Gemeenteblad van Altena
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Altena | Gemeenteblad 2025, 442537 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Altena | Gemeenteblad 2025, 442537 | beleidsregel |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena houdende Plaatsingsbeleid publieke laadpalen elektrische motorvoertuigen gemeente Altena
Het college van burgemeester en wethouders van Altena,
gelet op artikel 160 lid 1 van de Gemeentewet, artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 1 lid 1 onderdeel b en c en artikel 18 in de Wegenverkeerswet 1994, artikel 160 lid 1 van de Gemeentewet, artikel 1 lid 1 onderdeel b en c en artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994;
Algemene Wet Bestuursrecht artikel 4:81 en de Laadvisie gemeente Altena.
In dit beleid wordt verstaan onder:
CPO (laadpaalexploitant): De Charge Point Operator (CPO) is verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van laadpalen zowel technisch als administratief. De CPO is verantwoordelijk voor geplaatste laadinfrastructuur en eerste aanspreekpunt voor gebruikers en de gemeente ten aanzien van de laadstations. De CPO kan zowel als aanvrager en als beheerder optreden;
Deelvoertuig: Motorvoertuig in lijn met de definitie van EV dat herhaald en opeenvolgend wordt gebruikt door (verschillende) deelnemers met een abonnement. Deelvoertuigen vormen samen een systeem dat mensen in staat stelt lokaal beschikbare auto’s te huren op elk gewenst moment en voor elke tijdsduur;
Proactieve plaatsing: Data gestuurde plaatsing van laadpalen waarbij er beoogd wordt laadinfrastructuur vooruitlopend op de laadvraag te plaatsen zodat er geen gebrek aan laadpunten ontstaat. Dit wijkt af van een model waarbij de laadpaal pas geplaatst wordt nadat de laadvraag is ontstaan (paal volgt auto). Met proactieve plaatsing ondervinden EV-rijders minder laadbelemmeringen, is plaatsing van laadinfrastructuur beter beheersbaar en efficiënter uit te voeren;
Publiek toegankelijke laadinfrastructuur: Een oplaadpunt voor een elektrisch voertuig dat 24/7 openbaar toegankelijk is, zonder barrières zoals slagbomen of poorten. Soms is wel een abonnement of authenticatie nodig om van het oplaadpunt gebruik te kunnen maken. In dit beleidsstuk gaat het uitsluitend over reguliere laadpalen, waarmee elektrische energie kan worden overgebracht op een elektrisch voertuig;
Hybride Concessie: Een variant op een normale concessie. In de hybride variant draagt Altena vanuit haar Klimaatfonds financieel bij aan de plaatsing van (enkele) laadobjecten. Tegenover deze financiële bijdrage staat een bepaalde invloed op locatiekeuze en planning van Laadobjecten binnen de concessie. Op de financiële bijdrage krijgt Altena tevens enig rendement dat wederom ingezet kan worden binnen de Hybride Concessie of t.b.v. overige klimaatdoelstellingen;
Artikel 2 Inleiding en context
Elektrische voertuigen (EV’s) zijn in Nederland aan een opmars bezig. De stijging van het aantal EV’s is niet incidenteel, maar kent een structurele groei. Daarmee neemt elektrisch rijden een steeds grotere rol in binnen Nederland en rijden steeds meer inwoners in Altena elektrisch. Inwoners, bezoekers en forensen die geen mogelijkheid hebben om op eigen terrein te laden zijn afhankelijk van publieke laadvoorzieningen of van een eventuele verlengd private aansluiting om elektrisch te kunnen laden. Hierbij speelt de gemeente als verantwoordelijke van de publieke ruimte een belangrijke rol. Altena wil voor deze groep gebruikers een goed publiek toegankelijk laadnetwerk voor EV’s faciliteren. In dit beleidsstuk leggen we de kaders vast waarbinnen publiek toegankelijke laadinfrastructuur binnen de gemeente gerealiseerd wordt.
Een grote drijfveer om elektrisch te gaan rijden is dat met elektrificatie van voertuigen een bijdrage wordt geleverd aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Tijdens het rijden stoten EV’s geen emissies uit. Dit gecombineerd met een toenemende groei van duurzaam opgewekte elektriciteit zorgt ervoor dat EV’s een belangrijke rol spelen bij het reduceren van emissies (zoals CO2 en N2).
