Gemeenteblad van Hof van Twente
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hof van Twente | Gemeenteblad 2025, 429601 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hof van Twente | Gemeenteblad 2025, 429601 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
vast te stellen de navolgende CONTROLEVERORDENING HOF VAN TWENTE 2025
De raad van de gemeente Hof van Twente;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 213, eerste lid, van de Gemeentewet’;
In deze verordening wordt verstaan onder:
- accountant: een door de raad aangewezen accountant als bedoeld in artikel 213, tweede
- accountantscontrole: controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde
jaarrekening door de accountant;
- auditcommissie; de door de raad ingestelde commissie, ter bevordering van een
efficiënte en doeltreffende accountscontrole;
- deelverantwoording: een in opdracht van de raad ten behoeve van de verslaglegging
opgestelde verantwoording van een deel van de gemeentelijke organisatie, welke
verantwoording onderdeel uitmaakt van de jaarrekening;
- jaarrekening: jaarrekening van de gemeente als bedoeld in artikel 197 van de
- managementletter: verslag van de accountant gericht aan het bestuur met belangrijke
bevindingen en adviezen voor verbetering van de interne beheersing, de IT-omgeving en
- rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders (hierna
het college) waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de
financiële beheers-handelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de
relevante wet- en regelgeving.
Artikel 2 Opdrachtverlening accountantscontrole
1. De accountantscontrole vindt plaats door een accountant. De aanwijzing van de
accountant geschiedt door de raad voor een daarbij te bepalen periode.
2. In samenwerking met de auditcommissie voert het college de aanbesteding van de
3. De accountant hanteert ten behoeve van de oordeelsvorming over de jaarrekening de
volgende goedkeuringstoleranties als bedoeld in artikel 213, derde lid, van de
a. De goedkeuringstolerantie is de som van de afwijkingen in de jaarrekening en
onzekerheden in de uitvoering van de controle.
b. Een goedkeuringstolerantie van 2% van de omvangsbasis.
c. De omvangsbasis is gelijk aan de totale lasten van de gemeente exclusief de
4. De accountant hanteert ten behoeve van de rapportering in het verslag van bevindingen
een bedrag ter grootte van 5% van de goedkeuringstoleranties (de rapporteringstolerantie).
5. De in de lid 3 en 4 bedoelde toleranties zijn ook van toepassing voor eventuele apart te
controleren deelverantwoordingen.
6. De auditcommissie kan jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met
a. de posten van de jaarrekening met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties,
waaraan de accountant bij zijn accountantscontrole specifiek aandacht dient te
b. de gemeentelijke producten of organisatieonderdelen met bijbehorende afwijkende
rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn accountantscontrole
specifiek aandacht dient te besteden;
Artikel 3 Overige controles en opdrachten
1. Het college kan de accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke
werkzaamheden met betrekking tot de doelmatigheid en doeltreffendheid als bedoeld in
de Onderzoeksverordening Hof van Twente 2023 voor zover de onafhankelijkheid van de
accountant daarmee niet in het geding komt. Het college informeert de raad vooraf over
deze aan de accountant te verstrekken opdrachten.
2. Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende de specifieke
uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de ministeries.
3. Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden en nemen hierbij de
gestelde controle-eisen in acht. Als een deel van deze vereisten moet worden uitgevoerd
door een accountant, is het college bevoegd hiervoor de opdracht te verlenen aan een
andere dan de door de raad aangewezen accountant, indien dit in het belang van de
Artikel 4 Inrichting accountantscontrole
1. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening:
a. de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de
omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. De accountant vraagt
voorafgaand aan de accountantscontrole de benodigde dossierstukken schriftelijk op
bij een vertegenwoordiger van de ambtelijke organisatie;
b. de accountant voert de controlewerkzaamheden met voorafgaande kennisgeving aan
een vertegenwoordiger van de ambtelijke organisatie van de gemeente uit.
2. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek
overleg plaats tussen de accountant, de auditcommissie en vertegenwoordigers van de
Artikel 5 Informatieverstrekking door het college
1. Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening, met de
rechtmatigheidsverantwoording, conform de geldende wet- en regelgeving en overleggen
deze aan de accountant voor accountantscontrole.
2. Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende
bescheiden voor de accountant ter inzage liggen en onbelemmerd toegankelijk zijn.
3. Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de accountant, dat alle aan het
college bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is
4. Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de (concept)
accountantsverklaring en het verslag van bevindingen uiterlijk 1 juli aan de raad.
5. Alle informatie die na afgifte van de (concept) accountantsverklaring en voor behandeling
van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat
de jaarrekening geeft, wordt terstond door het college aan de raad en de accountant
6. De accountant maakt voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen
rechtmatigheidsverantwoording door het college zo veel mogelijk gebruik van het
namens burgemeester en wethouders uitgevoerde onafhankelijke onderzoek.
7. De accountant maakt in de accountantscontrole zo veel mogelijk gebruik van de
aanwezige interne beheersing van de werkzaamheden van de interne auditfunctie van de
gemeente en stimuleert door een zo veel mogelijke organisatiegerichte
accountantscontrole de verdere kwaliteitsverbetering en professionalisering.
Artikel 6 Toegang tot informatie door accountant
1. Het college draagt er zorg voor dat de accountant voor de uitvoering van zijn
controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle relevante
2. De accountant is bevoegd om van alle in de gemeentelijke organisatie werkende
personen mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor
de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt er zorg voor,
dat de in de gemeentelijke organisatie werkende personen hieraan hun medewerking
3. Het college draagt er zorg voor, dat alle in de gemeentelijke organisatie werkende
personen zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de
accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over het gevoerde financiële
beheer, de getrouwheid van zowel het financiële beeld als de verklaring over de
rechtmatige totstandkoming van de baten en lasten.
Artikel 7 Rapportering door accountant
1. Als de accountant bij een accountantscontrole tot het oordeel komt dat de
rechtmatigheidsverantwoording door het college niet getrouw is, dan wel afwijkingen
constateert die op zichzelf leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende
controleverklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift
2. In aanvulling op het verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem
uitgevoerde controles verslag uit over zijn bevindingen die niet van bestuurlijk belang zijn
aan de daarvoor in aanmerking komende ambtenaren.
3. De controleverklaring en het verslag van bevindingen wordt voor verzending aan de raad
door de accountant aan het college voorgelegd met de mogelijkheid voor het college om
4. De accountant bespreekt de managementletter met de auditcommissie.
5. De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het
verslag van bevindingen met de auditcommissie.
Artikel 8 Intrekking oude regelingen
De Verordening financieel beheer en organisatie Hof van Twente 2023
wordt ingetrokken op het moment dat de Controle verordening Hof van Twente 2025 in
Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie, met dien verstande dat zij
van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening en
deelverantwoordingen van het verslagjaar 2025 en later.
2. Deze verordening wordt aangehaald als de Controleverordening Hof van Twente 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente
H.M. Meerman drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM
Artikel 213 van de Gemeentewet verplicht de raad bij verordening regels vast te stellen voor
de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Door
middel van de Verordening controle financiële beheer en organisatie (artikel 213
Gemeentewet) stelt de raad de kaders voor de accountantscontrole, gebruik makend van de
mogelijkheden die artikel 213 van de Gemeentewet en het Besluit accountantscontrole
decentrale overheden (hierna: Bado) daartoe bieden.
Het is de raad die de accountant voor de controle van de jaarrekening aanwijst. Het
voortraject voor de aanwijzing – de aanbesteding – wordt gedaan door het college in
samenwerking met de auditcommissie nauw betrokken. Het college kan daarnaast extra
opdrachten aan dezelfde of een andere accountant verstrekken.
Wanneer de opdracht is verleend, bepaalt de accountant binnen de kaders van de opdracht,
op welke wijze hij de controle uitvoert. Uiteraard vindt hierover wel periodiek overleg plaats,
zodat afgestemd kan worden met betrokkenen en andere onderzoeken en controles.
