Gemeenteblad van Hoeksche Waard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoeksche Waard | Gemeenteblad 2025, 432241 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoeksche Waard | Gemeenteblad 2025, 432241 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Woonschepenverordening Hoeksche Waard 2025
De raad van gemeente Hoeksche Waard;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3 juni 2025, Z/25/277965;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
overwegende dat het ter bevordering van een goed beheer van het openbaar water noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot het gebruik van de ligplaatsen voor woonschepen uit een oogpunt van orde, veiligheid en milieu;
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Deze verordening is van toepassing op de gemeentelijke havens dan wel het openbaar water, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening.
Artikel 6 Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden
Het college kan een ligplaatsvergunning weigeren als:
het woonschip langer, breder, hoger of dieper is dan aangegeven op de ligplaatsenkaart die als bijlage 1 bij deze verordening is opgenomen. Daar waar op de ligplaatsenkaart vermeld is “ligplaats in relatie tot tuinlengte” geldt als lengte voor de ligplaats de lengte die aanwezig is bij het in een rechte lijn doortrekken van de eigendoms- en gebruiksgrenzen van de wal naar het schip. Als de eigenaren van het aangrenzende perceel schriftelijk verklaren geen bezwaar te hebben tegen een langer woonschip kan het college vergunning verlenen voor een langer woonschip dan de tuinlengte toestaat;
De in deze verordening genoemde afmetingen worden uitwendig gemeten daar waar zij het grootst zijn. Ondergeschikte bouwdelen als lichtkoepels en antennes worden niet meegerekend.
Artikel 8 Verplichtingen van houders van toestemmingen
Degene aan wie een ligplaatsvergunning is verleend houdt deze, of een kopie hiervan, aan boord van het woonschip waarop deze betrekking heeft.
Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de vergunninghouder verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.
Artikel 13 Verhalen (verplaatsen) van woonschepen
Het college is bevoegd de eigenaar, huurder of gebruiker van het woonschip schriftelijk op te dragen het woonschip binnen een redelijke termijn te verhalen/verplaatsen naar een andere ligplaats wanneer onder meer, maar niet uitsluitend de fysieke leefomgeving, evenementen of de veiligheid binnen de gemeente dit naar haar oordeel noodzakelijk maakt en wanneer de gemeente dit geraden voorkomt.
Artikel 16 Aansluiting op de riolering
Als het niet mogelijk is op een kleinere afstand dan 40 meter huishoudelijk afvalwater te lozen op een openbaar riool, moet het woonschip aangesloten worden op een septictank van 6 m3. Deze tank moet geplaatst worden op de vaste wal met een standpijp waaraan een flexibele aansluiting bevestigd kan worden.
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Artikel 21 Betreden van woonruimten
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woonschip zonder toestemming van de bewoner.
Een krachtens de woonbotenverordening voor de gemeente Binnenmaas 2009 verleende vergunning, ontheffing of vrijstelling geldt als vergunning, ontheffing of vrijstelling verleend krachtens deze verordening. Het college kan deze ambtshalve vervangen door een vergunning, ontheffing of vrijstelling krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan samen gaan met een wijziging van beperkingen en voorschriften.
Een krachtens de woonschepenverordening Hoeksche Waard 2020 verleende vergunning, ontheffing of vrijstelling geldt als vergunning, ontheffing of vrijstelling verleend krachtens deze verordening. Het college kan deze ambtshalve vervangen door een vergunning, ontheffing of vrijstelling krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan samen gaan met een wijziging van beperkingen en voorschriften.
Voor woonschepen waarvan een of meer maten de in bijlage 1 genoemde afmetingen overschrijden en deze overschrijding reeds bestond ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening en een ligplaatsvergunning hadden, geldt, dat deze overschrijding wordt toegestaan. Bestaande afwijkingen mogen niet worden vergroot. Bij vervanging van een woonschip en/of het innemen van een nieuwe ligplaats moet voldaan worden aan de geldende voorschriften.