Naast de doelstelling van de overheid zien we dat consumenten steeds vaker kiezen om elektrisch te gaan rijden. Daar liggen verschillende trends aan ten grondslag:
De verwachting is dat in 2030 zo’n 1,7 miljoen laadpunten in Nederland nodig zijn waarvan een deel (gemiddeld ongeveer één derde) in de publieke ruimte geplaatst moet worden . Nationaal zijn daarom afspraken gemaakt in de NAL. Om te zorgen dat er voldoende laadinfrastructuur is om de klimaatafspraken te realiseren heeft de NAL het doel “om ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur geen drempel vormt bij de uitrol van elektrisch vervoer”. In de praktische realisatie laat de nationale overheid veel ruimte voor de invulling aan de regionale en lokale overheden. In de NAL is wel een aantal verplichtingen opgenomen voor gemeenten – al dan niet in regionaal verband. Enkele belangrijke punten staan hieronder opgesomd:
Behalve de ontwikkelingen van elektrificatie van personenauto’s en de behoefte aan laadinfrastructuur die daaruit voortkomt, speelt een aantal andere relevante ontwikkelingen. Zo bestaat naast de ambitie voor de elektrificatie van personenvoertuigen ook de ambitie om andere vormen van vervoer te elektrificeren. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Het is dan ook mogelijk dat andere of aanvullende laadinfrastructuur ontwikkeld moet worden. Deze ontwikkelingen kennen vaak een regionaal karakter. De provincie speelt hier een actieve rol in. Altena volgt de ontwikkelingen bij andere voertuigsegmenten en komt daar waar nodig met aanvullend beleid. Het onderhavige plaatsingsbeleid, uitgewerkt in dit beleidsstuk, richt zich op reguliere publieke laadpalen.
Ontwikkelingen van laadinfrastructuur
Laden van een elektrisch voertuig is anders dan tanken bij een tankstation. Er bestaan verschillende laadtechnologieën die voor verschillende toepassingen geschikt zijn. De technologie loopt uiteen van zeer snelle laadstations die sommige voertuigen in ongeveer 3 minuten 100 km bij kunnen laden, tot thuisladers die voor 100 km ongeveer 10 uur nodig hebben. Bij gemeenten in Nederland wordt vaak gekozen voor publieke laders die 100 km in ongeveer 3-8 uur kunnen laden. Gemeenten kiezen voor deze snelheid van laden omdat:
Reguliere laadpalen zijn daarmee op dit moment de meest toegankelijke en kosteneffectieve manier om EV bij te laden. De prijs per kWh komt doorgaans in de buurt van de energiekosten thuis, waardoor bewoners zonder eigen terrein niet benadeeld worden;
Wat betreft de ontwikkelingen op het gebied van laadinfrastructuur zijn de volgende factoren meegenomen bij het opstellen van onderhavig plaatsingsbeleid;
Artikel 3 Overwegingen en uitgangspunten openbaar laden gemeente Altena
Een aantal overwegingen ligt ten grondslag aan het beleid voor openbaar laden:
Publieke laadinfrastructuur is belangrijk voor de transitie naar duurzame mobiliteit. Op basis van de verwachtingen en nationale doelstellingen groeit de vraag naar publieke laadpunten en neemt het maatschappelijk belang van laadinfrastructuur snel toe. Dit is een belangrijke overweging bij de (proactieve) plaatsing van een laadpunt;
De gemeente erkent de spanning tussen parkeren en opladen van EV’s en is van mening dat het proactief plaatsen van laadpalen nodig is om de overgang naar elektrisch vervoer te faciliteren en de nationaal gestelde doelen te behalen. Parkeerdruk is geen argument voor het niet plaatsen van een laadpaal of het niet aanwijzen van parkeerplaats(en) voor uitsluitend elektrisch laden;
Artikel 4 Modelkeuze voor realisatie openbaar laden
Gemeente Altena heeft gekozen voor een hybride concessiemodel. Hierin heeft één CPO het exclusieve plaatsingsrecht voor publieke laadpunten gekregen. Daarbij zijn voorwaarden gesteld in de concessieovereenkomst, waarbij samen met de CPO gezocht wordt naar een manier waarbij de gemeente participeert in de concessie en daardoor invloed heeft op de laadprijs, locatiekeuze, uitvoeringstempo, flexibiliteit en de oorsprong van de energie. De uitrol, het beheer en de exploitatie van het laadnetwerk blijft de verantwoordelijkheid van de CPO.
