Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023,

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

 

Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    Aangepast ontwikkelaanbod: vorm van VE die kan worden afgestemd op het individuele ontwikkelingsniveau van een kind;

  • -

    Aanvullende jeugdhulppartner: jeugdhulppartner die in opdracht van de gemeente aanvullende jeugdhulp uitvoert en in dat kader samenwerkt met het kindercentrum voor een kinderopvangzorggroep;

  • -

    Amsterdamse kwaliteitseisen: de extra voorwaarden die in aanvulling op de wettelijke eisen de Amsterdamse standaard voor voorschools aanbod vormen, zoals opgenomen in hoofdstuk 1. van het Amsterdamse profiel voorschools aanbod;

  • -

    Amsterdamse norm voor startbekwaamheid: de Amsterdamse opleidings- en taaleisen waaraan de beroepskrachten VE, in aanvulling op de wettelijke eisen moeten voldoen;

  • -

    Amsterdams profiel voorschools aanbod: door de raad op 18 september 2025 vastgesteld beleidskader voor de kwaliteit van het voorschools aanbod in Amsterdam, bestaande uit Amsterdamse kwaliteitseisen en bouwstenen voor een kwalitatief goed voorschools aanbod;

  • -

    Amsterdamse taalnorm: de taalnorm waaraan de beroepskrachten VE, in aanvulling op de wettelijke eisen moeten voldoen;

  • -

    ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;

  • -

    bouwstenen: onderdelen van een kwalitatief goed voorschools aanbod zoals vastgesteld in het Amsterdams profiel voorschools aanbod;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • -

    Elektronisch Loket VVE: een systeem waarin ieder kind dat deelneemt aan of is aangemeld voor deelname aan VE wordt geregistreerd;

  • -

    groep: een vaste groep kinderen in de dagopvang, waarbinnen gelijktijdig ten hoogste zestien kinderen worden opgevangen;

  • -

    kinderen: kinderen van 2 tot 4 jaar die staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie van Amsterdam;

  • -

    kindercentrum: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de Wko dat is gevestigd in Amsterdam en dat is opgenomen in het landelijk register kinderopvang;

  • -

    kinderopvangzorggroep: vaste groep in de voorschool, waarbinnen gelijktijdig ten hoogste acht kinderen met een ernstige ontwikkelingsachterstand een aangepast ontwikkelaanbod volgen;

  • -

    kindvolgsysteem: een systeem waarin periodiek de voortgang van de ontwikkeling van een kind wordt geregistreerd;

  • -

    OKA: ouder- en kindadviseur;

  • -

    OKT: ouder- en kindteam;

  • -

    ouderbetrokkenheid: activiteiten door en gericht op ouders ter stimulering van de ontwikkeling van het kind;

  • -

    plusvoorziening: ontwikkelaanbod op maat in de vorm van een voorschool-plusgroep, een diagnose/analysegroep of een groep bij een AZC ter voorbereiding op deelname aan de voorschool als bedoeld in artikel 4, derde lid van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en ontwikkelaanbod Amsterdam 2019;

  • -

    taakuren: uren van de beroepskrachten die worden ingezet voor indirecte werkzaamheden ten behoeve van de VE en die niet worden meegerekend bij de wettelijk voorgeschreven verhouding tussen het minimum aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen in een groep in de kinderopvang;

  • -

    toezichthouder: de toezichthouder bedoeld in artikel 1.61, tweede lid, van de Wko;

  • -

    VE: voorschoolse educatie, inhoudende een door het college gesubsidieerd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten;

  • -

    VE-coach: pedagogisch beleidsmedewerker belast met beleidstaken of coaching van de beroepskrachten VE als bedoeld in artikel 2a van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie of beroepskracht VE die wordt ingezet als coach;

  • -

    voorschool: een kindercentrum waar VE wordt uitgevoerd en dat als zodanig is geregistreerd in het landelijk register kinderopvang;

  • -

    voorschooladvies: advies van de jeugdarts of jeugdverpleegkundige 0-4 van het OKT om een kind naar de voorschool te laten gaan vanwege een risico op (taal)achterstand;

  • -

    VVE: voor- en vroegschoolse educatie;

  • -

    Wko: Wet kinderopvang.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid ASA 2023

De ASA 2023 is van toepassing.

Artikel 1.3 Reikwijdte en doel subsidieregeling

  • 1.

    Deze regeling is van toepassing op het uitvoeren van activiteiten betreffende VE en een aangepast ontwikkelaanbod in kinderopvangzorggroepen, zoals volgt uit het Amsterdams profiel voorschools aanbod.

  • 2.

    Het doel van deze subsidieregeling is een toegankelijk, kwalitatief hoogstaand en geografisch goed gespreid voorschools aanbod in de stad, door het subsidiëren van activiteiten die hieraan bijdragen. Met dit voorschools aanbod worden Amsterdamse peuters en hun ouders zo optimaal mogelijk toegerust voor de start bij de basisschool.

Artikel 1.4 Te onderscheiden subsidiabele activiteiten

Deze subsidieregeling bevat voorschriften over het verstrekken van subsidies voor de volgende te onderscheiden activiteiten:

  • a.

    de voorbereiding op VE;

  • b.

    het uitvoeren van VE die voldoet aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod;

  • c.

    de voorbereiding op een kinderopvangzorggroep;

  • d.

    het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep;

  • e.

    voor het in 2026 tijdelijk voortzetten van een plusvoorziening.

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en verdeelsleutels

  • 1.

