Gemeenteblad van Pekela
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pekela | Gemeenteblad 2025, 443519 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pekela | Gemeenteblad 2025, 443519 | beleidsregel |
Privacy protocol aanpak ondermijning gemeente Pekela
De heersende opvatting in bestuurlijk Nederland is dat ondermijnende criminaliteit niet uitsluitend door middel van strafrechtelijke middelen kan worden aangepakt. Gemeenten spelen ook een belangrijke rol in de bestrijding van ondermijning. De verwevenheid van onder- en bovenwereld, een kenmerk van ondermijnende activiteiten, kan er namelijk toe leiden dat de gemeente onbewust bijdraagt aan deze activiteiten door het verstrekken van subsidies, vergunningen, uitkeringen, enzovoort. Informatiedeling binnen de gemeente is daarom zeer belangrijk.
Van deze binnengemeentelijke informatiedeling en afdeling overstijgende samenwerking is ook sprake bij gemeente Pekela. Bij signalen van ondermijning vindt er overleg plaats tussen de relevante en betrokken gemeentelijke afdelingen. Het doel van dergelijk overleg is om te bevorderen dat medewerkers knelpunten met betrekking tot bepaalde thema’s en verdachte signalen met elkaar te bespreken en indien nodig vervolgacties uit zetten. De gemeente heeft namelijk door haar organisatiestructuur meestal een goed zicht op de lokale (sociale) structuren. Met behulp van haar wettelijke taken en bevoegdheden beschikt de gemeente over informatie die kan worden gebruikt om ondermijnende activiteiten nauwkeurig in kaart te brengen. Daarnaast heeft de gemeente verschillende bestuursrechtelijke instrumenten tot haar beschikking, waarmee zij in samenwerking met de kennis van de fysieke en sociale omgeving van de wijken barrières kan opwerpen tegen ondermijnende activiteiten, om zo deze te voorkomen of te verminderen. Dit kan worden gezien als een proactieve aanpak van ondermijning. Eveneens levert het een bijdrage aan de reactieve aanpak van ondermijning, wanneer op basis van ingekomen signalen ondermijningscasuïstiek wordt aangepakt.
De binnengemeentelijke informatiedeling die moet leiden tot de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zal wel met inachtneming van de wet- en regelgeving op het gebied van privacy moeten plaatsvinden. Daarom ligt voor u het Privacy Protocol Aanpak Ondermijning. Dit protocol bestaat uit meerdere fases die gevolgd moeten worden om een aanpak tegen ondermijning te hanteren die in overeenstemming is met de privacywetgeving.
Dit protocol zal in paragraaf 2 starten met een begrippenlijst. In paragraaf 3 is een schematische weergave te vinden van de verschillende fases van het proces. Vervolgens komen in paragraaf 4 achtereenvolgens fase 1, 2, 3 en 4 aan bod. In paragraaf 5 volgen enkele waarborgen die gedurende het hele proces in acht genomen dienen te worden. Daarna bevat paragraaf 6 een uitgebreide uiteenzetting van de verschillende Privacychecks die op bepaalde momenten het proces uitgevoerd moeten worden. Verder vereist het protocol op sommige punten nog actie van de gemeente, daarom is in paragraaf 7 een actielijst opgenomen. Tot slot gaat paragraaf 8 in op de evaluatie van dit protocol.
Ondermijnende criminaliteit: Criminaliteit die een bedreiging vormt en schade toebrengt voor en aan de (lokale) samenleving en tot stand komt door (criminele) samenwerking tussen mensen of groepen, met als doel financieel of materieel gewin te verkrijgen waarbij veelal geweld of corruptie wordt toegepast. Ondermijnende criminaliteit kenmerkt zich door r de (pogingen tot) verwevenheid van de (criminele) onderwereld met het toegang (proberen te) krijgen van de (legale) bovenwereld om opbrengsten van criminaliteit daarmee ook legaal te maken.
Regisseur ondermijning: De regisseur ondermijning is de persoon die operationeel verantwoordelijk is voor het ontwikkelen en uitvoeren van een integrale aanpak om ondermijnende criminaliteit binnen de gemeente tegen te gaan. Het is tevens de proceseigenaar van dit protocol. In de gemeente Pekela ligt deze rol bij de adviseur OOV.
Ondermijningsteam: Het ondermijningsteam is een specifiek samengesteld (klein) team binnen de gemeente die het signaal van ondermijnende activiteiten in behandeling neemt. De regisseur ondermijning voert de regie over het ondermijningsteam. De leden van het ondermijningsteam zijn zij die opsporingstaken uitoefenen (sociale recherche) aangevuld met medewerkers van Openbare Orde en Veiligheid.
Signaal: Een signaal is een melding van één of meerdere professionals en/of burgers waarin bepaalde handelingen, gedragingen en/of situaties worden aangewezen als mogelijk gerelateerd aan ondermijnende activiteiten. Een signaal kan ook verwijzen naar een groep signalen of meldingen die op elkaar lijken of gerelateerd zijn.
