Subsidieregels peuteropvang en voorschoolse educatie De Ronde Venen 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen;

 

Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening De Ronde Venen en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Overwegende dat;

 

peuteropvang voor alle peuters in de gemeente De Ronde Venen toegankelijk is in de directe woonomgeving van het kind en aangeboden wordt ter bevordering van de ontwikkelingsmogelijkheden van peuters;

 

besluiten:

 

Vast te stellen de volgende subsidieregels:

 

Subsidieregels peuteropvang en voorschoolse educatie De Ronde Venen 2026

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Algemene bepalingen

Voor de toepassing van deze subsidieregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Adviestabel VNG: Een jaarlijks door De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) gepubliceerde tabel die gebruikt kan worden voor de berekening van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage van de peuteropvang;

  • b.

    College: College van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen;

  • c.

    Doelgroeppeuter: Een peuter woonachtig in De Ronde Venen tussen de 2,5 en 4 jaar met een VVE-indicatie;

  • d.

    Inkomensverklaring (voorheen IB60): een officiële verklaring van de Belastingdienst inzake de inkomensgegevens van een persoon in een bepaald belastingjaar;

  • e.

    Kindercentrum: Een voorziening van kinderopvang, zoals bedoeld in de Wet kinderopvang, welke is ingeschreven in het LRK;

  • f.

    Kinderopvangtoeslag: Inkomensafhankelijke bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van kinderopvang dat onder de Wet kinderopvang valt voor werkende en studerende ouders, uitbetaald door de belastingdienst;

  • g.

    KOT: kinderopvangtoeslag;

  • h.

    LRK: Landelijk Register Kinderopvang;

  • i.

    Organisatie: een kindercentrum gevestigd in de gemeente De Ronde Venen;

  • j.

    Ouderbijdrage: de inkomensafhankelijke eigen bijdrage per maand per peuter die de instelling bij ouders/ verzorgers zonder recht op KOT in rekening brengt gedurende de periode dat gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang;

  • k.

    Overdrachtsformulier: Het formulier welke in het kader van de doorgaande leerlijn in De Ronde Venen wordt gebruikt bij de overdracht van peuters van de peuteropvang naar het primair onderwijs;

  • l.

    Peuter; een kind woonachtig in De Ronde Venen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar;

  • m.

    Peutergroep: een stamgroep bestaande uit maximaal 16 peuters per dag in een kindercentrum;

  • n.

    VE (Voorschoolse educatie): aanbod van een VE-programma binnen de kinderopvang, waarmee op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal emotionele ontwikkeling;

  • o.

    VVE- indicatie: een indicatie voor het volgen van Voor- en Vroegschoolse Educatie, afgegeven door JGZ aan kinderen met (een risico op) een ontwikkelingsachterstand, met name een taalachterstand.

Artikel 2. Doel

Deze subsidieregels hebben als doel om de peuteropvang met VE toegankelijk te maken voor (doelgroep)peuter, om hen een zo goed mogelijke start op de basisschool te kunnen bieden.

Artikel 3. Subsidievoorwaarden

  • 1.

    De peutergroep is toegankelijk voor alle (doelgroep) peuters uit de gemeente De Ronde Venen en er is geen belemmering voor de vrije schoolkeuze van ouders na de peuterperiode.

  • 2.

    De organisatie geeft bij vrijgekomen plaatsen voorrang aan doelgroeppeuters.

  • 3.

    De peutergroep bestaat dagelijks voor maximaal 65% uit doelgroeppeuters.

  • 4.

    De organisatie biedt op alle groepen waarbinnen voor (doelgroep)peuters subsidie wordt ontvangen, VE aan, ongeacht of er doelgroeppeuters aanwezig zijn

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

Subsidiabele activiteiten zijn:

  • 1.

    Het aanbieden van peuteropvang met VE aan een peuter van 2 tot 4 jaar, van ouders zonder KOT op tenminste twee dagen per week van totaal 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar; of

  • 2.

    Het aanbieden van peuteropvang met VE aan een doelgroeppeuter van ouders zonder KOT van gemiddeld 16 uur per week gedurende 40 weken per jaar; deze ouders betalen over twee dagdelen per week van totaal 8 uur de inkomensafhankelijke ouderbijdrage of

  • 3.