    Het college stelt voor de verschillende activiteiten die volgens deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen jaarlijks subsidieplafonds vast.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks de hoogte van de maximum subsidiebedragen per activiteit vast.

  • 3.

    Indien het totaal gevraagde en te verlenen bedrag hoger is dan het subsidieplafond voor een boekjaarsubsidie, wordt het beschikbare subsidiebedrag naar evenredigheid verdeeld over de aanvragen die voldoen aan de criteria voor subsidieverlening.

  • 4.

    De aanvragen voor eenmalige subsidies worden behandeld in volgorde van binnenkomst met uitzondering van de eenmalige subsidie als bedoeld in artikel 3.11, die conform het bepaalde betreffende boekjaarsubsidies in het derde lid worden afgehandeld.

Artikel 1.6 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een eenmalige subsidie kan gedurende het hele jaar worden aangevraagd.

  • 2.

    Een aanvraag voor een boekjaarsubsidie wordt ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 3.

    In afwijking van het tweede lid wordt een aanvraag voor een boekjaarsubsidie zoals bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, en artikel 3.6, eerste lid voor het jaar 2026 en de eenmalige subsidie zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid ingediend voor 31 oktober 2025.

  • 4.

    In afwijking van het tweede lid kan een aanvraag voor een boekjaarsubsidie voor een gedeelte van een jaar zoals bedoeld in 2.5, tweede lid en artikel 3.6, tweede lid gedurende het hele jaar worden aangevraagd.

Artikel 1.7 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen bij of krachtens de Wko.

Artikel 1.8 Aanvullende verplichtingen

Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    de subsidieontvanger voldoet aan de kwaliteitseisen bij of krachtens de Wko;

  • b.

    de subsidieontvanger voldoet aan de Amsterdamse kwaliteitseisen of werkt hiernaartoe volgens een plan dat naar het oordeel van het college voldoende uitzicht biedt hierop;

  • c.

    de subsidieontvanger zorgt ervoor dat de bouwstenen aantoonbaar aanwezig zijn of werkt hiernaartoe volgens een plan dat naar het oordeel van het college voldoende uitzicht biedt hierop;

  • d.

    de subsidieontvanger neemt deel aan overleggen geïnitieerd door de gemeente of andere samenwerkingspartners gerelateerd aan voorschools aanbod;

  • e.

    de subsidieontvanger werkt mee aan inkoop van kinderopvang met voorschools aanbod door de gemeente.

Artikel 1.9 Aanvraag vaststelling subsidies

In aanvulling op artikel 16 van de ASA 2023 is de ontvanger van een subsidie hoger dan € 250.000 verplicht bij de aanvraag voor vaststelling van de subsidie een controleverklaring in te dienen als bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 1.10 Aanvullende bepalingen

In de volgende hoofdstukken zijn per te onderscheiden activiteiten als bedoeld in artikel 1.4 voorschriften opgenomen in aanvulling op het bepaalde in dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 2 Subsidie voorschoolse educatie

Paragraaf 2.1 Subsidie voor de voorbereiding op voorschoolse educatie

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor de voorbereiding van VE op een nieuwe locatie, voor de volgende activiteiten:

    • a.

      het opleiden van voldoende beroepskrachten VE tot de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid;

    • b.

      het aanschaffen van een methode voor VE die is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;

    • c.

      het aanschaffen van een kindvolgsysteem dat aansluit op een methode VE als bedoeld onder punt b.

  • 2.

    Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor de voorbereiding van VE op een extra groep bij een bestaande voorschoollocatie, voor het opleiden van voldoende beroepskrachten VE als bedoeld in het eerste lid, onder a.

Artikel 2.2 Aanvrager

Subsidie voor de voorbereiding van VE kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kindercentrum dat is gevestigd in Amsterdam en is geregistreerd in het landelijk register kinderopvang.

Artikel 2.3 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 6, tweede lid, ASA 2023 worden bij de aanvraag om subsidie voor de voorbereiding van VE de volgende gegevens en stukken overgelegd:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier met daarop de wijze waarop subsidie wordt ingezet voor het uitvoeren van de activiteiten, waaronder in ieder geval een onderbouwde keuze voor een methode voor VE en een daarop aansluitend kindvolgsysteem;

  • b.

    de visie van de aanvrager op VE, waarbij de bouwstenen op organisatieniveau aan de orde komen;

  • c.

    een verklaring waarin de aanvrager aangeeft in hoeverre de beroepskrachten VE voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid;

  • d.

    een opleidingsplan waaruit blijkt dat en binnen welke termijn alle beroepskrachten VE worden opgeleid om te voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid;

  • e.

    een verbeterplan met tijdpad als uit onderzoek van de toezichthouder voorafgaand aan de aanvraag blijkt dat niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen bij of krachtens de Wko.

Artikel 2.4 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 1.7 kan het college een subsidie voor de voorbereiding van VE geheel of gedeeltelijk weigeren als:

  • a.

    naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op voldoende deelname van kinderen en kinderen met een voorschooladvies;

  • b.

    naar het oordeel van het college onvoldoende samenwerking is met basisscholen in de buurt;

  • c.

    naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op het realiseren van een kwalitatief goed aanbod van VE;

  • d.

    de beroepskrachten VE niet voldoen aan de Amsterdamse taalnorm;

  • e.

    een opleidingsplan waarmee binnen een redelijke termijn alle beroepskrachten VE worden opgeleid om te voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid, ontbreekt; of

  • f.

    voor het kindercentrum of de groep eerder subsidie is verleend voor de voorbereiding op of voor het uitvoeren van VE.

