Nota Dierenwelzijn

 

1 Inleiding

Dieren maken onderdeel uit van ons leven. We hebben binnen de gemeente Noordwijk elke dag te maken met dieren: vogels, honden in een park, zeehonden op het strand of herten in de duinen. We willen een gezonde leefomgeving, waar dieren onderdeel van uitmaken. De gemeente heeft een zorgplicht voor dieren. We vervullen onze wettelijke verplichtingen door zorg te dragen voor de opvang van zwerfdieren en het bieden van hulp aan dieren in nood. Met deze startnota introduceert de gemeente Noordwijk dierenwelzijnsbeleid.

 

1.1 Wat is dierenwelzijn?

Er bestaan veel verschillende definities van het begrip dierenwelzijn. In deze nota gebruiken we de definitie van de Dierenbescherming (2018). De definitie van dierenwelzijn is “een toestand van fysieke en psychische harmonie van het dier met zichzelf en de omgeving“ (Lorz 1973). In deze definitie komen drie punten naar voren:

 

  • (1)

    de subjectieve ervaringen van het dier (de gevoelens)

  • (2)

    het biologisch functioneren (de gezondheid) en

  • (3)

    het kunnen uiten van natuurlijk (soortspecifiek) gedrag.

Deze drie aspecten worden steeds meer geaccepteerd in de samenleving. Als het gaat om dierenwelzijn vormen de gevoelens van een dier het belangrijkste aspect. Als we de Dierenbescherming verder volgen “dient bij het vaststellen van dierenwelzijn men zoveel mogelijk uit te gaan van wat van belang is voor de dieren. Welzijn is daarom de kwaliteit van leven zoals het wordt ervaren door de dieren zelf.”

 

“Welzijn is daarom de kwaliteit van leven zoals het wordt ervaren door het dier zelf”

 

1.2 Nota dierenwelzijn

Deze startnota dierenwelzijn is ontstaan omdat dierenwelzijn actueler wordt en het onderwerp steeds meer maatschappelijke aandacht krijgt. Dieren en mensen maken beide gebruik van de openbare ruimte, waarbij dieren en mensen in sommige gevallen andere belangen hebben. Dit kan tot overlast van een aantal diersoorten leiden.

 

We zien de startnota dierenwelzijn als groeimodel (hierna te noemen nota of nota dierenwelzijn). We beschrijven in deze nota de wettelijke verplichtingen, lichten de scope toe waarbinnen de gemeente werkt aan dierenwelzijn en hebben een aantal bestuurlijke ambities geformuleerd waarmee we aan de slag gaan. Met deze acties zetten we in op het verbeteren van het welzijn van dieren en het voorkomen van overlast. In de toekomst kan deze nota worden uitgebreid met verdere bestuurlijke ambities.

 

Deze nota dierenwelzijn is tot stand gekomen op basis van gesprekken met dierenwelzijnsorganisaties, natuurbeheerders en overheidsinstanties. Deze partijen spelen een belangrijke rol in het waarborgen van het welzijn van dieren binnen de gemeente.

 

1.3 Afbakening

Dierenwelzijn is een breed begrip dat veel verschillende aspecten omvat. In deze nota gaan we in op de wetgeving en het gemeentelijke beleid (hoofdstuk 2) en de gemeentelijke werkwijze rondom dierenwelzijn (hoofdstuk 3). Hierin wordt onder andere de wet- en regelgeving toegelicht en de manier waarop we als gemeente rekening houden met dieren. In de volgende hoofdstukken gaan we in op de meest voorkomende gehouden dieren (hoofdstuk 4), de opvang en verzorging van dieren in nood (hoofdstuk 5) en dieren in de vrije natuur (hoofdstuk 6). In hoofdstuk 7 beschrijven we een aantal diersoorten die tot schade en overlast in de stedelijke omgeving kunnen leiden. Tot slot gaan we kort in op de financiële gevolgen van deze nota (hoofdstuk 9).

 

Met bovenstaande onderwerpen die we hebben opgenomen in de nota, zijn er ook een aantal onderwerpen die buiten de scope van deze nota vallen:

 

  • Er liggen diverse wettelijke taken op het gebied van dierenwelzijn bij landelijke instanties. We benoemen de taken en verantwoordelijke instanties kort in hoofdstuk 2, maar gaan hier niet verder op in.

  • Gemeente Noordwijk staat vooral bekend om haar uitgebreide bollenteelt. De agrarische sector in Noordwijk richt zich voornamelijk op de teelt van bloemen en bloembollen. In tegenstelling tot andere gebieden in Nederland speelt de veehouderij binnen de gemeente Noordwijk een zeer kleine rol. Het aantal veehouderijen is beperkt, waardoor kwesties zoals megastallen of het houden van vee in mindere mate van toepassing zijn. Daarom hebben we het onderwerp over dierenwelzijn binnen de agrarische sector buiten de scope van deze nota gelaten.

  • Biodiversiteit en dierenwelzijn zijn thema’s die elkaar raken, maar verschillende doelstellingen en invalshoeken hebben. Dierenwelzijn richt zich op het fysieke en mentale welzijn van individuele dieren. Biodiversiteit gaat over de verscheidenheid van soorten planten en dieren en richt zich op het behoud en herstel van ecosystemen. Daar waar biodiversiteit raakt aan dierenwelzijn, nemen we het op in de nota. In andere gevallen wordt biodiversiteit niet meegenomen.

2 Wetgeving en gemeentelijk beleid

Er zijn verschillende landelijke wetten die te maken hebben met dierenwelzijn. De rol van de gemeente is op het gebied van wet- en regelgeving beperkt. Hieronder benoemen we de relevante wet- en regelgeving die met dierenwelzijn te maken heeft.

