Gemeenteblad van Pekela
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pekela | Gemeenteblad 2025, 440494 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pekela | Gemeenteblad 2025, 440494 | beleidsregel |
Beleidsregels bijtincidenten honden gemeente Pekela 2025
De burgemeester van de gemeente Pekela;
dat er in de gemeente meermaals bijtincidenten met honden hebben plaatsgevonden;
dat het gewenst is om beleid vast te stellen over de uitleg van artikel 2:46 van de Algemene plaatselijke verordening;
de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikelen 1:3, vierde lid, 4:81, eerste lid, 4:83 en 5:31;
de Gemeentewet (GW), artikelen 125, derde lid, en 172, derde lid;
de Algemene plaatselijke verordening (APV), artikel 2:46;
de Beleidsregels bijtincidenten honden gemeente Pekela 2025 vast te stellen.
Procedure bijtincidenten honden
Bijtincidenten worden geregistreerd bij de politie
Inwoners van de gemeente Pekela kunnen bij de politie melding of aangifte doen van een
bijtincident. De politie registreert de melding of aangifte en geeft deze door aan de gemeente.
Wanneer er een aangifte wordt opgenomen, wordt meteen beoordeeld of strafvervolging
mogelijk is. Met de politie is afgesproken dat in de registratie, voor zover bekend en mogelijk, de
volgende gegevens worden opgenomen:
Deze melding wordt vanuit de politie aan de boa’s/ handhaving van de gemeente doorgegeven.
Soms worden meldingen van bijtincidenten bij de gemeente gedaan. De gemeente zorgt dat
meldingen van bijtincidenten voor registratie zo volledig mogelijk worden doorgestuurd naar de
De gemeente doet zelf de registratie van de bestuurlijke maatregelen die de burgemeester
oplegt. Wanneer de gemeente een verzoek om een aanlijn- en/of muilkorfgebod voor de hond
krijgt van een burger, voor de hond van een andere burger, dan vindt er altijd afstemming met de
Na het verzamelen van de gegevens wordt het incident door de gemeente beoordeeld en
gekwalificeerd. Uitgangspunt in onze gemeente is dat iedereen zich vrij in de openbare ruimte
moet kunnen bewegen en iedereen zijn werk moet kunnen uitoefenen, zonder gebeten of
aangevallen te worden door honden.
In de situatie dat een eigenaar - desgevraagd - besluit vrijwillig afstand te doen van de hond,
worden er afspraken gemaakt over het afstand doen, tussen de eigenaar/houder en de
gemeente. De gemeente controleert of de eigenaar/houder zich aan deze afspraken houdt.
In de situaties dat er geen vrijwillige afstand van de hond wordt gedaan, wordt een onderscheid
gemaakt tussen lichte en ernstige bijtincidenten. Afhankelijk van de kwalificatie wordt er dan
Er wordt van een licht bijtincident gesproken wanneer een hond een ander dier of persoon bijt,
waarbij er sprake is van geen of gering letsel waarbij geen medische behandeling noodzakelijk is.
Het gaat dan bijvoorbeeld om een schaafwond, tandafdruk, blauwe plek, et cetera. Naast letsel
kan ook schade aan kleding worden beschouwd als licht letsel. Een licht bijtincident wordt bij
een tweede melding van een licht bijtincident binnen twee jaar opgeschaald naar een ernstig
Er wordt van een ernstig bijtincident gesproken:
wanneer een hond ernstig letsel toebrengt aan een persoon, hond of ander dier. Van ernstig letsel is sprake wanneer medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident. Het gaat bijvoorbeeld om open wonden, inwendig letsel, chirurgisch letsel of letsel waardoor het slachtoffer niet in staat is om te werken of de normale dagelijkse activiteiten uit te voeren;
Licht bijtincident - waarschuwingsbrief
Indien er sprake is van een licht bijtincident, dan wordt er een waarschuwingsbrief verzonden
aan de eigenaar/houder van de hond. Deze brief is geen besluit in de zin van de Algemene wet
bestuursrecht (hierna: Awb), dus staat hiertegen geen bezwaar en beroep open.
In de waarschuwingsbrief wordt aangegeven dat de gemeente het vanuit het oogpunt van
openbare orde en veiligheid onacceptabel vindt dat een mens of dier of in plaats daarvan een
voorwerp gebeten wordt. Verder wordt van de eigenaar/houder verwacht dat hij alle maatregelen
zal treffen om herhaling van een dergelijk incident te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door uit
voorzorg de hond aan te lijnen en te muilkorven in openbaar gebied of het plaatsen van een
deugdelijke omheining of het volgen van een gedragstraining. In de brief staat duidelijk
aangegeven dat bij een tweede bijtincident handhavend opgetreden gaat worden, door
bijvoorbeeld het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod.