Paragraaf 2.2 Subsidie voor het uitvoeren van voorschoolse educatie

Artikel 2.5 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan een boekjaarsubsidie verlenen voor het uitvoeren van VE voor de volgende activiteiten:

    • a.

      uren inzet van de VE-coach voor beleidstaken;

    • b.

      uren inzet van de VE-coach voor coaching;

    • c.

      taakuren beroepskrachten VE voor een goede uitvoering van VE;

    • d.

      uren inzet voor het realiseren van adequate ondersteuning bij zorg en het stimuleren van ouderbetrokkenheid;

    • e.

      het volgen van opleidingen;

    • f.

      materialen voor VE.

  • 2.

    Indien in een groep gedurende een kalenderjaar van start gaat, kan het college voor de uitvoering hiervan voor een gedeelte van dit jaar een boekjaarsubsidie verlenen.

Artikel 2.6 Berekening hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het maximum subsidiebedrag per groep wordt vastgesteld op basis van het gemiddeld aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar en het gemiddeld aantal kinderen met een voorschooladvies, dat per week minimaal tien uur VE volgt, verdeeld over minimaal twee dagen per week.

  • 2.

    Bij een boekjaarsubsidie voor het uitvoeren van VE in een deel van een kalenderjaar als bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, wordt de hoogte van de subsidie berekend naar rato van het aantal maanden dat VE wordt uitgevoerd.

Artikel 2.7 Aanvrager

Subsidie voor het uitvoeren van VE kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kindercentrum dat is gevestigd in Amsterdam en is geregistreerd in het landelijk register kinderopvang.

Artikel 2.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 6, tweede lid, ASA 2023 worden bij de aanvraag op grond van dit hoofdstuk de volgende gegevens en stukken overgelegd:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier dat in ieder geval een toelichting bevat op de wijze waarop de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bijdragen aan het uitvoeren van VE die voldoet aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod;

  • b.

    een plan van aanpak hoe voldoende kinderen worden aangetrokken als hieraan in het voorgaande kalenderjaar niet is voldaan;

  • c.

    een verbeterplan met tijdpad als uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen bij of krachtens de Wko of niet aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod;

  • d.

    een op grond van een beredeneerde schatting opgesteld overzicht met daarin per groep VE:

    • i.

      het gemiddeld aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar dat, onafhankelijk van het aantal openingsweken, per week minimaal 10 uur VE, verdeeld over minstens twee dagen afneemt in die groep, en

    • ii.

      het gemiddeld aantal kinderen met een voorschooladvies per jaar in die groep.

Artikel 2.9 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie voor het uitvoeren van VE weigeren als:

  • a.

    naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op voldoende deelname van kinderen en kinderen met een voorschooladvies;

  • b.

    uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat de bouwstenen op organisatieniveau of op groepsniveau onvoldoende aantoonbaar aanwezig zijn; of

  • c.

    één of meer beroepskrachten VE niet voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid.

Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen

In aanvulling op artikel 1.8 gelden voor de ontvanger van subsidie voor het uitvoeren van VE de volgende verplichtingen:

  • a.

    Iedere groep stelt de deelnemende peuters in staat om 640 uur per jaar voorschools aanbod te volgen;

  • b.

    de subsidieontvanger onderneemt activiteiten gericht op toeleiding en het bevorderen dat kinderen en met name kinderen met een voorschooladvies tijdig en het maximaal aantal uren deelnemen aan VE. De subsidieontvanger overlegt hiertoe regelmatig met het OKT en andere samenwerkingspartners;

  • c.

    de subsidieontvanger registreert ieder kind dat deelneemt of gaat deelnemen aan VE in het Elektronisch Loket VVE en zorgt ervoor dat de gegevens in het Elektronisch Loket VVE actueel zijn en blijven;

  • d.

    de subsidieontvanger plaatst geen kinderen in de leeftijd dat zij kunnen deelnemen aan VE op een wachtlijst als er geen zicht is op plaatsing binnen een redelijke termijn.

Artikel 2.11 Aanvraag vaststellen subsidie

In aanvulling op artikel 16, eerste lid, van de ASA 2023 bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor het uitvoeren van VE hoger dan € 20.000, een overzicht met per gesubsidieerde groep het werkelijke gemiddeld aantal kinderen zonder een voorschooladvies en het werkelijke gemiddeld aantal kinderen met voorschooladvies dat minimaal 10 uur VE, verdeeld over minimaal 2 dagen per week, heeft gevolgd.

Hoofdstuk 3 Subsidie kinderopvangzorggroepen

Paragraaf 3.1 Subsidie voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep

Artikel 3.1 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor de voorbereiding van een aangepast ontwikkelaanbod voor een kinderopvangzorggroep, die voldoet aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod, voor de volgende activiteiten:

    • a.

      het opleiden van voldoende beroepskrachten VE met specialistische scholing gericht op het werken met kinderen met een ernstige ontwikkelingsachterstand;

    • b.

      het inrichten van de organisatie op een kinderopvangzorggroep;

    • c.

      een passende inrichting van de groepsruimten.

  • 2.

    Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor de voorbereiding van een aangepast ontwikkelaanbod op een extra groep bij een bestaande kinderopvangzorggroeplocatie, voor het opleiden van voldoende beroepskrachten VE als bedoeld in het eerste lid, onder a.

Artikel 3.2 Aanvrager

Subsidie voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kindercentrum in Amsterdam waar VE wordt uitgevoerd en dat als zodanig is geregistreerd in het landelijk register kinderopvang.