De belangrijkste overweging bij deze keuze is dat de gemeente de mogelijkheid heeft om binnen de concessie mee te financieren vanuit het Klimaatfonds. Hierdoor kan de gemeente investeringen doen om het netwerk zo in te richten dat locaties die niet zozeer een commercieel belang dienen, maar wel een maatschappelijk voordeel opleveren, ook worden gefaciliteerd. Als concessiepartner wil de gemeente een bepaalde return on investments vanuit de bijdrage uit het Klimaatfonds. Die kan vervolgens weer ingezet worden om het laadnetwerk uit te breiden/fijnmaziger te maken.
Door de samenwerking met de CPO, waarbij voor langere tijd gecoördineerd en integraal gewerkt wordt aan de openbare Laadinfrastructuur in de gemeente Altena, kan de omschakeling gemaakt worden van puur vraag gestuurd plaatsen (reactief) naar strategische plaatsing o.b.v. data en verwachtingen (proactief). Zo kan de gemeente haar wens realiseren om elektrisch vervoer te faciliteren en zelfs de aanwezige latente vraag naar elektrisch vervoer (en laden) activeren. Binnen de gemeente zijn locaties en woonkernen aanwezig die in eerste instantie (vooralsnog) minder lucratief lijken te zijn voor het exploiteren van een Laadobject. Toch wil de gemeente ook op dergelijke locaties het elektrisch laden faciliteren.
Artikel 5 Realisatie openbaar laden
Voor de uitbreiding van de openbare laadinfrastructuur vallen twee typen plaatsing:
Strategische plaatsing o.b.v. huidige vraag en verwachte groei
De openbare laadinfrastructuur dient allereerst aan te sluiten bij de huidige vraag naar laadmogelijkheden. Daarnaast heeft de gemeente de wens om elektrisch rijden te stimuleren. Om dit alles te realiseren is strategisch plaatsen van laadobjecten nodig. Middels strategisch plaatsen kan een latente vraag aangeboord worden waarmee de transitie naar elektrisch rijden versneld wordt. Onder strategisch plaatsen vallen locatievoorstellen waarvoor een laadvraag wordt verwacht, dan wel waar plaatsing om bepaalde (verkeerstechnische) redenen gewenst is en die zichtbaar en toegankelijk zijn en/of een hoge verkeersintensiteit hebben.
Door monitoring van het gebruik van de laadinfrastructuur kan een inzicht verkregen worden in meer en minder rendabele laadobjecten. Ook wordt daarmee duidelijk of en zo ja waar eventuele druk in de laadinfrastructuur zit vanwege een hoge vraag naar laden. Op basis van de data uit deze monitoring kan vervolgens besloten worden tot verdichting van het netwerk door middel van het realiseren van extra laadpunten.
Plaatsing vanuit maatschappelijk belang
Binnen de gemeente Altena zijn locaties aan te wijzen waar de plaatsing van een laadobject wellicht vanuit commercieel oogpunt minder voor de hand liggend is, maar waar de gemeente vanuit maatschappelijk belang toch een laadobject wenst te realiseren. De gemeente wil ook op dergelijke locaties elektrisch laden faciliteren. Om deze faciliteiten te kunnen realiseren wil de gemeente financieel participeren in de concessie.
De CPO stelt in overleg met de gemeente een plankaart op waarop de (verwachte) laadvraag zichtbaar is. Tevens wordt hierin opgenomen waar, op welke manier en volgens welke planning proactieve plaatsing plaats zal vinden. De plankaart wordt jaarlijks herijkt.
Inwoners van de gemeente Altena kunnen een aanvraag doen voor het plaatsen van een laadobject (paal-volgt-auto). Deze aanvraag wordt door de CPO in behandeling genomen en getoetst aan de geldende plaatsingscriteria zoals de Ladder van Laden en aan de plankaart voor de proactieve plaatsing. De proactieve plaatsing zal uiteindelijk zorgen voor een lager aantal aanvragen voor paal-volgt-auto. Voor de aanvraag van een laadobject zijn de volgende voorwaarden vastgesteld als opgenomen in 5.3.
