Gemeenteblad van Horst aan de Maas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Horst aan de Maas | Gemeenteblad 2025, 429451 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Horst aan de Maas | Gemeenteblad 2025, 429451 | beleidsregel |
Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Horst aan de Maas
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas;
Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Horst aan de Maas
De gemeente Horst aan de Maas vindt het belangrijk dat inwoners actief bijdragen aan de samenleving, zich onderdeel voelen van de gemeenschap en zo lang mogelijk in de eigen omgeving kunnen wonen en elkaar daarbij helpen. We zijn ervan overtuigd dat mensen op die manier het gezondst en gelukkigst blijven. We benaderen iedere inwoner met een open houding, oprechte interesse en kijken samen welke mogelijkheden in de eigen omgeving en daarbuiten kunnen bijdragen aan de oplossing. Hierbij kijken we naar wat wél kan en gebruiken wet- en regelgeving als middel om te komen tot een passende oplossing. Daarom is per 1 januari 2025 de Verordening sociaal domein gemeente Horst aan de Maas ingegaan. We bundelen zo verschillende verordeningen en we doen dit in begrijpelijke taal.
Deze beleidsregels sluiten aan op de verordening en bieden een leidraad voor de toepassing van de regels en afspraken in het leerlingenvervoer. De regels gaan in op de volgende onderwerpen:
De beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer worden toegepast met inachtneming van de volgende grondhouding:
De grondhouding is ons vertrekpunt - in denken, doen en samenwerken. We gaan uit van vertrouwen: in de intenties én het handelen van onze organisatie, inwoners en partners. Vertrouwen betekent dat we ruimte geven om verantwoordelijkheid te nemen. Wordt dat vertrouwen aantoonbaar geschonden, dan volgen heldere en passende consequenties.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
samenwerkingsverband: de samenwerkingsverbanden passend onderwijs: samenwerkingsverband primair onderwijs Noord-Limburg (SVWPO3101) en samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Noord-Limburg (SVWVO3101). Het samenwerkingsverband kijkt met hun expertise naar ondersteuning op school en de overstap tussen regulier en speciaal (basis) onderwijs.
Om er zeker van te zijn dat ouders een beschikking ontvangen voor de start van het nieuwe schooljaar, is het van belang om de aanvraag van het leerlingenvervoer in te dienen voor 1 juni. Alle leerlingen die al gebruik maken van het leerlingenvervoer ontvangen een seintje om de aanvraag jaarlijks opnieuw in te dienen.
Artikel 5. Algemene weigeringsgronden
Tijdens de behandeling van de aanvraag onderzoekt de gemeente of voldaan wordt aan de criteria gesteld in de verordening en deze beleidsregels. Het moet gaan om schoolvervoer. Dit betekent: vervoer van thuis naar school en van school naar thuis.
In de volgende situaties is er geen sprake van leerlingenvervoer:
Ouders zijn in dergelijke situaties zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind.
Hoofdstuk 3. Specifieke aspecten bij de beoordeling van de vervoersvoorziening
Artikel 6. Uitgangspunt vervoersvoorziening
We gaan uit van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en zoeken naar de vervoersvoorziening die daar het beste bij past. We vragen ouders om te motiveren welke manier van vervoer volgens hen het beste past bij de leerling en een motivering waarom de andere vervoersvoorzieningen niet passend zijn.
Artikel 7. Duur van de toe te kennen vervoersvoorziening
De vervoersvoorziening wordt toegekend voor de periode van 1 schooljaar, startend op de eerste schooldag. De gemeente kan in specifieke gevallen besluiten hiervan af te wijken. De verordening hanteert 1 augustus als datum voor het toekennen van een vervoersvoorziening (de eerste dag van het formele schooljaar).
Om de afstand en reistijd tussen de woning en de school per fiets of auto te bepalen wordt de routeplanner van de ANWB gebruikt (www.anwb.nl). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de optie ‘kortste route’, waarna het gemiddelde van zowel de heen- als de terugreis als kilometerafstand wordt vastgesteld. Bepalend is de ‘kortste route’ zonder gebruik van veerponten.
De gemeente verstrekt een vervoersvoorziening op standaard schooltijden en schooldagen zoals vermeld in de schoolgids.
Artikel 10. De rol van het samenwerkingsverband
Als de dichtstbijzijnde toegankelijke school geen passend onderwijs kan bieden aan de leerling, dan moet het samenwerkingsverband schriftelijk motiveren waarom deze school geen passend onderwijs kan bieden. Het samenwerkingsverband licht ook toe welke school er wel passend is en welke specifieke noodzakelijke ondersteuning deze school kan bieden ten opzichte van de andere scholen. Deze toelichting is in het bijzonder nodig als het een school buiten het regionale samenwerkingsverband betreft. De toelichting van het samenwerkingsverband is onderdeel van de aanvraag leerlingenvervoer.