Artikel 3.3 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 6, tweede lid, ASA 2023 worden bij de aanvraag om subsidie voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep de volgende gegevens en stukken overgelegd:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier met daarop de wijze waarop subsidie wordt ingezet voor het uitvoeren van de activiteiten;

  • b.

    een intentieverklaring van de aanvullende jeugdhulppartner om gezamenlijk het aangepaste ontwikkelaanbod vorm te geven;

  • c.

    de visie van de aanvrager op de ontwikkeling van jonge kinderen met een ontwikkelingsachterstand en een aangepast ontwikkelaanbod;

  • d.

    een verklaring waarin de aanvrager aangeeft in hoeverre de beroepskrachten VE voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid;

  • e.

    een overzicht waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over de ervaring en expertise die nodig is om een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep uit te voeren;

  • f.

    een opleidingsplan waaruit blijkt dat voldoende beroepskrachten VE die voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid, specialistische scholing hebben gevolgd of volgen gericht op het werken met kinderen met een ontwikkelingsachterstand;

  • g.

    een verbeterplan met tijdpad als uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen bij of krachtens de Wet kinderopvang of aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod.

Artikel 3.4 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie voor de voorbereiding van een aangepast ontwikkelaanbod voor een kinderopvangzorggroep, weigeren te verlenen als:

  • a.

    naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op voldoende deelname van kinderen met een ontwikkelingsachterstand uit de buurt;

  • b.

    de aanvrager naar het oordeel van het college niet aantoonbaar beschikt over de ervaring en expertise die nodig is voor een kinderopvangzorggroep;

  • c.

    naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op het realiseren van een kwalitatief goed en passend ontwikkelaanbod voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand;

  • d.

    de in te zetten beroepskrachten VE niet voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid;

  • e.

    indien de intentieverklaring van de aanvullende jeugdhulppartner ontbreekt;

  • f.

    een opleidingsplan ontbreekt, dat voorziet in voldoende specialistische scholing gericht op kinderen met een ontwikkelingsachterstand, voor elke in te zetten beroepskracht VE; of

  • g.

    voor de groep eerder subsidie is verleend voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep.

Artikel 3.5 Aanvullende verplichtingen

In aanvulling op artikel 1.8 is de ontvanger van subsidie voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep verplicht om gezamenlijk met de aanvullende jeugdhulppartner en met het OKT afspraken te maken over toeleiding van kinderen.

 

Paragraaf 3.2 Subsidie uitvoeren aangepast ontwikkelaanbod kinderopvangzorggroep

Artikel 3.6 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan een boekjaarsubsidie verlenen voor het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep, dat voldoet aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod, voor de volgende activiteiten:

    • a.

      uren voor aanpassing van het ontwikkelaanbod op de specifieke ontwikkelingsbehoeften van de kinderen;

    • b.

      taakuren voor het vormgeven van een doorgaande ontwikkellijn richting een passende vervolgplek;

    • c.

      uren voor het realiseren van adequate ondersteuning bij zorg en het stimuleren van ouderbetrokkenheid;

    • d.

      het volgen van opleidingen gericht op kinderen met een ontwikkelingsachterstand;

    • e.

      een passende inrichting van de groepsruimte en het aanschaffen van materiaal dat past bij de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen.

  • 2.

    Indien een aangepast ontwikkelaanbod gedurende een kalenderjaar van start gaat, kan het college voor de uitvoering hiervan voor een gedeelte van dit jaar een boekjaarsubsidie verlenen.

Artikel 3.7 Aanvrager

In afwijking van artikel 5 van de ASA 2023 kan subsidie voor het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kindercentrum in Amsterdam waar VE wordt uitgevoerd en dat als zodanig is geregistreerd in het landelijk register kinderopvang.

Artikel 3.8 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 6, tweede lid, ASA 2023 worden bij de aanvraag om een eenmalige of een boekjaarsubsidie voor het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep de volgende gegevens en stukken overgelegd:

  • a.

    een volledig ingevuld aanvraagformulier dat in ieder geval een toelichting bevat op de wijze waarop de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd bijdragen aan het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod dat voldoet aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod;

  • b.

    een samenwerkingsovereenkomst met de aanvullende jeugdhulppartner waaruit blijkt dat gezamenlijk uitvoering gegeven wordt aan het aangepast ontwikkelaanbod in de kinderopvangzorggroep;

  • c.

    een plan van aanpak waarin is opgenomen hoe voldoende kinderen worden aangetrokken als hieraan in het voorgaande kalenderjaar niet is voldaan;

  • d.

    een verbeterplan met tijdpad als uit aan de aanvraag voorafgaand onderzoek van de toezichthouder blijkt dat niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen bij of krachtens de Wet kinderopvang of niet of nog niet aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod.

Artikel 3.9 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie voor het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep, weigeren te verlenen als:

  • a.

    naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op het aantrekken van voldoende kinderen;

  • b.

    een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de inzet van de aanvullende jeugdhulppartner ontbreekt of naar het oordeel van het college onvoldoende wordt samengewerkt;

  • c.

    uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat niet wordt voldaan aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod; of

  • d.

    één of meer beroepskrachten VE onvoldoende specialistische scholing gericht op kinderen met een ontwikkelingsachterstand hebben gevolgd of zullen volgen.

Artikel 3.10 Aanvullende verplichtingen

In aanvulling op artikel 1.8 gelden voor het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep de volgende verplichtingen:

  • a.

