Subsidieregeling Amateurkunsten Maastricht 2026 en verder

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht; overwegende dat het gemeentebestuur actieve cultuurparticipatie op amateurniveau wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen; gelet op de Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht; besluit vast te stellen de Subsidieregeling Amateurkunsten Maastricht 2026 en verder.

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • -

    Aanhorig gezelschap: een bij een gezelschap ondergebracht onderdeel dat als zodanig zelfstandig uitvoeringen kan geven;

  • -

    Aanvrager: degene die de subsidie aanvraagt op grond van deze subsidieregeling;

  • -

    Activiteit: vrijwilligersactiviteit c.q. initiatief zonder winstoogmerk uitgevoerd door en/of met vrijwilligers, eventueel ondersteund door een beroepskracht, ter behartiging van belangen van ideële en/of materiële aard;

  • -

    Activiteitensubsidie: een subsidie die wordt verstrekt voor een activiteit of een programma van activiteiten;

  • -

    Actieve cultuurparticipatie: het actief in de vrije tijd beoefenen van kunstzinnige, creatieve en culturele activiteiten, zonder het oogmerk daarmee in het levensonderhoud te voorzien, binnen het brede gebied van de kunsten waaronder architectuur, beeldende kunst en vormgeving, letteren, podiumkunsten, design, film, mode, straatcultuur en cross-overs tussen deze disciplines;

  • -

    Amateurkunsten: het actief in de vrije tijd beoefenen van kunstzinnige, creatieve en culturele activiteiten in groepsverband, zonder het oogmerk daarmee in het levensonderhoud te voorzien, binnen het brede gebied van de kunsten waaronder architectuur, beeldende kunst en vormgeving, letteren, podiumkunsten, design, film, mode, straatcultuur en cross-overs tussen deze disciplines;

  • -

    Amateurkunstorganisatie: een vrijwilligersorganisatie die actief is in het beoefenen van kunstzinnige, creatieve en culturele activiteiten in groepsverband in de vrije tijd, zonder het oogmerk daarmee in het levensonderhoud te voorzien, binnen het brede gebied van de kunsten waaronder architectuur, beeldende kunst en vormgeving, letteren, podiumkunsten, design, film, mode, straatcultuur en cross-overs tussen deze disciplines;

  • -

    Asv: Algemene subsidieverordening 2020 Maastricht;

  • -

    College: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Maastricht;

  • -

    Fair Practice Code: de gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie (https://fairpracticecode.nl); hieronder valt ook de Fair Pay Code. Zie ook: https://rekentool.fairpacct.nl/rekentools/rekentool-kunstprofessionals-in-cultuureducatie-en-amateurkunst;

  • -

    Governance Code Cultuur: een instrument voor goed bestuur en toezicht in de cultuursector dat het gehele besturingsproces omvat: beleid, uitvoering, toezicht en verantwoording.

    http://www.governancecodecultuur.nl ;

  • -

    Jeugd: de leeftijdsgroep tot 14 jaar;

  • -

    Jongeren: de leeftijdsgroep 14 t/m 27 jaar;

  • -

    Kalenderjaar: periode van 1 januari t/m 31 december;

  • -

    Leerling- of jeugdorkest: een muzikaal ensemble bestaande uit beginnende muzikanten, vaak jongeren, die samen muziek maken en hun vaardigheden ontwikkelen. Het is een plek waar beginnende muzikanten leren samenspelen en hun muzikale kennis en techniek verbeteren, vaak ter voorbereiding op grotere orkesten;

  • -

    Lid: iemand die als actief musicerend, zingend of toneelspelend staat ingeschreven bij een amateurkunstorganisatie en geen vergoeding ontvangt voor zijn of haar diensten;

  • -

    Muziekeducatie: het proces waarbij jeugd en jongeren worden onderwezen in muzikale vaardigheden, kennis en expressie;

  • -

    Muziekgezelschap: amateurkunstorganisatie die zich bezighoudt met de beoefening van muziek, uitgezonderd zangkoren;

  • -

    Onderdeel: een van de onderdelen A, B of C zoals in deze regeling opgenomen;

  • -

    Projectsubsidie: een subsidie voor projecten of activiteiten van de subsidieaanvrager, waarvoor het college voor slechts een van tevoren bepaalde tijd met een duidelijk begin- en einddatum subsidie verstrekt. Een subsidie wordt gegeven voor een periode van maximaal één jaar;