Artikel 11. Adviezen van deskundigen
De gemeente onderzoekt of er een volledig beeld wordt gegeven over de mogelijkheden van zelfstandig reizen. Wanneer onduidelijkheid bestaat of de leerling zelfstandig, of eventueel met begeleiding, kan reizen, dan kan de gemeente aanvullende adviezen opvragen.
Artikel 12. Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan
Voor kinderen van 10 jaar of ouder kan de gemeente samen met de ouders een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen in lijn met het ontwikkelingsperspectief van de leerling. Daarbij worden concrete afspraken gemaakt om met maatwerk toe te groeien naar zelfstandig vervoer. Bijvoorbeeld een tijdelijke proefperiode voor openbaar vervoer (OV) of fietsvervoer naast taxivervoer.
Bij co-ouderschap kan de leerling twee huisadressen hebben. Dan heeft de leerling op beide thuisadressen recht op bekostiging van leerlingenvervoer. De beide ouders moeten afzonderlijk, in de eigen woongemeente, een aanvraag indienen voor de dagen dat de leerling tijdens weekdagen bij hen verblijft. Het moet wel gaan om vaste dagen in de week.
Artikel 15. Buitenschoolse opvang
Als leerlingen na school buitenschoolse opvang (BSO) of een oppasadres bezoeken is het mogelijk om een alternatief uitstapadres door te geven.
Is de stage een onderdeel van het onderwijsprogramma (opgenomen in de schoolgids of het stagecontract) en krijgt de leerling dagelijks leerlingenvervoer naar de school dan wordt het stageadres ook als school aangemerkt. Dan bestaat aanspraak op vervoer naar het stageadres met toepassing van de criteria in de verordening. Aanvullende criteria daarbij zijn:
Artikel 18. Ontzeggen van de toegang tot het aangepast vervoer bij ongewenst gedrag
Leerlingen moeten zich netjes en gepast gedragen in het aangepast vervoer. Ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van hun kind in het vervoer. De afspraken over gedrag in het vervoer zijn vastgelegd in het Handboek(je) Leerlingenvervoer dat ouders bij de start van het schooljaar ontvangen. Bij ongewenst gedrag meldt de gemeente dit direct aan de school en ouders. Samen met school, ouders en vervoerder worden afspraken gemaakt om het gedrag te verbeteren. Als het ongewenst gedrag niet verbetert kan de gemeente het volgende doen:
Hoofdstuk 4. Soorten vervoer en invulling
Artikel 20. Naar School op de Fiets
Als een leerling in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening en per fiets naar school kan, dan wordt een fietsvergoeding toegekend. Als een begeleider mee moet fietsen, dan krijgt die ook een fietsvergoeding. Uitgangspunt is dat leerlingen van 9 jaar en ouder die naar het regulier basisonderwijs gaan 8 kilometer kunnen fietsen. Dit komt neer op 30 minuten o.b.v. 15 km/u.
Als een leerling in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening en met het Openbaar Vervoer naar school kan reizen, dan wordt deze reis vergoed. Om de reistijd tussen de woning en de school per openbaar vervoer te bepalen wordt de reisplanner van 9292 gebruikt (www.9292.nl). Bij de reistijd wordt 5 minuten per enkele rit opgeteld voor de wachttijd bij de bushalte. Het kan dat een leerling gebruik kan maken van het openbaar vervoer met begeleiding. De begeleider brengt de leerling ’s morgens en gaat daarna weer naar huis. ’s Middags haalt de begeleider de leerling weer op.
Artikel 22. Begeleiding bij het reizen
Als een leerling jonger is dan 10 jaar wordt begeleiding bij het reizen vergoed. De gemeente legt de leeftijdsgrens voor het zelfstandig reizen bij 10 jaar. Leerlingen van 10 jaar of ouder zouden normaliter in staat moeten zijn om zonder begeleiding per fiets en per bus of trein te reizen.
Als een leerling in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening kunnen ouders in plaats van het aangewezen openbaar vervoer of aangepast vervoer ook kiezen om zelf per fiets of auto te reizen. De vergoeding van de gemeente voor het gebruik van een eigen vervoermiddel wordt berekend op basis van een kilometervergoeding voor dat vervoermiddel, afgeleid van de ‘Reisregeling binnenland’. Als ouders meerdere leerlingen tegelijk met de auto kunnen vervoeren, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto.
