Verkeersontheffing Handhaving gemeente Roosendaal

Burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal;

 

Gelet op artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994 en de inhoud van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Roosendaal (hierna de APV);

 

Overwegende dat:

  • -

    gemeentelijke toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren snel en effectief moeten reageren op onvoorziene situaties, overtredingen, calamiteiten en handhavingsverzoeken in Roosendaal;

  • -

    Toezichthouders en/of buitengewoon opsporingsambtenaren (werkzaam binnen de groep Handhaving), belast zijn met de bestuurlijke en/of strafrechtelijke handhaving van diverse wettelijke regels, waaronder de regels die bij of krachtens de APV zijn gesteld;

  • -

    het voor een goede uitvoering van deze handhavingstaak nodig is, dat aan de toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren van groep Handhaving gemeente Roosendaal vrijstelling wordt verleend van de nader genoemde bepalingen van het RVV 1990 en de Algemene plaatselijke verordening;

  • -

    een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

 

 

BESLUITEN

 

vast te stellen de verkeersontheffing Handhaving gemeente Roosendaal

 

 

Artikel I.

In dit besluit worden een aantal begrippen gehanteerd, waaronder het volgende wordt verstaan:

  • a.

    APV: de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Roosendaal;

  • b.

    RVV: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • c.

    Toezichthouder(s): persoon of personen zoals aangewezen in het Aanwijzingsbesluit toezichthouders groep Handhaving Roosendaal.

Artikel II.

Aan de toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam voor groep Handhaving van de gemeente Roosendaal, wordt op grond van de artikelen 87 RVV en 149 van de Wegenverkeerswet 1994, ontheffing verleend van:

  • a.

    Artikel 5 eerste, tweede en achtste lid RVV;

  • b.

    Artikel 10 RVV;

  • c.

    Artikel 23 eerste lid RVV;

  • d.

    Artikel 24 RVV;

  • e.

    Artikel 26 RVV;

  • f.

    Artikel 46 eerste lid RVV;

  • g.

    Artikel 62 RVV, voor zover het betreft de verkeerstekens C1, C2, C4, C6 tot en met C21, C22A, C22c, D2, D4 tot en met D7, E1 tot en met E3 en F7;

  • h.

    Artikel 76 eerste lid RVV.

Artikel III.

Aan de toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam voor de gemeente Roosendaal, wordt op grond van artikel 5:11, derde lid van de APV ontheffing verleend van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Hierin staat: Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.

Artikel IV.

Aan de toezichthouders en buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam voor de gemeente Roosendaal, wordt op grond van artikel 5:33, vijfde lid van de APV ontheffing verleend van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Hierin staat: Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

Artikel V.

De ontheffing geldt uitsluitend binnen de grenzen van de gemeente Roosendaal.

De ontheffing geldt niet voor wegen onder beheer van het Rijk, de provincie of het waterschap (artikel 149 Wegenverkeerswet 1994).

Artikel VI.

Verkeersregels waarvoor geen ontheffing is verleend, blijven onverkort van toepassing. Daaronder ook begrepen artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, inhoudende het verbod om zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

Artikel VII.

Aan deze ontheffing worden de volgende voorschriften verbonden:

De bevoegdheden die worden ontleend aan deze ontheffing mogen uitsluitend worden gebruikt als:

  • a.

    dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken van de betreffende toezichthouder of de buitengewoon opsporingsambtenaar; en

  • b.

    de betreffende toezichthouder of buitengewoonopsporingsambtenaar voor de gemeente Roosendaal op dat moment in functie is; en

  • c.

    bij de aanwending van de bevoegdheid geen direct gevaar ontstaat voor de veiligheid van personen of goederen.

Artikel VIII.

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en vervalt van rechtswege vier jaar na deze datum.

 

 

Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Roosendaal op 7 oktober 2025,

de secretaris, de burgemeester,

Naar boven