Verordening op de Commissie tot Onderzoek van de Rekening Rotterdam 2025

De Raad van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van het presidium van 25 september 2025

(raadsvoorstel nr. 25bb006701); 25bb006903;

 

gelet op de artikelen 82 en 149 van de Gemeentewet;

 

gelet op het Besluit accountantscontrole decentrale overheden;

 

overwegende dat:

het noodzakelijk is om een nieuwe Verordening op de Commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) vast te stellen;

 

besluit:

 

de Verordening op de Commissie tot Onderzoek van de Rekening Rotterdam 2025 vast te stellen.

Artikel 1 – Begripsbepalingen

Accountant : de door de raad aangestelde accountant.

Accountantscontrole: de controle door de accountant inzake de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening van de gemeente Rotterdam, met inachtneming van de bepalingen van artikel 213 van de Gemeentewet en de overige relevante beroepsreglementering voor registeraccountants.

Commissie : Commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR)

College : college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam

Doelmatigheid: de mate waarin de gerealiseerde effecten met de inzet van minder middelen gerealiseerd hadden kunnen worden of de mate waarin meer effecten verwezenlijkt hadden kunnen worden met dezelfde inzet van middelen. (Doelmatigheid van (beleids)effecten wordt vaak ook aangeduid als kosteneffectiviteit)

Getrouwheid: de mate waarin de jaarrekening een getrouw beeld geeft van zowel de baten en lasten als de grootte en samenstelling van het vermogen

Jaarrekening: de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening van de Gemeente Rotterdam

Rechtmatigheid: het overeenstemmen van financiële beheer-handelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO).

Ordelijkheid: Het financieel beheer is ordelijk als het is opgezet volgens adequate, in de administratieve organisatie vastgelegde, procedureregels en functioneert in overeenstemming met die procedureregels.

Artikel 2 – Instelling commissie, samenstelling, plaatsvervanging en opvolging

  • 1.

    Er is een Commissie tot Onderzoek van de Rekening als bedoeld in artikel 82 van de gemeentewet.

  • 2.

    De voorzitter en de overige leden van de commissie worden door de raad uit zijn midden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de raad.

  • 3.

    De commissie bestaat, inclusief de voorzitter uit een oneven aantal leden van de raad, met een minimum aantal van vijf leden.

  • 4.

    Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een door de commissie uit haar midden aan te wijzen plaatsvervangend voorzitter, zijnde een lid van de raad.

  • 5.

    In afwijking van lid 2 kan de raad op basis van schriftelijke voordrachten vanuit fracties maximaal twee burgercommissieleden benoemen in de commissie (verder is op deze bepaling artikel 4 van de commissieverordening van toepassing).

  • 6.

    In geval van langdurende afwezigheid kan een lid worden vervangen door een door te de raad te benoemen plaatsvervangend lid.

  • 7.

    Het lidmaatschap van de commissie of het voorzitterschap eindigt:

    • a.

      als de commissie ophoudt te bestaan;

    • b.

      als het lid ophoudt lid van de raad te zijn;

    • c.

      als het lid op eigen verzoek ontslag neemt;

    • d.

      de raad het lid als lid van de commissie ontslaat;

    • e.

      als de fractie waardoor het burgercommissielid is aangewezen de aanwijzing als burgercommissielid intrekt, of als de fractie ophoudt een zelfstandige fractie te zijn.

    • f.

      Als het burgercommissielid niet meer voldoet aan de vereisten bedoeld in de artikelen 10 tot en met 13 van de Gemeentewet

  • 8.

    Wanneer het lidmaatschap van de commissie of het voorzitterschap eindigt dan wordt zo spoedig mogelijk in de opvolging voorzien.

Artikel 3 - Ondersteuning Griffie

  • 1.

    De griffier wijst één of meer ambtenaren als commissiegriffier aan. De commissiegriffier kan zich door één of meer ambtenaren laten bijstaan.

  • 2.

    De commissiegriffier kan gevraagd worden de commissie in procedurele zin te adviseren.

  • 3.

    Van hetgeen in de commissie wordt besproken, wordt een adviezenlijst gemaakt, waarbij de standpunten van de commissieleden worden vermeld. De adviezenlijst wordt vastgesteld door de commissie.

Artikel 4 – Algemene taakstelling

  • 1.

