Gemeenteblad van Noordwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noordwijk | Gemeenteblad 2025, 441214 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Noordwijk | Gemeenteblad 2025, 441214 | beleidsregel |
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie bouwtaken 2025-2026 Gemeente Noordwijk
Veelgebruikte afkortingen en definities
Omgevingswet: Alle wetten, besluiten en regelingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en op activiteiten die de fysieke leefomgeving kunnen beïnvloeden, zijn met ingang van 1 januari 2024 in één wet samengebracht. Het is daarmee één van de grootste en meest complexe wetgevingsoperaties.
Voor u ligt onze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (verder U&H-strategie) voor de komende jaren. Deze U&H-strategie bevat de weergave van hoe de gemeente Noordwijk haar uitvoerings- (Vergunningen) en handhavingstaken (Toezicht en Handhaving) uitvoert en hoe we de interpretatieruimte die de wetgeving biedt willen invullen. Voorheen werd dit ook wel het VTH-beleid genoemd. In voorliggende U&H-strategie hanteren we echter de nieuwe terminologie en begrippen uit de per 1 januari 2024 inwerking getreden Omgevingswet (verder Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (verder Wkb) en wijzigen we het VTH-beleid naar een U&H-strategie.
Op 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders reeds meerjarig uitvoeringsbeleid vastgesteld, VTH-beleidsplan uitvoering bouwtaken gemeente Noordwijk 2019-2022. Vanwege de uitgestelde inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit beleid verlengd in 2023. Inmiddels is de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Het bestaande beleid gaat uit van het oude wettelijke kader en is daarmee achterhaald. Het beleid is op onderdelen gewijzigd en wordt vastgesteld voor de periode 2025-2026. De planning is om medio 2026 nieuw beleid op te stellen dat ingaat vanaf 2027, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de VTH-Bouwtaken per 1 januari 2027 weer binnen de gemeente Noordwijk worden belegd.
Deze U&H-strategie geldt voor de taken die voortvloeien uit de:
Voor zover het de Ow betreft is het vaststellen van uitvoerings- en handhavingsbeleid wettelijk verplicht (artikel 18.19 van de Omgevingswet in samenhang met artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit). Het betreft taken waaraan een Vergunningen-, Toezicht- en/of Handhavingscomponent zit.
De U&H-strategie vormt ook de basis van/geeft richting aan het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma. Ook hiervoor geldt dat deze onder de Ow wettelijk verplicht is (artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit). Een jaarlijks uitvoeringsprogramma waar de verschillende beleidsvelden samenkomen versterkt onder andere de samenhang (meer integraal werken) op bestuurlijke thema’s.
1.3 Wettelijke- en beleidsmatige kaders
Bij het behandelen van vergunningaanvragen (Ow en Wkb), het houden van toezicht en ons handhavend optreden vormen onder meer (niet uitputtend) de volgende wetten en (beleids)documenten belangrijke (beleids)kaders: 1
De wettelijke eisen maken een programmatische, strategische en onderling op elkaar afgestemde uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken noodzakelijk. Deze proceseisen staan bekend als de Big-8 cyclus. Deze cyclus komt er kort gezegd op neer dat het opstellen van beleid gebeurt aan de hand van een aantal stappen. Het doorlopen van deze stappen vormt de structuur van het op te zetten beleid. Uit de Big-8 cyclus wordt duidelijk dat het beleid op te splitsen is in een strategisch- en een operationeel beleidskader. Het voorliggende plan van de gemeente Noordwijk bestaat ook uit deze twee onderdelen.
Hoofdstuk 1 ‘Inleiding’ schetst de achtergrond, aanleiding en context van dit voorliggende beleidsplan. In hoofdstuk 2 ‘Strategisch beleidskader’ is de visie van de gemeente op haar toezicht- en handhavingstaak beschreven en zijn de belangrijkste prioriteiten op hoofdlijnen weergegeven. Ook worden de streefniveaus voor naleefgedrag benoemd. Hoofdstuk 3 ‘Operationeel beleidskader’ bevat het operationele kader met uitvoeringswijzen van voorlichting, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het beleidsplan wordt afgesloten met hoofdstuk 4 ‘Programmering, monitoring en evaluatie’, waarin de relatie tussen de gekozen lijn en de benodigde capaciteit wordt beschreven en inzichtelijk wordt gemaakt hoe invulling wordt gegeven aan het borgen van de Big-8.
Dit hoofdstuk beschrijft het strategische beleidskader van de gemeente Noordwijk. In dit hoofdstuk wordt eerst het areaal van de gemeente Noordwijk omschreven om een goed beeld te vormen van de gemeente en haar leefomgeving. Daarna wordt de visie op de U&H-strategie geschetst. Paragraaf 2.3 gaat over hoe de gemeente Noordwijk zorgt dat het beleid uitgevoerd wordt en op welke wijze de kwaliteit geborgd wordt. Hoe de gemeente het naleefgedrag van haar gebruikers beïnvloedt, komt in paragraaf 2.4 aan de orde. In paragraaf 2.5 wordt de methodiek van de probleemanalyse en de daarbij behorende prioriteitsniveaus beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschrijving van de samenwerkingspartners voor de uitvoering van de bouwtaken.
De gemeente Noordwijk heeft de volgende kenmerken:
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. De Omgevingswet verplicht gemeenten om uiterlijk op 1 januari 2027 een gemeentelijke omgevingsvisie vast te stellen. In deze omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast en de omgevingsvisie vervangt structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, delen van de natuurvisie en milieubeleidsplannen. Op 23 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Noordwijk de Omgevingsvisie 1.0 ‘Samen maken we de toekomst van Noordwijk’ vastgesteld. De gemeente moet bij het inzetten van instrumenten van de Omgevingswet rekening houden met het beleid in de omgevingsvisie.
Momenteel wordt gewerkt aan een herziening van deze omgevingsvisie2 .
