Uitvoerings- en Handhavingsstrategie bouwtaken 2025-2026 Gemeente Noordwijk

Veelgebruikte afkortingen en definities

 

  • AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur.

  • APV: Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening Noordwijk 2021)

  • Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving. Eén van de vier AMvB’s onder de Omgevingswet. Het Bbl is de opvolger van het Bouwbesluit 2012.

  • Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving. Eén van de vier AMvB’s onder de Omgevingswet.

  • Bor: Besluit Omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het Bor komen te vervallen.

  • CCV: Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid: Het voormalige expertisecentrum van het ministerie van Justitie, dat veel ontwikkelwerk heeft gedaan voor het professionaliseren van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhavingsbeleid.

  • DSO: Digitaal Stelsel Omgevingswet. Het DSO ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de onderdelen van de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals het Omgevingsloket.

  • ELO: Erfgoed Leiden en Omstreken: kenniscentrum voor cultuurhistorische waarden. Is adviseur voor de gemeente bij het toetsen van en toezicht houden op omgevingsvergunningaanvragen m.b.t. monumenten en beschermde stadsgezichten.

  • ITP: Integraal Toezicht Protocol: Een landelijk ontwikkelde methode om de intensiteit van het toezicht op de bouw en andere activiteiten in de fysieke leefomgeving te normeren en beheersbaar te maken.

  • KC: Kwaliteitscriteria. Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit inwoners, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

  • LTP: Landelijk Toetsprotocol. Methode om de intensiteit van de toets aan het Bouwbesluit 2012 te kunnen normeren en beheersen. Met de komst van de Omgevingswet en het Bbl is de systematiek hiervan aangepast.

  • LHS: Landelijke Handhavingsstrategie.

  • Mor: (Ministeriële) Regeling omgevingsrecht.

  • ODWH: Omgevingsdienst West-Holland. Gemeenschappelijke regeling waarin gemeenten in de regio West-Holland en de provincie Zuid-Holland samenwerken om diverse Wabo-taken gezamenlijk uit te voeren.

  • OLO: Omgevingsloket Online.

  • Omgevingsbesluit: hier staan regels in over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en uitvoering, en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

  • Omgevingsplan: Sinds 1 januari 2024 heeft iedere gemeente van rechtswege een Omgevingsplan gekregen. Het Omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. In het tijdelijk deel zijn onder meer ruimtelijke regels op basis van de Wro, zoals bestemmingsplannen, opgenomen.

  • Omgevingswet: Alle wetten, besluiten en regelingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en op activiteiten die de fysieke leefomgeving kunnen beïnvloeden, zijn met ingang van 1 januari 2024 in één wet samengebracht. Het is daarmee één van de grootste en meest complexe wetgevingsoperaties.

  • PDC: Producten en Diensten Catalogus. Dit is een document van de Omgevingsdienst West-Holland waarin de producten en diensten staan beschreven die de dienst kan uitvoeren voor haar deelnemers.

  • SZW: De Inspectie SZW van het Nederlandse Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

  • U&H: Uitvoering en handhaving

  • Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Noordwijk 2024: de gemeenteraad stelt bij verordening regels over de uitvoering en handhaving van deze taken.

  • VTH: Vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de bouwtaken.

  • VRHM: Veiligheidsregio Hollands Midden.

  • Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wabo komen te vervallen.

  • Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • Wkb: Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De Wkb verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de kwaliteitsborger.

  • Wro: Wet ruimtelijke ordening. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wro komen te vervallen.

 

1. Inleiding

1.1 Inleiding

Voor u ligt onze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (verder U&H-strategie) voor de komende jaren. Deze U&H-strategie bevat de weergave van hoe de gemeente Noordwijk haar uitvoerings- (Vergunningen) en handhavingstaken (Toezicht en Handhaving) uitvoert en hoe we de interpretatieruimte die de wetgeving biedt willen invullen. Voorheen werd dit ook wel het VTH-beleid genoemd. In voorliggende U&H-strategie hanteren we echter de nieuwe terminologie en begrippen uit de per 1 januari 2024 inwerking getreden Omgevingswet (verder Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (verder Wkb) en wijzigen we het VTH-beleid naar een U&H-strategie.

 

Op 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders reeds meerjarig uitvoeringsbeleid vastgesteld, VTH-beleidsplan uitvoering bouwtaken gemeente Noordwijk 2019-2022. Vanwege de uitgestelde inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit beleid verlengd in 2023. Inmiddels is de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Het bestaande beleid gaat uit van het oude wettelijke kader en is daarmee achterhaald. Het beleid is op onderdelen gewijzigd en wordt vastgesteld voor de periode 2025-2026. De planning is om medio 2026 nieuw beleid op te stellen dat ingaat vanaf 2027, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de VTH-Bouwtaken per 1 januari 2027 weer binnen de gemeente Noordwijk worden belegd.

 

1.2 Reikwijdte

Deze U&H-strategie geldt voor de taken die voortvloeien uit de:

 

  • -

    OW en Wkb;

Voor zover het de Ow betreft is het vaststellen van uitvoerings- en handhavingsbeleid wettelijk verplicht (artikel 18.19 van de Omgevingswet in samenhang met artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit). Het betreft taken waaraan een Vergunningen-, Toezicht- en/of Handhavingscomponent zit.

 

De U&H-strategie vormt ook de basis van/geeft richting aan het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma. Ook hiervoor geldt dat deze onder de Ow wettelijk verplicht is (artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit). Een jaarlijks uitvoeringsprogramma waar de verschillende beleidsvelden samenkomen versterkt onder andere de samenhang (meer integraal werken) op bestuurlijke thema’s.

 

1.3 Wettelijke- en beleidsmatige kaders

Bij het behandelen van vergunningaanvragen (Ow en Wkb), het houden van toezicht en ons handhavend optreden vormen onder meer (niet uitputtend) de volgende wetten en (beleids)documenten belangrijke (beleids)kaders: 1

 

Landelijk/Rijk:

  • Omgevingswet

    • o

      Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • o

      Besluit activiteiten leefomgeving;

    • o

      Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • o

      Omgevingsregeling;

    • o

      Omgevingsbesluit;

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • Asbestverwijderingsbesluit 2005;

  • Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen;

  • Erfgoedwet;

  • Gemeentewet;

  • Huisvestingswet 2014;

  • Wet Bibob;

  • Wet betaalbare huur;

  • Wet goed verhuurderschap;

Provinciaal:

  • Omgevingsvisie Zuid-Holland;

  • Omgevingsprogramma Zuid-Holland;

  • Zuid-Hollandse Omgevingsverordening;

  • Provinciewet.

Gemeentelijk:

  • Vigerende gebiedsvisies;

  • Beleid toepassing Wet Bibob 2025 gemeente Noordwijk;

  • Verordening beheer woningvoorraad Noordwijk 2024;

  • (Landelijke) Handhavingsstrategie;

  • Huisvestingsverordening;

  • Omgevingsplan van rechtswege;

  • Erfgoedverordening Noordwijk 2024;

  • Toezicht en Handhaving: Toezichtsprotocol Bbl;

  • Vergunningen: Toetsprotocol Bbl;

  • Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Noordwijk 2024.

De wettelijke eisen maken een programmatische, strategische en onderling op elkaar afgestemde uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken noodzakelijk. Deze proceseisen staan bekend als de Big-8 cyclus. Deze cyclus komt er kort gezegd op neer dat het opstellen van beleid gebeurt aan de hand van een aantal stappen. Het doorlopen van deze stappen vormt de structuur van het op te zetten beleid. Uit de Big-8 cyclus wordt duidelijk dat het beleid op te splitsen is in een strategisch- en een operationeel beleidskader. Het voorliggende plan van de gemeente Noordwijk bestaat ook uit deze twee onderdelen.

 

Figuur 1: Big-8 cyclus

 

1.4 Leeswijzer

Hoofdstuk 1 ‘Inleiding’ schetst de achtergrond, aanleiding en context van dit voorliggende beleidsplan. In hoofdstuk 2 ‘Strategisch beleidskader’ is de visie van de gemeente op haar toezicht- en handhavingstaak beschreven en zijn de belangrijkste prioriteiten op hoofdlijnen weergegeven. Ook worden de streefniveaus voor naleefgedrag benoemd. Hoofdstuk 3 ‘Operationeel beleidskader’ bevat het operationele kader met uitvoeringswijzen van voorlichting, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het beleidsplan wordt afgesloten met hoofdstuk 4 ‘Programmering, monitoring en evaluatie’, waarin de relatie tussen de gekozen lijn en de benodigde capaciteit wordt beschreven en inzichtelijk wordt gemaakt hoe invulling wordt gegeven aan het borgen van de Big-8.

2. Strategisch beleidskader

 

Dit hoofdstuk beschrijft het strategische beleidskader van de gemeente Noordwijk. In dit hoofdstuk wordt eerst het areaal van de gemeente Noordwijk omschreven om een goed beeld te vormen van de gemeente en haar leefomgeving. Daarna wordt de visie op de U&H-strategie geschetst. Paragraaf 2.3 gaat over hoe de gemeente Noordwijk zorgt dat het beleid uitgevoerd wordt en op welke wijze de kwaliteit geborgd wordt. Hoe de gemeente het naleefgedrag van haar gebruikers beïnvloedt, komt in paragraaf 2.4 aan de orde. In paragraaf 2.5 wordt de methodiek van de probleemanalyse en de daarbij behorende prioriteitsniveaus beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beschrijving van de samenwerkingspartners voor de uitvoering van de bouwtaken.

 

2.1 Het areaal

De gemeente Noordwijk heeft de volgende kenmerken:

 

  • Heeft vier kernen: Noordwijk aan Zee, Noordwijk Binnen, Noordwijkerhout en De Zilk;

  • Heeft een gevarieerd landschap bestaande uit zee en strand, de zeereep en de jonge binnenduinen, afgegraven duinen, oude strandwallen met bossen en historische landgoederen, de kleien en veenpolders met weteringen en de Leidsche Vaart;

  • Heeft een internationale aantrekkingskracht dankzij de bolleneconomie, de zorgsector, ruimtevaarttechnologie en de toeristenindustrie;

  • Heeft circa 45.963 inwoners, die zich kenmerken door hun ondernemerschap, betrokkenheid, burgerzin en inventiviteit;

  • Heeft 21.187 verblijfsobjecten met een (primaire) woonfunctie en 1.896 verblijfsobjecten met een (primaire) logiesfunctie.;

  • Heeft ruim 22.000 arbeidsplaatsen;

  • Heeft 18 strandpaviljoens, waarvan er 7 het jaarrond zijn geopend, en

  • Heeft 1 rijksbeschermd dorpsgezicht, 2 als complex beschermde historische buitenplaatsen, 86 rijksmonumenten en circa 100 gemeentelijke monumenten.