Voor een goede uitvoering van en rapportage over de controle, hebben het college en de
accountant verschillende rechten en plichten. Zo moet het college ervoor zorgen dat de
accountant alle informatie krijgt die hij nodig heeft om de controle uit te voeren. De
accountant, aan de andere kant, zorgt dat betrokkenen tijdig worden geïnformeerd over
Verder heeft het college een eigenstandige informatieplicht richting de raad.
Relatie met de rechtmatigheidsverantwoording door het college
Vanaf boekjaar 2023 neemt het college een rechtmatigheids-verantwoording op in de
jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording geeft inzicht in hoeverre de gemeente
rechtmatig heeft gehandeld. Waar de accountant voorheen een oordeel vormde over de
getrouwheid én rechtmatigheid van de jaarverslaggeving, beperkt de accountant zich nu tot
een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief de
rechtmatigheidsverantwoording). De accountant geeft vanaf dit moment dus geen
afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid.
De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is mede bedoeld om het gesprek te
ondersteunen tussen de raad en het college, over de (financiële) rechtmatigheid. Met als
doel om de kaderstellende en controlerende rol van de raad op dit vlak te versterken.
Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording toetst de accountant uitsluitend of
de jaarrekening getrouw is, maar toetst daarbij ook of de rechtmatigheidsverantwoording dat
is. Dit betekent onder meer dat afwijkingen van rechtmatigheid (voor zover deze niet tevens
van invloed zijn op het getrouwe beeld), geen invloed hebben op de strekking van de
controleverklaring. Hierdoor kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er omvangrijke afwijkingen
van rechtmatigheid opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording van het college,
terwijl de strekking van de controleverklaring toch goedkeurend is, omdat de omvangrijke
rechtmatigheidsfouten getrouw opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording.
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
In artikel 213, vijfde lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de accountant verslag uitbrengt
aan de raad met een afschrift aan het college. Men kan ervoor kiezen dat de accountant, uit
hoofde van zijn natuurlijke adviesfunctie, ook een zogenoemde
managementletter uitbrengt met meer gedetailleerde bevindingen die niet direct de verklaring
raken. De accountant kan daar aanbevelingen voor verbeteringen aan toevoegen met
betrekking tot de interne beheersing, de IT-omgeving en actuele ontwikkelingen. Een
dergelijke managementletter is primair bestemd voor het management van het gemeentelijk
apparaat en het college, maar wordt ook besproken met de auditcommissie.
Artikel 2 Opdrachtverlening accountantscontrole
Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen aan de raad
over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag (artikel
197, eerste lid, van de Gemeentewet). Voor het overleggen van deze stukken aan de raad
moet de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn gecontroleerd (artikel 197, tweede
lid, van de Gemeentewet). Artikel 2 regelt de opdrachtverlening van de accountantscontrole
Artikel 213 van de Gemeentewet geeft aan dat raad een of meerdere accountants aanwijst.
Hierbij wordt verwezen naar de kwaliteitseisen zoals die zijn geformuleerd in artikel 393,
eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het moet gaan om een registeraccountant
of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister
Door gebruikmaking van deze bevoegdheid kan de raad zijn controlerende rol richting de
organisatie versterken. De periode van de verbintenis met de accountant voor de controle
van de jaarrekening wordt bij de opdracht vastgelegd. Dit impliceert niet dat daarna van
accountant wordt gewisseld. De accountant maakt bij de nieuwe aanbesteding wederom
kans op de opdracht. Een raad die per periode wil wisselen van controlerend accountant zal
hierbij met de aanbesteding rekening moeten houden, door de controlerend accountant van
de afgelopen periode uit te sluiten.