    De commissie onderzoekt jaarlijks de gemeenterekening. Het onderzoek richt zich op de ordelijkheid en getrouwheid van het (financieel) beheer alsmede op de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de begrotingsuitvoering. De commissie baseert haar onderzoek op de (concept)gemeenterekening, bijbehorende stukken zoals genoemd in de controleverordening gemeente Rotterdam, bevindingen van de accountant en gesprekken met collegeleden.

  • 2.

    Indien gewenst kan de commissie ook over andere onderwerpen dan de jaarrekening advies uitbrengen, mits deze onderwerpen te maken hebben met de ordelijkheid en getrouwheid van het (financieel) beheer of op de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de begrotingsuitvoering.

  • 3.

    De commissie voert periodiek afstemmingsoverleg met de accountant.

  • 4.

    De commissie treedt in periodiek overleg met het lid van de rekenkamer. Tijdens het overleg worden in ieder geval besproken het onderzoeksprogramma, de voortgang van de onderzoeken, de voortgang van de behandeling door de raad van de onderzoeken, de lijst van aanbevelingen en overige zaken ter bespreking tussen rekenkamer en de raad.

Artikel 5 – Werkwijze

  • 1.

    De commissie brengt op basis van het onderzoek schriftelijk advies aan de gemeenteraad uit over de vaststelling van de jaarrekening.

  • 2.

    De commissie wordt evenals de accountant terstond door het college in kennis gesteld van alle informatie die na het opmaken van de jaarrekening en vóór de behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft.

  • 3.

    Verschillen van inzicht tussen college en accountant die het rechtmatigheidsoordeel van het College danwel het getrouwheidsoordeel van de accountant raken, danwel substantieel beïnvloeden, worden terstond door het college aan de COR gemeld.

  • 4.

    De commissie bespreekt – voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken – het verslag van de bevindingen en de strekking van de accountantsverklaring met de accountant.

  • 5.

    De commissie brengt haar adviezen ten behoeve van de raadsbehandeling schriftelijk uit aan de raad uit. Bij elk advies, tenzij het met algemene stemmen wordt gegeven, wordt vermeld of een lid een afwijkende mening heeft.

  • 6.

    Voor een goede invulling van haar taken is de commissie in ieder geval bevoegd om:

    • a.

      de burgemeester, een wethouder of ambtenaren van de gemeente en andere deskundigen uit te nodigen de vergadering van de commissie bij te wonen, over de aan de orde zijnde zaken nadere informatie te verstrekken of aan de beraadslaging deel te nemen;

    • b.

      zich tot het college te wenden ter verkrijging van alle informatie waarvan zij de kennisneming nodig acht voor haar werkzaamheden;

    • c.

      externe deskundigen in te schakelen. Indien hier kosten aan verbonden zijn, worden de algemene inkoopvoorwaarden van de gemeente Rotterdam gevolgd.

Artikel 6 - Vergaderfrequentie, oproep vergadering, openbare kennisgeving en agenda

  • 1.

    De commissie vergadert zo dikwijls als door de voorzitter nodig wordt geoordeeld dan wel wanneer dit door ten minste twee leden wordt gevraagd.

  • 2.

    De voorzitter roept de leden van de commissie - spoedeisende gevallen uitgezonderd - ten minste vier dagen van tevoren tot de vergadering op door middel van elektronische openbaarmaking van de agenda en de daarbij behorende stukken. De agenda is te raadplegen via het raadsinformatiesysteem. Openbaarmaking van de stukken blijft evenwel achterwege indien die openbaarmaking op grond van artikel 82 lid 5 van de gemeentewet geweigerd kan worden. Plaatsvervangende leden ontvangen de oproep voor de vergadering en bijbehorende stukken.

  • 3.

    Aan het begin van de vergadering stelt de commissie de door de voorzitter opgestelde conceptagenda vast.

  • 4.

    De vergadering van de commissie wordt niet geopend tenzij, naast de (plaatsvervangend) voorzitter, ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden, danwel de plaatsvervangende leden aanwezig is.

  • 5.

    Wanneer het vereiste aantal leden niet is aanwezig is, wordt zo nodig, na minimaal vierentwintig uur, een nieuwe vergadering belegd.

  • 6.

    Deze nieuwe vergadering kan worden geopend wanneer ten minste twee (plaatsvervangende) leden en de (plaatsvervangend) voorzitter aanwezig zijn.