De burgemeester kan in bepaalde gevallen ook besluiten om al na het eerste bijtincident een
aanlijngebod op te leggen. In dit geval kan de eigenaar/houder binnen zes weken, nadat dit
besluit aan de eigenaar/houder bekend is gemaakt bezwaar maken.
Ernstig bijtincident (of twee lichte bijtincidenten binnen twee jaar) - voornemen tot bestuursrechtelijk traject
Indien er sprake is van een ernstig bijtincident, is het uitgangspunt dat de burgemeester besluit
tot gevaarlijk verklaring van de hond op grond van artikel 2:46 Algemene plaatselijke verordening
(hierna: APV). Dit heeft tot gevolg dat een aanlijn- en muilkorfgebod wordt opgelegd. De
eigenaar/houder ontvangt een voorgenomen besluit tot gevaarlijk verklaring waarin de
aanleiding wordt beschreven en de voorgenomen maatregelen zijn opgenomen. Bij een ernstig
bijtincident kan er ook aanleiding zijn om nader onderzoek te gelasten, bijvoorbeeld een
Binnen twee weken kan de eigenaar/houder een zienswijze tegen het voorgenomen besluit
indienen. Deze termijn van twee weken kan korter zijn als de burgemeester dit, gezien de feiten
en omstandigheden, noodzakelijk acht.
Wanneer de eigenaar/houder het eens is met het voornemen, zal de burgemeester het besluit
nemen om het aanlijn- en muilkorfgebod op te leggen. Is de eigenaar/houder het niet eens met
het voornemen, dan mag hij voor eigen rekening een gedragstest uit laten voeren via de daartoe
bevoegde instantie, om aan te tonen dat zijn hond niet gevaarlijk is. De gemeente dient het
rapport rechtstreeks van de toetsende instantie te ontvangen. Een risico-assessment dient altijd
te worden afgenomen door een door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied benoemde
gedragskeurmeester, dan wel een andere erkende en door de gemeente goedgekeurde
De burgemeester blijft bevoegd om een besluit te nemen tot het opleggen van een aanlijn- en
muilkorfgebod, ook wanneer dit besluit afwijkt van het advies van de gedragsdeskundige.
Boete en last onder bestuursdwang
Indien een hond als gevaarlijk of hinderlijk is aangemerkt op grond van artikel 2:46 APV, zal
toegezien worden op het naleven van het opgelegde aanlijn- en muilkorfgebod. Het overtreden
van het aanlijn- en muilkorfgebod is strafbaar gesteld in de APV. Dit betekent dat zowel
politieambtenaren als gemeentelijke opsporingsambtenaren een strafbeschikking mogen
uitschrijven. Met het beboeten kan directe handhaving plaatsvinden en bestraffen we de
overtreder. Tevens wordt hiermee een prikkel afgegeven om normconform gedrag te vertonen.
Er zijn situaties denkbaar dat het - herhaaldelijk - uitschrijven van een boete niet leidt tot het
naleven van artikel 2:46 APV. De hond blijft dan los of zonder muilkorf rondlopen. In dat geval
kan de burgemeester overgaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, als er sprake
is van zeer ernstige vrees voor het ontstaan van een zeer ernstig bijtincident.
Het opleggen van een last onder bestuursdwang betreft het herstellen in een normale toestand
door het ongedaan maken, beëindigen of voorkomen van de overtreding. Bij het opleggen van
een last onder bestuursdwang wordt een termijn gegeven waarbinnen de overtreder de hond
alsnog dient aan te lijnen en te muilkorven. De termijn is gesteld op 48 uur. Indien de last niet of
niet tijdig wordt uitgevoerd, zal worden overgegaan tot feitelijk handelen door de hond in beslag
te nemen. Daarmee wordt de overtreding effectief beëindigd en nadere overtredingen
voorkomen. Tussen het constateren van de overtreding en het daadwerkelijk ingrijpen kan enige
tijd zitten nu de eisen van zorgvuldigheid bij het toepassen van bestuursdwang in acht genomen
Inbeslagname door spoedeisende bestuursdwang
Er kan zich echter een situatie voordoen dat de situatie dermate spoedeisend is dat de
burgemeester de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan stellen
en dit dus achteraf plaatsvindt. De burgemeester is op grond van artikel 5:31, tweede lid Awb
bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften met spoed te beletten of te beëindigen.