 

2.1 Zorgplicht

Iedere inwoner heeft een zorgplicht voor dieren op grond van de Wet dieren en de Omgevingswet. Elke handeling die schade kan toebrengen aan een dier moet achterwege worden gelaten, of zoveel mogelijk worden beperkt en voorkomen. Iedereen is volgens de Wet dieren verplicht een dier in nood te helpen. Het is dus ook verboden een dier in nood zorg te onthouden. In de Omgevingswet is vastgelegd dat in het wild levende dieren met rust moeten worden gelaten. Als zij in nood zijn, moeten ze wel worden geholpen. De gemeente heeft naast deze algemene zorgplicht een aantal wettelijke verplichtingen op het gebied van dierenwelzijn, zoals de zorgplicht en het opvangen van zwerfdieren en gedumpte dieren.

 

De verplichting om zwerfdieren op te vangen is wettelijk vastgesteld op 14 dagen. De burgemeester is tijdens deze periode eigenaar van het dier. Na deze twee weken kan de gemeente het dier overdragen aan een opvang indien de eigenaar zich niet heeft gemeld. De gemeente Noordwijk heeft de wettelijke verplichting om te zorgen voor de opvang en verzorging van zwerfdieren uitbesteed aan het dierenopvangcentrum.

 

De gemeente is ook verantwoordelijk voor het verwijderen van dode dieren uit de openbare ruimte.

 

2.2 Wet dieren

Op 1 januari 2013 is de Wet dieren in werking getreden. De Wet dieren is een kaderwet. Dit betekent dat deze een beperkt aantal (hoofd-)regels stelt en daarnaast vooral de mogelijkheid biedt om allerlei deelonderwerpen te regelen via Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. De Wet dieren is de belangrijkste wet met betrekking tot het houden van (landbouw-)huisdieren en bundelt alle dierenwelzijns- en gezondheidsregels ten aanzien van deze dieren in één wet. Een belangrijke wijziging ten opzichte van oudere wetgeving is dat de intrinsieke waarde van dieren wordt erkend: dieren zijn levende wezens met een eigen waarde. Verder is het chippen van honden geregeld en onderzoekt de landelijke overheid de mogelijkheden tot het verplicht stellen van het chippen van katten.

 

2.3 Huis- en hobbydierenlijst

De huis- en hobbydierenlijst is een ‘limitatieve lijst van zoogdieren die als huisdier gehouden mogen worden’, om te voorkomen dat exotische (wilde) dieren als huisdier gehouden worden. De huis- en hobbydierenlijst is geldig vanaf 1 juli 2024 en vervangt de positieflijst. De lijst zal in de toekomst uitgebreid worden met andere categorieën, zoals reptielen en vogels.

 

2.4 Besluit activiteiten leefomgeving onder de Omgevingswet

Met de invoering van de Omgevingswet is de Wet natuurbescherming opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit gebeurde via het aanvullingsspoor natuur, dat regels over natuurbescherming toevoegt aan de Omgevingswet.

 

Het is de belangrijkste wet voor de bescherming van in het wild levende dieren en hun leefomgeving. In deze wet is de bescherming vooral gericht op soorten die vanuit internationale afspraken beschermd moeten worden door Nederland (o.a. de Vogel- en Habitatrichtlijn). Wel is er voor de ‘overige’ soorten een basisbeschermingsregime ingesteld en geldt voor alle soorten een zorgplicht.

 

Wanneer er werkzaamheden of activiteiten invloed hebben op de natuur en de strikt beschermde diersoorten, moeten er vergunningen en/of ontheffingen worden aangevraagd bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Vervolgens controleert en handhaaft de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid op deze verleende vergunningen of ontheffingen. Op dit moment heeft de Omgevingsdienst West-Holland een adviserende rol als het gaat om de bescherming van diersoorten.

 

2.5 Provinciale bepalingen

In de Omgevingswet staan regels voor de bescherming van dieren en planten in Nederland. De provincies bepalen het beleid voor de natuur en de dieren die daar leven. Op basis van dit beleid stelt de Faunabeheereenheid (FBE) een faunabeheerplan op en vraagt aan de provincie toestemming voor de uitvoering. De FBE is een stichting waarin de jachthouders van Zuid-Holland samenwerken. Naast de jachthouders zijn ook maatschappelijke organisaties in het bestuur vertegenwoordigd. De FBE heeft als belangrijkste taak het beheer van populaties van dieren en het voorkomen of beperken van schade die wilde dieren aanrichten. Dit kan schade zijn aan volksgezondheid, openbare veiligheid, de landbouw en aan flora en fauna.

 

In het wild levende dieren zijn strikt beschermd. Met het vaststellen van de faunabeheerplannen, vraagt de FBE ontheffingen aan voor het uitvoeren van maatregelen. Er is namelijk een ontheffing nodig van de provincie om wilde dieren op te vangen. De gemeente vraagt dan ook van partijen waar we mee samenwerken dat zij een ontheffing hebben van de provincie als zij wilde dieren vervoeren en/of opvangen. De gemeente Noordwijk valt onder de Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBEZH).

 

2.6 Toezicht en handhaving

Er zijn een aantal instanties, anders dan de gemeente, die een belangrijke rol spelen bij het Dierenwelzijn. Dit zijn onder andere:

 

  • Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID). De LID is een onafhankelijke stichting die de wetgeving op het gebied van dierenwelzijn handhaaft en toezicht houdt op de naleving van deze wetten en regels. De inspectiedienst richt zich daarbij op het welzijn van hobby- en gezelschapsdieren. Zij nemen meldingen in behandeling die via Meldpunt 144, de politie of via de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) binnenkomen.

  • Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA controleert of bedrijven die dieren houden zich aan de regels voor dierenwelzijn houden. Ze voeren inspecties uit bij fokkers en veehouders.

  • 144 Red een dier. Meldpunt 144 is een meldpunt waar dierenmishandeling en dierenverwaarlozing kunnen worden gemeld. De melding wordt vervolgens behandeld door de politie, de LID of de NVWA.

2.7 Gemeentelijke regelingen

Vanuit wet- en regelgeving is de directe rol van de gemeente bij dierenwelzijn beperkt. Veel wettelijke taken en bevoegdheden rondom dieren liggen bij landelijke of provinciale instanties. De gemeente heeft wel een aantal regelingen waarmee we het welzijn van dieren bevorderen en de openbare ruimte een prettige plek houden voor mensen en dieren.

