Gemeenteblad van Enschede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2025, 443062 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2025, 443062 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Gebiedsgericht geluidbeleid Gemeente Enschede
Voor u ligt de actualisatie van het Enschedese gebiedsgerichte geluidbeleid uit april 2018. Enschede kent daarmee gebiedsgericht geluidbeleid. Sinds 2024 is de Omgevingswet in werking. Dat heeft met zich meegebracht dat een aantal juridische grondslagen zijn vervallen of zijn veranderd en maakt het noodzakelijk ons gebiedsgerichte geluidbeleid te actualiseren.
In deze fase, fase 1, richten we ons op het actualiseren van het gebiedsgerichte geluidbeleid voor activiteiten. We sluiten aan bij de systematiek, terminologie en instrumenten van de Omgevingswet. In de volgende stap, ook wel fase 2, wordt fase één geïntegreerd, verder uitgewerkt en aangevuld met nieuwe inzichten, beleidswensen en relevante geluidthema’s zodat we recht doen aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). We gaan in fase twee ook verder met verkeerslawaai en het geluid vanwege gezoneerde industrieterreinen.
1. Gebiedstypen en bijbehorende geluidnormen
Deze beleidsregel vervangt het gebiedsgerichte deel van het voormalige geluidbeleid uit 2018 meer specifiek het hoofdstuk 5 uit dat geluidbeleid. Dat gaat in op de verschillende gebiedstypen met de daarbij behorende normering. Gebiedstypen en bijbehorende normering gelden voor zogenoemde milieubelastende activiteiten. 1
In het omgevingsplan staan diverse normen en bepalingen. In dit geval focussen wij ons op de geluidnormen in het omgevingsplan. De normen in het omgevingsplan moeten voldoen aan de instructieregels voor geluid. Die staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
De geluidnormen in het omgevingsplan vormen het toetsingskader voor functies en activiteiten.
Wij hebben in Enschede een gebiedsgericht geluidbeleid vastgesteld. Dat betekent dat er per type gebied een streefwaarde of richtwaarde voor een aanvaardbaar geluidsniveau geldt. Zo kun je je voorstellen dat het geluidsniveau in een rustige woonwijk anders mag zijn dan op een industrieterrein of in de binnenstad. Die geluidsniveaus zijn per gebied weer onderverdeeld in een dag-, avond- en nachtperiode. Op die manier geven wij invulling aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Het doet recht aan de denklijn van de Omgevingswet die stelt dat je moet kijken naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Voor milieubelastende activiteiten heeft het toepassen van gebiedsgericht geluidbeleid meerwaarde. Het biedt zowel initiatiefnemer als de inwoner duidelijkheid over de geluidsniveaus en de daarbij behorende verwachtingen. Het biedt de mogelijkheid om (gedacht vanuit evenwichtige toedeling), waar nodig (gemotiveerd) af te wijken van de normen. De mogelijkheid voor maatwerk dus.
Binnen de verschillende gebiedstypen is rekening gehouden met het heersende woon- en leefklimaat van het betreffende gebied. Een woonwijk in bijvoorbeeld Glanerbrug is, qua geluidsniveau, niet veel anders dan een woonwijk binnen Stadsveld.
Om de kwaliteit van de verschillende gebiedstypen en de daarbij behorende richtwaarden te respecteren en ook om ontwikkelingen passend in het gebied niet onnodig te belemmeren, kiest de gemeente Enschede ervoor om de geluidnormen voor alle milieubelastende activiteiten te laten gelden op de dichtstbijzijnde geluidgevoelige functie of (als die bestemming op grotere afstand ligt) op 50 meter afstand vanaf de perceelsgrens waar de activiteit plaatsvindt. Dit sluit aan op de uitgangspunten zoals die worden gehanteerd in de Handreiking activiteiten en milieuzonering van de VNG. Daarmee wordt ook invulling gegeven aan het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
In het geluidbeleid zijn de richtwaarden voor milieubelastende activiteiten per gebiedstype vastgelegd. De geluidruimte voor activiteiten is daarmee van meet af aan duidelijk. Op de gebiedstypenkaart in afbeelding 3.2 ziet u welk gebiedstype waar van toepassing is.