  • -

    Onderwijsinstelling: een instelling zonder commercieel winstoogmerk verantwoordelijk voor het bieden van (speciaal) primair onderwijs, (speciaal) voortgezet onderwijs en middelbaarberoepsonderwijs gevestigd in Maastricht;

  • -

    Openbare activiteiten: een activiteit die voor iedereen toegankelijk is en open staat voor een breed publiek. Er mag entreegeld gevraagd worden;

  • -

    Samenspeelgroep: een groep bestaande uit jeugd en/of jongeren die lid zijn van een amateurkunstorganisatie, die samen op een speelse manier leren en groeien in het samenspelen op muziekinstrumenten onder begeleiding van een docent of dirigent;

  • -

    Schoolproject: een muziekproject op een basisschool waarbij leerlingen onder schooltijd actief en creatief aan de slag gaan met muziek. Het project is ontworpen om muzikale vaardigheden, expressie en samenwerking te bevorderen, en wordt uitgevoerd binnen een afgebakende periode, in samenwerking met een muziekgezelschap en professionele muziekdocenten.

  • -

    Schoolklas: een vaste groep leerlingen die gedurende een schooljaar gezamenlijk les krijgt van één of meerdere leraren, volgens een vastgesteld lesrooster en curriculum binnen een onderwijsinstelling.

  • -

    Subsidiejaar: zie kalenderjaar;

  • -

    Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift;

  • -

    Toneelvereniging: amateurkunstorganisatie die zich bezighoudt met de beoefening van toneel en theaterspel;

  • -

    Vrijwilligersorganisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zonder winstoogmerk activiteiten uitvoert met voor een groot deel vrijwilligers, eventueel ondersteund door een of meerdere beroepskrachten, ter behartiging van belangen van ideële en/of materiële aard;

  • -

    Waarderingssubsidie: voorheen boekjaarsubsidie genoemd, is een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt aan muziekgezelschappen, zangkoren of toneelverenigingen ter bekostiging van hun structurele activiteiten;

  • -

    Zangkoor: amateurkunstorganisatie bestaande uit een groep vocalisten die tezamen een stuk muziek zingen, al dan niet met instrumentele begeleiding.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor projecten of activiteiten die hoofdzakelijk bijdragen aan actieve cultuurparticipatie op amateurniveau in Maastricht.

  • 2.

    Op grond van deze regeling kan uitsluitend een subsidie worden verstrekt voor activiteiten, zoals nader geregeld in de onderdelen A, B en C van deze regeling.

     

    De activiteiten dienen:

    • a.

      actieve cultuurparticipatie op amateurniveau te bevorderen; en

    • b.

      een positieve impact te hebben op het culturele leven in Maastricht; en

    • c.

      uitgevoerd te worden door een vrijwilligersorganisatie of vereniging die repeteert en/of gevestigd is in Maastricht;

    • d.

      uitgevoerd te worden onder professionele, artistieke leiding.

Artikel 4. Subsidieplafond

  • 1.

    Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld onder onderdeel A, bedraagt het subsidieplafond in totaal per kalenderjaar: € 380.533

  • 2.

    Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld onder onderdeel B, bedraagt het subsidieplafond in totaal per kalenderjaar: € 32.757

  • 3.

    Voor subsidiabele activiteiten zoals bedoeld onder onderdeel C, bedraagt het subsidieplafond in totaal per kalenderjaar: € 104.346

  • 4.

    Enig resterend subsidieplafond na afhandeling van de subsidieaanvragen voor activiteiten onder onderdeel A wordt overgeheveld naar het subsidieplafond van onderdeel B.

  • 5.

    Jaarlijks vindt er een indexering van de subsidieplafonds plaats.

  • 6.

    Het in enig kalenderjaar resterend subsidieplafond wordt per onderdeel herverdeeld.

  • 7.

    Eventueel teruggevorderde bedragen naar aanleiding van de definitieve vaststellingen, worden niet herverdeeld.

  • 8.

    Wijzigingen in de hoogte van de subsidie en het subsidieplafond worden na vaststelling, behoudens wijzigingen als gevolg van jaarlijkse prijsindexeringen en herverdelingen, door het college vastgesteld en openbaar gemaakt.