2.2 Visie op de U&H-strategie: leuker kunnen we het niet maken
De gemeente Noordwijk beseft heel goed dat vergunningverlening, toezicht en handhaving onderwerpen zijn die door gebruikers als onprettig ervaren worden. Vergunningen vraag je niet voor je plezier aan, toezichtcontroles zorgen voor belasting en handhaving is meestal niet prettig. Het zijn echter noodzakelijke instrumenten die ingezet worden omdat we met elkaar in een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame omgeving willen wonen, werken en leven. Soms kan het gedrag van individuele inwoners of bedrijven dit streven bedreigen en een risico opleveren voor de leefomgeving. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang en dat kan soms in strijd zijn met het individuele belang van een inwoner of bedrijf. Het is aan de gemeente om hierin een afweging te maken en ervoor te zorgen dat de risico's beheersbaar blijven en de leefbaarheid gegarandeerd is.
Er zit echter altijd een grens aan de middelen die de gemeente hiervoor kan en wil inzetten. Het is vanwege de capaciteit in termen van personeel en financiële middelen onmogelijk om alles 100% te toetsen en ten aanzien van alle activiteiten toezicht uit te voeren. De kern van het beleid is dan ook om de risico’s van niet-naleving van wetgeving en beleid op het vlak van de fysieke leefomgeving tot een minimum te beperken, gegeven de beperkte beschikbare middelen en met een minimum aan belasting voor inwoners en bedrijven.
Kern van de gemeentelijke U&H-strategie is daarom:
... de risico's van niet-naleving van dwingende regels en beleid op het vlak van de fysieke leefomgeving tot een minimum te beperken, gegeven de beperkt beschikbare middelen en met een minimale belasting voor de inwoners en bedrijven.
De rode draad in de U&H-strategie is dat de inschatting van de risico’s voor de leefomgeving doorslaggevend is voor de prioriteiten die gesteld worden bij het stimuleren en/of afdwingen van het naleefgedrag. Omdat de beperkte capaciteit niet overal ingezet kan worden, wordt prioriteit gegeven aan die thema’s en gevallen waarin de risico’s van niet-naleving (kans maal schade) het grootst zijn. Er wordt nadrukkelijk gekozen voor deze pragmatische aanpak en niet voor een meer principiële aanpak waarbij ‘regel is regel’ als uitgangspunt geldt. Dit brengt echter ook een aantal onvermijdelijke nadelen met zich mee:
Niet alles wordt getoetst en/of gecontroleerd. Als uit de risicoanalyse blijkt dat een bepaalde activiteit weinig tot geen risico’s met zich meebrengt en/of het naleefgedrag heel goed is, zal hier geen of minder aandacht naar uit gaan. Dat geldt evenredig omgekeerd ten aanzien van risicovolle activiteiten.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving draait om het beheersen van risico's voor de samenleving. Onze inwoners moeten gerust kunnen gaan slapen in de wetenschap dat de gemeente de belangrijkste risico's goed onder controle heeft. Om dit vertrouwen waar te kunnen maken, is het belangrijk dat de gemeente Noordwijk de kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving tot op zekere hoogte kan garanderen. Dit is niet alleen van belang voor de gemeente en haar inwoners zelf. Ook de provincie als toezichthouder op de gemeente en diverse rijksinspecties eisen een vorm van kwaliteitsbewaking waarmee de beheersing van de risico's kan worden geborgd.
2.3.1 Visie Noordwijk op kwaliteitsborging
De gemeente Noordwijk heeft de uitvoering van de bouwtaken tot 1 januari 2027 ondergebracht bij de ODWH. Meer beleidsmatige taken zoals het actualiseren van de welstandsnota, het adviseren over afwijkingen van het omgevingsplan (m.u.v. advisering milieuaspecten, dit ligt bij de ODWH) en het adviseren over het kappen van bomen en het aanleggen van uitwegen, worden door de gemeente zelf uitgevoerd.
Goede kwaliteitsborging is samen te vatten in de volgende drie elementen:
We zeggen wat we doen: De nadruk ligt hierbij op het helder krijgen van de wederzijdse verwachtingen. Dit kunnen de verwachtingen van gebruikers zijn, maar in het geval van het U&H-domein moeten dit vooral de verwachtingen van het bestuur zijn, omdat juist zij verantwoordelijkheid dragen voor de risico's die men als lokale samenleving durft te nemen, gegeven de beperkte mogelijkheden om alle risico's te beheersen.
2.3.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en daarmee ook de stapsgewijze inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De Wkb verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Het doel van de Wkb is om de bouwkwaliteit te verbeteren.
De Wkb heeft het Bbl gewijzigd en heeft geleid tot de artikelen 2.17 t/m 2.27 Bbl. De Wkb zelf is dus niet de wettelijke grondslag, dit is het Bbl. Op 1 januari 2024 zijn de regels ingegaan voor nieuwbouw in gevolgklasse 1. Dat is de laagste risicoklasse waar bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden onder vallen. Vooralsnog gelden de regels alleen voor nieuwbouw en niet voor verbouw. Voor vergunningen die vóór 1 januari 2024 zijn aangevraagd blijft het oude stelsel gelden (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet). Dit geldt ook voor lopende bezwaar- en beroepsprocedures.
2.4 Nalevingsbevordering als integrale aanpak
In deze paragraaf en in paragraaf 3.4 wordt aangegeven op welke wijze het naleefgedrag onder inwoners, bedrijven en instellingen bevorderd wordt en zo nodig afgedwongen. De gemeente Noordwijk ziet het beheersen van de risico's die de leefomgeving bedreigen als gedragssturing. Ze probeert het gedrag van gebruikers van de fysieke leefomgeving te beïnvloeden, zodat zij zich aan de verschillende geldende regels houden. Het effectief bevorderen van naleving van wet- en regelgeving begint bij een bewuste keuze van het instrument om die naleving te beïnvloeden. Het in te zetten instrumentarium is daarbij breder dan alleen de vergunningverlening, de locatiecontroles en de juridische dwangmiddelen die kunnen worden ingezet in het geval een overtreding wordt geconstateerd. Zo wordt door de gemeente zwaar ingezet op voorlichting. Het geven van adequate informatie over vergunningsvrij bouwen heeft zijn doorwerking naar handhaving, wat het naleefgedrag bevordert.