Als een leerling in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening, kan de leerling in aanmerking komen voor aangepast vervoer. Het aangepast vervoer is vervoer per taxi. Er zijn een aantal criteria om voor aangepast vervoer in aanmerking te komen. Die criteria zijn eenduidig in de verordening geregeld in regel 6.9.1. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling in het aangepaste vervoer om medische en/of psychosociale reden individueel vervoerd moet worden. Hierover gaat de gemeente met betrokkenen in gesprek.
De gemeente kan bij het georganiseerd aangepast vervoer opstapplaatsen vaststellen. De leerlingen worden dan ’s morgens vanaf de aangewezen opstapplaats opgehaald en ’s middags daar ook weer afgezet. Of en waar opstapplaatsen gerealiseerd worden bij het aangepast vervoer is een afweging van de gemeente op basis van aspecten als reistijd, kosten en praktische mogelijkheden.
Artikel 26. Begeleiding bij vervoer: redelijke inzet ouders
Het reizen naar en van school en dus ook de begeleiding is in de eerste plaats een taak van de ouders. Als dat niet mogelijk is, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Ouders moeten motiveren waarom zij zelf of anderen niet hun kind kunnen begeleiden naar school en terug. In een 2-oudergezin is het feit dat één of beide ouders werken geen reden om over te gaan tot toekenning van aangepast vervoer.
Voor de vergoeding voor het gebruik van een eigen fiets wordt gebruik gemaakt van de ‘Basisnormbedragen Leerlingenvervoer’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Als een begeleider meefietst wordt het werkelijk aantal fietskilometers van de leerling én de ouder vergoed. Dus voor de leerling 2x enkel en voor de begeleider 2x retour.
Artikel 28. Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer
Het vaststellen van de kosten van openbaar vervoer en de daaraan gerelateerde vergoeding vindt plaats op basis van de beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292, www.9292.nl. De vergoeding wordt gebaseerd op het goedkoopste OV-abonnement voor de leerling voor de heen- en terugreis naar school. Bij de declaratie moeten de ouders de facturen indienen.
Artikel 29. Vergoeding van de kosten van begeleiding in het openbaar vervoer
Als begeleiding noodzakelijk is wordt uitgegaan van de kosten van de leerling (retour) en wordt voor de begeleider per dag tweemaal retour gerekend. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
Artikel 30. Vergoeding van de kosten voor eigen vervoer
Als ouders zelf de leerling naar school brengen, krijgen ze een vergoeding voor de kilometers van het thuisadres naar het schooladres die de ouder werkelijk aflegt om zijn kind naar school te brengen (tweemaal retour). Deze kilometervergoeding is gebaseerd op de norm reisregeling binnenland.
Hoofdstuk 6. Financiële verplichtingen
Voor ouders van leerlingen in het basisonderwijs en speciaal basisonderwijs geldt boven een vastgestelde inkomensgrens een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is het drempelbedrag, dit wordt van de vergoeding af getrokken. Bij de bepaling van het drempelbedrag wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer voor de eerste 5 km. De ‘Basisnormbedragen Leerlingenvervoer’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) worden gebruikt voor bepaling van de inkomensgrenzen, het drempelbedrag en de hoogte van de eigen bijdrage zoals beschreven in de verordening sociaal domein, regel 6.9.2.
Artikel 33. Pleegouders en financiële verplichtingen
Pleegouders en Voogdijinstellingen hoeven geen eigen bijdrage te betalen voor het leerlingenvervoer.
Artikel 34. Inkomen bij gescheiden ouders
Voor de bepaling van de eigen bijdrage wordt er gekeken naar het gezamenlijke inkomen van beide ouders. In het geval dat er maar een verzorgende ouder in beeld is, wordt er alléén rekening gehouden met het inkomen van de ouder die het leerling daadwerkelijk verzorgd.
Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
Artikel 35. Afwijken van bepalingen
In de verordening en beleidsregels staan de hoofdlijnen voor de bekostiging van leerlingenvervoer. Soms zijn er echter situaties die niet in deze regels zijn opgenomen. Regel 11.2 van de verordening bepaalt dat de gemeente mag afwijken van de regels als deze een onredelijk uitkomst heeft voor de inwoner of een andere betrokkene bij het besluit. De hardheidsclausule is bedoeld voor uitzonderlijke situaties, omdat de meeste situaties al in de regels zijn vastgelegd. Om ongewenste gevolgen te voorkomen, moet duidelijk worden uitgelegd waarom een situatie bijzonder is en waarom de hardheidsclausule wordt toegepast.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-429451.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.