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. De Omgevingswet verplicht gemeenten om uiterlijk op 1 januari 2027 een gemeentelijke omgevingsvisie vast te stellen. In deze omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast en de omgevingsvisie vervangt structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen, delen van de natuurvisie en milieubeleidsplannen. Op 23 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Noordwijk de Omgevingsvisie 1.0 ‘Samen maken we de toekomst van Noordwijk’ vastgesteld. De gemeente moet bij het inzetten van instrumenten van de Omgevingswet rekening houden met het beleid in de omgevingsvisie.

 

Momenteel wordt gewerkt aan een herziening van deze omgevingsvisie2 .

 

2.2 Visie op de U&H-strategie: leuker kunnen we het niet maken

De gemeente Noordwijk beseft heel goed dat vergunningverlening, toezicht en handhaving onderwerpen zijn die door gebruikers als onprettig ervaren worden. Vergunningen vraag je niet voor je plezier aan, toezichtcontroles zorgen voor belasting en handhaving is meestal niet prettig. Het zijn echter noodzakelijke instrumenten die ingezet worden omdat we met elkaar in een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame omgeving willen wonen, werken en leven. Soms kan het gedrag van individuele inwoners of bedrijven dit streven bedreigen en een risico opleveren voor de leefomgeving. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang en dat kan soms in strijd zijn met het individuele belang van een inwoner of bedrijf. Het is aan de gemeente om hierin een afweging te maken en ervoor te zorgen dat de risico's beheersbaar blijven en de leefbaarheid gegarandeerd is.

 

Er zit echter altijd een grens aan de middelen die de gemeente hiervoor kan en wil inzetten. Het is vanwege de capaciteit in termen van personeel en financiële middelen onmogelijk om alles 100% te toetsen en ten aanzien van alle activiteiten toezicht uit te voeren. De kern van het beleid is dan ook om de risico’s van niet-naleving van wetgeving en beleid op het vlak van de fysieke leefomgeving tot een minimum te beperken, gegeven de beperkte beschikbare middelen en met een minimum aan belasting voor inwoners en bedrijven.

 

Kern van de gemeentelijke U&H-strategie is daarom:

 

... de risico's van niet-naleving van dwingende regels en beleid op het vlak van de fysieke leefomgeving tot een minimum te beperken, gegeven de beperkt beschikbare middelen en met een minimale belasting voor de inwoners en bedrijven.

 

De rode draad in de U&H-strategie is dat de inschatting van de risico’s voor de leefomgeving doorslaggevend is voor de prioriteiten die gesteld worden bij het stimuleren en/of afdwingen van het naleefgedrag. Omdat de beperkte capaciteit niet overal ingezet kan worden, wordt prioriteit gegeven aan die thema’s en gevallen waarin de risico’s van niet-naleving (kans maal schade) het grootst zijn. Er wordt nadrukkelijk gekozen voor deze pragmatische aanpak en niet voor een meer principiële aanpak waarbij ‘regel is regel’ als uitgangspunt geldt. Dit brengt echter ook een aantal onvermijdelijke nadelen met zich mee:

  • Niet alles wordt getoetst en/of gecontroleerd. Als uit de risicoanalyse blijkt dat een bepaalde activiteit weinig tot geen risico’s met zich meebrengt en/of het naleefgedrag heel goed is, zal hier geen of minder aandacht naar uit gaan. Dat geldt evenredig omgekeerd ten aanzien van risicovolle activiteiten.

  • Partijen die zich uit zichzelf goed aan de regels houden behoeven minder aandacht dan partijen die regelmatig de regels niet (volledig) naleven.

2.3 Kwaliteitsborging

Vergunningverlening, toezicht en handhaving draait om het beheersen van risico's voor de samenleving. Onze inwoners moeten gerust kunnen gaan slapen in de wetenschap dat de gemeente de belangrijkste risico's goed onder controle heeft. Om dit vertrouwen waar te kunnen maken, is het belangrijk dat de gemeente Noordwijk de kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving tot op zekere hoogte kan garanderen. Dit is niet alleen van belang voor de gemeente en haar inwoners zelf. Ook de provincie als toezichthouder op de gemeente en diverse rijksinspecties eisen een vorm van kwaliteitsbewaking waarmee de beheersing van de risico's kan worden geborgd.

2.3.1 Visie Noordwijk op kwaliteitsborging

De gemeente Noordwijk heeft de uitvoering van de bouwtaken tot 1 januari 2027 ondergebracht bij de ODWH. Meer beleidsmatige taken zoals het actualiseren van de welstandsnota, het adviseren over afwijkingen van het omgevingsplan (m.u.v. advisering milieuaspecten, dit ligt bij de ODWH) en het adviseren over het kappen van bomen en het aanleggen van uitwegen, worden door de gemeente zelf uitgevoerd.

 

Goede kwaliteitsborging is samen te vatten in de volgende drie elementen:

  • We zeggen wat we doen: De nadruk ligt hierbij op het helder krijgen van de wederzijdse verwachtingen. Dit kunnen de verwachtingen van gebruikers zijn, maar in het geval van het U&H-domein moeten dit vooral de verwachtingen van het bestuur zijn, omdat juist zij verantwoordelijkheid dragen voor de risico's die men als lokale samenleving durft te nemen, gegeven de beperkte mogelijkheden om alle risico's te beheersen.

  • We doen wat we zeggen: De nadruk ligt hier bij de U&H-organisatie om aan de verwachtingen c.q. gemaakte afspraken te voldoen in termen van bijvoorbeeld toe te passen toetsingsniveaus, aantallen controles en uitvoering van het beleid.

  • We werken aan verbetering en streven naar een uitstekende dienstverlening: Dit onderdeel, dat in de meeste kwaliteitsdefinities voorkomt, veronderstelt dat de organisatie afspraken vastlegt en ook de uitvoering conform de afspraken transparant weet te maken.

2.3.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

Met ingang van 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en daarmee ook de stapsgewijze inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De Wkb verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Het doel van de Wkb is om de bouwkwaliteit te verbeteren.

 

De Wkb heeft het Bbl gewijzigd en heeft geleid tot de artikelen 2.17 t/m 2.27 Bbl. De Wkb zelf is dus niet de wettelijke grondslag, dit is het Bbl. Op 1 januari 2024 zijn de regels ingegaan voor nieuwbouw in gevolgklasse 1. Dat is de laagste risicoklasse waar bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden onder vallen. Vooralsnog gelden de regels alleen voor nieuwbouw en niet voor verbouw. Voor vergunningen die vóór 1 januari 2024 zijn aangevraagd blijft het oude stelsel gelden (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet). Dit geldt ook voor lopende bezwaar- en beroepsprocedures.

 

2.4 Nalevingsbevordering als integrale aanpak

In deze paragraaf en in paragraaf 3.4 wordt aangegeven op welke wijze het naleefgedrag onder inwoners, bedrijven en instellingen bevorderd wordt en zo nodig afgedwongen. De gemeente Noordwijk ziet het beheersen van de risico's die de leefomgeving bedreigen als gedragssturing. Ze probeert het gedrag van gebruikers van de fysieke leefomgeving te beïnvloeden, zodat zij zich aan de verschillende geldende regels houden. Het effectief bevorderen van naleving van wet- en regelgeving begint bij een bewuste keuze van het instrument om die naleving te beïnvloeden. Het in te zetten instrumentarium is daarbij breder dan alleen de vergunningverlening, de locatiecontroles en de juridische dwangmiddelen die kunnen worden ingezet in het geval een overtreding wordt geconstateerd. Zo wordt door de gemeente zwaar ingezet op voorlichting. Het geven van adequate informatie over vergunningsvrij bouwen heeft zijn doorwerking naar handhaving, wat het naleefgedrag bevordert.

 

De gemeente Noordwijk is zich ervan bewust dat ook in het ontwerp van de regels en in de voorlichting daarover aangrijpingspunten liggen om de gebruikers van de leefomgeving het gewenste gedrag te laten vertonen. Een schematisch overzicht van de mogelijke maatregelen is weergegeven in figuur 2.

 

Figuur 2: Maatregelen ter bevordering van goede naleving

 

Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

  • De gemeente Noordwijk gaat ervan uit dat het overgrote deel van de gebruikers van de leefomgeving uit zichzelf bereid is de verschillende normen die er gelden na te leven. De benadering van de doelgroep is daarom gebaseerd op het vertrouwen in hun goede bedoelingen. Niet-naleving wordt daarbij in eerste instantie gezien als een gevolg van onbekendheid met de regels en/of obstakels bij de naleving.

  • Daar waar mogelijk wordt daarom gebruik gemaakt van instrumenten en middelen die recht doen aan de goede bedoelingen van de doelgroep, zoals voorlichting.

  • Alleen bij bewuste niet-naleving worden juridische sanctiemiddelen ingezet om het gewenste naleefgedrag af te dwingen.

  • De gemeente Noordwijk neemt de gebruikers en hun bedoelingen serieus maar verwacht ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarbij geldt dat hoe professioneler de gebruiker is hoe meer er wordt verwacht van zijn eigen professionaliteit en verantwoordelijkheid voor de naleving van de regels, hoe strikter zal worden opgetreden bij het toetsen aan de regels.

  • De gemeente Noordwijk geeft de voorkeur aan een pragmatische aanpak boven een principiële aanpak: ultieme toetssteen is de mate waarin risico's aanvaardbaar zijn en niet het principiële van de regels die ze moeten voorkomen.

2.4.1 Keuze in na te streven niveaus voor naleefgedrag

Wil de gemeente Noordwijk haar capaciteit en middelen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zo effectief en efficiënt mogelijk inzetten, dan is het van belang dat het risiconiveau van niet-naleving dat de gemeente Noordwijk accepteert, bekend is. De gemeente heeft daarom voor de verschillende categorieën te handhaven regels streefniveaus benoemd voor het naleefgedrag (hoog, basis en laag) van gebruikers van de fysieke leefomgeving. Deze streefniveaus zouden moeten worden gehaald wanneer de gemeente aselect een steekproef zou uitvoeren op de naleving van deze regels. Worden deze streefniveaus niet gehaald op bepaalde onderdelen, dan is dat een reden om als gemeente een extra inspanning te leveren om het streefniveau alsnog te halen. De benoeming en monitoring van de streefniveaus voor het naleefgedrag zijn expliciet bedoeld om de U&H-inspanningen beter te kunnen richten op de beheersing van de risico’s die daar het meest om vragen.