Hit: Als bepaalde gegevens van een persoon in een gemeentelijk bronbestand voorkomen en relevant zijn voor het signaal, wordt dit beschouwd als een "hit". In dit geval is de betreffende persoon of informatie bekend binnen het gemeentelijke domein in het kader van onrechtmatigheden dan wel maatschappelijke bedreigingen.
Signaaloverleg: Signaaloverleg is overleg tussen gemeentelijke afdelingen waarbij signalen van mogelijke ondermijning worden besproken en geanalyseerd om zo tot een plan van aanpak te komen.
RIEC: Regionaal Informatie en Expertise Centrum, de netwerkorganisatie met als doel samenwerking te stimuleren en de overheid en maatschappij weerbaarder te maken om zo ondermijning tegen te gaan.
Privacy protocol RIEC: Het protocol omtrent privacy dat hoort bij en een onderdeel is van het RIEC-convenant.
Dat-informatie: ‘Dat-informatie’ is een gegeven. Een persoon komt bijvoorbeeld voor in het systeem van de politie.
Wat-informatie: ‘Wat-informatie’ is wat de ‘dat-informatie’ inhoudt. Het laat bijvoorbeeld zien waarom een persoon voorkomt in het systeem van de politie.
Privacy Officer (PO): De Privacy Officer zorgt binnen een organisatie voor de naleving van privacywetgeving, ontwikkelt privacybeleid en traint medewerkers.
AVG-coördinator of -ambassadeur: De persoon die op dit moment binnen gemeente Pekela naast de taken en verantwoordelijkheden van de PO, mede zorg draagt voor de naleving van privacywetgeving, ontwikkeling van het privacybeleid en training van medewerkers. In Pekela heet de AVG-coördinator, AVG-ambassadeur en kan in het kader va dit protocol namens de PO bepaalde taken uitvoeren. In dit protocol wordt verder gesproken van AVG-coördinator.
Functionaris gegevensbescherming (FG): De FG adviseert de organisatie over de verwerking van persoonsgegevens, houdt toezicht op de naleving van de privacywetgeving en fungeert als contactpersoon voor betrokkenen en toezichthouders.
Bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens: Bijzondere persoonsgegevens zijn persoonsgegevens die bijzondere aandacht en bescherming vereisen vanwege hun gevoelige aard. Hierbij kan gedacht worden aan gegevens over iemands ras, etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze overtuiging, gezondheid, seksuele gerichtheid, lidmaatschap van een vakbond, genetische gegevens of biometrische gegevens.Strafrechtelijke persoonsgegevens zijn persoonsgegevens die betrekking hebben op strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten.
Proportionaliteit: Het proportionaliteitsbeginsel is een juridisch principe dat stelt dat de middelen die worden ingezet om een doel te bereiken, in verhouding moeten staan tot het beoogde doel zelf. Dit betekent dat de mate van ingrijpen in fundamentele rechten of belangen van individuen in verhouding moet staan tot het te bereiken doel, en niet verder mag gaan dan noodzakelijk is om dat doel te bereiken.
Subsidiariteit: Het beginsel van subsidiariteit houdt in dat bij het nemen van beslissingen of het uitvoeren van acties, het minst ingrijpende middel moet worden ingezet om een bepaald doel te bereiken.
Dit protocol voor het opsporen en bestrijden van ondermijnende activiteiten bestaat uit vier fasen
en moet worden uitgevoerd met aandacht voor proportionaliteit en subsidiariteit. Er zal door gemeente Pekela een speciale functionaris (hierna: regisseur ondermijning) moeten worden aangewezen om te zorgen dat de verschillende fasen correct worden uitgevoerd. Bij gemeente Pekela zal deze functie worden ondergebracht bij één van de Adviseurs Openbare Orde en Veiligheid (OOV). De afdeling Openbare Orde en Veiligheid (hierna: OOV) zal in dit protocol de rol van Ondermijningsteam hebben.De beoordeling van een ontvangen signaal geldt als het startpunt van dit protocol. Hieronder wordt elke fase nader toegelicht.
Fase 1: Ontvangst & intake van het signaal
De eerste fase van het protocol richt zich op het ontvangen en verwerken van een signaal. Er zijn verschillende manieren waarop een signaal kan binnenkomen, bijvoorbeeld via telefoon, mondelinge, schriftelijke of digitale meldingen van collegae, burgers of professionals, of via Meld Misdaad Anoniem.
Na de binnenkomst van het signaal beoordeelt de regisseur ondermijning wat het signaal inhoudt en of het betrekking heeft op ondermijnende activiteiten. Dit is de eerste weging in het proces. Bij deze weging wordt het signaal beoordeeld aan de hand van een aantal kenmerken en indicatoren.