De gemeente Noordwijk is zich ervan bewust dat ook in het ontwerp van de regels en in de voorlichting daarover aangrijpingspunten liggen om de gebruikers van de leefomgeving het gewenste gedrag te laten vertonen. Een schematisch overzicht van de mogelijke maatregelen is weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: Maatregelen ter bevordering van goede naleving
Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
De gemeente Noordwijk gaat ervan uit dat het overgrote deel van de gebruikers van de leefomgeving uit zichzelf bereid is de verschillende normen die er gelden na te leven. De benadering van de doelgroep is daarom gebaseerd op het vertrouwen in hun goede bedoelingen. Niet-naleving wordt daarbij in eerste instantie gezien als een gevolg van onbekendheid met de regels en/of obstakels bij de naleving.
De gemeente Noordwijk neemt de gebruikers en hun bedoelingen serieus maar verwacht ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarbij geldt dat hoe professioneler de gebruiker is hoe meer er wordt verwacht van zijn eigen professionaliteit en verantwoordelijkheid voor de naleving van de regels, hoe strikter zal worden opgetreden bij het toetsen aan de regels.
2.4.1 Keuze in na te streven niveaus voor naleefgedrag
Wil de gemeente Noordwijk haar capaciteit en middelen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zo effectief en efficiënt mogelijk inzetten, dan is het van belang dat het risiconiveau van niet-naleving dat de gemeente Noordwijk accepteert, bekend is. De gemeente heeft daarom voor de verschillende categorieën te handhaven regels streefniveaus benoemd voor het naleefgedrag (hoog, basis en laag) van gebruikers van de fysieke leefomgeving. Deze streefniveaus zouden moeten worden gehaald wanneer de gemeente aselect een steekproef zou uitvoeren op de naleving van deze regels. Worden deze streefniveaus niet gehaald op bepaalde onderdelen, dan is dat een reden om als gemeente een extra inspanning te leveren om het streefniveau alsnog te halen. De benoeming en monitoring van de streefniveaus voor het naleefgedrag zijn expliciet bedoeld om de U&H-inspanningen beter te kunnen richten op de beheersing van de risico’s die daar het meest om vragen.
In tabel 1 is de door de gemeente Noordwijk acceptabel geachte niveaus van naleving in relatie tot bouwregelgeving weergegeven.
Tabel 1: De door de gemeente Noordwijk acceptabel geachte niveaus van naleving
Indien uit steekproeven en analyses blijkt dat gebruikers van de leefomgeving op een onderdeel structureel het nagestreefde naleefniveau halen, dan bestaat er ruimte voor het college om de handhavings-inspanningen op dit onderdeel te beperken en de vrijkomende capaciteit in te zetten op de onderdelen waar de streefniveaus voor het naleefgedrag (nog) niet worden gehaald. Indien dit leidt tot aanpassing van speerpunten in de U&H-strategie en/of aanpassingen van toets- en toezichtniveaus, dan zal de gemeenteraad hierover worden geïnformeerd.
Om de strategie voor de komende jaren te bepalen is een probleemanalyse nodig waarbij gekeken wordt naar naleefgedrag en de negatieve effecten bij niet-naleving van regels. Hoe groter de kans op niet-naleving en hoe groter de negatieve effecten voor de leefomgeving, hoe meer de gemeente zal (moeten) sturen op de naleving. Het risico en daarmee ook de toets-, toezicht- en handhavingsprioriteiten worden zoveel als mogelijk bepaalt op basis van de volgende formule:
risico = kans op niet naleving * negatieve effecten die kunnen optreden
De negatieve effecten worden hierbij niet alleen uitgedrukt in kosten voor de samenleving, maar ook in termen van veiligheid, imago, gezondheid, duurzaamheid etc. Voor een omschrijving van de effecten zie tabel 1 in paragraaf 2.4.1.
2.5.1 Methodiek voor de inschatting van de risico’s
De gemeente Noordwijk hanteert een methode om de risico’s te kwantificeren met het doel de inzet van capaciteit en middelen beter te kunnen prioriteren. Deze methode kenmerkt zich door de volgende elementen:
Omdat de U&H-activiteiten zich richten op verschillende objectcategorieën is het naleefgedrag van de Bbl-regels ingeschat per soort bouwwerk. Hiervoor wordt de bouwwerkindeling uit het Landelijk Toetsprotocol (LTP) gebruikt. Deze lijst is uitgebreid met enkele aanvullende categorieën voor de bestaande voorraad bouwwerken en specifieke kenmerken van de subjecten/gebruikers van de bouwwerken. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Bbl op 1 januari 2024, is de systematiek ten opzichte van de eerdere versie onder het Bouwbesluit 2012 iets aangepast. Er is nu een specifieke risicomatrix en er zijn specifieke checklists voor nieuwbouw en verbouw/gebruikswijziging. In deze nieuwe versie is ook rekening gehouden met de komst van de Wkb.
Per objectcategorie is een score bepaald die een schatting van de verschillende onderscheiden risico’s (veil, gez, nat, cul, ovl en kwa) weergeeft als functie van kans op overtreding van een Bbl-voorschrift maal de omvang van het negatieve effect als de overtreding plaatsvindt. In principe is ieder risico weergegeven met een score op een schaal van 1 (zeer laag) tot 5 (zeer hoog). Omdat het voorkomen van veiligheidsrisico - vanwege de aanzienlijke omvang van de negatieve effecten bij optreden - bij voorbaat een hoge prioriteit dient te krijgen, is aan dit risico een gewicht gehangen van tweemaal zwaarder dan bij de overige risico’s. In de praktijk betekent dit dat de veiligheidsrisico’s zijn gescoord op een schaal van 1 tot 10.
De risicomatrix die hieruit voortkomt vormt de basis van de probleemanalyse. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het structureel monitoren zodat de probleemanalyse maximaal kan worden gebaseerd op het feitelijke naleefgedrag van de onder het Bbl resulterende wet- en regelgeving en de inzet van capaciteit en middelen nog beter kan worden gebaseerd op dit gedrag en de risico's die daaruit voortvloeien.
De scores op de verschillende risico’s per objectcategorie zijn opgenomen in bijlage A bij dit beleidsplan. De gemeente onderscheidt de volgende prioriteitsniveaus met bijbehorende globale toets-, toezicht- en handhavingsniveaus:
Bij het binnenkomen van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken wordt de methodiek van het stoplichtmodel (bijlage E) toegepast om te bepalen welk prioriteitsniveau er wordt toegepast.