1.3 Afwijken van de richtwaarden
Afwijken van de richtwaarde kan tot maximaal de grenswaarde die is genoemd in de instructieregels voor geluid door activiteiten in het Bkl. Deze grenswaarde bedraagt 55 dB(A) en geldt uniform voor alle activiteiten en gebieden, met uitzondering van de gebiedstypen ‘Bedrijventerreinen’ (gezoneerd) en verkeersinfrastructuur.
Afwijken van de richtwaarden kan alleen goed gemotiveerd en na bestuurlijke afweging. Daarin moet met name antwoord gegeven worden op de vraag in hoeverre er redelijkerwijs maatregelen (technisch, organisatorisch e.d.) kunnen worden getroffen ter vermindering van de geluidbelasting. De wijze waarop bepaald wordt in hoeverre de overwogen maatregelen als redelijk en haalbaar moeten worden beschouwd, is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de situatie en is daarom maatwerk. De zwaarte van de motivering hangt ook af van de hoogte van de gevraagde geluidsbelasting.
1.4 Richtwaarden in relatie tot gebiedstypen
De richtwaarden hebben tot doel het beschermingsniveau aan te geven voor de geluidgevoelige gebouwen en locaties. De ligging van het te beschermen object in een bepaald gebiedstype is dus bepalend voor de betreffende richtwaarden. Wanneer een activiteit zich bevindt op de grens van twee gebiedstypen dan gelden voor die activiteit dus twee (soms verschillende) richtwaarden, namelijk aan de ene kant de richtwaarde behorend bij het gebiedstype waarin de activiteit gelegen is en aan de andere kant de richtwaarde van het aangrenzende gebiedstype. Voor in een gebiedstype aanwezige geluidgevoelige gebouwen en locaties gelden de richtwaarden behorend bij dat gebiedstype. Wanneer een activiteit plaatsvindt in een gebied met een hogere richtwaarde dan de richtwaarde die geldt ter plaatse van nabij gelegen geluidgevoelige gebouwen en locaties binnen een ander gebiedstype, dan moet ter plaatse van die geluidgevoelige gebouwen en locaties aan de daar geldende richtwaarden worden voldaan. De begrenzing van het gebiedstype ‘Verkeersinfrastructuur’ is niet op de gebiedstypenkaart weergegeven. Het gebiedstype ‘Verkeersinfrastructuur’ overlapt per definitie een ander gebied. In dat geval geldt de hoogste richtwaarde.
Voor meldingen van activiteiten niet gelegen op gezoneerde industrieterreinen wordt door de gemeente beoordeeld of akoestisch onderzoek nodig is. Als blijkt dat er geluidgevoelige gebouwen of locaties liggen binnen de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG Handreiking Activiteiten en Milieuzonering dan dient initiatiefnemer een akoestisch onderzoek uit te (laten) voeren.
2. Beschrijving van de verschillende gebiedstypen en de daar geldende richtwaarden
Met betrekking tot natuur sluiten we aan bij de door het Rijk aangewezen Natura-2000-gebieden, dat is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. Binnen Enschede liggen (delen van) de volgende Natura-2000-gebieden: Aamsveen, Haaksbergerveen / Buurserzand en Lonnekermeer.
Het gebiedstype natuur heeft over het algemeen betrekking op rustige gebieden waarbinnen ruimte bestaat voor extensieve recreatie en gebruiksbeperkingen gelden voor de landbouw in de vorm van bijvoorbeeld maaidata en waterpeilbeheer.
