Beleidsregel Damocles gemeente Alkmaar

De burgemeester van Alkmaar;

 

Gelet op dat wat bepaald is in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet en hoofdstuk 4, titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Besluit:

 

Vast te stellen de Beleidsregel Damocles gemeente Alkmaar

 

Hoofdstuk 1: Inleiding

Nederland en dus ook de gemeente Alkmaar wordt geconfronteerd met drugs in allerlei verschijningsvormen, bezit, handel, productie, gebruik etc. Dit heeft een ondermijnende invloed op het openbare leven(leefbaarheid), het veiligheidsgevoel en de gezondheid van burgers in de gemeente.

 

De Opiumwet geeft, in artikel 13b, de mogelijkheid om de verkoop, aflevering of verstrekking of het aanwezig zijn van drugs bestuurlijk aan te pakken. Artikel 13b is een herstelmaatregel en is beslist niet bedoeld als sanctie. (Zie ook de Memorie van Toelichting behorende bij de Opiumwet.)

De aanwezigheid van, meer dan een gebruikershoeveelheid, drugs bestemd voor handel of productie vormt altijd een verstoring van de openbare orde. Met maatregelen probeer ik de openbare orde te herstellen. De bedoeling hiervan is de handel te beëindigen en beëindigd te houden, herhaling te voorkomen, en negatieve gevolgen weg te nemen, maar ook rust te creëren, eventuele overlast te beëindigen en de loop en bekendheid van de locatie weg te nemen. Hiermee wordt een drempel opgeworpen voor criminelen om criminele activiteiten uit te oefenen en wordt het proces van drugshandel verstoord. Met een sluiting wordt daarnaast een signaal afgegeven richting de buitenwereld (criminelen en omwonenden) dat de overheid optreedt tegen drugs of drugs gerelateerde activiteiten.

1.1 Kader

Dit beleid staat los van de strafrechtelijke of civielrechtelijke aanpak. De verantwoordelijkheden van de burgemeester zijn anders dan die van het Openbaar Ministerie of een verhuurder en de maatregelen die de burgemeester neemt zijn niet bestraffend bedoelt. In deze beleidsregel is alleen beschreven hoe de burgemeester van Alkmaar met de bevoegdheid van artikel 13b omgaat. Waar nodig wordt bij het uitvoeren van de beleidsregel maatwerk toegepast.

 

Op grond van artikel 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden om verdovende middelen te telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, af te leveren, verstrekken of vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen. Artikel 13b Opiumwet biedt de mogelijkheid om bestuurlijke maatregelen op te leggen wanneer artikel 2 of 3 van de Opiumwet wordt overtreden. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet blijkt dat dit artikel is bedoeld als sluitingsmaatregel en dat afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan worden gekozen voor een lichtere maatregel zoals een last onder dwangsom (artikel 5:32 eerste lid Awb)of een waarschuwing. Bij het overtreden van artikel 13b Opiumwet wordt eerst een waarschuwing gegeven. Wanneer er sprake is van verzwarende omstandigheden of herhaalde overtreding (recidive) wordt de mogelijkheid van sluiting ingezet. De burgemeester is ook bevoegd een pand te sluiten indien sprake is van voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet. Het betreft voorwerpen zoals gereedschappen, instrumenten en apparatuur bedoeld voor het vervaardigen van soft- en harddrugs. Voor wat betreft stoffen gaat het om versnijdingsmiddelen en andere grondstoffen. Bij het aantreffen van voorbereidingshandelingen wordt altijd maatwerk toegepast en geldt deze beleidsregel slechts als richtlijn.

 

Artikel 13b Opiumwet is niet gericht op de bewoner of eigenaar, maar op de locatie (woning of lokaal). Voor het toepassen van dit artikel is niet vereist dat er daadwerkelijk handel in drugs plaatsvindt. Voldoende is dat drugs aanwezig is met het kennelijke doel dit te verkopen, af te leveren of te verstrekken.

In de aanwijzing Opiumwet1 is bepaald dat maximaal 5 hennepplanten, maximaal 5 gram softdrugs of maximaal 0,5 gram harddrugs (dit wordt vertaald als: 1 pil/tablet, 1 bolletje, 1 ampul of 1 wikkel harddrugs of 5 ml GHB) als een hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt.