In bijlage 1 van dit protocol is de 'Checklist ten behoeve van beoordelingskader Ondermijning'1te vinden. Deze checklist biedt handvaten voor de regisseur ondermijning bij het kwalificeren van het signaal. De beoordeling van het signaal moet plaatsvinden binnen het kader van ondermijnende criminaliteit. Er moet verder ten minste één van de indicatoren van 'situationele en lokale verankering' aanwezig zijn, en vervolgens wordt er gekeken naar de indicatoren van 'signalering', die in een lijst met 'red flags' zijn opgenomen.
2A Gemeentelijke taak of bevoegdheid?
Bij weging 2A wordt beoordeeld of het signaal dat is binnengekomen, valt onder de taken en bevoegdheden van de gemeente en niet onder die van een andere instantie, zoals de politie of Arbeidsinspectie. Het is daarom belangrijk om te beoordelen of het signaal kan leiden tot gemeentelijk optreden. In bijlage 2 is ter ondersteuning een niet limitatieve lijst te vinden met taken en
bevoegdheden van de burgemeester alsook van het college van B. en W.
1 De checklist bevat geen limitatief overzicht en kan nog worden aangepast al naar gelang de eigen gemeentelijke praktijk en ervaringen van gemeente Pekela.
Er zijn na deze weging twee mogelijke uitkomsten:
2B Grondgebied gemeente Pekela
Weging 2B van het protocol houdt in dat er wordt gekeken of het signaal betrekking heeft op het
grondgebied van de gemeente Pekela. Er wordt gekeken of zowel het object van het signaal als
het subject zich binnen de gemeente bevindt. Dit wordt bepaald aan de hand van het stellen van
Voor het beantwoorden van deze vragen wordt gebruik gemaakt van informatie uit voor de gemeente algemeen beschikbare bronnen zoals de basisregistraties. Hierbij zijn met name het handelsregister van de Kamer van Koophandel, het Kadaster, de Basisregistratie Personen (BRP) en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) vaak van belang.
Ook na deze weging zijn er twee mogelijke uitkomsten:
Het signaal heeft geen betrekking op het grondgebied van gemeente Pekela en wordt daarom niet behandeld door de gemeente. Indien nodig zal het signaal worden doorverwezen door de regisseur ondermijning naar een andere instantie of gemeente. De informatie die uit het signaal is verkregen wordt direct vernietigd.
In deze fase weegt het ondermijningsteam de zwaarte van het signaal en bepaalt waar de melding het beste kan worden afgehandeld. Gemeente Pekela kan in haar beleid richtlijnen vaststellen voor het wegen van de zwaarte van het signaal die passen bij de lokale omstandigheden2 en aangeven welke relevante factoren daarbij betrokken zijn. Voorbeelden zijn of de melding voldoende concreet of recent is en betrekking heeft op onderwerpen waarvoor een trend- en fenomeenanalyse is uitgevoerd waaruit blijkt dat er bijzondere aandacht voor een bepaald fenomeen vereist is.
2 Geografische, demografische, sociaaleconomische en politieke factoren die ervoor kunnen zorgen dat een gemeente gevoeliger is voor een bepaalde vorm van ondermijning.
Het beleid kan ook bepalen onder welke omstandigheden aanvullend onderzoek in openbare bronnen kan worden gedaan naar de melding.3 Deze criteria moeten objectief zijn.
Tijdens fase 3 van het protocol is de Privacy Officer (hierna: PO) of de AVG-coördinator verantwoordelijk voor Privacy check 1.5 De PO of de AVG-coördinator bepaalt welke gemeentelijke bronnen kunnen worden geraadpleegd naar aanleiding van het specifieke signaal en, met behulp van een hit/no hit-vraag, welke gegevens relevant zijn voor het signaal na het raadplegen van de betrokken gemeentelijke bronnen. Wanneer het signaal bijvoorbeeld druggerelateerd is, is het niet direct relevant om in systemen van het sociale domein te zoeken. Wel is het relevant om in systemen van financiën, vergunningen en burgerzaken te zoeken.
Soms kan al worden geconstateerd dat "dat"-informatie6 aangeeft dat verdere "wat-informatie"7niet nodig is. In dat geval mag er geen "wat-informatie" worden opgevraagd. Dit is bijvoorbeeld het geval als "dat-informatie" te oud is.
Een onderdeel van de hit/no hit-check is dus de beoordeling of de informatie relevant is voor het specifieke signaal. Als bepaalde gegevens van een persoon in een gemeentelijk bronbestand voorkomen en relevant zijn voor het signaal, wordt dit beschouwd als een "hit". In dit geval is de betreffende persoon of informatie bekend binnen het gemeentelijke domein in het kader van onrechtmatigheden dan wel maatschappelijke bedreigingen. Verdere stappen worden hieronder beschreven. Als er geen "hit" is, wordt er geen verdere actie ondernomen en wordt het signaal niet
3 Hierbij zou aansluiting gezocht kunnen worden bij het Protocol internetonderzoek door gemeenten. Ziehttps://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/besluit-internetonderzoek-door-gemeenten.