Tabel 2.1 Richtwaarden voor activiteiten gelegen in gebiedstype natuur
|
Natuurgebied 2 |
|||
Het buitengebied is een redelijk rustig gebiedstype en omvat de gebieden buiten het bestaand stedelijk gebied en de dorpskernen die geen natuurgebied zijn. Dit betreft landbouwgebieden, zowel akkerbouw als veeteelt, en gebieden buiten de bebouwde kom waar agrarische of recreatieve activiteiten voorrang hebben op natuur. Het gebiedstype kenmerkt zich door een menging van functies waaronder landbouw, recreatie en wonen.
Tabel 2.2 Richtwaarden voor activiteiten gelegen in het gebiedstype buitengebied
2.3 Gemengde groene zone (Groen)
Het betreft over het algemeen binnenstedelijke gebieden met een lage dynamiek (meestal rustig, soms plaatselijk druk) met een groene hoofdfunctie en ruimte voor intensieve recreatie met specifieke voorzieningen. De bebouwingsdichtheid is laag, redelijk bereikbaar met het openbaar vervoer en goed toegankelijk voor langzaam verkeer. Onder de gemengde groene zones vallen onder meer (stads)parken, begraafplaatsen en groen in woongebieden.
Tabel 2.3 Richtwaarden voor activiteiten gelegen binnen het gebiedstype gemengde groene zone
Afwisselend rustige en levendige gebieden met als belangrijkste functie wonen. Voorzieningen, als buurtwinkels en kleinschalige bedrijvigheid, zijn geconcentreerd in de wijk of langs drukke wegen. De bebouwingsdichtheid binnen dit gebiedstype varieert van hoog rondom het centrum en tussen de Singels tot laag aan de randen van het stedelijk gebied. De verkeersfunctie in het gebied is ondergeschikt aan de verblijfsfunctie en het gebied is goed ontsloten met het openbaar vervoer.
Tabel 2.4 Richtwaarden voor activiteiten gelegen in het gebiedstype woongebied
Overwegend rustige en plaatselijk drukke gebieden waarbinnen functiemenging plaatsvindt (bijvoorbeeld grotere winkelcentra). Het gebiedstype kent een hoge dynamiek en een gevarieerde bebouwingsdichtheid. Binnen dit gebiedstype kunnen activiteiten die een beperkte hinder veroorzaken voor de omgeving (milieucategorieën 3 1 en 2) zich vestigen. De verkeersfunctie in het gebied is van belang voor de aan- en afvoer van goederen en personen.
Tabel 2.5 Richtwaarden voor activiteiten gelegen in het gebiedstype gemengd gebied
Het centrumgebied omvat de binnenstad van Enschede en het gebied hier direct omheen. Het is een zeer levendig gebied met een sterke functiemenging van horeca, detailhandel, recreatie en wonen. Voor dit gebied geldt dat het een gebied van uitersten is met rustige plekken en zeer drukke plekken. Het centrumgebied is een gebiedstype waar extra aandacht aan wordt besteed vanwege de regionale functie en de vele belangen zoals de uitstraling, aantrekkingskracht, woonkwaliteit etc.
Tabel 2.6 Richtwaarden voor activiteiten gelegen in het gebiedstype centrumgebied
Het gebiedstype bedrijventerrein wordt opgesplitst in gezoneerde industrieterreinen en niet-gezoneerde bedrijventerreinen. Het verschil zit in de soort bedrijvigheid die zich op een terrein mag vestigen.
Op de gezoneerde industrieterreinen 4 mogen activiteiten met een verhoogde kans op (geluid)hinder, de zogenaamde “grote lawaaimakers”, zich vestigen. Hier gelden geen richtwaarden maar geldt een geluidzone rond het industrieterrein. Enschede heeft zes gezoneerde industrieterreinen: het Euregio bedrijvenpark, het Havengebied (inclusief Usselerhalte, Twekkeler Es, Transportcentrum en Josink Es), Bedrijventerrein Twentekanaal (Boeldershoek), De Marssteden, De Groote Plooy en Vliegveld Twente (Technology Base).