Samenwerking vindt op verschillende manieren plaats. Afstemming vindt enerzijds plaats door het maken van (werk)afspraken en anderzijds door het ad hoc of via projecten deelnemen aan gerichte toezicht- en handhavingsacties. Samenwerkingspartners zijn betrokken bij het opstellen van dit beleidsplan en/of zijn door toezending van dit strategische beleidskader geïnformeerd over het beleid van de gemeente Noordwijk.
De gemeente Noordwijk heeft een aantal taken structureel belegd bij de ODWH en de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). Over deze samenwerkingspartijen meer in paragraaf 2.6.1. en 2.6.2.
Daarnaast koopt de gemeente Noordwijk diensten in omdat bepaalde expertise niet binnen de eigen organisatie is opgebouwd. Zo wordt bijvoorbeeld expertise ingekocht bij de Vereniging Dorp, Stad en Land voor het opstellen van een advies over welstand en over monumenten. Verder bijvoorbeeld bureau Clevin en het bureau ABC, waar expertise wordt ingekocht om te beoordelen of/hoe een bepaald bouwplan samenhangt met bepaalde agrarische activiteiten. Het Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO) is adviseur voor de gemeente bij het toetsen van en toezicht houden op omgevingsvergunningaanvragen m.b.t. monumenten en beschermde stadsgezichten en wordt ingeschakeld voor archeologische aspecten.
2.6.1 ODWH: U&H-strategie op milieugebied
De Wabo had en de Omgevingswet heeft tot doel de U&H-activiteiten rond bouw- en milieutaken beter op elkaar afgestemd te krijgen. Naast de verplichte inbreng van de basistaken, heeft Noordwijk er daarom voor gekozen om naast de milieutaken ook de bouwtaken bij de omgevingsdienst onder te brengen. Dit om de zo door de wet beoogde synergie tussen beide beleidsvelden te bewerkstellingen. De gemeente stelt middelen ter beschikking zodat de ODWH namens de gemeente Noordwijk de afgenomen producten en diensten kan uitvoeren.
2.6.2 VRHM: Toets- en toezichtprioriteiten brandveiligheid jaarlijks opnieuw vastgesteld
In de VRHM werken brandweer, politie, GHOR en de gemeenten samen aan de rampenbestrijding en crisisbeheersing in Hollands Midden. Jaarlijks wordt het voorgenomen jaarplan door de VRHM aan de gemeente Noordwijk voorgelegd voor vaststelling. Het voorgenomen jaarplan van de VRHM wordt vervolgens door de gemeente Noordwijk aan de ODWH voorgelegd voor advies. Het voornemen is om via de samenwerking bouwkwaliteit Leidenregio, als gemeenten in de regio Leiden, gezamenlijk als onderhandelingspartner op te treden naar de VRHM als het gaat om het vaststellen van toets-, toezicht- en handhavingsprioriteiten. De VRHM garandeert dat de toets- en toezichtactiviteiten worden uitgevoerd conform de in Kwaliteitscriteria 2.1 vastgelegde eisen. Er wordt gestreefd om meer integratie tussen de controleactiviteiten van de verschillende disciplines (bouwen, milieu, brandveiligheid e.a.) te realiseren zowel ter verhoging van de effectiviteit en efficiency van alle controle- inspanningen, als ter verlichting van de belasting die de gecontroleerde partijen mogelijk kunnen ervaren van alle toezichthoudende instanties
3.1 Kaders voor beleidsvorming, voorlichting en vooroverleg
3.1.1 Voorlichting en vooroverleg
De gemeente Noordwijk richt haar U&H-taken in op het principe dat het overgrote deel van goed naleefgedrag voortkomt uit het goed communiceren van verwachtingen. De ODWH speelt in de voorlichting een prominente rol. Als gebruikers weten waaraan ze moeten voldoen en ook weten wat de gemeente van hen verwacht, dan kunnen veel misverstanden bij voorbaat worden vermeden. Het expliciet maken van die verwachtingen pakt de gemeente aan door de volgende uitgangspunten te hanteren in de voorlichting en communicatie naar de gebruikers van de leefomgeving in Noordwijk:
Gesprekken op afspraak vinden plaats door een professional die ook de formele aanvragen en handhavingszaken behandelt. De gemeente Noordwijk ziet een fysiek overleg als een kans: een kort gesprek heeft voorkeur boven geschreven correspondentie als dit veel misverstanden in het vervolgtraject kan voorkomen.
3.2 Kaders voor vergunningverlening
De gemeente kiest er in algemene zin voor om in het kader van de stimulering van het naleefgedrag de nadruk op de vergunningverleningsfase te leggen, in de veronderstelling dat daardoor minder toezichtinspanningen nodig zijn bij het toezicht op de uitvoering en het gebruik van de vergunningen.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet bepaalt dat een aanvraag om een besluit vóór 1 januari 2024 is ingediend, het oude recht in beginsel van toepassing blijft. Op aanvragen die op of na 1 januari 2024 zijn ingediend, is het nieuwe recht van toepassing.
Met de komst van artikelen 5.1 en 5.2 van de Omgevingswet is bouwen in een technisch en ruimtelijk deel opgesplitst. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de ruimtelijke bouwactiviteit (de omgevingsplanactiviteit bouwwerken). Deze scheiding wordt 'de knip' genoemd en kan betekenen dat er dus ook twee vergunningen nodig zijn. De inhoudelijke toetsingsgronden voor de vergunningaanvraag van een bouwproject staan voor de omgevingsplanactiviteit in artikel 8.0a Bkl en voor de technische bouwactiviteit in artikel 8.3b Bkl. De gemeente wil die toetsingsgronden minimaal uitvoeren op het niveau dat landelijk als algemeen aanvaardbaar en adequaat beschreven wordt. De inhoudelijke toetsing vindt daarom plaats aan de hand van verschillende juridische kaders.
In onderstaande alinea’s staan de kaders die de gemeente toepast bij het toetsen van vergunningaanvragen en meldingen en aan de prioritering en diepgang van de te toetsen elementen van iedere aanvraag/melding.
3.2.1 Ruimtelijke bouwactiviteit (omgevingsplanactiviteit bouwwerken)
Iedere omgevingsvergunningaanvraag wordt altijd getoetst aan het Omgevingsplan van de gemeente Noordwijk c.q. het geldende planologisch regime. Voor zover een aanvraag niet past binnen de hierin gestelde regels, vraagt de ODWH advies aan de gemeente Noordwijk.