4Indien het signaal naar het RIEC Noord-Nederland wordt doorgezet, dan geldt de procedure zoals deze is neergelegd in het Privacyprotocol RIEC.
5 Privacy check 1 is volledig uitgewerkt in hoofdstuk 6 van dit protocol.
6‘Dat-informatie’ is een gegeven. Een persoon komt bijvoorbeeld voor in het systeem van de politie.
7‘Wat-informatie’ is wat de ‘dat-informatie’ inhoudt. Het laat bijvoorbeeld zien waarom een persoon voorkomt in het systeem van de politie.
verder behandeld. De informatie die uit het signaal is verkregen wordt dan versleuteld bewaard gedurende een jaar, waarna het wordt vernietigd.
In fase 4 vindt er overleg plaats tussen de relevante gemeentelijke afdelingen om signalen te bespreken en een plan van aanpak te ontwikkelen. Ook wordt de casus gevolgd om de voortgang te monitoren en af te ronden. De regisseur ondermijning houdt toezicht op dit proces. Na afsluiting wordt de casus afgesloten of doorverwezen naar het RIEC Noord-Nederland. Als er nieuwe informatie uit de casus naar voren komt, kan dit leiden tot een nieuw signaal en wordt het protocol opnieuw gevolgd.
Bij eventueel signaaloverleg voert de PO en/ of AVG coördinator voorafgaand Privacy check 2A8 uit. Er wordt bepaald of de gegevens die in de fases 1 t/m 3 zijn verzameld, mogen worden gedeeld met de relevante gemeentelijke afdeling/afdelingen die betrokken zijn bij het signaal en die verder nodig zijn voor de aanpak. De PO of AVG coördinator kan ook beoordelen of eventuele onderliggende gegevens uit een specifiek dossier binnen de gemeente mogen worden gedeeld voor de verdere aanpak van de casus en zo ja, met welke gemeentelijke afdeling/welke gemeentelijke afdelingen.
Wanneer het plan van aanpak op basis van signaaloverleg is vastgesteld, en de specifieke aanpak en bevoegdheden van de gemeente duidelijk zijn, evenals de benodigde gegevensuitwisseling binnen de gemeente, moet de PO of de AVG-coördinator controleren of de verzamelde gegevens gedeeld mogen worden met de relevante gemeentelijke afdelingen om de verdere aanpak en bevoegdheid in te zetten. Dit zal worden beoordeeld aan de hand van dezelfde vragen die gesteld zijn tijdens Privacy Check 1. Deze controle geldt als Privacy check 2B.
8 Privacy check 2A is volledig uitgewerkt in hoofdstuk 6 van dit protocol.
Het is ook belangrijk om te zorgen voor rechtmatigheidswaarborgen bij de toepassing van het protocol, wat inhoudt dat het protocol altijd in overeenstemming moet zijn met de privacywet- en regelgeving. Verschillende wetten, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG), de Uitvoeringswet AVG (hierna: UAVG) en sectorale wetten, stellen beperkingen aan het uitwisselen en combineren van persoonsgegevens. Deze wetten bevatten vaak abstracte normen die in elke specifieke casus geïnterpreteerd en toegepast moeten worden. Dit hoofdstuk biedt richtlijnen voor de analyse die bij elke casus gemaakt moet worden.
5.1 Het informeren van betrokkenen
De gemeente moet in haar beleid vastleggen wanneer een betrokkene wordt geïnformeerd over een onderzoek. Het uitgangspunt is om betrokkenen zo snel en volledig mogelijk te informeren over onderzoek dat naar hen wordt gedaan, vanuit het transparantie-oogpunt. Er kunnen echter situaties zijn waarin betrokkenen niet kunnen worden geïnformeerd omdat dit het onderzoek kan schaden. Het is wel mogelijk om in algemene zin te informeren over de mogelijkheid dat persoonsgegevens verder worden verwerkt ter bestrijding van ondermijning, bijvoorbeeld in het algemene privacybeleid van de gemeente of bij het in eerste instantie verzamelen van de gegevens bij de betrokkenen. Bij het opstellen van beleid over het informeren van betrokkenen moet de gemeente Pekela rekening houden met de informatieplicht uit de artikelen 13 en 14 van de AVG. Het informeren van de betrokkene kan daarnaast op grond van artikel 23 AVG jo. artikel 41 UAVG worden beperkt voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:
5.2 Rechten van de betrokkenen
Betrokkenen hebben het recht om inzage te vragen in de persoonsgegevens die van hen worden verwerkt (artikel 15 AVG), en kunnen indien nodig verzoeken om correctie, wissing of beperking van die verwerking (artikel 16, 17 en 18 AVG). Het kan zijn dat ook hier de uitzonderingen genoemd in artikel 23 AVG en artikel 41 UAVG ervoor zorgen dat deze verzoeken niet kunnen worden ingewilligd. Betrokkenen hebben de mogelijkheid om verzoeken in te dienen zoals hierboven beschreven. Deze verzoeken kunnen worden ingediend bij de PO die dan weer afstemt met de regisseur ondermijning. De PO zal binnen één maand reageren op deze verzoeken, tenzij er wettelijke redenen zijn om deze termijn te verlengen.