De burgemeester besluit tot inbeslagname van de hond door middel van spoedeisende
De burgemeester geeft bevel tot inbeslagname en geeft de locatie van de hond door aan de
politie. Een diensthondengeleider gaat samen met de lokale politie ter plaatse over tot
inbeslagname van de hond. De hond wordt onder gebracht op een geheime, nader te bepalen
locatie. De diensthondengeleider regelt het vervoer naar de aangegeven locatie. De
inbeslagname duurt ongeveer vier weken, uitzonderingen daargelaten.
De hond ondergaat een risico-assessment.
Op basis van de uitkomsten van de gedragstest is het mogelijk dat de hond onder voorwaarden
(bijvoorbeeld door het volgen van cursussen) terug kan naar de eigenaar/houder, elders wordt
Inbeslagname bij verstoring van de openbare orde
De burgemeester is op grond van artikel 172, derde lid Gemeentewet bevoegd bij verstoring van
de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die
noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde. De burgemeester is niet
bevoegd om de in artikel 172, derde lid Gemeentewet neergelegde bevoegdheid te gebruiken in
situaties waarin artikel 2:46 APV voorziet. Het gaat om situaties waarin geen overtreding van
wettelijke voorschriften ter bewaring van de openbare orde plaatsvindt, terwijl sprake is van een
zodanige inbreuk op orde en rust dat niet meer van een aanvaardbaar niveau kan worden
Wanneer de burgemeester besluit tot inbeslagname van de hond op grond van artikel 172, derde
lid Gemeentewet, geldt het volgende:
er sprake is van een verstoring van de openbare orde of van ernstige vrees daarvoor en de inbeslagname is noodzakelijk voor de handhaving van de openbare orde. Er zijn gevoelens van onrust in de omgeving van de hond. Dit kan blijken uit de ingewonnen informatie, bestuurlijke rapportages of uit processen-verbaal.
De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het vervoer en opslaan van de hond. Met de
opslaghouder kan besproken worden hoe het vervoer geregeld wordt. De gemeente zorgt ervoor
dat de hond een risico-assessment ondergaat. De inbeslagname duurt ongeveer vier weken,
Afhankelijk van de uitslag, wordt de hond aangeboden aan een dierenasiel voor resocialisatie,
wordt hij (onder voorwaarden) herplaatst bij een andere eigenaar of moet de hond
geëuthanaseerd worden. De hond mag in geen geval opnieuw in het bezit komen van de
Heroverweging van het aanlijn- en muilkorfgebod
Een aanlijn- en muilkorfgebod wordt in principe opgelegd voor onbepaalde tijd. De
eigenaar/houder van een hond, die een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd heeft gekregen, kan
handelingen verrichten waardoor de burgemeester het besluit heroverweegt. De
eigenaar/houder van de hond kan de hond zelf laten onderzoeken door een daartoe
gecertificeerde instelling. Dit gebeurt op kosten van de eigenaar/houder.
Indien uit het onderzoek blijkt dat de hond geen gevaar meer vormt, of indien de
eigenaar/houder en/of hond (een) cursus(sen) heeft/hebben gevolgd, die door de onderzoeker
wordt voorgesteld en uit het onderzoek vervolgens blijkt dat de hond geen gevaar meer vormt,
kan de burgemeester het besluit tot het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod van de hond
De eigenaar/houder van de hond kan een schriftelijk verzoek indienen met het verzoek het
besluit te heroverwegen met toevoeging van een schriftelijke rapportage van het onderzoek.
De burgemeester zal het resultaat van het onderzoek meenemen in de heroverweging van het
besluit. Mocht de burgemeester bij de heroverweging afwijken van het advies van de
In dit beleid is vastgelegd hoe de gemeente Pekela omgaat met bijtincidenten. Deze incidenten
zijn afhankelijk van de situatie. In bepaalde gevallen is het voor de burgemeester mogelijk om af
te wijken van het bovenstaande beleid, zowel met lichtere maatregelen (bijvoorbeeld alleen een
aanlijngebod en geen muilkorf gebod) als met verzwarende maatregelen. Dit betekent dat
stappen kunnen worden overgeslagen, dan wel dat een lichtere vorm kan worden gekozen bij het
Redenen voor lichtere maatregelen kunnen zijn:
Redenen voor verzwarende maatregelen kunnen zijn:
Wanneer er wordt afgeweken van dit beleid, wordt dit gemotiveerd. Deze mogelijkheid om van
het beleid af te wijken is van groot belang, juist omdat een goede afhandeling van een
bijtincident afhankelijk is van de specifieke aard en omvang van het incident.