    Iedere groep stelt de deelnemende peuters in staat om minimaal 11 uur per week aangepast ontwikkelaanbod te volgen en vult dit aanbod aan met een ouder- en kinddeel;

  • b.

    de subsidieontvanger zorgt ervoor dat het aangepast ontwikkelaanbod zoveel mogelijk wordt afgestemd op het individuele ontwikkelingsniveau van het kind;

  • c.

    de subsidieontvanger zorgt voor een optimale bezetting van de kinderopvangzorggroep, waardoor gelijktijdig maximaal acht en minimaal zes kinderen, deelnemen aan het aangepaste ontwikkelaanbod;

  • d.

    op de kinderopvangzorggroep is naast een beroepskracht VE een medewerker uit de aanvullende jeugdhulp aanwezig;

  • e.

    de subsidieontvanger zorgt samen met de ouder, de aanvullende jeugdhulppartner en het OKT voor een passende vervolgplek in de buurt, afstemming van de doorgaande lijn en een warme overdracht.

Paragraaf 3.3 Subsidie plusvoorziening

Artikel 3.11 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Het college kan in 2026 een eenmalige subsidie verlenen voor het tijdelijk voortzetten van een groep van de plusvoorziening voor peuters jonger dan 4 jaar die in 2025 al gebruik maakten van het door deze voorziening geboden ontwikkelaanbod.

  • 2.

    De eenmalige subsidie is bedoeld voor het uitvoeren van de volgende activiteiten:

    • a.

      het bieden van een aangepast ontwikkelaanbod voor peuters gedurende de periode van afbouwperiode van de plusvoorziening;

    • b.

      in overleg met het OKT en ouder(s) verzorgen van een warme overdracht van peuters naar een kinderopvangzorggroep of passende vervolgplek.

Artikel 3.12 Aanvrager

Subsidie voor plusvoorzieningen kan uitsluitend worden aangevraagd door een organisatie die voor de uitvoering van een plusvoorziening in 2025 van het college een boekjaarsubsidie heeft ontvangen.

Artikel 3.13 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In aanvulling op artikel 6, tweede lid, ASA 2023 worden bij de aanvraag om een eenmalige subsidie voor het uitvoeren van een plusvoorziening overgelegd een volledig ingevuld aanvraagformulier dat in ieder geval een toelichting bevat op de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de periode dat de plusvoorziening in 2026 nog geopend zal zijn.

Artikel 3.14 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie voor het uitvoeren van een plusvoorziening weigeren te verlenen als:

  • a.

    naar het oordeel van het college de aanvrager onvoldoende een aangepast ontwikkelaanbod voor peuters in 2026 kan garanderen; of

  • b.

    op enig moment het aantal peuters dat gebruik zal maken van een groep van de plusvoorziening minder bedraagt dan drie.

Artikel 3.15 Aanvullende verplichtingen

In aanvulling op artikel 1.8 gelden voor de ontvanger van de subsidie voor het uitvoeren van een plusvoorziening de volgende verplichtingen:

  • a.

    de subsidieontvanger zorgt ervoor dat het aangepast ontwikkelaanbod zoveel mogelijk wordt afgestemd op het individuele ontwikkelingsniveau van het kind;

  • b.

    de subsidieontvanger neemt in 2026 geen nieuwe kinderen aan voor een groep van de plusvoorziening anders dan nadat het college hiermee heeft ingestemd;

  • c.

    op het moment dat het aantal peuters dat deelneemt aan een groep van de plusvoorziening minder dan drie bedraagt, zorgt de subsidieontvanger in overleg met OKT en ouder(s) voor een warme overdracht van deze peuters naar een passende opvangplek.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 4.1 Overgangsbepaling

De Subsidieregeling Voorschoolse educatie en ontwikkelaanbod Amsterdam 2019 wordt ingetrokken, met dien verstande dat:

  • a.

    een aanvraag om verlening of vaststelling van subsidie op grond van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en ontwikkelaanbod 2019 waarop bij de inwerkingtreding van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam 2026 nog niet is beslist, wordt afgedaan volgens de bepalingen van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en ontwikkelaanbod 2019, zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt;

  • b.

    een subsidie die is verleend op grond van de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en ontwikkelaanbod 2019, wordt vastgesteld volgens de bepalingen van die subsidieregeling, zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt.

Artikel 4.2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking van de regeling in het Gemeenteblad.

Artikel 4.3 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 23 september 2025.

De burgemeester

Femke Halsema

De waarnemend gemeentesecretaris

Thea de Vries

Toelichting

Algemeen deel

Het college wil kwalitatief goed voorschools aanbod voor alle Amsterdamse peuters zodat zij optimale ontwikkelkansen krijgen. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, met eigen talenten en behoeftes. Voorschools aanbod stimuleert deze ontwikkeling van peuters, in de omgeving waar zij opgroeien. Daarnaast draagt het bij aan een goede start op de basisschool.

 

In Amsterdam hebben kinderen vanaf 2 jaar toegang tot voorschools aanbod. Iedere voorschoolgroep biedt elk jaar minimaal 640 uur per jaar voorschools aanbod. Dit betekent dat kinderen 16 uur per week naar de voorschool kunnen. Locaties die meer dan 40 weken per jaar open zijn, kunnen het aantal uren voorschools aanbod over het jaar verdelen. Kinderen geplaatst op kinderopvangzorggroepen, kunnen minimaal 11 uur per week naar de voorschool. Bij kinderopvangzorggroepen zijn de activiteiten die georganiseerd worden rondom ouder- en thuisbetrokkenheid, zoals ouder-kindochtenden en huisbezoeken, onderdeel van het aanbod waardoor er gemiddeld 14 uur aanbod per week is.