Het college kan afwijken van het bepaalde in deze verordening indien strikte toepassing van het bepaalde leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 september 2025.
M.J.E.M. van Dam
griffier
M. Witte
raadsvoorzitter
Toelichting bij Woonschepenverordening Hoeksche Waard 2025
Deze verordening bevat de kaderstellende regels die van toepassing zijn op woonschepen wanneer deze liggen in openbare wateren binnen de grenzen van de gemeente Hoeksche Waard en die openstaan voor woonschepen. Hiermee worden de gemeentelijke belangen beschermd en tegelijkertijd worden de rechten en plichten van zowel de woonschepen als de beheerder van het openbaar water inzichtelijk gemaakt. Daarbij heeft deze verordening voor ogen dit alles op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, ontdaan van overbodige regels en administratieve lasten.
Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.
Artikel 1, lid a Bijkomende voorzieningen
Het begrip bijkomende voorzieningen omvat die middelen die nodig zijn om aan boord en van boord van een woonschip te komen. Zaken als opstallen op de kade, opslag van materialen, aansluitingen op nutsvoorzieningen, etc. vallen niet onder de werking van deze verordening.
Artikel 1, lid d en artikel 2 Openbaar water en toepassingsbereik
Het begrip openbaar water omvat die wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn en die voor woonschepen openstaan, met inbegrip van de daartoe behorende werken (kades, ligplaats aangelegenheden, etc.). Ter afbakening en verduidelijking zijn de wateren die voor woonschepen openstaan op de kaart in bijlage 1 aangegeven. Deze verordening is daarmee in beginsel van toepassing op alle wateren binnen de gemeentegrenzen die voor woonschepen open staan, evenals de daartoe behorende werken.
Binnen het toepassingsbereik vallen ook wateren die aan anderen toebehoren, deze een openbaar karakter hebben en op enigerlei wijze voor het publiek toegankelijk zijn. Dit betreft het water van de Dorpshaven in Numansdorp en een deel van de Boezemvliet in Puttershoek.
Niet binnen het toepassingsbereik vallen wateren die aan anderen toebehoren. Een voorbeeld hiervan is het water van de Nieuwe Haven en Strijensche Haven in Strijen: de woonschepen liggen in water dat toebehoort en in beheer is van het waterschap Hollandse Delta of van de woonbooteigenaren zelf. De functie wonen voor deze woonschepen is in het Omgevingsplan geregeld.
De gemeente onderscheidt twee categorieën woonschepen:
Artikel 3 Vergunningen en ontheffingen
Op 13 februari 2017 is de Wet verduidelijking voorschriften woonboten in werking getreden. Deze heeft gevolgen voor bestaande woonboten en nieuwe woonboten:
Bestaande woonschepen vóór inwerkingtreding Wet verduidelijking voorschriften woonboten
Indien voor het bouwen of gebruiken van een woonboot of een ander drijvend object dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor verblijf voor of op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (13-02-2017) krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is verleend, wordt die vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, c of d.
Nieuwe woonschepen ná inwerkingtreding Wet verduidelijking voorschriften woonboten
Een woonboot of een ander drijvend object dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor verblijf ten aanzien waarvan tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening geen vergunning of ontheffing werd vereist voor het bouwen of gebruiken ervan, wordt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (13-02-2017) gelijkgesteld met een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikelen 2.1, eerste lid, onderdelen a, c of d is verleend.
Voorwaarden waaronder een vergunning of ontheffing als bedoeld in het bovenstaande onderdeel is verleend, worden gelijkgesteld met aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften.
Het in artikel 3, lid 9 genoemde Aanvraagformulier vergunning ligplaats woonschip is in bijlage 2 bij de Woonschepenverordening bijgevoegd.