Artikel 5. Wijze van verdeling

  • 1.

    Verstrekking van subsidie vindt per onderdeel plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van volgorde van binnenkomst gerangschikt.

  • 3.

    De aanvraag wordt getoetst aan de criteria en voorwaarden zoals bepaald in deze subsidieregeling.

  • 4.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 5.

    De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien op het moment van ontvangst van de aanvraag het subsidieplafond voor het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend reeds is bereikt.

Artikel 6. Weigeringsgronden

Subsidie wordt onverlet artikel 9, derde lid, van de Asv geweigerd indien:

 

  • a.

    de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, gestart zijn voor het indienen van de volledige subsidieaanvraag;

  • b.

    voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, reeds subsidie is verstrekt op grond van een andere gemeentelijke regeling;

  • c.

    de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente;

  • d.

    de middelen niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor het subsidie beschikbaar wordt gesteld;

  • e.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • f.

    de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, een jubileum of feest betreft van de aanvrager zelf dan wel een andere vergelijkbare aard heeft;

  • g.

    een activiteit of een programma van activiteiten een politiek en/of religieus karakter heeft;

  • h.

    vergoedingen niet passen in het referentiekader van de Fair Practice Code.

Onderdeel A. Waarderingssubsidie

Artikel 7. Doelgroep

Een waarderingssubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan vrijwilligersorganisaties, zijnde muziekgezelschappen, zangkoren, of toneelverenigingen waarbij de organisatie gericht is op het bevorderen van de beoefening van de amateurkunsten in Maastricht.

Artikel 8. Voorwaarden

De vrijwilligersorganisatie die op grond van deze regeling een waarderingssubsidie aanvraagt heeft:

  • a.

    minimaal twee openbare optreden per kalenderjaar in gemeente Maastricht;

  • b.

    een artistiek leider, dirigent, instructeur of regisseur/spelstimulator etc. die beschikt over de daarvoor benodigde aantoonbare kwaliteiten.

Artikel 9. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen de kosten in aanmerking die direct verbonden zijn aan de activiteiten van de organisatie of die de uitvoering van deze activiteiten ondersteunen.

Artikel 10. Hoogte van de subsidie

De waarderingssubsidie voor een vrijwilligersorganisatie bestaat uit een basisbedrag en zoals in de onderstaande tabel opgenomen een bedrag per ingeschreven lid met als peildatum 1 september voorafgaande het subsidiejaar.

 

Basisbedrag

Bedrag per lid

Muziekgezelschap

€ 1.573

€ 112

Zangkoor

€ 956

€ 55

Toneelvereniging

€ 2.254

-

In deze tabel zijn de subsidiebedragen voor 2026 opgenomen inclusief indexering.

Artikel 11. Aanvraag

  • 1.

    Een vrijwilligersorganisatie kan slechts één aanvraag voor een waarderingssubsidie per subsidiejaar indienen.

  • 2.

    De aanvraag om een waarderingssubsidie dient vergezeld te gaan met een:

    • a.

      overzicht van de geplande activiteit voor het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      overzicht van het aantal leden op peildatum 1 september van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar;

    • c.

      het curriculum vitae (CV) van de betrokken artistiek leider, dirigent, instructeur of regisseur/spelstimulator etc. waaruit blijkt dat deze beschikt over aantoonbare kwaliteiten op basis van diploma’s, kennis en/of ervaring.

  • 3.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 12. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een waarderingssubsidie wordt uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop deze aanvraag betrekking heeft ingediend.

  • 2.

    Voor het subsidiejaar 2026 kan een aanvraag om subsidie, in afwijking van het vorige lid, worden ingediend vanaf 6 november tot en met 4 december 2025.

Artikel 13. Beslistermijn

  • 1.

    Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de complete aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders beslissen voor het subsidiejaar 2026, waarvoor de complete aanvraag is ingediend, uiterlijk op 30 januari 2026.