Bij grotere hoeveelheden wordt aangenomen dat het om een handelshoeveelheid gaat en dat er dus sprake is van het kennelijke doel dit te verkopen, afleveren of verstrekken. Bij het beoordelen of een bestuurlijke maatregel wordt ingezet sluit de burgemeester aan bij deze Aanwijzing Opiumwet. Afval (resten) worden gezien als product en tellen mee bij de beoordeling of een bestuurlijke maatregel noodzakelijk is.

Deze beleidsregel geldt voor woningen en lokalen met bijbehorende erven, maar niet voor coffeeshops en wordt alleen toegepast bij het aantreffen van handelshoeveelheden.

Hoofdstuk 2: Toepassing

De burgemeester heeft bij de bevoegdheid om artikel 13b Opiumwet toe te passen vrijheid om te beslissen en zal dus altijd belangen moeten afwegen. Steeds zal de burgemeester moeten beoordelen of de maatregel evenredig is.

 

Hierbij moet gekeken worden naar de geschiktheid van een maatregel, en moeten de belangen van een betrokkene (evenwichtigheid) worden afgewogen tegen het belang van de burgemeester (noodzakelijkheid)2. Als bijvoorbeeld met een sluiting het beoogde doel niet meer bereikt kan worden omdat de situatie al hersteld is, is sluiting niet geschikt. In het kader van de noodzaak moet worden afgewogen of met een minder ingrijpend middel dan een sluiting kan worden volstaan, zoals een last onder dwangsom of een waarschuwing. Ook wordt meegewogen hoe lang de duur tussen vondst en sluiting is en of het dan nog evenredig is een sluiting in te zetten3.

Wanneer het algemeen belang zwaarder weegt kan tot een maatregel (sluiting of last onder dwangsom) over worden gegaan. Hierbij moet in elk geval meegewogen worden of er een bepaalde binding is met de woning en of er minderjarige kinderen in de woning wonen, maar ook verwijtbaarheid en onevenredig nadeel worden meegewogen in het kader van de evenwichtigheid. Hierbij moet ook meegewogen of er sprake is van buitengerechtelijke ontbinding van een huurovereenkomst.

 

Omdat sluiten van een woning meestal ingrijpendere gevolgen heeft voor de bewoners dan de sluiting van een lokaal voor haar gebruiker wordt een onderscheid gemaakt in de maatregelen bij woningen en lokalen.

Het sluiten van woningen betekent over het algemeen een vergaand ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer en het huisrecht (artikelen 10 en 12 Grondwet en artikel 8 EVRM). Daarom mag bij een eerste overtreding niet direct tot het sluiten van een woning worden overgegaan. Er moet eerst een waarschuwing worden gegeven. Alleen als er verzwarende omstandigheden zijn kan hiervan worden afgeweken.

Bij lokalen wordt niet eerst gewaarschuwd. Niet bewoonde woningen worden gelijkgesteld aan lokalen omdat de gevolgen dan geen inbreuk maken op het huisrecht en de persoonlijke levenssfeer en dus minder ingrijpend zijn. Andersom worden lokalen als woning gezien wanneer sprake is van bewoning.

 

De in de tabellen opgenomen sluitingsduren zijn indicaties van maximale sluitingsduren. Per geval wordt in het kader van de evenredigheidstoetsing bepaald of de maximale sluitingsduur van toepassing is of dat een kortere sluiting evenrediger is. Als sprake is van bijzondere omstandigheden dan kan van sluiten worden afgezien en kan worden overgegaan tot een waarschuwing of het opleggen van een last onder dwangsom. Afhankelijk van de ernst van het geval bedraagt de dwangsom doorgaans €5000,- tot €50.000,- per overtreding. De sluiting zelf is geen bijzondere omstandigheid tenzij sprake is van een bijzondere binding met de woning. De burgemeester moet, als betrokkene kan aantonen geen enkele mogelijkheid te hebben andere woonruimte te vinden, onderzoeken of er vervangende woonruimte is (inspanningsverplichting). Dit gaat niet zo ver dat burgemeester vervangende woonruimte moet aanbieden. Het hebben van financieel nadeel is geen reden om van een sluiting af te zien.