 

In tabel 1 is de door de gemeente Noordwijk acceptabel geachte niveaus van naleving in relatie tot bouwregelgeving weergegeven.

 

Na te leven regels

Streefniveau naleefgedrag

Veiligheid (veil): regels waarvan niet-naleving leidt tot een directe bedreiging van de veiligheid (en/of gezondheid) van mensen. Hieronder valt in ieder geval brandveiligheid, constructieve veiligheid en omgevingsveiligheid.

hoog

Gezondheid (gez): regels waarvan niet-naleving leidt tot een bedreiging van de gezondheid van mensen op middellange of langere termijn.

hoog

Natuurschoon/Duurzaamheid (nat): regels die de leefomgeving duurzamer en het gebruik ervan minder milieubelastend moeten maken. Hieronder worden ook regels verstaan die betrekking hebben op een duurzaam gebruik van natuurlijke bronnen.

basis

Cultuur (Monumenten/beschermd stadsgezicht) (cul): regels die cultuurhistorische waarden moeten beschermen en Noordwijk aantrekkelijk moeten houden. Deze waarden worden onder andere beschermd via de Omgevingswet en de Erfgoedverordening Noordwijk.

hoog

Overlast/Geluid/Stank (ovl): regels die moeten voorkomen dat mensen directe overlast ervaren van de activiteiten van anderen.

basis

Kwaliteit/Aantrekkelijkheid (kwa): regels die de leefomgeving aantrekkelijk en aangenaam moeten houden om in te leven. Deze worden onder andere beschermd door de voorschriften uit het ruimtelijk ordeningsbeleid en het welstandsbeleid.

basis

Tabel 1: De door de gemeente Noordwijk acceptabel geachte niveaus van naleving

 

Indien uit steekproeven en analyses blijkt dat gebruikers van de leefomgeving op een onderdeel structureel het nagestreefde naleefniveau halen, dan bestaat er ruimte voor het college om de handhavings-inspanningen op dit onderdeel te beperken en de vrijkomende capaciteit in te zetten op de onderdelen waar de streefniveaus voor het naleefgedrag (nog) niet worden gehaald. Indien dit leidt tot aanpassing van speerpunten in de U&H-strategie en/of aanpassingen van toets- en toezichtniveaus, dan zal de gemeenteraad hierover worden geïnformeerd.

 

2.5 Probleemanalyse

Om de strategie voor de komende jaren te bepalen is een probleemanalyse nodig waarbij gekeken wordt naar naleefgedrag en de negatieve effecten bij niet-naleving van regels. Hoe groter de kans op niet-naleving en hoe groter de negatieve effecten voor de leefomgeving, hoe meer de gemeente zal (moeten) sturen op de naleving. Het risico en daarmee ook de toets-, toezicht- en handhavingsprioriteiten worden zoveel als mogelijk bepaalt op basis van de volgende formule:

 

risico = kans op niet naleving * negatieve effecten die kunnen optreden

 

De negatieve effecten worden hierbij niet alleen uitgedrukt in kosten voor de samenleving, maar ook in termen van veiligheid, imago, gezondheid, duurzaamheid etc. Voor een omschrijving van de effecten zie tabel 1 in paragraaf 2.4.1.

2.5.1 Methodiek voor de inschatting van de risico’s

De gemeente Noordwijk hanteert een methode om de risico’s te kwantificeren met het doel de inzet van capaciteit en middelen beter te kunnen prioriteren. Deze methode kenmerkt zich door de volgende elementen:

  • Omdat de U&H-activiteiten zich richten op verschillende objectcategorieën is het naleefgedrag van de Bbl-regels ingeschat per soort bouwwerk. Hiervoor wordt de bouwwerkindeling uit het Landelijk Toetsprotocol (LTP) gebruikt. Deze lijst is uitgebreid met enkele aanvullende categorieën voor de bestaande voorraad bouwwerken en specifieke kenmerken van de subjecten/gebruikers van de bouwwerken. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Bbl op 1 januari 2024, is de systematiek ten opzichte van de eerdere versie onder het Bouwbesluit 2012 iets aangepast. Er is nu een specifieke risicomatrix en er zijn specifieke checklists voor nieuwbouw en verbouw/gebruikswijziging. In deze nieuwe versie is ook rekening gehouden met de komst van de Wkb.

  • Per objectcategorie is een score bepaald die een schatting van de verschillende onderscheiden risico’s (veil, gez, nat, cul, ovl en kwa) weergeeft als functie van kans op overtreding van een Bbl-voorschrift maal de omvang van het negatieve effect als de overtreding plaatsvindt. In principe is ieder risico weergegeven met een score op een schaal van 1 (zeer laag) tot 5 (zeer hoog). Omdat het voorkomen van veiligheidsrisico - vanwege de aanzienlijke omvang van de negatieve effecten bij optreden - bij voorbaat een hoge prioriteit dient te krijgen, is aan dit risico een gewicht gehangen van tweemaal zwaarder dan bij de overige risico’s. In de praktijk betekent dit dat de veiligheidsrisico’s zijn gescoord op een schaal van 1 tot 10.

  • De risicoscores per objectcategorie zijn vervolgens opgeteld en uitgedrukt in een risicogetal. Dit risicogetal ligt tussen de 6 en 40. Objectcategorieën met de hoogste risicoscores krijgen daarmee de hoogste prioriteit in termen van de inzet van capaciteit en middelen.

De risicomatrix die hieruit voortkomt vormt de basis van de probleemanalyse. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor het structureel monitoren zodat de probleemanalyse maximaal kan worden gebaseerd op het feitelijke naleefgedrag van de onder het Bbl resulterende wet- en regelgeving en de inzet van capaciteit en middelen nog beter kan worden gebaseerd op dit gedrag en de risico's die daaruit voortvloeien.

 

De scores op de verschillende risico’s per objectcategorie zijn opgenomen in bijlage A bij dit beleidsplan. De gemeente onderscheidt de volgende prioriteitsniveaus met bijbehorende globale toets-, toezicht- en handhavingsniveaus:

 

Prioriteitsniveau

Risico

Toetsniveau vergunningverlening

Toezichtniveau controles

Handhavingsniveau bij overtredingen

hoog

monumenten, erfgoed

(dus inclusief archeologische waarden (ook zonder monumentstatus)),

beschermd dorpsgezicht en cultuurlandschap, constructieve veiligheid en brandveiligheid.

hoogste toetsniveau

hoogste controlefrequentie

direct handhaven

basis

speerpunten van beleid/projectmatig

representatief toetsen

gemiddelde controlefrequentie

handhaven met redelijke hersteltermijn

laag

overig

extensief toetsen

alleen eindcontrole

afzien van actief optreden of projectmatig optreden zodra capaciteit beschikbaar is

 

Bij het binnenkomen van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken wordt de methodiek van het stoplichtmodel (bijlage E) toegepast om te bepalen welk prioriteitsniveau er wordt toegepast.

 

2.6 Samenwerking

Samenwerking vindt op verschillende manieren plaats. Afstemming vindt enerzijds plaats door het maken van (werk)afspraken en anderzijds door het ad hoc of via projecten deelnemen aan gerichte toezicht- en handhavingsacties. Samenwerkingspartners zijn betrokken bij het opstellen van dit beleidsplan en/of zijn door toezending van dit strategische beleidskader geïnformeerd over het beleid van de gemeente Noordwijk.

 

De gemeente Noordwijk heeft een aantal taken structureel belegd bij de ODWH en de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM). Over deze samenwerkingspartijen meer in paragraaf 2.6.1. en 2.6.2.

 

Daarnaast koopt de gemeente Noordwijk diensten in omdat bepaalde expertise niet binnen de eigen organisatie is opgebouwd. Zo wordt bijvoorbeeld expertise ingekocht bij de Vereniging Dorp, Stad en Land voor het opstellen van een advies over welstand en over monumenten. Verder bijvoorbeeld bureau Clevin en het bureau ABC, waar expertise wordt ingekocht om te beoordelen of/hoe een bepaald bouwplan samenhangt met bepaalde agrarische activiteiten. Het Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO) is adviseur voor de gemeente bij het toetsen van en toezicht houden op omgevingsvergunningaanvragen m.b.t. monumenten en beschermde stadsgezichten en wordt ingeschakeld voor archeologische aspecten.

2.6.1 ODWH: U&H-strategie op milieugebied

De Wabo had en de Omgevingswet heeft tot doel de U&H-activiteiten rond bouw- en milieutaken beter op elkaar afgestemd te krijgen. Naast de verplichte inbreng van de basistaken, heeft Noordwijk er daarom voor gekozen om naast de milieutaken ook de bouwtaken bij de omgevingsdienst onder te brengen. Dit om de zo door de wet beoogde synergie tussen beide beleidsvelden te bewerkstellingen. De gemeente stelt middelen ter beschikking zodat de ODWH namens de gemeente Noordwijk de afgenomen producten en diensten kan uitvoeren.

2.6.2 VRHM: Toets- en toezichtprioriteiten brandveiligheid jaarlijks opnieuw vastgesteld

In de VRHM werken brandweer, politie, GHOR en de gemeenten samen aan de rampenbestrijding en crisisbeheersing in Hollands Midden. Jaarlijks wordt het voorgenomen jaarplan door de VRHM aan de gemeente Noordwijk voorgelegd voor vaststelling. Het voorgenomen jaarplan van de VRHM wordt vervolgens door de gemeente Noordwijk aan de ODWH voorgelegd voor advies. Het voornemen is om via de samenwerking bouwkwaliteit Leidenregio, als gemeenten in de regio Leiden, gezamenlijk als onderhandelingspartner op te treden naar de VRHM als het gaat om het vaststellen van toets-, toezicht- en handhavingsprioriteiten. De VRHM garandeert dat de toets- en toezichtactiviteiten worden uitgevoerd conform de in Kwaliteitscriteria 2.1 vastgelegde eisen. Er wordt gestreefd om meer integratie tussen de controleactiviteiten van de verschillende disciplines (bouwen, milieu, brandveiligheid e.a.) te realiseren zowel ter verhoging van de effectiviteit en efficiency van alle controle- inspanningen, als ter verlichting van de belasting die de gecontroleerde partijen mogelijk kunnen ervaren van alle toezichthoudende instanties

3. Operationeel beleidskader

3.1 Kaders voor beleidsvorming, voorlichting en vooroverleg

3.1.1 Voorlichting en vooroverleg

De gemeente Noordwijk richt haar U&H-taken in op het principe dat het overgrote deel van goed naleefgedrag voortkomt uit het goed communiceren van verwachtingen. De ODWH speelt in de voorlichting een prominente rol. Als gebruikers weten waaraan ze moeten voldoen en ook weten wat de gemeente van hen verwacht, dan kunnen veel misverstanden bij voorbaat worden vermeden. Het expliciet maken van die verwachtingen pakt de gemeente aan door de volgende uitgangspunten te hanteren in de voorlichting en communicatie naar de gebruikers van de leefomgeving in Noordwijk:

  • Bij het aanvragen van een vergunning (bij voorkeur digitaal) wordt altijd eerst een verwijzing gemaakt naar het aanwezige voorlichtingsmateriaal. Indien de aanvrager op basis van het voorlichtingsmateriaal niet verder komt volgt een uitnodiging voor een gesprek met een professional.