Daarnaast geldt dat initiatiefnemers voor hun bouwplan/initiatief, waarbij van het omgevingsplan moet worden afgeweken, een vooroverleg kunnen indienen bij de ODWH via het Omgevingsloket Online (OLO).
3.2.2 Technische bouwactiviteit
Voor 1 januari 2024 bevatte het Bouwbesluit de minimumeisen waaraan alle bouwwerken in Nederland moeten voldoen. Het Bbl (de opvolger van het Bouwbesluit) bevat nu de technische bouwvoorschriften waaraan voldaan dient te worden. De voorschriften die bij of krachtens het Bbl worden gegeven, zijn terug te voeren tot vijf belangrijke uitgangspunten:
De beoordeling van de vergunningaanvraag met betrekking tot de technische bouwactiviteit houdt in dat de gemeente toetst of de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat het bouwen voldoet aan de voorschriften uit het Bbl. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager dat deze aannemelijk wordt aangetoond in de aanvraag of in de bescheiden bij die aanvraag. De regels uit het Bbl gelden ook voor vergunningsvrije bouwwerken.
De gemeente hanteert voor het toetsen van vergunningaanvragen aan het Bbl de methodiek van het landelijk toetsprotocol (LTP) zoals die is ontwikkeld onder de verantwoordelijkheid van de Vereniging BWT Nederland. Dit protocol is speciaal ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toetsintensiteit per onderdeel van het bouwbesluit al naar gelang het bouwwerktype en de risico’s die men voorziet. Hierdoor hoeft een aanvraag niet meer op alle onderdelen volledig (100%) aan het Bbl getoetst te worden. Binnen de LTP-methodiek is landelijk een toetsingsniveau vastgesteld, dat door de beroepsgroep als een minimaal acceptabel niveau wordt gezien.
De LTP-methodiek biedt gemeenten de ruimte om in afwijking van dit landelijk vastgestelde toetsingsniveau zelf een toetsingsniveau op de verschillende onderdelen vast te stellen op basis van de eigen risico-inschattingen en beschikbare toetsingscapaciteit. Toetsing vindt plaats met behulp van het instrument en de checklists van BRIStoets, dat speciaal voor het werken met het LTP is opgezet.
Sinds 1 januari 2024 is de Wkb verwerkt in het Bbl en is voor een aantal bouwwerken de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger, verplaatst. Het betreft nieuwbouw en geen verbouw in gevolgklasse 1. Dit is de laagste risicoklasse waar bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden onder vallen. Mogelijk zal dit later worden uitgebreid naar gevolgklasse 2 en/of gevolgklasse 3, hiertoe zal het Bbl te zijner tijd worden gewijzigd.
Ook wanneer er geen vergunningplicht is (dus thans de gevallen onder gevolgklasse 1), bestaat de verplichting om ten minste vier weken voor het begin van de bouwwerkzaamheden een melding te doen (artikel 2.18 Bbl) en ten minste twee weken voor het feitelijk in gebruik nemen een gereedmelding (artikel 2.21 Bbl) te doen. Mochten deze meldingen niet volledig zijn, dan bestaat de mogelijkheid om de bouw stil te leggen c.q. een gebruiksverbod op te leggen.
Indien het inzicht in het naleefgedrag op de verschillende onderdelen van het Bbl aannemelijk maakt dat de in hoofdstuk 2 gedefinieerde streefniveaus voor het naleefgedrag consequent worden gehaald, dan kan het college beslissen voor deze onderdelen een lager toetsingsniveau vast te stellen. Evenredig omgekeerd zal gelden dat als het nagestreefde naleefniveau op onderdelen niet wordt gehaald, de controle-intensiteit op deze onderdelen kan worden verhoogd.
De toetsmatrix, die geldt als het landelijke geaccepteerde minimumniveau en als het vertrekpunt voor de gemeente, is in de bijlage B bij deze nota opgenomen. In het ‘werkplan gemeente Noordwijk’ worden de toetsingsniveaus voor het komende kalenderjaar vastgesteld, voor zover de toetsingsniveaus afwijken van de in de bijlage B opgenomen toetsmatrix.
De gemeenteraad heeft een geharmoniseerde welstandsnota vastgesteld. Voor het toetsen van vergunningaanvragen aan de welstandsnota maakt de gemeente Noordwijk gebruik van de diensten van de adviescommissie omgevingskwaliteit. De welstandsnota is daarmee zowel bepalend voor de materiële voorschriften waaraan wordt getoetst, als de wijze waarop (door wie) en de mate waarin (intensiteit) wordt getoetst aan de welstandscriteria.
De welstandsregeling geldt deels ook voor vergunningsvrije bouwwerken. Zij moeten voldoen aan minimale welstandseisen, omdat ze ‘niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand’ mogen zijn. Als dit wel het geval is, is sprake van een ‘exces’. Wanneer er sprake is van een ‘exces’ is omschreven in de ‘excessenregeling’ in de welstandsnota.
3.2.4 Meldingen sloop en asbestverwijdering
De gemeente Noordwijk heeft de taak risico's die kunnen ontstaan bij de sloop van bouwwerken en asbestverwijdering beheersbaar te houden. Mensen die dergelijke activiteiten willen uitvoeren zijn wettelijk verplicht dit minimaal vier weken van tevoren te melden conform artikel 7.10 Bbl en/of het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
Alle meldingen worden in ieder geval beoordeeld op de aanwezigheid van plannen voor de te nemen sloopveiligheidsmaatregelen, onderzoeksrapporten naar de aanwezigheid van asbest in het te slopen bouwwerk en certificaten waarmee de uitvoerders dienen aan te tonen dat ze gekwalificeerd zijn om het asbestgevaar te beoordelen en/of het sloop- en verwijderingswerk uit te voeren. De melder wordt standaard op de hoogte gesteld van de uitkomst van de toets die op de melding is uitgevoerd.
Er wordt geen controle uitgevoerd op de naleving van sloop- en asbestverwijderingsvoorschriften waarvoor een melding is gedaan. In principe wordt dit overgelaten aan de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
De gemeente Noordwijk mag leges heffen voor de behandeling van omgevingsvergunningaanvragen waarin sprake is van legesplichtige activiteiten, zoals bouwen- en slopen, aanpassen van monumenten en activiteiten die legesplichtig zijn. De hoogte van de leges en de berekening ervan is geregeld in een geharmoniseerde legesverordening, de ‘Verordening op de heffing en invordering van leges Noordwijk 2025’.