5.3 Het bewaren van signalen en nadien verkregen informatie
De uitleg van de vier fasen laat zien dat het mogelijk is dat een signaal op elk moment kan worden afgebroken. De gemeente is verantwoordelijk voor het bepalen of dergelijke signalen (versleuteld) worden bewaard en wanneer deze worden ontsleuteld. Dit geldt ook voor informatie over een afgesloten zaak. Het uitgangspunt is dat niet-relevante signalen worden verwijderd.
Op basis van een nieuw signaal kunnen de bewaarde persoonsgegevens ten behoeve van het nieuwe signaal worden geraadpleegd dan wel verwerkt en is het protocol van toepassing op de nieuwe verwerking.
De opgenomen gegevens kunnen voor evaluatie dan wel wetenschappelijk onderzoek in niet tot individuele personen herleidbare vorm bewaard blijven. Daarbij dienen de waarborgen uit artikel 89 AVG in acht genomen te worden.
In fase 3 van het protocol beoordeelt de PO of de AVG-coördinator binnen Privacy check 1 welke gemeentelijke bronnen gebruikt kunnen worden om het specifieke signaal te onderzoeken. In fase 4 beslist de PO of de AVG- coördinator binnen Privacy check 2A & 2B welke gegevens, die zijn verzameld in fasen 1 t/m 3, gedeeld kunnen worden met de relevante gemeentelijke afdelingen om verdere stappen te bepalen. Daarnaast beoordeelt de PO of de AVG-coördinator welke gegevensuitwisseling binnen de gemeente nodig is om deze stappen uit te voeren en of dit toelaatbaar is. Om te bepalen welke binnengemeentelijke gegevensuitwisseling is toegestaan, moet altijd worden gekeken naar de specifieke wettelijke regeling die van toepassing is op de betreffende gemeentelijke informatie.
De belangrijkste beoordeling vindt plaats binnen Privacy check 1 en wordt uitgevoerd in het kader van de hit/no hit-analyse, die begint bij fase 3. Voor elk geval moeten de drie privacyvragen uit het onderstaande schema worden beantwoord. Deze vragen zijn gebaseerd op het doelbindingsbeginsel uit de AVG, wat bepaalt dat persoonsgegevens niet op een met de primaire doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt.9 Ze worden op de volgende pagina toegelicht.
1. Wat is de wettelijke grond voor het primaire gebruik?
Aanvankelijk wordt vastgesteld welke persoonsgegevens nodig zijn voor het onderzoek naar een signaal en op basis daarvan wordt bepaald voor welke gemeentelijke taak deze gegevens oorspronkelijk zijn verkregen (ook wel: het primaire gebruik van de gegevens). Om dit te bepalen, wordt gekeken naar de wettelijke basis van de betreffende gemeentelijke taak, bijvoorbeeld in de Gemeentewet of de Drank- en Horecawet.
2. Is het aanpakken van ondermijning verenigbaar met het oorspronkelijk doel waarvoor de gegevens zijn verzameld?
Het gebruik van persoonsgegevens voor de bestrijding van ondermijning moet dus verenigbaar zijn met het oorspronkelijke doel waarvoor de gegevens zijn verkregen. Om dit te bepalen moeten de volgende vragen worden beantwoord:
9 Zie artikel 5 lid 1 sub b AVG.
Als de wettelijke basis voor het primaire gebruik gerelateerd is aan het bestrijden van ondermijning, zoals een openbare orde bevoegdheid van de burgemeester, zal verenigbaarheid in de zin van vragen 1 en 2 gemakkelijker vast te stellen zijn. Dit wordt echter moeilijker als de wettelijke basis betrekking heeft op een geheel ander domein, zoals het sociaal domein. Het doel “het bestrijden van ondermijning” is erg breed. Om het doel van het bestrijden van ondermijning te preciseren in het kader van een verdere gegevensverwerking, zal dit doel vertaald worden naar de gemeentelijke wettelijke bevoegdheden die nodig zijn om het signaal aan te pakken. Dit betreft vaak taken en bevoegdheden die gericht zijn op de openbare orde en het bevorderen van de leefbaarheid. Hierbij is het belangrijk dat voldaan wordt aan het voorzienbaarheidscriterium, wat inhoudt dat betrokkenen moeten kunnen voorzien dat hun persoonsgegevens mogelijk gedeeld zullen worden.
Als de PO en/ of de AVG- coördinator concludeert dat het gebruik van de persoonsgegevens onverenigbaar is, kan dit toch toelaatbaar zijn als er een expliciete wettelijke grondslag voor dat gebruik bestaat.10 Bijvoorbeeld in het kader van het handhaven van de openbare orde geldt in algemene zin dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inlichtingen kunnen vorderen (5:16 Awb) en zakelijke gegevens kunnen opvragen (5:17 Awb). In beginsel kunnen inlichtingen van iedereen worden gevorderd, mits in lijn met het evenredigheidsbeginsel.