  • Gesprekken op afspraak vinden plaats door een professional die ook de formele aanvragen en handhavingszaken behandelt. De gemeente Noordwijk ziet een fysiek overleg als een kans: een kort gesprek heeft voorkeur boven geschreven correspondentie als dit veel misverstanden in het vervolgtraject kan voorkomen.

  • Het doel van het gesprek is informeren en adviseren en de potentiële vergunningsaanvrager direct een zo goed mogelijke inschatting te geven van de haalbaarheid van zijn initiatief.

3.2 Kaders voor vergunningverlening

De gemeente kiest er in algemene zin voor om in het kader van de stimulering van het naleefgedrag de nadruk op de vergunningverleningsfase te leggen, in de veronderstelling dat daardoor minder toezichtinspanningen nodig zijn bij het toezicht op de uitvoering en het gebruik van de vergunningen.

 

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet bepaalt dat een aanvraag om een besluit vóór 1 januari 2024 is ingediend, het oude recht in beginsel van toepassing blijft. Op aanvragen die op of na 1 januari 2024 zijn ingediend, is het nieuwe recht van toepassing.

 

Met de komst van artikelen 5.1 en 5.2 van de Omgevingswet is bouwen in een technisch en ruimtelijk deel opgesplitst. Dat levert twee activiteiten op: de technische bouwactiviteit en de ruimtelijke bouwactiviteit (de omgevingsplanactiviteit bouwwerken). Deze scheiding wordt 'de knip' genoemd en kan betekenen dat er dus ook twee vergunningen nodig zijn. De inhoudelijke toetsingsgronden voor de vergunningaanvraag van een bouwproject staan voor de omgevingsplanactiviteit in artikel 8.0a Bkl en voor de technische bouwactiviteit in artikel 8.3b Bkl. De gemeente wil die toetsingsgronden minimaal uitvoeren op het niveau dat landelijk als algemeen aanvaardbaar en adequaat beschreven wordt. De inhoudelijke toetsing vindt daarom plaats aan de hand van verschillende juridische kaders.

 

In onderstaande alinea’s staan de kaders die de gemeente toepast bij het toetsen van vergunningaanvragen en meldingen en aan de prioritering en diepgang van de te toetsen elementen van iedere aanvraag/melding.

3.2.1 Ruimtelijke bouwactiviteit (omgevingsplanactiviteit bouwwerken)

Iedere omgevingsvergunningaanvraag wordt altijd getoetst aan het Omgevingsplan van de gemeente Noordwijk c.q. het geldende planologisch regime. Voor zover een aanvraag niet past binnen de hierin gestelde regels, vraagt de ODWH advies aan de gemeente Noordwijk.

Daarnaast geldt dat initiatiefnemers voor hun bouwplan/initiatief, waarbij van het omgevingsplan moet worden afgeweken, een vooroverleg kunnen indienen bij de ODWH via het Omgevingsloket Online (OLO).

3.2.2 Technische bouwactiviteit

Voor 1 januari 2024 bevatte het Bouwbesluit de minimumeisen waaraan alle bouwwerken in Nederland moeten voldoen. Het Bbl (de opvolger van het Bouwbesluit) bevat nu de technische bouwvoorschriften waaraan voldaan dient te worden. De voorschriften die bij of krachtens het Bbl worden gegeven, zijn terug te voeren tot vijf belangrijke uitgangspunten:

  • 1.

    veiligheid;

  • 2.

    de gezondheid;

  • 3.

    duurzaamheid;

  • 4.

    bruikbaarheid;

  • 5.

    toegankelijkheid

De beoordeling van de vergunningaanvraag met betrekking tot de technische bouwactiviteit houdt in dat de gemeente toetst of de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat het bouwen voldoet aan de voorschriften uit het Bbl. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager dat deze aannemelijk wordt aangetoond in de aanvraag of in de bescheiden bij die aanvraag. De regels uit het Bbl gelden ook voor vergunningsvrije bouwwerken.

 

De gemeente hanteert voor het toetsen van vergunningaanvragen aan het Bbl de methodiek van het landelijk toetsprotocol (LTP) zoals die is ontwikkeld onder de verantwoordelijkheid van de Vereniging BWT Nederland. Dit protocol is speciaal ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toetsintensiteit per onderdeel van het bouwbesluit al naar gelang het bouwwerktype en de risico’s die men voorziet. Hierdoor hoeft een aanvraag niet meer op alle onderdelen volledig (100%) aan het Bbl getoetst te worden. Binnen de LTP-methodiek is landelijk een toetsingsniveau vastgesteld, dat door de beroepsgroep als een minimaal acceptabel niveau wordt gezien.

 

De LTP-methodiek biedt gemeenten de ruimte om in afwijking van dit landelijk vastgestelde toetsingsniveau zelf een toetsingsniveau op de verschillende onderdelen vast te stellen op basis van de eigen risico-inschattingen en beschikbare toetsingscapaciteit. Toetsing vindt plaats met behulp van het instrument en de checklists van BRIStoets, dat speciaal voor het werken met het LTP is opgezet.

 

Sinds 1 januari 2024 is de Wkb verwerkt in het Bbl en is voor een aantal bouwwerken de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger, verplaatst. Het betreft nieuwbouw en geen verbouw in gevolgklasse 1. Dit is de laagste risicoklasse waar bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden onder vallen. Mogelijk zal dit later worden uitgebreid naar gevolgklasse 2 en/of gevolgklasse 3, hiertoe zal het Bbl te zijner tijd worden gewijzigd.

 

Ook wanneer er geen vergunningplicht is (dus thans de gevallen onder gevolgklasse 1), bestaat de verplichting om ten minste vier weken voor het begin van de bouwwerkzaamheden een melding te doen (artikel 2.18 Bbl) en ten minste twee weken voor het feitelijk in gebruik nemen een gereedmelding (artikel 2.21 Bbl) te doen. Mochten deze meldingen niet volledig zijn, dan bestaat de mogelijkheid om de bouw stil te leggen c.q. een gebruiksverbod op te leggen.

 

Indien het inzicht in het naleefgedrag op de verschillende onderdelen van het Bbl aannemelijk maakt dat de in hoofdstuk 2 gedefinieerde streefniveaus voor het naleefgedrag consequent worden gehaald, dan kan het college beslissen voor deze onderdelen een lager toetsingsniveau vast te stellen. Evenredig omgekeerd zal gelden dat als het nagestreefde naleefniveau op onderdelen niet wordt gehaald, de controle-intensiteit op deze onderdelen kan worden verhoogd.

 

De toetsmatrix, die geldt als het landelijke geaccepteerde minimumniveau en als het vertrekpunt voor de gemeente, is in de bijlage B bij deze nota opgenomen. In het ‘werkplan gemeente Noordwijk’ worden de toetsingsniveaus voor het komende kalenderjaar vastgesteld, voor zover de toetsingsniveaus afwijken van de in de bijlage B opgenomen toetsmatrix.

3.2.3 Welstand

De gemeenteraad heeft een geharmoniseerde welstandsnota vastgesteld. Voor het toetsen van vergunningaanvragen aan de welstandsnota maakt de gemeente Noordwijk gebruik van de diensten van de adviescommissie omgevingskwaliteit. De welstandsnota is daarmee zowel bepalend voor de materiële voorschriften waaraan wordt getoetst, als de wijze waarop (door wie) en de mate waarin (intensiteit) wordt getoetst aan de welstandscriteria.

 

De welstandsregeling geldt deels ook voor vergunningsvrije bouwwerken. Zij moeten voldoen aan minimale welstandseisen, omdat ze ‘niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand’ mogen zijn. Als dit wel het geval is, is sprake van een ‘exces’. Wanneer er sprake is van een ‘exces’ is omschreven in de ‘excessenregeling’ in de welstandsnota.

3.2.4 Meldingen sloop en asbestverwijdering

De gemeente Noordwijk heeft de taak risico's die kunnen ontstaan bij de sloop van bouwwerken en asbestverwijdering beheersbaar te houden. Mensen die dergelijke activiteiten willen uitvoeren zijn wettelijk verplicht dit minimaal vier weken van tevoren te melden conform artikel 7.10 Bbl en/of het Asbestverwijderingsbesluit 2005.

 

Alle meldingen worden in ieder geval beoordeeld op de aanwezigheid van plannen voor de te nemen sloopveiligheidsmaatregelen, onderzoeksrapporten naar de aanwezigheid van asbest in het te slopen bouwwerk en certificaten waarmee de uitvoerders dienen aan te tonen dat ze gekwalificeerd zijn om het asbestgevaar te beoordelen en/of het sloop- en verwijderingswerk uit te voeren. De melder wordt standaard op de hoogte gesteld van de uitkomst van de toets die op de melding is uitgevoerd.

 

Er wordt geen controle uitgevoerd op de naleving van sloop- en asbestverwijderingsvoorschriften waarvoor een melding is gedaan. In principe wordt dit overgelaten aan de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

3.2.5 Bouwleges

De gemeente Noordwijk mag leges heffen voor de behandeling van omgevingsvergunningaanvragen waarin sprake is van legesplichtige activiteiten, zoals bouwen- en slopen, aanpassen van monumenten en activiteiten die legesplichtig zijn. De hoogte van de leges en de berekening ervan is geregeld in een geharmoniseerde legesverordening, de ‘Verordening op de heffing en invordering van leges Noordwijk 2025’.

3.2.6 Brandveilig gebruik

De toets op de omgevingsvergunningsaspecten die betrekking hebben op het brandveilig gebruik van een bouwwerk vindt plaats door de VRHM. Dit gebeurt conform de LTP-methodiek die is beschreven in paragraaf 3.2.2.