    Het aanbieden van peuteropvang met VE aan een doelgroeppeuter van ouders met KOT van gemiddeld 16 uur per week: subsidie beschikbaar voor gemiddeld 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar; deze ouders nemen naast deze uren nog aanvullend twee dagdelen per week af van totaal 8 uur, welke zij volledig zelf betalen en waarover zij kinderopvangtoeslag aan kunnen vragen.

Hoofdstuk 2 Eisen aan de aanvrager en aanvraag

Artikel 5. De aanvrager

Aanvrager is een houder waarvan het kindercentrum gevestigd is in de gemeente De Ronde Venen en is opgenomen in het LRK met een VE-registratie.

Artikel 6. Voorwaarden aanvraag

  • 1.

    De aanvraag dient tussen 1 oktober en 1 november voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd schriftelijk bij het college te zijn ingediend.

  • 2.

    De peuters zijn geplaatst in een aparte peutergroep, waarin alle peuters 4 uur per dag aanwezig zijn gedurende 40 weken per jaar.

  • 3.

    Uiterlijk 15 december voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd wordt een besluit genomen over de voorlopige subsidieverlening.

Artikel 7. Bij de subsidieaanvraag te overleggen gegevens

  • 1.

    De aanvrager dient bij de aanvraag de volgende gegevens en stukken te overleggen:

    • a.

      Het ingevulde format subsidieaanvraag peuteropvang gemeente De Ronde Venen zoals deze geldt voor het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      het verwachte aantal reguliere peuters van ouders zonder KOT gemiddeld per maand;

    • c.

      het verwachte aantal doelgroeppeuters van ouders zonder KOT gemiddeld Per maand;

    • d.

      het verwachte aantal doelgroeppeuters van ouders met KOT gemiddeld per maand voor het deel waarvoor geen KOT wordt aangevraagd.

  • 2.

    Alleen aanvragen die in de periode genoemd in het tweede lid van het artikel 6, dus inclusief alle bijlagen, zijn ontvangen, worden in behandeling genomen.

Artikel 8. Overdracht

De organisatie maakt actief gebruik van het overdrachtsformulier van de gemeente en dit formulier wordt (met toestemming van de ouders bij de intake) digitaal door de organisatie verzonden aan de school. Bij doelgroeppeuters biedt de organisatie een warme overdracht naar het primair onderwijs.

Artikel 9. Ouderbijdrage

  • 1.

    De organisatie past voor de berekening van de ouderbijdrage de Adviestabel VNG toe met het door de organisatie gehanteerde uurtarief; het uurtarief is niet hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.

  • 2.

    Berekening van de hoogte van het inkomen van ouder(s) geschiedt op grond van inkomensverklaringen van beide ouders (bij eenoudergezin van één ouder) van twee jaar voorafgaand aan het eerste jaar van opvang. Voor het tweede jaar dient alleen bij wijziging van het inkomen een nieuwe Inkomensverklaring te worden overlegd. Bij grote wijzigingen tussentijds kan een aanpassing van de eigen bijdrage plaatsvinden. Hierbij wordt aanvullend een bewijsstuk (zoals salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering) gevraagd, waaruit moet blijken dat de inkomenswijziging structureel is.

  • 3.

    De organisatie brengt aan KOT-ouders een uurtarief in rekening dat niet hoger is dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief.

Artikel 10. Kwaliteitseisen

  • 1.

    De organisatie zorgt ervoor dat de intensiteit en de kwaliteit van de VE wordt versterkt door het inzetten van wettelijk vereiste pedagogisch beleidsmedewerker VE voor netto 10 uur per doelgroeppeuter per jaar. Deze inzet wordt gerealiseerd in werkelijk ingezette uren en niet in contracturen. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met afwezigheid door vakantie-, verlof- en feestdagen.

  • 2.

    De organisatie levert een actieve bijdrage aan en conformeert zich aan wijzigingen die voortvloeien uit het beleid gericht op jonge kinderen (Samenwerkingsagenda onderwijs).