Artikel 7 - Geluid- en beeldregistraties, toehoorders en pers

  • 1.

    Van de openbare vergaderingen worden beeld- en geluidregistraties gemaakt.

  • 2.

    Degenen die van een openbare commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, melden dit voorafgaand aan de voorzitter en volgen de aanwijzingen van de voorzitter.

  • 3.

    Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare commissievergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 4.

    Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

  • 5.

    Het presidium stelt een persreglement vast.

Artikel 8 – Orde

  • 1.

    De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van de orde in de vergaderingen.

  • 2.

    De voorzitter ziet toe op de technische aard van de vergadering.

  • 3.

    Indien een spreker zich beledigend of ongepast uitdrukt of op welke wijze dan ook de orde verstoort, wordt deze door de voorzitter tot de orde geroepen. Hetzelfde geldt indien een spreker naar het oordeel van de voorzitter afwijkt van het onderwerp.

  • 4.

    Wanneer een spreker voortgaat met het bezigen van beledigende of ongepaste uitdrukkingen, het verstoren van de orde of het afwijken van het onderwerp in beraadslaging, ontneemt de voorzitter de spreker het woord. In de vergadering waarin dit plaatsvindt mag degene die het woord is ontnomen niet meer deelnemen aan de beraadslaging over het onderwerp in behandeling. Hiervan is beroep op de vergadering niet toegelaten.

  • 5.

    De voorzitter is bevoegd om in beeld- en geluidsregistratie en/of schriftelijk verslag geen weergave op te nemen van door een spreker gebezigde beledigende of ongepaste uitdrukkingen waarvoor die spreker tijdens de vergadering tot de orde geroepen is.

  • 6.

    De voorzitter kan besluiten om een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Hierover wordt niet beraadslaagd en het commissielid verlaat de vergadering onmiddellijk. Zo nodig zorgt de voorzitter voor verwijdering. Bij herhaling van zijn gedrag kan de commissie op voorstel van de voorzitter besluiten het commissielid voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

  • 7.

    De voorzitter is bevoegd om ter handhaving van de orde de vergadering voor nadere tijd te schorsen en om na heropening de vergadering te sluiten indien de orde opnieuw wordt verstoord.

  • 8.

    De voorzitter is bevoegd om wanneer de orde op enigerlei wijze door sprekers en/of toehoorders wordt verstoord, opdracht te geven om de spreker en specifieke of alle toehoorders uit de vergaderzaal te laten verwijderen.

Artikel 9 – Inspreken in de commissie

  • 1.

    Een ieder kan aan een commissie verzoeken om het woord te voeren:

    • a.

      over een onderwerp dat is geagendeerd voor het overlegdeel;

    • b.

      over een onderwerp dat vreemd is aan de orde van de dag voor zover het onderwerp behoort tot de competentie van de commissie.

  • 2.

    Het verzoek wordt tenminste 48 uur vóór aanvang van de betreffende vergadering per email naar insprekers@griffie.rotterdam.nl of schriftelijk ontvangen bij de voorzitter van de commissie door tussenkomst van de griffie.

  • 3.

    Het verzoek bevat een opgave van de naam van degene die wil inspreken bij de commissie, het onderwerp en een korte toelichting op het verzoek waarom de inspreker bij dit onderwerp wil inspreken.

  • 4.

    Indien er namens iemand anders wordt ingesproken dient de inspreker een verklaring (machtiging) van de aanmelder te overleggen.

  • 5.

    Er kan alleen worden ingesproken over zaken waarin de gemeenteraad bevoegd is. Individuele kwesties en zaken waarop bezwaar of beroep mogelijk is of reeds is ingesteld vallen hier niet onder.

  • 6.

    Onvolledige verzoeken worden niet in behandeling genomen.

  • 7.

    Bij de vaststelling van de agenda bepaalt de commissie op voorstel van de voorzitter of het verzoek wordt gehonoreerd.

  • 8.

    De commissie besluit in het proceduredeel van de vergadering wanneer en hoeveel inspreekverzoeken er worden behandeld en hoeveel tijd per vergadering hiervoor beschikbaar wordt gesteld. Hiernaast is het mogelijk dat de commissie extra inspreekmomenten organiseert.

  • 9.

    De inspreker krijgt maximaal vijf minuten de gelegenheid om het woord te voeren tenzij de commissie anders beslist.