2.7.1 Algemene plaatselijke verordening (APV)

In de APV en in het Algemeen aanwijzingsbesluit, zijn regels opgenomen die betrekking hebben op dieren. Een aantal regels zijn ter bevordering van het welzijn van dieren. Andere regels zijn er om de ervaren overlast van dieren op mensen te beperken. De regels gaan over:

 

  • Het verplicht aanlijnen van honden binnen de bebouwde kom, het verplicht opruimen van uitwerpselen van honden en het verplicht hebben van een identificatiekenmerk van de hond.

  • Als de burgemeester het gedrag van een hond gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen. Dit geldt als de hond verblijft of loopt op een openbare plek of op het terrein van iemand anders.

  • Het houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren, waaronder meeuwen.

  • De burgemeester kan maatregelen nemen bij ernstige hinder van dieren. Dit gaat in samenwerking met de politie.

  • Paarden op het strand zijn verboden op aangewezen delen van het strand, tijdens een aangewezen periode.

  • Er mogen geen ballonnen worden opgelaten. Naast dat ze hinder en overlast veroorzaken, kunnen resten van ballonnen ook gevaarlijk zijn voor dieren.

  • Er zijn regels opgenomen betreffende het strandreservaat Noordvoort. Die regels zijn onder andere bedoeld om verstoring van vogels en zeehonden tegen te gaan.

  • In het Algemeen aanwijzingsbesluit zijn vuurwerkvrije zones opgenomen. Er is onder andere bepaald, dat op het terrein van dierenasiels- en pensions tijdens de jaarwisseling geen vuurwerk mag worden afgestoken.

  • In het Algemeen aanwijzingsbesluit is bepaald, dat in een woning en de daarbij behorende tuinen en erven (gelegen binnen de bebouwde kom) niet meer dan vier volwassen honden mogen worden gehouden. Dat is zowel bedoeld ter voorkoming van overlast voor de buren als voor het welzijn van de honden.

2.7.2 Vergunningen

Voor verschillende activiteiten worden er bij de gemeente vergunningen aangevraagd. Dit kan zijn voor het bouwen van een huis, het kappen van een boom of het houden van een evenement. Met het verlenen van vergunningen voor evenementen met dieren is de gemeente terughoudend. Aanvragen voor evenementen met dieren zijn de afgelopen jaren ook niet meer voorgekomen.

 

Dieren werden vroeger vaak ingezet om mensen te vermaken, in circusvoorstellingen, dierentuinen, dierenshows of levende kerststallen. Vaak staat bij deze evenementen het welzijn van de dieren niet op de eerste plek. Afgelopen jaren is er door wet- en regelgeving en door maatschappelijke betrokkenheid gelukkig steeds minder mogelijk als het gaat om evenementen met dieren. De Rijksoverheid stelt hier wet- en regelgeving voor op. De invloed van de gemeente is dus beperkt.

2.7.3 Soortenmanagementplan (SMP)

Bij renovaties of verduurzamingsprojecten moet er volgens de wet- en regelgeving een ecologische quickscan en eventueel verdiepende onderzoeken voor een specifiek gebied zijn uitgevoerd. Als er vervolgens beschermde diersoorten aanwezig zijn dan moet een vergunning worden aangevraagd. Het Rijk biedt middels het SMP de mogelijkheid om niet voor ieder individueel (ver)bouwplan onderzoek uit te voeren en/of maatregelen te treffen maar een gebiedsgerichte ontheffing aan te vragen. Er wordt binnen de gemeente gewerkt aan het opstellen van een Soortenmanagementplan. Hierover meer in hoofdstuk 3.3.

 

2.8 Hondenbeleid

In 2020 is het geharmoniseerde hondenbeleid vastgesteld. Daarin zijn uitgangspunten opgenomen over het gebruik van de openbare ruimte door honden en hun eigenaren. Dit gaat onder andere over de aanlijn- en opruimplicht en losloopgebieden. In hoofdstuk 4 gaan we verder in op het hondenbeleid.

3 Gemeentelijke werkwijze rondom dierenwelzijn

3.1 Gedragscode Soortenbescherming en certificaat Activiteiten Natuur

Binnen de gemeente Noordwijk komen verschillende ambtenaren met de natuur en met dieren in aanraking. Zowel de gemeente zelf als partijen die worden ingehuurd om werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte, komen in aanraking met de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming). De Omgevingswet stelt regels om de dieren en hun leefomgeving te beschermen. Om ons aan die regels te houden, is kennis ervan nodig. Daarom werkt de gemeente met gedragscodes. De gemeente en partijen moeten handelen volgens de "Gedragscode soortbescherming 2023" (Stadswerk, 2023)1 . Als de gemeente volgens de voorwaarden van de gedragscode werkt, hoeft de gemeente geen ontheffing aan te vragen bij de provincie om werkzaamheden uit te voeren. Dit geldt voor het reguliere onderhoud. Wanneer werkzaamheden niet onder het reguliere onderhoud vallen en er beschermde soorten voorkomen, dan moet er een ontheffing worden aangevraagd.

 

Daarnaast moeten medewerkers die in hun werk in aanraking komen met flora en fauna in bezit zijn van een certificaat Activiteiten Natuur (voorheen Wet natuurbescherming). Zo wordt er bij werkzaamheden zorgvuldig gehandeld met betrekking tot flora en fauna met juiste kennis over de regels rondom natuurbescherming onder de Omgevingswet.

 

Met de gedragscode Soortenbescherming en het certificaat Activiteiten Natuur zorgen we ervoor dat er bijvoorbeeld geen bomen worden gekapt tijdens het broedseizoen, dat er geen heggen worden weggehaald waar vogels hun nest hebben die jaarrond zijn beschermd of dat er een weg wordt aangelegd op een plek waar beschermde dieren leven.

 

3.2 Nationale databank Flora & Fauna

De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) bevat gegevens over plant- en diersoorten. De natuurgegevens uit de database laten in een bepaald gebied zien wat er bekend is over plant- en diersoorten in dat gebied. De NDFF wordt door diverse partijen, vrijwilligers en professionals dagelijks aangevuld met nieuwe waarnemingen, nadat deze waarnemingen zijn goedgekeurd. Een waarneming bevat informatie over de plant- of diersoort en de plek.