In bijlage 3 zijn voorbeelden van de bovengenoemde analyse te vinden. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft deze alvast als handreiking voor de Privacy Officer of AVG coördinator opgesteld.
Voor het verwerken van bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens geldt een speciaal regime. Deze gegevens mogen in beginsel alleen worden verwerkt als de wet op basis waarvan de persoonsgegevens zijn verkregen dit toestaat voor de verwerkingsdoeleinden die in die wet worden genoemd. Voor strafrechtelijke persoonsgegevens is er nog een andere relevante uitzondering. De gemeente mag deze gegevens pas verwerken als ze zijn verkregen krachtens de Wet politiegegevens of de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.
3. Is het gebruik van de gegevens noodzakelijk en proportioneel en wordt aan het subsidiariteitsvereiste voldaan?
Het gebruik van persoonsgegevens voor het bestrijden van ondermijning is alleen toegestaan als dit noodzakelijk en proportioneel is en er geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn.
10 Deze expliciete wettelijke grondslag moet een Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepaling zijn die een in een democratische samenleving noodzakelijke en evenredige maatregel vormt ter waarborging van één of meer van de in artikel 23 AVG genoemde doelstellingen.
Bij het beoordelen van de noodzaak en proportionaliteit van het verstrekken van de gegevens zijn verschillende factoren van belang, waaronder:
Bij het beoordelen van subsidiariteit is het bijvoorbeeld van belang om eerst te controleren of er sprake is van een verenigbare verdere verwerking of een expliciete wettelijke basis voor het gebruik van de persoonsgegevens voordat de informatie zelf kan worden geraadpleegd. Dit wordt vaak gedaan door middel van een 'hit/no hit'-check, waarbij wordt gecontroleerd of de benodigde informatie beschikbaar is bij de gemeente. In sommige gevallen kan het namelijk voldoende zijn om te weten dat de benodigde informatie beschikbaar is bij de gemeente (subsidiariteit).
De PO of de AVG -coördinator voert voorafgaand aan een signaaloverleg Privacy check 2A uit. Het gaat daarbij vooral om het beoordelen van de noodzaak om de persoonsgegevens te delen. Het gaat hierbij niet alleen om de hoeveelheid gegevens, maar ook om de vraag of alle afdelingen de betreffende gegevens nodig hebben. In sommige gevallen kan het bijvoorbeeld voldoende zijn om alleen deelnemers van specifieke domeinen te voorzien van de gegevens, als het signaal alleen betrekking heeft op die domeinen. Dit kan voorkomen dat onnodig veel persoonsgegevens worden gedeeld met alle betrokken afdelingen.
Wanneer het plan van aanpak voor een casus wordt bepaald kan er nog een privacy check nodig zijn om vast te stellen of de verzamelde persoonsgegevens mogen worden gedeeld met de betreffende gemeentelijke afdeling of de betreffende gemeentelijke afdelingen voor verdere aanpak en beoogd gebruik van bevoegdheden. Om dit te bepalen zullen dezelfde vragen als bij Privacy check 1 moeten worden gesteld.
11 Ernstig feiten zijn feiten die worden gekwalificeerd als misdrijven in het wetboek van strafrecht.
Op bepaalde punten in het protocol is nog ruimte gelaten voor aanvullingen of verduidelijkingen die ervoor zorgen dat het protocol meer aansluit op de specifieke lokale omstandigheden van de gemeente Pekela. Het is zaak dat deze ruimte zo spoedig mogelijk wordt ingevuld door de gemeente. Hieronder volgt een overzicht van punten die nog aanvullingen of verduidelijking nodig hebben:
De checklist ten behoeve van beoordelingskader Ondermijning
De checklist ten behoeve van beoordelingskader Ondermijning, te vinden in bijlage 1, kan nog worden aangepast al naar gelang de eigen gemeentelijke praktijk en ervaringen.
Na de vaststelling van het Privacy Protocol Aanpak Ondermijning zal de FG van gemeente Pekela jaarlijks tweemaal evalueren of het protocol daadwerkelijk wordt nageleefd. Ook zal worden beoordeeld of er aanpassingen nodig zijn in het protocol of de bijlagen daarbij, bijvoorbeeld als er wijzigingen optreden in wet- en regelgeving of als nieuwe vormen van ondermijning zich voordoen. Deze veranderingen kunnen immers invloed hebben op de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens en kunnen leiden tot aanpassingen in het protocol.
Bijlage 1: Checklist ten behoeve van beoordelingskader Ondermijning13
Aan de hand van onderstaande checklist wordt door de regisseur Ondermijning stapsgewijs beoordeeld of het signaal betrekking heeft op ondermijning. De checklist is afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en kan reeds daarom niet als limitatief worden beschouwd. Vanzelfsprekend kan de checklist worden aangepast al naar gelang de eigen gemeentelijke praktijk en ervaringen.
