Gemeenteblad van Alphen aan den Rijn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alphen aan den Rijn | Gemeenteblad 2025, 434014 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alphen aan den Rijn | Gemeenteblad 2025, 434014 | beleidsregel |
Beleidsregel gemeenschappelijke bergingen bij nieuwe woongebouwen gemeente Alphen aan den Rijn 2025
Het college van burgemeester en wethouders,
op grond van artikel 4.7 van het Bbl het college bevoegd is om te oordelen dat een voorgestelde alternatieve oplossing (een maatwerkregel), bij het realiseren van collectieve buitenbergingen, ten minste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu (gelijkwaardigheid) biedt, als bedoeld in artikel 4.171 Bbl;
gelet op artikel 4.7 lid 1 Omgevingswet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb),
vast te stellen de navolgende “Beleidsregel gemeenschappelijke bergingen bij nieuwe woongebouwen gemeente Alphen aan den Rijn 2025”:
Artikel 2 Aanvraag tot toepassing gelijkwaardigheid op grond van artikel 4.7 Ow en artikelen 2.4 en 2.5 Bbl
Het beheer van een gemeenschappelijke fietsenberging voldoet minimaal aan de volgende voorwaarden:
Artikel 7 Kwaliteitseisen gemeenschappelijke fietsenbergingen en scootmobielstallingen
Bij zijn oordeel over de gelijkwaardigheid als bedoeld in artikel 2, vierde lid, betrekt het college in ieder geval de kwaliteitseisen t.a.v. gemeenschappelijke fietsenbergingen (bereikbaarheid, bruikbaarheid etc.) die zijn opgenomen in de Parkeernota 2025, zoals deze geldt op het moment van de aanvraag om omgevingsvergunning.
Aanvullend worden de volgende kwaliteitseisen t.a.v. gemeenschappelijke fietsenbergingen en scootmobielstallingen betrokken bij het oordeel over gelijkwaardigheid:
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn op 9 september 2025
In het Bbl is de eis opgenomen dat nieuw te bouwen woningen met een gebruiksvloeroppervlak van meer dan 50 m2 een individuele, afsluitbare bergruimte van tenminste 5 m2 moeten hebben. Dit volgt uit de volgende bepalingen in het Bouwbesluit:
In de praktijk blijken deze eisen niet altijd goed aan te sluiten bij de behoefte. Bij hoogbouw leiden deze eisen er in sommige gevallen toe dat een aanzienlijk deel van de plint of kelder wordt ingevuld met individuele bergingen. Hierdoor kan een uitgebreid gangenstelsel met moeilijk bereikbare individuele bergingen ontstaan, die niet uitnodigen om een fiets te stallen. Ook kunnen bergingen gebruikt worden voor andere zaken dan fietsen, waardoor er geen ruimte overblijft voor de fiets. Het realiseren van individuele bergingen kan daarnaast leiden tot een introverte uitstraling van de plint. Ook kan het voorkomen dat de bergingen bij de appartementen zelf worden gerealiseerd waardoor de fietsen meegenomen moeten worden op de verdiepingen.
Als de individuele berging onvoldoende aantrekkelijk is voor het stallen van fietsen, zal dit er toe leiden dat meer fietsen in de openbare ruimte worden gestald. Dit kan tot verrommeling en verkeersonveilige situaties leiden, wat niet wenselijk is. Om overlast in de openbare ruimte te beperken en om fietsgebruik te stimuleren is het belangrijk dat goed toegankelijke, makkelijk bruikbare en veilige fietsenstallingen worden gerealiseerd. Overigens is van belang dat de uitstraling van de plint waarin de gezamenlijke fietsenberging wordt gerealiseerd, moet voldoen aan de geldende welstandseisen.
Het Bouwbesluit schrijft dus een individuele berging voor, maar biedt ook de mogelijkheid voor ‘gelijkwaardige oplossingen’. Een gemeenschappelijke fietsenberging en stallingsruimte voor scootmobielen kan onder voorwaarden een gelijkwaardig alternatief zijn voor individuele bergingen. Diverse gemeenten, waaronder de vier grote steden, hebben in beleidsregels of bouwbrieven beschreven onder welke voorwaarden een gemeenschappelijke berging als gelijkwaardig kan worden gezien.
In Alphen aan den Rijn wordt de komende jaren op meerdere locaties hoogbouw ontwikkeld. De gemeente wil onder voorwaarden de ruimte bieden voor gelijkwaardige oplossingen zodat voor die ontwikkelingen meer mogelijkheden ontstaan voor een goede oplossing van het stallen van fietsen en een stedenbouwkundig goede invulling van de locatie.