Strafrechtelijke inbeslagname van de hond
Wanneer er sprake is van het door de eigenaar/houder aanhitsen tot agressief gedrag of het niet
terughouden van een hond, die een mens aanvalt (artikel 425, onder ten 1ste of ten 2e Wetboek
van strafrecht), kan de politie aangifte opnemen en in een heterdaad situatie (al dan niet in
overleg met de officier van justitie) overgaan tot (strafrechtelijke) inbeslagname van de hond. De
politie dient altijd te vragen of de eigenaar/houder afstand wil doen van de hond.
Strafrechtelijke overtreding van een kort aanlijn- en/of muilkorfgebod
Bij overtreding van het aanlijn- en muilkorfgebod in combinatie met een nieuw bijtincident kan
de officier van justitie onttrekking van de hond aan het verkeer vorderen. In het uitzonderlijke
geval dat tot inbeslagname is overgegaan, gaat het OM over tot vervreemden van de hond en zal
in het uiterste geval overgaan tot het laten euthanaseren van de gevaarlijke hond. Het laten
euthanaseren van de gevaarlijke hond gebeurt onder toezicht (direct en op kosten) van
Licht bijtincident: van een licht bijtincident is sprake wanneer een hond een persoon, hond
of ander dier bijt of in plaats daarvan een voorwerp bijt, maar daarbij geen
sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen.
Ernstig bijtincident: van een ernstig bijtincident is sprake:
Ernstig letsel: van ernstig letsel is sprake wanneer bij een persoon, hond of ander dier
medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident. Het
gaat dan bijvoorbeeld om open wonden, inwendig letsel, letsel waarbij
het slachtoffer niet in staat is om te werken of de normale dagelijkse
activiteiten uit te voeren of chirurgisch letsel.
Gevaarlijke hond: een hond, die een ernstig bijtincident heeft veroorzaakt.
Hinderlijke hond: een hond, die een licht bijtincident heeft veroorzaakt.
Kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een deugdelijke lijn met een lengte, die
gemeten van hand tot halsband, niet langer is dan 1,50 meter.
Muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof of van stevig leer, of van
beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals
zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van een mens
niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening
van de bek van de hond toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
De burgemeester acht een hond hinderlijk, in de zin van artikel 2:46 APV, als een hond een persoon of een ander dier bijt, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen. De burgemeester geeft de eigenaar/houder van de hond een waarschuwing en kan daarbij een aanlijngebod opleggen.
De burgemeester acht een hond gevaarlijk, in de zin van artikel 2:46 APV, als er sprake is van een ernstig bijtincident. Afhankelijk van de ernst van het incident kan worden overgegaan tot inbeslagname van de hond, kan worden besloten tot het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod en/of andere passende maatregelen genomen worden.
Artikel 4 Overtreding aanlijn- en muilkorfgebod
Overtreding van het opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgebod in artikelen 2 en 3 wordt op grond
van artikel 2:46 juncto 6: 1 van de APV, bestraft met een geldboete van de tweede categorie.
In opdracht van de eigenaar/houder kan bij de hond een gedragstest (risico-assessment) worden afgenomen om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Dit risico-assessment dient altijd te worden afgenomen door een keurmeester opgeleid door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied, Dogvision of een MAG-gedragstest instituut, dan wel een andere erkende en door de gemeente goedgekeurde onderzoeker of faculteit.
Artikel 6 Inbeslagname door middel van (spoedeisende) bestuursdwang
Als de eigenaar/houder van een hond, welke op grond van artikel 3 van deze beleidsregels door de burgemeester is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met het aanlijn en/of muilkorfgebod handelt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de eigenaar/houder gevraagd om vrijwillig afstand te doen van de hond.
Wanneer de eigenaar niet vrijwillig afstand doet van zijn hond, kan de burgemeester besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5: 31, tweede Pagina 3 van 10 lid Awb als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan. Er is dan sprake van spoedeisende bestuursdwang.
Bij het in het tweede en derde lid omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond geeft de burgemeester opdracht de hond te laten onderwerpen aan een gedragstest uitgevoerd door een gedragskliniek van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, of een andere erkende onderzoeker of faculteit.
Wanneer uit de gedragstest, als bedoeld in het vierde lid, blijkt dat de hond niet kan worden herplaatst bij de oorspronkelijke eigenaar, een andere eigenaar of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, wordt door de burgemeester besloten deze hond te laten inslapen. Dit wordt uitsluitend gedaan door een daartoe bevoegde dierenarts.
Artikel 7 Inbeslagname bij verstoring openbare orde
De burgemeester is op grond van artikel 172, derde lid Gemeentewet bevoegd om een hond is
beslag te nemen bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan
daarvan. Dit is het geval wanneer er sprake is van (ernstige vrees voor het ontstaan van) een zeer
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-440494.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.