Artikel 14. Aanvullende weigeringsgronden

Een waarderingssubsidie zoals beschreven in onderdeel A kan, onverlet artikel 6 van deze regeling, worden geweigerd als:

 

  • a.

    een gezelschap verbonden is aan of onderdeel is van een andere vereniging, stichting, instelling, instituut, bedrijf of een vergelijkbare organisatie, zoals een dienstgezelschap, bedrijfsgezelschap, beroepsgezelschap of een gezelschap dat verbonden is aan een inrichting, een onderwijsinstelling of een levensbeschouwelijk genootschap;

  • b.

    een gezelschap is aan te merken als een aanhorig gezelschap;

  • c.

    een gezelschap zijn openbare optredens slechts gedurende een zeer beperkte periode in het subsidiejaar laat plaatsvinden in het kader van of gekoppeld aan evenementen

  • d.

    naar oordeel van burgemeester en wethouders aannemelijk is dat een gezelschap in de beoefening van toneel, muziek of zang onvoldoende actief is;

Onderdeel B. Projectsubsidie ter bevordering maatschappelijke betrokkenheid of artistieke ontwikkeling.

Artikel 15. Doelgroep

Een projectsubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan (vrijwilligers)organisaties die actief zijn in en voor Maastricht voor een project, activiteit of programma van activiteiten, primair gericht op het bevorderen van de beoefening van de amateurkunsten in en voor Maastricht.

Artikel 16. Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor projecten die voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    het project dient afgerond te zijn vóór 1 januari van het jaar volgend op het subsidiejaar;

  • b.

    het project dient de reguliere activiteiten van de organisatie te overstijgen;

  • c.

    het project dient de maatschappelijke betrokkenheid van de amateurkunstorganisatie te bevorderen; of

  • d.

    het project dient de artistieke ontwikkeling van de amateurkunstorganisatie te bevorderen.

Artikel 17. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project.

  • 2.

    Niet voor projectsubsidie in aanmerking komen de kosten:

    • a.

      die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

    • b.

      waarop een andere gemeentelijke subsidieregeling reeds ziet;

    • c.

      van vergoedingen die niet passen in het referentiekader van de Fair Practice Code.

    • d.

      voor activiteiten die uit eigen middelen worden verricht en gefinancierd.

    • e.

      voor de inhuur van solisten

Artikel 18. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Een projectsubsidie bedraagt per aanvraag minimaal € 500,- en maximaal € 5.000,-.

  • 2.

    De gemeentelijke subsidie bedraagt maximaal 75 % van de totale projectbegroting.

  • 3.

    De subsidiebedragen zijn inclusief BTW.

  • 4.

    De subsidiebedragen worden niet geïndexeerd.

Artikel 19. Aanvraag

  • 1.

    Een organisatie kan maximaal twee aanvragen voor een projectsubsidie per subsidiejaar indienen.

  • 2.

    De aanvraag om een projectsubsidie dient vergezeld te gaan van:

    • a.

      een projectplan waarbij inzichtelijk wordt gemaakt:

      • -

        hoe het project wordt uitgevoerd;

      • -

        wat de looptijd is van het project binnen het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

      • -

        wat de maatschappelijke betrokkenheid is en in hoeverre de activiteiten hieraan bijdragen; of hoe de artistieke ontwikkeling van de (vrijwilligers)organisatie wordt bevorderd en in hoeverre de activiteiten hieraan bijdragen;

      • -

        welke doelgroep(en) bereikt word(t/en) en wat het aantal te verwachte deelnemers of toeschouwers is.

    • b.

      een overzicht van de aan het project verbonden inkomsten en uitgaven; en

    • c.

      inzicht in de uurtarieven die gehanteerd worden.

  • 3.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 20. Aanvraagtermijn

  • 1.

    De aanvraag om een projectsubsidie wordt uiterlijk 8 weken voor de startdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ingediend.

  • 2.

    Voor het subsidiejaar 2026 kan een aanvraag vanaf 6 november 2025 worden ingediend.

Artikel 21. Beslistermijn

Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken nadat de complete aanvraag om subsidie is ingediend.

Artikel 22. Aanvullende weigeringsgronden

Een projectsubsidie kan, onverlet artikel 6 van deze regeling, worden geweigerd als de activiteit enkel ten goede komt aan de eigen vereniging of organisatie.

Onderdeel C. Projectsubsidie ter bevordering van muziekeducatie

Artikel 23. Doelgroep

Een projectsubsidie muziekeducatie wordt uitsluitend verstrekt aan een muziekgezelschap actief in en voor Maastricht voor activiteiten, primair gericht op het bevorderen van muziekeducatie van jeugd en jongeren in en voor Maastricht.