De ontvangst van een signaal door de regisseur ondermijning vormt het startpunt voor het protocol. Er wordt tot uitgangspunt genomen dat het delen van signalen met de regisseur ondermijning op rechtmatige wijze geschiedt. Vanzelfsprekend zal een verstrekker van een signaal wel steeds moeten vaststellen of die verstrekking in lijn is met de privacywetgeving.
3. Mensenhandel, -smokkel en uitbuiting (o.a. illegale prostitutie)
5. Fraude en/of witwassen en daaraan gerelateerde vormen of andere vormen van financieel-economische criminaliteit(o.a. ook illegaal gokken/heling/underground banking)
Het signaal kan een van onderstaande kenmerken omvatten:
In aanvulling is tenminste sprake van één van onderstaan- de locatie-, persoons- en/of bedrijfsgebonden indicatoren binnen het grondgebied van gemeente.
En kan tenminste sprake zijn van één van onderstaande indicatoren, hetgeen nader uitgewerkt is in de bijbehorende lijst met ‘red flags’.
T.a.v. verstrekking hypotheek en bouwdepot
• De bewuste bankmedewerker (accountmanager) is de medewerker met hoogste provisie.
• Het verstrekte bedrag van de hypotheek staat niet in verhouding tot de (legale) inkomsten (salaris, huur of uit onderneming)/ verhouding leeftijd vs. inkomen vs. beroep/ professie.
• Meerdere hypotheken gevestigd op één pand in combinatie met herhaaldelijk oversluiten.
• Hypotheken worden in korte tijd meerdere keren substantieel verhoogd.
Bijlage 3: Analyses van de ruimte voor binnengemeentelijke gegevensuitwisseling in relevante wet- en regelgeving15
Deze bijlage bevat een door het ministerie van Justitie en Veiligheid uitgevoerde analyse van de ruimte voor binnengemeentelijke gegevensuitwisseling in relevante wet- en regelgeving. Er is per wet vastgesteld of er ruimte is om persoonsgegevens binnen een gemeente te delen voor de bestrijding van ondermijning. Deze aanpak kan als voorbeeld dienen voor de analyse van andere wet- en regelgeving die de taken en bevoegdheden van gemeenten regelen. De analyse van verschillende wetten dient als kader voor de privacy checks in fase 3 en 4 van het protocol. Om het protocol overzichtelijk te houden, bevat deze bijlage alleen de conclusies van de analyse van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De volledige analyse per wet is te vinden in het Rijksmodel privacy protocol binnengemeentelijke gegevensdeling.
15 De lijst is overgenomen uit het Model privacy protocol - Handleiding binnengemeentelijke gegevensuitwisseling ten behoeve van de bestrijding van ondermijning.
besluit is genomen op zichzelf geen politiegegeven is, nu dat gegeven niet wordt verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak (vgl. artikel 1, sub a, Wpg).
Doelstellingen van de Huisvestingswet 2014 zijn: bestrijding van nadelige effecten van schaarste aan woonruimtevoorraad door in te grijpen in de verdeling van woonruimte en de samenstelling van de woonruimtevoorraad, en, als er schaarste is, door ingrijpen in de samenstelling van de woonruimtevoorraad de leefbaarheid te bevorderen.
De informatie die verwerkt wordt op grond van de Woningwet zou onder omstandigheden gebruikt kunnen worden voor de aanpak van ondermijning. Daarbij dient te vraag te worden beantwoord of de bevoegdheid die de gemeente wil inzetten dicht genoeg aanligt tegen de doelstellingen van de Woningwet, te weten: het voorkomen van gevaar voor de veiligheid en gezondheid van bewoners en omwonenden.
g. Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
Op de in het kader van de Wet Bibob verkregen gegevens rust een geheimhoudingsplicht. Een ieder die krachtens de Wet Bibob over gegevens beschikking krijgt, is verplicht tot geheimhouding. De partijen met wie wel gegevens mogen worden gedeeld, zijn limitatief opgesomd in artikel 28 lid 2 Wet Bibob. Daaruit volgt dat de gegevens die zijn verkregen in het kader van de Wet Bibob niet mogen worden gebruikt voor andere taken/doelen van de gemeente;
toegang tot verschillende open, gesloten en interne bronnen over een betrokkene. Daarmee bestaat binnen gemeenten bij (beslissingen rondom de verlening van) vergunningen, ontheffingen, subsidies, (bepaalde) aanbestedingen en vastgoedtransacties de mogelijkheid om een grote verscheidenheid aan informatie te verzamelen over natuurlijke personen en rechtspersonen.
h. Algemene wet inzake rijksbelastingen
In de AWR zijn regels opgenomen met betrekking tot het heffen van de rijksbelastingen. Deze regels zijn deels van overeenkomstige toepassing op het heffen van gemeentelijke belastingen. Daarnaast kan het college voor zover hij bevoegd is tot het uitvoeren van inkomensafhankelijke regelingen inkomensgegevens uit de basisregistratie inkomen ontvangen.