 

Via deze subsidieregeling kunnen kinderopvangorganisaties investeren in de kwaliteit van hun personeel en een kwalitatief voorschools aanbod. Ze kunnen de samenwerking met scholen in de buurt versterken en tijd investeren in de peuters die een extra ondersteuningsbehoefte hebben.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1.1 Definities

Amsterdamse norm voor startbekwaamheid – Dit betekent dat de beroepskrachten die VE uitvoeren, beschikken over de basiskennis van het leervermogen en de ontwikkeling van jonge kinderen en de vaardigheden hebben om deze ontwikkeling te ondersteunen en te stimuleren. Daarnaast geldt dat zij moeten voldoen aan de Amsterdamse taalnorm voor voorschoolse educatie. Pedagogisch medewerkers die recent hun opleiding hebben afgerond aan een ROC in de regio Amsterdam, zijn doorgaans tot dit niveau opgeleid. Indien dit niet het geval is, zijn zij in elk geval in het bezit van het theoriegedeelte van de basistraining. De subsidieaanvrager dient ervoor te zorgen dat deze beroepskrachten alsnog in de gelegenheid worden gesteld het praktijkgedeelte af te ronden, om het niveau van startbekwaamheid te behalen. Eerder of elders afgestudeerde beroepskrachten dienen de basistraining VVE te volgen om bijgeschoold te worden. Deze training is in opdracht van de gemeente Amsterdam ontwikkeld met als doel om pedagogisch medewerkers kennis en vaardigheden aan te reiken zodat zij peuters optimale ontwikkelkansen kunnen bieden.

 

Amsterdamse taalnorm – Dit is de wettelijke taalnorm zoals neergelegd in artikel 4, lid 3a, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, aangevuld met ten minste niveau 2 F, bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, op het onderdeel schrijfvaardigheid.

 

VE-coach – De VE-coach heeft als taken beleidsontwikkeling en -evaluatie en coaching. De VE-coach ziet erop toe dat de pedagogisch medewerkers het voorschool programma op een vakkundige manier uitvoeren. Deze heeft hiervoor, aanvullend op de wettelijke voorwaarden, een coaching opleiding bij het ABC gevolgd. De ve-coach kan de werkzaamheden boventallig doen of als ‘meewerkend coach’ waarbij de coach zelf een pedagogisch medewerker is die de aanvullende taak heeft de kwaliteit in de eigen groep te waarborgen. De inzet van de boventallige coach wordt berekend op basis van het aantal kinderen met een voorschooladvies per locatie: 10 uur per kind met een voorschooladvies, maar minimaal 80 uur per jaar.

 

Artikel 1.3 Doel subsidieregeling

Het Amsterdams profiel voorschools aanbod beschrijft de extra voorwaarden die de gemeente Amsterdam stelt aan de kwaliteit van voorschoolse educatie aanvullend op de wettelijke eisen van het Rijk. Voorscholen hebben de standaard voor kwalitatief voorschools aanbod vertaald in 12 bouwstenen die concreet maken wat goede kwaliteit in de praktijk betekent op organisatie-, groeps- en individueel niveau. Met deze subsidieregeling kunnen kinderopvangorganisaties de kwaliteit van hun voorschools aanbod versterken zodat ieder Amsterdamse peuter gebruik kan maken van kwalitatief hoogstaand voorschools aanbod in de buurt.

 

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en verdeelsleutels

Dit artikel geeft de voorschriften voor het instellen van subsidieplafonds en bijbehorende verdeelsleutels. Bij boekjaarsubsidies geldt dat alle aanvragen die niet worden geweigerd, in aanmerking komen voor een subsidie. Bij een onvoldoende budget in het subsidieplafond, worden alle boekjaarsubsidies met eenzelfde percentage gekort totdat plafond wel toereikend is. Voor eenmalige subsidies geldt dat deze worden afgehandeld in volgorde van binnenkomst totdat het subsidieplafond is bereikt. Dit echter met uitzondering van de eenmalige subsidies die in het kader van de afbouwperiode voor kinderopvangplusgroepen op grond van artikel 3.11 worden verleend in 2026. Deze worden conform de verdeelsleutel voor boekjaarsubsidies verleend en eventueel bij uitputting van het subsidieplafond met een gelijk percentage gekort.

 

Artikel 1.6 Aanvraagtermijn

Een eenmalige subsidie voor de voorbereiding op VE kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd. Zodra een kinderopvangorganisatie heeft aangetoond dat aan de kwaliteitseisen van de wet en de gemeente kan worden voldaan, kan een eenmalige subsidie worden aangevraagd voor het uitvoeren van VE voor de rest van het lopende jaar. Subsidie voor het hierop volgende boekjaar dient aangevraagd te worden voor 1 oktober van het daaraan voorafgaande jaar.

 

Artikel 1.7 Aanvullende weigeringsgronden

De Inspectie Kinderopvang beoordeelt in hoeverre er voldaan wordt aan de kwaliteitseisen en voorwaarden. Indien de Inspectie Kinderopvang tekortkomingen heeft geconstateerd, maakt het college de afweging of op grond hiervan een subsidie geweigerd dient te worden.