5.3 Voorwaarden plaatsen van laadpalen
De oplaadpaal en oplaadinfrastructuur mogen pas worden geplaatst nadat een verkeersbesluit tot aanwijzing van de benodigde parkeerplaats(en) voor het opladen van EV’s onherroepelijk is geworden;
De oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur moet worden voorzien van twee of meer aansluitpunten;
De oplaadpaal wordt gerealiseerd bij bestaande parkeervakken;
Voor de realisatie van de oplaadpaal zijn er geen belemmeringen ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen;
Een oplaadpaal en andere oplaadinfrastructuur mag/mogen niet worden geplaatst of geplaatst worden gehouden, indien deze een belemmering vormen voor aan, onder, op of boven openbare plaatsen te verrichten (onderhouds)werkzaamheden, evenementen, markten, standplaatsen, kermissen, en/of andere festiviteiten;
Door de gemeente gegeven aanwijzingen in het kader van het algemene belang, de openbare orde of veiligheid dienen strikt te worden opgevolgd. Deze aanwijzingen kunnen onder ander betrekking hebben op het geheel of gedeeltelijk verplaatsen dan wel verwijderen van de geplaatste elektrische oplaadpalen zonder dat de initiatiefnemer aanspraak kan maken op schadevergoeding.
Bij reactieve plaatsing heeft de CPO de verplichting een laadpaal te realiseren indien aan de volgende voorwaarde is voldaan:
De laadpaal wordt standaard geleverd in de huisstijlkleur ijzergrijs RAL7011 (volledig) of een variant in de kleur ijzergrijs RAL7011 met verkeerswit RAL9016.
De laadpalen die geplaatst worden in de vesting Woudrichem (beschermd stadstoezicht) kunnen afwijken van bovengenoemde huisstijlkleur. De uiterlijke verschijningsvorm en kleur zal specifiek voor deze locatie nader worden bepaald in samenspraak met de gemeente.
Bij het plaatsen van de laadpalen zijn, tenzij nadere afspraken worden gemaakt, de volgende voorwaarden van toepassing:
Bij plaatsing in onverharde grond (bijvoorbeeld gras of zand) dient rondom de laadpaal grondversteviging te worden aangebracht. Deze grondversteviging bestaat uit minimaal 2 rijen betontegels formaat 30x30 cm (of vergelijkbaar, in overleg met gemeente Altena) opgesloten in bijpassende opsluitbanden.
Schade die is toegebracht aan gemeentelijke eigendommen als gevolg van realisatie of exploitatie van de oplaadpalen wordt door de gemeente voor rekening van de initiatiefnemer hersteld.
Artikel 6 Taken en verantwoordelijkheden gemeente Altena binnen concessie
In de aanbesteding zijn de volgende algemene bepalingen opgenomen.
6.2 Categorie 1: Proactieve plaatsing en uitrol op basis van plankaarten
De CPO stelt een uitrolstrategie op voor het realiseren van laadpunten in de gemeente Altena. In dit proces heeft de gemeenten een belangrijke rol:
De gemeente Altena beoordeelt de uitrolstrategie die door de CPO wordt aangeleverd aan de hand van vooraf opgestelde plaatsingscriteria. Daar waar de gemeente het niet eens is met de gekozen locaties kan gefundeerd afgeweken worden. De gemeente is in dat geval verantwoordelijk voor het aanwijzen van een alternatieve locatie. Mocht er geen alternatieve locatie aanwezig zijn, dan kan de gemeente naar redelijkheid en billijkheid het laadpunt weigeren;
De gemeente Altena conformeert zich aan het aantal laadpalen dat in de plankaart en uitrolplanning uitrolstrategie door de CPO is opgenomen en zet zich in om deze aantallen daadwerkelijk te realiseren. Mocht dit om bepaalde redenen niet lukken, dan kan er in overleg worden afgeweken van de aantallen.
6.3 Categorie 2: Paal volgt auto
Elektrische rijders binnen de gemeente hebben de mogelijkheid om een laadpunt aan te vragen wanneer ze niet de mogelijkheid hebben om dit op eigen terrein te realiseren.
De gemeente Altena besluit binnen 10 werkdagen na ontvangst over het al dan niet goedkeuren van een locatievoorstel en overlegt hierover met de CPO. Indien de gemeente het locatievoorstel goedkeurt, heeft de CPO de verplichting voor de plaatsing en exploitatie van de laadpaal tot het einde van de exploitatietermijn;
Nadat de bezwaartermijn is verstreken, informeert de gemeente de CPO normaliter binnen 3 werkdagen over het al dan niet onherroepelijk zijn van het verkeersbesluit. Indien de gemeente geen verkeersbesluit neemt – of al genomen heeft op basis van de plankaart – informeert de gemeente de CPO hierover op het moment dat de locatie door de gemeente is goedgekeurd;
6.4 Categorie 3: Overige en strategische laadpalen
Naast de laadpalen die door de CPO geplaatst worden op basis van de uitrolstrategie en ‘Paal volgt auto’, kan een gemeente Altena zelf (extra) strategische laadpalen aanvragen.