Binnenstedelijk zijn de niet-gezoneerde bedrijventerreinen gelegen. Deze terreinen liggen aan de randen of in sommige gevallen te midden van woonbebouwing. Op deze terreinen bevinden zich over het algemeen opslag- en distributiecentra, woonboulevards, detailhandel, kantoren en lichte industrie. Incidenteel kan bewoning op bedrijventerreinen voorkomen. De verkeersfunctie binnen het gebiedstype is gericht op het aan- en afvoeren van goederen en personen en is in de spitsuren druk. Niet-gezoneerde bedrijventerreinen zijn redelijk bereikbaar met het openbaar vervoer in tegenstelling tot de gezoneerde terreinen. Voor gezoneerde industrieterreinen gelden geen richtwaarden, de zonebegrenzing is daar leidend.
Tabel 2.7 Richtwaarden voor activiteiten gelegen in het gebiedstype bedrijventerrein (niet gezoneerd)
Op de niet gezoneerde bedrijventerreinen is wonen beperkt toegelaten. Het gaat daarbij met name om dienst- en bedrijfswoningen en in beperkte mate, met name aan de randen, ook om burgerwoningen. Het beschermingsniveau van die woningen is lager dan op andere gebiedstypen. Op gezoneerde industrieterreinen zijn particuliere woningen (planologisch) niet mogelijk. Dienst- en bedrijfswoningen slechts beperkt mogelijk. Die dienst- en bedrijfswoningen op gezoneerde industrieterreinen zijn niet beschermd.
Onder dit gebiedstype vallen de verkeersaders en de stroomwegen. Zijnde de grote invalswegen, de singels en de Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) netwerken in en om onze stad. Dit gebiedstype kent een hoge dynamiek, waarbij sprake is van een hoge concentratie van verkeersbewegingen op een beperkt oppervlak. Dit gebiedstype kent bijna overal relatief hoge geluidsniveaus.
De begrenzing van het gebiedstype verkeersinfrastructuur is niet op de kaart aangegeven. Binnen de invloedsfeer van de autosnelweg en autoweg of langs de hoofdinfrastructuur, de OV-infrastructuur geldt de richtwaarde op de eerstelijnsbebouwing (dit zijn woningen en/of geluidgevoelige bebouwing direct aan de weg). Bij het ontbreken daarvan geldt de richtwaarde op 50 meter uit de as van de weg. De richtwaarde voor dit gebiedstype geldt alleen voor de naar de verkeersinfrastructuur gerichte gevel en de zijgevels. Voor de van de verkeersinfrastructuur af gerichte gevel gelden de richtwaarden van het gebiedstype waarin de geluidgevoelige bestemming is gelegen.
Tabel 2.8 Richtwaarden voor activiteiten gelegen binnen het gebiedstype verkeersinfrastructuur
3. Actualisatie gebiedstypenkaart
De gebiedstypenkaart uit de voormalige Geluidnota Enschede van 2018 is grotendeels ongewijzigd gebleven. De daarin genoemde richtwaarden per gebiedstype voldoen aan de instructieregels voor geluid door activiteiten in paragraaf 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Wel is het gebiedstype voor een aantal locaties gewijzigd. Het gaat daarbij in alle gevallen om inmiddels gerealiseerde gebiedsontwikkelingen en transformaties. Concreet gaat het om de in onderstaande tabel genoemde doorgevoerde wijzigingen.
Tabel 3.1 Doorgevoerde wijzigingen gebiedstypenkaart
Op de volgende pagina is in afbeelding 3.2 de gebiedstypenkaart voor geheel Enschede weergegeven. De afbeelding dient ter oriëntatie. De gebiedstypenkaart is raadpleegbaar na officiële publicatie van dit gebiedsgerichte geluidbeleid.