De raad heeft een kaderstellende rol; hij stelt de kaders voor de accountantscontrole vast. In
de huidige praktijk stelt de raad de goedkeuringstoleranties vast binnen de grens van
maximaal 2% van de omvangsbasis zoals bedoeld artikel 2, eerste lid, Besluit
accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Het college voert in samenwerking met
de auditcommissie de aanbesteding uit, onder andere het opstellen van een programma van
eisen en het vaststellen van de selectiecriteria en de bijbehorende wegingsfactoren. Op
basis van de selectiecriteria en de bijbehorende wegingsfactoren wordt uiteindelijk de
selectie van de accountant voor de controle van jaarrekening bepaald. Middels een
raadsbesluit wordt deze accountant voor de boekjaren aangewezen conform de
Voor de accountantscontrole geldt het Bado, dat krachtens artikel 213, zesde lid, van de
Gemeentewet door de minister is vastgesteld. Het Bado bevat onder andere regels voor de
omvangsbasis en goedkeuringstoleranties voor de accountantsverklaring en de
rapporteringstoleranties voor het verslag van bevindingen.
De regels in het Bado voor de rapporteringstoleranties zijn zeer algemeen geformuleerd. In
overleg met de accountant zal de rapporteringstolerantie worden vastgesteld.
De accountant gebruikt bij zijn oordeel over de jaarrekening de volgende tabel.
De goedkeuringstoleranties zijn kwantitatieve criteria. Het geeft de grens weer van fouten of
onzekerheden in de controle, die maximaal mogen voorkomen in een jaarrekening om een
goedkeurende accountantsverklaring te ontvangen. Komen de fouten of onzekerheden
boven deze grens uit, dan acht de accountant dat de jaarrekening geen getrouw beeld geeft.
De goedkeuringstolerantie is de som van de afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden
in de uitvoering van de controle. Een goedkeuringstolerantie is 2% van de omvangsbasis. De
omvangsbasis is gelijk aan de totale lasten van de gemeente exclusief de toevoegingen aan
Voor de goede orde wordt opgemerkt dat met ingang van het boekjaar 2023 het college een
rechtmatigheidsverantwoording moet afleggen aan de raad. De daarvoor geldende
verantwoordingsgrens en rapportagegrens worden vastgelegd In de Financiële Verordening.
De auditcommissie kan de onderdelen van de jaarrekening, de onderdelen van
deelverantwoording en gemeentelijke organisatieonderdelen jaarlijks opnieuw vaststellen.
Op deze manier kan de raad, via de auditcommissie, rekening houden met gewijzigde
politieke omstandigheden. Hierover worden bepalingen in het programma van eisen bij de
aanbesteding en opdrachtverlening opgenomen.
Artikel 3 Overige controles en opdrachten
Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de gemeente die
de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo eisen ministeries voor de verantwoording
over de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten (specifieke uitkeringen) vaak
een aparte accountantsverklaring. De aanwijzing van de accountant voor dit soort
accountantscontroles is een bevoegdheid van het college. Ook kan het college besluiten om
advieswerkzaamheden uit te besteden aan de accountant. Het betreft hier vanzelfsprekend
advieswerkzaamheden die samenhangen met de natuurlijke adviesfunctie van de accountant
die de onafhankelijkheid van de accountant niet in gevaar brengen.
Het eerste lid regelt hoe het college moet omgaan met de uitbesteding van specifieke
werkzaamheden met betrekking tot de doelmatigheid en doeltreffendheid, zoals de
verbetering van de administratieve organisatie, aan de accountant. Veelal zal het hier gaan
om onderzoeken die vallen onder de reikwijdte van de Onderzoeksverordening. Door deze
werkzaamheden te gunnen aan de accountant kan de onafhankelijkheid en daarmee de
integriteit van de accountant ten aanzien van zijn controlewerkzaamheden voor de raad in
het geding komen. Op de loer liggende belangenverstrengeling tussen het college en
accountant kan mogelijk een weerslag hebben op de kwaliteit van de controle van de
jaarrekening. Indien het college het voornemen hebben de accountant te vragen voor
advieswerkzaamheden, dient het college de raad hier vooraf over te informeren. Dit biedt de
raad de mogelijkheid om over de desbetreffende uitbesteding van werkzaamheden zijn
oordeel te vormen en zijn bedenkingen aan het college kenbaar te maken.
