behouden en verdiepen van de intensieve samenwerking binnen Kind Centraal met en tussen alle partners kinderopvang en onderwijs.

 

  • 2.

    Het college kan bij de subsidieverlening aanvullende verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie per peuter is afhankelijk van de activiteit en is hieronder per activiteit opgenomen:

  • 1.

    VVE indicatie, KOT, op VVE locatie

    • Een door de gemeente vastgestelde opslag per uur voor de inzet op de aanvullende kwaliteitseisen, met een maximum van 16 uur per week.

    • Een volledige vergoeding voor kinderopvang, ter hoogte van het landelijk normtarief kinderopvang (dagopvang), voor de uren boven de 8 uur met een maximum van 16 uur, verdeeld over twee dagdelen op twee dagen.

  • 2.

    VVE indicatie, niet-KOT, op VVE locatie

    • Een door de gemeente vastgestelde opslag per uur voor de inzet op de aanvullende kwaliteitseisen, met een maximum van 16 uur per week.

    • Een vergoeding voor maximaal 8 uur per week kinderopvang, gebaseerd op het landelijk normtarief kinderopvang (dagopvang), verdeeld over twee dagdelen op twee dagen. De vergoeding is afhankelijk van het bruto-jaarinkomen van ouders, gebaseerd op de ouderbijdrage kinderopvang van het Rijk.

    • Een volledige vergoeding voor kinderopvang, ter hoogte van het landelijk normtarief kinderopvang (dagopvang), voor de uren boven de 8 uur met een maximum van 16 uur, verdeeld over twee dagdelen op twee dagen.

  • 3.

    Geen VVE indicatie, KOT, op VVE locatie

    • Een door de gemeente vastgestelde opslag per uur voor de inzet op de aanvullende kwaliteitseisen, met een maximum van 8 uur per week.

  • 4.

    Geen VVE indicatie, niet-KOT, op VVE locatie

    • Een door de gemeente vastgestelde opslag per uur voor de inzet op de aanvullende kwaliteitseisen, met een maximum van 8 uur per week.

    • Een vergoeding voor maximaal 8 uur per week kinderopvang, gebaseerd op het landelijk normtarief kinderopvang (dagopvang), verdeeld over twee dagdelen op twee dagen. De vergoeding is afhankelijk van het bruto-jaarinkomen van ouders, gebaseerd op de ouderbijdrage kinderopvang van het Rijk.

  • 5.

    Geen VVE indicatie, niet-KOT, op reguliere kinderopvang

    • Een vergoeding voor maximaal 8 uur per week kinderopvang, gebaseerd op het landelijk normtarief kinderopvang (dagopvang), verdeeld over twee dagdelen op twee dagen. De vergoeding is afhankelijk van het bruto-jaarinkomen van ouders, gebaseerd op de ouderbijdrage kinderopvang van het Rijk.

  • 6.

    Inzet pedagogisch beleidsmedewerker in de VVE

    • Een vergoeding voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker in de VVE. VVE- locaties ontvangen een vergoeding voor de inzet van maximaal 10 uur per doelgroeppeuter, gebaseerd op het aantal doelgroeppeuters op 1 januari van het betreffende subsidiejaar. De vergoeding is gebaseerd op het landelijke tarief (hoogste trede) volgens de cao Kinderopvang (Schaal 9).

Hoofdstuk 5 Verantwoording en vaststelling

Artikel 5.1 Verantwoording en subsidievaststelling

  • 1.

    Vaststelling van de toegekende subsidie vindt plaats door het college nadat:

    • a.

      de aanvrager een verzoek tot vaststelling heeft ingediend waarin:

      • het daadwerkelijk aantal afgenomen uren op de voorschoolse voorziening wordt gerapporteerd, conform de voorwaarden in de subsidieregeling;

      • wordt gerapporteerd hoe de aanbieder de aanvullende kwaliteitseisen van het peuteraanbod realiseert.

  • 2.

    Indien bij de eindcontrole blijkt dat (op onderdelen) wordt afgeweken van de subsidietoekenning kan het college de in eerste instantie verleende subsidie verlagen of op ‘nihil’ vaststellen.

  • 3.

    Bij de subsidievaststelling wordt de subsidie nooit hoger vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag, dus ook niet als de kosten hoger zijn uitgevallen.

  • 4.

    Paragraaf 4.1.3.3 Awb inzake subsidievaststelling van rechtswege is niet van toepassing.

Hoofdstuk 6 Weigering, intrekking en terugvordering

Artikel 6.1 Subsidie weigeren, intrekken en/of terugvorderen

  • 1.

    De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien:

    • a.

      er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:35 of afdeling 4.2.6 van de Awb of in artikel 10 van de Asv, met uitzondering van artikel 10, derde lid, onderdeel k, van de Asv;

    • b.

      de aanvraag niet voldoet aan het doel van de regeling, zoals genoemd in artikel 2.1 lid 1;

    • c.

      de aanvrager niet behoort tot de doelgroep, zoals genoemd in artikel 2.1 lid 2;

    • d.

      de aanvraag geen betrekking heeft op de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 2.2;

    • e.

      de aanvraag niet tijdig is ingediend;

    • f.

      er anderszins niet wordt voldaan aan de vereisten zoals genoemd in deze regeling;

    • g.

      er is gestart met de uitvoering van de activiteiten voordat er is besloten tot subsidieverlening;

    • h.

      er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheids(instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

  • 2.

    De subsidie wordt in ieder geval ingetrokken, indien achteraf komt vast te staan dat zich een weigeringsgrond als omschreven in het eerste lid heeft voorgedaan.

  • 3.

    De subsidie wordt teruggevorderd, indien de subsidie is ingetrokken.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 7.1 Onvoorziene gevallen en hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze regeling indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 7.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de “Subsidieregeling Kinderopvang 2022” en het “Kwaliteitskader Kinderopvang 2022”.

  • 2.

    Deze regeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling Kinderopvang Ermelo 2026”.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025

M. Jacobs,

secretaris,

P.J.T. van Daalen,

burgemeester,

Naar boven