Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot vaststelling van de subsidieplafonds behorende bij de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op artikel 1.5 van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam, dat bepaalt dat het college de bevoegdheid heeft om:

  • -

    subsidieplafonds vast te stellen voor de verschillende te subsidiëren activiteiten;

  • -

    jaarlijks de hoogte van de maximum subsidiebedragen per activiteit vast te stellen.

besluit:

Artikel 1  

  • 1.

    Voor het jaar 2026 de volgende subsidieplafonds en bij behorende maximum subsidiebedragen vast te stellen:

    • a.

      een subsidieplafond van € 130.000 voor de voorbereiding op VE als bedoeld in artikel 2.1 van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam, waarbij de volgende maximum te verlenen subsidiebedragen gelden:

      • -

        € 9.685 per groep op een nieuwe voorschoollocatie

      • -

        € 8.500 per groep op een bestaande voorschoollocatie;

    • b.

      Een subsidieplafond van € 20.060.000 voor het uitvoeren van VE als bedoeld in artikel 2.5 van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam, waarbij:

      • -

        een maximum subsidie basisbedrag per groep geldt dat wordt berekend op grond van het aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar dat op de groep minimaal tien uur VE per week volgt conform onderstaande tabel:

        Categorie

        Aantal kinderen per groep

        Bedrag per groep

        categorie 1

        <8

        0

        categorie 2

        8-9

        20.800

        categorie 3

        10-12

        27.500

        categorie 4

        13-16

        34.175

        categorie 5

        17-20

        40.900

        categorie 6

        21-24

        47.625

        categorie 7

        >25

        54.350

      • -

        het maximum subsidie basisbedrag per groep wordt aangevuld met een maximum bedrag gebaseerd op het gemiddeld aantal peuters dat op de groep per week VE volgt met een voorschooladvies conform onderstaande tabel:

        Categorie

        Aantal doelgroep- kinderen per groep

        Bedrag per groep

        categorie 1**

        0-4

        0

        categorie 2

        5-8

        5.800

        categorie 3

        9-12

        11.325

        categorie 4

        13-16

        17.050

        categorie 5

        17-20

        22.775

        categorie 6

        21-24

        28.475

        categorie 7

        >25

        34.175

        ** dit is verwerkt in het basisbedrag

    • c.

      een subsidieplafond van € 200.000 voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep als bedoeld in artikel 3.1 van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam, waarbij de volgende maximum te verlenen subsidiebedragen gelden:

      • -

        € 9.685 per groep op een nieuwe kinderopvangzorggroep locatie;

      • -

        € 8.500 per groep op een bestaande kinderopvangzorggroep locatie;

    • d.

      een subsidieplafond van € 2.2250.00 voor het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep als bedoeld in artikel 3.6 en voor het tijdelijk voortzetten van een plusvoorziening als bedoeld in artikel 3.11 van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam, waarbij een maximum subsidiebedrag € 57.400 per groep geldt.

  • 2.

    Een verlaging van de subsidieplafonds na aanvang van het tijdvak waarvoor de subsidieplafonds zijn vastgesteld die voortvloeit uit de vaststelling door de gemeenteraad van de begroting 2026, is ook van toepassing op voordien ingediende aanvragen voor subsidies.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking

Aldus vastgesteld in de vergadering van 23 september 2025

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Peter Teesink

Toelichting

Met dit besluit worden de subsidieplafonds vastgesteld voor de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam per groep activiteiten voor het jaar 2026. Dit geeft het college het instrument om subsidies te weigeren als de middelen uitgeput raken. Artikel 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt namelijk dat een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Het college hoeft deze weigeringsgrond verder niet toe te lichten.

 

De begroting voor het kalenderjaar 2026 moet nog door de gemeenteraad worden vastgesteld, waardoor het in de voorlopige begroting 2026 gereserveerde budget voor de uitvoering van deze subsidieregeling nog naar beneden kan worden bijgesteld.

 

Op grond van artikel 4:28 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt het college dat indien de subsidieplafonds na vaststelling van de begroting moeten worden verlaagd, deze verlaging ook geldt voor aanvragen die daarvoor zijn ingediend. De subsidies zullen in dit geval worden verleend op basis van de verlaagde subsidieplafonds conform de daarvoor in de subsidieregeling voorgeschreven verdeelsystematiek. Hiermee wordt een uitzondering gemaakt op de hoofdregel van artikel 4:27, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat als een subsidieplafond na het tijdvak, waarvoor het is ingesteld wordt bekend gemaakt, dit geen gevolgen heeft voor eerder ingediende aanvragen.

 

Indien subsidies al zijn verleend, kunnen deze alleen worden verlaagd als in de verleningsbeschikking een begrotingsvoorbehoud is gemaakt als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

Naar boven