Artikel 24. Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor projecten die voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    het project dient uitgevoerd te worden in Maastricht;

  • b.

    het project dient afgerond te zijn vóór 1 januari van het jaar volgend op het subsidiejaar;

  • c.

    het project dient muziekeducatie voor jeugd en jongeren te bevorderen door het organiseren van samenspeelgroepen, leerling- of jeugdorkesten en/of schoolprojecten;

  • d.

    het project dient te bestaan uit meerdere georganiseerde activiteiten (dus niet een eenmalige activiteit).

Artikel 25. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project.

  • 2.

    Niet voor projectsubsidie in aanmerking komen de kosten van:

    • a.

      kosten die door de subsidieaanvrager zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

    • b.

      kosten waarop een andere gemeentelijke subsidieregeling reeds ziet;

    • c.

      kosten voor activiteiten die uit eigen middelen worden verricht en gefinancierd;

    • d.

      kosten voor de aanschaf, beheer en onderhoud van instrumenten;

    • e.

      vergoedingen die niet passen in het referentiekader van de Fair Practice Code.

Artikel 26. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Een projectsubsidie bedraagt per aanvraag:

    • a.

      Maximaal € 5.000,- voor het organiseren van één of meerdere samenspeelgroepen of jeugdorkesten/jeugddrumbands door de vereniging voor jeugd en jongeren.

    • b.

      Maximaal € 3.000,- per schoolklas voor schoolprojecten gericht op muziekeducatie onder schooltijd die worden georganiseerd.

  • 2.

    De subsidie mag 100% van de totale projectbegroting bedragen waarbij er per kalenderjaar nooit meer dan € 20.000,- aan subsidie kan worden verleend voor onderdeel C van deze regeling.

  • 3.

    De subsidiebedragen zijn inclusief BTW.

  • 4.

    De subsidiebedragen worden niet geïndexeerd.

Artikel 27. Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag om een projectsubsidie muziekeducatie dient vergezeld te gaan met een projectplan waarbij inzichtelijk wordt gemaakt:

    • a.

      hoe aan de hand van een lesprogramma, de samenspeelgroep(en), jeugdorkest(en) en/of schoolprojecten worden uitgevoerd;

    • b.

      wat de looptijd is van het project binnen het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      welke doelgroep(en) bereikt word(t/en) en wat het aantal te verwachte deelnemers onder de 18 jaar is.

  • 2.

    Een sluitende begroting die;

    • -

      een overzicht geeft aan de aan het project verbonden inkomsten en uitgaven;

    • -

      inzichtelijk te maken op welke wijze wordt voldaan aan de Fair Pay Code.

  • 3.

    Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar.

Artikel 28. Aanvraagtermijn

  • 1.

    De aanvraag om een projectsubsidie wordt uiterlijk 8 weken voor de startdatum van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ingediend.

  • 2.

    Voor het subsidiejaar 2026 kan een aanvraag vanaf 6 november 2025 worden ingediend.

Artikel 29. Beslistermijn

Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken nadat de complete aanvraag om subsidie is ingediend.

 

AFSLUITENDE ARTIKELEN voor onderdelen A, B en C:

Artikel 30. Verplichtingen

  • 1.

    Onverminderd artikel 11 van de Asv leggen burgemeester en wethouders de verplichting op dat betaling van de bij de gesubsidieerde activiteit betrokken medewerkers geschiedt volgens de wijze zoals opgenomen in de Fair Practice Code.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen in de verleningsbeschikking specifieke verplichtingen opleggen.

Artikel 31. Verantwoording en vaststelling

  • 1.

    Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld.

  • 2.

    Bij subsidies van meer dan € 5.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht een aanvraag tot vaststelling in.

  • 3.

    De aanvraag zoals in lid 2 bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een jaarrekening of een financieel verslag bestaande uit een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 4.

    Een vaststelling voor een waarderingssubsidies, zoals bedoeld in onderdeel A van deze regeling, bevat in ieder geval een bewijs dat de activiteiten die gepland stonden voor het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd plaats hebben gevonden.

  • 5.

    Projectsubsidies, zoals bedoeld in onderdelen B en C van deze regeling, worden conform de bepalingen uit de Asv vastgesteld op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten.