Hoofdstuk 3 Subsidiebedragen

Artikel 11. Hoogte van de subsidiebedragen

  • 1.

    De subsidie voor het aanbieden van VE-peuteropvang aan een peuter zonder KOT, zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, van deze subsidieregels, bedraagt op jaarbasis minimaal 280 uur en maximaal 320 uur maal het door de organisatie gehanteerde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage op basis van dit uurtarief.

  • 2.

    De subsidie voor het aanbieden van VE-peuteropvang, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, van deze subsidie regels, aan een doelgroeppeuter zonder KOT bedraagt op jaarbasis 640 uur x het door de organisatie gehanteerde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage op basis van dit uurtarief voor 320 uur per jaar.

  • 3.

    De subsidie voor het aanbieden van VE-peuteropvang, zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, van deze vastgestelde regels, aan een doelgroeppeuter met KOT bedraagt op jaarbasis 320 uur maal het door de organisatie gehanteerde uurtarief.

  • 4.

    Voor doelgroeppeuters is naast de bedragen genoemd in artikel 11 lid 2 en lid 3 een aanvullende subsidie per doelgroeppeuter per jaar beschikbaar voor extra werkzaamheden die nodig zijn voor doelgroeppeuters. Dit VE-jaarbedrag wordt naar rato van de periode van plaatsing in dat betreffende jaar per peuter vastgesteld.

  • 5.

    Voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE is naast de bedragen genoemd in dit artikel een aanvullende subsidie per doelgroeppeuter per jaar beschikbaar. Deze inzet wordt gebaseerd op het aantal doelgroeppeuters op 1 januari van het betreffende jaar.

  • 6.

    Het maximum uurtarief, het VE-jaarbedrag, het subsidiebedrag voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE en de geldende ouderbijdrage zijn opgenomen in bijlage 1 van deze subsidieregels. Het maximum uurtarief, het VE-jaarbedrag, het subsidiebedrag voor de pedagogisch beleidsmedewerker VE en de ouderbijdrage kunnen per jaar door het college worden aangepast.

Hoofdstuk 4 Bevoorschotting en betaling van de subsidie na verlening

Artikel 12. Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Wanneer de totaal door de aanvrager te ontvangen subsidie € 25.000 of minder bedraagt, wordt het volledige bedrag bevoorschot uiterlijk binnen acht weken na de subsidieverlening, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is bepaald.

  • 2.

    Wanneer de totaal door de aanvrager te ontvangen subsidie meer dan € 25.000 bedraagt, wordt, wordt 80% van het te subsidiëren bedrag bevoorschot, uiterlijk binnen acht weken na weken na de subsidieverlening, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is bepaald.

  • 3.

    In juni van het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd dient de organisatie een tussenstand van het aantal te subsidiëren (doelgroep) peuters door te geven. In de loop van het jaar kan bij een organisatie namelijk het aantal peuters stijgen of dalen. Indien halverwege het jaar blijkt dat het aantal peuters meer dan 20% afwijkt van de aangevraagde subsidieplaatsen, dan vindt in overleg met de betrokken organisatie(s) een heroverweging van de subsidie plaats. Mocht de heroverweging leiden tot een wijziging in de subsidieverlening, dan ontvangt de organisatie een vervangend besluit van het college.

Hoofdstuk 5 Verantwoording en vaststelling van subsidie

Artikel 13 Vaststelling subsidie

  • 1.

    De organisatie dient een aanvraag tot subsidievaststelling in bij het college vóór 15 februari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      per locatie, een overzicht van peuters, met vermelding van naam, woonplaats, geboortedatum, datum start deelname peuterprogramma, (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma en de in rekening gebrachte ouderbijdrage, over het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt vastgesteld;

    • b.

      per locatie een overzicht van doelgroeppeuters, onderverdeeld naar doelgroeppeuters van ouders zonder KOT en doelgroeppeuters met KOT, met vermelding van naam, woonplaats, geboortedatum, datum start deelname peuterprogramma, (voor zover van toepassing) datum beëindiging deelname peuterprogramma en voor de doelgroeppeuters zonder KOT de in rekening gebrachte ouderbijdrage, over het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt vastgesteld;

  • 3.