 

Als de gemeente ergens werk moet uitvoeren dat niet onder het reguliere beheer valt, dan wordt er in de database gekeken of er (planten en/of) dieren aanwezig zijn. Het kan zijn dat er dan een ontheffing moet worden aangevraagd om werkzaamheden uit te voeren. De NDFF wordt bijvoorbeeld geraadpleegd als er daken worden vervangen of woningen worden geïsoleerd. Er kunnen bijvoorbeeld vleermuizen aanwezig zijn. Bij het verwijderen van zieke of dode bomen wordt er bijvoorbeeld gekeken naar buizerds en vleermuizen en bij het baggeren van sloten naar de rugstreeppad.

 

3.3 Soorten managementplan

Om diersoorten te beschermen moet er bij renovatie- of verduurzamingsprojecten een ecologische quickscan en eventueel gebiedsgericht (verdiepend) onderzoek worden uitgevoerd. Als er vervolgens beschermde diersoorten aanwezig zijn dan moet een vergunning worden aangevraagd. Dit betekent dat de initiatiefnemer van de renovatie of het verduurzamingsproject moet aantonen dat men tijdelijke en permanente maatregelen treft om de diersoorten een alternatieve verblijfplaats te geven. Ook moet worden aangetoond dat er “diervriendelijk‟ wordt gesloopt/gerenoveerd. Doordat men niet altijd van op de hoogte is van deze regels of men zich hier niet aan houdt worden beschermde diersoorten onnodig verstoord.

 

Het SMP maakt het voor initiatiefnemers makkelijk om een vergunning aan te vragen door een gebiedsgerichte vergunning aan te vragen in plaats van een individuele vergunning. Voor de dieren is het SMP belangrijk omdat de staat van instandhouding voor beschermde diersoorten op gebiedsniveau in beeld wordt gebracht. Zo worden de diersoorten beschermd en wordt gemonitord of de populaties stijgen.

4 Gehouden dieren

Veel mensen hebben een huisdier. Niet alleen honden en katten, maar ook vissen, konijnen, knaagdieren, vogels en reptielen. Mensen houden dieren vaak voor de gezelligheid. Een huisdier brengt plezier, maar kan ook vervelend zijn. Eigenaren van huisdieren zijn verantwoordelijk voor hun huisdier. Dieren moeten bijvoorbeeld in een geschikte ruimte worden gehouden en de eigenaar moet ervoor zorgen dat het dier voldoende eten en water krijgt. Daarnaast moeten eigenaren zich ook aan het gemeentelijk beleid houden.

 

4.1 Hondenbeleid

Mensen en dieren delen de openbare ruimte. Het is belangrijk dat er voldoende ruimte is voor het welzijn van de dieren en de kwaliteit van de leefomgeving voor mensen moet worden geborgd. Honden hebben een grote invloed op de openbare ruimte en kunnen overlast geven voor andere inwoners en andere dieren. Daarom gelden er verschillende regels voor het houden van honden.

4.1.1 Landelijke chip- en registratieplicht

Hondeneigenaren zijn verplicht hun hond te laten registreren en te laten chippen. Daarnaast is het verplicht om een hondenpaspoort te hebben. Door het verplicht laten chippen van honden kan de eigenaar snel worden achterhaald wanneer de hond ergens gevonden wordt, maar het wordt ook duidelijk waar de honden vandaan komen. Zo wordt illegale hondenhandel tegengegaan. Dit is belangrijk omdat honden van illegale fokkers of handelaren bijvoorbeeld niet de juiste vaccinaties hebben, niet gechipt zijn of op jonge leeftijd slecht behandeld zijn. Dit kan ervoor zorgen dat op latere leeftijd deze honden gezondheidsproblemen krijgen of een gevaar vormen voor andere honden en mensen. De landelijke chip- en registratieplicht draagt dus bij aan het welzijn van de honden.

4.1.2 Regels in de APV

In 2020 is het hondenbeleid van de voormalige gemeenten Noordwijk en Noordwijkerhout gelijk getrokken. De uitgangspunten die in dit hondenbeleid staan, zijn in de APV als regels opgenomen. Zo geldt er binnen de bebouwde kom overal een opruimplicht. Dit geldt ook voor de delen van het strand die voor de boulevards liggen. Langs de meest gebruikte uitlaatroutes staan bakken (depodogs) waar je hondenpoepzakjes uit kunt halen. De zakjes kunnen ook gratis worden afgehaald op het gemeentehuis.

 

Honden moeten altijd aangelijnd zijn binnen de bebouwde kom. Er geldt een uitzondering voor de hondenlosloopgebieden. Het aanlijngebod geldt ook in de natuurgebieden en op sommige delen van het strand. Honden kunnen namelijk de rust van andere dieren verstoren. Zo kunnen jonge dieren worden aangevallen of ouders worden verjaagd. Niet alleen in de bossen, maar ook op het strand als er bijvoorbeeld zeehonden rusten. We vinden het belangrijk dat deze dieren in rust kunnen verblijven in de bossen, de duinen en op het strand.

4.1.3 Aanlijn- en/of muilkorfgebod voor agressieve honden

Eigenaren van honden die als gevaarlijk worden aangemerkt na bijvoorbeeld een of meerdere bijtincidenten, kunnen door de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opgelegd krijgen. Dit gaat in samenwerking met de politie. Zo zorgen we ervoor dat de openbare ruimte veilig blijft voor andere honden, andere dieren en mensen. Er wordt gewerkt aan een landelijk meldpunt voor bijtincidenten en gevaarlijk gedrag (Ministerie van Algemene Zaken, 2025).

 

4.2 Katten

Katten zijn populaire huisdieren en hebben een belangrijke rol als gezelschapsdier. Maar ook katten kunnen uitdagingen met zich meebrengen als het gaat om zwerfkatten, ongewenste zwangerschappen en de invloed op de natuur.