De toets op de omgevingsvergunningsaspecten die betrekking hebben op het brandveilig gebruik van een bouwwerk vindt plaats door de VRHM. Dit gebeurt conform de LTP-methodiek die is beschreven in paragraaf 3.2.2.
In artikel 4.33 t/m 4.36 Invoeringswet Omgevingswet zijn de overgangsbepalingen met betrekking tot de Erfgoedwet en de Monumentenwet opgenomen. Het oude recht blijft van toepassing als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een voorstel tot aanwijzing, of intrekking van een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht is verzonden, tot de aanwijzing of de intrekking van de aanwijzing van kracht is (artikel 4.35, lid 3, Invoeringswet Omgevingswet).
De Monumentenwet had in de eerste plaats betrekking op Rijksmonumenten (nu artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet) waarvan in de gemeente Noordwijk diverse zich bevinden. Daarnaast kan aan de hand van de Erfgoedverordening Noordwijk het college bouwwerken aanwijzen als gemeentelijk monument (artikel 5 Erfgoedverordening Noordwijk). Wanneer men het voornemen heeft om veranderingen aan te brengen aan een gemeentelijk monument, dan dient men op grond van de monumentenverordening in bezit te zijn van een omgevingsvergunning (artikel 14 Erfgoedverordening Noordwijk).
De Wet Bibob, Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning wordt misbruikt, kan de aanvraag worden geweigerd of de afgegeven vergunning worden ingetrokken (artikel 5.31 en 5.40 Ow). Op grond van artikel 4.19b Ow kan dit ook een reden zijn om een aanvraag om een wijziging van het omgevingsplan te wijzigen af te wijzen. In een dergelijke situatie wordt eerst een pre toets uitgevoerd door RIEC en afhankelijk van de bevindingen volgt een opschaling naar het landelijke bureau Bibob. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk heeft hierover de Beleid toepassing Wet Bibob 2025 vastgesteld.
3.3 Kaders voor de uitvoering van het toezicht
De gemeente Noordwijk zet met de U&H-strategie voor de bouwtaken nadrukkelijk in op een slimmere en integrale aanpak van de risico's die de leefomgeving bedreigen. De gemeente wil met de bestaande capaciteit gerichter controles kunnen uitvoeren op de domeinen en onderdelen waar het naleefgedrag het gewenste niveau nog niet haalt. Dit is een ontwikkelproces waarbij de gemeente structureler en directer van de interventies en de effecten op het naleefgedrag wil leren.
Onderzocht wordt hoe de U&H-toezichthouders kunnen samenwerken met andere ketenpartners, waaronder de (milieu)politie, de voedsel- en warenautoriteit, de VRHM, de BAG- en GBA-controleurs en de WOZ-taxateurs.
Jaarlijks wordt door de ODWH een ‘werkplan gemeente Noordwijk’ opgesteld waarin de in te zetten capaciteit op de diverse taken wordt geregeld. De kaders waarbinnen het reguliere toezicht per kolom (zoals bouw en milieu) zal integraal worden uitgevoerd is opgenomen in de volgende paragrafen.
3.3.2 Toezicht op bouwactiviteiten na vergunningverlening
Voor toezicht op de realisatie van initiatieven, waarvoor een omgevingsvergunning is afgegeven, wordt voor de activiteit bouw gebruik gemaakt van het landelijk toezichtprotocol (ITP). Het toezichtniveau conform het iTP is in de Bijlage C beschreven. Wanneer de gemeente een afwijkend toezichtniveau hanteert, wordt dit vastgesteld in een bijlage bij het ‘werkplan gemeente Noordwijk’.
3.3.3 Toezicht op vergunningsvrije bouwactiviteiten
De gemeente kiest ervoor om - alhoewel een belangrijk deel van de bouwactiviteiten in deze categorie bouwwerken ook aan de regels van het Bbl dienen te voldoen - geen toezichtcapaciteit te reserveren voor het toezicht op vergunningsvrije bouwactiviteiten. De gemeente hanteert hier vooral het instrument ‘voorlichting’. Dit geldt overigens niet voor erfgoed. De wetgever beschouwt de risico’s voor het oprichten van bouwwerken in deze categorie zodanig klein dat een voorafgaande toets niet nodig wordt geacht. De gemeente ontvangt daarom ook geen leges waaruit de toezichtactiviteiten kunnen worden gedekt. Dit neemt niet weg dat bij controles in het kader van het toezicht op bestaande voorraad bouwwerken in de gemeente, de toezichthouders mogelijk wel zullen ageren op constateringen van overtredingen van de bouwvoorschriften die conform de in deze nota opgenomen prioriteringsmethodiek een ongewenst risico inhouden.
3.3.4 Toezicht op bestaande voorraad illegale bouw
De gemeente Noordwijk streeft ernaar om een deel van de bouwtoezichtcapaciteit te reserveren voor reactief en thematisch toezicht op de bestaande bebouwde omgeving. Hoe deze capaciteit wordt ingezet zal jaarlijks worden vastgesteld in het ‘werkplan gemeente Noordwijk’ op basis van de ontwikkelingen in het naleefgedrag op de verschillende onderdelen. De controles kunnen gebiedsgericht of thematisch plaatsvinden. Daarnaast streeft de gemeente Noordwijk ernaar om een deel van de bouwtoezichtcapaciteit te reserveren voor het opsporen van illegale bouw, daarbij horen dus ook illegale activiteiten binnen legale vergunningen.
3.3.5 Toezicht op brandveilig gebruik
Het toezicht met betrekking tot het brandveilig gebruik van met name gebouwen met publieksfuncties vindt plaats door de VRHM. Het jaarplan van de VRHM is input voor het berekenen van de benodigde toezicht- en handhavingscapaciteit binnen de ODWH.
3.3.6 Toezicht op sloop en asbestverwijdering
Controles beperken zich tot de constatering of de sloopactiviteit onder de meldingsplicht valt en of een asbestverwijderingsonderzoek noodzakelijk is (i.c. bij alle gebouwen van voor 1994). Bij vermoedens van onveilige situaties binnen de afzetting wordt contact opgenomen met de Inspectie SZW.