 

Hoofdstuk 2 Subsidie voorschoolse educatie

 

Paragraaf 2.1 Subsidie voor de voorbereiding van voorschoolse educatie

 

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten

De subsidie ter voorbereiding van een nieuwe locatie VE kan voor verschillende activiteiten worden ingezet. Bijvoorbeeld voor de aanschaf van een erkend, integraal voorschoolse educatie-programma dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. Programma’s worden uitsluitend in deze databank opgenomen als voldoende aannemelijk is dat zij bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen op de ontwikkelgebieden: taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Om de ontwikkeling van kinderen binnen deze domeinen in beeld te brengen, gebruiken organisaties een kindvolgsysteem. Als een bestaande voorschoollocatie dit programma en het kindvolgsysteem al heeft aangekocht kan een subsidie ter voorbereiding van VE enkel worden ingezet voor het opleiden van voldoende beroepskrachten.

 

Artikel 2.4 Aanvullende weigeringsgronden

Er wordt geen subsidie ter voorbereiding op het uitvoeren van voorschoolse educatie verleend, wanneer het een locatie betreft, waarvoor eerder een subsidie is verleend voor de voorbereiding op of uitvoeren van VE. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een locatie die al als voorschool geregistreerd staat, maar waar sprake is van een overname door een andere kinderopvangorganisatie.

 

Paragraaf 2.2 Subsidie voor het uitvoeren van voorschoolse educatie

 

Artikel 2.5 Subsidiabele activiteiten

Uren inzet van de VE-coach voor beleidstaken

Hieronder vallen die activiteiten de noodzakelijk zijn voor het realiseren van een infrastructuur voor een goede uitvoer van VE op organisatieniveau. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van een visie op VE, het opstellen van beleid over VE, evaluatie van het beleid en sturing op de diverse domeinen van VE. Ook het realiseren van een lerende cultuur voor beroepskrachten valt hieronder. Activiteiten die voortkomen vanuit de exploitatie en die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van reguliere kinderopvang op het niveau van de Wet kinderopvang (Wko) vallen hier expliciet niet onder.

 

Uren inzet van de VE-coach voor coaching

De coach voorschoolse educatie (VE-coach) ziet erop toe dat de pedagogisch medewerkers het voorschoolprogramma op een vakkundige manier uitvoeren. Deze heeft hiervoor aanvullend op de wettelijke voorwaarden een coachingopleiding gevolgd. De gemeente Amsterdam heeft opdracht gegeven aan het ABC voor het ontwikkelen van een cursus die met deze subsidie gevolgd kan worden. De VE-coach kan de werkzaamheden als ‘meewerkend coach’ doen waarbij de coach zelf een pedagogisch medewerker is die de aanvullende taak heeft de kwaliteit in de eigen groep te waarborgen. De inzet van de boventallige coach wordt berekend op basis van het aantal kinderen met een voorschooladvies per locatie: 10 uur per kind met een advies, maar minimaal 80 uur per jaar.

 

Taakuren van de beroepskrachten VE voor een goede uitvoering van VE

Taakuren zijn die uren dat de beroepskracht niet ingezet wordt op de groep ten behoeve van de beroepskracht-kindratio, maar werkzaamheden verricht die gericht zijn op het effectief en efficiënt uitvoeren van een programma of methode voor voorschools aanbod. Taakuren kunnen zowel binnen als buiten de openingsuren van de locatie vallen. Activiteiten die verband houden met de reguliere exploitatie vallen niet onder de taakuren. Bij de regulier exploitatie gaat het bijvoorbeeld om werkoverleg over de algemene bedrijfsvoering of over reguliere wettelijke taken zoals het waarborgen van veiligheid & gezondheid, het opmaken van plaatsingsovereenkomsten, het voeren van functioneringsgesprekken met medewerkers, het bestellen van boodschappen voor het kindercentrum en het bieden van stagebegeleiding. Werkzaamheden die wel onder taakuren VE vallen zijn bijvoorbeeld: het voorbereiden van VE-activiteiten, het opstellen en bespreken van een VE-groepsplan en activiteitenplan, het evalueren van groepsplannen en activiteiten, het verwerken van observaties/bijhouden van de ontwikkeling van het kind, overleggen met de basisschool, overdrachtsgesprekken met de basisschool en studiedagen gezamenlijk met het basisonderwijs.

 

Uren inzet voor het realiseren van adequate ondersteuning bij zorg en het stimuleren van ouderbetrokkenheid

De organisatie is verantwoordelijk voor het organiseren van voldoende ondersteuning voor personeel en het initiëren van voldoende ondersteuning voor het kind wanneer peuters zich anders ontwikkelen dan je zou verwachten. De organisatie maakt daarvoor gebruik van de algemene zorgstructuur die beschikbaar is in de wijk of stadsbreed. Wanneer er zorgen zijn over een kind, zal de organisatie deze zorgen blijvend bespreken met ouders/verzorgers en waar nodig aanjagen dat een kind tijdige en relevante ondersteuning kan krijgen bij de ontwikkeling. Voor deze inzet kan subsidie worden aangevraagd. De subsidieontvanger moet ook de algemene ouderbetrokkenheid stimuleren op basis van een plan waarin de visie, doelen en gerichte ondersteuning zijn beschreven. Dit plan is gebaseerd op een analyse van wensen, behoeften en krachten van ouders en beschrijft hoe uitvoering wordt gegeven aan de vier subdoelen van ouderbetrokkenheid:

  • ouders weten hoe het voorschoolse programma in elkaar zit;

  • ouders weten wat hun kind op de voorschool doet;

  • ouders weten hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind;

  • ouders weten wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen en hoe zij dit kunnen doen.

Het volgen van opleidingen

Subsidie kan worden ingezet voor training, coaching en opleiding van beroepskrachten op het gebied van VE.

 

Materialen voor VE

Subsidie kan worden ingezet voor de aanschaf van voldoende materialen om een rijke speelleeromgeving te creëren, inclusief de buitenruimte, om het spel en de taal van het kind te ondersteunen en te stimuleren.