4. Relatie geluidbeleid met omgevingsplan en omgevingsvisie
4.1 Geluid in het omgevingsplan
Voor geluid door activiteiten gelden momenteel de standaardwaarden in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de zogenoemde “Bruidsschat”, door het Rijk aan gemeenten overgedragen rijksregels). Deze standaardwaarden moeten op termijn worden omgezet naar geluidwaarden in het nieuwe, permanente deel van het omgevingsplan. De standaardwaarden in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn voor veel activiteiten niet toereikend. Met als gevolg dat vaak van de standaard geluidwaarden in het tijdelijk deel van het omgevingsplan moet worden afgeweken. Dit is het geval bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of bij een maatwerkvoorschrift voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Gemotiveerd afwijken van de standaardwaarden in het tijdelijk deel van het omgevingsplan kan, mits daarbij de geluidgrenswaarden voor activiteiten in paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl niet worden overschreden. Het gebiedsgerichte geluidbeleid geeft de kaders voor dit maatwerk.
Gebaseerd op de ervaringen met het gebiedsgerichte geluidbeleid onder de Wet milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het de verwachting dat de meeste activiteiten met de gebiedsgerichte richtwaarden over voldoende geluidruimte beschikken. Zoals hiervoor al gesteld is bij de bepaling van voor welk gebied welk gebiedstype geldt al rekening gehouden met het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Daarom zijn wij voornemens om op termijn het gebiedsgerichte geluidbeleid om te zetten naar regels met bijbehorende werkingsgebieden in het nieuwe, permanente, deel van het omgevingsplan. Op dat moment vervalt voor de meeste activiteiten ook de noodzaak om voor geluid met een BOPA te moeten afwijken van het omgevingsplan dan wel maatwerkvoorschriften voor milieubelastende activiteiten te moeten stellen.
4.2 Geluid en de omgevingsvisie: relatie met de leefmilieus
In de op 7 juli 2025 door de gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie is het strategisch beleid vastgelegd voor de toekomstige ontwikkeling en het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving in Enschede. In de omgevingsvisie staan geen specifieke of directe beleidsuitspraken over geluid door activiteiten. Wel worden in de omgevingsvisie gebiedsgerichte beleidsuitspraken gedaan die indirect ook betrekking hebben op geluid door activiteiten. In de omgevingsvisie is namelijk het gehele grondgebied van de gemeente onderverdeeld in een aantal leefmilieus (stedelijk gebied) en gebiedstypen (landelijk gebied).
De verwachting is dat de gebiedsbegrenzingen van de leefmilieus en landschapstypen in de omgevingsvisie voor een groot deel overeen zullen komen met de gebiedsbegrenzingen van de gebiedstypenkaart in het geluidbeleid.
De omgevingsvisie wordt de komende jaren uitgewerkt in een of meerdere (gebieds)programma’s. Het is de bedoeling dat bij die uitwerking op gebiedsniveau integraal wordt gekeken naar de te realiseren opgaven en te beschermen kwaliteiten.
Dit besluit treedt in werking onder de titel “Gebiedsgericht geluidbeleid Gemeente Enschede”.
Het wordt van kracht na vaststelling door het college en publicatie in het Gemeenteblad en op www.overheid.nl. De bij dit geluidbeleid horende gebiedstypenkaart is raadpleegbaar via deze link: gebiedstypenkaart
Gelijktijdig met het van kracht worden van dit geluidbeleid, wordt het tot nu toe geldende geluidbeleid dat werd vastgesteld op 3 april 2018, ingetrokken.
Het overige geluidbeleid (alles buiten gebiedsgericht om) is helaas niet meer toe te passen binnen de huidige wetgeving. Voor die geluidsthema’s wordt een nieuw beleidskader (op basis van evenwichtige toedeling van functies aan locaties ETFAL) ontwikkeld. Het geheel aan nieuw geluidbeleid wordt, op termijn, opgenomen in het omgevingsplan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-443062.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.