4.2.1 Nog geen chip- en registratieplicht voor katten

Voor katten is er (nog) geen landelijke chip- en registratieplicht. Het ministerie heeft wel aangekondigd dat het een landelijke chip- en registratieplicht voor katten wil invoeren, maar is op dit moment nog met de uitwerking bezig. De chip- en registratieplicht is wel wenselijk. Voor katten die zijn weglopen of die zijn verdwaald, is het lastig om te achterhalen wie de eigenaar is. Daarnaast helpt het ook om het aantal zwerfkatten tegen te gaan.

4.2.2 Zwerfkatten en verwilderde katten

Zwerfkatten zijn katten die buiten leven en geen eigenaar hebben. Dit kunnen katten zijn die in het wild zijn geboren of verwilderde huiskatten die al een lange tijd niet meer in huis leven. Zwerfkatten zijn vaak uitgehongerd en ziek en hebben geen fijn leven. Als de dierenambulance verwilderde katten vangt en ophaalt, nemen zij contact op met de Dierenbescherming. De Dierenbescherming gaat over zwerfkatten en steriliseren de katten wanneer dat nodig is.

 

Met het chippen en registreren van katten voorkomen we dat weggelopen, ontsnapte of verdwaalde katten niet met hun eigenaar kunnen worden herenigd en zo verminderen we het aantal zwerfkatten.

4.2.3 Steriliseren van katten

Katten zijn een van de weinige huisdieren die vaak zonder toezicht van hun eigenaar in de openbare ruimte leven. Dit maakt het mogelijk dat poezen onopgemerkt zwanger worden, wat regelmatig leidt tot ongeplande nestjes. Jaarlijks ontvangt het asiel daardoor veel kittens. Soms brengen eigenaren deze kittens zelf naar het asiel, maar ze worden ook in het wild geboren of achtergelaten en later gevonden. Het is daarom belangrijk om katteneigenaren bewust te maken dat niet-gesteriliseerde poezen ongewenst zwanger kunnen raken. Door poezen te steriliseren, kunnen we voorkomen dat er ongewenste kittens geboren worden en verminderen we de druk op het asiel.

 

We informeren katteneigenaren over de voordelen van chippen en registeren. We maken met relevante stakeholders een communicatieplan om (toekomstige) katteneigenaren de voordelen van chippen, registreren en steriliseren duidelijk te maken.

4.2.4 Katten en de natuur

Katten zijn geliefde huisdieren maar hebben ook invloed op de natuur. Katten zijn van nature roofdieren en jagen op vogels, kleine zoogdieren, reptielen en insecten. Katten jagen niet alleen omdat ze honger hebben, dit komt door hun jachtinstinct en ze gaan vaak ’s nachts op pad. Door het jagen komen kwetsbare diersoorten in sommige natuurgebieden in de problemen, zoals bijvoorbeeld weidevogels die broeden op de grond. Maar ook vogels, muizen en dieren die in het bos en de duinen leven zijn slachtoffer van jagende katten.

 

Alle in het wild levende vogels zijn in Nederland wettelijk beschermd. Formeel gezien is een katteneigenaar in overtreding wanneer zijn of haar kat een beschermde diersoort vangt, op basis van de Omgevingswet (voorheen Wet natuurbescherming). Als een kat een vogel vangt of dood, is de eigenaar strafbaar. In de praktijk is het bijna onmogelijk om hierop te handhaven, maar we willen katteneigenaren wel bewust maken van bovenstaande verantwoordelijkheid.

 

4.3 Verboden dieren om te houden

Niet alle dieren zijn geschikt om te houden. Sommige dieren hebben veel en moeilijke verzorging nodig, sommige dieren kunnen ziektes overdragen en sommige dieren zijn gevaarlijk. Dit kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van de omgeving waarin we leven. Daarom heeft het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een lijst opgesteld waar zoogdierensoorten op staan die geschikt zijn om te houden2 . Deze lijst heet de huis- en hobbydieren lijst. Vanaf 1 juli 2024 mogen alleen de dieren die op deze lijst staan worden gekocht, gehouden of worden verkocht. Er mag ook mee worden gefokt. Dieren die niet op deze lijst staan, mogen niet meer worden gefokt. Wel mogen ze worden gehouden, verkocht of worden gekocht tot het dier overlijdt. Het LID, NVWA en de politie controleren op de huis- en hobbydieren lijst.

 

Op dit moment werkt het kabinet ook aan plannen om dieren te verbieden die pijn of last hebben door hun uiterlijk. De gemeente Noordwijk volgt de landelijke regelgeving op dit gebied.

 

We geven op de gemeentelijke website voorlichting over de regelgeving en het diervriendelijk houden van hobbydieren.

 

4.4 Impulsaankopen van dieren

Impulsaankopen van huisdieren komen vaak voor. Dit kan gebeuren door een onverwachte ontmoeting met een schattige pup, kitten, konijntje of een ander dier bij iemand thuis, op internet of in een dierenspeciaalzaak. Het gebeurt dat mensen ervoor kiezen het dier in huis te nemen zonder goed na te denken over de verantwoordelijkheid die het met zich meebrengt. De kosten en de zorg voor het huisdier worden onderschat en eigenaren kunnen niet meer de zorg verlenen die het dier nodig heeft. Dieren worden naar het asiel gebracht of worden achtergelaten in de natuur. Vooral rondom de zomervakantie worden er huisdieren achtergelaten in de natuur omdat eigenaren geen opvang kunnen regelen. Het voorkomen van impulsaankopen vermindert de druk op het asiel en zorgt ervoor dat dieren niet meer zomaar in de natuur worden achtergelaten.

 

We attenderen inwoners op de zorg en kosten van een huisdier, om impulsaankopen te verminderen.

 

4.5 Kinder- en zorgboerderijen

Kinder- en zorgboerderijen spelen een belangrijke rol in de educatie over dieren. Kleinschalige boerderijen bieden de mogelijkheid voor mensen, en met name kinderen, om op een laagdrempelige manier in contact te komen met dieren. Kinderboerderijen vervullen een educatieve rol omdat bezoekers leren over de dieren zelf, de omgang met dieren en het belang van een goede verzorging. Ook bieden kinderboerderijen een veilige plek voor de dieren zelf. Daarnaast bieden zorgboerderijen een plek voor dagbesteding voor mensen die zorg of begeleiding nodig hebben.