De gemeente kan in beginsel een vergunning voor bepaalde tijd verlenen met de bedoeling schaarse ligplaatsen zo eerlijk mogelijk te verdelen. Van schaarste van ligplaatsen in de Hoeksche Waard is echter geen sprake. In het eerste lid van artikel 5 is daarom opgenomen dat de werkingsduur van een vergunning voor onbepaalde tijd is.
Veel gemeenten verlenen ligplaatsvergunningen voor woonschepen tegenwoordig voor onbepaalde tijd. Zodra woonschepen in het Omgevingsplan zijn opgenomen wordt een permanente ligplaatsvergunning verleend. Destijds waren er gemeenten die ligplaatsvergunningen voor woonschepen verstrekten voor bepaalde tijd, bijvoorbeeld voor 3 jaar. Dit beleid had nadelen. Iedere drie jaar moest opnieuw een vergunning worden aangevraagd. Dat leidde voor bewoners en ook voor de gemeenten tot werk en kosten. In de praktijk werden om die reden vaak ook geen nieuwe vergunningen meer aangevraagd. Het verandert ook nauwelijks iets aan de juridische status van een woonschip. Gemeenten hebben daarom besloten om in het vervolg alle nieuwe ligplaatsenvergunningen voor onbepaalde tijd te verlenen. Dit is nu het beleid voor alle nieuwe aanvragen om een ligplaatsvergunning.
Het tweede lid bepaalt dat een vergunning desondanks voor bepaalde tijd verleend kan worden als het gewenst is rekening te houden met (toekomstig) ruimtelijk beleid.
Het derde lid bepaalt dat een ontheffing, als deze wordt verleend voor een eenmalige gedraging of handeling, wordt verleend voor de duur van die gedraging of handeling, maar niet voor een duur langer dan zes maanden. Een gedraging of handeling die langer duurt dan zes maanden kan worden beschouwd als een activiteit die vergunningplichtig is op grond van de Wet milieubeheer.
Artikel 6 Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden
Met de in het eerste lid, onderdeel b genoemde evenementen worden publiek toegankelijke evenementen bedoeld, zoals het NK Sprietlopen in de Veerhaven Puttershoek.
Onder het bepaalde in het eerste lid, onderdeel e worden ook beleidswijzigingen bedoeld. Deze kunnen aanleiding zijn voor intrekking of wijziging van een vergunning of ontheffing. Daarbij worden vanzelfsprekend de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht genomen.
Volgens de in 2020 ingetrokken Woonbotenverordening voor de gemeente Binnenmaas 2009 kon een vergunning worden geweigerd als het uiterlijk van het woonschip in strijd was met redelijke eisen van welstand. Deze bepaling is in de voorliggende woonschepenverordening Hoeksche Waard niet overgenomen. Woonschepen zijn met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschriften (13-02-2017) gelijkgesteld met een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend. Het uiterlijk van woonschepen wordt vanaf die datum getoetst aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften. Een ligplaatsvergunning wordt definitief van kracht als ook een omgevingsvergunning is verleend.
De vergunninghouder is in beginsel verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, tenzij anders is bepaald. Dit laatste heeft bijvoorbeeld betrekking op die artikelen waarin expliciet is bepaald dat ’eenieder’ zich aan dat voorschrift dient te houden.
De strekking van dit artikel betreft dat bij toewijzing van een vergunningaanvraag voor een reserveplaats als eerste de reserveplaats in deelgebied 2 beschikbaar wordt gesteld. Dit onder de voorwaarde dat de noodzaak om aanspraak te maken op een reserveplaats naar het oordeel van de gemeente aannemelijk is. Indien deze reserveplaats bezet is, wordt vergunning verleend voor het tijdelijk innemen van reserveplaats in deelgebied 1 voor een periode van maximaal 2 jaar. De reserveplaats in deelgebied 1 betreft een tijdelijke locatie. Dit artikel is overgenomen uit de in 2020 ingetrokken Woonbotenverordening voor de gemeente Binnenmaas 2009.