    Naast bovengenoemde informatie dienen de volgende documenten bij houder aanwezig te zijn:

    • a.

      Van doelgroeppeuters dienen bij de houder bewijsstukken aanwezig te zijn waaruit blijkt dat voor de betreffende peuters aanspraak is op VE (indicatie consultatiebureau).

    • b.

      Van ouders zonder KOT dienen bij de organisatie bewijsstukken aanwezig te zijn waaruit dit blijkt (ouderverklaring en inkomensverklaring belastingdienst).

  • 4.

    Naast de informatie en/of bescheiden als genoemd in het derde lid kan ook andere informatie en/of bescheiden worden verlangd, voor zover dat:

    • a.

      voor een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling nodig is;

    • b.

      nodig is voor het verstrekken van informatie aan overheidsinstellingen of daaraan verbonden inspectiediensten voor zover noodzakelijk voor nakoming van een wettelijke verplichting of voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak;

  • 5.

    Het college kan met minder informatie en/of bescheiden dan genoemd in het derde lid genoegen nemen, voor zover dat een goede beoordeling van een aanvraag tot vaststelling redelijkerwijs niet in de weg staat.

Artikel 14. Berekeningswijze subsidie voor aanbieden van VE- peuteropvang bij de subsidievaststelling

Bij de vaststelling van de subsidie wordt de subsidie berekend op basis van het daadwerkelijk aantal afgenomen uren per (doelgroep)peuter en de werkelijk gefactureerde ouderbijdragen en de berekening in artikel 11 van deze subsidieregels.

Artikel 15. Berekeningswijze subsidie bij vaststelling, wanneer de aanvrager gedurende het kalenderjaar de activiteiten heeft beëindigd

Wanneer de aanvrager gedurende het kalenderjaar waarvoor een subsidie is verleend heeft opgehouden uitvoering te geven aan de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 11 van deze subsidieregels, vindt de vaststelling van de subsidie naar rato plaats, dat wil zeggen rekening houdende met het aantal maanden dat de activiteit is uitgevoerd.

Hoofdstuk 6 Betaling en terugvordering van de subsidie na vaststelling

Artikel 16. Betaling en terugvordering

  • 1.

    Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, na aftrek van het reeds op grond van artikel 12 van deze subsidieregels verleende voorschot, uiterlijk binnen 8 weken na de subsidievaststelling, tenzij bij de subsidievaststelling een andere termijn is bepaald.

  • 2.

    Wanneer het vastgestelde subsidiebedrag lager is dan op grond van artikel 11 van deze subsidieregels verleende voorschot, wordt het te veel betaalde teruggevorderd.

Hoofdstuk 7 Indexering subsidiebedragen

Artikel 17. Indexering subsidiebedragen

In verband met de kostenontwikkeling in de kinderopvang kan één keer per jaar besloten worden tot het indexeren van de subsidiebedragen. Het college volgt daarbij de indexering van het ministerie van SZW voor de maximum uurtarieven voor de KOT, tenzij er reden is om daarvan af te wijken.

Hoofdstuk 8 Overgangsbepalingen

Artikel 18. Overgangsbepalingen

  • 1.

    Op verleende subsidies over het jaar 2025 en op aanvragen tot vaststelling van deze subsidies zijn de subsidieregels subsidie peuteropvang en voorschoolse Educatie De Ronde Venen 2022 van toepassing.

  • 2.

    De Subsidieregels subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie De Ronde Venen 2026 zijn van toepassing op aanvragen voor subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie De Ronde Venen voor de periode vanaf 1 januari 2026.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 19. Inwerkingtreding

  • 1.

    De Nadere regels subsidie peuteropvang en VVE De Ronde Venen 2022 worden ingetrokken.

  • 2.

    Deze subsidieregels treden in werking de dag na die van bekendmaking.

Artikel 20. Citeertitel

Deze subsidieregels worden aangehaald als Subsidieregels peuteropvang en voorschoolse educatie De Ronde Venen 2026.

Mijdrecht, 30 september 2025

Burgemeester en wethouders van De Ronde Venen,

de secretaris,

Marco Vonk

de burgemeester,

Maarten Divendal

Naar boven