  • 10.

    De inspreker is gehouden om zijn betoog te beëindigen indien de voorzitter de inspreker daartoe verzoekt, de spreektijd is gebruikt of de orde van de vergadering dit noodzakelijk maakt.

Artikel 10 – Schriftelijke raadpleging

De voorzitter kan de commissie in voorkomende gevallen, op schriftelijke wijze buiten een vergadering om, raadplegen onder toezending van stukken. Indien een van de leden toch behandeling hiervan in een vergadering verzoekt, dient dit verzoek binnen drie werkdagen te zijn ingediend bij de commissiegriffier.

Artikel 11 – Aanwijzing van de accountant en beheer contract

  • 1.

    De COR bereidt het vaststellen van de hoofdlijnen van de aanbestedingsprocedure voor het contract met de accountant voor, waarna de raad de hoofdlijnen voor de aanbestedingsprocedure vaststelt.

  • 2.

    Vervolgens bereidt de COR de aanbesteding en gunning voor, waarna de raad de nota van gunning vaststelt en de accountant aanwijst.

  • 3.

    De raadsgriffier is belast met de dagelijkse uitvoering van de door de raad verleende opdracht aan de accountant.

  • 4.

    De commissie stelt de eindtermijn van het controle jaar vast en adviseert inzake de betaalbaarstelling aan de raadsgriffier.

  • 5.

    Binnen de kaders van de controleverordening gemeente Rotterdam kan de COR, in overleg met de accountant, aanvullende onderwerpen/aandachtspunten vaststellen voor de accountantscontrole.

  • 6.

    Als de accountant verhinderd is voor een COR-vergadering, dan voorziet deze in vervanging.

Artikel 12 – Accountantscontrole

  • 1.

    De accountantscontrole kan pas starten na vaststelling door de COR van een door opdrachtnemer (accountant), gemeentesecretaris en wethouder die belast is met de portefeuille financiën ondertekende startnotitie over de wijze waarop men voornemens is invulling te geven aan de samenwerking en het succesvol tot resultaat brengen van het Plan van Aanpak voor de betreffende accountantscontrole.

  • 2.

    De accountantscontrole als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet van de jaarrekening wordt door de raad opgedragen aan de middels aanbesteding gecontracteerde accountant.

  • 3.

    Binnen de kaders van de controleverordening gemeente Rotterdam kan de COR, in overleg met de accountant, aanvullende onderwerpen/aandachtspunten vaststellen voor de accountantscontrole.

Artikel 13 – Onvoorzien

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de voorzitter, de commissie gehoord hebbende.

Artikel 14 Intrekken oude verordening

De Verordening op de Commissie tot Onderzoek van de Rekening 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 15 – Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt gepubliceerd.

Artikel 16 – Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening op de Commissie tot Onderzoek van de Rekening Rotterdam 2025’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 oktober 2025.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

 

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

 

Toelichting bij de Verordening op de Commissie tot Onderzoek van de Rekening:

Op grond van de verordening wordt de Commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) ingesteld die de gemeenteraad schriftelijk adviseert ten aanzien van de (vaststelling van de) jaarrekening. In art. 213 Gemeentewet zijn regels vastgesteld die toezien op de controle van de rechtmatigheid van het financiële beheer. De actieve rol van de raad hierbij is aangegeven in art. 213 lid 5 Gemeentewet waarin is bepaald dat de accountant de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan de raad toezendt.

 

Op basis van de verordening is het voor de raad mogelijk vorm en inhoud te geven aan de actieve rol bij de controle van de jaarrekening. Daarnaast is het voor de COR mogelijk overleg te voeren met de accountant in het kader van het onderzoek van het verslag van bevindingen dat door de accountant aan de raad (in eerste instantie aan de COR die de raad hierover schriftelijk adviseert om (wel of niet) decharge te verlenen aan het college bij het vaststellen van de jaarstukken.) wordt aangeboden. De raad is immers de opdrachtgever van de accountant.

 

Daarmee is de COR een auditcommissie. Zij heeft naast het toezicht op de jaarrekening ook andere taken. Specifieke taken variëren afhankelijk van de specifieke behoeften van de gemeente. Hierbij is het doel: het versterken van de integriteit, de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële rapportage en het interne controlesysteem van de gemeente. De COR rapporteert bevindingen en aanbevelingen aan de gemeenteraad.

Naar boven