3.2.7 Monumenten

In artikel 4.33 t/m 4.36 Invoeringswet Omgevingswet zijn de overgangsbepalingen met betrekking tot de Erfgoedwet en de Monumentenwet opgenomen. Het oude recht blijft van toepassing als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een voorstel tot aanwijzing, of intrekking van een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht is verzonden, tot de aanwijzing of de intrekking van de aanwijzing van kracht is (artikel 4.35, lid 3, Invoeringswet Omgevingswet).

 

De Monumentenwet had in de eerste plaats betrekking op Rijksmonumenten (nu artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet) waarvan in de gemeente Noordwijk diverse zich bevinden. Daarnaast kan aan de hand van de Erfgoedverordening Noordwijk het college bouwwerken aanwijzen als gemeentelijk monument (artikel 5 Erfgoedverordening Noordwijk). Wanneer men het voornemen heeft om veranderingen aan te brengen aan een gemeentelijk monument, dan dient men op grond van de monumentenverordening in bezit te zijn van een omgevingsvergunning (artikel 14 Erfgoedverordening Noordwijk).

3.2.8 Wet Bibob

De Wet Bibob, Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning wordt misbruikt, kan de aanvraag worden geweigerd of de afgegeven vergunning worden ingetrokken (artikel 5.31 en 5.40 Ow). Op grond van artikel 4.19b Ow kan dit ook een reden zijn om een aanvraag om een wijziging van het omgevingsplan te wijzigen af te wijzen. In een dergelijke situatie wordt eerst een pre toets uitgevoerd door RIEC en afhankelijk van de bevindingen volgt een opschaling naar het landelijke bureau Bibob. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk heeft hierover de Beleid toepassing Wet Bibob 2025 vastgesteld.

3.2.9 Mediation

De gemeente Noordwijk heeft geen mediationbeleid met betrekking tot geschillen die voortkomen uit de vergunningverleningsprocedures. Afhankelijk van de opstelling van partijen bij een geschil, wordt mediation wel ingezet.

 

3.3 Kaders voor de uitvoering van het toezicht

3.3.1 Uitvoering van toezicht

De gemeente Noordwijk zet met de U&H-strategie voor de bouwtaken nadrukkelijk in op een slimmere en integrale aanpak van de risico's die de leefomgeving bedreigen. De gemeente wil met de bestaande capaciteit gerichter controles kunnen uitvoeren op de domeinen en onderdelen waar het naleefgedrag het gewenste niveau nog niet haalt. Dit is een ontwikkelproces waarbij de gemeente structureler en directer van de interventies en de effecten op het naleefgedrag wil leren.

 

Onderzocht wordt hoe de U&H-toezichthouders kunnen samenwerken met andere ketenpartners, waaronder de (milieu)politie, de voedsel- en warenautoriteit, de VRHM, de BAG- en GBA-controleurs en de WOZ-taxateurs.

 

Jaarlijks wordt door de ODWH een ‘werkplan gemeente Noordwijk’ opgesteld waarin de in te zetten capaciteit op de diverse taken wordt geregeld. De kaders waarbinnen het reguliere toezicht per kolom (zoals bouw en milieu) zal integraal worden uitgevoerd is opgenomen in de volgende paragrafen.

3.3.2 Toezicht op bouwactiviteiten na vergunningverlening

Voor toezicht op de realisatie van initiatieven, waarvoor een omgevingsvergunning is afgegeven, wordt voor de activiteit bouw gebruik gemaakt van het landelijk toezichtprotocol (ITP). Het toezichtniveau conform het iTP is in de Bijlage C beschreven. Wanneer de gemeente een afwijkend toezichtniveau hanteert, wordt dit vastgesteld in een bijlage bij het ‘werkplan gemeente Noordwijk’.

3.3.3 Toezicht op vergunningsvrije bouwactiviteiten

De gemeente kiest ervoor om - alhoewel een belangrijk deel van de bouwactiviteiten in deze categorie bouwwerken ook aan de regels van het Bbl dienen te voldoen - geen toezichtcapaciteit te reserveren voor het toezicht op vergunningsvrije bouwactiviteiten. De gemeente hanteert hier vooral het instrument ‘voorlichting’. Dit geldt overigens niet voor erfgoed. De wetgever beschouwt de risico’s voor het oprichten van bouwwerken in deze categorie zodanig klein dat een voorafgaande toets niet nodig wordt geacht. De gemeente ontvangt daarom ook geen leges waaruit de toezichtactiviteiten kunnen worden gedekt. Dit neemt niet weg dat bij controles in het kader van het toezicht op bestaande voorraad bouwwerken in de gemeente, de toezichthouders mogelijk wel zullen ageren op constateringen van overtredingen van de bouwvoorschriften die conform de in deze nota opgenomen prioriteringsmethodiek een ongewenst risico inhouden.

3.3.4 Toezicht op bestaande voorraad illegale bouw

De gemeente Noordwijk streeft ernaar om een deel van de bouwtoezichtcapaciteit te reserveren voor reactief en thematisch toezicht op de bestaande bebouwde omgeving. Hoe deze capaciteit wordt ingezet zal jaarlijks worden vastgesteld in het ‘werkplan gemeente Noordwijk’ op basis van de ontwikkelingen in het naleefgedrag op de verschillende onderdelen. De controles kunnen gebiedsgericht of thematisch plaatsvinden. Daarnaast streeft de gemeente Noordwijk ernaar om een deel van de bouwtoezichtcapaciteit te reserveren voor het opsporen van illegale bouw, daarbij horen dus ook illegale activiteiten binnen legale vergunningen.

3.3.5 Toezicht op brandveilig gebruik

Het toezicht met betrekking tot het brandveilig gebruik van met name gebouwen met publieksfuncties vindt plaats door de VRHM. Het jaarplan van de VRHM is input voor het berekenen van de benodigde toezicht- en handhavingscapaciteit binnen de ODWH.

3.3.6 Toezicht op sloop en asbestverwijdering

Controles beperken zich tot de constatering of de sloopactiviteit onder de meldingsplicht valt en of een asbestverwijderingsonderzoek noodzakelijk is (i.c. bij alle gebouwen van voor 1994). Bij vermoedens van onveilige situaties binnen de afzetting wordt contact opgenomen met de Inspectie SZW.

 

Voor zover sloopwerkzaamheden plaatsvinden in het kader van een verbouwing vallen ze onder het reguliere bouwtoezicht. De toezichtactiviteiten en controlefrequentie worden bepaald onder de regels zoals beschreven in paragraaf 3.3.1.

 

3.4 Kaders voor handhaving

Indien controles en toezichtactiviteiten leiden tot de constatering van illegale situaties (in het kader van het toezicht op het Bbl), dan ligt de vraag voor of en in hoeverre de gemeente zich zal inspannen om deze situaties op te heffen, ofwel de overtreder te dwingen de legale situatie te herstellen. Artikel 125 van de Gemeentewet geeft het college de algemene bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang ter uitvoering van wet- en regelgeving. Volgens vaste jurisprudentie heeft de gemeente een beginselplicht tot handhaving en alleen onder zwaarwegende omstandigheden kan van deze plicht worden afgeweken. Het constateren van een afwijking betekent dus de start van een proces/traject. In welke zaken de gemeente wel en niet met juridische maatregelen normconform gedrag wenst af te dwingen, wanneer en welke sancties opgelegd worden, wordt beslist aan de hand van de kaders in deze paragraaf.

3.4.1 Handhavingsstrategie

De handhavingsstrategie van de gemeente Noordwijk is gebaseerd op de landelijke handhavingsstrategie (LHS)3 , aangereikt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu en opgesteld door IPO en Openbaar Ministerie. Het is een met alle handhavingspartners afgestemd beleidskader voor de bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhaving. In het najaar van 2022 is de opvolger van de LHS vastgesteld, de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) vastgesteld. In de kern is de strategie nagenoeg niet veranderd. Wat nieuw is, is dat de aansluiting op de Omgevingswet wordt geregeld, de terminologie is geactualiseerd en de bestuurlijke boete is toegevoegd. Ook de relatie tussen het bestuurs- en strafrecht is beter beschreven en geborgd.

 

In de strategie wordt rekening gehouden met zowel de ernst van de overtreding, als met de beweegredenen van de overtreder (onbekendheid, opzet, recidive e.a.). Ook in de strategie van de gemeente Noordwijk wordt rekening gehouden met de beweegredenen van de overtreder, al is deze niet expliciet opgenomen in de strategie. Ieder handhavingsdossier is maatwerk. De samenvatting van deze strategie is opgenomen in bijlage D.

 

Aard overtreder

 

Aard

 

overtreding (gevolgen)

Goedwillend

Moet kunnen

Calculerend

Bewust en structureel/ crimineel

Aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar

 

(Prioriteit 3 en 4)

Strafrecht

BSBm / PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Bestuurlijke boete

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

Verscherpt toezicht

 

(Prioriteit 3)

Strafrecht

BSBm / PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Bestuurlijke boete

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD,

Verscherpt toezicht

 

(Prioriteit 3)

Strafrecht

BSBm / PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Exploitatieverbod / sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

 

(Prioriteit 4)

Strafrecht

PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Exploitatieverbod /sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

 

(Prioriteit 4)

Van belang

 

(Prioriteit 2 en 3)

Strafrecht

BSBm / PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Bestuurlijke boete

 

Bestuursrecht herstellend

Bestuurlijk gesprek, Waarschuwen

 

(Prioriteit 2)

Strafrecht

BSBm / PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Bestuurlijke boete

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

 

(Prioriteit 3)

Strafrecht

BSBm / PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Bestuurlijke boete

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD,

 

Verscherpt toezicht

 

(Prioriteit 3)

Strafrecht

PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Exploitatieverbod / sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

 

(Prioriteit 4)

Beperkt

 

(Prioriteit 1 en 2)

Bestuursrecht herstellend

Aanspreken / informeren

Strafrecht

BSBm / PV

 

Bestuursrecht herstellend

Bestuurlijk gesprek, Waarschuwen

Strafrecht

BSBm / PV

Bestuursrecht bestraffend

Bestuurlijke boete

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

Strafrecht

PV

 

Bestuursrecht bestraffend

Bestuurlijke boete

 

Bestuursrecht herstellend

Tijdelijk stilleggen,

 

Aard overtreder

 

Aard

 

overtreding (gevolgen)

Goedwillend

Moet kunnen

Calculerend

Bewust en structureel/ crimineel

(Prioriteit 1)

(Prioriteit 1)

(Prioriteit 2)

LOB, LOD

 

(Prioriteit 2)

 

Tabel 2: Handhavingsstrategie van de gemeente Noordwijk

 

De kern van de strategie is in de volgende paragrafen weergegeven.