Voor zover sloopwerkzaamheden plaatsvinden in het kader van een verbouwing vallen ze onder het reguliere bouwtoezicht. De toezichtactiviteiten en controlefrequentie worden bepaald onder de regels zoals beschreven in paragraaf 3.3.1.
Indien controles en toezichtactiviteiten leiden tot de constatering van illegale situaties (in het kader van het toezicht op het Bbl), dan ligt de vraag voor of en in hoeverre de gemeente zich zal inspannen om deze situaties op te heffen, ofwel de overtreder te dwingen de legale situatie te herstellen. Artikel 125 van de Gemeentewet geeft het college de algemene bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang ter uitvoering van wet- en regelgeving. Volgens vaste jurisprudentie heeft de gemeente een beginselplicht tot handhaving en alleen onder zwaarwegende omstandigheden kan van deze plicht worden afgeweken. Het constateren van een afwijking betekent dus de start van een proces/traject. In welke zaken de gemeente wel en niet met juridische maatregelen normconform gedrag wenst af te dwingen, wanneer en welke sancties opgelegd worden, wordt beslist aan de hand van de kaders in deze paragraaf.
De handhavingsstrategie van de gemeente Noordwijk is gebaseerd op de landelijke handhavingsstrategie (LHS)3 , aangereikt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu en opgesteld door IPO en Openbaar Ministerie. Het is een met alle handhavingspartners afgestemd beleidskader voor de bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhaving. In het najaar van 2022 is de opvolger van de LHS vastgesteld, de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) vastgesteld. In de kern is de strategie nagenoeg niet veranderd. Wat nieuw is, is dat de aansluiting op de Omgevingswet wordt geregeld, de terminologie is geactualiseerd en de bestuurlijke boete is toegevoegd. Ook de relatie tussen het bestuurs- en strafrecht is beter beschreven en geborgd.
In de strategie wordt rekening gehouden met zowel de ernst van de overtreding, als met de beweegredenen van de overtreder (onbekendheid, opzet, recidive e.a.). Ook in de strategie van de gemeente Noordwijk wordt rekening gehouden met de beweegredenen van de overtreder, al is deze niet expliciet opgenomen in de strategie. Ieder handhavingsdossier is maatwerk. De samenvatting van deze strategie is opgenomen in bijlage D.
Tabel 2: Handhavingsstrategie van de gemeente Noordwijk
De kern van de strategie is in de volgende paragrafen weergegeven.
3.4.2 Wanneer een handhavingszaak oppakken
De vraag of en hoe handhavend moet worden opgetreden speelt pas als de overtreder zich in het toezichttraject niet bereid heeft getoond de illegale situatie binnen een reële termijn vrijwillig ongedaan te maken. De overtreder krijgt in principe altijd de kans de overtreding vrijwillig ongedaan te maken, tenzij bij voorbaat vaststaat dat de overtreder dit niet wil of niet kan of de aard van de overtreding zo ernstig is dat direct ingrijpen noodzakelijk is om bijvoorbeeld de veiligheid van mensen te kunnen waarborgen. Bij monumenten is het meestal onmogelijk om verloren gaan van cultuurhistorische waarden ongedaan te maken. Het toezicht is daarom hoog bij deze activiteiten en er wordt direct handhavend opgetreden.
Om te bepalen welke handhavingszaken wel en niet worden opgepakt, maakt de gemeente gebruik van de in paragraaf 2.5 beschreven en in Bijlage A opgenomen risicoprioriteringsmatrix in combinatie met de prioriteringstabel die is opgenomen. Aan de hand van deze prioriteringswijze worden op de verschillende nalevingsthema’s en risico’s punten toegekend aan de soorten overtredingen. Het totale aantal punten dat daarbij wordt toegekend, bepaalt onder welke prioriteit een overtreding kan worden geclassificeerd. Omdat prioritering afhankelijk is van actualiteiten, vindt de puntentoekenning, met inachtneming van het in dit beleidsplan vastgestelde gewenst naleefgedrag, plaats door het college.
De gehanteerde risicoscoringsmethode kent een prioriteitstelling met vier gradaties, die bepalen hoe met de overtreding wordt omgegaan, te weten:
Prioriteit 4, met spoed oppakken: Deze prioriteit geldt voor situaties waarin een illegale situatie wordt geconstateerd die direct bedreigend is voor de veiligheid en gezondheid van de inwoners, of waarbij ongedaan maken onmogelijk is of het risico groot is op voortzetting of herhaling (groter wordende bedreiging dan wel in het geval van cultuurhistorische waarden het verloren gaan van nog meer waardevol materiaal). Hierbij wordt direct bestuursdwang toegepast zonder vooraanschrijving. De overtreder krijgt ook geen of alleen een zeer korte hersteltermijn aangeboden. Deze prioritering komt overeen met de hoogste prioriteit uit de gemeenschappelijke handhavingsstrategie.
Prioriteit 3, oppakken: Overtredingen die met deze prioriteit worden geclassificeerd, waarna een handhavingsaanpak volgt waarin de overtreder na een vooraanschrijving in principe een last onder dwangsom wordt opgelegd. Het gaat hierbij om overtredingen waarbij het belang van het ongedaan maken voor de samenleving groot is, maar er geen direct gevaar dreigt voor de omgeving. Deze prioriteit zal gelden voor het overgrote deel van de overtredingen die de gemeente constateert.
Tegen zaken met prioriteit 4 en 3 wordt altijd opgetreden. Tegen zaken met prioriteit 2 en 1 wordt opgetreden wanneer daar prioriteit aan wordt gegeven. Zij worden gewaarschuwd indien ze niet direct kunnen worden opgepakt. Waarschuwen houdt in dat het college momenteel geen prioriteit geeft aan het handhavend optreden, maar zich het recht voorhoudt om dit in de toekomst alsnog te doen.
3.4.3 Prioritering bij klachten, meldingen en verzoeken tot handhaving
Voor de prioritering ten aanzien van afhandeling van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken geldt dat er gehandeld zal worden volgens het stoplichtmodel (zie bijlage E). Voor de verzoeken om handhaving geldt een beginselplicht tot handhaving. Dit betekent dat er in geval van een handhaving verzoek - en een aantoonbare overtreding wordt geconstateerd - moet worden gehandhaafd. Tenzij er sprake is van concreet zicht op legalisatie of een handhavingsvoornemen al in de toekomst is gepland bijvoorbeeld op basis van een thematisch beleidsspeerpunt.