  • 6.

    Het vastgestelde bedrag kan niet hoger zijn dan het verleende bedrag.

Artikel 32. Bevoorschotting

  • 1.

    In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000,- wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

  • 2.

    In geval van verlening van een subsidie van meer dan € 5.000,- wordt een voorschot verleend van 90%.

  • 3.

    Een voorschot wordt binnen zes weken na verzenddatum van de verleningsbeschikking overgemaakt op de rekening van de subsidieontvanger.

Artikel 33. Hardheidsclausule

  • 1.

    In gevallen, de uitvoering van deze subsidieregeling betreffend, waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van deze subsidieregeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 34. Slotbepalingen

  • 1.

    De Subsidieregeling Amateurkunsten Maastricht (vastgesteld op 10 juli 2023) wordt ingetrokken, met ingang van 2 oktober 2025.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 6 november 2025.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Amateurkunsten Maastricht 2026 en verder.

Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 23 september 2025.

De Secretaris,

G.J.C. Kusters

De Burgemeester,

W.A.G. Hillenaar

ALGEMENE TOELICHTING  

Het cultuurbeleid van Maastricht (Maastrichtse Cultuurvisie: Cultuur maakt Maastricht, Maastricht maakt cultuur; d.d. 26 november 2019) is gebaseerd op twee hoofdverantwoordelijkheden:

  • 1.

    De verantwoordelijkheid om de actieve cultuurparticipatie in al zijn aspecten (van amateurkunst tot erfgoed) zoveel mogelijk te ondersteunen en te stimuleren; en

  • 2.

    De verantwoordelijkheid die de stad draagt voor de aanwezige professionele kunsten, kunstvakopleidingen en presentatie instellingen.

Deze subsidieregeling is een instrument om het eerste doel voor wat betreft de amateurkunsten mede te bereiken.

 

In het Coalitieakkoord 2022-2026: Maastricht, stad van verbondenheid zijn de volgende ambities uitgesproken:

 

  • 1.

    Het vergroten van de mogelijkheden voor alle jeugdigen om cultuur te kunnen maken en meemaken.

  • 2.

    Een impuls te geven aan cultuureducatie, zoals de ondersteuning van het muziekonderwijs op scholen, zo mogelijk in samenwerking met amateurverenigingen.

  • 3.

    Het meer ondersteunen en investeren in onze amateurverenigingen. Zij zijn van grote waarde voor de stad.

Deze subsidieregeling is een instrument om deze ambities mede te bereiken.

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

 

Artikel 16. Voorwaarden:

 

  • a.

    Met het ‘bevorderen van de maatschappelijke betrokkenheid van de amateurkunstorganisatie’ bedoelen we het volgende: Activiteiten die specifiek georganiseerd worden met en/of voor doelgroepen in de wijken van de stad voor wie cultuurparticipatie minder vanzelfsprekend is. Hierbinnen stimuleren we samenwerking met een sportvereniging, onderwijsorganisatie, welzijnsorganisatie, amateurkunstvereniging of professionele kunstinstelling met als doel elkaar aan te vullen en te versterken, waardoor een positieve impact op individuen en de samenleving als geheel ontstaat. Hiermee bedoelen we niet het organiseren van activiteiten voor de eigen vereniging of organisatie.

  • b.

    Met het ‘bevorderen van de artistieke ontwikkeling van de amateurkunstorganisatie’ bedoelen we het volgende: Activiteiten die specifiek georganiseerd worden om de artistieke kwaliteit van de actieve leden van de amateurkunstorganisatie blijvend te bevorderen. Hiermee bedoelen we niet de tijdelijke inhuur van solisten voor een optreden.

Artikel 24. Voorwaarden

 

  • c.

    Met het ‘bevorderen van muziekeducatie voor jeugd en jongeren door het organiseren van samenspeelgroepen, leerling- of jeugdorkesten en/of schoolprojecten’ bedoelen we het volgende: Structurele activiteiten die het muziekgezelschap organiseert volgens een lesprogramma voor actieve leden van de vereniging t/m 27 jaar. Voor schoolprojecten stimuleren we de samenwerking met organisaties die muziekverenigingen ontzorgen bij het organiseren van muziekprojecten op school. De muziekprojecten op scholen vinden plaats onder schooltijd.

Naar boven