Het tweede en het derde lid regelen, dat het college voor de overige
controlewerkzaamheden in het algemeen de door de raad aangewezen accountant
Voor de controles die worden bedoeld in het tweede en derde lid, gelden vaak afwijkende
controle-eisen van de derden, bijvoorbeeld vanuit de ministeries. In dat geval dient in de
opdrachtverlening aan de accountant te worden aangegeven dat de controle aan deze eisen moet voldoen.
Artikel 4 Inrichting accountantscontrole
Het eerste lid regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de accountant en het college ten
aanzien van de inrichting van de accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien
van de inrichting van de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd controles
uitvoeren. Het college is hierin volgend.
Wel moet er ter bevordering van een soepele accountantscontrole periodiek overleg worden
gevoerd tussen de accountant, de auditcommissie en de verschillende vertegenwoordigers
van de gemeente. Deze vertegenwoordigers zijn bijvoorbeeld de portefeuillehouder en de
teamleider beleid en advies (waar het taakveld financiën is ondergebracht), de
gemeentesecretaris en de (concern)controller. Ook is uitwisseling van informatie gewenst
over specifieke aandachtsgebieden bij de accountantscontrole.
Daarnaast moet men bewust zijn van het feit dat er vanuit verschillende invalshoeken
controlerende werkzaamheden plaatsvinden: werkzaamheden vanuit de verbijzonderde
interne controle, de onderzoeken die worden uitgevoerd door de lokale rekenkamer en de
doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken die door het college wordt uitgevoerd. Om
te voorkomen dat er dubbel werk wordt verricht is het raadzaam dat er periodiek afstemming
plaats vindt over de uit te voeren onderzoeken.
Artikel 5 Informatieverstrekking door het college
Het college is niet alleen verantwoordelijk voor de jaarrekening en de
rechtmatigheidsverantwoording, waar een verklaring op wordt afgegeven. Ten opzichte van
de raad is het college ook verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door de
raad geëiste deelverantwoordingen.
Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de achterliggende
bescheiden, bijvoorbeeld verordeningen, nota’s, collegebesluiten, deelverantwoordingen,
administraties, plannen, overeenkomsten en berekeningen. Het college zorgt ervoor dat deze bescheiden voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn.
Het derde lid verplicht het college een verklaring af te geven aan de accountant, waarin
burgemeester en wethouders verklaren geen informatie die van belang is voor de
beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden. De verklaring wordt ook wel
een Letter Of Representation (LOR) genoemd.
In het vierde lid is een uiterlijke datum aan het college gesteld voor de overlegging van de
gecontroleerde jaarrekening aan de raad. De jaarrekening moet namelijk binnen twee weken
na vaststelling, maar in elk geval vóór 15 juli worden toegezonden aan gedeputeerde staten
(artikel 200 van de Gemeentewet). Dat betekent dat voor deze datum de jaarrekening door
de raad moet zijn behandeld, een eventuele erop volgende indemniteitsprocedure (artikel
198 van de Gemeentewet) doorlopen en de jaarrekening wel of niet zijn vastgesteld.
Overigens verzendt de accountant de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
ook rechtstreeks aan de raad. Artikel 197, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt dat
het college bij de overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag aan de raad, de
accountantsverklaring en het verslag van bevindingen daarbij moeten toevoegen.
Dit lid gebiedt burgemeester en wethouders alle informatie die van invloed is op het beeld
van de jaarrekening – en pas na de afgifte van de accountantsverklaring, maar voor de
vaststelling van de jaarrekening door de raad aan burgemeester en wethouders bekend is
geworden – terstond te melden aan de raad en de accountant. Het sluit verrassingen tijdens
De zevende en achtste leden beogen te waarborgen dat de accountant bij de uitvoering van
zijn werkzaamheden zoveel als mogelijk zal steunen op de interne auditfunctie binnen de
gemeente. Als de werkzaamheden van voldoende kwaliteit zijn en voldoen aan de daarvoor
geldende standaarden, dan dient de accountant daar zoveel als mogelijk op te steunen bij de
totstandkoming van zijn oordeel. Hiermee wordt beoogd dat door een zo veel mogelijke
organisatiegerichte accountantscontrole de verdere kwaliteitsverbetering en
professionalisering wordt gestimuleerd.