Artikel 7 Criteria bij het vaststellen van locaties en planning
Bij het bepalen van de locatie en planning van de realisatie van laadinfrastructuur worden verschillende criteria gehanteerd. Deze criteria zijn hieronder op hoofdlijnen beschreven. Het blijft aan de gemeente om een afweging te maken tussen individuele belangen en het maatschappelijke belang van een laadpaal. Het maatschappelijke belang van een publieke laadvoorziening weegt daarbij zwaarder, gezien de rol die deze speelt voor de realisatie van verschillende klimaatdoelstellingen.
Groen: gemeente Altena houdt bij het plaatsen van laadinfrastructuur rekening met groenvoorzieningen. Het uitgangspunt is dat een laadpaal de groenstructuur in de omgeving minimaal beïnvloedt en dat schade aan wortels etc. voorkomen moet worden. Bij het bepalen van een laadlocatie geldt het principe ‘paal volgt boom’, met andere woorden: groenvoorzieningen zijn leidend;
Parkeerdruk: het belang van de aanwezigheid van een laadpaal en het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het (op)laden van elektrische auto's, is groter dan het belang om te kunnen parkeren met voertuigen. Derhalve is een (zeer) hoge parkeerdruk geen valide argument om een laadpaal of het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het (op)laden van elektrische auto's, niet te plaatsen danwel aan te wijzen;
7.2 Privaat Verlengde Aansluitingen (kabelgoten)
Het is mogelijk om een kabelgoot aan te laten leggen. Deze kabelgoot wordt door de gemeente of door een gemeente in te huren partij aangelegd op kosten van de aanvrager. Andere vormen van een privaat verlengde aansluiting zijn niet toegestaan. Voor de aanleg en gebruik van kabelgoten gelden de volgende voorwaarden:
Bij de aanleg van een kabelgoot wordt geen parkeerplaats aangewezen voor elektrisch laden of voor een specifiek persoon/voertuig. De parkeerplaats waarvandaan de kabelgoot loopt blijft een openbare parkeerplaats waar iedereen mag parkeren. Het is niet toegestaan om een parkeerplaats te claimen.
Artikel 8 Data, handhaving en evaluatie
Een CPO is verplicht om gebruikers informatie aan te leveren aan de gemeente Altena. De gemeente kan op basis van deze informatie haar beleid en het gebruik monitoren. Deze informatie dient altijd kosteloos beschikbaar te worden gesteld.
De CPO levert op verzoek van gemeente minimaal, maar niet gelimiteerd, de volgende ruwe data (CDR’s) aan van de binnen de gemeente geplaatste laadpunten:
De data wordt beschikbaar gesteld aan de gemeente in een digitaal dashboard en in een formaat dat door de gemeente verwerkt kan worden. De data moet minimaal per kwartaal worden geüpdatet. Binnen deze online omgeving moet minimaal inzichtelijk worden gemaakt:
Aanvullend aan deze informatie moet de CPO die op aanvraag laadpunten plaatst de volgende gegevens aanleveren;
Bij de invoering van een landelijk protocol of tool (bijvoorbeeld Nationaal Acces Point) voor monitoring werken CPO’s mee met het aanleveren van de juiste complete statische en dynamische informatie, in het juiste format en volledig meewerken aan het ter beschikking stellen van deze data.
De gemeente ziet toe op het juiste gebruik van de aangewezen parkeerplaats(en) voor het laden van EV’s en treedt indien nodig handhavend op.
De ontwikkeling van EV’s is hoog. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van laadoplossingen voor EV-rijders in de openbare ruimte. Het laadpalenbeleid is daardoor een momentopname ten aanzien van de behoefte voor opladen in de openbare ruimte en de oplossingen die daarvoor beschikbaar zijn.
Dit beleid wordt ten minste 4-jaarlijks geëvalueerd. Indien een tussentijdse evaluatie nodig is, kan dit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-442537.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.