 

Indien er sprake is van samenloop (cumulatie) van overtredingen is op grond van dit beleid de zwaarst gestelde maatregel van toepassing.

Een volgende overtreding van de Opiumwet binnen drie jaar na de verzenddatum van een bestuurlijke maatregel of een waarschuwing wordt aangemerkt als recidive. Bij herhaling van een overtreding zal de bekendheid van het pand groter zijn en is een langere sluitingstijd nodig om de openbare orde te herstellen en de met dit beleid beoogde doelen te bereiken. Bij recidive wordt gekeken naar de hoeveelheden van de laatste vondst om te kijken naar de zwaarte van de maatregel.

2.1 Woningen en/of daarbij bijbehorende erven

Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs

(6-20 hennepplanten en/of 5-30 gram softdrugs (droog)).

 

Aanwezigheid van een hoeveelheid lachgas van 11-30 ampullen.

 

Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs

(0,5-5 gram en/of 1-5 pillen/tabletten, en/of 5-50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).

Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs

(21-250 hennepplanten en/of 30,01-6999 gram softdrugs (droog)).

 

Aanwezigheid van een hoeveelheid lachgas van 31-75 ampullen.

 

Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs

(>5,01 – 25 gram en/of 6-75 pillen/tabletten en/of >51,01-250 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).

Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs

(251-500 hennepplanten en/of 7,0 kg -14,0 kg softdrugs (droog)).

 

Aanwezigheid van een hoeveelheid lachgas van 76-100 ampullen.

 

Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs

(>25,01 - 100 gram en/of 76-300 pillen/tabletten en/of 250,01-1000 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).

Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs

(501of meer hennepplanten en/of 14,01- kg of meer softdrugs (droog)).

 

Aanwezigheid van een hoeveelheid lachgas van 100 of meer ampullen.

 

Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs

(>100 gram en/of meer dan 301 pillen/tabletten en/of meer dan 1000ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).

1e constatering

Waarschuwing

3 maanden

6 maanden

9 maanden

2e constatering

2 maanden

5 maanden

8 maanden

11 maanden

3e constatering

4 maanden

7 maanden

10 maanden

12 maanden

2.2 lokalen en/of daarbij behorende erven

Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs

(6-20 hennepplanten en/of 5-30 gram softdrugs (droog)).

 

Aanwezigheid van een hoeveelheid lachgas van 11-30 ampullen.

 

Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs

(0,5-5 gram en/of 1-5 pillen/tabletten, en/of 5-50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).

Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs

(21-250 hennepplanten en/of 30,01-6999 gram softdrugs (droog)).

 

Aanwezigheid van een hoeveelheid lachgas van 31-75 ampullen.

 

Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs

(>5,01 – 25 gram en/of 6-75 pillen/tabletten en/of >51,01-250 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).

Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs

(251-500 hennepplanten en/of 7,0 kg -14,0 kg softdrugs (droog)).

 

Aanwezigheid van een hoeveelheid lachgas van 76-100 ampullen.

 

Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs

(>25,01 - 100 gram en/of 76-300 pillen/tabletten en/of 250,01-1000 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).

Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs

(501of meer hennepplanten en/of 14,01- kg of meer softdrugs (droog)).

 

Aanwezigheid van een hoeveelheid lachgas van 100 of meer ampullen.

 

Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs

(>100 gram en/of meer dan 301 pillen/tabletten en/of meer dan 1000ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs).

1e constatering

3 maanden

6 maanden

9 maanden

12 maanden

2e constatering

4 maanden

7 maanden

10 maanden

12 maanden

3e constatering

5.maanden

8 maanden

12 maanden

12 maanden

 

*Bij voorgedraaide joints wordt uitgegaan van 0,3 gram softdrugs per voorgedraaide joint.

*Een volgende overtreding van de Opiumwet binnen drie jaar na de verzenddatum van een bestuurlijke maatregel of een waarschuwing wordt aangemerkt als recidive. Bij herhaling van een overtreding zal de bekendheid van het pand groter zijn en is een langere sluitingstijd nodig om de openbare orde te herstellen en de met dit beleid beoogde doelen te bereiken. Bij recidive wordt gekeken naar de hoeveelheden van de laatste vondst om te kijken naar de zwaarte van de maatregel.