3.4.2 Wanneer een handhavingszaak oppakken

De vraag of en hoe handhavend moet worden opgetreden speelt pas als de overtreder zich in het toezichttraject niet bereid heeft getoond de illegale situatie binnen een reële termijn vrijwillig ongedaan te maken. De overtreder krijgt in principe altijd de kans de overtreding vrijwillig ongedaan te maken, tenzij bij voorbaat vaststaat dat de overtreder dit niet wil of niet kan of de aard van de overtreding zo ernstig is dat direct ingrijpen noodzakelijk is om bijvoorbeeld de veiligheid van mensen te kunnen waarborgen. Bij monumenten is het meestal onmogelijk om verloren gaan van cultuurhistorische waarden ongedaan te maken. Het toezicht is daarom hoog bij deze activiteiten en er wordt direct handhavend opgetreden.

 

Om te bepalen welke handhavingszaken wel en niet worden opgepakt, maakt de gemeente gebruik van de in paragraaf 2.5 beschreven en in Bijlage A opgenomen risicoprioriteringsmatrix in combinatie met de prioriteringstabel die is opgenomen. Aan de hand van deze prioriteringswijze worden op de verschillende nalevingsthema’s en risico’s punten toegekend aan de soorten overtredingen. Het totale aantal punten dat daarbij wordt toegekend, bepaalt onder welke prioriteit een overtreding kan worden geclassificeerd. Omdat prioritering afhankelijk is van actualiteiten, vindt de puntentoekenning, met inachtneming van het in dit beleidsplan vastgestelde gewenst naleefgedrag, plaats door het college.

 

De gehanteerde risicoscoringsmethode kent een prioriteitstelling met vier gradaties, die bepalen hoe met de overtreding wordt omgegaan, te weten:

  • Prioriteit 4, met spoed oppakken: Deze prioriteit geldt voor situaties waarin een illegale situatie wordt geconstateerd die direct bedreigend is voor de veiligheid en gezondheid van de inwoners, of waarbij ongedaan maken onmogelijk is of het risico groot is op voortzetting of herhaling (groter wordende bedreiging dan wel in het geval van cultuurhistorische waarden het verloren gaan van nog meer waardevol materiaal). Hierbij wordt direct bestuursdwang toegepast zonder vooraanschrijving. De overtreder krijgt ook geen of alleen een zeer korte hersteltermijn aangeboden. Deze prioritering komt overeen met de hoogste prioriteit uit de gemeenschappelijke handhavingsstrategie.

  • Prioriteit 3, oppakken: Overtredingen die met deze prioriteit worden geclassificeerd, waarna een handhavingsaanpak volgt waarin de overtreder na een vooraanschrijving in principe een last onder dwangsom wordt opgelegd. Het gaat hierbij om overtredingen waarbij het belang van het ongedaan maken voor de samenleving groot is, maar er geen direct gevaar dreigt voor de omgeving. Deze prioriteit zal gelden voor het overgrote deel van de overtredingen die de gemeente constateert.

    • Prioriteit 2, oppakken indien mogelijk, anders wraken: Incidenten, die in deze categorie worden gescoord, worden in principe opgepakt. Als direct oppakken door capaciteitsgebrek niet mogelijk is dan wordt standaard gewraakt.

    • Prioriteit 1, waarschuwing: Hierbij wordt de overtreder medegedeeld dat hij een overtreding heeft begaan, maar dat de gemeente momenteel geen prioriteit geeft aan handhavend optreden, maar dat later wel zal doen als de overtreding dan nog steeds niet ongedaan is gemaakt.

Tegen zaken met prioriteit 4 en 3 wordt altijd opgetreden. Tegen zaken met prioriteit 2 en 1 wordt opgetreden wanneer daar prioriteit aan wordt gegeven. Zij worden gewaarschuwd indien ze niet direct kunnen worden opgepakt. Waarschuwen houdt in dat het college momenteel geen prioriteit geeft aan het handhavend optreden, maar zich het recht voorhoudt om dit in de toekomst alsnog te doen.

3.4.3 Prioritering bij klachten, meldingen en verzoeken tot handhaving

Voor de prioritering ten aanzien van afhandeling van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken geldt dat er gehandeld zal worden volgens het stoplichtmodel (zie bijlage E). Voor de verzoeken om handhaving geldt een beginselplicht tot handhaving. Dit betekent dat er in geval van een handhaving verzoek - en een aantoonbare overtreding wordt geconstateerd - moet worden gehandhaafd. Tenzij er sprake is van concreet zicht op legalisatie of een handhavingsvoornemen al in de toekomst is gepland bijvoorbeeld op basis van een thematisch beleidsspeerpunt.

3.4.4 Sanctiestrategie

Het handhavingsdoel van de gemeente Noordwijk is het voorkomen van overtredingen, het beëindigen van overtredingen, het ongedaan maken van de gevolgen van overtredingen en/of een combinatie van één of meer van deze doelen.

 

Bij het toepassen van een dwangmiddel om een overtreder gewenst gedrag te laten vertonen kan gekozen worden tussen de last onder dwangsom of de last onder bestuursdwang. De gemeente kiest, behoudens bijzondere omstandigheden en wettelijke beperkingen, voor het opleggen van een last onder dwangsom als primair handhavingsinstrument, en wel om de volgende redenen:

  • de bestuurslasten bij een dwangsombeschikking zijn lager dan bij bestuursdwang (louter administratief juridisch; geen feitelijk optreden).

  • bij repeterende overtredingen is de dwangsom beduidend effectiever omdat de last na verwijdering blijft bestaan; als de overtreding opnieuw plaatsvindt, wordt de dwangsom alsnog verbeurd.

  • bij onverhoopte vernietiging in beroep kan het besluit eenvoudig worden teruggedraaid.

  • een deel van de bestuurslast kan worden gefinancierd uit de opbrengsten van de verbeurde dwangsommen.

  • de aansprakelijkheidsverzekering stelt in veel gevallen lagere eisen aan dwangsombeschikkingen dan aan bestuursdwangbeschikkingen.

  • als een dwangsom is opgelegd zonder het gewenste resultaat, kan als tweede maatregel bestuursdwang worden aangekondigd.

Het instrument last onder bestuursdwang wordt toegepast in spoedeisende situaties met fysieke gevaaraspecten (geclassificeerd als hoogste prioriteit 4) of als het een expliciete keuze van het gemeentebestuur betreft om zelf een bepaalde maatregel te doen treffen. Ook moet hierbij gedacht worden aan overtredingen waarbij niet het risico mag worden gelopen dat deze ondanks een last onder dwangsom wordt voortgezet of kan worden herhaald. Snel ingrijpen is dan een vereiste.

 

De gemeente Noordwijk hanteert bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsommen en de hersteltermijnen in principe de meest recente versie van de door het ministerie aangereikte 'Leidraad handhavingsacties en termijnen'. Een overzicht van de daarin gehanteerde dwangsomhoogtes en begunstigingstermijnen is in bijlage D opgenomen.

4. Programmering, monitoring en evaluatie

4.4.1 De relatie tussen prioriteiten en beschikbare middelen

De gemeente Noordwijk ontvangt jaarlijks van de ODWH een ‘werkplan gemeente Noordwijk’. Hierin staat omschreven welke verwachte activiteiten de ODWH voor de gemeente Noordwijk uit gaat voeren. Voor wat betreft de bouwtaken koopt de gemeente Noordwijk uren in van de ODWH.

4.4.2 Invulling van de BIG-8 en planning- en controlcyclus

De wettelijke eisen maken een programmatische, strategische en onderling op elkaar afgestemde uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken noodzakelijk. Deze proceseisen staan bekend als de Big-8 cyclus. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 1.3.

 

De gemeente Noordwijk onderscheidt de volgende formele evaluatie- en besluitvormingsdocumenten:

  • Het jaarverslag: de ODWH stelt jaarlijks 2 jaarverslagen, één over de prestatie van de Dienst (uitvoering jaarprogramma) en één over de prestatie van het werkplan dat voor de individuele deelnemer is opgesteld. Het evaluatie-element zit in het jaarlijkse jaarverslag van de ODWH over de uitvoering van het jaarprogramma. Uiteraard moeten leerpunten uit een voorbij jaar naar een nieuw jaar worden meegenomen.

  • De U&H-strategie: voorliggend beleidsplan kent een termijn van twee jaar. In deze U&H-strategie worden drie elementen uit de procescriteria gecombineerd:

    • o

      Een grondige evaluatie en probleemanalyse m.b.t. de risico’s die de fysieke leefomgeving bedreigen. In dit voorliggende plan ontbreekt deze evaluatie, een grondige evaluatie van een voorbije planperiode kon nog niet worden opgesteld.

    • o

      Een strategisch beleidskader met prioriteiten op hoofdlijnen en de wijze waarop deze tot stand komen.

    • o

      Een operationeel beleidskader met duidelijke richtlijnen voor de concrete U&H-werkzaamheden op de verschillende regelingen/wetsdomeinen.

  • Werkplan/ uitvoeringsprogramma: Dit plan omvat de concrete doelstellingen en speerpunten die in dat jaar worden uitgevoerd. Het plan zal onder andere informatie bevatten over:

    • o

      De handhavingsresultaten in het voorgaande jaar en de conclusies die de gemeente daaruit trekt ten aanzien van speerpunten en thema’s die prioriteit zouden moeten krijgen.

    • o

      Wat de verwachte workload is voor de vergunningverlening en welke consequenties dat heeft voor de capaciteit.

    • o

      Welke speerpunten/thematische U&H-projecten zullen worden uitgevoerd met de voor thematische U&H-prioriteiten gereserveerde capaciteit.

    • o

      Welke projecten/pilots in het kader van het integraal toezicht zullen worden uitgevoerd.

    • o

      Welke wijzigingen in toets- en toezichtniveaus worden doorgevoerd als gevolg van het voortschrijdend inzicht in het naleefgedrag.

    • o

      Een indicatie hoe de beschikbare capaciteit zal worden ingezet over de verschillende U&H-taken.

  • De gemeentebegroting met als onderbouwing voor de bouwtaken het werkplan van de ODWH: In begroting van de gemeente Noordwijk wordt geld gevoteerd voor deelname aan gemeenschappelijke regeling ODWH. De ODWH heeft met betrekking tot de uitvoering opgedragen taken een eigen planning en control-cyclus, zowel op niveau van totale organisatie, als voor individuele deelnemers.