Fiscale gegevens kunnen worden geraadpleegd ten behoeve van de aanpak van ondermijnende criminaliteit, voor zover dat is te brengen onder de in de Uitvoeringsregeling AWR omschreven gevallen of, waar het gaat om gemeentelijke belastinggegevens, een eventueel college-besluit dat een doorbrekingsgrond bevat.
Ten aanzien van de inkomensgegevens uit de basisregistratie inkomen geldt nog een specifieke doelbindingsbepaling. Het college mag deze inkomensgegevens als afnemer uitsluitend gebruiken voor bij de uitoefening van een op grond van een wettelijk voorschrift verleende bevoegdheid tot gebruik van dit gegeven.
Op grond van de Invorderingswet 1990 verkregen gegevens kunnen worden geraadpleegd ten behoeve van de aanpak van ondermijnende criminaliteit, voor zover dat is te brengen onder de in de Uitvoeringsregeling AWR omschreven gevallen of, waar het gaat om gemeentelijke invorderingsgegevens, een eventueel college-besluit dat een doorbrekingsgrond bevat.
De ratio achter de bestrijding van ondermijning en achter de Omgevingswet verschillen dusdanig van elkaar, dat op voorhand lastig denkbaar is in welke gevallen de bestrijding van ondermijning verenigbaar is met doel waarvoor gegevens op grond van de Omgevingswet zijn verkregen. In specifieke gevallen kan wellicht tot een andere conclusie worden gekomen.
Het college is op grond van de Participatiewet verantwoordelijk voor verschillende taken, waaronder het vaststellen van het recht op bijstand, het verlenen van individuele inkomenstoeslag en het verlenen van tijdelijke ontheffing van de arbeidsverplichting;Vanwege de geheimhoudingsbepaling van artikel 65 Participatiewet zijn de mogelijkheden om Participatiewet-gegevens te gebruiken ter bestrijding van ondermijning op dit moment beperkt;
Er zal binnen het huidige stelsel van de Participatiewet sprake zijn van een wettelijke grondslag voor de verstrekking van Participatiewet -gegevens voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit (en derhalve voor verstrekking aan de aangewezen persoon uit het ondermijningsteam) als dat in de in artikel 67 lid 5 Participatiewet bedoelde Amvb zou worden geregeld of als de betrokkene schriftelijk toestemming voor de verstrekking geeft (artikel 65 lid 2 Participatiewet) én de ontvanger (de aangewezen persoon uit het ondermijningsteam) bevoegd is te achten de gegevens te verkrijgen (artikel 65 lid 4 Participatiewet).
m. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Daar komt bij dat artikel 5.3.3 Wmo 2015 een geheimhoudingsplicht bevat. Alleen met toestemming van de betrokkene kunnen Wmo-gegevens worden gedeeld met anderen dan de betrokkene en de organisaties die Wmo-voorzieningen uitvoeren. In aanvulling daarop geldt voor de toezichthoudende ambtenaar een afgeleide geheimhoudingsplicht in voorkomende gevallen.
Mede gezien de strikte geheimhoudingsplicht van artikel 5.3.3 Wmo 2015 is naar onze mening geen sprake van een wettelijke grondslag voor de verstrekking van Wmo-gegevens ten behoeve van de aanpak van ondermijning, tenzij sprake is van toestemming van de betrokkene. Hierbij is ook van belang dat de Wmo 2015 een strikt doelbindingsprincipe kent en het aanpakken van (ondermijnende) criminaliteit niet als een van de doelen wordt genoemd. Het voorgaande is slechts anders wanneer sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, zoals onderzoek naar een zeer ernstig strafbaar feit.
Dat geldt ook voor gegevens uit het dossier van de jeugdhulpverlener, ‘gemeentelijke’ gegevens ter uitvoering van de Jeugdwet en gegevens in het kader van gemeentelijk jeugdwetbeleid, tenzij de betrokkene daarvoor toestemming geeft of sprake is van de uitzonderlijke situatie van een conflict van plichten / zwaarwegend belang.
o. Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
De Wet SUWI bevat diverse grondslagen die het voor het college (onder meer) mogelijk maakt om ter voorkoming en bestrijding van onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en overheidsvoorzieningen op het terrein van de sociale zekerheid en de inkomensafhankelijke regelingen, de voorkoming en bestrijding van belasting- en premiefraude en het niet naleven van de arbeidswetten persoonsgegevens te verwerken.
Hoewel de bestrijding van ondermijning in het verlengde kan liggen van de voorkoming en bestrijding van dergelijke sociale zekerheidsfraude, lijken de strikte geheimhoudingsbepalingen en de strikte doelbinding van de Wet SUWI een belemmering te vormen voor het binnengemeentelijk uitwisselen van persoonsgegevens die in het kader van de Wet SUWI door het college zijn verkregen ten behoeve van de aanpak van ondermijning.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-443519.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.