2.3 Verzwarende omstandigheden:

Omstandigheden van het geval die in elk geval meewegen in het kader van noodzakelijkheid en evenredigheid zijn: (niet limitatief)

  • -

    Mate van aantasting openbare orde en veiligheid (gevaarzetting/overlast);

  • -

    Mate van gevaar of risico voor veiligheid of gezondheid van personen in de woning/het lokaal en de omgeving (waaronder de aard en omvang van de aangetroffen goederen en stoffen);

  • -

    Mate van professionaliteit van de inrichting (overeenkomstig bijlage 1 bij Aanwijzing Opiumwet);

  • -

    Aanwezigheid meerdere soorten verdovende middelen;

  • -

    De manier hoe de verdovende middelen zijn verpakt;

  • -

    Strafbare feiten, geweldsdelicten, wapenbezit (WWM) of andere openbare orde delicten gerelateerd aan de woning/het lokaal (aantreffen (verboden) vuur- of steekwapen(s) of explosief in de woning/het lokaal of op bijbehorend erf);

  • -

    Indicaties van betrokkenheid bij grootschalige (internationale) drugshandel; en/of in combinatie met verdenking witwassen;

  • -

    De aanwezigheid van grote sommen contant geld;

  • -

    Mogelijke verkoop aan minderjarige(n);

  • -

    Bekendheid van en feitelijke handel vanuit de woning/het lokaal als drugspand in criminele circuit;

  • -

    Aantreffen druggerelateerde attributen (weegschalen, verpakkingsmaterialen, versnijdingsmiddelen, administratie, contant geld etc.);

  • -

    Illegaal aftappen stroom/water;

  • -

    Indicaties eerdere oogst;

  • -

    Antecedenten van bewoners of bezoekers (mede in het kader van recidive);

  • -

    Mate van verwijtbaarheid;

  • -

    De locatie waar de woning/het lokaal gelegen is (kwetsbare wijk heeft een maatregel een grotere signaalfunctie);

  • -

    Overige feiten en/of omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel en/of ernstige ondermijnende criminaliteit in (georganiseerd) verband.

In dit beleid wordt bewust geen onderscheid gemaakt tussen hard- en softdrugs als het gaat om verzwarende omstandigheden. Zowel bij soft- als harddrugs kan namelijk sprake zijn van een verstoring van de openbare orde die een maatregel rechtvaardigt.

De burgemeester beoordeelt aan de hand van bovenstaande feiten en omstandigheden per geval of voldoende noodzaak bestaat over te gaan tot sluiting van een pand en welke sluitingsduur noodzakelijk is.

2.4 Spoedeisende bestuursdwang

Wanneer sprake is van overtreding van de Opiumwet is de openbare orde verstoord. Dit betekent dat de burgemeester een bevel tot directe sluiting kan geven (artikel 5:31, tweede lid Awb). Het bevel van de burgemeester kan mondeling worden bekendgemaakt en wordt daarna zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd. De burgemeester kan van deze procedure afzien en gebruik maken van de mogelijkheid om eerst een zienswijze in te dienen (artikel 4:8 en 4:9 Awb). Deze laatste procedure wordt normaal gebruikt bij woningen.

De spoedsluiting duurt tot het moment dat de burgemeester een definitief besluit over de woning of het lokaal neemt. De duur van de spoedsluiting wordt in mindering gebracht bij het definitieve besluit.

Hoofdstuk 3: Proces

3.1 Kosten toepassing bestuursdwang

Wanneer er kosten worden gemaakt voor het toepassen van bestuursdwang worden deze in rekening gebracht bij betrokkene. Denk hierbij aan:

  • het vervangen van sloten;

  • dierenopvang;

  • ontruimen woning.

Dit is een opsomming van de meest voorkomende kosten en niet uitputtend. Deze kosten worden op betrokkene verhaald tenzij er geen sprake is van verwijtbaarheid.

3.2 Feitelijke toepassing bestuursdwang

Wanneer bestuursdwang wordt toegepast wordt in principe het gehele pand gesloten omdat dit de meest effectieve manier is om de situatie te beëindigen. Maatwerk bij kamerverhuur of bij een bedrijfsverzamelgebouw is mogelijk. Bij het toepassen van bestuursdwang worden maatregelen genomen die geen of zo weinig mogelijk negatief effect hebben op het woon- en leefklimaat. Dit betekent dat woningen/lokalen niet worden dichtgetimmerd, omdat het vervangen van de sloten van de toegangsdeuren en het verzegelen van de ramen en deuren meestal voldoende is. Is dat niet het geval, dan wordt maatwerk toegepast.