Artikel 11 Overdragen ligplaatsvergunning
Met het overschrijven van de ligplaatsvergunning door het college worden de ligplaatsvergunning en de toepasselijke voorschriften van deze verordening overgedragen van de vergunninghouder op de rechtverkrijgende.
Artikel 14 Ligplaatsenoverzicht
De gemeente kent twee verschillende categorieën woonschepen (artikel 1.1 lid g ). Niet elk type woonschip kan of mag namelijk overal een ligplaats innemen. In het ligplaatsenoverzicht wordt aangegeven waar een ligplaats mag worden ingenomen. In het Omgevingsplan wordt verder aangegeven welk type woonschip er op die plekken mag liggen of aan welke eisen het woonschip moet voldoen.
Artikel 16 Aansluiting op de riolering
De Waterwet en het Besluit lozingen afvalwater huishoudens stellen eisen aan het lozen van huishoudelijk afvalwater door particulieren. Deze wet- en regelgeving vindt onder andere haar oorsprong in Europese regelgeving en richt zich op het schoner worden en schoner houden van het oppervlaktewater. Volgens deze wetgeving mogen woonschepen niet ongezuiverd lozen op oppervlaktewater.
Vanuit de Wet milieubeheer moet de gemeente zorg dragen voor de doelmatige inzameling en het doelmatig transport van afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de in de gemeente gelegen percelen. In de regel wordt hiervoor riolering aangelegd. Indien er riolering aanwezig is, hoeft er geen ander alternatief geboden te worden; het Besluit lozing afvalwater huishoudens stelt namelijk dat woonschepen niet langer op oppervlaktewaterlichamen mogen lozen, wanneer er zich een aansluiting binnen 40 meter van het lozingspunt bevindt. Is dit niet het geval of is het niet mogelijk om hierop aan te sluiten, dan zijn alternatieven mogelijk waaronder de plaatsing van een septic tank of individuele behandeleenheid van afvalwater (IBA).
Artikel 21 Betreden van woonruimten
In artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat een toezichthouder een woning niet mag betreden als de bewoner daar geen toestemming voor geeft. De bevoegdheid tot het binnentreden is gestoeld op artikel 149a van de Gemeentewet. Artikel 149a strekt ertoe dat de gemeenteraad in bepaalde gevallen de bevoegdheid kan verlenen tot het binnentreden in woningen zonder toestemming van de bewoner. Het gaat hier om binnentreden ter uitoefening van toezicht en opsporing in verband met de naleving van voorschriften inzake handhaving van de openbare orde of veiligheid en bescherming van het leven of de gezondheid van personen. Het binnentreden in woningen behoort niet tot de bevoegdheden die afdeling 5.2 van de Awb aan iedere toezichthouder verleent. De bevoegdheid tot uitoefening van bestuursdwang is in de Gemeentewet voor alle gevallen geregeld in artikel 125. De Algemene wet op het binnentreden is ook hier van toepassing, zodat voor binnentreden zonder toestemming van de bewoner een machtiging noodzakelijk is. De Algemene wet op het binnentreden maakt onderscheid tussen het bevoegd zijn tot binnentreden in een woning en het nodig hebben van een machtiging om tot binnentreden in een woning in een concreet geval over te mogen gaan. Artikel 149a attribueert aan de gemeenteraad de bevoegdheid om personen de bevoegdheid, en dus niet de machtiging, te verlenen tot binnentreden. Op grond van art. 5:27, tweede lid, van de Awb is het bestuursorgaan dat bestuursdwang toepast bevoegd tot het verlenen van deze machtiging. De bevoegdheid tot binnentreden zal slechts uitgeoefend mogen worden voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van de taak waarvoor binnen wordt getreden, nodig is.
Opgemerkt wordt dat onder het begrip ‘woning’ tevens een woning aan boord van een schip moet worden verstaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-432241.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.