    • o

      Tussentijdse rapportages: de ODWH maakt twee keer per jaar een uitgebreide tussentijdse rapportage met de insteek dat bijsturing op de inzet van middelen mogelijk is.

    • o

      Eindrapportage: jaarlijks wordt een eindrapportage opgesteld door de ODWH die gaat over de inzet van middelen.

Buiten deze documenten en afstemmingsmomenten met de raad zal de gemeente geen structurele capaciteit reserveren voor het opstellen van andere periodieke verantwoordingsrapportages. Er komt met andere woorden geen aparte evaluatierapportage of een apart U&H-jaarverslag. Dit neemt niet weg dat tussendoor wel ad hoc toelichting kan worden gegeven op specifieke ontwikkelingen of vragen. Daarnaast zullen de door derden opgestelde rapportages zoals de verslagen van de ODWH, rapporten van visitaties en benchmarkvergelijkingen ook ter informatie aan de raad worden voorgelegd.

4.4.3 Monitoring

Omdat de gemeente Noordwijk al haar U&H-taken heeft ingebracht bij de ODWH ontvangt de gemeente Noordwijk van de ODWH verantwoordingsrapportages. In deze verantwoordingsrapportages is een aantal KPI’s geformuleerd op basis waarvan gerapporteerd wordt. In deze verantwoordingsrapportages wordt inzichtelijk welke afspraken zijn gemaakt in het werkplan en wat de realisatie is per programma/cluster. Per programma wordt ook een toelichting opgenomen van bijzonderheden en/of afwijkingen van de gestelde norm.

Bijlage A. Bijlage XVIIIa. bij artikel 5.54 van de Omgevingsregeling (risicomatrix)

 

1. Algemene informatie

 

Omschrijving project:

 

Kenmerk:

Locatie project:

Verantwoordelijke:

Veiligheidscoördinator:

Datum invullen matrix:

Datum overleg met bevoegd gezag:

 

2. Voorvragen risicomatrix

Indieningsvereiste bij meldingen sloop en bouw en vergunningen voor de bouwactiviteit op grond van de Omgevingswet1 

Onderwerp

ja/nee

1 

Veiligheid omgeving en omringende bebouwing 

Is het gebied dat wordt gebruikt om veilig te kunnen bouwen of slopen (de bouwveiligheidszone2) groter dan het eigen bouwterrein, wordt er hoger gebouwd of gesloopt dan direct aanpalende bouwwerken of wordt er gebouwd of gesloopt waardoor bouwwerken of bedrijven zoals chemie, datacentrum, spoor, tram of scholen risico lopen om te worden beïnvloed door de werkzaamheden?

2 

Veiligheid verbouw in gebruik blijvend pand 

Heeft de bouw, verbouw of sloop inclusief tijdelijke hulpconstructies en bouwplaatsinrichting invloed op de brandveiligheid, de vluchtroutes en de opstelplaatsen voor hulpdiensten in en om het in gebruik blijvende pand?

3 

Veiligheid buiten de bouwveiligheidszone

Heeft de bouw- of sloopsystematiek, het opstellen van hulpmiddelen in de bouwveiligheidszone of het gebruik van hijsmiddelen aan de rand van het bouwterrein invloed op de veiligheid buiten de bouwveiligheidszone?

4 

Invloed op bereikbaarheid omgeving tijdens de realisatiefase 

Heeft het project invloed op loopstromen, doorstroming van het openbaar vervoer, hoofdverkeersroutes of parkeervoorzieningen, is er sprake van complexe aan- of afvoer van bouwmaterialen of is er gelijktijdigheid met andere projecten of evenementen waardoor de bereikbaarheid in het geding is?

5 

Schade aan belendingen of natuur 

Bestaat er kans op schade aan belendingen of natuur in de nabijheid van het project door bijvoorbeeld trillingen, het onttrekken van grondwater of zettingen?

 

1 Deze matrix is niet van toepassing bij een sloopmelding waarbij er minder dan 10 m3sloopafval is (zie artikel 7.11, eerste lid, onder f, van het Besluit bouwwerken leefomgeving).

2 De bouwveiligheidszone is het gedeelte van de aan het bouw- of sloopwerk grenzende gebied (zowel boven als onder de grond) waarin geen publiek aanwezig mag zijn, bepaald volgens paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid (zie artikel 7.15, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving).

Als een of meer vragen met ja worden beantwoord, wordt de uitgebreide risicomatrix ingevuld.

 

3. Uitgebreide risicomatrix

Punten per aspect:

1= laag risico

2= matig risco

3= hoog risico

4= zeer hoog risico

 

Voor toelichting per aspect, zie Beoordelingstoelichting.Onderwerp

Beoordelingsaspecten

Punten

1 Omgevingsfactoren 

Veiligheid bouwterrein, directe omgeving en omringende bebouwing 

1.1 

Bouwveiligheidszone groter dan bouw- of sloopterrein (voetpad(en), fietspad(en), straat binnen invloedssfeer).

1.2 

Te bouwen of slopen bouwwerk hoger dan aanpalende panden.

1.3 

Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van activiteiten of locaties die naar redelijke inschatting een risico kunnen opleveren voor de veiligheid van deze locaties, bijvoorbeeld bij chemische industrie, datacentrum, spoorwegen, tramhaltes, nutsvoorzieningen en ambassades.

1.4 

Bouwen of slopen boven in gebruik zijnde bouwdelen (bijvoorbeeld parkeergarage, winkelcentrum, openbaar-vervoervoorziening, spoorbaan of bovenleiding).

Gemiddeld risico 

2 Gebruiksfactoren 

Veiligheid verbouw in gebruik blijvend pand gedurende het gehele bouw of sloopproces 

2.1 

Brandveilig gebruik waarborgen.

2.2 

Vluchtroutes waarborgen.

2.3 

Opstelplaatsen hulpdiensten in relatie tot het bouw- of sloopterrein.

2.4 

Constructieve verantwoording (stabiliteit object, hulpconstructies die van invloed zijn op derden).

Gemiddeld risico 

3 Relatie Arbo-veiligheid/ veiligheid directe omgeving 

Veiligheid op en rondom de bouw- of sloopplaats 

3.1 

Ruwbouw of sloop (systematiek).

3.2 

Hulpmiddelen in de bouwveiligheidszone. Zijn er in de bouwveiligheidszone andere hoge objecten waardoor er mogelijk een wegkaatsrisico ontstaat (bijvoorbeeld Een bouwlift, (hef-)steiger of containers naast een bouwhek); zie paragraaf 6.2.8 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid.

3.3 

Gebruik hijsmiddelen in randzones die mogelijk van invloed zijn buiten de bouwveiligheidszone.

3.4 

Kan de hijslast binnen zijn draaibereik boven openbaar gebied komen?

Gemiddeld risico 

4 Bereikbaarheid, verkeersveiligheid 

Invloed op bereikbaarheid 

4.1 

Loopstromen (economisch en stedelijk belangrijke of cruciale verbindingen).

4.2 

Doorstroming openbaar vervoer, aanpassing dienstregeling.

4.3 

Permanente toegankelijkheid van bouwplaats en omgevingsobjecten voor hulpdiensten.

4.4 

Hoofdroutes, ster- en fietshoofdroutes, parkeerroutes en routes van openbaar vervoer.

4.5 

Economisch belangrijke voorzieningen.

4.6 

Aan- en afvoer bouwverkeer, opstelplaatsen en afroepplaatsen.

Gemiddeld risico 

5 Schade en bescherming waarden 

Kans op schade aan belendingen of natuur aannemelijk? 

5.1 

Bouwkundige en constructieve stabiliteit van het eigen pand en de panden in de invloedssfeer in de omgeving.

5.2 

Monumentale waarde, beschermd stadsgezicht, beschermde flora en fauna, bomen.

5.3 

Inschatting van trillingen.

5.4 

Bemaling grondwateronttrekking.

5.5 

Zettingen (opstallen en voor kabels en leidingen ondergrond en bovengronds risico op elektrocutie, explosie of brand).

Gemiddeld risico 

6 Hinder/samenloop 

Kans op hinder/ samenhang andere projecten 

6.1 

Geluid (maximale blootstellingsduur en dagwaarden).

6.2 

Trillingshinder.

6.3 

Stofhinder.

6.4 

Werktijden.

6.5 

Samenhang met andere projecten of evenementen.

Gemiddeld risico 

 

Uitslag risico-inschatting totaal 1 t/m 6

 

Beoordelingstoelichting

1 Veiligheid bouwterrein omgeving en omringende bebouwing

1.1

Denk hierbij aan de relatie tussen de bouwplaats en het gebruik van de openbare ruimte. Als de bouwveiligheidszone ruimte in de openbare zone nodig heeft, is er sprake van een risico. Schat in of die extra ruimte beschikbaar kan worden gemaakt. Vaak zal de intensiteit van het gebruik van die benodigde ruimte de kans van slagen sterk beïnvloeden. Let op de detaillering van de bouwkuip met bijvoorbeeld een talud waardoor de belastbaarheid van de omliggende weg afneemt. De bouwveiligheidszone moet worden bepaald op basis van paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid.

1.2

Zijn de omringende bouwwerken lager dan het nieuw te bouwen bouwwerk, dan worden de risico’s en de impact ten gevolge van vallende delen op die belendingen groter naarmate het hoogteverschil toeneemt.

1.3

Zijn er in de omgeving gebruiksfuncties of voor omgevingsinvloeden gevoelige gebouwen of bedrijven (bijvoorbeeld een theater, ziekenhuis, kindercentrum of datacentrum) die door de werkzaamheden meer dan gemiddelde last of hinder kunnen ondervinden in het functioneren?

1.4

Omdat er zich geen publiek in of onder de bouwveiligheidszone mag bevinden, moeten alle bouwdelen in de bouwveiligheidszone worden vrijgemaakt van publiek tijdens de werkzaamheden (zoals blijkt uit paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid, waarnaar wordt verwezen in artikel 7.15, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving). Schat in welke effect dit heeft en of het verantwoord of uitvoerbaar is.

2 Veiligheid verbouw in gebruik blijvend pand gedurende het gehele bouw- of sloopproces

2.1

Beoordeel of bestaande brandscheidingen, brandmeldinstallaties, sprinklerinstallaties of droge blusleidingen moeten worden aangepast terwijl deze nog in gebruik zijn.