 

Ook boerderijen moeten zich aan wet- en regelgeving houden. Naast het bieden van een gezonde, fijne verblijfsplek en voldoende voeding en water, mogen kinderboerderijen alleen dieren houden die door de overheid zijn toegestaan. Dit zijn de dieren die op de huis- en hobbydierenlijst staan.

5 Opvang en verzorging dieren in nood

Iedereen heeft volgens de Wet dieren en de Omgevingswet een zorgplicht voor dieren, ook de gemeente. Schade toebrengen aan dieren moet worden voorkomen, en hulp bieden aan dieren in nood is verplicht. Wilde dieren moeten met rust worden gelaten, behalve wanneer ze hulp nodig hebben.

 

5.1 Ophalen, overdragen en opvang zwerfdieren

Gemeenten zijn, volgens het Burgerlijk Wetboek, verplicht om zwerfdieren met een vermoedelijke, maar onbekende eigenaar, op te vangen. Dit zijn zwerfdieren, zoals honden, katten en andere gezelschapsdieren, die op grondgebied van de gemeente worden aangetroffen. De gemeente heeft deze taak om ervoor te zorgen dat dieren goed verzorgd worden en om overlast en gezondheidsrisico’s voor mensen te voorkomen. Zwerfdieren moeten minimaal 14 dagen in een opvang worden verzorgd.

 

De gemeente Noordwijk werkt op dit gebied samen met het lokale dierenopvangcentrum en de regionale dierenambulance. Wanneer er een gewond of zwervend huisdier is gevonden en wanneer het huisdier gechipt is, neemt de dierenambulance contact op met de eigenaar. Wanneer het dier niet gechipt is of als de gegevens niet kloppen, dan brengt de dierenambulance het huisdier naar het dierenopvangcentrum. Het dierenopvangcentrum vangt de eerste 14 dagen de zwerfdieren op. Hiermee vervult het de wettelijke taak voor de gemeente. Na 14 dagen vervalt de verplichting van de gemeente om het zwerfdier op te vangen en verschuift deze verantwoordelijkheid, inclusief het eigendomsrecht van het dier, naar het dierenopvangcentrum. Er wordt dan een nieuwe geschikte eigenaar voor het dier gezocht.

 

5.2 Opvang wilde dieren in nood

In het wild levende dieren zijn strikt beschermd. Daarom mag niet iedereen een wild dier in nood vervoeren en verzorgen. De gemeente Noordwijk werkt samen met de regionale dierenambulance om gewonde wilde dieren te vervoeren en op te vangen. De dierenambulance helpt bij het ophalen van de dieren en brengt deze naar een opvanglocatie, of vangt in sommige gevallen de gewonde dieren zelf op. Voor het vervoeren en verzorgen van wilde dieren is een ontheffing nodig van de provincie. We werken samen met organisaties die in bezit zijn van deze ontheffing. Wanneer het gaat om grote dieren, zoals reeën en herten, wordt het dier in samenwerking met de dierenambulance, de politie en Staatsbosbeheer weggehaald.

 

Op het strand worden ook dieren in nood aangetroffen, dit kunnen vogels, vissen, zeehonden en dolfijnen zijn. De zeehondenwachters werken nauw samen met Zeehondencentra en de dierenambulance om de dieren in nood de eerste hulp te verlenen. Meer informatie hierover staat in hoofdstuk 6.

 

5.3 Overleden dieren

Helaas worden er ook overleden wilde dieren aangetroffen in de gemeente of overlijden er huisdieren. Dit kan zijn omdat is aangereden of op een natuurlijke manier is overleden.

 

Kleine wilde dieren die zijn overleden worden door de gemeente opgehaald. Kleine huisdieren worden eerst gecontroleerd op de aanwezigheid van een chip. Als het dier gechipt is, wordt er contact gezocht met de eigenaar van het dier. Het dier kan dan worden opgehaald. De gemeente doet dit zodat eigenaren nog afscheid kunnen nemen van hun huisdier. Dit is niet verplicht. Wanneer het dier geen chip heeft wordt er door de gemeente een foto van gemaakt en wordt het dier in de koelcontainer in de milieustraat bewaard. Deze container wordt regelmatig geleegd.

 

Wanneer de dierenambulance een melding krijgt van gewonde (huis)dieren en het dier blijkt bij aankomst overleden, wordt eerst gekeken of het dier is gechipt. In dat geval wordt er contact gezocht met de eigenaar. Wanneer het dier niet is gechipt of de registratiegegevens niet kloppen, kijkt de dierenambulance of het dier als vermist is opgegeven. Als dat niet het geval is wordt er op amivedi.nl een omschrijving van het dier geplaatst. De overleden huisdieren neemt de dierenambulance minstens 14 dagen in bewaring.

6 Dieren in de vrije natuur

Binnen de gemeente Noordwijk liggen stranden, duinen, bossen, landgoederen en agrarische gebieden. In die gebieden leven veel dieren in de vrije natuur. Dit zijn dieren die niet worden gehouden door mensen. Soms komt de omgeving waarin de wilde dieren leven onder druk te staan door de invloed van mensen. Het komt ook voor dat er in natuurgebieden wilde dieren leven waar natuurorganisaties de populatie dieren beheren om de natuur te beschermen en de openbare ruimte binnen de gemeente Noordwijk veilig te houden.

 

6.1 Zeeleven

We hebben in Noordwijk 13 kilometer strand. Op het strand en in de zee leven veel dieren, zoals zeehonden, bruinvissen, vogels, vissen en kwallen. Maar het strand is ook een populaire plek voor mensen en dieren om te ontspannen. Dat kan af en toe voor problemen zorgen op het strand.