 

Ook wordt een openbare bekendmaking op de toegangsdeur(en) van de woning aangebracht, zodat deze sluiting kenbaar is. Na het sluiten van een woning wordt dit verwerkt in het register dat wordt bijgehouden op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB). Wanneer de sluiting wordt opgeheven of de sluitingstermijn afloopt, wordt dit aangepast in het WKPB-register.

Na sluiting mag de woning/het lokaal niet meer worden betreden.

3.3 Tussentijdse heropening

Na de sluiting mag een woning, lokaal of een daarbij behorend erf niet meer worden betreden (artikel 2:32, tweede lid, van de APV). Het overtreden van het bevel van de burgemeester om het pand niet te betreden gedurende de sluiting, is strafbaar gesteld in artikel 184 van het wetboek van Strafrecht. Ook het verbreken van een zegel is strafbaar gesteld, in artikel 199 van het wetboek van Strafrecht.

De burgemeester kan in uitzonderlijke gevallen besluiten om een woning of lokaal dat gesloten is tijdelijk te (laten) betreden. Hiermee wordt terughoudend omgegaan. Er wordt alleen toestemming gegeven als er dringende of zwaarwichtige omstandigheden zijn die dit noodzakelijk maken. Hierbij kan worden gedacht aan schadereparatie aan de woning/het lokaal of ontruiming van de woning/het lokaal. De burgmeester bepaalt de duur van de tussentijdse heropening en kan voorschriften aan de toestemming verbinden.

3.4 Opheffing sluiting

De sluitingsduur in dit beleid is afgestemd op de periode die noodzakelijk wordt geacht om de openbare orde en veiligheid te herstellen. Daarna kan de burgemeester op verzoek een sluiting opheffen. In dat verzoek moet onder andere gemotiveerd aangegeven worden dat het op basis van nieuwe feiten en omstandigheden aannemelijk is dat er niet opnieuw overtredingen van de Opiumwet in of vanuit die woning/lokaal of op een daarbij behorend erf zullen worden gepleegd. Kortom, er moeten dus voldoende maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat in of vanuit de woning of het lokaal of op het daarbij behorende erf opnieuw overtredingen plaatsvinden van de Opiumwet. Alleen een nieuwe huurder of gebruiker is daarvoor onvoldoende. Wel wordt het beëindigen van de huur meegewogen om te kijken of een pand eerder geopend kan worden.

 

De burgemeester maakt van de bevoegdheid tot het eerder opheffen van de sluiting terughoudend gebruik. Alleen als aannemelijk is dat er geen enkel redelijk doel meer met de sluiting is gediend, waarbij rekening wordt gehouden met de aard, ernst en duur van de overtreding en daarnaast met de uitgangspunten van dit Damoclesbeleid, kan de burgemeester besluiten om de sluiting tussentijds op te heffen. Dit hangt af van de situatie en zal onder andere moeten blijken uit politie-informatie.

 

Wanneer de opgelegde sluitingstermijn is verstreken of eerder tot het opheffen van de sluiting wordt overgegaan vindt in overleg met de eigenaar en/of bewoners een overdracht plaats.

Hoofdstuk 4: Slotbepalingen

4.1 Intrekking

De Beleidsregel “Damocles gemeente Alkmaar” op 22 november 2022, wordt ingetrokken.

4.2 Inwerkingtreding

De gewijzigde beleidsregel Damocles gemeente Alkmaar treedt in werking op de dag na bekendmaken ervan.

4.3. Overgangsrecht

Gegeven waarschuwingen, andersoortige handhavingsbesluiten, verzoeken om heropening en bezwaarschriften waarop nog niet is beslist, worden overeenkomstig de ingetrokken beleidsregels onder 4.1 afgehandeld.

4.4 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel Damocles gemeente Alkmaar”.

Vastgesteld op 1 oktober 2025,

mw. drs. A.M.C.G. (Anja) Schouten, burgemeester

Naar boven