2.2

Worden door bouwwerkzaamheden de vluchtroutes geblokkeerd? Denk hierbij aan scholen waarbij een nooduitgang tijdelijk wordt dichtgezet in verband met bouwactiviteiten.

2.3.

Worden door bouwwerkzaamheden bluswatervoorzieningen geblokkeerd door bijvoorbeeld stalen rijplaten? Zijn er opbrekingen of obstakels op het bouwterrein waardoor de bereikbaarheid van de bluswatervoorziening wordt beperkt?

2.4

Waaraan ontleent het pand zijn stabiliteit tijdens de aanpassingen? Zijn hiervoor hulpconstructies nodig? En zo ja, welke gevolgen hebben die hulpconstructies? Heeft de hulpconstructie extra ruimte nodig in de bouwveiligheidszone? Bij sloop: houdt de sloopvolgorde rekening met de stabiliteit (rest-stabiliteit)?

3 Veiligheid op de bouwplaats

3.1

Wat voor bouwsystematiek wordt er toegepast (wanden, breedplaat, prefab (grote elementen), tunnelbekisting of kanaalplaat)? Voor de risico-inschatting geldt in het algemeen dat hoe minder hijsbewegingen er plaatsvinden, hoe minder risico’s er zijn. Denk hierbij ook aan hulpconstructies zoals tunnels, wandkisten en (klim)steigers die ook moeten worden verplaatst. Traditionele bouw met grote elementen geeft hierbij een hoger risico ten opzichte van prefab-sandwich-systemen.

3.2.

Beoordeel of zich in de bouwveiligheidszone andere hoge objecten bevinden waardoor er mogelijk een wegkaatsrisico ontstaat voor kleinere en grotere valobjecten (bijvoorbeeld een bouwlift, een (hef)steiger of containers naast een bouwhek)?

3.3

Benoem de hijsgebieden en leg deze vast in het veiligheidsplan. Alleen vanaf deze plaats mag een hijslast worden gehesen. Bevindt het hijsgebied zich dicht bij de rand van de veiligheidszone, dan nemen de risico’s buiten dat gebied mogelijk toe. Zie er op toe dat er ook alleen op die plaatsen wordt gehesen (uiteraard mag dat alleen met gecertificeerde hijsmiddelen en medewerkers). Als er wordt gewerkt met mobiele verrijdbare hijsmiddelen, moeten er maatwerkafspraken worden gemaakt over het gebruik van deze middelen.

3.4

Is er een mogelijkheid dat een hijslast zich boven de openbare straat kan bevinden, dan is er sprake van een hoog risico. Dit hoge risico kan worden weggenomen door softwarematige hijslastbegrenzing toe te passen.

4 Invloed op bereikbaarheid tijdens de realisatiefase

4.1

Zijn er loopstromen die niet kunnen worden omgelegd waardoor deze (deels) binnen het bebouwingsgebied vallen, en moeten er hiervoor specifieke oplossingen worden gerealiseerd, zoals een overkluizing of een overdekt wandel- of fietspad?

4.2

Worden er routes van bus of tram gehinderd of belemmerd? Bij werkzaamheden in de directe nabijheid van spoor geldt aanvullend een vergunningplicht voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot de spoorweg (hoofdstuk 9 van het Besluit activiteiten leefomgeving).

4.3

Schat in of hulpdiensten in de verschillende bouwfases altijd kunnen beschikken over voldoende rijloper.

4.4

Hebben de bouwwerkzaamheden gevolgen voor het hoofdverkeersnetwerk van de stad, dan moet tijdige afstemming met de wegbeheerder plaatsvinden.

4.5

Heeft het bouwplan invloed op ambassades, musea, rioolpompstations, trafostations, hogedrukdrukgasleidingen en dergelijke?

4.6

Is er logistieke opslagruimte op locatie beschikbaar? Of is de locatie dermate beperkt dat er "Just in time" moet worden aangeleverd met buffer- of opstelplaatsen elders?

5 Kans op schade aan belendingen of natuur aannemelijk?

5.1

Beoordeel de risico’s van trillingen op de constructieve samenhang en opbouw van de panden in de invloedssfeer. Is er al sprake van scheuren of zettingen? Welk type fundering is toegepast? Zijn er kelders of gewelven?

5.2

Beoordeel het risico van aantasting van de beschermde situatie tijdens de realisatie, bijvoorbeeld is sprake van een beschermd gebied, beschermde dieren, een waterwingebied, broedseizoen of bomen? Denk bijvoorbeeld aan verlichting die overlast kan geven.

5.3

Welke technieken worden toegepast bij realisatie? Welke trillingsniveaus zijn te verwachten en welke risico’s geeft dit voor de omgeving (trillingpredictierapport)? Denk hierbij aan de afstand van de bron tot de belending.

5.4

Beoordeel hoe ver de invloed reikt van de bemaling en of deze op basis van de grondopbouw een risico oplevert. Is er sprake van een open of gesloten bemaling en moet er retourbemaling worden toegepast? Welke mate van risico heeft verlaging van de grondwaterstand voor de omgeving? Denk hierbij ook aan mogelijk vervuilde grond binnen de beïnvloedingssfeer. Is er duidelijkheid over het debiet? Mogelijk is er een watermelding of een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit nodig?

5.5.

Beoordeel de grondopbouw en de daarbij behorende risico’s op zetting zoals veenlagen. Denk hierbij aan objecten in de ondergrond zoals riool, duikers en gewelven. Is er een Klic-melding gedaan en zijn aan de aanwezigheid van kabels en leidingen risico’s verbonden? Inventariseer hierbij ook of er sprake is van kabels en leidingen boven de grond in de invloedssfeer.

6 Kans op hinder, samenhang met andere projecten

6.1.

Kijk naar het gebruik van materieel, toegepaste technieken en predictiewaarden op het gebied van geluid en tijdsduur van werkzaamheden. Worden de beste beschikbare technieken toegepast in het kader van geluidsreductie? Is er een nulmeting gedaan van het standaard aanwezige omgevingsgeluid? Kan er bij overschrijdingen een maatwerkvoorschrift worden gesteld voor de tijdsduur (zie hoofdstuk 7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid).

6.2.

Met dit punt wordt alleen de hinderbeleving van omwonenden of belanghebbenden bedoeld. Inventariseer welke technieken bij (hulp)constructies worden toegepast en schat in of laat predictierapporten maken met betrekking tot de toegestane hinder van trillingen.

6.3.

Is er stof te verwachten? Wordt de beste techniek toegepast en of worden er preventieve maatregelen getroffen om stofhinder te voorkomen? Denk hierbij aan vernevelen of nat houden, dichte schuttingen, het lang gesloten houden van de gevel, zagen in plaats van hakken en dergelijke.

6.4.

Wil men buiten reguliere werktijden (7:00 -19:00 maandag t/m zaterdag) werken omdat het echt niet anders kan? Voor het werken buiten de (reguliere) tijden kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld door het bevoegd gezag.

6.5

Zijn er in de directe omgeving andere projecten/werkzaamheden nu, dan wel gelijktijdig, in uitvoering met dit project, en zo ja, hebben de private partijen dan hun volgordelijkheid onderling vastgelegd? Zij dienen dit onderling met elkaar af te stemmen en vast te leggen.

 

Uitslag risicoinschatting

Puntenaantal = 6 tot en met 11

Geen bouw- of sloopveiligheidsplan nodig.

Puntenaantal = 12 of meer

Veiligheidsplan opstellen, gegevens veiligheidscoördinator aanleveren bij het indienen van de vergunningaanvraag of doen van een melding.

 

Bijlage B: Toezichtniveau bouw conform iTP

 

 

 

Bijlage C: Leidraad Handhavingsacties en Termijnen

 

Thema

Vergunning overtreding

Kwalificatie

Sanctie

Hoogte dwangsom

Begunstigin gstermijn

Ruimtelijke inrichting en bouw

Illegale steiger aangebracht

Matig

Dwangsom

€50 p.w. per meter steiger. max. 10 x

1 maand

Illegale bebouwing kwalificatie licht

Licht

Dwangsom

€1.000 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Illegale bebouwing kwalif. matig

Matig

Dwangsom

€1.500 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Illegale bebouwing kwalif. ernstig

Ernstig

Dwangsom

€2.000 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie licht

Licht

Dwangsom

€1.000 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie matig

Matig

Dwangsom

€1.500 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie ernstig

Ernstig

dwangsom

€2.000 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Illegaal terras

Matig

Dwangsom

€50 p.d. per m2 per overtreding. max. 10 x

1 week

Illegale standplaats

Matig

Dwangsom

€50 p.d. per m2 per overtreding. max. 10 x

1 week

Reclamebord

Licht

Dwangsom

€250 p.d. per m2 bord per overtreding. max. 10 x

1 week

Uitstalling bij winkel

Licht

Dwangsom

€50 p.d. per m2 per Overtreding max. 10 x

1 week

Gebruik gemeentegrond

Licht

Dwangsom

€50 p.w. per m2 per Overtreding. max. 10 x

1 maand

Nadere eis

Matig

Dwangsom

€1.750 p.w. max. 10 x

situationeel

Illegaal gebruik

Illegale bewoning (bij)gebouwen

Matig

Dwangsom

€1.500 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Overig Illegaal gebruik

Matig

Dwangsom

€1.500 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Permanente bewoning recreatiewoningen

Matig

Dwangsom

€1.500 p.w. max. 10 x

Min. 6 weken

Groene wetgeving

Na illegaal kappen niet herplanten

Matig

Dwangsom

€750 p.w. max. 10x

1 week

 

'Leidraad handhavingsacties en termijnen', december 2017. Geraadpleegd via Kenniscentrum InfoMil.

Bijlage D: Stoplichtmodel

 

PRIORITEITENSCHEMA HANDHAVING & BOUWTOEZICHT

 

BOVENSTAAND SCHEMA GEEFT AAN OP WELKE WIJZE HET TEAM BOUWEN VAN DE OMGEVINGSDIENST WEST-HOLIANDIGEMEENTE NOORDWIJK

OMGAAT MET KLACHTEN, MELDINGEN EN VERZOEKEN TOT HANDHAVING DUE PRIOFtHEITSTELLING WORDT DOOR HET COLLEGE VAN B&W GESTEUNTY

JAARLIJKS WORDT BUIEN OF NIEUWE PRIOFtHEITSTELLING GEWENST IS_ ER KUMEN GEEN RECHTEN AAN DUE INFORMAHE ONTLEEND VVORDE

Naar boven