Het handhavingsdoel van de gemeente Noordwijk is het voorkomen van overtredingen, het beëindigen van overtredingen, het ongedaan maken van de gevolgen van overtredingen en/of een combinatie van één of meer van deze doelen.
Bij het toepassen van een dwangmiddel om een overtreder gewenst gedrag te laten vertonen kan gekozen worden tussen de last onder dwangsom of de last onder bestuursdwang. De gemeente kiest, behoudens bijzondere omstandigheden en wettelijke beperkingen, voor het opleggen van een last onder dwangsom als primair handhavingsinstrument, en wel om de volgende redenen:
Het instrument last onder bestuursdwang wordt toegepast in spoedeisende situaties met fysieke gevaaraspecten (geclassificeerd als hoogste prioriteit 4) of als het een expliciete keuze van het gemeentebestuur betreft om zelf een bepaalde maatregel te doen treffen. Ook moet hierbij gedacht worden aan overtredingen waarbij niet het risico mag worden gelopen dat deze ondanks een last onder dwangsom wordt voortgezet of kan worden herhaald. Snel ingrijpen is dan een vereiste.
De gemeente Noordwijk hanteert bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsommen en de hersteltermijnen in principe de meest recente versie van de door het ministerie aangereikte 'Leidraad handhavingsacties en termijnen'. Een overzicht van de daarin gehanteerde dwangsomhoogtes en begunstigingstermijnen is in bijlage D opgenomen.
4. Programmering, monitoring en evaluatie
4.4.1 De relatie tussen prioriteiten en beschikbare middelen
De gemeente Noordwijk ontvangt jaarlijks van de ODWH een ‘werkplan gemeente Noordwijk’. Hierin staat omschreven welke verwachte activiteiten de ODWH voor de gemeente Noordwijk uit gaat voeren. Voor wat betreft de bouwtaken koopt de gemeente Noordwijk uren in van de ODWH.
4.4.2 Invulling van de BIG-8 en planning- en controlcyclus
De wettelijke eisen maken een programmatische, strategische en onderling op elkaar afgestemde uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken noodzakelijk. Deze proceseisen staan bekend als de Big-8 cyclus. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 1.3.
De gemeente Noordwijk onderscheidt de volgende formele evaluatie- en besluitvormingsdocumenten:
Het jaarverslag: de ODWH stelt jaarlijks 2 jaarverslagen, één over de prestatie van de Dienst (uitvoering jaarprogramma) en één over de prestatie van het werkplan dat voor de individuele deelnemer is opgesteld. Het evaluatie-element zit in het jaarlijkse jaarverslag van de ODWH over de uitvoering van het jaarprogramma. Uiteraard moeten leerpunten uit een voorbij jaar naar een nieuw jaar worden meegenomen.
De gemeentebegroting met als onderbouwing voor de bouwtaken het werkplan van de ODWH: In begroting van de gemeente Noordwijk wordt geld gevoteerd voor deelname aan gemeenschappelijke regeling ODWH. De ODWH heeft met betrekking tot de uitvoering opgedragen taken een eigen planning en control-cyclus, zowel op niveau van totale organisatie, als voor individuele deelnemers.
Buiten deze documenten en afstemmingsmomenten met de raad zal de gemeente geen structurele capaciteit reserveren voor het opstellen van andere periodieke verantwoordingsrapportages. Er komt met andere woorden geen aparte evaluatierapportage of een apart U&H-jaarverslag. Dit neemt niet weg dat tussendoor wel ad hoc toelichting kan worden gegeven op specifieke ontwikkelingen of vragen. Daarnaast zullen de door derden opgestelde rapportages zoals de verslagen van de ODWH, rapporten van visitaties en benchmarkvergelijkingen ook ter informatie aan de raad worden voorgelegd.
Omdat de gemeente Noordwijk al haar U&H-taken heeft ingebracht bij de ODWH ontvangt de gemeente Noordwijk van de ODWH verantwoordingsrapportages. In deze verantwoordingsrapportages is een aantal KPI’s geformuleerd op basis waarvan gerapporteerd wordt. In deze verantwoordingsrapportages wordt inzichtelijk welke afspraken zijn gemaakt in het werkplan en wat de realisatie is per programma/cluster. Per programma wordt ook een toelichting opgenomen van bijzonderheden en/of afwijkingen van de gestelde norm.
Bijlage A. Bijlage XVIIIa. bij artikel 5.54 van de Omgevingsregeling (risicomatrix)
1 Deze matrix is niet van toepassing bij een sloopmelding waarbij er minder dan 10 m3sloopafval is (zie artikel 7.11, eerste lid, onder f, van het Besluit bouwwerken leefomgeving).
2 De bouwveiligheidszone is het gedeelte van de aan het bouw- of sloopwerk grenzende gebied (zowel boven als onder de grond) waarin geen publiek aanwezig mag zijn, bepaald volgens paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid (zie artikel 7.15, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving).
Als een of meer vragen met ja worden beantwoord, wordt de uitgebreide risicomatrix ingevuld.
Bijlage C: Leidraad Handhavingsacties en Termijnen
'Leidraad handhavingsacties en termijnen', december 2017. Geraadpleegd via Kenniscentrum InfoMil.
PRIORITEITENSCHEMA HANDHAVING & BOUWTOEZICHT
BOVENSTAAND SCHEMA GEEFT AAN OP WELKE WIJZE HET TEAM BOUWEN VAN DE OMGEVINGSDIENST WEST-HOLIANDIGEMEENTE NOORDWIJK
OMGAAT MET KLACHTEN, MELDINGEN EN VERZOEKEN TOT HANDHAVING DUE PRIOFtHEITSTELLING WORDT DOOR HET COLLEGE VAN B&W GESTEUNTY
JAARLIJKS WORDT BUIEN OF NIEUWE PRIOFtHEITSTELLING GEWENST IS_ ER KUMEN GEEN RECHTEN AAN DUE INFORMAHE ONTLEEND VVORDE
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-441214.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.