Artikel 6 Toegang tot informatie door accountant
Om een goede controle uit te voeren moet de accountant onbelemmerd onderzoek kunnen
doen. Artikel 6 kent deze bevoegdheid toe aan de accountant. De verantwoordelijkheid ligt
bij burgemeester en wethouders om de accountant deze onbelemmerde toegang te
De accountant is bijvoorbeeld bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren en
voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven, computerbestanden en overige
bescheiden, waarvan hij inzage voor de accountantscontrole nodig oordeelt.
Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de accountant voor de uitvoering van
zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren,
magazijnen, werkplaatsen, terreinen en informatiedragers van de gemeente.
Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met de auditcommissie, zoals neergelegd
in het programma van eisen bij de aanbesteding.
Artikel 7 Rapportering door accountant
Artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet geeft aan waar de
accountantsverklaring en het verslag van bevindingen betrekking op moeten hebben. Zo
moet de accountant onder meer aangeven of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van
de baten en lasten en de grootte en de samenstelling van het vermogen. Het verslag van
bevindingen bevat in ieder geval bevindingen over de vraag of de inrichting van het
financiële beheer en van de financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige
verantwoording mogelijk maken.
Artikel 7 regelt zaken over de rapportering op grond van de door de accountant uitgevoerde
controles. Zaken die dan natuurlijk ook in het programma van eisen bij de aanbesteding
Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de accountant meestal
meerdere controles. Dit kunnen door de raad in het programma van eisen van de
aanbesteding opgenomen tussentijdse controles zijn. Het eerste lid regelt dat burgemeester
en wethouders in elk geval bij geconstateerde afwijkingen door de accountant, die leiden tot
het niet afgeven van een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening, een afschrift
krijgt van de schriftelijke mededeling hierover aan de raad. Hetzelfde geldt voor het oordeel
van de accountant dat de rechtmatigheidsverantwoording door burgemeester en wethouders
niet getrouw is (zie toelichting bij artikel 2, derde lid). Dit zodat burgemeester en wethouders
(in overleg met de raad en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kunnen
Het tweede lid regelt, dat daarvoor in aanmerking komende ambtenaren een rapportage
krijgen van de door de accountant uitgevoerde controles. Overigens kan dit ook gaan om
een deelcontrole (een gedeelte van de volledige controle). De in aanmerking komende
ambtenaren zijn bijvoorbeeld de ambtenaar van wie het geldelijk beheer, het
vermogensbeheer, de administratie en de beheersdaden zijn gecontroleerd, het hoofd van
de dienst waar de ambtenaar werkzaam is, de (concern-)controller en de teamleider beleid
en advies dan wel andere daarvoor in aanmerking komende ambtenaren.
In deze rapportage worden kleine afwijkingen en tekortkomingen, die niet leiden tot het niet
afgeven van een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang zijn, aan het
management meegedeeld. Het gaat hier bijvoorbeeld om opmerkingen over (kleine)
rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve organisatie, die
eenvoudig in onderling overleg met het management van de gemeente kunnen worden
opgelost. Het management kan op grond van de rapportage actie ondernemen voor herstel
van de afwijkingen en onvolkomenheden.
Het derde lid regelt de procedure van hoor en wederhoor. De constateringen in de
controleverklaring en het verslag van bevindingen worden voorafgaand aan verzending van
de controleverklaring en het verslag van bevindingen aan de raad door de accountant
besproken met burgemeester en wethouders. Het geeft burgemeester en wethouders de
mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de constateringen in de controleverklaring en het
De accountant licht zijn managementletter en zijn verslag van bevindingen mondeling toe
Artikel 8 Intrekking oude regelingen
Voorheen kende de gemeente de Verordening financieel beheer en organisatie Hof van
Twente 2023. De Controleverordening Hof van Twente 2025 vervangt deze en is
geactualiseerd naar het Besluit accountantscontrole decentrale overheden van 21 maart
2025. Daarom wordt de Verordening financieel beheer en organisatie Hof van Twente 2023
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-429601.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.