6.1.1 Zeehonden en bruinvissen

In de Noordzee leven veel zeehonden. De zeehonden komen naar het strand om te rusten. Vaak komt er een melding binnen van mensen die een zeehond op het strand zien liggen. Deze melding komt binnen bij de zeehondenwachters. De zeehondenwachters werken nauw samen met Zeehondenopvangcentra om de zeehonden op het strand goed te verzorgen als zij op het strand liggen, gewond of ziek zijn. Zeehondenwachters hebben een speciale opleiding hoe ze om moeten gaan met zeehonden en hoe ze volgens het Zeehondenakkoord moeten handelen (Ministerie van LNV, 2021). Afhankelijk van de situatie worden de zeehonden verplaatst naar een plek waar ze kunnen rusten. De zeehondenwachters blijven de zeehonden observeren. Gewonde of zieke zeehonden worden naar het opvangcentrum ASeal gebracht. Als er kleine pups zijn (huilers) worden deze gewogen en indien nodig, ook naar het opvangcentrum gebracht. Wanneer de zeehonden weer voldoende zijn opgeknapt, worden ze weer vrijgelaten in de zee.

 

Er spoelen ook wel eens bruinvissen aan op het strand. Bruinvissen op het strand zijn altijd dieren in nood omdat zij niet, zoals zeehonden dat wel doen, op het strand komen om uit te rusten. Wanneer er een bruinvis op het strand is aangetroffen wordt deze in samenwerking met de zeehondenwacht en SOS Dolfijn naar het opvangcentrum gebracht. Ook bruinvissen worden weer vrijgelaten als zij gezond en sterk genoeg zijn om weer terug naar zee te gaan.

 

Het is belangrijk dat mensen die op het strand een zeehond tegenkomen afstand houden en hun hond aanlijnen. Zeehonden kunnen in de stress raken als mensen te dicht in de buurt komen. Als de zeehonden worden aangeraakt door mensen of honden kunnen ze daar erg ziek van worden, dit geldt niet alleen voor de zeehonden zelf, maar ook voor mensen en honden. Dit geldt ook voor bruinvissen, maar die hebben direct hulp nodig. Bij een zeehond op het strand kan er contact worden opgenomen met Zeehondencentrum Pieterburen. Bij een bruinvis is dit met SOS Dolfijn.

 

We gaan in gesprek met relevante stakeholders hoe we strandgangers beter kunnen informeren over wat ze moeten doen als ze zeehonden en bruinvissen op het strand aantreffen. We stemmen af welke acties hieraan kunnen bijdragen en voeren dit uit.

 

6.2 Herten

In de regio tussen IJmuiden en Den Haag komen veel damherten voor. Ook in het duingebied binnen de gemeente Noordwijk. De herten zijn vaak een reden voor mensen om de duinen te bezoeken, maar het aantal damherten in het gebied in Zuid-Kennemerland is zo groot, dat het aantal herten niet meer in evenwicht is met de natuur. Dit zorgt ervoor dat verschillende diersoorten en de natuur zelf negatieve gevolgen ondervinden van de grote hoeveelheid damherten. Zo worden reeën uit het duingebied gedrukt doordat de damherten het territorium verstoren en er te veel concurrentie is om voedsel. Zo ontstaan er gevaarlijke situaties op de weg als de reeën vanuit de duinen de weg opgaan of ontstaat er schade aan de landbouw.

 

De Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBEZH) heeft een beheerplan opgesteld voor het beheer van damherten in de duingebieden. Dit beheerplan is goedgekeurd door de provincie. Met verschillende maatregelen probeert de FBEZH, in samenwerking met Staatsbosbeheer en de Wildbeheereenheid Duin- en Bollenstreek, de populatie van damherten terug te dringen en zo de schade te beperken. Deze maatregelen zijn bijvoorbeeld het plaatsen van hekken en waarschuwingsborden. Dit is niet altijd voldoende en daarom is ook het afschot van herten een maatregel die wordt uitgevoerd. De Faunabeheereenheid heeft via een ontheffing van de provincie hier toestemming voor. Zo wordt wilde flora en fauna beschermd, wordt de verkeersveiligheid verhoogd en de schade aan landbouw geminimaliseerd.

 

6.3 Wolf

De wolf leefde lang geleden in heel Europa, ook in Nederland. Door het verdwijnen van leefgebied en de vervolging van de mens op de wolf is het dier uit Nederland verdwenen. Maar na een lange periode van afwezigheid keert de wolf nu terug in Nederland. De wolf is een nationaal en internationaal streng beschermde diersoort.

 

De nationale regels over soortenbescherming zijn vastgelegd in de Omgevingswet. De provincies zijn wettelijk verantwoordelijk voor het natuurbeleid in relatie tot wolven. Zij zorgen voor bescherming, monitoring en ontheffingen om maatregelen te nemen. Als de wolf zich in de provincie Zuid-Holland gaat laten zien, dan volgen we het beleid van de provincie.

 

6.4 Voorzieningen voor dieren

Binnen de gemeente hebben we een aantal voorzieningen aangelegd om het welzijn van de dieren binnen de gemeente te verbeteren. Een aantal voorbeelden van de maatregelen die we nemen:

 

  • Er zijn sloten en watergangen die een steile waterkant hebben. Het komt regelmatig voor dat het eenden en andere kleine dieren niet lukt om uit het water te komen. Daarom zijn er op een aantal plekken faunatrappen aangelegd. Dit zijn trappen langs de waterkant, die het mogelijk maken voor verschillende dieren om makkelijk uit het water te komen. Jonge eendjes maken hier gebruik van maar ook kleine reptielen en zoogdieren.

  • Naast de faunatrappen liggen er een aantal drijvende balken langs steile kades waar veel katten in het water vallen. De balken drijven op het water waardoor katten op de balk kunnen klimmen en weer uit het water kunnen komen.

  • Het plaatsen van wildspiegels zorgt ervoor dat reeën en herten worden afgeschrikt als ze in de buurt van een weg komen. Deze wildspiegels worden door Staatsbosbeheer of de gemeente geplaatst.

  • Het tijdelijk plaatsen van borden tijdens de paddentrek. Zo faciliteren de we vrijwilligers die helpen bij de paddentrek.