Door de voorwaarden in een beleidsregel vast te leggen, maakt het college van burgemeester en wethouders op voorhand transparant op welke aspecten de ‘gelijkwaardige oplossing’ wordt getoetst.
Op een aantal onderdelen wordt de beleidsregel hieronder toegelicht:
De vraag naar een gemeenschappelijke fietsenberging als ‘gelijkwaardige oplossing’ voor individuele bergingen speelt vooral bij de bouw van appartementen of bij gemeenschappelijke woonvormen als een Knarrenhof. Bij bijvoorbeeld grondgebonden eengezinswoningen zullen vaak voldoende mogelijkheden zijn om aan de eis van een individuele berging te voldoen.
2. Overige bergruimte bij woningen
De minimaal 5 m2 individuele bergruimte die in het Bouwbesluit wordt voorgeschreven, is niet alleen bedoeld voor de bergruimte van fietsen. Daarom zal, als wordt gekozen voor een collectieve fietsenstalling, ook bergruimte moeten worden gerealiseerd voor andere zaken. In lijn met de oppervlakte die andere gemeenten daarvoor hanteren, wordt aangehouden dat bij een gelijkwaardige oplossing in een woning een individuele bergruimte van minimaal 2,7 m2 gebruiksoppervlakte moet worden gerealiseerd. De oppervlakte die een verwarmingstoestel of andere gebouwgebonden installatie inneemt, mag geen onderdeel uitmaken van deze 2,7 m2.
3. Aantal fietsen per woning en oppervlakte scootmobielstallingen
Afhankelijk van de grootte van een woning dient een aantal stallingsplaatsen voor fietsen van bewoners te worden gerealiseerd in de fietsenstalling. De normen voor het aantal plaatsen zijn opgenomen in de gemeentelijke Parkeernota 2025 . Ook de afmetingen waaraan stallingsplekken voor fietsen moeten voldoen, zijn beschreven in de Parkeernota 2025. In voorliggende beleidsregel wordt verwezen naar de normen in de ‘actuele’ Nota in plaats van naar een specifieke Nota Parkeernormen. Dit om te voorkomen dat bij toekomstige wijzigingen van de normen voorliggende beleidsregel moet worden aangepast.
Om vanuit de WMO aanspraak te kunnen maken op een scootmobiel, moet worden aangetoond dat stallingsruimte beschikbaar is. Als onderdeel van gelijkwaardigheid wordt daarom ook de voorwaarde gesteld dat een gemeenschappelijke stalling voor scootmobielen wordt gerealiseerd. De oppervlakte die benodigd is voor het stallen van scootmobielen maakt geen onderdeel uit van de Nota Parkeernormen. De benodigde oppervlakte is daarom in deze beleidsregel zelf opgenomen en is in lijn met de oppervlakte die veel andere gemeenten hanteren. Bij niet elke doelgroep zal echter een even grote behoefte bestaan aan stallingsruimte voor een scootmobiel. Daarom is in artikel 4 lid 5 een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van de verplichte oppervlakte voor een scootmobielstalling.
4. Kwaliteitseisen aan gezamenlijke fietsenbergingen en scootmobielstallingen
In de Parkeernota 2025 zijn kwaliteitseisen opgenomen waaraan een gemeenschappelijke fietsenberging moet voldoen. Het betreft dan kwaliteitseisen over toegankelijkheid, bereikbaarheid, bruikbaarheid etc. In voorliggende beleidsregel wordt verwezen naar de kwaliteitseisen in de ‘actuele’ Nota Parkeernormen in plaats van naar een specifieke Nota Parkeernormen. Dit om te voorkomen dat bij toekomstige wijzigingen van de normen voorliggende beleidsregel moet worden aangepast. Behalve deze verwijzing zijn nog enkele aanvullende kwaliteitseisen t.a.v. gezamenlijke fietsenbergingen opgenomen en zijn de kwaliteitseisen t.a.v. scootmobielstallingen opgenomen. Een belangrijk aandachtspunt bij met name scootmobielstallingen is de (brand)veiligheid. Als onderdeel van de kwaliteitstoets is daarom de beoordeling en de goedkeuring van de brandweer als voorwaarde opgenomen.
Over het algemeen zal een scootmobielberging altijd in een eigen brandcompartiment moeten liggen. Scootmobielen stallen in of langs een vluchtroute is niet toegestaan volgens het Bbl: Artikel 6.15a (geen brandgevaarlijke objecten op vluchtroute woongebouw)
In de ‘Parkeernota 2025, die op het moment van vaststelling van deze beleidsregel van toepassing is, zijn de kwaliteitseisen voor fietsenstallingen opgenomen in bijlage 3.2.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-434014.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.