 

Artikel 2.9 Aanvullende weigeringsgronden

Om een inschatting te maken of er voldoende zicht is op het realiseren van kwalitatief goed aanbod VE wordt gebruik gemaakt van het risicoprofiel van het kindercentrum dat wordt opgesteld door de Inspectie kinderopvang van de GGD. Op basis van het bij de aanvraag voorgelegde verbeterplan maakt het college de afweging of op grond hiervan een subsidie geweigerd dient te worden.

 

Artikel 2.10 Aanvullende verplichtingen

Indien een kind op de wachtlijst na herhaalde pogingen vanuit de organisatie niet deelneemt, verwijdert de subsidieontvanger het kind van de wachtlijst en dient t de subsidieontvanger op grond van punt c. het kind terug te verwijzen naar het OKT.

 

Hoofdstuk 3 Subsidie kinderopvangzorggroepen

 

Paragraaf 3.1 Subsidie voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep

Sommige peuters hebben te maken met een (ernstige) ontwikkelachterstand. Deze kinderen kunnen met een verwijzing van het Ouder- en Kind Team (OKT) een aangepast ontwikkelaanbod volgen bij een kinderopvangzorggroep in de buurt. Een pedagogisch medewerker van de kinderopvang draait samen met een medewerker vanuit de aanvullende jeugdhulp de groep. Ook is er een nauwe samenwerking met het OKT en de Jeugdgezondheidszorg en speciale aandacht voor ouder- en thuisbetrokkenheid.

 

Artikel 3.1 Subsidiabele activiteiten

De subsidie voor de voorbereiding op een kinderopvangzorggroep kan worden ingezet om beroepskrachten VE bij te scholen gericht op het werken met kinderen met een ernstige ontwikkelingsachterstand. Over het aanbod van scholing wordt afstemming gezocht met de aanvullende jeugdhulppartner zodat de scholing voldoende aansluit bij wat nodig is op de groep.

 

Bovendien kan de subsidie ingezet worden voor het inrichten van de organisatie op een kinderopvangzorggroep. Hieronder vallen activiteiten die nodig zijn voor het realiseren van een goede infrastructuur die noodzakelijk is voor een goede uitvoer van een kinderopvangzorggroep op organisatieniveau. Voorbeelden hiervan zijn het ontwikkelen van een visie op kinderopvangzorggroepen waarin het voorschools programma op aangepaste vorm wordt toegepast, het opstellen van beleid hierover en evaluatie van dit beleid. Onderdeel zijn ook het vaststellen van samenwerkingsafspraken met de aanvullende jeugdhulppartner en het OKT, het ontwikkelen van een werkwijze rondom de doorstroom van kinderen naar een passende vervolgplek en het, in afstemming met de aanvullende jeugdhulppartner, vaststellen van beleid over de invulling van de ouder- en thuisbetrokkenheid.

 

Ten slotte kan de subsidie ingezet worden voor het passend inrichten van de groepsruimte, waarbij het expliciet niet gaat om activiteiten die voortkomen vanuit de exploitatie die noodzakelijk zijn voor het aanbieden van reguliere kinderopvang vanuit de Wko. Hiermee wordt bedoeld dat aangepast aan de doelgroep specifiek ontwikkelingsmateriaal aangeschaft kan worden. Bij een passende inrichting van de groepsruimten behoort ook de buitenruimte.

 

Artikel 3.3 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Bij het opstellen van een opleidingsplan zorgt de subsidieontvanger bij de selectie van passende opleidingen voor de beroepskrachten VE voor afstemming met de aanvullende jeugdhulppartner.

 

Paragraaf 3.3 subsidie plusvoorziening

In deze paragraaf wordt geregeld dat de plusvoorzieningen die onder de Subsidieregeling Voorschoolse educatie en ontwikkelaanbod 2019 een boekjaar subsidie ontvingen voor een aangepast ontwikkelaanbod voor peuters nog tijdelijk kunnen voortzetten voor peuters waarvan het aanbod nog niet is afgerond. In principe kunnen geen nieuwe peuters instromen in 2026, tenzij het college hiervoor toestemming verleend.

 

Artikel 3.10 Aanvullende verplichtingen

De peuter krijgt ten minste 11 uur per week een aangepast ontwikkelaanbod maar dat mag ook meer zijn. Dit aanbod op de groep wordt aangevuld met een flexibel zelf in te vullen aanbod gericht op ouderbetrokkenheid en thuisstimulering waardoor het gemiddelde aanbod per week uitkomt op 14 uur per kind. Bij het zoeken naar een vervolgplek wordt indien nodig het samenwerkingsverband PO betrokken.

 

Artikel 3.13 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

Alleen ontwikkelaanbod waaraan minimaal 3 peuters gezamenlijk deelnemen, komt in aanmerking voor de eenmalige subsidie. Om het aantal deelnemende peuters inzichtelijk te maken, wordt aan de aanvrager gevraagd om een beredeneerbare inschatting te maken van het aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar per te onderscheiden groep dat voor het aantal weken dat de plusvoorziening in 2026 nog geopend zal zijn per week een ontwikkelaanbod zal volgen.

 

Een subsidieontvanger is verplicht om indien het aantal kinderen dat op een groep deelneemt aan een ontwikkelaanbod minder wordt dan 3 te zorgen in overleg met het OKT en ouders voor een warme overdracht naar een kinderopvangzorggroep of een andere passende vervolgplek.

Naar boven