7 Schade en overlast van dieren in de stedelijke omgeving

Dieren en mensen leven in dezelfde ruimte, op plekken waar de ruimte beperkt is. Dieren zoeken vaak naar voedsel en schuilplaatsen, op de plekken waar ook mensen leven. Met name in het stedelijk gebied kan dit tot overlast leiden. De gemeente heeft in beginsel geen bestrijdingsplicht als de dieren op particuliere grond worden aangetroffen. Daar is de eigenaar zelf voor verantwoordelijk. Alleen als er gevaar is voor de volksgezondheid, kan de gemeente in sommige gevallen optreden.

 

7.1 Meeuwen

De gemeente Noordwijk is een kustgemeente en meeuwen maken deel uit van de kust. Dit zijn met name de kleine Mantelmeeuw en de Zilvermeeuw. Oorspronkelijk broeden meeuwen in de duinen maar door de toenemende aanwezigheid van de mensen in de duinen is hun broedgebied kleiner geworden. Daardoor zijn de meeuwen meer naar de bebouwde omgeving getrokken. Dat komt ook omdat er vaak eten te vinden is. Tijdens het broedseizoen kunnen meeuwen zeer beschermend worden, zeker als hun jongen uit het ei zijn gekomen. De gemeente ontvangt meldingen over overlast van meeuwen op daken en van meeuwen die agressief zijn.

 

Meeuwen zijn beschermde diersoorten, dus er mogen niet zomaar maatregelen worden getroffen. Hiervoor moet een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie. Op een aantal plekken waar de overlast door meeuwen groot is, treffen we maatregelen om de overlast te beperken. Bewoners kunnen hun daken zelf minder aantrekkelijk maken zodat de meeuwen daar niet gaan nestelen. Daarnaast is het belangrijk dat er zo min mogelijk voedsel te vinden is voor meeuwen.

 

We nemen maatregelen om op een aantal plekken te overlast van meeuwen te voorkomen. Daarnaast communiceren we maatregelen over wat inwoners zelf kunnen doen. We gaan na op welke plekken er veel meeuwen worden gevoerd en plaatsen daar extra bordjes met verboden te voeren.

 

7.2 Ratten

Ratten zijn veel voorkomende dieren in dichtbevolkte gebieden. Ratten worden aangetrokken door voedselresten en afval. Ze nestelen op beschutten plekken. De bestrijding van ratten op particuliere grond is de verantwoordelijkheid van de inwoners zelf. Wanneer de ratten een plaag vormen in de openbare ruimte en wanneer dit gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid, treedt de gemeente op. We plaatsen bij een plaag bordjes met ‘ivm rattenplaag geen dieren voeren’. Er wordt per situatie bekeken welke aanvullende maatregelen er nodig zijn.

 

Ratten zijn onderdeel van de omgeving waarin we leven. Het is belangrijk om rattenplagen te voorkomen, maar het is niet reëel om te streven naar een gemeente zonder ratten. Om rattenplagen te voorkomen is het belangrijk om geen voedselresten buiten te laten liggen, geen afvalzakken op straat te leggen en mogelijke schuilplaatsen, zoals openingen in muren of daken, te dichten. Het plaatsen van steeds meer ondergrondse containers zorgt er ook voor dat het afval niet meer op straat komt te liggen.

 

7.3 Insecten

Er zijn verschillende insecten die tot overlast kunnen leiden. Zo zijn wespen nuttige insecten die helpen bij het bestrijden van andere plagen, zoals vliegen en rupsen, maar ze kunnen als vervelend worden ervaren als ze, vooral in de zomer, op zoetigheden afkomen. Ze steken alleen als ze zich bedreigd voelen, maar hun steek kan pijnlijk zijn en soms allergische reacties veroorzaken.

 

Ook de eikenprocessierups en bastaardsatijnrups kunnen tot overlast leiden. De rupsen ontwaken in het voorjaar in hun nesten. De rupsen hebben dan nog geen gevaarlijke haren. Die krijgen ze later in het voorjaar, vlak voordat de rupsen opzoek gaan naar een plek om te verpoppen. De brandharen kunnen klachten veroorzaken zoals jeuk, irritatie, bultjes en vlekken.

 

De nesten van zowel de wespen als de eikenprocessierupsen en bastaardsatijnrupsen, verwijdert de gemeente als deze in de openbare ruimte worden aangetroffen.

8 Doelstellingen

In deze nota Dierenwelzijn beschrijven we de meest belangrijke onderwerpen in het kader van Dierenwelzijn binnen de gemeente Noordwijk. De concrete doelstellingen die we met deze nota nastreven zijn:

 

  • -

    Het welzijn van in het wild levende dieren wordt vergroot.

  • -

    Dieren in nood krijgen zo spoedig mogelijk de juiste hulp en opvang.

  • -

    De bewustwording over het diervriendelijk houden van huis- en hobbydieren bij inwoners wordt vergroot.

  • -

    Er wordt preventief bijgedragen aan het voorkomen van impulsaankopen van dieren.

9 Financiën

In deze nota zijn een aantal doelstellingen opgenomen, zoals geformuleerd in hoofdstuk 8. Om organisaties en initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan deze doelstellingen, is het door middel van de verordening Dierenwelzijn, mogelijk om een subsidie aan te vragen. In de huidige begroting is hiervoor €12.000,- beschikbaar. Er wordt €13.000 extra aangevraagd bij de Perspectiefnota 2026-2029. Daarmee komt het totale bedrag voor subsidies uit op €25.000,-.

10 Bronnenlijst

Dierenbescherming. (2018). Gemeente en Dieren 2018-2021. https://cms.dierenbescherming.nl/assets/common/Gemeente_en_Dieren2018-2021.pdf

 

Ministerie van Algemene Zaken. (2025, 8 januari). Voorkomen van gevaarlijk gedrag door honden (bijtincidenten). Dierenwelzijn | Rijksoverheid.nl. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/dierenwelzijn/aanpak-hoog-risico-honden

 

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (2021, 28 december). Zeehondenakkoord. Convenant | Rijksoverheid.nl. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/convenanten/2020/06/03/zeehondenakkoord

 

Stadswerk. (2023). Gedragscode soortbescherming gemeenten 2023: voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud. https://www.stadswerk.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1847788

Naar boven